Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 945 XX Jaarverslag en slotwet Ministerie van Asiel en Migratie 2025
Nr. 8
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 18 juni 2026
De vaste commissie voor Asiel en Migratie, belast met het voorbereidend onderzoek
van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst
van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 27 mei 2026 voorgelegd aan de Minister van Asiel en Migratie. Bij
brief van 18 juni 2026 zijn ze door de Minister van Asiel en Migratie beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De voorzitter van de commissie, P. de Groot
De griffier van de commissie, Burger
Vraag (1):
Hoe kan een lagere productie bij de IND en een daarop neerwaarts bijgestelde bijdrage
samengaan met een lastenoverschrijding van 103,5 miljoen euro en een negatief saldo
van baten en lasten van 48,9 miljoen euro, en welke specifieke kostenposten zijn hiervoor
verantwoordelijk?
Antwoord:
De IND wordt grotendeels op output (pxq) bekostigd; een lagere productie leidt daarmee
tot een lagere bijdrage vanuit het departement. In de NJN is deze bijdrage neerwaarts
bijgesteld.
De overschrijding van de lasten wordt veroorzaakt door de hoge kosten die samenhangen
met de dwangsommen. In 2025 is de dwangsomvoorziening bij de IND verhoogd met circa
€ 270 mln. Hiervoor is vanuit het departement een bijdrage ontvangen van € 210 mln.
Dit is de grootste reden waardoor de IND een negatief saldo van baten en lasten heeft
gerealiseerd van 48,9 mln. (waarbij het verschil wordt verklaard door kleine restposten).
Dit tekort is bij VJN2026 aangevuld volgens de regeling Agentschappen.
Vraag (2):
Op welke grond is de verplichting voor de subsidie aan Vluchtelingenwerk Nederland
voor 2026 reeds in 2025 aangegaan in plaats van bij aanvang van 2026, en past dit
binnen de reguliere systematiek van verplichtingenbeheer?
Antwoord:
De juridische verplichting voor een subsidie ontstaat op het moment van de subsidiebeschikking.
Omdat de beschikking voor VluchtelingenWerk Nederland voor het jaar 2026 in december
2025 is getekend, valt de verplichting boekhoudkundig in 2025. Dit past binnen de
reguliere systematiek. De verplichting wordt ingeboekt in het jaar waarin deze juridisch
wordt aangegaan (2025), terwijl de kasuitgaven in het jaar van betaling vallen (2026).
Vraag (3):
Wat is de reden dat nabetalingen op basis van gecorrigeerde gemeentelijke verantwoordingen
over de specifieke uitkering Oekraïne-opvang 2024 pas bij de slotwet zichtbaar worden
en niet al bij de najaarsnota, en welke controles moeten voorkomen dat vergelijkbare
nabetalingen over 2025 opnieuw onvoorzien in een later begrotingsjaar optreden?
Antwoord:
De Najaarsnota verschijnt al voordat de financiële afwikkeling van alle SiSa-aanleveringen
heeft plaatsgevonden. Voor de afwikkeling is het Rijk o.a. afhankelijk van de reactie
van gemeenten, eventuele heraanleveringen bij correcties, en de snelheid van betalen.
Hierdoor is er een verschil tussen de Slotwet en de Najaarsnota. De afwikkeling van
de verantwoording van de gemeenten over 2024 vindt plaats in 2025. Voor de begroting
rekenen we met een saldo van nabetalingen en terugvorderingen. Hierdoor begroten we
de inkomsten niet apart. In de realisatie worden de terugvorderingen als inkomsten
geboekt.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
P.C. (Peter) de Groot, voorzitter van de vaste commissie voor Asiel en Migratie -
Mede ondertekenaar
M.C. Burger, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.