Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg inzake Kabinetsreactie WODC onderzoek Politievrijwilligerswerk gewaardeerd Kosten en baten van politievrijwilligers
2026D24326 Inbreng Verslag van een schriftelijk overleg
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen en opmerkingen
voorgelegd over de volgende brief:
• Kabinetsreactie WODC-onderzoek Politievrijwilligerswerk gewaardeerd Kosten en baten
van politievrijwilligers (Kamerstuk 29 628, nr. 1320).
De voorzitter van de commissie,
Eerdmans
Adjunct-griffier van de commissie,
Paauwe
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
II Reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de kabinetsreactie
op het onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum, getiteld «Vrijwilligerswerk
gewaardeerd. Kosten en baten van politievrijwilligers» (hierna: het WODC-onderzoek).
Deze leden onderschrijven het belang van de inzet van politievrijwilligers bij een
toenemende druk op politiecapaciteit en stellen nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie steunen de extra inzet op het aantrekken van extra politievrijwilligers.
Deze leden lezen dat het grootste knelpunt ligt bij opleidingscapaciteit en begeleiding.
Welke concrete maatregelen neemt de Minister om deze capaciteit versneld uit te breiden?
Welke mogelijkheden ziet hij om hierbij meer gebruik te maken van alternatieve opleidingsmogelijkheden?
De leden van de VVD-fractie lezen voorts dat wordt gewerkt aan een bedrijfsplan politievrijwilligers
waarbij de inbedding van de politievrijwilliger in de politieorganisatie voorop staat.
Deze leden vragen welke regels of procedures kunnen worden vereenvoudigd om de inzet
van vrijwilligers aantrekkelijker en efficiënter te maken, zodat bureaucratische belemmeringen
binnen de politieorganisatie kunnen worden verminderd. Kan dit worden meegenomen in
het bedrijfsplan?
De leden van de VVD-fractie constateren dat de onderzoekers van het WODC-onderzoek
voorstellen om tot betere interne behoefteraming te komen, zodat politievrijwilligers
het beste kunnen worden ingezet op de plekken waar zij het meeste ondersteuning kunnen
bieden. Deze leden zijn benieuwd of er kan worden toegelicht hoe en wanneer deze interne
behoefteraming kan worden gerealiseerd. Kan de Minister voorts aangeven welke mogelijkheden
er zijn om specialistische vrijwilligers, bijvoorbeeld op het gebied van cybercrime,
gerichter aan de politie te verbinden?
De leden van de VVD-fractie zien ook kansen om politievrijwilligers nadrukkelijker
te betrekken bij maatschappelijke weerbaarheid en crisisparaatheid. Kan de Minister
toelichten hoe politievrijwilligers worden meegenomen in de bredere agenda rondom
nationale weerbaarheid en maatschappelijke paraatheid? Hoe kijkt hij naar een grotere
rol voor politievrijwilligers bij noodhulp, crisisbeheersing of ondersteuning tijdens
grootschalige incidenten?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met veel interesse kennisgenomen van het WODC-onderzoek
en de kabinetsreactie daarop. Deze leden willen de auteurs allereerst danken voor
het rapport. Zij hebben daarover een aantal vragen.
De leden van de BBB-fractie constateren dat de Kamer sinds eind 2023 geen inhoudelijke
voortgangsrapportages meer ontvangt over de uitvoering van de motie-Bisschop over
de afgesproken doelstelling van 10% politievrijwilligers vóór 31 december 2027 (Kamerstuk
29 628, nr. 1093) en de motie-Bikker c.s. over de financiële impuls voor klassen betreffende buitengewoon
opsporingsambtenaren die administratief-technische werkzaamheden verrichten (Kamerstuk
35 925 VI, nr. 84). In dat kader vragen deze leden of de Minister een volledig en actueel overzicht
kan geven van de uitvoering van beide moties sinds december 2023, inclusief 1) het
aantal politievrijwilligers per aanstellingsvorm, 2) de instroom van politievrijwilligers
en de gerealiseerde opleidingscapaciteit, 3) de uitvalpercentages en 4) de huidige
prognose richting het behalen van de 10%-norm per 31 december 2027.
De leden van de BBB-fractie lezen dat er een werkplan bestaat, getiteld «Groeimodel
politievrijwilligers». Dit werkplan bevat veel maatregelen, maar deze leden constateren
dat de Kamer geen inzicht heeft in welke onderdelen zijn uitgevoerd, vertraagd of
niet zijn gestart. Kan de Minister per maatregel uit het werkplan aangeven wat de
huidige status is, welke resultaten zijn behaald, en welke knelpunten worden ervaren?
De leden van de BBB-fractie lezen dat de politie een herijkte visie op politievrijwilligers
heeft vastgesteld. Is de Minister bereid de volledige herijkte visie op politievrijwilligers,
inclusief onderliggende analyses en uitgangspunten, met de Kamer te delen? Daarnaast
lezen deze leden dat de Minister stelt dat deze visie is aangepast op basis van het
onderzoek van het WODC. De Minister licht alleen niet toe hoe. Het WODC-onderzoek
toont aan dat politievrijwilligers de maatschappij meer opleveren dan dat ze kosten
en dat geldt voor alle aanstellingsvormen. Deze leden horen graag van de Minister
op welke punten de nieuwe visie afwijkt van de eerdere visie en welke specifieke bevindingen
uit het WODC-onderzoek tot deze wijzigingen hebben geleid. Voorts vragen deze leden
wat de politie doet met de bevindingen uit het WODC-onderzoek, gezien het capaciteitsvraagstuk.
De leden van de BBB-fractie merken op dat er budgettaire tekorten zijn bij de politie.
Deze leden vragen zich af of de middelen die aan politievrijwilligers worden gealloceerd,
voldoende zijn om de 10%-norm te halen. Zij vragen de Minister daarom of het huidige
budget voor politievrijwilligers toereikend is om de 10%-norm in 2027 te realiseren.
Mocht dat niet het geval zijn, dan vragen deze leden de Minister welk aanvullend budget
minimaal noodzakelijk is. Hoe gaat de Minister dit dan realiseren?
De leden van de BBB-fractie merken op dat het WODC concludeert dat uitbreiding van
opleidingscapaciteit rendabel is. Kan de Minister aangeven hoeveel opleidingsplaatsen
voor politievrijwilligers in 2023, 2024, 2025, 2026 en 2027 daadwerkelijk beschikbaar
zijn/waren en hoeveel zouden er volgens de Minister nodig zijn om de 10%-norm te halen?
In welke mate wordt daarbij gebruikgemaakt van externe opleiders, alternatieve vormen
van begeleiding of andere alternatieve opleidingsmogelijkheden?
De leden van de BBB-fractie merken op dat het WODC een betere interne behoefteraming
adviseert. De Minister geeft zelf aan dit belangrijk te vinden. Deze leden vragen
de Minister of hij de stand van zaken kan delen met betrekking tot de ontwikkeling
van een interne behoefteraming voor politievrijwilligers en wanneer de Minister verwacht
dat hij deze raming kan delen met de Kamer.
De leden van de BBB-fractie lezen dat de Minister stelt dat politievrijwilligers altijd
aanvullende capaciteit zijn en geen onderdeel zijn van formatie of bezetting. Deze
leden vinden dat dit structurele inzet en waardering beperkt. Zij vragen de Minister
daarom waarom de politievrijwilliger zo nadrukkelijk gepositioneerd wordt als aanvullende
capaciteit en of hij bereid is te onderzoeken of het uitgangspunt dat politievrijwilligers
uitsluitend aanvullende capaciteit zijn, nog houdbaar is, gezien de structurele tekorten
en de positieve uitkomsten van de maatschappelijke kosten-batenanalyse. Deze leden
wijzen erop dat Defensie vorig jaar werkgevers (decentrale cao-partners) actief opriep
om reservisten te faciliteren vanwege geopolitieke spanningen. Voor politievrijwilligers
ontbreekt een vergelijkbare oproep. Hoe verklaart de Minister het verschil tussen
de actieve oproep van Defensie aan werkgevers om reservisten te faciliteren en het
ontbreken van een vergelijkbare oproep voor politievrijwilligers?
Daarnaast wijzen deze leden erop dat de internationale veiligheidssituatie verslechtert
en dat politievrijwilligers een rol kunnen spelen in binnenlandse paraatheid en weerbaarheid.
Welke impact ziet de Minister van de huidige geopolitieke spanningen op de binnenlandse
veiligheid en welke rol ziet hij specifiek voor politievrijwilligers in dit kader?
De leden van de BBB-fractie merken op dat werkgeversregelingen reeds bestaan voor
defensiereservisten, maar niet voor politievrijwilligers. Deze leden vragen of de
Minister bereid is te verkennen of een werkgeversregeling voor politievrijwilligers
wenselijk en haalbaar is, bijvoorbeeld voor verlof, compensatie of beschikbaarheid
bij crises en ad-hoc-inzetten.
Tot slot benadrukken de leden van de BBB-fractie de waarde van politievrijwilligers,
maar constateren ook dat dit zich niet vertaalt naar structurele rechten of voorzieningen.
Welke stappen is de Minister bereid te zetten om de structurele positie, rechtspositie
en waardering van politievrijwilligers te versterken, passend bij hun toenemende rol
in veiligheid en crisisrespons?
II Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
B.J. Eerdmans, voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid -
Mede ondertekenaar
B.A. Paauwe, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.