Nota van wijziging : Nota van wijziging
36 898 Regels over de uitvoering van internationale sanctiemaatregelen (Wet internationale sanctiemaatregelen)
Nr. 7
NOTA VAN WIJZIGING
Ontvangen 17 juni 2026
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 3.1.2 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt «meldingen in ontvangst te nemen en de melder te berichten»
vervangen door «het in ontvangst nemen en de melder berichten».
2. In onderdeel b wordt «meldingen en gemelde gegevens zo nodig te controleren» vervangen
door «het zo nodig controleren van meldingen en gemelde gegevens».
B
Artikel 3.2.2 vervalt.
C
In de artikelen 5.2, 5.3, eerste, tweede, vierde en zesde lid, 5.4, derde en vierde
lid, en 5.5, eerste, tweede en vierde lid, wordt «Onze Minister van Economische Zaken»
telkens vervangen door «Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat».
D
Artikel 5.6 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «Onze Minister van Economische Zaken» vervangen door «Onze
Minister van Economische Zaken en Klimaat».
2. In het derde lid, onderdeel e, vervalt na de puntkomma «en».
E
Artikel 7.1.1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef, wordt «sanctiemaatregelen» vervangen door «het bepaalde bij of krachtens
deze wet».
2. In onderdeel b wordt «als bedoeld in artikel 7.1.2, eerste lid, onderdelen a en
b» vervangen door «als bedoeld in artikel 7.1.2, eerste lid, onderdelen a tot en met
c».
3. In onderdeel c wordt «goederen en diensten» vervangen door «goederen en de verlening
van diensten».
F
Artikel 7.1.2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt «Onze Minister van Economische Zaken» vervangen door «Onze
Minister van Economische Zaken en Klimaat».
2. Onder verlettering van de onderdelen b tot en met d tot c tot en met e wordt een
onderdeel ingevoegd, luidende:
b. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, voor zover het betreft de uitoefening
van bevoegdheden met betrekking tot lucht- en scheepvaart, en wegtransport;
3. In onderdeel c (nieuw) vervalt «n,».
4. In onderdeel d (nieuw) wordt «goederen en diensten» vervangen door «goederen en
de verlening van diensten».
G
Artikel 7.1.7 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste en zesde lid wordt «Onze Minister van Economische Zaken» vervangen
door «Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat».
2. In het vijfde lid wordt «5.3, vierde lid» vervangen door «5.3, zesde lid».
H
In de artikelen 8.2.2, eerste en tweede lid, 8.2.3, eerste, tweede, derde, vierde
en zevende lid, wordt «Onze Minister van Economische Zaken» telkens vervangen door
«Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat».
I
Artikel 8.2.4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «waarvan het aangaan of voortzetten» vervangen
door «het aangaan of voortzetten».
2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel a wordt «bedoeld in artikel 2,» vervangen door «bedoeld in artikel
2».
b. In onderdeel b wordt «artikel 1» vervangen door «artikel 4».
c. In onderdeel e wordt «bedoeld in artikel 25,» vervangen door «bedoeld in artikel
25».
d. In onderdeel g wordt «Wegenverkeerswet 1993» vervangen door «Wegenverkeerswet 1994».
e. In onderdeel h wordt na «artikel 1» ingevoegd «onderdeel d,».
J
In artikel 8.3.1, eerste lid, wordt «verwerking van gegevens door en aan» vervangen
door «verwerking van gegevens door».
K
In artikel 8.3.2, eerste lid, wordt «door en aan bij dat besluit» vervangen door «door
bij dat besluit».
L
Na artikel 8.3.2 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:
§ 8.4 Advocaten en notarissen
Artikel 8.4.1 Bijzondere bepalingen voor advocaten en notarissen
1. De instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel o, van de Sanctiewet
1977, en de instellingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel p, van de Sanctiewet
1977, zijn niet gehouden aan de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 11a van de
Advocatenwet, respectievelijk artikel 22 van de Wet op het notarisambt, ten behoeve
van:
a. de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit sanctiemaatregelen, voor zover
dat in een verdrag of bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie is bepaald;
b. het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet en de Sanctiewet
1977 door de deken, bedoeld in artikel 7.1.1, eerste lid, onderdeel d, en artikel
10, eerste lid, van de Sanctiewet 1977, respectievelijk de op grond van artikel 7.1.1,
eerste lid, onderdeel b, en artikel 10, eerste lid, van de Sanctiewet 1977 door het
Bureau Financieel Toezicht aangewezen personen.
2. Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is niet van toepassing in zoverre die instellingen
de rechtspositie van hun cliënt bepalen of hun taak van verdediging of vertegenwoordiging
van die cliënt verrichten in het kader van of in verband met een rechtsgeding, daaronder
begrepen het verstrekken van advies over het instellen of vermijden van een dergelijk
rechtsgeding.
3. De bevoegdheid van bestuursorganen om gegevens te verstrekken als bedoeld in de artikelen
8.2.4 en 8.2.5 is niet van toepassing op notarissen.
4. De deken en het Bureau Financieel Toezicht, voor zover het betreft de uitoefening
van bevoegdheden jegens notarissen bij of krachtens deze wet en de Sanctiewet 1977,
zijn ten behoeve van het verstrekken van gegevens, bedoeld in de artikelen 8.2.1,
tweede lid, 8.2.4 en 8.2.5 alleen gehouden aan hun geheimhoudingsplicht, wanneer het
gegevens betreft waarmee advocaten of notarissen de rechtspositie van hun cliënt bepalen
of hun taak van verdediging of vertegenwoordiging van die cliënt verrichten in het
kader van of in verband met een rechtsgeding, daaronder begrepen het verstrekken van
advies over het instellen of vermijden van een dergelijk rechtsgeding.
5. De bevoegdheid van een toezichthouder, genoemd in artikel 10i, eerste lid, van de
Sanctiewet 1977, tot het verstrekken van gegevens, als hij deelneemt aan een samenwerkingsverband
als bedoeld in de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden, is niet van
toepassing op het Bureau Financieel Toezicht, voor zover het betreft de uitoefening
van bevoegdheden jegens notarissen bij of krachtens deze wet of de Sanctiewet 1977.
M
In artikel 9.3, eerste lid, wordt «en 2.2.4, eerste lid» vervangen door «2.2.4, eerste
lid, 3.3.2, tweede lid, 5.4, eerste lid, eerste volzin, 6.1, zesde lid en 8.2.3, vierde
en zevende lid».
N
Artikel 10.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel B, onder 1, wordt in het voorgestelde artikel 8a, tweede lid, van
de Advocatenwet «artikel 10k» vervangen door «artikel 10l».
2. Onderdeel G komt te luiden:
G
In artikel 45h wordt na «artikel 45a, eerste lid,» ingevoegd «artikel 9a, onderdeel
d, van de Sanctiewet 1977,».
3. Onderdeel H komt te luiden:
H
In artikel 45i wordt na «artikel 45a, eerste lid,» ingevoegd «artikel 9a, onderdeel
d, van de Sanctiewet 1977,».
O
In artikel 10.7 wordt in het voorgestelde onderdeel d van artikel 208, eerste lid,
van de Pensioenwet «Onze Minister van Economische Zaken» vervangen door «Onze Minister
van Economische Zaken en Klimaat».
P
Artikel 10.8 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel C vervalt in artikel 9a, onderdeel c, van de Sanctiewet 1977 «n,».
2. In onderdeel D, onder f, wordt de voorgestelde wijziging van artikel 10, tweede
lid, van de Sanctiewet 1977 als volgt gewijzigd:
a. Onderdeel m komt te luiden:
m. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen als bedoeld in artikel
3, derde lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2024/1624 van het Europees parlement
en de Raad van 31 mei 2024 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel
voor witwassen of terrorismefinanciering;.
b. Onderdeel n vervalt.
c. De onderdelen o en p komen te luiden:
o. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die als advocaat, hetzij door
op te treden in naam en voor rekening van hun klant in enigerlei financiële of onroerende
zaaktransactie, hetzij door bijstand te verlenen bij het voorbereiden of uitvoeren
van transacties voor hun cliënt in verband met:
1°. de aan- en verkoop van onroerende zaken of bedrijven;
2°. het beheren van diens geld, waardepapieren of andere activa, met inbegrip van cryptoactiva;
3°. de opening of het beheer van bank-, spaar-, effecten- of cryptoactivarekeningen;
4°. het organiseren van de inbreng die nodig is voor de oprichting, de exploitatie of
het beheer van vennootschappen;
5°. de oprichting, het opzetten, de exploitatie of het beheer van trusts, vennootschappen,
stichtingen of soortgelijke structuren;
p. natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die als notaris, toegevoegd
notaris of kandidaat-notaris, hetzij door op te treden in naam en voor rekening van
hun klant in enigerlei financiële of onroerende zaaktransactie, hetzij door bijstand
te verlenen bij het voorbereiden of uitvoeren van transacties voor hun cliënt in verband
met:
1°. de aan- en verkoop van onroerende zaken of bedrijven;
2°. het beheren van diens geld, waardepapieren of andere activa, met inbegrip van cryptoactiva;
3°. de opening of het beheer van bank-, spaar-, effecten- of cryptoactivarekeningen;
4°. het organiseren van de inbreng die nodig is voor de oprichting, de exploitatie of
het beheer van vennootschappen;
5°. de oprichting, het opzetten, de exploitatie of het beheer van trusts, vennootschappen,
stichtingen of soortgelijke structuren;.
3. Onderdeel G wordt als volgt gewijzigd:
a. in de voorgestelde wijziging van artikel 10b, eerste en tweede lid, van de Sanctiewet
1977, wordt «het college van toezicht, bedoeld in artikel 36a, eerste lid, van de
Advocatenwet» vervangen door «het college van afgevaardigden, bedoeld in artikel 28,
eerste lid, van de Advocatenwet» en wordt «artikel 10, tweede lid, onder a tot en
met n» vervangen door «artikel 10, tweede lid, onder a tot en met m».
b. het voorgestelde vijfde lid vervalt.
4. In onderdeel M wordt de voorgestelde wijziging van artikel 10h van de Sanctiewet
1977 als volgt gewijzigd:
a. In het eerste lid, onderdeel a, vervalt «,n».
b. In het tweede lid, onderdeel a, wordt «Onze Minister van Economische Zaken» vervangen
door «Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat».
5. In onderdeel O vervalt in de voorgestelde wijziging van artikel 10k, eerste lid,
van de Sanctiewet 1977 «of n».
Q
In artikel 10.12, onderdeel C, wordt in de voorgestelde wijziging van artikel 1:21,
eerste lid, van de Wet financiële markten BES «Onze Minister van Economische Zaken»
vervangen door «Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat».
R
Artikel 10.13 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de voorgestelde wijziging van artikel 1, onderdeel 1°, van de Wet op de economische
delicten wordt «en 2.2.4, eerste lid» vervangend door «, 2.2.4, eerste lid, 5.4, eerste
lid, eerste volzin, en 8.2.3, vierde en zevende lid».
2. In artikel 1, onderdeel 2°, van de Wet op de economische delicten, wordt in de
alfabetische volgorde ingevoegd: de Wet internationale sanctiemaatregelen, artikel
3.3.2, tweede lid;.
3. In artikel 1a, onderdeel 2°, van de Wet op de economische delicten, wordt in de
alfabetische volgorde ingevoegd: de Wet internationale sanctiemaatregelen, artikel
6.1, zesde lid;.
S
In artikel 10.15, onderdeel A, wordt in de voorgestelde wijziging van artikel 1:93,
eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht «Onze Minister van Economische Zaken»
vervangen door «Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat».
T
In artikel 10.20 wordt in de voorgestelde wijziging van artikel 63cc van de Wet toezicht
accountantsorganisaties «Onze Minister van Economische Zaken» vervangen door «Onze
Minister van Economische Zaken en Klimaat».
U
In artikel 10.21, onderdeel D, wordt in de voorgestelde wijziging van artikel 57,
eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren 2018 «Onze Minister van Economische
Zaken» vervangen door «Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat».
V
In artikel 10.23 wordt in de voorgestelde wijziging van artikel 202, eerste lid, van
de Wet verplichte beroepspensioenregeling «Onze Minister van Economische Zaken» vervangen
door «Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat».
W
Na artikel 10.24 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 10.25 Samenloop implementatie Proportionaliteitsrichtlijn inzake beroepsorganisaties
met regelgevende bevoegdheid
Indien het bij koninklijke boodschap van 8 juni 2026 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, de Advocatenwet,
de Gerechtsdeurwaarderswet, de Wet op het notarisambt, de Wet op het accountantsberoep,
de Loodsenwet en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, ter nadere
implementatie van richtlijn (EU) 2018/958 ten aanzien van beroepsorganisaties met
regelgevende bevoegdheid (implementatie Proportionaliteitsrichtlijn inzake beroepsorganisaties
met regelgevende bevoegdheid) (36 962) tot wet is of wordt verheven en artikel II, onderdeel A, van die wet eerder in werking
treedt of is getreden dan deze wet, wordt in deze wet met ingang van die dag in artikel
10.1, onderdeel C, «vijfde lid» gelezen als «zevende lid».
Toelichting
Onderdeel A (wijziging artikel 3.1.2), onderdeel C (wijziging artikelen 5.2, 5.3,
5.4 en 5.5), onderdeel D (wijziging artikel 5.6), onderdeel E (wijziging artikel 7.1.1),
onderdeel G (wijziging artikel 7.1.7), onderdeel H (wijziging artikelen 8.2.2 en 8.2.3),
onderdeel I (wijziging artikel 8.2.4), onderdeel J (wijziging artikel 8.3.1), onderdeel
K (wijziging artikel 8.3.2), onderdeel N (wijziging artikel 10.1), onderdeel O (wijziging
artikel 10.7), onderdeel Q (wijziging artikel 10.12), onderdeel S (wijziging artikel
10.15), onderdeel T (wijziging artikel 10.20), onderdeel U (wijziging artikel 10.21),
onderdeel V (wijziging artikel 10.23)
In deze artikelen wordt een aantal wetstechnische en redactionele verbeteringen doorgevoerd
en houdt een aantal wijzigingen verband met de naamswijziging van de Minister van
Economische Zaken in de Minister van Economische Zaken en Klimaat.
Onderdeel B (artikel 3.2.2)
In artikel 3.3.2 was de doorbreking van de geheimhoudingsplicht geregeld voor advocaten
en notarissen in verband met de meldingsplicht. Omdat in hoofdstuk 8 een algemene
bepaling over de doorbreking van de geheimhoudingsplicht wordt opgenomen, komt deze
specifieke bepaling te vervallen.
Onderdeel F (wijziging artikel 7.1.2)
In artikel 7.1.2, eerste lid, van het wetsvoorstel worden bestuursorganen aangewezen
die bestuursrechtelijk handhavend kunnen optreden. De aangewezen bestuursorganen oefenen
hun bevoegdheden uit ten aanzien van de sectoren of handelingen, genoemd in de betreffende
onderdelen van het eerste lid. Met deze wijziging wordt ook de Inspectie Leefomgeving
en Transport (ILT) aangewezen als bestuursorgaan dat bestuursrechtelijk handhavend
kan optreden, en dan voor zover het betreft de uitoefening van bevoegdheden met betrekking
tot lucht- en scheepvaart, en wegtransport (onderdeel 2). Deze reikwijdte sluit aan
bij het bestaande ILT-toezicht op de internationale sanctiemaatregelen tegen Rusland.
Deze toevoeging is in aanvulling op het voorstel waarop de ILT een uitvoeringstoets
heeft verricht. Er zal daarom een nadere uitvoeringsanalyse plaatsvinden alvorens
er uitvoering gegeven zal kunnen worden aan deze bepaling door de ILT. Door de technische
wijziging van artikel 7.1.1 zal de ILT ook toezichthouders kunnen aanwijzen, net als
de andere bestuursorganen die na inwerkingtreding van dit wetsvoorstel op grond van
artikel 7.1.2, eerste lid, onderdelen a, c en d, en tweede lid, over handhavende bevoegdheden
beschikken.
De wijziging in onderdeel 1 houdt verband met de naamswijziging van de Minister van
Economische Zaken in de Minister van Economische Zaken en Klimaat. De wijziging in
onderdeel 3 betreft een redactionele verbetering.
Onderdeel L (artikel 8.4.1)
Het eerste lid van dit artikel regelt dat de geheimhoudingsplicht van advocaten en
notarissen in twee gevallen wordt doorbroken om te kunnen voldoen aan de uitvoering
van deze wet en de Sanctiewet 1977. Onderdeel a regelt dit ten behoeve van de naleving
van de verplichtingen die voortvloeien uit sanctiemaatregelen, voor zover dat in een
verdrag of bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie is bepaald. Dit houdt
in dat als er in een verdrag of bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie
bijvoorbeeld in het kader van een meldingsplicht een doorbreking van de geheimhoudingsplicht
voor advocaten en notarissen is opgenomen, zij zich aan de meldingsplicht moeten houden
en afwijken van hun wettelijke geheimhoudingsplicht. Onderdeel b regelt de doorbreking
van de afgeleide geheimhoudingsplicht door de deken en het Bureau Financieel Toezicht
ten behoeve van het toezicht op de naleving van deze wet en de Sanctiewet 1977.
Het tweede lid regelt dat advocaten en notarissen geen informatie delen die zij van
of over een cliënt ontvangen wanneer zij de rechtspositie van die cliënt bepalen dan
wel in of in verband met een rechtsgeding verdedigen of vertegenwoordigen, met inbegrip
van het verstrekken van advies over het instellen of vermijden van een dergelijk geding,
ongeacht of dergelijke informatie vóór, gedurende of na dat geding wordt ontvangen
of verkregen. Deze uitzondering geldt voor alle bepalingen in dit wetsvoorstel waarin
regels zijn gesteld over de verstrekking van gegevens die ook van toepassing zijn
op advocaten en notarissen, bijvoorbeeld artikel 3.3.2. Het vierde lid regelt dat
deze procesvrijstelling ook geldt voor de afgeleide geheimhoudingsplichten van de
deken en het Bureau Financieel Toezicht. In dat verband geldt ook dat de bevoegdheid
om gegevens uit te wisselen alleen bestaat ten aanzien van gegevens die zijn verkregen
in het kader van het toezicht bij of krachtens deze wet en de Sanctiewet 1977.
Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een opdracht aan een advocaat die voor een deel
betrekking heeft op een situatie waarvoor de geheimhoudingsplicht wordt doorbroken
en waarbij voor een ander deel de rechtspositie van de cliënt een rol speelt, dan
valt het tweede deel geheel onder de procesvrijstelling en wordt de geheimhouding
te dien aanzien dus niet doorbroken.
Het derde lid regelt dat de bevoegdheid van bestuursorganen om gegevens te verstrekken
als bedoeld in de artikelen 8.2.4 en 8.2.5 niet van toepassing is op notarissen. Artikel
8.2.4 regelt de plicht van bestuursorganen om gegevens te verstrekken aan registers.
Artikel 8.2.5 regelt een generieke bevoegdheid voor het uitwisselen van gegevens tussen
bestuursorganen, toezichthouders en andere personen of entiteiten die bij of krachtens
de wet zijn belast met een taak ter uitvoering van sanctiemaatregelen, onderling en
in internationaal verband. Hoewel notarissen bij de uitoefening van wettelijke taken
bestuursorganen zijn, zijn zij niet bedoeld met de bestuursorganen, bedoeld in de
artikelen 8.2.4 en 8.2.5. Notarissen hebben al een meldingsplicht aan het centraal
meldpunt sancties. Het centraal meldpunt zal vervolgens, als er naar aanleiding daarvan
een aantekening moet worden geplaatst in bijvoorbeeld het Kadaster, die informatie
op grond van artikel 8.2.4 doorgeven aan het Kadaster.
Het vijfde lid regelt dat het Bureau Financieel Toezicht niet de bevoegdheid heeft
om vertrouwelijke gegevens afkomstig van notarissen te verstrekken in een samenwerkingsverband
als bedoeld in de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden.1 Dit onderdeel is ontleend aan artikel 5.10, vijfde lid, van het Implementatiewetsvoorstel
ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering.
Onderdeel M (wijziging artikel 9.3)
Voorgesteld wordt om artikel 9.3, dat de strafrechtelijke handhaving in de openbare
lichamen regelt, te wijzigen, omdat de artikelen 3.3.2, tweede lid, 5.4, eerste lid,
eerste volzin, 6.1, zesde lid en 8.2.3, vierde en zevende lid van dit wetsvoorstel,
bij de voorgestelde wijziging van de Wet op de economische delicten strafbaar worden
gesteld. De reden hiervoor is dat deze artikelen ontleend zijn aan bepalingen in andere
wetten die ook strafbaar zijn gesteld in de Wet op de economische delicten. Artikel
9.3 wordt gewijzigd om hierop aan te sluiten.
Onderdeel P (wijziging artikel 10.8)
Naar aanleiding van vragen door de leden van de vaste commissie voor Buitenlandse
Zaken over de samenloop tussen de eerste tranche van het wetsvoorstel internationale
sanctiemaatregelen, het Europese AML-pakket en de tweede tranche van het wetsvoorstel
internationale sanctiemaatregelen, wordt voorgesteld om in artikel 10.8 het voorgestelde
artikel 10, tweede lid, van de Sanctiewet 1977, te wijzigen in die zin dat, voor wat
betreft de uitbreiding naar juridische beroepsgroepen, de omschrijving van de diensten
van deze beroepsgroepen alvast in lijn te brengen met het AML-pakket. Door de omschrijving
van deze diensten alvast in lijn te brengen met het AML-pakket, kunnen het college
van afgevaardigden, bedoeld in de Advocatenwet, en het Bureau Financieel Toezicht
bedrijfsvoeringsregels gaan opstellen die aansluiten op het AML-pakket en de tweede
tranche van het wetsvoorstel internationale sanctiemaatregelen. Ook wordt voorgesteld
om de omschrijving van de andere beroepsgroepen (waaronder accountants, belastingadviseurs
en administratiekantoren) die onder het toezicht van het Bureau Financieel Toezicht
vallen, alvast in lijn te brengen met het AML-pakket. Hiermee wordt het aantal verandermomenten
zoveel mogelijk beperkt. Overigens wat betreft de omschrijving van de diensten van
advocaten en notarissen wordt in het AML-pakket de term onroerend goed gehanteerd.
Om aan te sluiten op de terminologie van het Burgerlijk Wetboek is gekozen voor de
term onroerende zaak. Hiermee is niet bedoeld om inhoudelijk af te wijken van het
AML-pakket.
Het voorgestelde artikel 10b, eerste en tweede lid, van de Sanctiewet 1977 wordt gewijzigd
omdat het orgaan dat bedrijfsvoeringsregels voor advocaten opstelt het college van
afgevaardigden is in plaats van het college van toezicht. Hierdoor kan het voorgestelde
vijfde lid vervallen, omdat de bedrijfsvoeringsregels opgesteld door het college van
afgevaardigden zoals gebruikelijk achteraf vernietigd kunnen worden bij koninklijk
besluit.
Onderdeel R (wijziging artikel 10.13)
Artikel 3.3.2, tweede lid, is ontleend aan artikel 17, tweede lid, van de Wet ter
voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme. Artikel 5.4, eerste lid,
eerste volzin, is ontleend aan artikel 32, derde lid, eerste volzin, van de Wet veiligheidstoets
investeringen, fusies en overnames en artikel 8.2.3, vierde en zevende lid, is ontleend
aan de artikelen 34, zesde lid en 35, eerste lid, van die wet. Artikel 6.1, zesde
lid, van het wetsvoorstel, is ontleend aan artikel 13b, vijfde lid, van de Woningwet.
Omdat deze artikelen uit het wetsvoorstel ontleend zijn aan de genoemde artikelen
uit bovengenoemde wetten die strafbaar zijn gesteld in de Wet op de economische delicten
(waarbij artikel 13b, vijfde lid, van de Woningwet, strafbaar is gesteld via artikel
14a van die wet), wordt voorgesteld om overtreding van deze artikelen uit het wetsvoorstel
internationale sanctiemaatregelen ook strafbaar te stellen in de Wet op de economische
delicten. Overtreding van de betreffende artikelen wordt op dezelfde wijze strafbaar
gesteld als overtreding van vergelijkbare verplichtingen die voortvloeien uit de genoemde
andere wetten.
Onderdeel W (artikel 10.25)
In dit onderdeel wordt de samenloop met het wetsvoorstel tot wijziging van de Algemene
wet erkenning EU-beroepskwalificaties, de Advocatenwet, de Gerechtsdeurwaarderswet,
de Wet op het notarisambt, de Wet op het accountantsberoep, de Loodsenwet en de Wet
op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, ter nadere implementatie van richtlijn
(EU) 2018/958 ten aanzien van beroepsorganisaties met regelgevende bevoegdheid (implementatie
Proportionaliteitsrichtlijn inzake beroepsorganisaties met regelgevende bevoegdheid)
geregeld, voor wat betreft de wijziging van artikel 10.1 van de Wet internationale
sanctiemaatregelen.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.