Brief regering : Kabinetsreactie op mededeling Europese Commissie inzake abortuszorg
32 279 Zorg rond zwangerschap en geboorte
Nr. 292
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 mei 2026
Op 10 april 2024 is het Europees burgerinitiatief «My Voice, My Choice» geregistreerd.
Dit initiatief roept de Europese Commissie (EC) op om EU-lidstaten financieel te steunen
bij abortuszorg voor vrouwen die hier in hun eigen land geen toegang toe hebben.
Het kabinet staat pal voor goede en toegankelijke abortuszorg. Voor vrouwen in Nederland
is dit goed geregeld. Abortuszorg is hier toegankelijk, van hoge kwaliteit, en gratis
voor iedereen die in Nederland woont of werkt. Dat is niet overal het geval. Wereldwijd
hebben veel vrouwen geen toegang tot veilige abortuszorg. Dat kan tot zeer schrijnende
en gevaarlijke situaties leiden. Onveilige abortus is wereldwijd een van de belangrijkste
– voorkombare – oorzaken van moedersterfte. Daarom begrijpt het kabinet de zorgen
van de initiatiefnemers van het burgerinitiatief goed. Het is goed om te zien hoe
hard zij zich hebben ingezet om deze vrouwen te steunen.
Op 26 februari 2026 heeft de EC in reactie op het burgerinitiatief een mededeling
gepubliceerd. Deze brief bevat de reactie van het kabinet op die mededeling. Eerst
wordt toelichting gegeven over het burgerinitiatief en de mededeling van de EC. Daarna
volgt de appreciatie van het kabinet.
Burgerinitiatief My Voice My Choice
In Europa zijn er grote verschillen tussen landen als het gaat om de toegang tot veilige
abortuszorg. Daardoor zijn vrouwen soms genoodzaakt om naar het buitenland te reizen
en zelf de kosten voor de behandeling te dragen. Dit is de aanleiding geweest voor
het «My Voice, My Choice» burgerinitiatief.1 Het Europees burgerinitiatief roept de EC op om maatregelen te nemen ter verbetering
van de toegang tot veilige en legale abortuszorg binnen de EU. Concreet bepleit het
initiatief de invoering van een vrijwillig, door de EU gefinancierd solidariteitsmechanisme
waarmee lidstaten financieel worden ondersteund bij het verlenen van abortuszorg aan
vrouwen die hier in hun eigen land geen toegang toe hebben. Het initiatief heeft meer
dan 1,1 miljoen handtekeningen verzameld en is op 10 april 2024 door de EC geregistreerd.2
Er zijn al verschillende Kamervragen gesteld over dit burgerinitiatief. Die vragen
gingen onder andere over hoe dit initiatief zich verhoudt tot de afspraken over nationale
bevoegdheden binnen de EU. In de beantwoording op deze vragen heeft het kabinet toegelicht
dat het burgerinitiatief, en de mededeling van de EC, hiermee niet in strijd zijn.3
Samenvatting mededeling EC
De EC heeft op 26 februari 2026 in reactie op het burgerinitiatief via een mededeling4 verduidelijkt dat lidstaten het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) mogen gebruiken
om «gelijke toegang tot legaal beschikbare en betaalbare gezondheidsdiensten, met
inbegrip van veilige abortusdiensten, te verbeteren5». De EC merkt daarbij op dat eventuele ondersteuning uit het ESF+ gericht moet zijn
op alle vrouwen, ongeacht hun nationaliteit of verblijfsplaats. De EC verwijst specifiek
naar vrouwen in kwetsbare situaties die zich anders geen abortus zouden kunnen veroorloven.
De EC stelt geen extra financiële middelen beschikbaar voor dit fonds ten behoeve
van de financiering van abortuszorg. De mededeling betreft dus een verduidelijking
van bestaand beleid.
Huidige inzet van het ESF+ in Nederland
Het ESF+ is een structuurfonds van de EU waaruit wordt geïnvesteerd in het stimuleren
van werkgelegenheid, sociale inclusie en armoedebestrijding, en onderwijs en vaardigheden.
Het budget is 143 miljard euro voor de periode 2021–2027 voor alle 27 EU-lidstaten.
Het voor Nederland bestemde ESF-budget wordt geprogrammeerd en uitgevoerd onder een
nationaal ESF-programma,6 onder leiding van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De EC
heeft formeel haar goedkeuring gegeven aan dit programma. Lidstaten bepalen zelf waar
het geld precies aan uitgegeven wordt, mits dit binnen de met de EC afgesproken kaders
valt. Het inrichten van een ESF-programma is een intensief proces van onderhandelingen
met de EC en programmeringspartners (monitoringcomité ESF+7). Nederland ontvangt, voor de programmaperiode 2021–2027, 413 miljoen euro vanuit
het ESF+ en richt zich op de volgende prioriteiten: ondersteuning van mensen met een
kwetsbare arbeidsmarktpositie bij het vinden en het behouden van werk, sociale innovatie
en sociale inclusie en voedselhulp.
Appreciatie van het Kabinet
Zoals benoemd aan het begin van deze brief, staat het kabinet pal voor goede en toegankelijke
abortuszorg. Het kabinet deelt de zorgen van de Commissie dat vrouwenrechten en toegang
tot veilige abortus internationaal toenemend onder druk staan. De mededeling van de
EC biedt echter geen mogelijkheden, noch additionele middelen, om de kwalitatieve
en toegankelijke zorg in Nederland beschikbaar te stellen voor vrouwen uit andere
landen. Nederland heeft de besteding van het ESF+ budget voor de resterende looptijd
van het huidige Meerjarig Financieel Kader (MFK), tot eind 2027, toegekend aan sociale
en arbeidsmarktgerelateerde doeleinden. In Nederland worden de ESF+ middelen op dit
moment niet ingezet om toegang tot gezondheidszorg te faciliteren. Een wijziging van
de inzet van de voor Nederland bestemde middelen uit het ESF+, is in dit stadium niet
meer mogelijk: de voor Nederland bestemde middelen uit het ESF+ zijn zoals aangegeven
namelijk reeds volledig gealloceerd.
Dat betekent niet dat buitenlandse vrouwen helemaal niet geholpen kunnen worden in
Nederland. Vrouwen kunnen voor abortuszorg in Nederland terecht, waar ze ook vandaan
komen. Er komen jaarlijks ongeveer 3000 buitenlandse vrouwen naar Nederland voor abortuszorg,
veelal omdat zij in hun eigen land geen toegang tot deze zorg hebben. Zoals vermeld
aan het begin van deze brief, is een abortus in Nederland gratis voor iedereen die
hier woont of werkt.8 Andere vrouwen, zoals buitenlandse vrouwen en ongedocumenteerden, moeten de kosten
zelf dragen. Voor vrouwen die dat niet kunnen, bestaan er – ondanks het gebrek aan
overheidsfinanciering – mogelijkheden om financiële steun te ontvangen. Zo zijn er
maatschappelijke organisaties die helpen bij financiering en bij het vinden van toegang
tot zorg. Daarnaast hebben klinieken de mogelijkheid om een lager tarief voor de behandeling
te vragen. Zij kunnen hun financiële buffers, die ze uit gesubsidieerde abortuszorg
kunnen opbouwen, gebruiken voor de behandelingen voor vrouwen die dit zelf niet kunnen
bekostigen. Het merendeel van de abortusklinieken haalt een positief resultaat en
beschikt over zulke financiële reserves.
Een mooi voorbeeld van hoe dit werkt, is organisatie Dokters van de Wereld. In een
gesprek met deze organisatie gaf Dokters van de Wereld aan altijd een kliniek te vinden
die een vrouw kosteloos of tegen een symbolisch bedrag kan helpen.9 Het kabinet is dankbaar voor de waardevolle hulp die maatschappelijke organisaties,
en abortusklinieken, bieden aan deze groep vrouwen.
Afsluitend
Zoals eerder in deze brief is toegelicht, leidt de mededeling van de EC er niet toe
dat het kabinet abortuszorg gratis beschikbaar kan maken voor vrouwen uit andere landen.
Het kabinet kan en zal de ESF+ middelen niet anders inzetten dan eerder besloten.
De belangrijkste reden hiervoor is dat er door de EC geen additionele middelen beschikbaar
worden gesteld en de huidige ESF+ middelen al voor andere doeleinden zijn ingezet.
In de huidige situatie in Nederland is abortuszorg gratis voor vrouwen die in Nederland
wonen of werken, en vrouwen uit het buitenland kunnen abortuszorg ontvangen door hier
zelf voor te betalen. Wanneer vrouwen hiervoor zelf de financiële middelen niet hebben,
bieden de financiële buffers van abortusklinieken en maatschappelijke organisaties
een uitkomst zodat vrouwen alsnog geholpen kunnen worden.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.