Brief regering : Stand van zaken Villa ExpertCare (IV)
24 170 Gehandicaptenbeleid
Nr. 402
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 juni 2026
Zoals toegezegd tijdens het commissiedebat Arbeidsmarktbeleid in de zorg van 8 juni
jl., informeer ik uw Kamer over de actuele stand van zaken rondom Villa ExpertCare
(VEC), de voorgenomen clustering van locaties en de acties die ik de afgelopen dagen
heb ondernomen om de continuïteit van zorg voor de betrokken kinderen te borgen.
De situatie rondom VEC heeft, sinds de aankondiging van VEC dat zij de zorgverlening
in vier villa’s wil beëindigen, grote impact op kinderen, ouders en medewerkers. Ik
realiseer mij dat de onduidelijkheid en onzekerheid die hierdoor zijn ontstaan ingrijpend
zijn, zeker voor de kinderen die nog in zorg zijn bij VEC en hun ouders die nog geen
zicht hebben op een passend alternatief. Ik constateer dat de voortgang van het vinden
van oplossingen op onderdelen achterblijft en dat dit leidt tot toenemende zorgen
bij betrokkenen en mijzelf. Daarnaast constateer ik dat de verhouding tussen VEC en
de cliëntenraad onder druk staat. Dit bemoeilijkt de gezamenlijke voortgang van het
proces en draagt bij aan de onzekerheid bij ouders.
Ik vind het van groot belang dat voor alle cliënten passende en kwalitatief goede
zorg beschikbaar blijft en dat er zo snel mogelijk perspectief ontstaat op een plek
waar deze zorg kan worden gecontinueerd na sluiting van de villa’s. Gezien de zorgen
over de voortgang van de zorgbemiddeling, de voorgenomen clustering van locaties en
de verhouding tussen VEC en de cliëntenraad heb ik daarom besloten een onafhankelijk
intermediair aan te stellen. Deze intermediair zal bijdragen aan het versnellen van
de zorgbemiddeling, het bewaken van de voortgang en het bevorderen van een zorgvuldig
proces en communicatie richting cliënten, ouders, medewerkers en andere betrokken
partijen.
Hieronder licht ik eerst de acties toe die ik heb ingezet om meer voortgang en versnelling
te realiseren. Vervolgens informeer ik uw Kamer over de actuele stand van zaken, de
clustering van locaties en het verzoek om de Wet beschikbaarheid goederen en bestuursdwang
in te zetten.
1. Ingezette acties
De afgelopen periode hebben het Ministerie van VWS, de Nederlandse Zorgautoriteit
(NZa), de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), zorgverzekeraars, zorgkantoren,
het bestuur van VEC en de cliëntenraad intensief overleg gevoerd over de continuïteit
van zorg voor de kinderen van VEC.
Op 6 juni jl. heb ik zelf, in aanvulling op het periodieke overleg tussen betrokken
partijen, telefonisch gesproken met de cliëntenraad om hun zorgen rechtstreeks te
horen. De signalen die zij afgeven over de voortgang van het proces en de voorgenomen
clustering neem ik zeer serieus.
Daarnaast heb ik VEC en B. Braun gistermiddag op het ministerie gesproken. Tijdens
dit gesprek heeft VEC mij geïnformeerd over de laatste stand van zaken rond de zorgbemiddeling,
personele inzet en de voorgenomen clustering van locaties. Ik heb mijn ongenoegen
geuit over het feit dat VEC zich onvoldoende houdt aan eerdere toezeggingen om locaties
niet te sluiten voordat voor alle cliënten een passende oplossing is gevonden. Daarnaast
heb ik benadrukt dat snelheid in het proces niet ten koste mag gaan van de zorgvuldigheid
van besluitvorming en communicatie richting cliënten en hun ouders. Ook heb ik aangegeven
dat het van belang is dat ouders, verzorgers en de cliëntenraad op passende wijze
worden betrokken bij besluiten over vervolgzorg en de voorgenomen clustering van locaties.
Om de voortgang van de zorgbemiddeling te versnellen en het vertrouwen in het proces
te verbeteren, heeft VEC ingestemd met mijn aankondiging om een onafhankelijk intermediair
aan te stellen. De opdracht van deze intermediair is drieledig: (1) het bevorderen
van een constructieve samenwerking tussen VEC en de cliëntenraad vanuit een onafhankelijke
positie, (2) het realiseren van meer voortgang en versnelling in het proces van Project
Herberg en (3) het borgen van een zorgvuldige afstemming en communicatie met ouders
en andere direct betrokkenen. Deze inzet is nadrukkelijk niet bedoeld om verantwoordelijkheden
van partijen over te nemen. De zorgplicht van VEC, zorgverzekeraars en zorgkantoren
blijft onverminderd van kracht. De intermediair kan daarbij rekenen op de volledige
steun en medewerking van VEC, zorgverzekeraars en zorgkantoren, NZa, IGJ, het Ministerie
van VWS en de cliëntenraad.
Daarnaast is afgesproken dat de intermediair beoordeelt of de voorgestelde alternatieve
zorg in het licht van clustering van locaties voor de betreffende ouders en cliënten
passend is en of het proces daartoe zorgvuldig doorlopen wordt. Alleen wanneer blijkt
dat passende vervolgzorg beschikbaar is, kan de voorgenomen clustering doorgang vinden.
Indien dit niet het geval is, heeft VEC toegezegd de datum van 1 juli los te laten.
In alle gevallen moet vanzelfsprekend de kwaliteit en veiligheid van zorg geborgd
zijn.
Verder heb ik, samen met de NZa, richting zorgverzekeraars benadrukt dat zij vanuit
hun zorgplicht verantwoordelijk zijn voor voldoende passend alternatief aanbod voor
cliënten van VEC en dat zij zich actief moeten inzetten om dit aanbod waar nodig te
realiseren. Van zorgverzekeraars en zorgkantoren verwacht ik dat zij daarbij nauw
samenwerken met de onafhankelijke intermediair, zodat de gezamenlijke inspanningen
gericht blijven op het tijdig realiseren van passende vervolgzorg voor alle cliënten.
Zorgkantoren en zorgverzekeraars zijn daarnaast met bestaande contractpartners in
gesprek over de mogelijkheden om het beschikbare aanbod uit te breiden. Initiatieven
die hieruit voortkomen zullen naar verwachting niet op korte termijn operationeel
zijn. Daarbij speelt de schaarste aan gespecialiseerd personeel een belangrijke rol.
Tot slot heb ik contact gehad met de IGJ over het toezicht op de kwaliteit en continuïteit
van zorg, evenals over het proces rondom de voorgenomen clustering van locaties. De
IGJ blijft hierop onverminderd toezien. Daarbij heeft de IGJ in haar toezicht ook
aandacht voor de zorgvuldigheid waarmee een eventueel alternatief zorgaanbod, waaronder
clustering van locaties, tot stand komt. Van belang is dat relevante betrokkenen,
waaronder ouders en verzorgers, tijdig worden betrokken en gehoord bij de afwegingen
die worden gemaakt over passend vervolgaanbod voor cliënten.
2. Actuele stand van zaken
Zorgbemiddeling / Project Herberg
Per 5 juni jl. zijn voor 45 cliënten vervolgplekken gevonden waarvoor ouders toestemming
hebben gegeven. In mijn vorige brief van 11 mei jl. betrof dit 38 cliënten. Van deze
45 cliënten zijn inmiddels 26 cliënten uit zorg bij VEC. Voor 19 cliënten geldt dat
de overgang naar een andere zorgaanbieder op een later moment zal plaatsvinden tussen
nu en 1 september aanstaande. Dat betekent dat er nog voor 35 cliënten een alternatieve
plek gevonden moet worden.
Naast zorgbemiddeling via Project Herberg hebben zorgverzekeraars en zorgkantoren
geregeld contact met ouders om vinger aan de pols te houden en hen te ondersteunen
bij het vinden van passende vervolgzorg.
Personeel
Zoals eerder aan uw Kamer gemeld, heeft VEC aangegeven de bestaande vaststellingsovereenkomsten
met medewerkers te verlengen. Van de in totaal 73 medewerkers (45 fte) hebben 41 medewerkers
(23 fte) aangegeven hiervan gebruik te willen maken en tot en met 30 september dan
wel 31 december 2026 in dienst te willen blijven. Welke einddatum wordt gehanteerd,
is afhankelijk van de wensen van medewerkers en de benodigde inzet op de locaties.
Tegelijkertijd heeft een deel van de medewerkers ervoor gekozen om, mede gezien de
aangekondigde beëindiging van zorgverlening op een aantal locaties, elders een dienstverband
te aanvaarden. VEC heeft aangegeven eventuele personele tekorten waar nodig op te
vangen met de inzet van tijdelijk personeel. Daarbij blijft VEC verantwoordelijk voor
een zorgvuldige overdracht van werkzaamheden en voor het borgen van de continuïteit,
veiligheid en kwaliteit van zorg voor cliënten.
De IGJ houdt toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de geboden zorg en blijft
de ontwikkelingen rondom de personele bezetting en de continuïteit van zorg nauwlettend
volgen.
Overname
Partijen die interesse hebben getoond in een mogelijke overname hebben aanvullende
tijd gekregen om met een financieel onderbouwd plan te komen. De termijn hiervoor
liep af op 10 juni. Zorgverzekeraars en zorgkantoren zullen nu de tijd nemen om het
plan te beoordelen en informeren mij uiterlijk 17 juniover de uitkomsten.
Op dit moment is er contact met één potentiële overnamekandidaat. Deze kandidaat heeft
nog geen concreet overnameplan ingediend, waardoor het op dit moment niet mogelijk
is voor zorgverzekeraars en zorgkantoren om een voorstel inhoudelijk en financieel
te beoordelen. Het is van belang dat op korte termijn duidelijkheid ontstaat over
de haalbaarheid van een eventuele overname. Langdurige onzekerheid hierover is niet
in het belang van cliënten, ouders en medewerkers en kan afleiden van de inspanningen
die nodig zijn om voor alle cliënten tijdig passende vervolgzorg te organiseren. Daarom
verwacht ik van betrokken partijen dat zij uiterlijk binnen de gestelde termijn duidelijkheid
verschaffen over de haalbaarheid van een overname en dat deze termijn niet opnieuw
wordt verlengd. Indien een duurzame overname niet haalbaar blijkt, dient de volledige
inzet gericht te zijn op het realiseren van passende vervolgzorg voor alle cliënten.
3. Voorgenomen clustering van locaties
Er is op dit moment terecht veel aandacht voor de voorgenomen clustering van locaties
door VEC. VEC heeft eerder de toezegging gedaan niet te sluiten voordat er voor alle
kinderen een passende oplossing is gevonden. In mijn brief van 20 mei jl. heb ik aangegeven
dat VEC onderzocht of locaties anders georganiseerd of geclusterd moeten worden wanneer
de personele bezetting en/of cliëntenaantallen daar aanleiding toe geven. Ik heb daarbij
aangegeven dat dergelijke keuzes zorgvuldig moeten worden voorbereid, passend moeten
zijn voor cliënten, ouders/verzorgers en personeel, en dat de continuïteit en kwaliteit
van zorg voor cliënten voorop moeten blijven staan.
Het huidige voornemen tot clustering betreft het per 1 juli verplaatsen van in totaal
elf cliënten van de locaties Waalre en Vleuten naar Rijswijk en Wezep. VEC geeft aan
op 15 mei de cliëntenraad, de Raad van Commissarissen en medewerkers geïnformeerd
te hebben over de mogelijkheid van clustering van zorg. Vervolgens heeft VEC op 22 mei
een adviesaanvraag hierover ingediend bij zowel de cliëntenraad als de Raad van Commissarissen.
Op 22 mei zijn volgens VEC ook alle ouders middels een tweewekelijkse nieuwsbrief
geïnformeerd over de mogelijkheid van het samenbrengen van kinderen op één of twee
villa’s in plaats van vier. Op 5 juni jl. hebben volgens VEC betreffende ouders van
de villa’s Waalre en Vleuten hierover algemene informatie ontvangen met een uitnodiging
voor een gesprek met VEC en het zorgteam van de betreffende villa. In het gesprek
gaf VEC aan dat vertegenwoordigers van VEC inmiddels met negen ouders van cliënten
binnen de scope van de voorgenomen clustering hebben gesproken. Deze gesprekken zijn
volgens VEC constructief verlopen. Daarbij zijn zorgen en aandachtspunten van ouders
besproken, waaronder vragen over financiering, contacten met zorgverzekeraars en vervoer.
Tegelijkertijd constateer ik dat er, zowel bij mij als bij betrokkenen, nog aanzienlijke
zorgen bestaan over de zorgvuldigheid van het doorlopen proces en de mate waarin ouders
tijdig en voldoende zijn meegenomen in de besluitvorming rondom clustering. Daarom
is afgesproken dat de onafhankelijke intermediair beoordeelt of de voorgestelde alternatieve
zorg voor de betreffende cliënten passend is en of het proces daartoe zorgvuldig doorlopen
wordt. Van belang is dat deze beoordeling zo snel mogelijk start. Dit omdat de personele
bezetting op de betreffende locaties richting 1 juli afneemt. Om de kwaliteit en veiligheid
van zorg te kunnen blijven waarborgen, is voldoende beschikbaar en gekwalificeerd
personeel essentieel.
4. Wet beschikbaarheid goederen en bestuursdwang
Op verzoek van het lid Dobbe merk ik op dat de Wet beschikbaarheid goederen niet van
toepassing is op de situatie rondom VEC. Deze wet ziet op het beschikbaar houden van
goederen in buitengewone omstandigheden, zoals nationale crisis- of oorlogssituaties,
en biedt geen grondslag om de levering van zorg door een specifieke zorgaanbieder
af te dwingen. Bovendien ziet de wet op goederen, terwijl het in deze situatie gaat
om zorgverlening als dienst. Voor de borging van de continuïteit van zorg zijn primair
de zorgplicht van zorgverzekeraars en de verantwoordelijkheden van zorgaanbieders
zelf relevant.
Met betrekking tot bestuursdwang geeft de IGJ aan dat geen van haar bevoegdheden of
interventiemogelijkheden passende zorg voor de cliënten kan afdwingen. De IGJ houdt
doorlopend toezicht op VEC en heeft aangegeven, indien daar aanleiding toe bestaat,
handhavend op te treden.
Ik blijf de ontwikkelingen op de voet volgen en mij binnen mijn mogelijkheden inzetten
tot voor alle kinderen een passende oplossing is gerealiseerd.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport