Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. degeannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken van 11 mei 2026 (Kamerstuk 21501-02-3389)
2026D20853 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande fracties
de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Buitenlandse
Zaken over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 11 mei 2026
(Kamerstuk 21 501-02, nr. 3389), de brief van 17 april 2026 over de Nederlandse inzet tijdens de Toetsingsconferentie
van het Non-Proliferatieverdrag (NPV) 2026 op het terrein van nucleair ontwapening,
non-proliferatie en het vreedzaam gebruik van nucleaire technologie (Kamerstuk 33 783, nr. 53) en de brief van 10 april 2026 over de Nederlandse diplomatieke presentie in Venezuela
(Kamerstuk 29 653, nr. 92).
De voorzitter van de commissie,
Klaver
De griffier van de commissie,
Westerhoff
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
II Antwoord / Reactie van de Minister
III Volledige agenda
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Raad Buitenlandse Zaken van 11 mei 2026. Zij hebben hierover de volgende vragen en
opmerkingen.
De leden van de VVD-fractie benadrukken dat de onverminderde militaire, financiële
en humanitaire steun aan Oekraïne, zoals ook vastgelegd in de budgettaire tabel van
het regeerakkoord, essentieel blijft om de Russische agressie het hoofd te bieden
en de Europese veiligheid te waarborgen. Deze leden verwelkomen de inzet van de Minister
om tijdens de Raad aan te dringen op de voorspoedige implementatie van de steunlening
voor Oekraïne. Wat betreft het sanctieregime wijzen de leden van de VVD-fractie op
het belang van eenheid van beleid en een geharmoniseerde uitvoering binnen de Europese
Unie (EU). In het verlengde van de VVD-inbreng over het wetsvoorstel «internationale
sanctiemaatregelen» vragen deze leden of de Minister bereid is van striktere handhaving
in de Raad een speerpunt te maken. Specifiek doelen deze leden op het sneller detecteren
van complexe omzeilingsconstructies via derde landen of buiten territoriale wateren
en het verbeteren van gegevensuitwisseling over omzeilingsconstructies. Is de Minister
bereid om tijdens de Raad te pleiten voor een EU-brede aanpak die «red flags» direct
vertaalt naar gezamenlijke actie? Verder vragen de leden van de VVD-fractie het kabinet
wat het verwacht van het versterken van de International Coalition for the Return of Ukrainian Children. Wat houdt die versterking concreet in? En worden gerichte sancties overwogen tegen
de entiteiten die de logistieke infrastructuur achter deze illegale deportaties faciliteren?
De leden van de VVD-fractie zijn bezorgd over de situatie in het Midden-Oosten en
de gevolgen daarvan voor de wereldeconomie. De eerste prioriteit zou wat deze leden
betreft dan ook moeten zijn het heropenen van de Straat van Hormuz op zo kort mogelijke
termijn. Dat het kabinet voorstander is van een actieve EU-rol ter ondersteuning hiervan,
juichen de leden van de VVD-fractie toe. Deze leden horen graag van de Minister waar
hij dan aan denkt en wat hij namens Nederland tijdens de Raad gaat inbrengen? In het
verlengde van de huidige situatie moedigen deze leden de Minister aan om in de Raad
te pleiten voor het blijvend verkennen van een brede handelsovereenkomst tussen de
EU en de Gulf Cooperation Council (GCC) met een specifieke focus op de Verenigde Arabische
Emiraten, zeker nu die zich uit de Organisatie van olie-exporterende landen (OPEC)
heeft teruggetrokken. Een dergelijk akkoord is niet alleen van economisch belang,
maar verstevigt ook de politieke relatie met betrouwbare partners in een roerige regio.
De leden van de VVD-fractie spreken hun grote zorg uit over de aanhoudende humanitaire
crisis in Gaza en de alsmaar zorgwekkender wordende situatie op de Westelijke Jordaanoever.
Zij ondersteunen de kabinetsinzet voor de volledige implementatie van VN-veiligheidsraadresolutie
2803 en benadrukken dat ongehinderde humanitaire toegang tot Gaza een prioriteit moet
blijven. Deze leden vragen de Minister wat hij kan doen om te voorkomen dat deze toegang
wordt misbruikt voor de smokkel van wapens of dual-use goederen? De leden van de VVD-fractie willen graag van de Minister weten waar het
kabinet aan denkt bij de gedragsverandering die het van Israël het liefst ziet en
op welke manier het kabinet de druk op Israël zou willen verhogen? De leden van de
VVD-fractie steunen de High-Level Political Dialogue tussen de EU en Syrië ter bevordering van de betrekkingen met de Syrische overgangsregering.
Deze leden zijn het met het kabinet eens dat wederopbouw, economisch herstel en transitional justice belangrijke voorwaarden zijn om duurzame terugkeer te realiseren.
De leden van de VVD-fractie verwelkomen de hernieuwde samenwerking tussen de EU en
het Verenigd Koninkrijk (VK), zeker binnen kopgroepen met Europese landen ten behoeve
van Oekraïne.
De leden van de VVD-fractie verwelkomen gesprekken over de Westelijke Balkan. Deze
leden willen graag weten op welke manier de landen in de Westelijke Balkan gestimuleerd
kunnen worden om het EU buitenland- en visumbeleid te implementeren. Wat staat daar
voor hen tegenover? En zijn alle landen in de Westelijke Balkan bereid de EU-sancties
tegen Rusland over te nemen? Op welke manier kan Nederland hen daarin ondersteunen?
De leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre de Minister bereid is om te pleiten
voor het opschorten van IPA-middelen (Instrument for Pre-accession Assisstance) voor landen die weigeren EU-sancties over te nemen.
Tot slot willen de leden van de VVD fractie graag geïnformeerd worden over de dreigingsanalyse
van de Single Intelligence Analysis Capacity van de EU (SIAC). Zou dit op vertrouwelijke
basis met de Kamer gedeeld kunnen worden?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda
voor de Raad Buitenlandse Zaken van 11 mei 2026 en stellen daarover graag nog enkele
vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet blijft oproepen tot
gebruik van de mogelijkheid om militair materieel via de Prioritised Ukraine Requirements List (PURL) voor Oekraïne in te kopen. Deze leden maken zich zorgen dat door de oorlog
van de VS en Israël met Iran de krapte op de defensiemarkt voor vertraging bij de
levering van Amerikaans militair materieel via PURL zorgt. Is de Minister er zeker
van dat nieuwe bestellingen via PURL nog binnen een jaar aan Oekraïne geleverd kunnen
worden, of op zijn minst binnen de termijnen die gebruikelijk waren voor 28 februari
2026? Zo nee, is de Minister met Europese partners bezig met het bedenken van alternatieven
voor de levering van kritieke militaire goederen?
De leden van GroenLinks-PvdA-fractie hebben vernomen dat de EU mogelijk voorbereidingen
treft voor een trainingsmissie voor het Libanese leger, ter vervanging van de VN-missie
UNIFIL die binnenkort afloopt. Wat is het standpunt van het kabinet ten aanzien van
een dergelijke missie? Overweegt het kabinet steun aan een dergelijke missie? Zo ja,
in welke vorm?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de beantwoording van Kamervragen
van het lid Piri d.d. 23 april 2026 (2026D19946) dat het kabinet het belangrijk vindt dat eventueel gebruik van uithongering, c.q.
de vernietiging van Libanese waterinstallaties door Israël, als methode van oorlogsvoering
onderzocht wordt «en dat bewijsmateriaal van vermeende schendingen wordt verzameld,
op basis waarvan een rechter kan bepalen of hier sprake van is.» De Minister stelt
later, in antwoord op vraag 19 van deze Kamervragen, dat het kabinet momenteel «te
weinig» onderzoek ziet «naar, en berechting van, internationale misdrijven door Israël
zelf.» De Minister vervolgt dat «als een staat niet bereid of niet in staat is om
zelf internationale misdrijven te onderzoeken en degenen die daarvoor verantwoordelijk
zijn te vervolgen en te berechten», «de internationale gemeenschap in beeld» komt.
Is de Minister dan ook van mening, dat de oorlogshandelingen van Israël in Libanon
door een onafhankelijke en onpartijdige instantie zouden moeten worden onderzocht?
Welke onafhankelijke, onpartijdige instantie zou volgens het kabinet hiernaar onderzoek
moeten doen? Is de Minister bereid deze onafhankelijke, onpartijdige instantie hiertoe
op te roepen? En zodra dit bewijsmateriaal er is, is het kabinet dan bereid om naar
de rechter te stappen? Zo nee, waarom niet? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
lezen tevens in de beantwoording op de genoemde Kamervragen dat Israël niet alleen
Slovenië, maar ook Nederland onder druk heeft gezet om geen interventie te plegen
in de zaak van Zuid-Afrika bij het Internationaal Gerechtshof. De leden vinden het
goed dat het kabinet alsnog heeft besloten om de interventie te plaatsen. Kan de Minister
aangeven op welke manier Israël de weerstand tegen de interventie kenbaar heeft gemaakt?
Heeft Israël met tegenmaatregelen gedreigd? En is de Minister niet van mening dat
de dreigingen van Israël tegen EU-lidstaten die zich inzetten tegen straffeloosheid,
besproken zouden moeten worden in de Raad, zeker in het licht van de discussie over
de naleving van artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord? Zo nee, waarom niet?
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de fractie van JA21 hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor
de Raad Buitenlandse Zaken van 11 mei 2026 en de kabinetsbrief «Nederlandse diplomatieke
presentie in Venezuela.» Zij hebben een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de fractie van JA21 zijn benieuwd naar de laatste stand rondom de 90
miljard doorlening aan Oekraïne. Hoewel deze leden de keuze voor deze manier van EU-financiering
aan het land niet hebben gesteund, onderschrijven zij het belang van een Oekraïne
dat zichzelf kan blijven verdedigen tegen de aanhoudende Russische agressie. Kan de
Minister toelichten hoe groot de financiële tekorten momenteel zijn voor de Oekraïense
staat? Deze leden lezen in verschillende berichtgeving dat de eerste uitbetalingen
van de doorlening waarschijnlijk eind mei of begin juni zullen plaatshebben. Kan het
kabinet hier een preciezere toelichting over geven?
De leden van de fractie van JA21 hebben zich eerder kritisch uitgelaten over de verhoudingsgewijs
achterblijvende steun van met name EU-lidstaten Spanje en Frankrijk. In dit licht
steunen zij het voornemen van het kabinet om bij de komende Raadsvergadering deze
lidstaten te «wijzen op het belang van substantiële bilaterale steun in aanvulling
op de gezamenlijke steunlening.» Hoe denkt het kabinet in EU-verband deze oproep om
te zetten in concrete resultaten? In het verlengde hiervan danken deze leden de Minister
voor de Nederlandse oproep tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 21 april om de import
van Russisch gas te staken.
De leden van de fractie van JA21 maken zich grote zorgen over de gevolgen voor de
mondiale economie nu de situatie rondom de Straat van Hormuz nog altijd hoogst onzeker
is. Deze leden zouden de Minister willen vragen naar de laatste kabinetsvisie op de
huidige conflictsituatie. En zijn er hiernaast nog laatste ontwikkelingen in de voorbereiding
van een eventuele internationale missie in de zeestraat?
Deze leden hebben kennisgenomen van het besluit van de Verenigde Arabische Emiraten
om per 1 mei jongstleden OPEC te verlaten. Met de haven van Fujairah heeft het land
een alternatief voor energie-export via de Straat van Hormuz in handen. Ziet het kabinet
mede in het licht van de onderhandelingen in EU-verband over een handelsovereenkomst
kansen om in te zetten op extra samenwerking op het gebied van energie? Wil de Minister
toezeggen zich hiervoor in Europees verband hard te maken? Is de Minister bereid deze
opties te verkennen als onderdeel van de uitvoering van de motie-Hoogeveen/Maes (Kamerstuk
23 432, nr. 743) en de motie-Maes c.s. (Kamerstuk 23 432, nr. 727)?
De leden van de fractie van JA21 bedanken de Minister voor de spoedige uitvoering
van de motie-Hoogeveen (Kamerstuk 36 800-V, nr. 63). Deze leden onderschrijven het belang voor het Koninkrijk om een goede diplomatieke
presentie in Venezuela te hebben te midden van de uitvoering van het Amerikaanse driestappenplan
voor het land. Graag ontvangen deze leden een duiding van de Minister over de voorlopige
effecten van dit plan. Kan de Minister tevens toelichten welke proactieve rol hij
ziet voor het Koninkrijk in dit proces, op zowel economisch als politiek vlak? Hoe
wordt binnen dit kader rekening gehouden met de belangen en wensen van de landen Aruba
en Curaçao? Hoe wil hij invulling geven aan de specifieke motie-Hoogeveen (Kamerstuk
21501–02, nr. 3328) hierover?
De leden van de fractie van JA21 hebben uit verschillende berichtgeving ook vernomen
dat vanuit Caracas met speciale interesse wordt gekeken naar het EU-Mercosur akkoord;
gegeven het feit dat het land geschorst is, maar formeel nog altijd de status van
volwaardig lid van Mercosur heeft. Ook Bolivia, Panama en Colombia hebben elk een
rol in mogelijke uitbreiding van het Zuid-Amerikaanse handelsblok. Hoe kijkt het kabinet
naar deze ambities?
Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractie
De leden van de DENK-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda.
De leden van de DENK-fractie constateren dat de Raad zal spreken over de situatie
in het Midden-Oosten. Deze leden wijzen erop dat de associatieovereenkomst tussen
de EU en Israël expliciet is gebaseerd op eerbiediging van mensenrechten en democratische
beginselen. Op welke wijze spant het kabinet zich concreet in om binnen de Europese
Unie een meerderheid te organiseren voor het opschorten van (ten minste) het handelsdeel
van het EU-Israël-associatieakkoord? Welke lidstaten steunen dit standpunt reeds en
welke lidstaten verzetten zich hiertegen? Hoe gaat het kabinet actief coalities vormen
met gelijkgezinde lidstaten om dit voorstel te agenderen en door te voeren? Op welke
wijze zet het kabinet zich in voor gerichte EU-sancties tegen Israëlische Ministers,
waaronder Ben Gvir en Smotrich, gezien hun rol bij het aanzetten tot geweld en uitbreiding
van nederzettingen?
De leden van de DENK-fractie maken zich ernstige zorgen over het voortdurende geweld
van Israëlische kolonisten en de uitbreiding van illegale nederzettingen op de Westelijke
Jordaanoever. Zij hebben hierover de volgende aanvullende vragen. Is het kabinet bereid
om in EU-verband te pleiten voor een uitbreiding van het bestaande sanctieregime tegen
gewelddadige kolonisten naar bredere groepen betrokkenen (financiers, organisaties,
politieke aansturing) en voor structurele sancties in plaats van incidentele listings?
Is het kabinet bereid te pleiten voor een EU-breed verbod op producten uit illegale
nederzettingen, inclusief een importverbod (in plaats van enkel etikettering), handhaving
en controlemechanismen op EU-niveau? Is het kabinet bereid om te pleiten voor het
opschorten van samenwerking met Israëlische entiteiten die actief zijn in nederzettingen,
waaronder deelname aan EU-programma’s (zoals Horizon Europe), onderzoeks- en innovatiepartnerschappen?
Op welke wijze zet het kabinet zich in voor een EU-brede aanpak tegen bedrijven die
bijdragen aan de bezetting?
De leden van de DENK-fractie vragen tevens naar verdere mogelijke maatregelen op EU-niveau.
Is het kabinet bereid te pleiten voor een EU-wapenembargo tegen Israël, gezien de
aanhoudende schendingen van het internationaal humanitair recht? Is het kabinet bereid
te pleiten voor opschorting van militaire samenwerking en exportvergunningen op EU-niveau?
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie willen de aandacht vestigen op de genocide in Soedan. Deze
leden zien dat de oorlogsmisdaden zich blijven voortzetten, waarbij seksueel geweld
wordt ingezet als oorlogsmiddel, zoals aangetoond in het rapport van Artsen Zonder
Grenzen van 31 maart. Het kabinet geeft aan, naar aanleiding van het rapport, een
extra vrijwillige bijdrage van 6 miljoen euro toe te voegen aan het Internationaal
Strafhof ter versterking van algemene onderzoekscapaciteit van het Hof. Kan het kabinet
toelichten hoe dit geld specifiek wordt ingezet om het seksueel geweld in kaart te
brengen en individuen te vervolgen? Afgelopen maand is het rapport van de Fact Finding
Mission van de Verenigde Naties (VN) over Soedan gepubliceerd. Daarin wordt zeer duidelijk
beschreven dat er genocidale stappen worden gezet in Soedan, specifiek door de Rapid
Support Forces (RSF) bij de belegering van El-Fasher. Wat is de reflectie van het
kabinet op dit rapport? Hoe wordt de accountability, waar het rapport toe oproept, concreet gemaakt? De leden van de SP-fractie zien
dat een staakt-het-vuren in Soedan uitblijft, ondanks inspanningen van Nederland en
Europa. Ook op de conferentie in Berlijn zijn er geen nieuwe stappen gezet voor een
vredesbestand. Welke vervolgstappen is dit kabinet bereid te nemen om de druk op de
strijdende partijen op te voeren om te komen tot een staakt-het-vuren, zodat deze
bloederige oorlog na drie jaar stopt? Afgelopen maand is er een motie-Dobbe aangenomen
(Kamerstuk 21501–02, nr. 3373), die oproept om in de Raad Buitenlandse Zaken en naar aanleiding van de conferentie
in Berlijn te pleiten voor extra middelen en steun voor Soedan. Heeft het kabinet
hierop ingezet en wat is daar uitgekomen? Het kabinet geeft aan zich in te blijven
zetten voor uitbreiding van EU-sancties tegen entiteiten en individuen met betrokkenheid
bij het gewapend conflict en grove mensenrechtenschendingen. Kan de Minister aangeven
welke entiteiten en individuen het kabinet het liefst op deze lijst ziet staan en
of de Minister dit haalbaar acht? De Verenigde Arabische Emiraten (VAE) spelen een
belangrijke rol in de wapenstromen richting Soedan. Meerdere moties hebben opgeroepen
tot het stoppen van wapenstromen vanuit de VAE richting Soedan. Toch blijft de VAE
een bondgenoot en handelspartner, zowel voor Nederland als de EU. Hoe rijmt het kabinet
deze positie met het handelen van de VAE in Soedan, en eerder in Yemen? De VAE moet
het internationaal recht volgen, maar doet dat duidelijk niet. Als er niks verandert
aan de inzet van de VAE, is het kabinet dan bereid om zich publiekelijk uit te spreken?
Kan de Minister ook reflecteren op het rapport1 van Clingendael van afgelopen zomer waarin duidelijk wordt aangegeven dat er geen
strategische afhankelijkheid is voor EU, en dus ook Nederland, om zich niet harder
en openlijker uit te spreken tegen de VAE. Het kabinet geeft aan dat bij alle vergunningsaanvragen
voor de uitvoer van militaire goederen en dual-use goederen met militair eindgebruik per geval en zorgvuldig wordt getoetst, waarbij
wordt gekeken naar het omleidingsrisico naar Soedan. Volgens het kabinet voldoet het
staande beleid en geeft het invulling aan de motie-Van Baarle/Dobbe (Kamerstuk 22 054, nr. 470) en de motie-Dobbe c.s. (Kamerstuk 22 054, nr. 474). In een artikel2 van Follow the Money van 2 maart 2026 over de wapenexportvergunningen vanuit Nederland
naar de VAE staat echter duidelijk dat, ondanks de risico’s, er nog steeds wapenexportvergunningen
zijn verleend. De huidige maatstaven voldoen dus niet of het kabinet heeft daar lak
aan. Hoe gaat de Minister opvolging geven aan de genoemde twee moties, zodat dit niet
nogmaals gebeurt? In het rapport «Hulp onder vuur: bescherming van hulpverleners in
conflictsituaties»3 van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van Advies inzake
Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) wordt nogmaals bevestigd hoe belangrijk het
is om als internationale gemeenschap hulpverleners, naast burgers, te beschermen binnen
de humanitaire ruimte. Het kabinet onderschrijft dit belang. Op welke manier, naast
de hiervoor al aangegeven monitoring, zet het kabinet zich in voor bescherming van
hulpverleners in Soedan? Kan de Minister reflecteren op de verschillende stappen die
het rapport beschrijft inzake escaleren in diplomatieke middelen? Op welke manier
is het kabinet in gesprek met (lokale) hulpverleners in Soedan en komt het tegemoet
aan hun noden? Bij de uitvoering van de motie-Dobbe c.s. (Kamerstuk 29 237, nr. 242) geeft de Minister aan dat hulporganisaties al bescherming van hulpverleners, waaronder
psychosociale hulp, hebben opgenomen. De leden van de SP-fractie zien echter dat hulporganisaties
zwaar ondergefinancierd zijn en dat vanwege veiligheidsoverwegingen maar weinig organisaties
in Soedan aanwezig kunnen zijn. Hierdoor is de psychosociale bescherming minimaal,
ondanks eerder genoemde implementatie van de hulporganisaties. Is het kabinet bereid
om een leidende rol te nemen binnen de VN om te zorgen dat de VN steviger aanwezig
is in het conflictgebied van Soedan, ook in door RSF gecontroleerde gebieden?
Dan de situatie in Gaza. De leden van de SP-fractie hebben aanhoudende zorgen over
de situatie van de Palestijnen. De Israëlische regering blijft, in strijd met humanitair
oorlogsrecht, humanitaire hulp voor Gaza blokkeren. Wanneer gaat de Minister maatregelen
nemen om de humanitaire grensovergang structureel te openen en hoe gaat hij ervoor
zorgen dat deze niet opnieuw gesloten kan worden, zoals is afgesproken tijdens het
staakt-het-vuren? Ook zien we nog steeds dodelijke aanvallen van Israël op de Palestijnen,
terwijl dit tegen het staakt-het-vuren in gaat. Non-gouvernementele organisaties (NGO’s)
tellen tot nu toe meer dan 700 Palestijnse doden. Is de Minister bereid de Israëlische
ambassadeur te ontbieden en publiekelijk druk op Israël uit te oefenen? Afgelopen
maand is de motie-Dobbe c.s. (Kamerstuk 21501–02, nr. 3371) met betrekking tot het blocking statute aangenomen. Kan de Minister inzage geven hoe hij aan deze motie uitvoering heeft
gegeven in de Raad Buitenlandse Zaken? Mocht de gehele Raad hiertoe nog niet gewillig
zijn, is de Minister bereid om, dan wel als Nederland, dan wel met een coalition of the willing, al vooruitstrevende stappen te nemen om het blocking statute nationaal in te stellen? De leden van de SP-fractie zien dat de Sloveense Minister
Fajon zich publiekelijk heeft uitgesproken met betrekking tot het blocking statute. Is de Minister bereid om het Sloveense voorbeeld te volgen? Sinds de grootschalige
genocide in Gaza door Israël zijn er al meer dan 200 journalisten vermoord, een afgrijselijke
oorlogsmisdaad waar door de internationale gemeenschap niks aan wordt gedaan. Nu zien
deze leden ook dat het Israëlische leger de verantwoordelijkheid van een aanval bevestigt,
namelijk die van 28 maart 2026 en 22 april 2026 in Libanon met vier dode journalisten
tot gevolg. Journalisten zijn van cruciaal belang voor de bewijsgaring van mensenrechtenschendingen,
waar onderzoek en rapporten veelal op vertrouwen als bron, iets wat het kabinet ondersteunt.
Wat is de inzet van het kabinet als het gaat om het beschermen van de journalistieke
vrijheid in oorlogsgebieden en hoe zorgt deze Minister ervoor dat het internationaal
recht wordt gehandhaafd als het gaat om het straffeloos vermoorden van deze groep?
Welke specifieke actie gaat dit kabinet ondernemen, dan wel nationaal dan wel in de
Media Freedom Coalition? Is de Minister bereid onafhankelijk onderzoek te starten,
mogelijk in EU-verband, naar Israëls doelgerichte moord van 28 maart op journalisten,
waartoe verschillende VN-experts oproepen?
Tot slot staan de leden van de SP-fractie stil bij de energiecrisis in Cuba. Sinds
de blokkade van de Verenigde Staten met betrekking tot fossiele brandstoffen, bovenop
de al bestaande sancties, heeft Cuba te maken met een grote energiecrisis met grote
gevolgen voor de leefbaarheid, gezondheid en veiligheid van de Cubaanse burgers. Is
de Minister zich bewust van deze belasting van de Cubaanse bevolking? Op welke manier
wordt er, bilateraal dan wel in EU-verband, gesproken met de Amerikaanse regering
over Cuba? Is dit onderwerp van bespreking tussen premier Jetten en president Trump?
De leden van de SP-fractie verzoeken de Minister om alle vragen in deze inbreng afzonderlijk
te beantwoorden.
II Antwoord/ Reactie van de Minister
III Volledige agenda
– de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 28 april 2026 over de Geannoteerde
agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 11 mei 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3389);
– de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 17 april 2026 over de Nederlandse
inzet tijdens de Toetsingsconferentie van het Non-Proliferatieverdrag (NPV) 2026 op
het terrein van nucleair ontwapening, non-proliferatie en het vreedzaam gebruik van
nucleaire technologie (Kamerstuk 33 783, nr. 53);
– de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 10 april 2026 over de Nederlandse
diplomatieke presentie in Venezuela (Kamerstuk 29 653, nr. 92).
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A.W. Westerhoff, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.