Brief commissie : Jaarverslag van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven betreffende de werkzaamheden in het vergaderjaar 2025
36 615 Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven
Nr. 15
BRIEF VAN DE COMMISSIE VOOR DE VERZOEKSCHRIFTEN EN DE BURGERINITIATIEVEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 mei 2026
Namens de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven van de Tweede
Kamer bied ik u hierbij het jaarverslag aan betreffende de werkzaamheden in het jaar
2025.
De voorzitter van de commissie, Huidekooper
De griffier van commissie, Huls
Jaarverslag van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven van
de Tweede Kamer der Staten-Generaal over het jaar 2025
Inleiding
In dit jaarverslag brengt de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven
van de Tweede Kamer (hierna: de commissie of de CVB) verslag uit over haar werkzaamheden
in het kalenderjaar 2025.
Gezien het behandelen van tot personen te herleiden gegevens en informatie, die vertrouwelijk
zijn, voert de commissie voor een groot deel haar werkzaamheden in beslotenheid uit.
Met dit jaarverslag wil de commissie inzicht geven in haar werkwijze en activiteiten.
Ook voldoet de commissie hiermee aan artikel 9 van de Regeling van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven (hierna: de Regeling).
De commissie heeft in 2025 de wens uitgesproken om per kalenderjaar in plaats van
per vergaderjaar een jaarverslag uit te brengen. Daarmee sluit de commissie aan bij
de werkwijze van de Staat van de Kamer1, die door de Tweede Kamer wordt uitgebracht, waarvan de verslagperiode ook een kalenderjaar
bestrijkt. Daarnaast is door de commissie besloten om geen opmerkingen meer te plaatsen
over de werkzaamheden van de commissie voor de Verzoekschriften van de Eerste Kamer,
omdat het Reglement voor de Commissie voor de Verzoekschriften van de Eerste Kamer
der Staten-Generaal geen jaarverslag voorschrijft.
Van 1 januari 2025 tot 29 oktober 2025 (de verkiezing van de Tweede Kamer) bestond
de commissie uit de volgende leden: White (voorzitter, GroenLinks-PvdA), Valize (plaatsvervangend
voorzitter, PVV), Kisteman (VVD), Bruyning (NSC), Van der Plas (BBB), Van Nispen (SP),
Kostić (PvdD) en Van Houwelingen (FVD). Vanaf 29 oktober 2025 is de commissie opnieuw
samengesteld. Zij bestaat op het moment van de publicatie van dit verslag uit de leden
Huidekooper (voorzitter, D66), Van Houwelingen (plaatsvervangend voorzitter, FVD),
Kröger (GroenLinks-PvdA), Kisteman (VVD), Ceulemans (JA21), Van der Plas (BBB) en
Kostić (PvdD).
In het jaarverslag komen de volgende paragrafen aan bod. Paragraaf 1 gaat in op het
doel en de grondslag van de commissie. Paragraaf 2 en 3 bieden inzicht in de behandeling
van verzoekschriften en burgerinitiatieven. Sinds 2025 heeft de commissie ook een
aanjagende, signalerende en coördinerende rol binnen de Tweede Kamer, die wordt beschreven
in paragraaf 4. Naast de reguliere activiteiten van de commissie komen in dit jaarverslag
ook twee projecten van de commissie aan bod. Het betreft het kennisthema «De werkwijze
van de CVB in theorie en praktijk» en de evaluatie van het burgerinitiatief (zie paragrafen
5 en 6).
Doel en grondslag
Het bestaan van de commissie is geregeld in artikel 7.7 en artikel 14 van het Reglement
van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De commissie heeft een eigen Regeling
waarin de werkwijze en bevoegdheden nader zijn uitgewerkt. De grondslag van de werkzaamheden
van de commissie ligt in artikel 5 van de Grondwet: «Ieder heeft het recht verzoeken schriftelijk bij het bevoegd gezag in te dienen». De Tweede Kamer is als bevoegd gezag in de zin van dit artikel aan te merken.
De commissie beoordeelt binnengekomen verzoekschriften en burgerinitiatieven en adviseert
de Tweede Kamer over de behandeling ervan. Met een verzoekschrift kunnen burgers een
klacht indienen als zij van mening zijn dat zij persoonlijk onbehoorlijk zijn behandeld
door de rijksoverheid. Met een burgerinitiatief kunnen burgers een onderwerp op de
agenda van de Tweede Kamer zetten.
De commissie, die verslagen over verzoekschriften uitbrengt aan de Tweede Kamer ter
besluitvorming, heeft de ministeriële verantwoordelijkheid als aanknopingspunt of
kapstok voor de behandeling en beoordeling van verzoekschriften. De bevoegdheden van
de commissie kunnen niet verder strekken dan de (voornamelijk) controlerende bevoegdheden
van de Tweede Kamer.
Daarnaast handelt de commissie ook anonieme post af. Anonieme post is post waarbij
ook na navraag de naam en adresgegevens van de adressant ontbreken. Dit komt slecht
sporadisch voor; de afgelopen jaren, en ook in 2025, heeft de commissie geen anonieme
post afgehandeld.
Vanaf 1 januari 2025 heeft de commissie er een taak bijgekregen; de commissie heeft
een aanjagende, coördinerende en signalerende rol in burgersignalen. Deze nieuwe rol
vloeit voort uit de in 2024 afgeronde pilot burgersignalen. Het doel van deze pilot was om Kamerbreed signalen uit burgerbrieven gericht aan
de Kamer en haar commissies structureler op te vangen, te ordenen en zichtbaarder
te maken, zodat de signalen nog beter in de commissies kunnen worden besproken. Om
aan dit doel te voldoen, zijn vanaf 2025 twee informatieproducten (een burgersignalenrapportage
en een reader burgerbrieven) en één kennisinstrument (het signalenoverleg) ingevoerd.
Vergaderingen
De commissie is in 2025 zeven keer in een procedurevergadering bijeengekomen. In december
2025 heeft een kennismakingsbijeenkomst plaatsgevonden voor de nieuwe leden van de
commissie.
Daarnaast heeft de voormalig voorzitter van de commissie, het lid White (GroenLinks-PvdA),
in januari 2025 een vergadering bijgewoond van de interparlementaire conferentie «Enforcement
of EU-Law benefitting EU Citizens» georganiseerd door de Petitions Committee (PETI)
van het Europees parlement.
1. Verzoekschriften
Een verzoekschrift gaat over een individuele kwestie waarin de rijksoverheid volgens
een verzoeker niet naar behoren heeft gehandeld. De verzoeker dient daarbij een persoonlijk
belang te hebben. Lang niet alle verzoekschriften die de commissie ontvangt, komen
in aanmerking voor behandeling. Nieuw binnengekomen verzoekschriften worden getoetst
aan de vormvereisten en ontvankelijkheidscriteria, zoals geformuleerd in de Regeling
van de commissie. Na deze toetsing resteert doorgaans een klein aantal verzoekschriften
dat door de commissie in behandeling wordt genomen.
Zodra een verzoekschrift in behandeling is genomen, vraagt de commissie de betreffende
bewindspersoon om inlichtingen ten aanzien van het verzoekschrift. De verzoeker krijgt
vervolgens de gelegenheid om te reageren op de ontvangen inlichtingen. Indien nodig
kunnen nadere inlichtingen worden gevraagd aan de bewindspersoon. Zodra het onderzoek
door de commissie na de inlichtingenfase is afgerond, brengt de commissie verslag
uit aan de plenaire vergadering van de Tweede Kamer. Het verslag bevat altijd een
conclusie van de commissie en een voorstel aan de Tweede Kamer. Dit voorstel kan variëren
van geen nadere actie ondernemen, omdat het betoog van de bewindspersoon goed kan
worden gevolgd, tot het verzoek om in gesprek te gaan met de bewindspersoon, omdat
de rijksoverheid onbehoorlijk heeft gehandeld en de bewindspersoon hiervoor geen goede
verklaring heeft gegeven. De plenaire vergadering van de Tweede Kamer neemt het besluit
over het verslag.
Als een verzoekschrift niet in behandeling wordt genomen, worden de redenen daarvoor
aan de verzoeker doorgegeven. Ook wordt waar mogelijk gewezen op andere wegen die
een verzoeker kan bewandelen. De commissie streeft er namelijk naar om de verzoeker
steeds een behandeloptie te geven, zodat de verzoeker naar een andere instantie kan
om zich te laten bijstaan of om de klacht in te dienen.
2.1 Aantallen
In 2025 heeft de commissie 97 nieuwe verzoekschriften ontvangen. Daarvan heeft de
commissie er uiteindelijk vier in behandeling genomen en hierover een verslag uitgebracht.
Daarnaast zijn twee verzoekschriften in 2025 geregistreerd, die in januari 2026 in
behandeling zijn genomen en waar nog een verslag op zal volgen.
De commissie ontvangt naast verzoekschriften ook veel brieven/mails van burgers. Dit
zijn veelal brieven die bestemd zijn voor behandeling in vaste Kamercommissies, omdat
zij bijvoorbeeld gaan over een wetsvoorstel dat in behandeling is bij zo’n commissie
of gaan over algemeen beleid van een ministerie. Deze brieven/mails worden door de
commissie doorgestuurd naar de betreffende vaste Kamercommissie met een specifiek
beleidsterrein. In totaal heeft de commissie, naast verzoekschriften, 51 brieven/mails
doorgestuurd naar vaste Kamercommissies en de betreffende burgers hiervan op de hoogte
gesteld.
Het aantal ontvangen verzoekschriften is vergelijkbaar met het aantal ontvangen verzoekschriften
van het vorige verslagjaar. Het aantal in behandeling genomen verzoekschriften is
minder dan in het vorige verslagjaar. Een reden hiervan kan zijn dat het vorige verslagjaar
een periode van 16 maanden betrof en het huidige verslagjaar een periode van 12 maanden.
In tabel 1 is een overzicht opgenomen van de aantallen ingediende en in behandeling
genomen verzoekschriften.
Daarnaast komen er ook minder vragen van burgers binnen over hoe een verzoekschrift
het beste kan worden ingediend. Waarschijnlijk heeft dit te maken met de verbeterde
website van de Tweede Kamer. Niet alleen de algemene informatie over de verschillende
instrumenten voor burgerinspraak op de webpagina Hoe kun je als burger de Tweede Kamer beïnvloeden
2 is verbeterd, maar ook de informatie op de webpagina van de commissie3 zelf.
Tabel 1: Ontvangen en in behandeling genomen verzoekschriften
2018–2019
2019–2020
2020–2021
2021–2022
2022–2023
2023–2024
17 sept 2024 – 31 dec 20241
2025
Ingediend
161
188
202
203
206
95
23
97
In behandeling genomen2
10
6
13
2
3
7
1
4
X Noot
1
Deze afwijkende periode heeft te maken met de overstap van een jaarverslag per vergaderjaar
naar per kalenderjaar, zoals is aangegeven in de inleiding van dit jaarverslag.
X Noot
2
Het kan zijn dat een verzoekschrift dat in de betreffende periode in behandeling is
genomen, al in de voorgaande periode is ontvangen.
2.2 Afwijzingsgronden
Zoals hiervoor is aangehaald, toetst de commissie aan vormvereisten en ontvankelijkheidscriteria
om te bezien of een verzoekschrift in behandeling kan worden genomen. Een veelvoorkomende
reden waarom een verzoekschrift niet in behandeling werd genomen door de commissie,
is dat er een algemene beleidskwestie of een wijziging van wetgeving aan de orde wordt
gesteld. Het verzoekschrift bevatte bijvoorbeeld een voorstel voor nieuw beleid of
een signaal over de manier waarop geldende wet- en regelgeving uitpakt in de (algemene)
praktijk. In dat geval wordt het verzoekschrift, zoals ook is opgemerkt in paragraaf
2.1, doorgestuurd naar de vaste Kamercommissie die het betreffende onderwerp behandelt.
Een andere veelvoorkomende reden om een verzoekschrift niet in behandeling te nemen,
was dat de Nationale ombudsman al onderzoek deed of had gedaan naar de situatie van
verzoeker. Daarnaast is een lichte stijging waarneembaar in het aantal verzoekschriften
dat buiten behandeling wordt gelaten, omdat het voor de verzoeker mogelijk werd geacht
zijn kwestie voor te leggen aan een bestuursorgaan via een bezwaar- of beroepsprocedure
of aan een rechter. Bovendien geldt in het algemeen dat een verzoekschrift, dat een
kwestie betreft waarover een bestuursorgaan of een rechter in het verleden al een
uitspraak heeft gedaan, niet-ontvankelijk wordt verklaard. In tabel 2 is een overzicht
opgenomen van de afwijzingsgronden en hoe vaak de commissie daarvan gebruik heeft
gemaakt.
Tabel 2: Redenen van afwijzing van verzoekschriften in 2025
Afwijzingsgrond
Aantal
Percentage
Toelichting
Algemene beleidsaangelegenheid of (voorstel wijziging) wetgeving, overgedragen aan
vaste Kamercommissie
281
29%
Door de Nationale ombudsman in behandeling genomen
24
25%
Bezwaar- of beroepsprocedure bij bestuursorgaan of procedure bij de rechter staat
of stond open
22
23%
Kwestie voor decentrale overheid
4
4%
Kwestie over de taakvervulling van Hoge Colleges van Staat
2
2%
Onvoldoende informatie (ook niet na opvragen bij verzoeker)
4
4%
Overig
9
9%
Onder andere geen heroverweging van de commissie op haar eerder genomen besluit en
een kwestie valt buiten bevoegdheid Nederlandse rijksoverheid.
(in behandeling genomen)
4
4%
Totaal
97
100%
X Noot
1
Dit aantal staat los van de 51 brieven/mails die door de commissie zijn ontvangen
en bij ontvangst al niet als verzoekschrift worden aangemerkt en worden doorgestuurd
naar vaste Kamercommissies.
2.3 Behandeling van ontvankelijk verklaarde verzoekschriften
Als de commissie besluit een verzoekschrift in behandeling te nemen, legt de commissie
het verzoekschrift schriftelijk voor aan de Minister of Staatssecretaris die het onderwerp
van het verzoekschrift in zijn of haar portefeuille heeft. Dit heet ook wel het vragen
van inlichtingen. De commissie verzoekt de bewindspersoon om een reactie te geven
over het verzoekschrift en kan daarbij nog aanvullende vragen meesturen. De indiener
van het verzoekschrift wordt vervolgens in de gelegenheid gesteld om te reageren op
de zogenaamde inlichtingen van de bewindspersoon. Tot slot mag de bewindspersoon weer
reageren op de reactie van verzoeker. Deze inlichtingenfase is vertrouwelijk. Aan
de hand van het dossier vormt de commissie zich een oordeel over de vraag of de rijksoverheid
zijn taak naar behoren heeft uitgevoerd. Het oordeel van de commissie wordt verwoord
in een openbaar verslag dat aan de plenaire vergadering van de Tweede Kamer wordt
voorgelegd ter besluitvorming. In tabel 3 is een overzicht opgenomen van de aantallen
betreffende de behandeling van de in 2025 ontvankelijk verklaarde verzoekschriften.
Het valt de commissie op dat de inhoud van de verzoekschriften steeds complexer van
aard wordt: dit gaat om zowel de feiten en omstandigheden van een burger als om de
juridische kwestie die wordt voorgelegd aan de commissie. Ook springt in het oog dat
steeds meer gebruikt wordt gemaakt van artificial intelligence (AI) bij het opstellen van een verzoekschrift. Dit maakt dat de situatiebeschrijving
en het verzoek van een verzoeker in sommige gevallen minder duidelijk voor de commissie
is. Een en ander vergt steeds meer deskundigheid van de commissie en de ambtelijke
staf om het verzoekschrift zo goed mogelijk te kunnen beoordelen.
Tabel 3: Behandeling van ontvankelijk verklaarde verzoekschriften in 2025
2025
In behandeling genomen
4
Aantal uitgebrachte verslagen1
4
Ingetrokken verzoekschriften2
0
X Noot
1
Het kan zijn dat een verslag dat in de betreffende periode is uitgebracht, een verzoekschrift
betreft dat al in de voorgaande periode in behandeling is genomen.
X Noot
2
Het kan zijn dat dit een ingetrokken verzoekschrift betreft dat al in de voorgaande
periode in behandeling is genomen.
De commissie heeft in 2025 de volgende verslagen uitgebracht:
• Verslag van de commissie over het verzoekschrift van de heer I. inzake het niet tijdig
beslissen op een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd door
de Immigratie- en Naturalisatiedienst4;
• Verslag van de commissie over het verzoekschrift van mevrouw G. inzake de teruggave
van te veel betaalde belasting betreffende de ontvangst van een postpakket van buiten
de Europese Unie5;
• Verslag van de commissie over het verzoekschrift van de heer N. inzake het verwijderen
van een signalering in het Schengen Informatiesysteem6;
• Verslag van de commissie over het verzoekschrift van de heer M. inzake klachtbehandeling
door de Belastingdienst.7
2.4 Casuïstiek
De commissie heeft net als in voorgaande jaren relatief veel verzoekschriften ontvangen
over asielkwesties. Het gaat om ongeveer een derde van alle ontvangen verzoekschriften.
Daarbij ging het veelal over het overschrijden van beslistermijnen door de Immigratie-
en Naturalisatiedienst (hierna: de IND) bij asielaanvragen. Doorgaans staan er dan
rechtsmiddelen open met als eerste stap het in gebreke stellen van de IND en daarna
het instellen van beroep bij de rechter.
Er kwamen bovendien veel verzoekschriften binnen over de Belastingdienst, bijvoorbeeld
over de hoogte van aanslagen en boetes (in welk geval doorgaans bezwaar bij de Belastingdienst
en beroep openstaan) en over klachten die niet naar tevredenheid werden afgehandeld
(bijvoorbeeld over het te strikt hanteren van klachttermijnen).
Ook dienden burgers verzoekschriften in over de toeslagenaffaire en de afwikkeling
daarvan.
Tot slot gingen veel verzoekschriften over de oorlog in Gaza en (in het algemeen)
over de nationale veiligheid. Voor het overige liepen de kwesties, die in verzoekschriften
aan de orde werden gesteld, zeer uiteen.
2. Burgerinitiatieven
Een burgerinitiatief is een voorstel van burgers aan de Tweede Kamer om een onderwerp
te behandelen. Het instrument bestaat sinds 2006 en is voor burgers een van de meest
directe manieren om aan Kamerleden duidelijk te maken hoe de samenleving beter kan.
In een burgerinitiatief vraagt de initiatiefnemer aan de Tweede Kamer een standpunt
in te nemen over een bepaald onderwerp. In artikel 4 van de Regeling staan alle voorwaarden
waaraan een burgerinitiatief moet voldoen om voor behandeling in aanmerking te komen.
Zo dient een burgerinitiatief onder meer een nieuw voorstel te bevatten dat de afgelopen
twee jaar niet is behandeld in de Tweede Kamer. Ook heeft een initiatiefnemer ten
minste 40.000 steunbetuigingen nodig van personen die 18 jaar of ouder zijn en gerechtigd
zijn tot verkiezing van de leden van de Tweede Kamer.
De commissie heeft de taak om burgerinitiatieven fysiek in ontvangst te nemen en de
plenaire vergadering van de Tweede Kamer aan de hand van de in de Regeling omschreven
bepalingen te adviseren over de ontvankelijkheid. Daarvoor voert de commissie een
inhoudelijke beoordeling van het voorstel uit, waarbij de commissie onder andere onderzoekt
of het onderwerp niet is behandeld in de voorgaande twee jaar (het zogenoemde tweejaarscriterium8). Ook controleert de commissie of het onderwerp voldoet aan de andere vereisten voor
ontvankelijkheid. Het burgerinitiatief moet bijvoorbeeld gaan over een onderwerp waar
de rijksoverheid over gaat (en niet bijvoorbeeld een gemeente) en het mag niet gaan
over de Grondwet, belastingen of begrotingswetten. Daarnaast controleert de commissie
de steunbetuigingen die horen bij het burgerinitiatief. Over haar bevindingen brengt
de commissie verslag uit aan de Kamer.
In het jaar 2025 heeft de commissie geen nieuwe burgerinitiatieven in ontvangst genomen.
Diverse burgers hebben wel aan de commissie vragen gesteld over de voorwaarden van
een mogelijk in te dienen burgerinitiatief, maar dit heeft niet geleid tot het indienen
ervan. In tabel 5 is een overzicht opgenomen van de aantallen ingediende en door de
Kamer behandelde burgerinitiatieven in de afgelopen jaren.
Tabel 5: Aantallen ontvangen burgerinitiatieven en aantallen behandelde burgerinitiatieven
2018–2019
2019–2020
2020–2021
2021–2022
2022–2023
2023–2024
17 sept 2024- 31 dec 20241
2025
Nieuw ingediende burgerinitiatieven
1
3
4
2
3
1
2
0
Behandelde burgerinitiatieven2
0
3
2
2
2
0
1
0
X Noot
1
Deze afwijkende periode heeft te maken met de overstap van een jaarverslag per vergaderjaar
naar per kalenderjaar, zoals is aangegeven in de inleiding van dit jaarverslag.
X Noot
2
Het kan zijn dat een burgerinitiatief dat in de betreffende periode is behandeld,
al in de voorgaande periode is ingediend.
3. Aanjagende, signalerende en coördinerende rol commissie
Sinds 2025 heeft de commissie een signalerende, aanjagende en coördinerende rol binnen
de Tweede Kamer, die de commissie vol vertrouwen heeft opgepakt. De focus van deze
rol lag in 2025 vooral in het stimuleren van het gebruik door vaste Kamercommissies
van twee nieuw ingevoerde informatieproducten (de burgersignalenrapportage en de reader
burgerbrieven) en één kennisinstrument (het signalenoverleg). In 2026 reflecteert
de commissie op de invulling van haar nieuwe rol.
4.1 Burgersignalenrapportages
De Tweede Kamer krijgt op verschillende manieren burgersignalen binnen, veelal in
de vorm van brieven en e-mails van burgers (zogenaamde burgerbrieven). Onder coördinatie
van de commissie wordt jaarlijks per vaste Kamercommissie een burgersignalenrapportage
opgesteld. De burgersignalenrapportages gaan alleen over de burgerbrieven die zijn
gericht aan de Kamer of aan de vaste Kamercommissies. Naast burgerbrieven ontvangt
de Kamer namelijk ook mailberichten die gekoppeld zijn aan zogenaamde gerichte acties.
Deze acties houden een veelheid aan dezelfde mails van burgers in. Deze acties worden
niet als afzonderlijke burgerbrieven opgenomen in de burgersignalenrapportages.
De burgersignalenrapportages geven inzicht in het aantal burgerbrieven dat in totaal,
maar ook per Kamercommissie is behandeld. Daarnaast geeft de burgersignalenrapportage
informatie over op welke wijze de burgerbrieven zijn behandeld (welke «behandelbesluiten»
zijn genomen, bijvoorbeeld het betrekken van een brief bij een bepaald commissiedebat
of een brief voor kennisgeving aannemen).
De burgersignalenrapportages worden in de Kamercommissies besproken tijdens de (strategische)
procedurevergaderingen.
Uit het opgestelde verslag van alle burgersignalenrapportages blijkt dat in 2025 de
Kamer in totaal 1.740 burgerbrieven heeft ontvangen. Dat is een toename van ruim 30%
ten opzichte van het aantal burgerbrieven in 2024. Vooral bij de vaste commissie voor
Buitenlandse Zaken en de vaste commissie voor Digitale Zaken was sprake van een forse
toename. De meeste burgerbrieven kwamen – net als in 2024 – binnen bij de vaste commissie
voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
en de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid.
De Kamercommissies besloten het overgrote deel van de burgerbrieven te betrekken bij
een debat. Ongeveer 20% van de burgerbrieven werd door de Kamercommissies ter kennisgeving
aangenomen.
4.2 Reader burgerbrieven
In de reader burgerbrieven worden de brieven en e-mails, die burgers naar een Kamercommissie
sturen, per onderwerp gebundeld en door de commissiestaf van een analyse voorzien.
De reader kan voor Kamerleden mogelijk rode draden zichtbaar maken of inzicht bieden
in signalen die zij zelf eerder hebben ontvangen of wellicht hebben gemist. De informatie
uit de reader kan vervolgens worden benut bij de voorbereiding op een commissiedebat.
Uit het verslag van de burgersignalenrapportages blijkt dat dit nieuwe informatieproduct
wordt gewaardeerd door vaste Kamercommissies, maar nog niet breed wordt ingezet. In
2025 zijn in totaal vijf readers burgerbrieven opgesteld: twee voor de vaste commissie
voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, één voor de vaste commissie voor Infrastructuur
en Waterstaat, één voor de vaste commissie voor Digitale Zaken en één een voor de
vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De readers werden door Kamerleden
van deze commissies gewaardeerd. Uit het verslag van de burgersignalenrapportages
blijkt verder dat enkele vaste Kamercommissies hebben aangegeven (vaker) een reader
te willen ontvangen.
De commissie constateert dat de reader burgerbrieven als nieuw informatieproduct nog
niet bekend genoeg is en nog niet breed in 2025 is ingezet. De commissie zal het gebruik
van dit informatieproduct verder stimuleren onder de vaste Kamercommissies, onder
meer door de reader burgersignalen via Kamerleden onder de aandacht te brengen tijdens
de procedurevergaderingen.
4.3 Signalenoverleg
Vanaf 2025 is het mogelijk om twee typen signalenoverleggen te voeren: (twee)jaarlijks
een overkoepelend signalenoverleg georganiseerd door de commissie zelf en een signalenoverleg
georganiseerd door een vaste Kamercommissie.
Het (twee)jaarlijks overkoepelend signalenoverleg van de commissie heeft als doel
om commissieoverstijgend meer inzicht te krijgen in de burgersignalen die de uit te
nodigen organisaties ontvangen en om stil te staan bij de bredere problematiek die
schuilgaat achter burgersignalen. Hiervoor worden organisaties uitgenodigd die veel
burgersignalen ontvangen op allerlei terreinen, zoals de Nationale ombudsman, het
College voor de Rechten van de Mens en lokale ombudsmannen. Ook Kamerleden van andere
commissies kunnen aanschuiven bij het overkoepelend signalenoverleg. Mede door de
val van het kabinet en de Tweede Kamerverkiezing heeft in 2025 geen overkoepelend
signalenoverleg plaatsgevonden. Het eerstvolgende signalenoverleg van de commissie
staat gepland in mei 2026.
De commissie heeft de vaste Kamercommissies gestimuleerd om in 2025 een «eigen» signalenoverleg
te voeren. In dit signalenoverleg gaat een Kamercommissie in gesprek met de signalenpartners
die op het terrein van de commissie relevant zijn. In 2025 heeft de vaste commissie
voor Justitie en Veiligheid geprobeerd een signalenoverleg te organiseren. Dit overleg
vond uiteindelijk geen doorgang door te weinig aanmeldingen van Kamerleden. De andere
vaste Kamercommissies hebben geen signalenoverleg georganiseerd, omdat zij geen aanleiding
zagen voor het voeren van een dergelijk overleg.
De commissie blijft de inzet van dit nieuwe Kamerinstrument stimuleren onder de vaste
Kamercommissies en zal ook in 2026 Kamerleden betrekken bij het overkoepelende signalenoverleg
dat de commissie zelf organiseert.
4. Kennisthema «De werkwijze van de CVB in theorie en praktijk»
In het kader van haar ontwikkelende rol heeft de commissie in 2025 besloten om een
kennisthema te starten over de werkwijze van de commissie in theorie en praktijk.
Het doel hiervan is het vergroten van het inzicht in de aard en werkwijzen van de
commissie en het vergroten van het institutioneel geheugen. De vragen die behoren
bij dit kennisthema, zijn:
– Wat zijn de kenmerken van de aard van de commissie?
– Werken de instrumenten «burgerinitiatief» en «verzoekschrift» naar wens en hoe kunnen
deze instrumenten versterkt worden?
– Kunnen de commissie en de Nationale ombudsman elkaar nog meer versterken?
– Welke good practices uit het buitenland kunnen ter inspiratie voor de commissie dienen?
In 2025 heeft de commissie als eerste kennisactiviteit binnen dit thema wetenschappelijke
factsheets uitgevraagd aan vijf experts over dit onderwerp. De ontvangen factsheets
zijn gebundeld in een reader, waaraan andere relevante stukken en bestaand onderzoek
over het werk van de commissie zijn toegevoegd. Daarnaast heeft de commissie besloten
om een technische briefing over dit onderwerp te organiseren in 2026. Voor deze technische
briefing zal ook de commissie voor de Verzoekschriften van de Eerste Kamer worden
uitgenodigd.
In 2026 zal de commissie zich verder buigen over het vervolg van het kennisthema.
5. Evaluatie burgerinitiatief
In 2025 heeft de commissie de wens uitgesproken het instrument «burgerinitiatief»
opnieuw te evalueren. Directe aanleiding vormden vragen van de commissieleden over
de ontvankelijkheidsvereisten van dit Kamerinstrument die staan opgenomen in de regeling.
Dit valt volgens de commissie ook goed samen met het 20-jarig bestaan van dit Kamerinstrument
in 2026. Het burgerinitiatief is sinds de introductie in 2006 regelmatig geëvalueerd;
de laatste evaluatie is uitgevoerd in 2014, ruim tien jaar geleden.
Met de evaluatie wil de commissie onderzoeken of de doelstelling van het burgerinitiatief,
namelijk het mogelijk maken voor burgers om nieuwe onderwerpen of voorstellen op de
Kameragenda te plaatsen, wordt bereikt. De commissie concentreert zich tijdens de
evaluatie op waar verbeteringen rond het burgerinitiatief mogelijk zijn, in het bijzonder
in de Kamerprocessen.
In september 2025 is gestart met de evaluatie en in juni 2026 wordt het eindrapport
van deze evaluatie verwacht.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.J. Huidekooper, voorzitter van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven -
Mede ondertekenaar
M.H.M. Huls, griffier