Motie : Motie van de leden Zalinyan en Kostić over voldoende capaciteit voor uitvoeringsinstanties als Rijkswaterstaat, omgevingsdiensten en waterschappen
28 089 Gezondheid en milieu
Nr. 360
MOTIE VAN DE LEDEN ZALINYAN EN KOSTIĆ
Voorgesteld 17 juni 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat sinds 2016 een landelijke minimalisatieplicht geldt voor lozingen
van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en pfas, waarbij bedrijven verplicht zijn om elke
vijf jaar een vermijdings- en reductieprogramma (VRP) op te stellen;
overwegende dat in 2020 in de Delta-aanpak Waterkwaliteit bestuurlijk is bekrachtigd
dat vergunningen en lozingen minimaal iedere vijf jaar kritisch tegen het licht worden
gehouden;
overwegende dat het rapport Focus op industriële lozingen van de Algemene Rekenkamer
uit maart 2026 constateert dat de overheid ondanks deze afspraken geen goed zicht
heeft op wat bedrijven in het oppervlaktewater lozen;
verzoekt de regering om te borgen dat uitvoeringsinstanties als Rijkswaterstaat, omgevingsdiensten
en waterschappen voldoende capaciteit hebben om hun wettelijke taken uit te voeren,
zodat vergunningen voor lozingen van ZZS en pfas hooguit vijf jaar oud zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zalinyan
Kostić
Indieners
-
Indiener
Ani Zalinyan, Kamerlid -
Medeindiener
Ines Kostić, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Appreciatie:
Ontraden
De minister of staatssecretaris is het niet eens met de motie en adviseert de Kamer om tegen de motie te stemmen. Bijvoorbeeld omdat hij of zij vindt dat de motie wettelijk niet klopt, te veel geld kost om uit te voeren, of helemaal niet uitvoerbaar is.