Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 942 Wijziging van de Telecommunicatiewet, de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken, en andere wetten in verband met de uitvoering van verordening (EU) 2024/1309 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 inzake maatregelen om de kosten van de uitrol van elektronischecommunicatienetwerken met gigabitsnelheden te verlagen, tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Richtlijn 2014/61/EU
ARTIKEL I (WIJZIGING TELECOMMUNICATIEWET)
ARTIKEL II (WIJZIGING WET INFORMATIE-UITWISSELING BOVENGRONDSE EN ONDERGRONDSE NETTEN
EN NETWERKEN)
ARTIKEL III (WIJZIGING KADASTERWET)
ARTIKEL IV (WIJZIGING ORGANISATIEWET KADASTER)
ARTIKEL V (WIJZIGING OP DE ECONOMISCHE DELICTEN)
ARTIKEL VI (WIJZIGING ALGEMENE WET BESTUURSRECHT)
ARTIKEL VII (WIJZIGING UITVOERINGSWET CYBERBEVEILIGINGSVERORDENING)
ARTIKEL VIII (INWERKINGTREDING)
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om regels te stellen ter
uitvoering van verordening (EU) 2024/1309 van het Europees Parlement en de Raad van
29 april 2024 inzake maatregelen om de kosten van de uitrol van elektronischecommunicatienetwerken
met gigabitsnelheden te verlagen, tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en
tot intrekking van Richtlijn 2014/61/EU (gigabitinfrastructuurverordening) (PbEU L 2024/1309)
en ter uitvoering van verordening (EU) 2025/37 van het Europees Parlement en de Raad
van 19 december 2024 tot wijziging van Verordening (EU) 2019/881 wat betreft beheerde
beveiligingsdiensten (PbEU L 2025/37);
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I (WIJZIGING TELECOMMUNICATIEWET)
De Telecommunicatiewet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de alfabetische volgorde worden de volgende begripsbepalingen ingevoegd:
civiele werken:
civiele werken als bedoeld in artikel 2, onderdeel 5, van de gigabitinfrastructuurverordening;
gigabitinfrastructuurverordening:
verordening (EU) 2024/1309 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024
inzake maatregelen om de kosten van de uitrol van elektronischecommunicatienetwerken
met gigabitsnelheden te verlagen, tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en
tot intrekking van Richtlijn 2014/61/EU (gigabitinfrastructuurverordening) (PbEU L 2024/1309);
2. De begripsbepaling van «elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid» vervalt.
3. De begripsbepaling van «fysieke binnenhuisinfrastructuur» komt te luiden:
fysieke binnenhuisinfrastructuur:
fysieke binnenhuisinfrastructuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel 6, van de gigabitinfrastructuurverordening;
4. De begripsbepaling van «fysieke infrastructuur» komt te luiden:
fysieke infrastructuur:
fysieke infrastructuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel 4, van de gigabitinfrastructuurverordening;.
5. De begripsbepaling van «richtlijn nr. 2014/61/EU» vervalt.
6. De begripsbepaling van «toegangspunt» komt te luiden:
toegangspunt:
toegangspunt als bedoeld in artikel 2, onderdeel 11, van de gigabitinfrastructuurverordening;
7. Onder vervanging van de puntkomma aan het slot van de begripsbepaling van «vertrouwenslijst»
door een punt, vervalt de begripsbepaling van «voor hoge snelheid bestemde fysieke
binnenhuisinfrastructuur».
B
Na artikel 5.1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 5.1a
Met toepassing van artikel 1, derde lid, tweede volzin, van de gigabitinfrastructuurverordening,
gelden dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen in afwijking van artikel 11,
eerste tot en met vierde lid, van de gigabitinfrastructuurverordening, met dien verstande
dat artikel 5.2, derde tot en met vijfde lid, van deze wet enkel geldt voor zover
het de aansluiting van gebruikers op een openbaar elektronisch communicatienetwerk
betreft.
C
Artikel 5.2 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het vijfde lid wordt «elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid als bedoeld
in artikel 5a.1» vervangen door «netwerk met zeer hoge capaciteit».
2. In het achtste lid wordt «medegebruik als bedoeld in artikel 5a.3» vervangen door
«toegang tot fysieke infrastructuur als bedoeld in artikel 3 van de gigabitinfrastructuurverordening».
D
Onder vernummering van het vierde tot vijfde lid, wordt in artikel 5.3 een lid ingevoegd,
luidende:
4. In afwijking van het tweede en derde lid, geldt voor verzoeken betreffende werkzaamheden
in verband met het gebruik van fysieke binnenhuisinfrastructuur en toegangspunten,
het bepaalde in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdeel b, en derde
lid, van de gigabitinfrastructuurverordening.
E
Aan artikel 5.4 worden twee leden toegevoegd, luidende:
8. Met toepassing van artikel 1, derde lid, tweede volzin, van de gigabitinfrastructuurverordening,
is artikel 7, vierde lid, van de gigabitinfrastructuurverordening niet van toepassing
op een instemmingsbesluit als bedoeld in het tweede lid.
9. Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede en derde lid zijn niet van toepassing
indien het werkzaamheden betreft die niet zijn onderworpen aan een vergunningsprocedure
als bedoeld in artikel 5a.7, eerste lid.
F
Hoofdstuk 5a komt te luiden:
HOOFDSTUK 5a. UITVOERING GIGABITINFRASTRUCTUURVERORDENING
Artikel 5a.1
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
bevoegde autoriteit:
bestuursorgaan dat bevoegd is om een vergunning te verlenen;
coördinatie:
coördinatie als bedoeld in artikel 5 van de gigabitinfrastructuurverordening;
netwerkexploitant:
netwerkexploitant als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de gigabitinfrastructuurverordening;
overheidsinstantie:
overheidsinstantie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 3, van de gigabitinfrastructuurverordening;
vergunning:
vergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel 10, van de gigabitinfrastructuurverordening.
Artikel 5a.2
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op medegebruik ten dienste van de aanleg en exploitatie
van draadloze toegangspunten met klein bereik als bedoeld in artikel 5c.2 van deze
wet.
Artikel 5a.3
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, eerste, tweede, vierde,
vijfde, en zevende lid, 4, eerste lid, laatste alinea, derde, vijfde, en achtste lid,
5, tweede en vierde lid, 6, eerste lid, 11, derde lid, en 14, vierde lid, van de gigabitinfrastructuurverordening.
Artikel 5a.4
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden:
a. de categorieën fysieke infrastructuur, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de gigabitinfrastructuurverordening
aangewezen;
b. de redenen, bedoeld in artikel 7, vijfde lid, vierde alinea, van de gigabitinfrastructuurverordening
bepaald;
c. de soorten civiele werken aangewezen waarop artikel 9, eerste lid, van de gigabitinfrastructuurverordening
van toepassing is;
d. de bevoegde instanties, bedoeld in artikel 14, vijfde lid, van de gigabitinfrastructuurverordening
aangewezen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over:
a. gedetailleerde voorschriften met betrekking tot de administratieve aspecten van verzoeken
als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste en vijfde lid, 5, tweede lid,
of 6, eerste lid, van de gigabitinfrastructuurverordening;
b. gedetailleerde voorschriften met betrekking tot de informatie, bedoeld in de artikelen 4,
derde lid, en 6, eerste lid, van de gigabitinfrastructuurverordening;
c. welke nationale kritieke infrastructuur, of welke delen daarvan, niet onderworpen
zijn aan de verplichtingen van artikel 4, eerste, derde en vijfde lid, van de gigabitinfrastructuurverordening;
d. de onevenredigheid van de verplichting tot het verstrekken van informatie over bepaalde
bestaande soorten fysieke infrastructuur, bedoeld in artikel 4, zevende lid, onderdeel b,
van de gigabitinfrastructuurverordening;
e. welke verzoeken om coördinatie van civiele werken, als bedoeld in artikel 5, derde
lid, van de gigabitinfrastructuurverordening als onredelijk kunnen worden beschouwd;
f. welke soorten civiele werken worden geacht van beperkte omvang te zijn, of verband
houden met nationale kritieke infrastructuur, als bedoeld in artikel 5, vijfde lid,
eerste alinea, van de gigabitinfrastructuurverordening en kunnen worden vrijgesteld
van de verplichting, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de gigabitinfrastructuurverordening;
g. in welke gevallen overheidsinstanties die eigenaar zijn van of zeggenschap hebben
over fysieke infrastructuur, en netwerkexploitanten, artikel 5, tweede en vierde lid,
van de gigabitinfrastructuurverordening niet mogen toepassen ten aanzien van civiele
werken die verband houden met nationale kritieke infrastructuur, of om redenen van
nationale veiligheid;
h. welke soorten civiele werken worden geacht van beperkte omvang te zijn, of verband
houden met nationale kritieke infrastructuur, en welke noodsituaties of redenen van
nationale veiligheid rechtvaardigen dat de verplichting om minimuminformatie beschikbaar
te stellen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de gigabitinfrastructuurverordening,
niet van toepassing is;
i. wanneer overheidsinstanties die eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over fysieke
infrastructuur, en netwerkexploitanten, artikel 6, eerste lid, van de gigabitinfrastructuurverordening
niet mogen toepassen op civiele werken die verband houden met nationale kritieke infrastructuur,
of om redenen van nationale veiligheid die op grond van artikel 6, tweede lid, eerste
alinea, van die verordening zijn vastgesteld;
j. het in kennis stellen van bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 9, vierde lid,
van de gigabitinfrastructuurverordening.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. richtsnoeren over de voorwaarden van overeenkomsten als bedoeld in artikel 3, tweede
lid, derde alinea, van de gigabitinfrastructuurverordening. Hierbij kunnen aan de
Autoriteit Consument en Markt taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend;
b. gedetailleerde procedures voor het opvragen van informatie als bedoeld artikel 7,
derde lid, van de gigabitinfrastructuurverordening.
Artikel 5a.5
1. Artikel 8, eerste lid, van de gigabitinfrastructuurverordening is niet van toepassing.
2. Een bevoegde autoriteit nodigt na het verstrijken van de overeenkomstig artikel 7,
vijfde lid, van de gigabitinfrastructuurverordening toepasselijke termijn een exploitant
uit voor een ontmoeting als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de gigabitinfrastructuurverordening
met inachtneming van de vereisten, bedoeld in artikel 8, derde lid, tweede en derde
volzin, van de gigabitinfrastructuurverordening.
Artikel 5a.6
Een bevoegde autoriteit heeft het recht om op verzoek toegang te krijgen tot een centraal
informatiepunt voor zover deze toegang noodzakelijk is om te beoordelen of de minimuminformatie,
bedoeld in artikel 6, eerste lid, eerste alinea, van de gigabitinfrastructuurverordening,
beschikbaar is gesteld door de exploitant die de vergunning aanvraagt.
Artikel 5a.7
1. In afwijking van vanwege het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen of zelfstandige
bestuursorganen gestelde algemeen verbindende voorschriften, zijn civiele werken als
bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de gigabitinfrastructuurverordening, niet onderworpen
aan een vergunningsprocedure in de zin van artikel 7 van die verordening, tenzij:
a. een dergelijke vergunning vereist is overeenkomstig andere rechtshandelingen van de
Unie; of
b. sprake is van situaties als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de gigabitinfrastructuurverordening.
2. In afwijking van termijnen gesteld in vanwege het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen
of zelfstandige bestuursorganen gestelde algemeen verbindende voorschriften, geldt
voor vergunningen, de in artikel 7, vijfde lid, van de gigabitinfrastructuurverordening,
bedoelde termijn, met inachtneming van de in dat artikel genoemde voorwaarden.
Artikel 5a.8
Artikel 4, achtste lid, van de gigabitinfrastructuurverordening is van overeenkomstige
toepassing op artikel 6 van de gigabitinfrastructuurverordening.
G
In artikel 5b.1 wordt «het medegebruik van fysieke infrastructuur, bedoeld in hoofdstuk 5a»
vervangen door «de toegang tot fysieke infrastructuur, bedoeld in artikel 3 van de
gigabitinfrastructuurverordening».
H
In artikel 5c.4, eerste lid, wordt «artikelen 5a.2, 5a.6, 5a.7, 5a.8, 5a.9, 5a.12
en 5a.14, eerste, derde, vierde en vijfde lid» vervangen door «artikelen 3, zevende
en twaalfde lid, en 4, vijfde en achtste lid van de gigabitinfrastructuurverordening».
I
Aan hoofdstuk 5c worden drie artikelen toegevoegd, luidende:
Artikel 5c.6
Onverminderd de in dit hoofdstuk opgenomen verplichtingen omtrent medegebruik gelden
de gegeven voorschriften bij of krachtens andere wetten of decentrale regels ter zake
van een voor het medegebruik benodigde vergunning, ontheffing of andere toestemming.
Artikel 5c.7
1. Indien een publiekrechtelijke rechtspersoon tevens degene is die beslist op een vergunning,
ontheffing of andere toestemming betreffende de aanleg en exploitatie van draadloze
toegangspunten met klein bereik waarop het verzoek tot medegebruik betrekking heeft,
coördineert deze publiekrechtelijke rechtspersoon zijn beslissing op het verzoek tot
medegebruik met het besluit op een aanvraag voor een vergunning, ontheffing of andere
toestemming.
2. In aanvulling op artikel 5c.3, eerste en tweede lid, weigert een publiekrechtelijke
rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid, in ieder geval het medegebruik wanneer
de in het eerste lid bedoelde vergunning, ontheffing of andere toestemming wordt geweigerd.
3. Een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk of -dienst of een
aanbieder van bijbehorende faciliteiten die het voornemen heeft om de publieke infrastructuur
van een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid, te gebruiken
voor de aanleg en exploitatie van draadloze toegangspunten met klein bereik coördineert
zijn verzoek tot medegebruik met de in het eerste lid, bedoelde aanvraag.
Artikel 5c.8
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
omtrent de procedure van een verzoek tot medegebruik. Daarbij kan onder meer worden
bepaald op welke wijze en binnen welke termijn een verzoek wordt ingediend dan wel
behandeld, alsmede welke gegevens bij een verzoek moeten worden overgelegd.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
aan de procedure van een verzoek om inspectie en aan de maatregelen die een publiekrechtelijke
rechtspersoon tijdens of voorafgaand aan de inspectie stelt.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorts nadere regels worden
gesteld met betrekking tot de vergoeding aan een derde die gehouden is toestemming
te verlenen voor medegebruik.
4. In de in het eerste tot en met derde lid bedoelde nadere regels kunnen aan de Autoriteit
Consument en Markt taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend.
J
Na hoofdstuk 5c wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 5D. MEDEGEBRUIK VOOR OMROEPZENDERNETWERKEN
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 5d.1
Onverminderd de in dit hoofdstuk opgenomen verplichtingen omtrent medegebruik gelden
de gegeven voorschriften bij of krachtens andere wetten of decentrale regels ter zake
van een voor het medegebruik benodigde vergunning, ontheffing of andere toestemming.
§ 2. Medegebruik
Artikel 5d.2
1. Gebruikers van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen frequentieruimte
voldoen over en weer aan redelijke verzoeken tot medegebruik van bijbehorende faciliteiten
2. Aanbieders van elektronische communicatienetwerken die bestaan uit radioapparaten
die geschikt zijn voor het verspreiden van programma’s voldoen over en weer aan redelijke
verzoeken tot medegebruik van antenne-opstelpunten, antennesystemen of antennes.
Artikel 5d.3
1. Medegebruik als bedoeld in artikel 5d.2 vindt plaats onder billijke en niet-discriminerende
voorwaarden en tegen een billijke en niet-discriminerende vergoeding, en kan uitsluitend
worden geweigerd op objectieve, transparante en evenredige gronden.
2. Onder een grond als bedoeld in het eerste lid, kan in ieder geval worden verstaan:
a. redenen van veiligheid of volksgezondheid;
b. redenen van integriteit en veiligheid van alle reeds aangelegde netwerken of van kritieke
nationale infrastructuur;
c. een risico van ernstige verstoring van de geplande elektronische communicatiediensten
wanneer andere diensten via dezelfde infrastructuur worden verstrekt.
Artikel 5d.4
1. De bij een verzoek tot medegebruik betrokken partijen streven naar overeenstemming
over de omstandigheden waaronder het medegebruik plaatsvindt. Zij maken in ieder geval
afspraken over:
a. de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;
b. een redelijke vergoeding voor het medegebruik; alsmede
c. redelijke eisen, voorwaarden en voorzorgsmaatregelen ter waarborging van de veiligheid,
continuïteit en levensvatbaarheid van de betrokken fysieke infrastructuur, antennesystemen,
antennes en netwerken.
2. Van een redelijke vergoeding voor medegebruik van antenne-opstelpunten voor omroep,
is sprake als de vergoeding efficiënt, transparant en niet-discriminatoir is, en de
kosten van de werkelijk afgenomen capaciteit weerspiegelt. Daarbij draagt de aanbieder
die aan het verzoek tot medegebruik voldoet bij geschillen de bewijslast voor de redelijkheid
van de vergoeding.
3. In het geval de voor medegebruik als bedoeld in het tweede lid te betalen vergoeding
mede wordt bepaald door een door de verlener van het medegebruik zelf voor medegebruik
aan een derde te betalen vergoeding mag laatstbedoelde vergoeding slechts worden doorberekend
voor zover deze vergoeding redelijk is.
4. Indien een verzoek tot medegebruik betrekking heeft op een antenne-opstelpunt van
een gebruiker of een aanbieder als bedoeld in artikel 5d.2, kunnen partijen wat betreft
veiligheid en continuïteit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, volstaan met
afspraken over hoe zij uitvoering geven aan de bij of krachtens hoofdstuk 11a vastgestelde maatregelen en eisen.
Artikel 5d.5
1. In het geval dat voor het verlenen van medegebruik toestemming van een derde is vereist,
is deze daartoe slechts gehouden indien het een redelijk verzoek betreft en hij:
a. direct of indirect een relevant economisch belang heeft in degene tot wie het verzoek
tot medegebruik is gericht; of
b. deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe een andere groepsmaatschappij als bedoeld in dat artikel behoort, die een
direct of indirect relevant economisch belang heeft in degene tot wie het verzoek
is gericht.
2. De derde die op grond van het eerste lid gehouden is toestemming te verlenen, ontvangt
voor het medegebruik een redelijke vergoeding als bedoeld in artikel 5d.4, eerste lid, onderdeel b.
Artikel 5d.6
Indien een onderneming als bedoeld in artikel 5d.2 weigert te voldoen aan een verzoek
tot medegebruik informeert hij de verzoeker gemotiveerd en schriftelijk over de redenen
voor zijn weigering.
Artikel 5d.7
1. Een onderneming als bedoeld in artikel 5d.2 is verplicht in te gaan op redelijke
verzoeken tot inspecties ter plaatse van de voorzieningen waarop het verzoek tot medegebruik
ziet.
2. Een onderneming als bedoeld in artikel 5d.2 stemt in met het verzoek tot inspectie
op de voorgestelde datum of op een ander moment, doch uiterlijk binnen vier weken
na ontvangst van het verzoek.
§ 3. Wederzijdse verantwoordelijkheden bij medegebruik
Artikel 5d.8
De bij medegebruik betrokken partijen gebruiken informatie die in het kader van medegebruik
wordt verstrekt, alsmede informatie die gedurende het medegebruik is verkregen uitsluitend
voor het doel waarvoor deze informatie is verstrekt of verkregen. Alle informatie
wordt vertrouwelijk behandeld.
§ 4. Grondslag voor nadere regels
Artikel 5d.9
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan medegebruik om veiligheidsredenen
worden uitgezonderd van de in dit hoofdstuk opgenomen verplichtingen.
2. Een maatregel als bedoeld in het eerste lid, wordt niet eerder vastgesteld dan vier
weken nadat het ontwerp aan belanghebbende partijen is overgelegd.
Artikel 5d.10
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
omtrent de procedure van een verzoek tot medegebruik. Daarbij kan onder meer worden
bepaald op welke wijze en binnen welke termijn een verzoek wordt ingediend dan wel
behandeld, alsmede welke gegevens bij een verzoek moeten worden overgelegd.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
omtrent omstandigheden, eisen en voorwaarden als bedoeld in de artikelen 5d.3, eerste lid, 5d.4, alsmede over de procedure om tot overeenstemming te komen over die omstandigheden,
eisen en voorwaarden.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
aan de procedure van een verzoek om inspectie en aan de maatregelen die een onderneming
als bedoeld in artikel 5d.2 tijdens of voorafgaand aan de inspectie stelt.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorts nadere regels worden
gesteld met betrekking tot de vergoeding aan een derde als bedoeld in artikel 5d.5.
5. In de in het eerste tot en met vierde lid bedoelde nadere regels kunnen aan de Autoriteit
Consument en Markt taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend.
Artikel 5d.11
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
omtrent:
a. de door degene, bedoeld in artikel 5d.2, te verstrekken informatie over de antenne-opstelpunten waarover zij beschikken,
b. de door degene, bedoeld in artikel 5d.2, te reserveren ruimte op antenne-opstelpunten
voor eigen gebruik of voor medegebruik.
Hierbij kunnen aan de Autoriteit Consument en Markt taken worden opgedragen en bevoegdheden
worden verleend.
K
In artikel 11a.3, eerste lid, wordt «antenne-opstelpunt als bedoeld in artikel 5a.3,
derde lid» vervangen door «antenne-opstelpunt dat bestemd is om netwerken te ondersteunen
van aanbieders van elektronische communicatienetwerken die bestaan uit radioapparaten
die geschikt zijn voor het verspreiden van programma’s».
L
Artikel 12.2 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:
a. Aanhef en onderdeel a komt te luiden:
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op geschillen:
a. als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en, voor zover het
niet de aansluiting van gebruikers op een openbaar elektronisch communicatienetwerk
betreft, onderdeel d, van de gigabitinfrastructuurverordening;
b. Onderdeel b vervalt, onder verlettering van onderdeel c tot onderdeel b en onder
vervanging van de punt aan het slot van dat onderdeel door een puntkomma.
c. Een onderdeel wordt toegevoegd, luidende:
c. tussen degenen, bedoeld in artikel 5d.2, of met een derde als bedoeld in artikel 5d.5,
inzake de nakoming van een bij of krachtens hoofdstuk 5d op hen rustende verplichting.
2. In het vierde lid wordt «artikel 5a.5, tweede lid» vervangen door «artikel 5d.4,
tweede lid».
3. In het vijfde lid wordt «artikel 5a.6» vervangen door «artikel 5c.7».
M
Artikel 12.4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «hoofdstuk 5a of 5c» vervangen door «hoofdstuk 5c» en wordt
«, het medegebruik of de coördinatie» vervangen door «of het medegebruik».
2. Het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid vervallen.
N
Artikel 12.5 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het vierde lid wordt «hoofdstuk 5a of 5c» vervangen door «hoofdstuk 5c»
2. Het vijfde lid komt te luiden:
5. In afwijking van het eerste lid, neemt de Autoriteit Consument en Markt bij de behandeling
van geschillen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdelen b tot en met d, van
de gigabitinfrastructuurverordening, artikel 13, tweede lid, onderdeel b, van de gigabitinfrastructuurverordening,
in acht.
O
In artikel 15.1, derde lid, wordt na «5.14,» ingevoegd «5a.6, 5a.7, 5a.8» en wordt
«5b.2 en 5c.4» vervangen door «5b.2, 5c.4 en 5c.7».
P
Na artikel 20.2a wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 20.2b
Na de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen F, I en J, van de wet tot wijziging
van de Telecommunicatiewet, de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse
netten, en andere wetten in verband met de uitvoering van verordening (EU) 2024/1309
van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 inzake maatregelen om de kosten
van de uitrol van elektronischecommunicatienetwerken met gigabitsnelheden te verlagen,
tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Richtlijn 2014/61/EU
berust het Besluit medegebruik omroepzendernetwerken en publieke infrastructuur op
de artikelen, 5c.8, 5d.2, eerste lid, 5d.10 en 5d.11 van deze wet.
ARTIKEL II (WIJZIGING WET INFORMATIE-UITWISSELING BOVENGRONDSE EN ONDERGRONDSE NETTEN
EN NETWERKEN)
De Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken wordt
als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. De begripsbepalingen van «aanbieder», «civiele werken», «coördinatie», «fysieke infrastructuur»,
«medegebruik», «netwerk», «netwerkexploitant», «netwerk met hoge snelheid» en «richtlijn
nr. 2014/61/EU» vervallen.
2. In de begripsbepaling van «beheerpolygoon» vervallen «respectievelijk door een netwerkexploitant»
en «, respectievelijk een netwerkexploitant fysieke infrastructuur beheert».
3. In de begripsbepaling van «gebiedsinformatie» vervallen «of netwerkexploitanten»
en «en 12, eerste lid en tweede lid, onderdeel a,».
4. In de begripsbepaling van «graafbericht» vervalt «, onder 1°».
5. In de begripsbepaling van «liggingsgegevens» vervalt «of netwerk».
6. In de begripsbepaling van «oriëntatiepolygoon» vervalt «, aanbieder» en wordt «eerste,
tweede of derde lid» vervangen door «eerste of tweede lid».
7. In de begripsbepaling van «oriëntatieverzoek» wordt «eerste tot en met derde lid»
vervangen door «eerste en tweede lid».
8. In de begripsbepaling van «registratiemelding» vervallen «of een netwerkexploitant»
en «of derde» en wordt de puntkomma vervangen door een punt.
B
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Er is een elektronisch informatiesysteem waarmee informatie tussen beheerders, opdrachtgevers,
grondroerders en bestuursorganen wordt uitgewisseld, voor zover dat nodig is ter preventie
van graafschade.
2. In het tweede lid wordt «de in het eerste lid, genoemde doelen» vervangen door «het
in het eerste lid genoemde doel».
C
In artikel 5, tweede lid, vervalt onderdeel b, onder verlettering van onderdeel c
tot onderdeel b.
D
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. De Dienst registreert de beheerpolygonen en de beheerders ten behoeve van de informatie-uitwisseling
over ondergrondse netten.
2. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde tot het derde lid.
E
Het opschrift van hoofdstuk 4 komt te luiden:
HOOFDSTUK 4. INFORMATIE-UITWISSELING TEN BEHOEVE VAN GRAAFWERKZAAMHEDEN
F
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede en vijfde lid vervallen, onder vernummering van het derde en vierde lid
tot tweede en derde lid.
2. In het derde lid (nieuw) vervalt «, de aanbieder».
G
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt «eerste, tweede of derde lid» vervangen door «eerste of tweede
lid».
2. Onderdeel b komt te luiden:
b. bericht de Dienst hierover onverwijld onder vermelding van de oriëntatiepolygoon of
graafpolygoon alle beheerders wier beheerpolygoon geheel of gedeeltelijk samenvalt
met deze oriëntatiepolygoon onderscheidenlijk graafpolygoon.
H
Artikel 12 vervalt.
I
Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «de artikelen 11, eerste lid, en 12, eerste lid en tweede
lid, onderdeel a» vervangen door «artikel 11, eerste lid,» en vervalt «, subonderdeel 1°».
2. In het derde lid vervalt «respectievelijk de termijn van artikel 12,» en wordt «de
artikelen 11, eerste lid, en 12, eerste lid en tweede lid, onderdeel a,» vervangen
door «artikel 11, eerste lid,».
J
In artikel 16 wordt «Onze Minister van Veiligheid en Justitie» vervangen door «Onze
Minister van Justitie en Veiligheid».
K
In artikel 22 wordt «en vierde» vervangen door «en derde», vervalt «12, eerste lid
en tweede lid, onderdeel a» en wordt «de artikelen 11, eerste lid, onderdelen a, b
en c, en 12, eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, onderdeel a» vervangen
door «artikel 11, eerste lid, onderdelen a, b en c».
L
Hoofdstuk 5 vervalt.
M
In artikel 28, eerste lid, onderdeel a, wordt «de artikelen 11 en 12» vervangen door
«artikel 11» en vervalt «en netwerkexploitanten».
N
Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «artikelen 11 tot en met 13» vervangen door «artikelen 11
en 13» en vervallen «of de aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk» en
«, netwerkexploitanten, fysieke infrastructuur of civiele werkzaamheden».
2. In het tweede lid vervalt «of netwerkexploitanten» en wordt na «artikel 6» een komma
ingevoegd.
O
In artikel 30 vervalt «of de daarin gelegen fysieke infrastructuur of civiele werken».
P
Artikel 31 vervalt.
Q
In artikel 32, eerste lid, wordt «6, tweede, derde en vierde lid» vervangen door «6,
tweede en derde lid» en vervallen «12,» en «24, 26,».
R
In artikel 33 wordt «6, tweede en vierde lid» vervangen door «6, tweede en derde lid»
en vervallen «12,» en «24,»
S
In artikel 34 wordt «6, tweede en derde lid» vervangen door «6, tweede lid» en vervallen
«12,» en «24,».
T
In artikel 44 wordt «Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten
en netwerken» vervangen door «Wet informatie-uitwisseling netten».
ARTIKEL III (WIJZIGING KADASTERWET)
De Kadasterwet wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 3, eerste lid, onderdeel h, wordt «fysieke infrastructuur alsmede het bevorderen
van de oriëntatie over geplande civiele werken in de zin van hoofdstuk 5a van de Telecommunicatiewet»
vervangen door «de transparantie over fysieke infrastructuur en geplande civiele werken
in de zin van artikelen 4 en 6 van Verordening (EU) 2024/1309 van het Europees Parlement
en de Raad van 29 april 2024 inzake maatregelen om de kosten van de uitrol van elektronischecommunicatienetwerken
met gigabitsnelheden te verlagen, tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en
tot intrekking van Richtlijn 2014/61/EU (gigabitinfrastructuurverordening) (PbEU L 2024/1309)».
B
In artikel 117, zesde lid, wordt «Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse
netten en netwerken» vervangen door «Wet informatie-uitwisseling netten».
ARTIKEL IV (WIJZIGING ORGANISATIEWET KADASTER)
Artikel 16, vierde lid, van de Organisatiewet Kadaster wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel g wordt «onderdeel g, van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse
en ondergrondse netten en netwerken» vervangen door «van de Wet informatie-uitwisseling
netten».
2. In onderdeel h wordt «onderdeel h, van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse
en ondergrondse netten en netwerken» vervangen door «van de Wet informatie-uitwisseling
netten».
ARTIKEL V (WIJZIGING OP DE ECONOMISCHE DELICTEN)
In artikel 1, onderdeel 4°, van de Wet op de economische delicten wordt «Wet informatie-uitwisseling
bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken» vervangen door «Wet informatie-uitwisseling
netten».
ARTIKEL VI (WIJZIGING ALGEMENE WET BESTUURSRECHT)
Bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 4 wordt «hoofdstukken 5a, 5c, 6a, 6b en 12» vervangen door «hoofdstukken 5a,
5c, 5d, 6a, 6b en 12».
B
In artikel 7 wordt «hoofdstukken 5a, 5c, 6a, 6b en 12» vervangen door «hoofdstukken 5a,
5c, 5d, 6a, 6b en 12» en wordt «Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse
netten en netwerken» vervangen door «Wet informatie-uitwisseling netten».
C
In artikel 11 wordt «hoofdstukken 5a, 5c, 6a, 6b en 12» vervangen door «hoofdstukken 5a,
5c, 5d, 6a, 6b en 12» en wordt «Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse
netten en netwerken» vervangen door «Wet informatie-uitwisseling netten».
ARTIKEL VII (WIJZIGING UITVOERINGSWET CYBERBEVEILIGINGSVERORDENING)
De Uitvoeringswet cyberbeveiligingsverordening wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1 wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd:
beheerde beveiligingsdienst:
beheerde beveiligingsdienst als bedoeld in artikel 2, onderdeel 14bis, van de cyberbeveiligingsverordening;
B
In de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, wordt «een ICT-product, ICT-dienst
of een ICT-proces» telkens vervangen door «een ICT-product, ICT-dienst, ICT-proces
of beheerde beveiligingsdienst».
C
In de artikelen 4, eerste lid, en 5, tweede lid, wordt «het ICT-product, de ICT-dienst
of het ICT-proces» telkens vervangen door «het ICT-product, de ICT-dienst, het ICT-proces
of de beheerde beveiligingsdienst» en wordt «die dienst» telkens vervangen door «die
diensten».
ARTIKEL VIII (INWERKINGTREDING)
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.