Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 945 IV Jaarverslag en slotwet Koninkrijksrelaties en het BES-fonds 2025
Nr. 8
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 10 juni 2026
De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties, belast met het voorbereidend onderzoek
van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst
van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 27 mei 2026 voorgelegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties. Bij brief van 9 juni 2026 zijn ze door de Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De voorzitter van de commissie, Biekman
De griffier van de commissie, Hessing-Puts
Vragen en antwoorden
Vraag 1:
Wanneer is de verwachting dat het contract voor de nieuwe gevangenis op Sint Maarten
alsnog getekend zal worden? (blz: 4)
Antwoord:
In november 2024 hebben het United Nations Office for Project Services (UNOPS), het
Ministerie van Justitie van Sint Maarten en het Ministerie van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties van Nederland (BZK) een overeenkomst getekend voor de bouw
van een nieuwe gevangenis op Sint Maarten. Ter aanvulling op deze overeenkomst is
voor de transitiefase naar de nieuwe gevangenis in februari 2026 een aanvullende overeenkomst
getekend tussen de United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC), Sint Maarten
en BZK.
Vraag 2:
Welke gevolgen heeft de vertraging voor de planning van de nieuwe gevangenis op Sint
Maarten? (blz: 4)
Antwoord:
United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) is op basis van een eerdere bijdrage
vanuit Sint Maarten in 2025 al gestart met haar meerjarige programma. Doordat UNODC
al een start heeft gemaakt met haar programma heeft de vertraging van de ondertekening
met alle drie de partijen geen gevolgen voor de planning van de bouw van de nieuwe
gevangenis op Sint Maarten
Vraag 3:
Wat gebeurt er met de € 3 miljoen die in 2025 niet tot uitputting is gekomen? (blz:
4)
Antwoord:
Aanvankelijk was voorzien dat de opdracht aan United Nations Office on Drugs and Crime
(UNODC) in 2025 getekend zou worden. Hiertoe was voorzien in de verplichtingenruimte.
Echter is de overeenkomst begin 2026 getekend en daarmee de verplichting ook in 2026
ingesteld. De onderuitputting betreft dus alleen het verplichtingenbudget in 2025,
dit heeft geen invloed op het kasbudget voor de opdracht aan UNODC dat verdeeld is
over de jaren 2026 – 2029.
Vraag 4:
Waarom is het pand van de Vertegenwoordiging op Curaçao uiteindelijk niet aangekocht?
(blz: 4)
Antwoord:
De partijen zijn het onderling niet eens geworden over de koopsom en daartoe is de
Vertegenwoordiging niet overgegaan tot aankoop van het pand.
Vraag 5:
Wat gebeurt er met de gereserveerde € 2,3 miljoen voor de aankoop van het pand op
Curaçao? (blz: 4)
Antwoord:
De middelen die niet zijn besteed in 2025 zijn eind 2025 teruggevloeid naar het generale
beeld.
Vraag 6:
Hoeveel ondernemers hebben zich tot nu toe aangemeld voor de borgstellingsregeling?
(blz: 4)
Antwoord:
Aanvragen om gebruik te maken van de borgstelling lopen via geaccrediteerde financiers
naar RVO. Er zijn op dit moment zeven borgstellingen verstrekt op basis van de BMKB-ACS
regeling.
Vraag 7:
Hoe hoog was de oorspronkelijke lening aanvraag van Curaçao en welke investeringen
zouden met deze lening worden gefinancierd? (blz: 4)
Antwoord:
De oorspronkelijk aangevraagde lening van Curaçao was XCG 147,7 mln. (circa € 70 mln.).
Op 23 juli 2025 adviseerde het Cft dat Curaçao op grond van artikel 16 van de Rft
kon overgaan tot het aantrekken van de, conform de Begroting 2025 van Curaçao, voorgenomen
lening via de lopende inschrijving, ter waarde van XCG 115,7 mln. (circa € 55 mln.).
De overige XCG 32 mln. (circa € 15 mln.) was niet opgenomen in de Begroting 2025 van
Curaçao, waardoor een begrotingswijziging nodig was voordat ook dit bedrag beschikbaar
kon worden gesteld door Nederland. Dit is niet tijdig gebeurd.
Curaçao voorzag investeringen in onder andere de verbouwing van het Stadhuis, de nieuwbouw
van een crisiscentrum, een digitaliseringstraject, onderhoud van de wegeninfrastructuur
en de aanschaf van materialen t.b.v. scholen.
Vraag 8:
Waarom zijn geraamde personele uitgaven niet gerealiseerd in 2025? (blz: 4)
Antwoord:
De niet gerealiseerde uitgaven hebben te maken met diverse oorzaken bij de verschillende
onderdelen zoals onder andere meevallers bij salariskosten van lokaal personeel, uitgezonden
personeel en restitutie van pensioenpremies.
Vraag 9:
Welke gevolgen heeft de onderuitputting binnen het BES-fonds voor Bonaire, Sint Eustatius
en Saba? Wat gebeurt er met de onderuitputting? (blz: 4)
Antwoord:
Alle bedragen die verschuldigd waren aan de Openbare Lichamen zijn in 2025 verstrekt.
De bedragen die worden verstrekt aan de Openbare Lichamen worden verstrekt in Amerikaanse
dollars. Het BES-fonds (H64)is opgesteld in euro’s. Gedurende het jaar wordt er gerekend
met een vaste omrekenkoers tussen USD en EUR. Over 2025 was er sprake van een positieve
koersontwikkeling ten opzichte van de vaste omrekenkoers. Met het Ministerie van Financiën
bestaat de afspraak dat zij de koerseffecten dragen. Dit houdt in dat wanneer er een
positief koerseffect is dat dit terugvloeit naar het generale beeld. Wanneer er sprake
is van een negatieve koersontwikkeling zal het Ministerie van Financiën dit tekort
dekken.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.N. Biekman, voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties -
Mede ondertekenaar
A.E.A.J. Hessing-Puts, griffier