Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 939 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten die betrekking hebben op de BES eilanden (Fiscale verzamelwet BES eilanden 2027)
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
ARTIKEL IV
ARTIKEL V
ARTIKEL VI
ARTIKEL VII
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in het kader van het fiscale
beleid voor het jaar 2027 in een aantal belastingwetten die betrekking hebben op de
BES eilanden wijzigingen aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Belastingwet BES wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 4.9, tweede lid, wordt «11 percent» vervangen door «12 percent».
B
Na artikel 6.8 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 6.8a
1. Indien een op de BES eilanden gevestigde BES ondernemer of producent (moedermaatschappij),
juridisch en economisch eigenaar is van alle aandelen in het nominaal geplaatst aandelenkapitaal
van een andere op de BES eilanden gevestigde BES ondernemer of producent (dochtermaatschappij),
wordt op schriftelijk verzoek van de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij
gezamenlijk de algemene bestedingsbelasting geheven alsof er één BES ondernemer of
producent is. De belasting wordt alsdan geheven bij de moedermaatschappij. Van een
fiscale eenheid als bedoeld in de eerste zin kan meer dan één dochtermaatschappij
deel uitmaken.
2. De inspecteur beslist op het schriftelijk verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de vorming,
wijziging en beëindiging van de fiscale eenheid.
C
Aan artikel 6.11, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van
onderdeel z, onder 2°, door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
aa. de levering van goederen als bedoeld in artikel 3.72, eerste lid, onderdeel a, van
de Douane- en Accijnswet BES.
D
Artikel 7.4 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g
door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
h. van ten behoeve van de landbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder
begrepen de rechten van erfpacht daarop.
2. Na het tweede lid wordt een lid toegevoegd, luidende:
3. Onder cultuurgrond wordt mede begrepen de ondergrond van installaties en opstanden
voor de gecombineerde uitoefening van hydrocultuur, aquacultuur of een combinatie
daarvan. De belasting die door toepassing van deze bepaling niet is geheven, is alsnog
verschuldigd indien de exploitatie van de cultuurgrond als zodanig niet gedurende
ten minste tien jaren wordt voortgezet. De vorige zin is niet van toepassing indien
binnen de aldaar bedoelde termijn de cultuurgrond door overheidsbeleid aan de landbouw
wordt onttrokken ten behoeve van de ontwikkeling en instandhouding van natuur en landschap.
E
Artikel 8.20, vierde lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt «verleend» vervangen door «verleent».
2. In onderdeel b wordt na «8.87a» ingevoegd «en artikel 19, eerste lid, onderdeel c,
van de Wet loonbelasting BES».
F
Artikel 8.24, eerste lid, komt te luiden:
1. Degene die niet, niet tijdig, of niet volledig voldoet aan de verplichting hem opgelegd
bij of krachtens:
a. artikel 8.87, tweede lid; of
b. artikel 19, eerste lid, onderdeel c, van de Wet loonbelasting BES;
begaat een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten
hoogste USD 2.800 kan opleggen.
2. De bevoegdheid tot het opleggen van de in het eerste lid bedoelde boete vervalt:
a. in het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde geval door verloop van vier jaren
na het einde van het kalenderjaar waarin de verplichting is ontstaan; of
b. in het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde geval door verloop van een jaar na
het einde van het kalenderjaar waarin de verplichting is ontstaan.
G
Aan artikel 8.47, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van
onderdeel c, door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. de kennisgeving dat de belastingschuldige tegen de tenuitvoerlegging van een dwangschrift
in verzet kan komen.
H
Artikel 8.48 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. Er worden drie leden toegevoegd, luidende:
2. In afwijking van het eerste lid kan de betekening van het dwangschrift met bevel
tot betaling ook geschieden door het ter post bezorgen van een voor de belastingschuldige
bestemd afschrift van het dwangschrift met bevel tot betaling door de ontvanger. Indien
het dwangschrift ten uitvoer wordt gelegd als bedoeld in artikel 8.48a, wordt het
bevel tot betaling geacht te zijn betekend door de belastingdeurwaarder die belast
is met de tenuitvoerlegging. Uit de ongeopende envelop waarin het afschrift ter post
wordt bezorgd, blijkt de naam en het adres van de belastingschuldige, alsmede een
aanduiding dat de inhoud de onmiddellijke aandacht behoeft.
3. Betekening op de voet van het tweede lid is niet mogelijk ingeval:
a. de ontvanger is gebleken dat de aanmaning de belastingschuldige niet heeft bereikt,
of
b. de invordering geschiedt met toepassing van artikel 8.52, tweede lid, onderdeel a
of onderdeel b.
4. Voor de toepassing van artikel 8.48a wordt het dwangschrift met betrekking tot betaling
dat op de voet van het tweede lid is betekend, geacht te zijn betekend twee dagen
na de datum van de terpostbezorging van het dwangschrift met betrekking tot betaling.
I
Na artikel 8.48 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 8.48a Betekening hernieuwd bevel tot betaling
1. De tenuitvoerlegging van een dwangschrift, dat op de voet van artikel 8.48, tweede
lid, is betekend, geschiedt niet dan na betekening van een hernieuwd bevel tot betaling.
De betekening van het hernieuwd bevel tot betaling geschiedt overeenkomstig de regels
van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES met betrekking tot de betekening
van exploten, met dien verstande dat indien de betekening geschiedt overeenkomstig
artikel 2 van die wet het exploot van de belastingdeurwaarder een bevel inhoudt om
binnen twee dagen te betalen.
2. Het eerste lid vindt geen toepassing ingeval het dwangschrift met toepassing van
artikel 8.52, tweede lid, onderdeel b, terstond ten uitvoer kan worden gelegd.
Artikel 8.48b Stilhouden motorrijtuig
1. Op eerste vordering van ambtenaren van de rijksbelastingdienst of van opsporingsambtenaren
als bedoeld in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES is de bestuurder
van een motorrijtuig verplicht dat te doen stilstaan teneinde de tenuitvoerlegging
van een dwangschrift te doen plaatsvinden. De bestuurder van het motorrijtuig is verplicht
de daartoe door de in de eerste zin bedoelde ambtenaren gegeven aanwijzingen op te
volgen.
2. De tenuitvoerlegging van een dwangschrift op de voet van het eerste lid en de daaraan
voorafgaande betekening van het hernieuwde bevel tot betaling kunnen, in afwijking
van de artikelen 15, eerste lid, en 438b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
BES, geschieden op alle dagen en uren.
3. In afwijking van artikel 8.48a, eerste lid, kan een hernieuwd bevel tot betaling
ook worden betekend aan de bestuurder van het motorrijtuig, bedoeld in het eerste
lid.
4. In afwijking van artikel 434 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES
kan machtiging van de belastingdeurwaarder ook plaatsvinden door middel van het beschikbaar
stellen van de gegevens van een dwangschrift waarvan de tenuitvoerlegging op de voet
van het eerste lid dient plaats te vinden.
5. Ingeval de schuld waarvoor op de voet van het eerste lid beslag is gelegd een bij
ministeriële regeling te bepalen bedrag te boven gaat, wordt voor de toepassing van
artikel 446 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES in elk geval aangenomen
dat het voor het behoud van de op de voet van het eerste lid in executoriaal beslag
genomen zaken redelijkerwijze noodzakelijk is dat deze zaken in gerechtelijke bewaring
worden gegeven.
J
Na artikel 8.65a wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 8.65b Aansprakelijkheid fiscale eenheid algemene bestedingsbelasting
Een dochtermaatschappij die ingevolge artikel 6.8a, eerste lid, onderdeel uitmaakt
van een fiscale eenheid, is hoofdelijk aansprakelijk voor de algemene bestedingsbelasting
welke verschuldigd is door de moedermaatschappij, dan wel indien de inspecteur niet
schriftelijk ervan in kennis is gesteld dat op grond van gewijzigde omstandigheden
niet langer een eenheid bestaat als bedoeld in die bepaling door die dochtermaatschappij.
K
In artikel 8.74, eerste lid, onderdeel j, wordt «tweede en derde lid» vervangen door
«tweede lid en artikel 19, eerst lid, onderdeel c, van de Wet loonbelasting BES».
L
Artikel 8.87 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid vervalt onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot derde en
vierde lid.
2. In het derde lid (nieuw) vervalt «en derde».
3. In het vierde lid (nieuw) wordt «vierde» vervangen door «derde».
M
In artikel 8.88, eerste lid, wordt na «8.87» ingevoegd: en artikel 19, eerste lid,
onderdeel c, van de Wet loonbelasting BES.
N
In artikel 8.90, eerste lid, wordt na «8.87» ingevoegd: en artikel 19, eerste lid,
onderdeel c, van de Wet loonbelasting BES.
ARTIKEL II
De Wet inkomstenbelasting BES wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 20, vijfde lid, vervalt.
B
In artikel 25, eerste lid, wordt «het bedrag» vervangen door «het hoogste van de drie
bedragen».
ARTIKEL III
De Wet loonbelasting BES wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 6d wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:
c. USD 43.912.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
6. Het in het eerste lid, onderdeel c, vermelde bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar
bij ministeriële regeling vervangen door een ander. Dit bedrag wordt berekend door
het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in
artikel 25, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting BES, en vervolgens de nodig
geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande jaar een dergelijke afronding
is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag.
B
Artikel 20 komt te luiden:
Artikel 20
Eindheffingsbestanddelen zijn:
a. bestanddelen van het loon waarover de verschuldigde belasting niet is geheven, in
verband waarmee aan de inhoudingsplichtige een naheffingsaanslag wordt opgelegd, behoudens:
1°. voor zover de inhoudingsplichtige verzoekt, onder verstrekking van de daartoe noodzakelijke
gegevens, dat loon niet als eindheffingsbestanddeel aan te merken;
2°. voor zover de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking besluit, mede gelet
op het aantal werknemers waarop de naheffingsaanslag betrekking heeft, dat loon niet
als eindheffingsbestanddeel aan te merken, omdat het wel toepassen daarvan zou kunnen
leiden tot een zodanig grote afwijking van het belastbare inkomen in de zin van de
inkomstenbelasting van een of meer werknemers dat voor hen aanzienlijke voordelen
zouden kunnen ontstaan in het kader van de heffing van die belasting, van andere belastingen
of in het kader van andere wettelijke regelingen.
b. door de inhoudingsplichtige aangewezen loon ter zake van een personenauto, onderscheidenlijk
een bestelauto, als bedoeld in artikel 6c, derde lid, indien die personenauto, onderscheidenlijk
bestelauto, in verband met de aard van het werk doorlopend afwisselend wordt gebruikt
door twee of meer werknemers en in verband daarmee bezwaarlijk is vast te stellen
of en aan wie die personenauto, onderscheidenlijk bestelauto, ter beschikking is gesteld,
met dien verstande dat in afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens
deze wet bepaalde, de verschuldigde belasting over dit loon per personenauto, onderscheidenlijk
bestelauto, op jaarbasis 7,5% van de nieuwwaarde bedraagt en dat bij ministeriële
regeling nadere regels kunnen worden gesteld met betrekking tot de aanwijzing van
dit loon.
ARTIKEL IV
In artikel 2.142, vierde lid, van de Douane- en Accijnswet BES vervalt «en overeenkomstig
artikel 2.133 van deze wet in beslag genomen».
ARTIKEL V
De Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt als volgt
gewijzigd:
A
In artikel 73, eerste lid, wordt na «Belastingwet BES» ingevoegd: en artikel 19, eerste
lid, onderdeel c, van de Wet loonbelasting BES.
B
In artikel 80, eerste lid, onderdeel a, wordt na «Belastingwet BES» ingevoegd: en
artikel 19, eerste lid, onderdeel c, van de Wet loonbelasting BES.
ARTIKEL VI
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat artikel IV
in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba terugwerkt tot en met 1 januari
2011, 00:00 uur, en in het Europese deel van Nederland terugwerkt tot en met 1 januari
2011, 05:00 uur.
ARTIKEL VII
Deze wet wordt aangehaald als: Fiscale verzamelwet BES eilanden 2027.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van Financiën,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.