Lijst van vragen : 36945-VIII Verslag houdende een lijst van vragen inzake Slotwet Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2025
2026D25236 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het voorbereidend
onderzoek van de Slotwet Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2025 (Kamerstuk
36 945 VIII), heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen.
De voorzitter van de commissie,
Koorevaar
Adjunct-griffier van de commissie,
Van Thiel
Nr
Vraag
1
Welke ontwikkelingen verklaren de verhoging van € 0,6 miljoen in de uitgaven binnen
artikel 14 Cultuur?
2
Welke ontwikkelingen verklaren de verhoging van € 2,0 miljoen in de ontvangsten binnen
artikel 14 Cultuur?
3
Welke overwegingen liggen ten grondslag aan de verschuiving van de verplichting voor
het Jeugdeducatiefonds (JEF) van € 49,4 miljoen die nu begin 2026 in plaats van eind
2025 wordt aangegaan?
4
Welke lessen trekt u voor de komende jaren uit de verlaging van de subsidieregeling
Maatschappelijke Diensttijd (MDT) vanwege een aantal betalingen van eerdere MDT subsidieregelingen
die in 2025 waren gepland en dat niet alle ingediende aanvragen voor MDT 2025 konden
voldoen aan de gestelde financiële voorwaarden?
5
Hoe verklaart u de vertragingen in de uitvoering van onderwijshuisvesting in Caribisch
Nederland?
6
Hoe verklaart u het lagere aantal aanvragen op de regelingen zij-instroom en lerarenbeurs
dan begroot?
7
Hoe komt het dat de verplichtingen die in de rest van het jaar nog zouden worden aangegaan
voor het Programma Leesbevordering zozeer te ruim werden geraamd, in een tijd dat
de leesbevordering nog altijd keiharde noodzaak is?
8
Wat verklaart het verschil van € 36,3 miljoen tussen de geraamde en gerealiseerde
verplichtingen binnen artikel 14 Cultuur?
9
Welke culturele verplichtingen zijn uiteindelijk niet aangegaan in 2025?
10
Welke verplichtingen zijn doorgeschoven naar latere jaren?
11
Waarom bleek de raming voor het Programma Leesbevordering € 16,7 miljoen hoger dan
uiteindelijk noodzakelijk?
12
Welke onderdelen betroffen de verlagingen van € 25,2 miljoen en € 21,1 miljoen?
13
Waarom vielen de verplichtingen voor bekostiging € 46,9 miljoen lager uit dan geraamd?
14
Hoe kan het dat verplichtingen voor artikel 14 oorspronkelijk hoger waren geraamd
dan uiteindelijk gerealiseerd?
15
Welke gevolgen heeft deze lagere verplichting voor de uitvoering van leesbevorderingsprogramma’s?
16
Hoe verhoudt de ontwikkeling van de middelen voor leesbevordering zich tot de ambitie
om lezen en bibliotheken te versterken?
17
Waarom werd in de raming uitgegaan van een vierjarige verplichting voor de regeling
amateurkunsten, terwijl de beschikking uiteindelijk alleen betrekking had op 2025?
18
Welke gevolgen heeft deze wijziging voor amateurkunstorganisaties?
19
Hoe sluit de ontwikkeling van middelen voor amateurkunsten aan bij de ambitie om cultuurparticipatie
te versterken?
20
Waaruit bestaat het positieve saldo van € 38,5 miljoen aan verleende en vervallen
garanties?
21
Welke culturele instellingen of regelingen vallen onder deze garanties?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.C. Koorevaar, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
L.E.T.M. van Thiel, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.