Lijst van vragen : Lijst van vragen, gesteld aan de regering, over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Kamerstuk 36945-VII-2)
2026D25350 Lijst van vragen
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft vragen voorgelegd aan de Minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het Rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek
2025 bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Kamerstuk 36 945-VII, nr. 2).
De voorzitter van de commissie,
Kisteman
De griffier van de commissie,
Honsbeek
Nr
Vraag
1
Hoeveel fte is er sinds 2023 bijgekomen in het rijksambtenarenapparaat op de volgende
functiegebieden: communicatieadvisering, participatiecoaching, beleidsadvisering,
functiecoaching, projectondersteuning en recruitment managing?
2
Hoe heeft het totale aantal fte aan rijksambtenaren zich in 2025 feitelijk ontwikkeld,
afgezet tegen de vooraf geformuleerde budgettaire taakstelling van het kabinet?
3
Kan de Minister aangeven hoeveel van de ruim 1,9 miljard euro die in 2025 aan de operatie
in Groningen is besteed rechtstreeks bij bewoners terecht is gekomen, hoeveel is uitgekeerd
als schadevergoeding en hoeveel is besteed aan uitvoeringskosten, apparaatskosten,
advieskosten en externe inhuur?
4
Kan de Minister aangeven welk deel van de 944 miljoen euro aan schadeafhandeling in
2025 is uitgekeerd via vaste vergoedingen, welk deel via maatwerk en welk deel via
daadwerkelijk herstel, en hoe wordt geborgd dat geen schade wordt vergoed die niet
door gaswinning is veroorzaakt?
5
U kiest volgens de Algemene Rekenkamer voor zorgvuldigheid boven snelheid. Hoe voorkomt
u dat deze keuze in de praktijk neerkomt op steeds ruimere uitkeringen, hogere uitvoeringskosten
en minder grip op rechtmatigheid?
6
In 2025 zijn 44.430 vaste vergoedingen toegekend, tegenover 13.920 maatwerktoekenningen
en 481 toekenningen voor daadwerkelijk herstel. Hoe beoordeelt u deze verhouding?
Leidt dit niet tot een prikkel om vooral geldbedragen aan te vragen in plaats van
daadwerkelijk herstel van schade?
7
De schadeafhandeling met onderzoek naar schadeoorzaak duurde in 2025 gemiddeld 239
dagen, terwijl de norm 182 dagen is. Is de lange behandelduur mede het gevolg van
de complexiteit van ruimhartige regelingen, aanvullende vergoedingen en maatwerk,
en hoe voorkomt u dat een steeds ruimere regeling juist tot meer vertraging leidt?
8
Waarom is ervoor gekozen om in ruime mate te werken met vaste vergoedingen van 10.000
euro zonder volledig onderzoek naar de schadeoorzaak, terwijl dit het risico vergroot
dat publieke middelen worden uitgekeerd voor schade die niet aardbevingsgerelateerd
is?
9
Kunt u aangeven hoeveel aanvragen voor vaste vergoedingen of aanvullende vaste vergoedingen
zijn gecontroleerd op causaliteit, dubbele vergoeding of eerdere schade-uitkeringen?
10
Hoe wordt gecontroleerd of schadevergoedingen daadwerkelijk worden gebruikt voor schadeherstel,
en acht u het wenselijk dat publiek geld wordt uitgekeerd zonder verplichting tot
herstel van de schade?
11
Kunt u toezeggen dat de Kamer voortaan jaarlijks inzicht krijgt in het aantal toegekende
schadevergoedingen, het totaalbedrag, het aandeel zonder causaliteitsonderzoek, het
aantal afgewezen aanvragen, signalen van misbruik en de financiële omvang van mogelijke
overcompensatie?
12
Sinds september 2025 kunnen bewoners die eerder minder dan 10.000 euro ontvingen een
aanvullende vaste vergoeding krijgen tot dat bedrag; in 2025 zijn 37.019 aanvragen
toegekend. Hoe wordt voorkomen dat deze regeling leidt tot stapeling van vergoedingen
zonder aantoonbare aanvullende schade?
13
De Algemene Rekenkamer stelt dat het een politieke keuze is om minder onderzoek te
doen naar de schadeoorzaak en ruimhartig schade te vergoeden, met het risico dat te
hoge vergoedingen worden uitgekeerd of schade wordt vergoed die niet door bevingen
is veroorzaakt. Erkent u dat dit risico reëel is en hoe groot acht u dit risico financieel?
14
Heeft u zelf onderzoek gedaan naar overcompensatie, misbruik en oneigenlijk gebruik
bij de ruimhartige schadeafhandeling en, zo ja, welke bedragen of percentages zijn
daarbij vastgesteld?
15
Kunt u per departement aangeven welk deel van de taakstelling in 2025 structureel
is gerealiseerd en welk deel incidenteel is opgevangen?
16
Hoe verhoudt de verdere toename van het totaal aantal rijksambtenaren zich tot het
kabinetsdoel om te bezuinigen op apparaatsuitgaven door minder ambtenaren en minder
externe inhuur?
17
Kunt u aangeven hoeveel externe inhuur in 2025 is ingezet binnen de begroting van
het Ministerie van BZK, uitgesplitst naar kerndepartement, agentschappen, SSC-ICT,
Logius, RvIG en de Groningen-operatie?
18
Waarom zijn aan de apparaatstaakstelling geen concrete doelen of resultaatafspraken
gekoppeld voor het aantal fte, de omvang van externe inhuur en de totale omvang van
de Rijksoverheid?
19
De Algemene Rekenkamer stelt dat onzeker is of het aantal fte uiteindelijk zal afnemen,
omdat er geen sturingsdoelen zijn opgenomen voor de omvang van de Rijksoverheid. Bent
u bereid alsnog een concreet reductiepad voor het aantal rijks-fte vast te stellen?
20
U geeft aan dat ministeries de taakstelling voor 2025 veelal incidenteel hebben opgevangen
en dat de focus lag op plan- en besluitvorming vanaf 2026. Hoe voorkomt u dat de taakstelling
doorschuift en uiteindelijk niet leidt tot een kleinere overheid?
21
Bent u bereid om in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk voortaan expliciet te rapporteren
over de ontwikkeling van het aantal fte, externe inhuur, apparaatsuitgaven en taakstellingsrealisatie
per departement, zodat de Kamer kan controleren of de overheid daadwerkelijk kleiner
en doelmatiger wordt?
22
Wat is «Nextcloud»? Hoe verhoudt dat zich tot de te ontwikkelen overheidsbrede soevereine
clouddienst?
23
Wanneer ontvangt de Kamer de door u aangekondigde concrete doelen voor vermindering
van het aantal ambtenaren en externe inhuur, en bevatten deze doelen ook harde plafonds
per departement?
24
Wat voor soort data van wie worden opgeslagen in het Overheidsdatacenter? Wie hebben
er toegang tot deze gegevens?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. Kisteman, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
G.C. Honsbeek, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.