Brief regering : Kabinetsreactie aanbevelingen CEDAW (Convention on the Elimination of Discrimination against Women, oftewel het VN-Vrouwenverdrag)
30 420 Emancipatiebeleid
Nr. 448
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 juni 2026
De vrijheid en gelijkwaardigheid van vrouwen is een kernwaarde van onze samenleving.
Dit kabinet wil dat iedereen, ongeacht gender, in veiligheid de ruimte en kansen krijgt
om eigen keuzes te maken en volwaardig mee te doen – thuis, op school, op het werk
en elders in onze samenleving. Nederland heeft een lange traditie op dit gebied: van
de relatief vroege invoering van het vrouwenkiesrecht tot het stimuleren van de keuzevrijheid
en financiële onafhankelijkheid van vrouwen. Ook vandaag zijn er gebieden waarop het
steeds beter gaat, zoals de gestage toename van het aantal vrouwen aan de top en de
verbeterde aanpak tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.1,
2
Als Staatssecretaris voor Onderwijs en Emancipatie zet ik mij met energie in voor
de positie en rechten van vrouwen, zowel in Nederland als daarbuiten. Het is een verantwoordelijkheid
die ik met overtuiging draag, juist omdat er nog veel werk aan de winkel is als het
gaat om het realiseren en beschermen van de veiligheid, gezondheid en vrijheid van
vrouwen. Maar ik draag die verantwoordelijkheid niet alleen. Het is een opdracht aan
ons allen om voortdurend aandacht te besteden aan wat beter kan én beter moet.
In het licht van die opdracht is de Constructive Dialogue van het Comité voor het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie
tegen vrouwen (in het Engels CEDAW: Convention on the Elimination of Discrimination against Women, oftewel het VN-Vrouwenverdrag) van grote waarde.3 Internationale afspraken zoals het VN-Vrouwenverdrag vormen een essentieel fundament
onder de bevordering en bescherming van de vrijheid, veiligheid en rechten van vrouwen
wereldwijd. Op 6 februari 2026 gingen vertegenwoordigers uit alle vier landen van
het Koninkrijk der Nederlanden in gesprek met het CEDAW-Comité over de naleving van
het VN-Vrouwenverdrag. Deze brede vertegenwoordiging onderstreept de toewijding van
ons Koninkrijk aan het verdrag.
Na de Constructive Dialogue heeft het Comité in haar aanbevelingen – de zogeheten Concluding Observations – de balans opgemaakt over de implementatie van het VN-Vrouwenverdrag in Curaçao,
Aruba, Sint Maarten en Nederland. Op 23 maart heb ik de aanbevelingen van het CEDAW-Comité
met uw Kamer gedeeld. Met het oog op het wetgevingsoverleg Emancipatie op 25 juni
aanstaande, zend ik u mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister
van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de Minister van Justitie en
Veiligheid, de Minister van Asiel en Migratie, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport, de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, de Minister van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister
van Werk en Participatie en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de kabinetsreactie
op de aanbevelingen voor Nederland, waar uw Kamer om verzocht. Deze bestaat uit een
Nederlandse vertaling van de aanbevelingen (bijlage 1) en een overzicht waarin per
aanbeveling wordt aangegeven welke maatregelen en beleidsplannen van het kabinet hierbij
aansluiten (bijlage 2). In de Emancipatienota die ik in september met u deel, vullen
we deze verder aan. Het CEDAW-Comité heeft verzocht binnen twee jaar een tussenrapportage
te ontvangen over de opvolgingen van zijn aanbevelingen. Deze rapportage zal te zijner
tijd met uw Kamer gedeeld worden.
Het Comité identificeert in haar aanbevelingen zowel geboekte vooruitgang als verbeterpunten
ten aanzien van de implementatie en naleving van het VN-Vrouwenverdrag in Nederland.
Vooruitgang ziet het Comité in de Topvrouwenwet, de introductie van gelijke behandelingswetgeving
in Caribisch Nederland en de aanpassing van Artikel 1 van de Grondwet die nu ook aan
seksuele gerichtheid refereert. Ook is er waardering voor beleidsinitiatieven zoals
het actieplan Stop Femicide!, het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel en grensoverschrijdend
gedrag en seksueel geweld en het Nationaal Actieplan over vrouwen, vrede en veiligheid.4
,
5
,
6
,
7
,
8
,
9
Tegelijkertijd wijst het Comité op punten waar verdere versterking noodzakelijk is,
met betrekking tot de veiligheid, gezondheid en vrijheid van vrouwen. Op het gebied
van veiligheid en geweld tegen vrouwen dringt het Comité aan op een genderresponsief
wetgevingskader, verdergaande coördinatie van strategieën en maatregelen en de versterking
van de capaciteit van de wetshandhaving, waarbij het Verdrag van Istanbul10 leidend moet zijn. Daarnaast vraagt het Comité aandacht voor de noodzaak van het
tegengaan van grote verschillen in opleidingskeuzes tussen jongens en meiden in het
onderwijs. CEDAW pleit verder voor een gendersensitieve en -specifieke benadering
in de gezondheidszorg en in medisch onderzoek. Met betrekking tot (economische) vrijheid,
roept het Comité onder andere op tot het dichten van de hardnekkige loonkloof en het
uitbannen van grote verschillen tussen vrouwen in beroepskeuze op de arbeidsmarkt,
het verder tegengaan van zwangerschapsdiscriminatie en de economische zelfstandigheid
van vrouwen te vergroten door de herverdeling van onbetaalde zorgtaken en de toegankelijkheid
van kinderopvang te verbeteren. Tot slot roept het Comité op tot het mainstreamen
van een (intersectionele) gendersensitieve benadering voor al het overheidsbeleid.
Dit vraagt om effectieve centrale coördinatie van het emancipatiebeleid en bruikbare,
representatieve data op alle relevante terreinen.
De aanbevelingen van het CEDAW-Comité zijn een belangrijke aansporing bij de verdere
ontwikkeling van het emancipatiebeleid. Ze helpen ons om verbeterpunten in wetgeving
en beleid te prioriteren en effectief op te pakken. Het coalitieakkoord toont de ambitie
waarmee dit kabinet dat doet, op het gebied van veiligheid, gezondheid en vrijheid.11
Voor het verbeteren van de veiligheid van vrouwen heeft het kabinet een brede aanpak
van huiselijk en gendergerelateerd geweld, waaronder maatregelen tegen femicide, online
vrouwenhaat en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het Nationaal Actieplan Stop Geweld
tegen Vrouwen wordt uitgevoerd onder regie van een Nationaal Coördinator. Daarnaast
investeert dit kabinet in de politieaanpak van (online) seksueel misbruik en verdere
professionalisering van de keten. Tevens wordt de bescherming tegen discriminatie
verbeterd door wettelijke verankering van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie
en Racisme (NCDR), landelijke antidiscriminatievoorzieningen en stevigere handhaving.
Ook in het onderwijs en de digitale omgeving worden maatregelen genomen om sociale
veiligheid te vergroten, pesten en intimidatie tegen te gaan en vrouwen beter te beschermen
tegen deepfakes en schadelijke algoritmes.
In de zorg wordt gewerkt aan vrouwsensitieve en -specifieke zorg en het verkleinen
van gezondheidsverschillen. Voor kwetsbare groepen, waaronder vrouwen in de opvang
en vrouwelijke statushouders, worden aanvullende beschermings- en participatiemaatregelen
getroffen.
Met betrekking tot vrijheid en economische zelfstandigheid, zet het kabinet in op
het vergroten van de economische en maatschappelijke zelfstandigheid van vrouwen,
onder meer via de Wet loontransparantie, stimulering van vrouwelijk ondernemerschap
en betere mogelijkheden om werk en zorg te combineren. Hiervoor vereenvoudigen we
het verlofstelsel, en maken we kinderopvang bijna gratis voor werkende ouders.
Tot slot komen we internationaal actief op voor de bescherming van vrouwenrechten
en gendergelijkheid en investeren we hierin via ontwikkelingssamenwerking en mensenrechtenbeleid.
Met deze inzet geeft het kabinet – in samenwerking met het maatschappelijk middenveld
en andere relevante partners – opvolging aan de aanbevelingen van het CEDAW-Comité.
Dit is niet alleen belangrijk voor alle vrouwen in Nederland, maar ook essentieel
om een effectief buitenlandbeleid te kunnen voeren voor vrouwen wereldwijd. Nederland
kan andere landen met andere landen in gesprek over het beter beschermen, bevorderen
en naleven van internationale afspraken wanneer het dat zelf ook zichtbaar en consequent
doet.
In lijn met de nog immer actuele les van Simone de Beauvoir dat de rechten van vrouwen
nooit vanzelfsprekend zijn, blijft dit kabinet zich in Nederland, Europa en daarbuiten
onverminderd inzetten voor de vrijheid en gelijkwaardigheid van vrouwen. Onze Grondwet
én Europese en internationale verplichtingen zoals het VN-Vrouwenverdrag vormen samen
de fundamentele basis voor deze inzet.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap