Lijst van vragen : Lijst van vragen over de Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026 (Kamerstuk 36800-V-103)
2026D26002 Lijst van vragen
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft een
aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
over de Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026 (onderwerpen op het terrein van Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingssamenwerking) (Kamerstuk 36 800-V, nr. 103).
De voorzitter van de commissie,
Den Hollander
De griffier van de commissie,
Van der Leeden
Nr
Vraag
1
Kunt u de begrippen «gelijkwaardigheid» en «partnerschap» concretiseren? Hoe krijgt
dit in de praktijk vorm? Hoe wordt getoetst of partnerschappen inderdaad gelijkwaardiger
worden? Welke veranderingen in besluitvorming, financiering en machtsverhoudingen
zijn hiervoor nodig?
2
Waarom ontbreekt beleidscoherentie voor ontwikkeling in de beleidsbrief? Wat is uw
inzet hierop?
3
Nu de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) is verzwakt en verder
afwijkt van de OESO-richtlijnen, hoe bent u voornemens om ervoor te zorgen dat alle
Nederlandse bedrijven alsnog de OESO-richtlijnen toepassen en naleven?
4
Wat voor maatregelen of instrumenten zult u inzetten om ervoor te zorgen dat het IMVO-beleid
positief doorwerkt op werkenden, gemeenschappen en producenten in het mondiale Zuiden?
5
Kunt u toelichten in hoeverre de kritische waakhondfunctie van het maatschappelijk
middenveld zal worden ondersteund binnen het beleid aangaande partnerschappen met
maatschappelijk middenveld?
6
Hoe bent u voornemens om ervoor te zorgen dat er ook buiten het mondiale Zuiden een
gelijk speelveld ontstaat voor de bedrijven die zich nu al inzetten voor verantwoorde
ketens en bedrijven die dat niet doen?
7
Hoe bent u voornemens om binnen het IMVO-beleid ook de onderliggende oorzaken van
misstanden in internationale waardeketens, zoals de complexiteit van ketens en gebrek
aan ketentransparantie, structureel te lage inkoopprijzen en oneerlijke handelspraktijken,
aan te pakken?
8
Kunt u toelichten in hoeverre handel en Internationaal Maatschappelijk Verantwoord
Ondernemen (IMVO) onderdeel zullen zijn van de nieuwe internationale visie op ontwikkelingssamenwerking?
9
Hoe kijkt u aan tegen de aanbevelingen uit de rapporten van Draghi en Letta met het
oog op het vergroten van de brede en duurzame welvaart en vis-a-vis enkel economische
groei?
10
Hoe zal het IMVO-beleid worden geborgd binnen de nieuwe Nationale investeringsinstelling?
11
Op welke punten wilt u het beleid op ontwikkelingssamenwerking en IMVO beter op elkaar
aan laten sluiten?
12
Hoe wordt binnen de EU Global Gateway strategie de uitgangspunten van het Nederlandse
IMVO-beleid, waaronder naleving van de OESO-richtlijnen, gestimuleerd en geborgd?
13
Aan welke juridische voorwaarden moet volgens u zijn voldaan om het voorgenomen sanctiebesluit
onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden weer op te heffen,
zodat er sprake van een rechtmatige situatie is waardoor er geen juridische basis
voor sancties meer bestaat? Kunt u hier zo specifiek en concreet mogelijk in zijn?
14
Omarmt u het gehele advies van de Internationaal Gerechtshof (IGH) 2024 inclusief
al haar conclusies? Neemt u de conclusies over als officieel kabinetsstandpunt? Zo
nee, welke conclusies die in het IGH worden geconcludeerd neemt u concreet niet over?
15
Hoe verhoudt het voorgenomen sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door
Israël bezette gebieden zich tot de opstelling jegens producten uit de Westelijke
Sahara en Noord-Cyprus?
16
Klopt het dat het voorgenomen sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door
Israël bezette gebieden (niet de juro) alleen etnische joden raakt in de mogelijkheid
om goederen te exporteren? Zo nee, welke bevolkingsgroepen worden nog meer door deze
nationale maatregel geraakt? Kunt u dut uitsplitsen in directe en indirecte de facto
reikwijdte.
17
Het kabinet wil de Europese Commissie aansporen tot het sluiten van nieuwe handels-
en investeringsverdragen inclusief afspraken over toegang tot grondstoffen. Kunt u
toelichten op welke manier maatschappelijke organisaties inclusief vrouwenrechtenorganisaties
betrokken zullen worden bij de onderhandelingen voor en monitoring van deze nieuwe
handels- en investeringsverdragen? Zullen afspraken over handel en gendergelijkheid
ook onderdeel zijn van uw inzet voor nieuwe Europese handels- en investeringsverdragen?
18
Kunt u toelichten op welke manier de impact van het Nederlands internationaal handels-
en investeringsbeleid op mensenrechten wordt gemonitord en hoe daarin vrouwenrechten
en gendergelijkheid worden meegenomen? Is er een genderstrategie voor het Nederlands
handelsbeleid en welke rol spelen vrouwenrechtenorganisaties daarbij? Op welke wijze
worden bescherming en bevordering van vrouwenrechten meegewogen bij de plannen voor
diversificatie van handelspartners? Hoe wordt getoetst wat de impact op gendergelijkheid
en vrouwenrechten is van investeringen die lopen via Invest International?
19
Is er expliciet aandacht voor de positie en rechten van vrouwen die werken in productieketens
bij de ondersteuning van het Nederlandse bedrijfsleven om de OESO-richtlijnen zo effectief
mogelijk toe te passen? (p. 5) Op welke manier krijgt aandacht voor vrouwenrechten
vorm in de versterking van deze ondersteuning die u zich voorneemt?
20
Kunt u toelichten welke concrete stappen hij van plan is om ontwikkelingssamenwerking
en IMVO-beleid beter op elkaar aan te laten sluiten?
21
Hoe wordt gender-expertise binnen de Dutch Diamond aanpak geborgd en wat is daarbij
de rol van vrouwenrechten- en gendergelijkheidsorganisaties als relevante maatschappelijke
actor?
22
Kunt u het tijdspad delen dat u voor ogen heeft om de internationale OESO-norm van
0,7% van het BNI te halen?
23
Wanneer kunt u de nieuwe visie op ontwikkelingssamenwerking met de Kamer delen?
24
Komt in de nieuwe visie op ontwikkelingssamenwerking ook de samenwerking met religieuze
actoren, bijvoorbeeld op het gebied van humanitaire hulp en vredesopbouw?
25
Voor welke hervormingen van multilaterale organisaties zet Nederland zich in?
26
Wat zijn uw concrete plannen voor de voorgenomen intensivering op vrouwenrechten?
(p.8) Welke additionele financiële inzet is daarvoor voorzien? Het amendement Hirsch
voorziet in budget voor vrouwenrechten tot en met 2027, maar hoe regelt u dit daarna?
Hoe worden (lokale) vrouwenrechtenorganisaties betekenisvol betrokken bij deze intensivering?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R. den Hollander, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Mede ondertekenaar
Drs. M.J. van der Leeden, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.