Brief regering : Contracteer- en overstapseizoen 2025-2026
29 689 Herziening Zorgstelsel
Nr. 1329
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 mei 2026
Ieder najaar krijgt iedereen die in Nederland woont en/of werkt de mogelijkheid om
de zorgverzekering voor het komende jaar aan te passen. In diezelfde periode streven
zorgverzekeraars en zorgaanbieders er naar om hun contractafspraken zoveel mogelijk
af te ronden, zodat voor verzekerden duidelijk is bij welke zorgaanbieders bepaalde
zorg volledig of gedeeltelijk vergoed wordt.
Het is van belang dat verzekerden zich goed kunnen informeren, zodat zij tijdens het
overstapseizoen een weloverwogen keuze voor een zorgpolis kunnen maken. De mogelijkheid
om over te stappen naar een andere verzekering of zorgverzekeraar houdt verzekeraars
scherp op het gebied van zorginkoop, klantgerichtheid en premie. Tegelijkertijd stimuleert
dit hen – en via hen ook zorgaanbieders – om zich in te zetten voor kwalitatief goede,
toegankelijke en betaalbare zorg en in de contractering afspraken te maken die ervoor
zorgen dat passende zorg de norm wordt.
Met deze brief biedt het kabinet de Kamer de «Informatiekaart Zorgverzekeringen voorjaar
2026» van de NZa aan en geeft het kabinet een beleidsreactie op de bevindingen van
de NZa. Daarbij wordt eerst ingegaan op het overstapseizoen 2025/2026. De ontwikkelingen
rond de contractering worden daarna toegelicht. Ten slotte handelt het kabinet een
aantal moties af die betrekking hebben op onderwerpen die aan de zorgcontractering
raken. Ook geeft het kabinet de stand van zaken weer met betrekking tot een tweetal
thema’s, gerelateerd aan de contractering, namelijk haarwerken en spraakcomputers.
De hoofdpunten van deze brief zijn:
– Afgelopen jaar was het een rustig jaar op het terrein van polissen, premies en overstappen.
De premie van 2025 op 2026 is maar beperkt gestegen, wat vooral komt door een eenmalige
meevaller in het Zorgverzekeringsfonds.
– Om de premie ook in de komende jaren betaalbaar te houden en de zorg toegankelijk
te houden zijn diverse acties nodig. Het kabinet zet erop in om de zorg toegankelijk
te houden door passende zorg de norm te maken. Het kabinet heeft hiervoor een samenhangend
geheel aan maatregelen voor ogen, waarbij van iedereen een bijdrage wordt gevraagd.1
– Het contracteerproces in 2025 is in het algemeen goed verlopen en is vergelijkbaar
met het verloop van het contracteerproces in 2024. De afgelopen twee jaren hebben
laten zien dat eind december een volledig beeld ontstaat van de contractering. Het
kabinet vindt het belangrijk dat verzekeraars en zorgaanbieders ernaar streven om
de contractering zo snel mogelijk af te ronden, maar hecht er ook aan dat er goede
inhoudelijke contracten worden afgesloten, zodat passende zorg wordt geleverd.
1. Overstapseizoen 2025/2026
1.1 Polis & Premie
Dit jaar zijn de premies minder hard gestegen dan voorgaande jaren. Zoals de NZa schrijft,
komt dit met name door een eenmalig overschot in het Zorgverzekeringsfonds. De eenmalige
meevaller in het Zorgverzekeringsfonds komt doordat mensen meer en langer werkten
en de lonen hoger waren dan verwacht, wat heeft geleid tot hogere inkomsten vanuit
de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB). Daarnaast zijn de uitgaven van het fonds lager
uitgevallen. Ook het inzetten van de reserves voor de premies in 2026 heeft een dempend
effect gehad op de premie. De zorgpremie is om deze drie redenen in 2026 minder hard
gestegen dan de inflatie. De verwachting is dat deze drie redenen voor 2027 niet weer
zullen opgaan; de zorgpremie voor 2027 zal dan hoger zijn in vergelijking met 2026.
Om de premie in de komende jaren betaalbaar te houden en de zorg toegankelijk te houden
zijn diverse acties nodig. Daar zet het kabinet op in, zoals u kunt lezen in de beleidsbrief
die recent naar de Kamer is gestuurd2.
Het aantal polissen is licht gedaald naar 58. We zien dat er nog steeds veel polissen
zijn die sterk op elkaar lijken. Voor verzekerden is het belangrijk dat er echt iets
te kiezen valt. Daarom is de NZa een onderzoek begonnen naar hoe bruikbaar de informatie
voor consumenten was op de websites van zorgverzekeraars tijdens het afgelopen overstapseizoen.
Daarbij wordt vooral gekeken naar informatie over het eigen risico, de zorgplicht,
(on)gecontracteerde zorg en nagenoeg gelijke polissen, vanuit het perspectief van
de consument. De NZa zal de resultaten van dit onderzoek in de loop van 2026 bekend
maken. Het kabinet vindt het, net als de NZa, belangrijk dat het polisaanbod overzichtelijk
is en dat de verschillen tussen polissen duidelijk zijn voor verzekerden. Het kabinet
kijkt uit naar de resultaten van het onderzoek.
Het aantal mensen met een polis met beperkende voorwaarden (ook wel budgetpolis genoemd)
groeit: van 21,8 procent in 2022 naar 32,2 procent in 2026. Deze polissen (zowel natura
als combinatie) hebben beperkende voorwaarden, zoals minder keuze uit zorgverleners
en lagere vergoedingen voor niet-gecontracteerde zorg. Steeds meer verzekerden kiezen
hiervoor. In 2026 besparen verzekerden gemiddeld € 83 per jaar met een naturapolis
met beperkende voorwaarden en € 175 met een combinatiepolis met beperkende voorwaarden.
De sterke toename van het aandeel verzekerden met een budgetpolis laat zien dat een
groeiende groep bewust kiest voor polissen met beperkende voorwaarden, zoals een kleinere
selectie gecontracteerde aanbieders, in ruil voor een lagere premie.
1.2 Overstappers
Het afgelopen overstapseizoen is 6,4 procent van de verzekerden overgestapt naar een
andere zorgverzekeraar.3 In 2025 was dat 7 procent. Een mogelijke verklaring voor deze daling is dat consumenten
minder urgentie voelden om over te stappen, omdat de zorgpremies ten opzichte van
vorig jaar niet of nauwelijks stegen.4 Uit onderzoek van het Nivel blijkt dat de hoogte van de (totale) premie nog steeds
de meest genoemde reden is om te wisselen van zorgverzekeraar.5 Al werd deze reden minder vaak genoemd dan in voorgaande jaren. Tevredenheid over
de dekking van de totale polis (pakket van basis- plus aanvullende verzekering) was
de meest genoemde reden om bij de huidige zorgverzekeraar te blijven, aldus het Nivel.
De meeste overstappers doen dit in de periode tussen kerst en oud en nieuw, wanneer
ook de meeste contracten rond zijn.
1.3 Aanvullende verzekeringen
De NZa vindt het onwenselijk dat er zorgverzekeraars zijn die bepaalde aanvullende
verzekeringen alleen bij een specifieke basisverzekering aanbieden. Deze koppeling
houdt in dat een bepaalde aanvullende zorgverzekering alleen bij een specifieke (vaak
duurdere) basisverzekering wordt aangeboden, of andersom.
In 2024 is door zowel de NZa als ACM gevraagd om deze koppeling tegen te gaan.6 Zoals mijn ambtsvoorganger de Kamer eerder heeft gemeld is het aan verzekeraars om
wel of geen voorwaarden te stellen aan de toegang tot een aanvullende verzekering,
en zijn er voldoende keuzemogelijkheden voor verzekerden.7
Net als vorig jaar waren de premies voor de aanvullende verzekeringen voor 2026 niet
allemaal bekend bij de start van het overstapseizoen op 12 november. Het kabinet deelt
het standpunt van de NZa dat het voor de overzichtelijkheid van de zorgverzekeringsmarkt
belangrijk is dat de bekendmaking van alle premies en polissen, inclusief kortingen,
zo veel mogelijk gelijktijdig plaatsvindt. Hoewel de NZa wettelijk geen toezicht kan
houden op het te laat bekendmaken van premies voor aanvullende verzekeringen, dit
is immers een vrije markt, deelt het kabinet de oproep aan zorgverzekeraars om hun
maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen.
1.4 Informatieplicht
Om een weloverwogen keuze te maken voor een zorgverzekeringspolis is het belangrijk
dat verzekerden weten welke zorg er wordt vergoed. De zorgverzekeraar moet daarom
aan zijn verzekerden inzicht geven in de hoogte van de vergoeding voor de zorg. Bij
een naturapolis wordt de zorg volledig vergoed als er een contract met de zorgaanbieder
is afgesloten voor het leveren van zorg. Ook als er (nog) geen contract is, kan de
zorg toch volledig worden vergoed.
Om invulling te geven aan de informatieplicht richting verzekerden maken zorgverzekeraars
vanaf de start van het overstapseizoen gebruik van vier kernboodschappen, die de verzekerde
duidelijkheid geven of bepaalde zorg bij een bepaalde aanbieder al dan niet (volledig)
vergoed wordt:
1a Contract: vergoed
1b (Nog) geen contract: wel vergoed
2a Nog geen contract: een deel niet vergoed
2b Geen contract: een deel niet vergoed
Met deze kernboodschappen lichten zorgverzekeraars aan (potentiële) verzekerden de
status van de contractering toe, maar belangrijker nog, zij lichten met deze kernboodschappen
toe in hoeverre de zorg bij een aanbieder volledig wordt vergoed onafhankelijk van
de contractstatus. Op basis van deze kernboodschappen is voor de verzekerden duidelijk
of zij wel of niet zeker kunnen zijn van volledige vergoeding van de zorg als zij
naar een bepaalde zorgaanbieder willen. De NZa geeft aan dat er nog wel stappen mogelijk
zijn als het gaat om vereenvoudiging van deze boodschappen. Het is ook van belang
dat zorgaanbieders (toekomstige) patiënten goed informeren over de status van de contractering.
Aan de IZA-thematafel Contractering, waar onder meer de NZa, de Patiëntenfederatie
en brancheorganisaties van zorgaanbieders en zorgverzekeraars zijn vertegenwoordigd,
is afgesproken dat zorgaanbieders (toekomstige) patiënten via hun website eenduidig
informeren en actief verwijzen naar de online zorgzoekers van zorgverzekeraars. Deze afspraken zijn in het Bestuurlijk Overleg Integraal Zorgakkoord
(IZA) in september 2025 bekrachtigd.
1.5 Conclusie
Afgelopen jaar was het een rustig jaar op het terrein van polissen, premies en overstappen.
Het is prettig nieuws dat de premie van 2025 op 2026 maar beperkt is gestegen. Maar
het kabinet is zich ervan bewust dat dit vooral komt door een eenmalige meevaller.
Om de premie ook in de komende jaren betaalbaar te houden en de zorg toegankelijk
te houden zijn diverse acties nodig. Daar zet het kabinet op in, zoals u kunt lezen
in de beleidsbrief die recent naar de Kamer is gestuurd.8
2. Contractering
2.1 Contractering 2026
Om de zorg ook in de toekomst toegankelijk en van goede kwaliteit te houden, tegen
de achtergrond van een toenemende zorgvraag en een krappere arbeidsmarkt, is een grote
transformatie nodig. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders moeten anders gaan werken,
met meer aandacht voor passende zorg: zorg die nodig is, effectief is en aansluit
bij wat mensen echt nodig hebben. Hiervoor zijn in het IZA en het AZWA (Aanvullend
Zorg- en Welzijnsakkoord) afspraken gemaakt.
Dit kabinet is voornemens om verdere stappen te zetten, zoals aangegeven in de eerder
aangehaalde beleidsbrief. Contractering moet het primaire instrument zijn om te sturen
op passende zorg. Zorgverzekeraars krijgen de opdracht om actiever en gerichter te
contracteren. Het gaat hierbij niet alleen om afspraken over prijs en volume, maar
vooral sturen op passende zorg waaronder de beschikbaarheid/toegankelijkheid en het
leveren van een bijdrage aan de transformatie van het zorglandschap. De afgelopen
jaren zijn hier al stappen in gezet, waardoor de contracten zorginhoudelijker zijn
geworden. Zorgverzekeraars selecteren en sturen meer strategisch. Dit is ook deels
de verklaring waarom het komen tot afspraken in sommige gevallen een langere doorlooptijd
kent.
2.2 Contracteergraad
In 2023 en 2024 is de contracteergraad op verschillende peilmomenten gemeten. Dezelfde
gegevens op dezelfde peilmomenten zijn ook het afgelopen contracteerseizoen gemonitord,
waardoor de contractseizoenen goed met elkaar zijn te vergelijken. In de Informatiekaart
Zorgverzekeringen voorjaar 2026 zijn alleen de gegevens over 2024 en 2025 opgenomen.
In figuur 1 is een overzicht van de drie jaren opgenomen. Het laat zien hoeveel contracten
zijn aangeboden en over hoeveel contracten een akkoord is bereikt tijdens het contracteerseizoen.
Hieruit komt naar voren dat de contractering in 2025 (gericht op 2026) vergelijkbaar
is met de contractering in 2024. De stijging ten opzichte van 2023 heeft zich in 2025
grotendeels gestabiliseerd. De contractering van de ggz en de msz bleef in het begin
van het seizoen wat achter. De contracteergraad van de zbc’s is ten opzichte van de
andere sectoren wat lager, net als vorig jaar.
Figuur 1. Vergelijking contracteergraad contracteerseizoen 2023, 2024 en 2025 (algemene
ziekenhuizen, academische ziekenhuizen en zelfstandige klinieken), peilmomenten december
23/24/25 en januari 24/25/26
Bron: Informatiekaart zorgverzekeringen voorjaar 2026, NZa (bewerkt)
Naast de informatie over de contracteergraad is op de IZA-thematafel Contractering
het verloop van het afgelopen contracteerseizoen besproken. Het algemene beeld is
dat het contracteerproces goed is verlopen. De inzet op cruciale zorg, waaronder van
FACT-teams, de beschikbaarheid van beveiligde bedden en de High & Intensive Care (HIC)
en Intensive Home Treatment (IHT) zijn belangrijke thema’s, waardoor de contractering
met meer moeite tot stand komt binnen de ggz. Deze onderdelen hebben de aandacht van
het kabinet. Zo is met het oog op het borgen van de beschikbaarheid van cruciale ggz
de gespreksleidraad cruciale ggz ontwikkeld9. Deze leidraad is erop gericht om regionaal inzichtelijk te maken wat de zorgvraag
is en welk aanbod aan cruciale ggz daarvoor beschikbaar en gecontracteerd moet zijn.
Voor twee specifieke vormen van cruciale ggz, namelijk HIC en IHT, worden momenteel
verdergaande stappen verkend om de vergoeding van beschikbaarheidskosten beter te
borgen. In de brief van 12 februari jl.10 heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd over de verkenning van de NZa en welke vervolgstappen
daaruit volgen.
Het kabinet vindt dat het contracteerseizoen 2025 in zijn algemeenheid goed is verlopen
en zodoende vergelijkbaar is met het verloop van het ook goed verlopen contracteerseizoen
2024. De verwachting is dat deze verbetering ten opzichte van het contracteerseizoen
2023 blijvend is, mede door de rol van de NZa, die in haar toezicht aandacht heeft
voor het contracteerproces. Het kabinet vindt het wel belangrijk om de contracteergraad
te blijven monitoren, zodat er gerichte maatregelen genomen kunnen worden als het
beeld van de contracteergraad in de komende jaren toch een daling laat zien.
De NZa geeft aan dat, ondanks de afspraken in het IZA om te streven naar afronding
van de contractering per 12 november, er vanaf het peilmoment op 22 december pas een
volledig beeld ontstaat in het contracteerproces. Dit kabinet vindt het belangrijk
dat partijen zich inzetten om de contracten rond 12 november zoveel mogelijk af te
ronden. Met behulp van onder andere de handvatten voor de contractering worden partijen
hier ook toe gestimuleerd.
Het kabinet zet er met een pakket aan maatregelen op in dat passende zorg de norm
wordt, waarbij de contractering een belangrijk middel is om hiertoe te komen. Het
kabinet vindt het dan ook belangrijk dat er goede inhoudelijke contracten worden afgesloten
en dit kan soms meer tijd vragen, waardoor contracten niet op 12 november kunnen worden
afgerond. De afgelopen twee jaren hebben laten zien dat eind december een volledig
beeld ontstaat van het contracteerproces. Het kabinet vindt het belangrijk dat verzekerden,
onafhankelijk van de contracteerstatus, goed geïnformeerd zijn in hoeverre de zorg
vergoed wordt, zodat zij een bewuste keuze kunnen maken om al dan niet over te stappen
naar een andere polis.
2.3 Aandeel van de zorg dat vergoed wordt
Voor de verzekerden is het bij de keuze voor een polis van belang of de zorg volledig
vergoed wordt. Tabel 1 geeft een overzicht van het percentage zorgaanbieders dat vergoed
wordt met als peildatum 22 december 2025. Voor alle zorgaanbieders, behalve zelfstandige
klinieken, geldt dat het aandeel zorgaanbieders dat vergoed wordt op deze peildatum
minimaal 90 procent is. Dit beeld is vergelijkbaar met vorig jaar. Er is een verschil
tussen de vergoeding en de contractstatus. De contractstatus geeft aan of er een contract
is afgesloten, maar geeft geen volledige informatie over de vergoeding. Zo is het
mogelijk dat er (nog) geen contract is afgesloten, maar dat de zorg wel vergoed wordt.
Om duidelijkheid aan de patiënt te geven en ze niet te confronteren met onverwachte
kosten, vind het kabinet communicatie over de vergoeding van groot belang. De eerder
beschreven kernboodschappen en de eenduidige informatievoorziening vanuit zorgaanbieders
met verwijzing naar de online zorgzoekers zijn hier helpend in.
Tabel 1 Aandeel zorgaanbieders dat vergoed wordt met peildatum 22 december 2025
Bron: Informatiekaart zorgverzekeringen voorjaar 2026, NZa (bewerkt)
2.4 Meldingen/vragen overstapseizoen
Zorgverzekeraars en zorgaanbieders kunnen bij de NZa melding doen over het contracteerseizoen
als het gaat om de inhoud van contracten en/of het moeizaam rondkrijgen van contracten.
Ook patiënten kunnen een melding doen. Gedurende het afgelopen contracteerseizoen
heeft de NZa 88 informatieaanvragen/meldingen ontvangen, vorig jaar waren dit er 293.
De NZa beoordeelt vervolgens of een melding aan te merken is als signaal richting
de afdeling Toezicht van de NZa. De NZa onderzoekt vervolgens deze signalen en bepaalt
aan de hand daarvan of actie nodig is.
Dit jaar zag de NZa een toename van het aantal meldingen van zorgaanbieders binnen
de ggz. Deze meldingen gingen onder andere over de afslagen op tarieven die zorgverzekeraars
hanteren, zonder dat zorgverzekeraars een inhoudelijke toelichting zouden geven over
hoe deze afslagen tot stand zijn gekomen. Daarnaast waren er enkele meldingen over
het gebrek aan lijsten met maximale vergoedingen voor niet-gecontracteerde ggz op
de websites van zorgverzekeraars. Als gevolg daarvan is de NZa een toezichtsonderzoek
gestart naar de totstandkoming en onderbouwing van tarieven bij contractvoorstellen
van zorgverzekeraars voor de ggz. De resultaten van dit onderzoek worden eind 2026
verwacht.
2.5 Handvatten contractering
De NZa ziet toe op het soepel verlopen van het contracteerproces en heeft hiertoe
handvatten opgesteld. Op basis van een uitgebreide evaluatie met betrokken partijen
heeft de NZa de Handvatten Zorgcontractering en de Regeling transparantie zorgcontractering Zvw aangepast. Deze nieuwe handvatten zijn ingegaan op 1 maart 2026 en gelden voor het
contracteerproces vanaf 2027. De handvatten zijn verduidelijkt en daar waar mogelijk
vereenvoudigd met oog voor het beperken van de administratieve lasten. Voor zorgverzekeraars
geldt voortaan een maximale reactietermijn van zes weken bij offertes. Hiermee zijn
de verplichtingen van zorgverzekeraars en zorgaanbieders beter in balans. Ook moeten
zorgverzekeraars transparant maken hoe hun inkoopbeleid bijdraagt aan hun maatschappelijke
opgave, het waarborgen van toegankelijke, kwalitatief goede en betaalbare zorg voor
al hun verzekerden.
3. Moties en stand van zaken
Het vervolg van deze brief staat stil bij een aantal moties. Ook wordt de stand van
zaken gegeven met betrekking tot een tweetal thema’s die de contractering raken.
3.1 De motie van het lid Synhaeve (D66) c.s. over het opknippen en het verhogen van
het eigen risico bundelen in één wetsvoorstel11
Het ophogen van het verplicht eigen risico met € 60 (boven op de indexatie van het
verplicht eigen risico) per 2027 wordt geregeld met een wijziging van de Zorgverzekeringswet.
Het opknippen (trancheren) van het verplicht eigen risico voor de medisch specialistische
zorg in tranches van € 150 per 2028 wordt geregeld met een algemene maatregel van
bestuur in het Besluit Zorgverzekering. De twee maatregelen kunnen dus niet in één
wetsvoorstel worden gebundeld. Om die reden heeft het kabinet in de Kamer aangegeven
de motie zo te interpreteren dat het wetsvoorstel en het ontwerpbesluit tegelijk aan
de Kamer worden aangeboden. Dit is reeds gebeurd. Het kabinet beschouwt hiermee de
motie als afgedaan.
3.2 De motie van het lid Kemperman (FVD) over de oproep om het eigen risico niet te
verhogen.12
In Nederland is iedereen, ongeacht leeftijd en gezondheid of inkomen, verzekerd voor
dezelfde zorg. We kennen een uitgebreid pakket aan verzekerde zorg. Dit is belangrijk,
maar er zitten grenzen aan. De zorg legt een steeds groter beslag op: een beroepsbevolking
die nauwelijks toeneemt en een arbeidsmarkt die al onder druk staat, en de collectieve
uitgaven die volgens het CPB zonder aanvullend beleid toenemen van 9,5 procent in
2025 naar bijna 17 procent van het bbp in 2060. Dit kabinet kiest voor maatregelen
om de zorg te hervormen zodat meer passende zorg wordt geleverd en de zorg betaalbaar
blijft. Nu en in de toekomst. Een van de maatregelen betreft een hoger verplicht eigen
risico. Het verplicht eigen risico bedraagt sinds 2016 € 385 en heeft zich sindsdien
niet mee ontwikkeld met de kosten van de zorg. Dit kabinet kiest ervoor om het verplicht
eigen risico weer mee te laten bewegen met de ontwikkeling van de zorgkosten en te
kiezen voor een inhaalslag van € 60, en dus om, alles afwegende, geen uitvoering te
geven aan deze motie. Juist om de zorg toegankelijk te houden voor iedereen en de
premies minder hard te laten stijgen. Daarnaast maximeren we het eigen risico in de
medisch-specialistische zorg op € 150 per behandeling. Naar verwachting gaan ongeveer
1,3 miljoen verzekerden op jaarbasis gemiddeld circa € 100 minder eigen risico betalen.
3.3 Stand van zaken haarwerken
Het kabinet vindt het belangrijk dat eenieder die er recht op heeft toegang heeft
tot een passend haarwerk. Mijn ambtsvoorganger heeft het Zorginstituut gevraagd om
onderzoek te doen naar de huidige maximumvergoeding (€ 497,50 in 2026) en vergoedingssystematiek
van haarwerken en om te adviseren over een passende vergoeding. Mijn ambtsvoorganger
heeft de Kamer vorig jaar geïnformeerd over de uitkomsten daarvan.13 Het Zorginstituut adviseerde om de maximumvergoeding te verhogen en daarnaast de
manier van indexeren aan te passen.14 Voor de indexatie van de maximumvergoeding wordt momenteel de bestedingscategorie
medische producten gebruikt. Deze categorie blijkt echter niet goed aan te sluiten
bij de prijsontwikkeling van haarwerken. Het Zorginstituut geeft aan dat de algemene
consumentenprijsindex beter past bij de prijsontwikkeling van haarwerken.
Naar aanleiding van het onderzoek van het Zorginstituut is het kabinet van plan om
met ingang van 2027 de maximumvergoeding opnieuw te berekenen op basis van de juiste
prijsindex en deze index voortaan jaarlijks toe te passen. Voor een verdere verhoging
van de maximumvergoeding is geen financiële ruimte.
3.4 Stand van zaken spraakcomputers
Zoals mijn ambtsvoorganger in de beantwoording van de Kamervragen van lid Westerveld
communiceerde, heeft de verduidelijking van de aanspraak op spraakcomputers mogelijk
niet tot voldoende resultaat geleid.15 Er zijn signalen dat een groep verzekerden met een spraakfunctiestoornis nog steeds
geen toegang heeft tot een passend spraakhulpmiddel. Het kabinet blijft in contact
met alle betrokken partijen om tot een oplossing te komen en informeert vervolgens
de Kamer over de uitkomsten van deze gesprekken rond de zomer.
4. Tot slot
Zorgaanbieders en zorgverzekeraars zijn zich ook in het afgelopen contracteer- en
overstapseizoen blijven inzetten om het afsluiten van contracten soepel te laten verlopen.
Daarbij staat het belang van de verzekerde centraal. Het kabinet bedankt iedereen
voor de inzet en samenwerking, want alleen samen kunnen we de uitdagingen in de zorg
aanpakken.
Voor een goed werkende zorgverzekeringsmarkt is het belangrijk dat verzekerden op
tijd duidelijke, volledige en goed vergelijkbare informatie krijgen. Dat vraagt om
blijvende inzet van zorgverzekeraars, zorgaanbieders en andere betrokken partijen.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport