Lijst van vragen : Lijst van vragen over de beleidsreactie op Staat van het Onderwijs 2026 (Kamerstuk 36800-VIII-146)
2026D24833 Lijst van vragen
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een aantal vragen voorgelegd
aan de Minister en Staatssecretaris vn Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de brief
inzake de Staat van het Onderwijs 2026 met beleidsreactie (36 800-VIII, nr. 146) d.d. 15 april 2026.
De voorzitter van de commissie,
Koorevaar
Adjunct-griffier van de commissie,
Easton
Nr
Vraag
1
Welke maatregelen zijn de afgelopen jaren ingezet om de beheersing van basisvaardigheden
op het mbo1 te versterken, hoe worden de voortgang en effectiviteit van deze inzet gemonitord
en welke eventuele aanvullende maatregelen kunnen worden overwogen om het mbo-basisvaardighedenniveau
verder te verhogen?2
2
In hoeverre houdt het mbo-basisvaardighedenniveau verband met het opleidingsniveau
en de didactische vaardigheden van mbo-docenten?
3
Welke voorwaarden worden precies gesteld aan mbo-docenten en over welke kwalificaties
dienen mbo-docenten concreet te beschikken?
4
Waaruit bestaan precies de gerichte investeringen in lezen, schrijven en rekenen in
het mbo-onderwijs?
5
Hoeveel scholen zijn er in totaal als onvoldoende dan wel zeer zwak beoordeeld, uitgesplitst
naar regio en denominatie?
6
Hoeveel scholen zijn er onvoldoende dan wel zeer zwak beoordeeld die vorig jaar een
soortgelijke beoordeling hadden?
7
Wat is de gemiddelde duur van een herstelopdracht?
8
Hoeveel herstelopdrachten hadden specifiek betrekking op burgerschapsonderwijs?
9
In welke type mbo-opleidingen komt het oordeel onvoldoende of zeer zwak het vaakst
voor?
10
Welk kwaliteitsniveau op mbo’s ambieert u, welke maatregelen worden genomen om de
kwaliteitszorg op mbo’s te versterken, hoe beoordeelt u in algemene zin de verbeterplannen
van mbo’s en welke gerichte verbeteractiviteiten ondersteunt u vanuit het departement?
11
Uit steekproefonderzoek blijkt dat 18 procent van de scholen in het funderend onderwijs
(po3, vo4 en (v)so5) en 29 procent van de vmbo b-/k-afdelingen als onvoldoende of zeer zwak wordt beoordeeld;
zijn er regionale verschillen zichtbaar in de beoordeling van scholen in het steekproefonderzoek?
12
Op welk onderdeel scoren veel scholen in het voortgezet onderwijs onvoldoende, gezien
het feit dat kwaliteitszorg een hardnekkig zwak punt blijkt en 20 tot 32 procent van
de scholen in het voortgezet onderwijs een onvoldoende krijgen op de kwaliteitszorgstandaarden?
13
Bij herstelonderzoeken in het funderend onderwijs blijkt dat een derde van de scholen
er na een jaar nog steeds niet in slaagt om de basiskwaliteit te bereiken; hoe succesvol
zijn hersteltrajecten in het funderend onderwijs volgens deze cijfers?
14
Hoe vaak zorgde een onvoldoende kwaliteitszorgstandaard voor een onvoldoende dan wel
zeer zwakke beoordeling van een school?
15
Slechts 70 procent van de leraren in het primair onderwijs heeft de complexe differentiatievaardigheden
onder de knie; welke factoren kunnen verklaren dat niet alle leraren deze vaardigheden
onder de knie hebben?
16
Welke wettelijke vereisten blijken het vaakst niet te worden gehaald dan wel nageleefd
in het burgerschapsonderwijs?
17
In het mbo worden 40 procent van de onderzochte opleidingen als onvoldoende of zeer
zwak beoordeeld, waarbij onvoldoende studiesucces het meest doorslaggevend is; welke
factor speelt volgens deze bevinding de grootste rol bij de negatieve beoordeling
van mbo-opleidingen?
18
Het percentage havo-afdelingen met onvoldoende berekende resultaten is spectaculair
gestegen van 4 procent in 2024 naar 21 procent in 2025; hoeveel havo-afdelingen zijn
in 2025 opnieuw beoordeeld en hoeveel daarvan zijn verbeterd?
19
Wat zijn de gevolgen van het niet uitvoeren van de aangenomen motie Ergin cs. uit
2024 over de herinvoering van de Ministersplaatsen voor Caribische kandidaten op de
onderwijs- en loopbaankansen van scholieren in het Caribisch deel van het Koninkrijk?6
20
Welke specifieke sectoren of regio’s lopen voor de periode 2026–2030 het grootste
risico op financiële instabiliteit vanwege de verwachte daling van de rijksbijdragen
voor alle onderwijssectoren door onder andere bezuinigingen van het vorige kabinet
en dalende leerlingaantallen hierdoor?
21
93 procent van de bestuurders van samenwerkingsverbanden geeft aan dat de wettelijke
scheiding tussen onderwijs- en zorgmiddelen een passend aanbod voor leerlingen in
de weg staat; welke mogelijkheden zijn er om die wettelijke scheiding tussen onderwijs-
en zorgmiddelen te verkleinen?
22
In 2024–2025 beheerste een derde van de gediplomeerden het referentieniveau 2F voor
Nederlands feitelijk niet door de systematiek van cijferdifferentiatie in het mbo
2; welke structurele maatregelen kunnen worden genomen om te borgen dat het percentage
gediplomeerden op termijn het referentieniveau 2F behaalt en welke tijdspanne heeft
u gesteld om deze doelstelling te verbeteren?
23
Welke structurele maatregelen kunnen worden genomen om te borgen dat de resultaten
voor het centraal examen Nederlands op mbo 4-niveau stijgen, gezien het feit dat in
2024–2025 38 procent van de gediplomeerden onvoldoende lees- en/of kijk- en luistervaardig
was op niveau 3F, en welke tijdspanne heeft de u gesteld om deze doelstelling te verbeteren?
24
Hoeveel leerlingen in po, vo, vso en mbo kunnen momenteel daadwerkelijk gevolgd worden
op de referentieniveaus taal en rekenen, uitgesplitst per onderwijssector?
25
Op welke onderdelen wijken de huidige mbo-rekeneisen af van de referentieniveaus rekenen?
26
Welke rol spelen klassenomvang en lesmethodes in de uitkomst dat bijna een derde van
de basisschoolleerlingen aan het einde van de basisschool referentieniveau 1F voor
gespreksvaardigheid nog niet beheerst?
27
Welke kortetermijnmaatregelen kunnen er worden genomen om basisschoolleerlingen wel
de doelstelling van het basisschoolreferentieniveau 1F voor gespreksvaardigheid te
laten behalen, gezien het feit dat bijna een derde van de basisschoolleerlingen aan
het einde van de basisschool referentieniveau 1F voor gespreksvaardigheid nog niet
beheerst?
28
Welke beleidskeuzes volgen uit de constatering dat een onvoldoende voor het centraal
examen wiskunde in het vmbo een sterke voorspeller voor een gebrek aan succes in het
eerste studiejaar van het mbo blijkt te zijn; wordt het niveau van het vmbo verhoogd,
de begeleiding van het mbo bereikt of beide?
29
Nederlandse vo-leerlingen in leerjaar 2 presteren onder het internationaal gemiddelde
op het gebied van computer- en informatiegeletterdheid (niveau 1, waar niveau 2 het
basisniveau is); welke extra middelen komen er beschikbaar om te voorkomen dat een
grote groep leerlingen digitaal achterblijft voordat de kerndoelen in 2027 wettelijk
van kracht worden?
30
Hoe verhoudt de voorgestelde wetswijziging van de WHW7 zich tot de aanbevelingen uit het NRO Consortiumonderzoek «Onbedoelde effecten van
selectie op de diversiteit van de geneeskundestudenten-populatie en de kandidatenpool:
Wat kunnen we eraan doen?»8 (NRO project 40.5.18650.007)?
31
Hoeveel meldingen van schorsing of verwijdering wegens fysiek geweld ontving de inspectie9 in 2024–2025?
32
Welke leerlinggroepen rapporteren de laagste veiligheidsbeleving volgens de jaarlijkse
monitor?
33
Bij situaties van islamofobe of homofobe uitingen kunnen verschillen in normen en
waarden en politieke opvattingen een rol spelen, terwijl bij andere type veiligheidsincidenten
scholen vaak een protocol hebben dat aangeeft hoe te handelen; wat is de reden dat
scholen bij situaties van bijvoorbeeld islamofobie niet weten hoe ze moeten handelen
en welke maatregelen kunnen er worden genomen om dit wel te weten?
34
Hoe verklaart u dat 6 procent van de onderwijsbesturen in 2024 nog steeds geen verantwoording
aflegden over informatiebeveiliging en privacy in hun jaarverslag, ondanks de verantwoordingsplicht?
35
Op welke wijze gaat u scholen ondersteunen nu 80 tot 88 procent van de leraren aangeeft
niet over de benodigde kennis en vaardigheden te beschikken om AI10 effectief en veilig in te zetten in de lessen?
36
Hoe heeft het aantal thuiszitters zich ontwikkeld sinds 2020?
37
Wat verstaat de inspectie onder lichte interventies?
38
Hoe gaat de inspectie ervoor zorgen dat er meer onaangekondigde bezoeken afgelegd
worden aan de verschillende scholen?
39
Wanneer wordt er zwaarder toezicht ingezet?
40
Hoe worden de inspectiebezoeken omgezet naar kwalitatief goede resultaten?
X Noot
1
mbo: middelbaar beroepsonderwijs
X Noot
2
Kamerstuk 31 293, nr. 855, p. 2.
X Noot
3
po: primair onderwijs
X Noot
4
vo: voortgezet onderwijs
X Noot
5
(v)so: (voortgezet) speciaal onderwijs
X Noot
6
Kamerstuk 31 288, nr. 1118.
X Noot
7
Variawet hoger onderwijs 202# (https://www.internetconsultatie.nl/variawet/b1)
X Noot
8
Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek, Onbedoelde effecten van selectie op de diversiteit
van de geneeskundestudenten-populatie en de kandidatenpool: Wat kunnen we eraan doen?
(https://www.nko.nl/onderzoeksprojecten/unintended-effects-of-selection-…)
X Noot
9
inspectie: Inspectie van het Onderwijs
X Noot
10
AI: Artificiële Intelligentie
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.C. Koorevaar, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede ondertekenaar
A.E.W. Easton, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.