Lijst van vragen : Lijst van vragen, gesteld aan de regering, over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Defensiematerieelbegrotingsfonds (Kamerstuk 36945-K-2)
2026D25275 Lijst van vragen
De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister
van Defensie over de Aanbieding van het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie
van Defensie en het Defensiematerieelbegrotingsfonds (vragen aan de regering) (36 945-K, nr. 2).
De voorzitter van de commissie,
Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie,
Manten
Nr
Vraag
1
Hoe wordt voorkomen dat de snelle groei van Defensie leidt tot blijvende tekortkomingen
in de bedrijfsvoering?
2
Hoe beoordeelt u de huidige balans tussen snelheid van verwerving en rechtmatigheid?
3
Hoe wordt gestuurd op hogere directe contractering binnen Nederland en Europa?
4
Welke personele tekorten vormen momenteel het grootste risico voor de uitvoerbaarheid?
5
Welke aanvullende investeringen zijn volgens u noodzakelijk om aan toekomstige NAVO-targets
te voldoen?
6
De Rekenkamer stelt vast dat de toelichting in het Jaarverslag over de onvolkomenheden
inzake inkoopbeheer en vastgoedbeheer niet in overeenstemming is met de resultaten
van haar onderzoek. Hoe verklaart u dit verschil?
7
Het inkoopkader Hoofdtaak 1 wijkt op één specifiek punt af van de reguliere interne
procedure: er wordt geen juridisch expert ingeschakeld. Wanneer en waarom is besloten
deze uitzondering te maken?
8
Wat is de verklaring voor de verdubbeling in de fouten en onzekerheden in de inkopen
van € 360,6 miljoen in 2024 naar € 849,6 miljoen in 2025?
9
Kunt u per project aangeven wat de reden van vertraging is, aangezien van de 10 deelprojecten
die in 2025 gereed hadden moeten zijn, er 7 niet zijn voltooid?
10
U geeft aan dat vertraging bij de objectbeveiliging deels te wijten is aan een gebrek
aan personele capaciteit: hoeveel fte is er eind 2025 geworven voor dit onderwerp,
en wanneer zijn deze mensen volledig inzetbaar?
11
Wanneer worden meetbare doelstellingen vastgesteld en aan de Kamer gemeld, aangezien
de Algemene Rekenkamer constateert dat de doelstellingen voor het verbeteren van het
beveiligingsbewustzijn niet meetbaar zijn geformuleerd?
12
Het project Defensie Bewakings- en Beveiligingssysteem is gestart in 2016 en had in
2019 gereed moeten zijn: wanneer verwacht u volledige implementatie en welke tijdelijke
maatregelen zijn getroffen op locaties die nog niet zijn voorzien van dit systeem?
13
Welke concrete maatregelen waren er vóór de publicatie van het Rekenkamerrapport getroffen
om de risico's van de toenemende fraude en corruptie te beheersen?
14
Wie is op dit moment de verantwoordelijke functionaris voor de beheersing van fraude-
en corruptierisico's, aangezien de Rekenkamer constateert dat dit binnen Defensie
niet duidelijk is?
15
U stelt in uw reactie dat de onderbouwing van uitzonderingsbepalingen zorgvuldig en
uitgebreid plaatsvindt (p. 75). De Rekenkamer concludeert dat dit slechts in enkele
gevallen zo is (p. 67): Hoe verklaart u dit verschil van inzicht en op welke dossiers
baseert u uw oordeel?
16
Aangezien u in uw reactie op het Rekenkamerrapport stelt dat Defensie geen volledig
inzicht heeft gekregen in de onderliggende inkoopdossiers die tot het oordeel van
de Rekenkamer hebben geleid: klopt het dat de door de Rekenkamer onderzochte inkoopdossiers
door Defensie zelf zijn opgesteld en beheerd? Zo ja, kunt u dan toelichten waarom
Defensie niet beschikt over volledig inzicht in deze eigen dossiers?
17
De Rekenkamer kwalificeert de € 3,6 miljard als een onzekerheid in de rechtmatigheid,
terwijl u spreekt van een administratieve onvolledigheid: kunt u toelichten wat volgens
u het juridische verschil is tussen beide kwalificaties?
18
De Rekenkamer kwalificeert de € 3,6 miljard als een onzekerheid in de rechtmatigheid,
terwijl u spreekt van een administratieve onvolledigheid: kunt u dit nader motiveren?
19
Bevat het beleidskader integriteit van april 2026 specifieke maatregelen gericht op
fraude- en corruptiebeheersing in het inkoopproces, of richt het zich primair op sociale
veiligheid?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.