Brief regering : Kernprognose en actuele situatie migratieketen
19 637 Vreemdelingenbeleid
Nr. 3556
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
De migratieketen staat onder druk. Dit is onder andere zichtbaar in de opvang. Hiervoor
heb ik recentelijk een brief1 naar de gemeenten gestuurd om met spoed noodopvanglocaties te realiseren. Naast de
acute situatie is het ook van belang om verder vooruit te kijken. Met deze brief wordt
uw Kamer geïnformeerd over bijgestelde prognoses binnen het migratiedomein op basis
van de kernprognose. Tevens heeft het kabinet een aantal maatregelen afgesproken om
meer grip te krijgen op migratie. Deze maatregelen zijn opgenomen in de beleidsbrief,
die tegelijkertijd naar uw Kamer is verstuurd. De hier voorliggende brief informeert
u aanvullend over de voortgang op een aantal handelingsperspectieven op het gebied
van instroom, procedure, opvang, vertrek en uitstroom statushouders.
1. Kernprognose 2025
Dit is de eerste keer dat er een Kernprognose wordt gepubliceerd. De Kernprognose
heeft als doel, evenals de Meerjaren Productie Prognose (hierna: MPP), een gedeeld
toekomstbeeld te schetsen voor de migratieketen op strategisch niveau. In de Kernprognose
wordt er een cijfermatig beeld geschetst van de instroom, doorstroom en uitstroom
van onderdelen van de migratieketen. In de Kernprognose wordt voortgebouwd op vastgestelde
cijfers uit MPP 2025 met een bijstelling op voornamelijk elementen van asiel: instroom
(waaronder eerste asielinstroom en instroom van nareizigers), doorstroom, inwilligingspercentages
op asiel, uitstroom van statushouders en vertrek. De Kernprognose is daarmee verschillend
van de MPP. De MPP ziet naast de prognoses op asiel ook op prognoses voor reguliere
migratie. De Kernprognose is een momentopname en wordt periodiek herijkt. Een prognose
bevat altijd een mate van onzekerheid. Daarom wordt binnen de Kernprognose en de MPP
gewerkt met een bandbreedte in de vorm van vier scenario’s (minimum, mediaan, medio
en maximum). De opvangopgave voor gemeenten ten aanzien van de Oekraïense ontheemden
is met de Kernprognose niet gewijzigd en een actualisatie hiervan volgt samen met
de MPP 2026.
In de Kernprognose zijn de wet Tweestatusstelsel, de effecten van de mogelijke nieuwe
(asiel) instroom Oekraïne2 en de werking van het transitiedocument, evenals de effecten van het implementatiewetsvoorstel
EU Asiel- en Migratiepact (hierna: Migratiepact) nog niet meegenomen. Nieuwe ontwikkelingen
in de komende maanden worden in de MPP 2026 waar mogelijk opgenomen en uitgewerkt.
Ik verwacht uw Kamer na de zomer te kunnen informeren over de uitkomsten hiervan.
Belangrijkste bijstellingen Kernprognose 2025
De verwachtingen voor de eerste asielinstroom naar Nederland volgens de Kernprognose
zijn in lijn met de voorgaande prognose (MPP 2025). In de Kernprognose wordt in het
mediaan scenario uitgegaan van 25.000 eerste asielaanvragen per jaar. Dit is gelijk
aan het mediaanscenario in MPP 2025 voor datzelfde jaar.
In de Kernprognose is de bandbreedte van de scenario’s eerste asielaanvragen in 2026
kleiner geworden, namelijk 21.000 (minimumscenario) tot 32.000 (maximumscenario) eerste
asielaanvragen voor 2026 (dit was op basis van de MPP 2025 13.000 (minimumscenario)
tot 44.000 (maximumscenario)). Voor 2027 bedraagt deze 16.000 (minimumscenario) tot
40.000 (maximumscenario) eerste asielaanvragen (dit was op basis van de MPP 2025 10.000
(minimumscenario) tot 50.000 (maximumscenario)). De bandbreedtes van de Kernprognose
zijn smaller ten opzichte van de voorgaande prognose (MPP 2025). Verklaring is dat
de onzekerheid over deze twee jaren is afgenomen omdat deze jaren dichterbij gekomen
zijn.
De totale asielinstroom bestaat uit eerste asielaanvragen, nareizigers, hervestigers
en herhaalde asielaanvragen. In het mediaanscenario van de Kernprognose bedraagt deze
50.200 asielaanvragen in 2026 en 50.000 voor 2027 (dit was op basis van de MPP 2025
mediaanscenario 51.000 in 2026 en 53.500 in 2027).
In 2025 was er sprake van een trendbreuk ten opzichte van eerdere jaren voor wat betreft
het inwilligingspercentage. In de MPP 2025 is het verwachte inwilligingspercentage
neerwaarts bijgesteld. Door analyse van de huidige doorstroom en recente ambtsberichten
en gewijzigd landenbeleid is de prognose van het inwilligingspercentage op eerste
asielaanvragen verder naar beneden bijgesteld. Dit komt mede door de wijzigingen in
het landgebonden asielbeleid voor Syrië. In de Kernprognose wordt uitgegaan van een
inwilligingspercentage op alle eerste asielaanvragen van gemiddeld 38%. Dit betekent
dat naar verwachting minder mensen een inwilliging zullen krijgen op hun eerste asielaanvraag.
Het inwilligingspercentage kent een zekere mate van onzekerheid doordat deze van verschillende
factoren afhankelijk is.
De instroom van nareisaanvragen is het afgelopen jaar aanzienlijk gedaald. Op dit
moment worden meer nareisaanvragen afgehandeld dan er nieuwe nareisaanvragen instromen.
De werkvoorraad (MVV-nareis en 8 EVRM nareis) van nareisaanvragen zal daardoor naar
verwachting in 2026 verder afnemen. De instroom van nareizigers vormt een belangrijk
deel van de totale asielinstroom. In de prognose is rekening gehouden met een instroom
in 2026 van ca. 23.000 inreizende nareizigers in het mediaanscenario.
Volgens het mediaanscenario van de Kernprognose zullen er eind 2026 naar verwachting
ca. 82.300 personen verblijven bij het COA. Dit aantal is hoger dan in de voorgaande
MPP 2025 (ca. 81.000 personen). Voor eind 2027 is de verwachting ca. 84.100 personen
in het mediaanscenario. Dit aantal is juist lager dan in voorgaande MPP 2025 (ca. 87.200
personen). Deze omgekeerde beweging wordt veroorzaakt door een hogere startbezetting
op 1 januari 2026 dan eerder de verwachting was, maar een minder sterke groei van
deze COA-bezetting in de Kernprognose t.o.v. de voorgaande prognose (MPP 2025). Deze
minder sterke groei is mede te verklaren door een lager inwilligingspercentage. In
de praktijk stromen statushouders minder snel uit dan niet-statushouders.
COA capaciteitsbehoefte
Op basis van de Kernprognose heeft het COA het vorige capaciteitsbesluit herijkt.
Deze herijking geeft aan dat er sprake is van een benodigde capaciteit van 90.000
plekken per 1 januari 2027. Dit is een stijging van de vorige capaciteitsbehoefte,
waarbij er 88.000 opvangplekken werden verwacht, waarvan 5.600 amv-plekken. Op 1 februari jl.
waren er in totaal ca. 77.660 plekken gerealiseerd.
Zoals afgesproken in het coalitieakkoord blijft de Spreidingswet voorlopig in stand
om te zorgen voor een rechtvaardige verdeling van asielopvang over gemeenten. Wanneer
er voldoende vaste en flexibele opvangplekken van het COA zijn, wordt inzet van de
spreidingswet overbodig. Hier zal uitvoering aan worden gegeven in nauw overleg met
het COA, provincies en gemeenten. Eind februari 2026 is de capaciteitsraming van de
Spreidingswet met een indicatieve verdeling per gemeente gepubliceerd, waarmee de
tweede cyclus van de wet is gestart. Deze raming is gebaseerd op het laatste bekende
capaciteitsbesluit van het COA en de MPP 2025. Het aantal van 88.000 is het verwachte
aantal benodigde opvangplekken voor de huidige wetcyclus (tot 1 februari 2028). Op
uiterlijk 30 november aanstaande leveren de CdK’s als voorzitter van de Provinciale
Regietafels hun verslag aan bij mij, waarmee zij aangeven hoe invulling zal worden
gegeven aan de provinciale opgave. Op basis hiervan neem ik op uiterlijk 31 december
2026 per provincie een verdeelbesluit. Op de wettelijke taak die aan gemeenten is
opgelegd met de verdeelbesluiten die reeds zijn genomen in de eerste cyclus van de
wet (december 2024) is het interbestuurlijk toezicht van toepassing. Hiertoe zijn
gemeenten op 9 april jl. geïnformeerd over op welke trede van de escalatieladder van
het interbestuurlijk toezicht zij zich bevinden. Voor gemeenten die nog niet voldoen
aan de opgave wordt het traject van het interbestuurlijk toezicht voortgezet.
Stand van zaken handelingsperspectieven
Om meer grip te krijgen op migratie heeft dit kabinet een aantal maatregelen opgenomen
in het coalitieakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36 848, nr. 31). Deze worden in de beleidsbrief nader toegelicht. Hieronder wordt de stand van zaken
beschreven van een aantal handelingsperspectieven. Zoals eerder aangegeven zijn deze
aanvullend op de maatregelen die benoemd staan in de beleidsbrief.
Inzet in Europa
In Europees verband zet het kabinet zich in voor effectieve implementatie van het
Asiel- en Migratiepact (hierna: Pact) in alle lidstaten, versterking van de buitengrenzen,
bevordering van terugkeer en het ontwikkelen van strategische migratiepartnerschappen
met relevante derde landen, inclusief innovatieve oplossingen zoals de terugkeerhub.
Het Pact is een belangrijke stap voor de EU om meer grip te krijgen op migratie, zowel
ten aanzien van de instroom als secundaire migratie binnen de EU, door snellere en
effectievere asielprocedures, meer screening aan de buitengrens en uitvoering van
het bestaande acquis, waaronder de Dublinregels. Het kabinet zet in dit kader ook in op de implementatie
van het Schengen acquis. Het is essentieel dat alle lidstaten hun verplichtingen nakomen om dat doel te bereiken
en het kabinet roept de Commissie op toezicht te houden op de naleving van de nieuwe
regelgeving onder het Pact. Om het terugkeersysteem te vereenvoudigen in Europa acht
het kabinet het van belang dat er snel een onderhandelingsakkoord wordt bereikt over
het voorstel voor een terugkeerverordening. Een nieuw Europees juridisch kader moet
zorgen voor meer mogelijkheden om terugkeer van vertrekplichtige vreemdelingen te
bevorderen. Ook is Nederland samen met een aantal gelijkgezinde lidstaten koploper
voor de verdere ontwikkeling van innovatieve oplossingen. Hiervoor zijn het afgelopen
jaar in Europees verband belangrijke stappen gezet, waaronder het akkoord op het veilig-derde-land-concept.
Ook is Nederland onderdeel van een kopgroep – bestaande verder uit Denemarken, Duitsland,
Griekenland, Oostenrijk en de Commissie – over de verkenning van het ontwikkelen van
gezamenlijke terugkeerhubs in derde landen. Het kabinet zet zich ervoor in dat deze
prioriteiten ook goed verankerd worden in de nieuwe Europese meerjarenbegroting (Meerjarig
Financieel Kader). Ten slotte zet het kabinet zich voor de langere termijn in om samen
met andere Europese landen draagvlak te vinden voor de modernisering van het internationaal
vluchtelingenrecht.
Europees Asiel- en Migratiepact
Op 12 juni 2026 treedt het Migratiepact in werking. Alle ketenpartners zetten zich
volop in om hiervoor klaar te zijn. De IND krijgt er taken bij: screening en juridische
counseling. Ook door andere ketenpartners wordt actief gewerkt aan de voorbereidingen
op inwerkingtreding. De Inspectie Justitie en Veiligheid en het College voor de Rechten
van de Mens geven invulling aan het toezichtmechanisme dat volgt uit het pact. Uw
Kamer wordt met betrekking tot de implementatie van het migratiepact periodiek geïnformeerd
in navolging van de motie van de leden Rajkowski en Podt, laatstelijk op 22 april
jl3. Meer informatie met betrekking tot de implementatie van het migratiepact in andere
Europese lidstaten zal in de voortgangsrapportage (state of play) van de Europese Commissie bekend worden.
Een belangrijk onderdeel van het Migratiepact is de herbevestiging van de notie dat
de lidstaat waar een asielzoeker de Unie is binnengekomen verantwoordelijk is voor
behandeling van de aanvraag. Landen als Griekenland en Italië hebben zich gecommitteerd
om vanaf het moment dat het Asiel- en migratiepact van toepassing wordt aan hun Dublinverplichtingen
te voldoen. De regering verwacht dat vaker dan nu een Dublinprocedure kan worden doorgezet,
wat zorgt voor een mogelijke verschuiving van werk binnen de organisaties in de asielketen.
Voor Nederland is een beter functionerend Europees asielsysteem essentieel voor meer
grip op migratie aan de EU-buitengrenzen en meer grip op secundaire migratie tussen
de lidstaten. Een goede implementatie en werking in alle EU-landen is essentieel.
Dit komt de beheersbaarheid van asielmigratie naar Nederland ten goede. Om een beroep
te kunnen doen op de goede werking van het pact in andere lidstaten, dient Nederland
de werking van het pact zelf ook geborgd te hebben.
Inzet in Nederland
De aangenomen Wet Invoering tweestatusstelsel en – vooral – de Uitvoerings- en implementatiewet
behorend bij het Pact creëren een efficiëntere en meer gestroomlijnde asielprocedure.
Hierin zitten ook de maatregelen vervat waar de uitvoering om had gevraagd en die
ook opgenomen waren in de verworpen asielnoodmaatregelenwet. Op het onderdeel afschaffen
rechterlijke dwangsommen is reeds een nieuw amendement ingediend door de SGP en JA21
op de wet terugkeer en vreemdelingenbewaring. Aanvullend zal het kabinet begin mei
een nota van wijziging, indienen op voornoemde wet, met daarin de ongewenstverklaring.
Tenslotte komt het kabinet met een nieuw wetsvoorstel voor de strafbaarstelling van
de terugkeerfrustreerders op basis van een zorgvuldige procedure, advisering en gesprekken
met maatschappelijke organisaties.
Grenscontroles
Sinds 9 december 2024 voert de Koninklijke Marechaussee (KMar), conform artikel 25
van de Schengengrenscode, binnengrenscontroles uit. Deze maatregel duurt tot en met
8 juni 2026. Op dit moment beraadt het kabinet zich over het al dan niet opnieuw verlengen
van deze maatregel.
Op dit moment wordt gewerkt aan het wijzigen van het juridisch kader voor het reguliere
binnengrenstoezicht: het Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV). Het MTV zoals het nu is
ingericht betreft de controles door de KMar ter bestrijding van onrechtmatig verblijf
na grensoverschrijding binnen het nationale grondgebied in de grensstreek met België
en Duitsland, op (vaar)wegen, op treinen en daarnaast op inkomende intra-Schengen
vluchten die Nederland inreizen. De kaders voor het MTV worden verruimd om de KMar
in staat te stellen efficiënter, flexibeler en in toenemende mate informatiegestuurd
het toezicht te kunnen uitvoeren. Hiertoe zet ik in op een wijziging van artikelen
4.17a en 4.17b van het Vreemdelingenbesluit. Deze wijziging wordt momenteel voorbereid.
Het streven is dat het nieuwe MTV-kader in juni in werking treedt.
Belangrijkste ontwikkelingen asielprocedure
De IND kan de nieuwe beslistermijnen en de instroom binnen het migratiepact alleen
bijhouden als daarvoor voldoende capaciteit wordt vrijgemaakt die zich daar specifiek
op richt. Dat heeft consequenties voor de capaciteit die de IND daarnaast kan inzetten
voor de behandeling van de aanvragen die zijn ingediend voor 12 juni. Deze voorraad
bedraagt naar verwachting in juni 2026 nog 50.000 aanvragen. Zonder extra maatregelen
zou de wachttermijn voor deze aanvragen met meerdere jaren oplopen. Zeker voor de
mensen die dat betreft is dat niet acceptabel. Ik zal uw Kamer voor 12 juni as. informeren
over een plan van aanpak ten aanzien van het wegwerken van deze asielaanvragen. Daarmee
kom ik eveneens tegemoet te komen aan de motie Westerveld/Ceder, waarin uw Kamer oproept
tot een realistisch plan van aanpak voor het wegwerken van de achterstanden en het
verkorten van de doorlooptijden bij de IND (Kamerstuk 36 800 XX, nr. 17).
BVM Iran
Op 19 maart jl. is Uw Kamer geïnformeerd dat een besluit- en vertrekmoratorium wordt
ingesteld voor Iran (Kamerstuk 23 432, nr. 668). Dit besluit is op 23 maart gepubliceerd en inwerking getreden op 24 maart. Gedurende
het moratorium worden er, uitzonderingen daargelaten, geen besluiten genomen op Iraanse
asielaanvragen en worden er geen personen naar Iran teruggestuurd.
Stabiele financiering IND
Complementair aan het plan van aanpak voor het wegwerken van de achterstanden en het
verkorten van de doorlooptijden bij de IND ontvangt uw Kamer op korte termijn de uitwerking
van het advies van de stabiele financiering bij de IND. Vooruitlopend op de definitieve
uitwerking van het advies heeft het kabinet 220 miljoen euro toegevoegd aan het budgettaire
kader vanaf 2029.
Belangrijkste ontwikkelingen opvang
Op dit moment is de situatie in de asielopvang kritiek. Ik heb uw Kamer hier recentelijk
over geïnformeerd. Samen met het COA en medeoverheden wordt gewerkt aan structurele
oplossingen. Het uitvoeren van de Spreidingswet en de stabiele financiering zijn hier
een belangrijk onderdeel van. Deze maatregelen zullen echter niet op korte termijn
de capaciteitsnood verhelpen.
Voor de toekomst zet het kabinet in op voldoende en toekomstbestendige opvangcapaciteit.
Met de toepassing van de Spreidingswet werkt het kabinet aan het vergroten van het
aandeel reguliere, structurele opvanglocaties en het verminderen van de afhankelijkheid
van noodopvang. Het kabinet heeft in 2023 ingestemd met het voorstel om het COA stabieler
te financieren voor 41.000 plekken. In eerdere stadia waren deze 41.000 plekken niet
geborgd in de Rijksbegroting. Met het Coalitieakkoord en de voorjaarsbesluitvorming
zijn de financiële middelen om de stabiele financiering bij COA te realiseren ook
geregeld. Tevens zijn er middelen vrijgemaakt zodat COA ca. 83.000 opvangplekken meerjarig
kan vastleggen. Hiermee kan op termijn toegewerkt worden naar een stabiel opvanglandschap
met voldoende opvangplekken, waardoor ook verhuisbewegingen van asielzoekers kunnen
worden beperkt. Daarnaast worden de mogelijkheden verkend om deze plekken om te kunnen
zetten naar huisvesting (omklapbaar), wanneer dit verantwoord is met het oog op de
bezettingsgraad en behoud van een duurzame opvangvoorraad. Verder zet het kabinet
erop in dat asielzoekers sneller kunnen meedoen in de samenleving.
Vertrek, Terugkeer Syrië
Op 10 juni 2025 (Kamerstuk 19 637, nr. 3435) is uw Kamer geïnformeerd over de wijzigingen in het landgebonden asielbeleid voor
Syrië, naar aanleiding van de val van het Assad-regime. Het algemene beleidsuitgangspunt
dat Syriërs een reëel risico lopen op ernstige schade bij terugkeer als gevolg van
de ernstige repressie van de zijde van de autoriteiten, kwam daarmee te vervallen.
Het kabinet zet met een pakket aan maatregelen in op een toename van de terugkeer
van Syriërs naar het land van herkomst, om zo ook te komen tot een verlaging van de
druk op de asielopvang en voorzieningen4. Momenteel is alleen vrijwillig vertrek naar Syrië mogelijk. Naar mate de sociaaleconomische
situatie in Syrië toeneemt, wordt ook verwacht dat het aantal vrijwillige terugkeer
naar Syrië stijgt, waarmee de druk op de asielopvang en voorzieningen zal worden verlaagd.
Indien ook gedwongen vertrek naar Syrië mogelijk wordt, zal dit zorgen voor capacitaire
druk bij de betrokken uitvoeringsorganisaties zowel in het kader van toename van inbewaringstellingen
en het organiseren van gedwongen terugkeer. Inmiddels is een nieuw ambtsbericht afgerond
en is het nieuwe landenbeleid5 Syrië op 22 april jl. aan uw Kamer gestuurd.
Uitstroom statushouders
Gemeenten zijn gehouden op basis van de wettelijke taakstelling een vastgesteld aantal
statushouders te huisvesten.6 De taakstelling 2026-II is op 1 april vastgesteld op 16.300 te huisvesten statushouders.
De vastgestelde capaciteitsbehoefte van het Nidos voor amv met verblijfsstatus bedraagt
in totaal 2.620 benodigde plekken in de kleinschalige opvang binnen gemeenten voor
de periode 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026.
Zoals aangekondigd in het coalitieakkoord, gaat het kabinet samen met gemeenten en
andere maatschappelijke partners aan de slag met de uitwerking van een convenant.
Hierin worden afspraken gemaakt over het snel ontwikkelen van alternatieve huisvesting
zoals flexwoningen en permanente locaties voor tijdelijk verblijf, waar statushouders,
Oekraïners en andere woningzoekenden die tijdelijke huisvesting nodig hebben, terechtkunnen.
Zo worden alternatieven geboden voor het gebruik van sociale huurwoningen. Daarbij
wordt aangesloten bij succesvolle initiatieven in het land die we kunnen opschalen.
Het wetsvoorstel voor een verbod op voorrang voor statushouders dat voor lag in de
Tweede Kamer wordt ingetrokken. In samenwerking met gemeenten en andere maatschappelijke
partners werkt de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening een nieuw,
uitvoerbaar wetsvoorstel uit, gericht op verlaging van de druk op de sociale woningvoorraad,
alternatieven voor statushouders en voldoende uitstroom uit de asielopvang.
Tot slot
Hoewel de asielinstroom lager is dan eerder verwacht, staat de migratieketen nog altijd
onder druk. In het coalitieakkoord is zijn maatregelen voorgesteld waarin volgens
de lijnen instroomvermindering, voldoende opvangplekken voor de komende jaren, bevordering
van terugkeer en doorstroming van statushouders naar gemeenten wordt gewerkt aan meer
grip op migratie. De inzet binnen de migratieketen is om het migratievraagstuk duurzaam
het hoofd te bieden.
De Minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie