Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden over het Jaarverslag Koninkrijksrelaties en het BES-fonds 2025 (Kamerstuk 36945-IV-1)
36 945 IV Jaarverslag en slotwet Koninkrijksrelaties en het BES-fonds 2025
Nr. 5
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties heeft een aantal vragen voorgelegd aan
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de brief van 20 mei
2026 inzake het Jaarverslag Koninkrijksrelaties en het BES-fonds 2025 (Kamerstuk 36 945 IV, nr. 1).
De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 9 juni 2026. Vragen en antwoorden
zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Biekman
De griffier van de commissie, Hessing-Puts
Vraag 1:
Welke concrete maatregelen heeft het kabinet genomen om de economische zelfstandigheid
van Caribisch Nederland te vergroten?
Antwoord:
Vanuit de gezamenlijke economische agenda van Ministeries BZK en EZK werkt het kabinet
samen met de eilanden aan economische zelfstandigheid van Caribisch Nederland. Dit
vindt plaats via vijf lijnen, namelijk:
− Bancaire dienstverlening, toegang tot financiering en bevorderen ondernemingsklimaat;
− Connectiviteit en infrastructuren;
− Transportkosten en regeldruk;
− Functioneren arbeidsmarkt: tewerkstellingsvergunningen en aansluiting onderwijs en
arbeidsmarkt
− Digitalisering en beschikbaarheid van data voor beleid en uitvoering.
Concrete maatregelen naar aanleiding van deze agenda betreffen onder meer het laten
vervallen van een vestigingsvereiste voor bancaire dienstverlening bovenwinds (met
als gevolg het verkennen van de ING om bovenwinds dienst te leveren), het plaatsen
van bankautomaten bovenwinds en het aanbieden van het wetsvoorstel publieke dienstverlening
luchtvaart aan de Tweede Kamer. Daarnaast gaat het ook om investeringen voor de operationele
kosten ferry verbinding bovenwindse eilanden, investeringen voor de infrastructuur
(wegen) op Bonaire en de bouw van een nieuwe zeehaven op Saba.
Vraag 2:
Welke concrete maatregelen heeft het kabinet genomen om materiële armoede in Caribisch
Nederland terug te dringen?
Antwoord:
Op 3 juli 2025 is uw Kamer met de voortgangsbrief Bestaanszekerheid Caribisch Nederland
(Kamerstuk 36 600 IV, nr. 72) geïnformeerd over de verschillende concrete maatregelen die het kabinet heeft genomen
in 2025 (en voorgaande jaren). Het gaat onder meer om substantiële verhoging van het
wettelijk minimumloon en de hieraan gekoppelde uitkeringen (zoals de onderstand en
de Algemene Ouderdomsvoorziening (AOV) en het verlagen van de kosten van levensonderhoud,
in het bijzonder van nutsvoorzieningen. Voor de verschillende specifieke maatregelen,
verwijs ik u naar voornoemde brief.
Vraag 3:
Hoeveel is in 2025 daadwerkelijk uitgegeven aan voedselzekerheid op de zes Caribische
eilanden?
Antwoord:
In 2025 is ruim € 5 mln. van het budget geschoven naar latere jaren. Dit omdat een
kwartiermaker is aangesteld om de lijnen uit te zetten voor de besteding van de gelden
en het feit dat de publieke pijler in 2026 gaat lopen. De uitgaven die gedaan zijn
in 2025 betreffen met name operationele kosten ter voorbereiding op het fonds.
Vraag 4:
Welke concrete projecten worden gefinancierd vanuit de € 6 miljoen voor voedselzekerheid?
Antwoord:
De publieke pijler bestaat uit directe subsidies en bijdragen aan lokale overheden,
gericht op het ondersteunen van (beleids)initiatieven op het gebied van voedselzekerheid.
Uitgangspunt hierbij is dat de middelen effectief worden ingezet ten gunste van de
initiatieven voor het versterken van het voedselsysteem, waaronder lokale voedselproductie.
Voorbeelden hiervan zijn de aankoop voor landbouwgrond of materieel, of een investering
in watermanagement ten behoeve van landbouw. Welke projecten er precies gefinancierd
worden vanuit de publieke pijler, is afhankelijk van de aanvragen van de eilanden.
Tot op heden heeft alleen Sint Eustatius aanspraak gedaan op de publieke pijler voor
het verbeteren van het watermanagement. Het budget is bestemd voor (deel)activiteiten
voortkomend uit het door het Openbaar Lichaam Sint Eustatius (OLE) opgestelde «Strategic
Action plan for Sustainable Agriculture (SAPSA), waarbij de activiteiten zich richten
op de in het plan gestelde doelstelling «infrastructure improved». Concreet houdt
dit in dat de projecten bijdragen aan het verbeteren van de voedselproductie of het
creëren van een betere infrastructuur teneinde de voedselproductie te stimuleren dan
wel voedsel langer en beter te bewaren. In het kader van het SAPSA is er een nieuwe
«Sint Eustatius Water Management Action Plan for Agriculture» opgesteld. Het eiland
heeft door de geschiedenis heen te maken gehad met langdurige droogte, een probleem
dat wordt verergerd door het ontbreken van een natuurlijke zoetwaterbron. De doelstellingen
van dit waterbeheerplan voor de landbouw op Sint Eustatius zijn daarom:
• zorgen voor een duurzame en consistente watertoevoer voor de landbouw gedurende het
hele jaar;
• verbeteren van de efficiëntie van irrigatie en watergebruik;
• vergroten van de veerkracht tegen droogte en klimaatvariabiliteit.
Vraag 5:
Waarom gelden de Europese regels voor strategische voorraden niet voor Bonaire, Sint
Eustatius en Saba?
Antwoord:
Zoals beschreven in het rapport van de Algemene Rekenkamer gelden de Europese Unie
(EU)-verplichtingen om strategische voorraden aan te leggen niet in Caribisch Nederland.
Dit komt omdat Bonaire, Sint Eustatius en Saba de «landen en gebieden overzee (LGO)-status»
hebben. Daarop is niet de gehele EU-wetgeving van toepassing. Ik neem de aanbevelingen
van de Algemene Rekenkamer over strategische voorraden serieus en het kabinet gaat
dan ook aan de slag met invulling geven hieraan.
Vraag 6:
Wanneer wordt de nieuwe haven op Saba opgeleverd?
Antwoord:
Aanvankelijk was de oplevering voorzien eind 2026. Echter is er enige vertraging opgelopen
en zal de zeehaven medio 2027 worden opgeleverd.
Vraag 7:
Welke concrete stappen heeft het kabinet gezet tegen lerarentekorten in Caribisch
Nederland en welke gaat het nog zetten?
Antwoord:
Het lerarentekort is een urgent en aanhoudend probleem binnen het gehele Koninkrijk
der Nederlanden, maar manifesteert zich in het bijzonder schrijnend op Caribisch Nederland.
De eilanden worden geconfronteerd met unieke uitdagingen die het aantrekken en behouden
van gekwalificeerde leraren bemoeilijken.
Op de eilanden zelf zijn weinig of geen volledige lerarenopleidingen beschikbaar.
Dit betekent dat toekomstige leraren moeten studeren in Europees Nederland of elders
in het Caribisch gebied, wat voor veel studenten een financiële en logistieke drempel
vormt. Vanuit het Ministerie van OCW zijn of worden de volgende stappen gezet:
− In 2022 is het Memorandum van Overeenstemming ondertekend door de USM, Universiteit
van de Maagdeneilanden en OCW. Dit is een subsidie voor veertien onderwijsassistenten,
uit Saba en Sint-Eustatius, die de opleiding tot leraar willen volgen. Dit wordt hybride
aangeboden.
− Sinds 2006 biedt de Universiteit van Curaçao (UoC) de Blended Leraren Opleiding Funderend
Onderwijs (LOFO) aan op Bonaire. Sinds 2012 wordt LOFO op Bonaire gesubsidieerd door
OCW. OCW heeft voor het bekostigen van de lerarenopleiding, die niet onder de Wet
op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) valt, een uitzondering
gemaakt vanwege het maatschappelijke belang het lerarentekort op de (ei)landen aan
te pakken.
− OCW is momenteel in gesprek met de universiteit van Curaçao over het regionaal aanbieden
van tweedegraads lerarenopleidingen voor de talen Engels, Nederlands en Papiamentu
Andere concrete stappen die zijn of worden gezet om het lerarentekort aan te pakken
zijn onder andere:
− Inzet van onderwijsondersteunend personeel, zodat er meer handen in de klas beschikbaar
zijn
− Schoolbesturen kunnen voor onderwijsondersteunend personeel de Subsidieregeling onderwijspersoneel opleiding tot leraar aanvragen, zodat meer mensen tot leraar opgeleid kunnen worden
− Daar waar mogelijk wordt zoveel mogelijk maatwerk toegepast; bij maatregelen die voor
Europees Nederland worden getroffen wordt gekeken in hoeverre Bonaire, Saba en Sint
Eustatius kunnen worden meegenomen dan wel of er alternatieven moeten worden gerealiseerd.
Vraag 8:
Welke maatregelen heeft het kabinet genomen tegen kinderarmoede in Caribisch Nederland?
(blz: ..)
Antwoord:
Het kabinet heeft de volgende maatregelen genomen tegen kinderarmoede in Caribisch
Nederland:
− De dubbele kinderbijslag intensieve zorg (DKIZ) zorgt ervoor dat ouders van kinderen
met een intensieve zorgbehoefte extra financiële ondersteuning ontvangen.
− De kinderbijslag is per 1 januari 2024 substantieel verhoogd met circa USD 90 per
kind per maand. Uit de verkenning over de haalbaarheid van de inkomensafhankelijke
kindregeling is gebleken dat een gerichtere tegemoetkoming aan ouders met kinderen
de komende jaren juridisch en uitvoeringstechnisch niet mogelijk is. Daarom worden
er momenteel andere opties verkend.
− Daarnaast heeft het kabinet in 2025 en 2026 € 500.000 en voor 2027 € 1 mln. extra
gereserveerd (vanuit de SZW-begroting) voor lokale initiatieven om kinderarmoede tegen
te gaan. Met deze middelen kunnen kinderen uit gezinnen met een laag inkomen bijvoorbeeld
meedoen aan sport, cultuur, op school en sociaal. Aanvullend op deze middelen heeft
het kabinet € 1 mln. beschikbaar gesteld voor het opzetten van een structurele aanpak
voor financiële educatie.
− Tenslotte is per 1 januari 2026 de Wet kinderopvang BES in werking getreden. Deze
wet draagt bij aan de ontwikkeling van kinderen, betaalbare kinderopvang en maakt
het voor ouders gemakkelijker om te werken.
Vraag 9:
Hoeveel bijzondere uitkeringen zijn er per eiland verstrekt in 2021 en 2025?
Antwoord:
Sinds 2025 wordt de Tweede Kamer via het integraal overzicht Financiën BES geïnformeerd
over de financiën van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Onderdeel van dit overzicht
is de verstrekking van bijzondere uitkeringen aan de eilanden. In 2021 bedroeg het
totaal aantal verstrekte bijzondere uitkeringen 49, in 2024 was het aantal 73. De
aantallen over 2025 zijn nog niet bekend. Deze cijfers worden in het volgende integraal
overzicht financiën BES verwerkt en in september met uw Kamer gedeeld.
Vraag 10:
Welke structurele taken worden via tijdelijke bijzondere uitkeringen gefinancierd?
Antwoord:
Hoewel ik niet beschik over deze informatie geldt wel het uitgangspunt dat structurele
taken, structureel worden gefinancierd. Dit is ook één van de punten waarop nieuwe
bijzondere uitkeringen worden getoetst door de toetsingscommissie bijzondere uitkeringen.
Indien sturing is vereist of als er verantwoordingsinformatie nodig is kan een bijzondere
uitkering het juiste financieringsinstrument zijn. Zoals aangegeven in de bestuurlijke
reactie op het vervolgonderzoek van de Algemene Rekenkamer naar bijzondere uitkeringen,
zal ik de komende jaren stappen blijven zetten om het inzicht in de verstrekking van
bijzondere uitkeringen te vergroten.
Vraag 11:
Waarom laat Bonaire sinds 2025 opnieuw een teruglopende ontwikkeling zien in het financieel
beheer?
Antwoord:
De positieve ontwikkelingen van voor 2025, welke hebben geleid tot een goedkeurende
accountantsverklaring voor zowel getrouwheid als rechtmatigheid waren onvoldoende
geborgd in de organisatie. Om het financieel beheer weer op niveau te brengen en deze
beter te borgen heeft Bonaire een borgingsplan financiële processen opgesteld. Dit
borgingsplan heeft al tot een aantal concrete verbeterstappen geleid. De financiële
afdeling is versterkt met een hoofd financiën en meerdere controllers en er wordt
een handboek financiële processen uitgewerkt. Bonaire zet hiermee stappen naar een
duurzame borging van het financieel beheer.
Vraag 12:
Welke maatregelen neemt het kabinet om financieel beheer structureel te verbeteren?
Antwoord:
Het kabinet heeft in voorgaande jaren middelen beschikbaar gesteld aan de eilanden
ter verbetering van het financieel beheer en de borging hiervan in de organisaties.
De openbare lichamen zijn zelf verantwoordelijk voor het financieel beheer en de verbetering
daarvan. Zowel mijn ministerie als het College Financieel toezicht BES monitoren de
ontwikkeling van het financieel beheer. Daarnaast is het waar nodig onderdeel van
de bestuurlijke afspraken.
Vraag 13:
Welke concrete gevolgen heeft het ontbreken van een volledig en betrouwbaar financieel
overzicht voor de controleerbaarheid van de besteding van belastinggeld op de eilanden?
Antwoord:
Alle drie de openbare lichamen beschikken over een goedkeurende accountantsverklaring
voor zowel getrouwheid als rechtmatigheid over 2024. Dit betekent dat de controleerbaarheid
en navolgbaarheid van de besteding van belastinggeld voldoende is geborgd bij Bonaire,
Sint Eustatius en Saba.
Vraag 14:
Welke stappen zijn sinds 2021 concreet gezet om de administratieve lasten rondom bijzondere
uitkeringen voor de eilanden te verminderen en welke resultaten hebben die inspanningen
opgeleverd?
Antwoord:
Naar aanleiding van het onderzoek van de Algemene Rekenkamer in 2021 is een toetsingscommissie
bijzondere uitkeringen ingesteld. Deze commissie toetst de aanvraag, conceptbeschikking
en administratieve verantwoording van nieuwe bijzondere uitkeringen. Een van de doelen
van deze commissie is het bewerkstelligen van een uniforme verstrekking en verantwoording
van bijzondere uitkeringen en daarbij te voorkomen dat structurele kosten met incidenteel
geld worden bekostigd. Deze uniformering draagt bij aan het verlagen van administratieve
lasten.
Vraag 15:
Hoeveel van de bijzondere uitkeringen aan Caribisch Nederland zijn volgens het kabinet
feitelijk incidenteel en hoeveel hebben inmiddels een structureel karakter gekregen?
Antwoord:
Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 10 beschik ik niet over deze informatie.
Wel ben ik voornemens om de komende jaren stappen te blijven zetten om het inzicht
in de verstrekking van bijzondere uitkeringen te vergroten
Vraag 16:
Hoe kan het dat de Tweede Kamer volgens de Algemene Rekenkamer verkeerde cijferreeksen
heeft ontvangen over de financiering van de eilanden?
Antwoord:
Tijdens de uitvoering van het vervolgonderzoek van de Algemene Rekenkamer naar bijzondere
uitkeringen is een fout in het integraal overzicht financiën BES 2025 ontdekt. Per
abuis was een verkeerde cijferreeks opgenomen in het integraal overzicht met betrekking
tot de inkomsten van de eilanden uit bijzondere uitkeringen. De Tweede Kamer is hierover
geïnformeerd op 24 april jl. Hierbij heeft zij ook een bijgewerkt integraal overzicht
ontvangen (2026D20143)
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.N. Biekman, voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties -
Mede ondertekenaar
A.E.A.J. Hessing-Puts, griffier