Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 947 Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas)
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
ARTIKEL IV
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een jaarverplichting groengaseenheden
op te leggen aan leveranciers van gas aan afnemers in verband met het verhogen van
het aandeel gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers
teneinde bij te dragen aan de energietransitie;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 2.2, eerste lid, wordt «titels 9.7 en 9.8» vervangen door «titels 9.7,
9.8 en 9.9».
B
Na Titel 9.8 wordt een titel ingevoegd, luidende:
TITEL 9.9 BIJMENGVERPLICHTING GROEN GAS
Paragraaf 9.9.1 Algemeen
Artikel 9.9.1.1 Begripsbepalingen
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
afnemer:
een verbruiker van gas als bedoeld in artikel 50, eerste lid van de Wet belastingen
op milieugrondslag en een CNG-vulstation, als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel s,
van de Wet belastingen op milieugrondslag;
CO2-equivalent-ketenemissiereductie:
de hoeveelheid verminderde broeikasgasuitstoot in kilogram CO2 die in de hele keten wordt bereikt door het gebruik van gas uit hernieuwbare bronnen
ten opzichte van de broeikasgasuitstoot van de fossiele referentiebrandstof, bedoeld
in bijlage VI van de richtlijn hernieuwbare energie;
certificeringsorgaan:
een onafhankelijke geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstantie als bedoeld
in artikel 2, onderdeel 14, van de uitvoeringsverordening (EU) 2022/996;
distributiesysteembeheerder voor gas:
distributiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 1.1, van de Energiewet;
duurzaamheidssysteem:
door de Europese Commissie erkend vrijwillig systeem als bedoeld in artikel 30, vierde
lid, van de richtlijn hernieuwbare energie;
emissieverslag:
verslag van de gereglementeerde entiteit, bedoeld in artikel 16.39ae, eerste lid,
en artikel 75p van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, betreffende
de emissies die overeenstemmen met de hoeveelheden brandstof die in een kalenderjaar
zijn uitgeslagen tot verbruik en worden gebruikt voor verbranding in de sectoren genoemd
in bijlage II van het Besluit handel in emissierechten;
gas:
gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;
gas uit hernieuwbare bronnen:
gas uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;
GGE-register:
register voor groengaseenheden als bedoeld in artikel 9.9.5.1;
groengaseenheid:
groengaseenheid als bedoeld in artikel 9.9.3.1;
inboeker gas uit hernieuwbare bronnen:
leverancier aan afnemers die overeenkomstig artikel 9.9.4.1 een hoeveelheid gas uit
hernieuwbare bronnen inboekt in het GGE-register;
inboekfaciliteit gas uit hernieuwbare bronnen:
eigenschap van een rekening in het GGE-register die de inboeking van gas uit hernieuwbare
bronnen overeenkomstig artikel 9.9.4.1 mogelijk maakt;
jaarverplichtingfaciliteit groengaseenheden:
eigenschap van een rekening in het GGE-register die een leverancier aan afnemers ingevolge
artikel 9.9.2.2 heeft om aan zijn jaarverplichting groengaseenheden te voldoen;
jaarverplichting groengaseenheden:
aantal groengaseenheden dat de leverancier aan afnemers is verschuldigd op grond van
artikel 9.9.2.1;
leverancier aan afnemers:
gereglementeerde entiteit als bedoeld in artikel 16.1, eerste lid, voor zover het
een natuurlijk of rechtspersoon betreft die voorziet in levering van gas aan afnemers
in de sectoren, bedoeld in bijlage II bij het Besluit handel in emissierechten, via
een aansluiting en op grond van de Wet belasting op milieugrondslag belastingplichtig
is voor gas;
levering aan afnemers:
levering van gas via een aansluiting aan de verbruiker van gas of een CNG-vulstation
als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag,
dat wordt gebruikt voor verbranding in sectoren als bedoeld in Bijlage II bij het
Besluit handel in emissierechten;
marktdeelnemer:
een marktdeelnemer als bedoeld in artikel 2, onderdeel 11, van de uitvoeringsverordening
(EU) 2022/996;
massabalanssysteem:
een massabalanssysteem overeenkomstig artikel 30, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare
energie, en artikel 19 van de uitvoeringsverordening (EU) 2022/996;
overboekfaciliteit groengaseenheden:
eigenschap van een rekening in het GGE-register die de overboeking van een groengaseenheid
mogelijk maakt;
richtlijn hernieuwbare energie:
richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018
ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L328);
transmissiesysteembeheerder voor gas:
transmissiesysteembeheerder voor gas, bedoeld in artikel 1.1, van de Energiewet;
verordening monitoring en rapportage emissiehandel:
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake
de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn
2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening
(EU) nr. 601/2012 van de Commissie (PbEU 2018, L334);
verordening verificatie en accreditatie emissiehandel:
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2018/2067 van de Commissie van 19 december 2018 inzake
de verificatie van gegevens en de accreditatie van verificateurs krachtens Richtlijn
2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2018, L334);
uitvoeringsverordening (EU) 2022/996:
Uitvoeringsverordening (EU) 2022/996 van de Commissie van 14 juni 2022 betreffende
de voorschriften om de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria alsmede
de criteria inzake laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik te controleren
(PbEU 2022, L168/1).
Artikel 9.9.1.2 Uniedatabank
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over:
a. de invoer en het gebruik van informatie door producenten van gas uit hernieuwbare
bronnen en andere marktdeelnemers in de Uniedatabank, bedoeld in artikel 31bis, van
de richtlijn hernieuwbare energie;
b. de controle op de door marktdeelnemers ingevoerde gegevens in de Uniedatabank door
het certificeringsorgaan van het duurzaamheidsysteem, bedoeld in artikel 31 bis, vijfde
lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
Artikel 9.9.1.3 Informatieverplichting
De transmissiesysteembeheerder brengt voor 30 april van enig kalenderjaar desgevraagd
aan het bestuur van de emissieautoriteit de totale leveringen van gas via het transmissiesysteem
voor gas en de distributiesystemen voor gas uit over het direct daaraan voorafgaande
kalenderjaar.
Artikel 9.9.1.4 Uitzonderen categorieën leveranciers aan afnemers
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën leveranciers aan afnemers worden
aangewezen waarop een of meer bepalingen van deze titel met betrekking tot de leverancier
aan afnemers niet van toepassing zijn.
Paragraaf 9.9.2 Jaarverplichting groengaseenheden
Artikel 9.9.2.1 Jaarverplichting groengaseenheden
1. De leverancier aan afnemers is in enig kalenderjaar het aantal groengaseenheden verschuldigd
dat overeenkomt met zijn aandeel in de bij algemene maatregel van bestuur vast te
stellen hoeveelheid broeikasgasemissiereductie in de keten tot afnemer voor het daaraan
voorafgaande kalenderjaar. Het in de vorige zin bedoelde aandeel wordt berekend op
basis van het marktaandeel van de leverancier aan afnemers in de totale leveringen
aan afnemers door de leveranciers aan afnemers gezamenlijk in dat voorafgaande kalenderjaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, worden voor de toepassing
van dat lid eisen gesteld aan de wijze van berekening van het aantal groengaseenheden
dat de leverancier aan afnemers is verschuldigd en aan de vaststelling van de hoeveelheid
broeikasgasemissiereductie in de keten tot afnemer.
Artikel 9.9.2.2 Bepaling marktaandeel en leveringen aan afnemers
1. Bij de bepaling van het marktaandeel, bedoeld in artikel 9.9.2.1, eerste lid, wordt
gebruik gemaakt van de opgenomen levering aan afnemers in het door de leverancier
aan afnemers uitgebrachte emissieverslag.
2. Bij de bepaling van de leveringen aan afnemers over het voorafgaande kalenderjaar,
bedoeld in artikel 9.9.2.1, eerste lid, wordt gebruik gemaakt van de uitgebrachte
informatie over de totale leveringen via het transmissiesysteem voor gas en de distributiesystemen
voor gas en de informatie over de jaarlijkse emissies van de verslagperiode in de
uitgebrachte emissieverslagen, bedoeld in artikel 16.1, derde lid, en in artikel 68
en bijlage X van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel over de desbetreffende
kalenderjaren met als peildatum 1 mei.
3. Indien een leverancier aan afnemers niet het in het eerste lid bedoelde emissieverslag
heeft uitgebracht bepaalt het bestuur van de emissieautoriteit het marktaandeel van
deze leverancier aan afnemers nadat toepassing is gegeven aan artikel 16.39ae, derde
lid, juncto artikel 16.16, eerste lid.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over
de bepaling van het marktaandeel.
Artikel 9.9.2.3 Het emissieverslag
1. Het emissieverslag, bedoeld in artikel 9.9.2.2, eerste lid, is het emissieverslag
dat op grond van artikel 16.39ae, eerste lid, door de leverancier aan afnemers moet
worden uitgebracht en voldoet aan de eisen gesteld in de verordening monitoring en
rapportage emissiehandel voor gereglementeerde entiteiten en de eisen gesteld in de
verordening verificatie en accreditatie emissiehandel.
2. Artikelen 16.39ab, derde lid, 16.39ae, derde lid, en de krachtens de artikelen 16.39af,
derde lid en 16.39ag vastgestelde ministeriële regelingen zijn van overeenkomstige
toepassing op het emissieverslag.
Artikel 9.9.2.4 Rekening met jaarverplichtingfaciliteit
De leverancier aan afnemers heeft een rekening met jaarverplichtingfaciliteit groengaseenheden
in het GGE-register.
Artikel 9.9.2.5 Informeren van de jaarverplichting groengaseenheden
1. Het bestuur van de emissieautoriteit informeert de leveranciers aan afnemers die
het emissieverslag, bedoeld in artikel 9.9.2.3, eerste lid, hebben uitgebracht, voor
1 juni van enig kalenderjaar over de hoogte van de jaarverplichting groengaseenheden,
bedoeld in artikel 9.9.2.1, van het direct aan dat kalenderjaar voorafgaande kalenderjaar.
2. Indien een leverancier aan afnemers het in het eerste lid bedoelde emissieverslag
niet heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 9.9.2.2, derde lid, informeert het bestuur
van de emissieautoriteit de desbetreffende leveranciers aan afnemers over de hoogte
van de jaarverplichting groengaseenheden, nadat toepassing is gegeven aan dat artikel.
Artikel 9.9.2.6 Ontheffing van de jaarverplichting groengaseenheden
1. Een leverancier aan afnemers die het emissieverslag, bedoeld in artikel 9.9.2.3,
eerste lid, heeft uitgebracht kan tegen een vergoeding ontheffing verkrijgen voor
het geheel of een deel van de jaarverplichting groengaseenheden.
2. De leverancier aan afnemers is een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
vastgestelde vergoeding als bedoeld in het eerste lid verschuldigd per groengaseenheid
waarvoor ontheffing wordt verkregen, overeenkomstig de bij of krachtens die algemene
maatregel van bestuur vast te stellen regels.
3. De leverancier aan afnemers informeert het bestuur van de emissieautoriteit voor
1 juli van enig kalenderjaar direct volgend op het daaraan voorafgaande kalenderjaar
over het deel van de jaarverplichting groengaseenheden waarvoor de leverancier aan
afnemers ontheffing wil verkrijgen.
4. De bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, vast
te stellen regels betreffen in ieder geval:
a. het maximum deel van de benodigde groengaseenheden, bedoeld in artikel 9.9.2.1, eerste
lid, waarvoor ontheffing kan worden verkregen;
b. regels omtrent de termijn waarbinnen en de wijze waarop het verzoek om ontheffing
kenbaar wordt gemaakt aan het bestuur van de emissieautoriteit;
c. regels omtrent de termijn waarbinnen en de wijze waarop de vergoeding wordt betaald.
5. Indien de volledige betaling ter vergoeding van de ontheffing niet binnen de krachtens
het vierde lid gestelde termijn is voldaan, is er geen ontheffing verkregen voor dat
deel van de groengaseenheden en wordt er geen rekening gehouden met de verlaging van
de jaarverplichting groengaseenheden van leveranciers aan afnemers, bedoeld in 9.9.2.7,
vierde lid.
Artikel 9.9.2.7 Voldoen aan de jaarverplichting groengaseenheden
1. Op 1 augustus van enig kalenderjaar:
a. heeft de leverancier aan afnemers ten minste de jaarverplichting groengaseenheden
op zijn rekening staan; en
b. schrijft het bestuur van de emissieautoriteit van de rekening van de leverancier aan
afnemers het aantal groengaseenheden af, dat overeenkomt met de voor die leverancier
aan afnemers voor het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar geldende jaarverplichting
groengaseenheden.
2. Indien voor de datum genoemd in het eerste lid toepassing is gegeven aan de artikelen 16.16
en 16.17 jo. 16.39ae, derde lid ten aanzien van het emissieverslag en dit heeft geleid
tot een verhoging of een verlaging van de jaarverplichting groengaseenheden van één
of meerdere leveranciers aan afnemers voor het betrokken kalenderjaar, schrijft het
bestuur van de emissieautoriteit, het aantal groengaseenheden van de rekening van
de leverancier aan afnemers, rekening houdend met deze verhoging of verlaging.
3. Indien een leverancier aan afnemers het in het eerste lid bedoelde emissieverslag
niet heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 9.9.2.2, derde lid, schrijft het bestuur
van de emissieautoriteit van de rekening van de leverancier aan afnemers het aantal
groengaseenheden af, dat overeenkomt met de voor die leverancier aan afnemers geldende
jaarverplichting groengaseenheden binnen één maand nadat toepassing is gegeven aan
artikel 9.9.2.2, derde lid.
4. Indien toepassing van artikel 9.9.2.6, eerste lid, leidt tot een verlaging van de
jaarverplichting groengaseenheden van een leverancier aan afnemers voor het betrokken
kalenderjaar, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit het aantal groengaseenheden
dat overeenkomt met die verlaging af van de rekening van de leverancier aan afnemers.
5. Indien het aantal groengaseenheden op de rekening van de leverancier aan afnemers
als gevolg van de toepassing van het eerste, tweede lid of derde lid leidt tot een
negatief saldo aan groengaseenheden, vult de leverancier aan afnemers het tekort aan
binnen drie kalendermaanden.
Paragraaf 9.9.3 Groengaseenheden
Artikel 9.9.3.1 Groengaseenheid
1. Een groengaseenheid vertegenwoordigt een bijdrage aan de jaarverplichting groengaseenheden
van één kg CO2-equivalent-ketenemissiereductie.
2. Een groengaseenheid kan uitsluitend in het GGE-register, bedoeld in artikel 9.9.5.1,
gehouden worden.
Artikel 9.9.3.2 Overdracht
Een groengaseenheid is vatbaar voor overdracht indien de overdragende partij en de
ontvangende partij ieder op hun naam een rekening hebben in het GGE-register.
Artikel 9.9.3.3 Beperkingen overdracht
1. Overdracht van een of meer groengaseenheden mag niet leiden tot een negatief saldo
aan groengaseenheden op een rekening.
2. Overdracht van een of meer groengaseenheden is niet toegestaan bij een negatief saldo
aan groengaseenheden op een rekening.
Artikel 9.9.3.4 Levering groengaseenheid
1. De voor overdracht van een groengaseenheid vereiste levering geschiedt door:
a. afschrijving van de groengaseenheid van de rekening die in het register op naam staat
van de partij die de groengaseenheid overdraagt; en
b. bijschrijving op de rekening die in het register op naam staat van de partij die de
groengaseenheid verkrijgt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elke overgang anders dan overdracht.
3. Elke overgang anders dan overdracht werkt tegenover derden eerst nadat de overgang
in het GGE-register is geregistreerd.
Artikel 9.9.3.5 Nietigheid of vernietiging van de overeenkomst
1. Nietigheid of vernietiging van de overeenkomst die tot de overdracht heeft geleid,
of onbevoegdheid van degene die overdraagt, heeft, nadat de levering, bedoeld in artikel 9.9.3.4,
eerste lid, is voltooid, geen gevolgen voor de geldigheid van de overdracht.
2. Elk voorbehoud met betrekking tot de overdracht is uitgewerkt op het moment dat de
overdracht tot stand is gekomen.
Artikel 9.9.3.6 Afwijking Burgerlijk Wetboek
1. In afwijking van artikel 228 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek kan op een groengaseenheid
geen recht van pand worden gevestigd.
2. Op een groengaseenheid kan geen recht van vruchtgebruik worden gevestigd.
3. Een groengaseenheid is niet vatbaar voor beslag.
Paragraaf 9.9.4 inboeken gas uit hernieuwbare bronnen
Artikel 9.9.4.1 Inboeken gas uit hernieuwbare bronnen
1. Een inboeker kan tot 1 mei van enig kalenderjaar gas uit hernieuwbare bronnen inboeken
in het GGE-register, indien het gas uit hernieuwbare bronnen in het direct aan die
datum voorafgaande jaar:
a. door hem aan afnemers is geleverd;
b. voldoet aan artikel 9.9.4.2;
c. afkomstig is van marktdeelnemers die voldoen aan artikel 9.9.4.3.
2. Bij ministeriële regeling worden de bij het inboeken te vermelden gegevens bepaald.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met
betrekking tot de inboeker, de voorwaarden waaraan het gas uit hernieuwbare bronnen
moet voldoen en op welke wijze de inboeker aantoont dat aan deze voorwaarden is voldaan.
Artikel 9.9.4.2 Eisen aan gas uit hernieuwbare bronnen
1. Bij ministeriële regeling worden eisen gesteld aan gas uit hernieuwbare bronnen ten
aanzien van:
a. de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria;
b. de accuraatheid en de volledigheid van de gegevens die marktdeelnemers daarover invoeren
in de Uniedatabank.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen overige eisen worden gesteld.
Artikel 9.9.4.3 Eisen aan marktdeelnemers
1. Marktdeelnemers die deel uitmaken van de keten van gas uit hernieuwbare bronnen van
bron tot levering aan afnemers:
a. nemen deel aan een duurzaamheidssysteem;
b. voeren een massabalanssysteem over grondstoffen voor gas uit hernieuwbare bronnen
en gas uit hernieuwbare bronnen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over marktdeelnemers
en het door hen te voeren massabalanssysteem.
Artikel 9.9.4.4 Bij te schrijven groengaseenheden
1. Het bestuur van de emissieautoriteit schrijft voor één kg CO2-equivalent-ketenemissiereductie die is ingeboekt in het GGE-register één groengaseenheid
bij op de rekening van de inboeker.
2. De hoeveelheid CO2-equivalent-ketenemissiereductie wordt naar beneden afgerond op één kg.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de berekening
van de CO2-equivalent-ketenemissiereductie en de wijze van bijschrijven van groengaseenheden
op de rekening van de inboeker.
Artikel 9.9.4.5 Openbaarmaking groengaseenheden
1. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt ieder jaar op bij ministeriële regeling
te bepalen momenten een overzicht van het aantal beschikbare groengaseenheden openbaar.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het openbaar
maken, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 9.9.4.6 Moment van bijschrijven groengaseenheden
Voor gas uit hernieuwbare bronnen dat tussen 1 januari en 1 augustus van enig kalenderjaar
is geproduceerd, ingevoed en ingeboekt in het GGE-register, schrijft het bestuur van
de emissieautoriteit na 1 augustus van dat kalenderjaar de groengaseenheden bij op
de rekening van de inboeker.
Artikel 9.9.4.7 Opschorten of weigeren bijschrijven groengaseenheden
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan het bijschrijven van groengaseenheden opschorten
of weigeren indien het misbruik of fraude vermoedt dan wel andere redenen heeft om
aan te nemen dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde
eisen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
over het opschorten of weigeren, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 9.9.4.8 Ambtshalve vaststelling van ingeboekte gas uit hernieuwbare bronnen
1. Indien naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit niet is voldaan
aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen voor het inboeken in het GGE-register
van gas uit hernieuwbare bronnen dat voldoet aan artikel 9.9.4.2, kan het bestuur
die hoeveelheid en de kenmerken van die hoeveelheid tot vijf jaar na het kalenderjaar
van inboeken ambtshalve vaststellen.
2. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te veel
groengaseenheden heeft ontvangen voor het geproduceerde en ingevoede gas uit hernieuwbare
bronnen, wordt het aantal groengaseenheden die de inboeker te veel heeft ontvangen,
afgeschreven van de rekening van die inboeker.
3. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te weinig
groengaseenheden heeft ontvangen voor het geproduceerde en ingevoede gas uit hernieuwbare
bronnen, wordt het aantal groengaseenheden dat die inboeker te weinig heeft ontvangen,
bijgeschreven op de rekening van die inboeker. Het bestuur van de emissieautoriteit
houdt hierbij rekening met artikel 9.9.5.6.
4. Indien de toepassing van het tweede lid leidt tot een negatief saldo aan groengaseenheden,
vult de inboeker het tekort aan binnen drie kalendermaanden.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
over de toepassing van het eerste, tweede en derde lid.
Artikel 9.9.4.9 Openbaarmaking ingeboekte gas uit hernieuwbare bronnen
1. De emissieautoriteit maakt ieder jaar een overzicht openbaar, waarin per inboeker
van gas uit hernieuwbare bronnen de aard, de herkomst en de CO2-equivalent-ketenemissiereductie van het ingeboekte gas uit hernieuwbare bronnen en
het daarmee gehanteerde duurzaamheidssysteem zijn opgenomen.
2. Artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid is van overeenkomstige
toepassing op de openbaarmaking als bedoeld in het eerste lid.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud
en de wijze van openbaarmaking van het overzicht als bedoeld in het eerste lid.
Paragraaf 9.9.5 GGE-register
Artikel 9.9.5.1 Het GGE-register
1. Er is een elektronisch GGE-register.
2. Het GGE-register wordt beheerd door de emissieautoriteit.
3. Het GGE-register bestaat uit de rekeningen, bedoeld in artikel 9.9.5.3.
Artikel 9.9.5.2 Regels aan het GGE-register
1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de werking, organisatie, beschikbaarheid
en beveiliging van het register.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan voorwaarden voor het gebruik van het GGE-register
vaststellen.
Artikel 9.9.5.3 Rekening en faciliteiten in het GGE-register
1. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van de leverancier aan afnemers
op diens naam een rekening in het register met een inboekfaciliteit groengaseenheden,
een jaarverplichtingfaciliteit groengaseenheden en een overboekfaciliteit groengaseenheden.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het openen, het bijhouden en
het beheer van de rekening in het register.
Artikel 9.9.5.4 Weigeren openen van een rekening en fraude en misbruik bij het hebben
van een rekening
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan indien het redenen heeft om aan te nemen
dat er sprake is van fraude of misbruik of dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens
deze titel gestelde eisen voor het hebben van een rekening in het GGE-register of
voor het gebruik van die rekening:
a. weigeren een rekening te openen;
b. een rekening of een faciliteit van die rekening blokkeren;
c. een rekening opheffen.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan op verzoek van de rekeninghouder een rekening
opheffen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing
van het eerste lid en kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede
lid.
4. De groengaseenheden op een opgeheven rekening vervallen van rechtswege.
Artikel 9.9.5.5 Vergoeding voor een rekening
1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald, dat voor het openen en bijhouden van
een rekening een vergoeding verschuldigd is overeenkomstig de bij die regeling te
stellen regels.
2. Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid:
a. wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld, welke niet hoger is dan noodzakelijk
is ter dekking van de ten laste van de emissieautoriteit komende kosten van het verrichten
van werkzaamheden waarvoor de vergoeding is verschuldigd; en
b. worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt betaald.
Artikel 9.9.5.6 Sparen groengaseenheden
1. Van het aantal groengaseenheden op 1 augustus van enig kalenderjaar op de rekening
van een leverancier aan afnemers, nadat het bestuur van de emissieautoriteit toepassing
heeft gegeven aan artikel 9.9.2.7, eerste lid, onderdeel b, wordt een gedeelte gespaard
en blijft op de rekening van de leverancier aan afnemers ten behoeve van een volgend
kalenderjaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het gedeelte, bedoeld
in het eerste lid, van de groengaseenheden dat gespaard wordt en de bijschrijving
daarvan in het GGE-register.
3. De groengaseenheden die niet worden gespaard, vervallen van rechtswege.
Paragraaf 9.9.6 Naleving van de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria
en broeikasgasemissiereductiedrempels voor gas uit hernieuwbare bronnen
Artikel 9.9.6.1 Duurzaamheidseisen aan grondstoffen
1. De marktdeelnemer die gas uit hernieuwbare bronnen produceert, controleert:
a. de aard en hoeveelheid van de door hem ontvangen duurzame grondstof voor de vervaardiging
van het gas uit hernieuwbare bronnen;
b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte duurzame grondstof en
de hoeveelheid door hem vervaardigd gas uit hernieuwbare bronnen.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het eerste lid.
Artikel 9.9.6.2 Toezicht op de certificeringsorganen duurzaamheids- of broeikasgasemissiereductiecriteria
1. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt toezicht op een certificeringsorgaan dat:
a. namens het duurzaamheidsysteem in het kader van de naleving van duurzaamheids- of
broeikasgasemissiereductiecriteria voor grondstoffen voor gas uit hernieuwbare bronnen
en gas uit hernieuwbare bronnen onafhankelijke audits uitvoert;
b. de nauwkeurigheid en volledigheid van de door marktdeelnemers in de Uniedatabank ingevoerde
gegevens controleert.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit brengt het duurzaamheidsysteem onverwijld op
de hoogte van een vastgestelde non-conformiteit.
Paragraaf 9.9.7 Slotbepalingen
Artikel 9.9.7.1 Evaluatiebepaling
Onze Minister van Klimaat en Groene Groei zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding
van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten
van deze wet in de praktijk.
Artikel 9.9.7.2 Kalenderjaar eerste inwerkingtreding
Op het moment dat deze titel in werking treedt, wordt met enig kalenderjaar het kalenderjaar
bedoeld volgend op het kalenderjaar inwerkingtreding en wordt met het voorafgaande
kalenderjaar het kalenderjaar bedoeld waarin de titel in werking is getreden.
C
In artikel 16.1, derde lid, wordt in de definitiebepaling van emissieverslag «artikel 67»
vervangen door «artikel 68»;
D
In artikel 18.2f, tweede lid, wordt «titels 9.7 en 9.8» vervangen door «titels 9.7,
9.8 en 9.9».
E
Na artikel 18.6b wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 18.6c
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens 9.9.1.2, 9.9.1.3, 9.9.2.3,
9.9.2.7, eerste lid, onderdeel a, en vierde lid, 9.9.4.3, 9.9.4.8, vijfde lid, of
9.6.6.1, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
F
Na artikel 18.16s wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 18.16t
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9.9.1.2,
9.9.2.3, 9.9.2.7, eerste lid, onderdeel a, en vijfde lid, 9.9.4.1 tot en met 9.9.4.3,
9.9.4.8, vijfde lid, of 9.9.6.1kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder
een bestuurlijke boete opleggen.
2. De op grond van de artikelen, genoemd in het eerste lid op te leggen bestuurlijke
boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie,
bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of, indien dat
meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk, indien
de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet
van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande
aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.
3. Artikel 18.16e, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een inboeker gas uit hernieuwbare
bronnen drie of meer overtredingen van de artikelen 9.9.4.1 tot en met 9.9.4.3, 9.9.4.8,
vijfde lid, 9.9.6.1 en heeft begaan, bepalen dat die inboeker gas uit hernieuwbare
bronnen gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen gas uit hernieuwbare
bronnen kan inboeken op grond van artikel 9.9.4.1.
ARTIKEL II
De Wet op de economische delicten wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten wordt in de zinsnede
met betrekking tot de Wet milieubeheer na «9.7.4.13,» ingevoegd «9.9.1.2, 9.9.2.3,
9.9.2.7, eerste lid, onderdeel a, en vijfde lid, 9.9.4.1 tot en met 9.9.4.3, 9.9.4.8,
vijfde lid, of 9.9.6.1».
ARTIKEL III
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
ARTIKEL IV
Deze wet wordt aangehaald als: Wet bijmengverplichting groen gas.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.