Brief regering : Beleidsbrief Asiel en Migratie
36 800 XX Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Asiel en Migratie (XX) voor het jaar 2026
Nr. 41
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
In het coalitieakkoord (bijlage bij Kamerstuk 36 848, nr. 31) hebben drie partijen – D66, VVD en CDA – afspraken gemaakt over de maatregelen die
nodig zijn om Nederland weer vooruit te krijgen. Beleidsbrieven zoals deze zijn daar
een nadere uitwerking van op specifieke beleidsonderwerpen. Dat laat onverlet dat
de opgaven waar dit kabinet voor staat vragen om één overheid die duidelijk kiest,
samenwerkt en levert. In gezamenlijkheid. Alleen door samen te werken kunnen we resultaten
boeken waar mensen op rekenen. Daar is de inzet van de volledige Rijksdienst, de medeoverheden
en de publieke dienstverleners keihard bij nodig. Hierbij hecht dit kabinet veel waarde
aan de samenwerking met de Tweede en Eerste Kamer, medeoverheden en maatschappelijke
organisaties.
De afgelopen decennia hebben migratievraagstukken een grote invloed gehad op de Nederlandse
samenleving. Sinds 2015, een jaar dat in het teken stond van een verhoogde instroom
van asielzoekers, is Nederland net als veel andere EU-landen geconfronteerd met een
dynamiek van pieken en dalen in migratie. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot voortdurende
opschaling en afschaling van opvangcapaciteit, hetgeen druk heeft gelegd op uitvoeringsorganisaties
en lokale overheden, maar ook op het draagvlak in de samenleving. In de afgelopen
jaren hebben daarnaast verschillende rapporten, waaronder van de Staatscommissie Demografische
Ontwikkelingen, laten zien dat meer grip op migratie noodzakelijk is mede gelet op
de grote opgaven op het gebied van huisvesting, arbeidsmarkt en sociale cohesie. Nergens
ter wereld kan migratie ongeremd zijn. Vanuit de overtuiging dat een reactieve benadering
onvoldoende houvast biedt voor de toekomst, kiest het kabinet voor een koerswijziging
met meer grip op migratie door de instroom te verlagen en vertrek van uitgeprocedeerde
asielzoekers te verhogen, stabiele en fatsoenlijke opvang te realiseren, en waarbij
sneller meedoen de norm wordt. Met deze beleidsbrief schetst het kabinet de contouren
van een toekomstbestendig migratiebeleid dat oog houdt voor de mensen waarover het
gaat en tegelijkertijd recht doet aan de grenzen van wat onze samenleving aankan.
Instroom en terugkeer
Dit kabinet geeft prioriteit aan het implementeren van het Europese Migratiepact,
waarmee meer grip op de Europese instroom wordt verkregen. Het Migratiepact wordt
op 12 juni a.s. van kracht. Invoering van nieuwe grensprocedures aan de buitengrenzen
van de EU en tegengaan van secundaire migratie binnen de EU zijn enkele van de maatregelen
die onze grip zullen vergroten. In EU verband steunt dit kabinet ook de activiteiten
van Frontex aan de buitengrens en op nationaal niveau zullen we de Koninklijke Marechaussee
de komende jaren versterken met extra capaciteit en innovatie, in Europees en Caribisch
Nederland. Onderdeel hiervan is een verruiming van de mogelijkheden voor regulier
toezicht aan de binnengrenzen, het Mobiel Toezicht Veiligheid.
De aangenomen Wet Invoering tweestatusstelsel en – vooral – de Uitvoerings- en implementatiewet
behorend bij het Pact creëren een efficiëntere en meer gestroomlijnde asielprocedure.
Hierin zitten ook de maatregelen vervat waar de uitvoering om had gevraagd en die
ook opgenomen waren in de verworpen asielnoodmaatregelenwet. Op het onderdeel afschaffen
rechterlijke dwangsommen is reeds een nieuw amendement ingediend door de SGP en JA21
op de wet terugkeer en vreemdelingenbewaring. Aanvullend zal het kabinet begin mei
een nota van wijziging, indienen op voornoemde wet, met daarin de ongewenstverklaring.
Tenslotte komt het kabinet met een nieuw wetsvoorstel voor de strafbaarstelling van
de terugkeerfrustreerders op basis van een zorgvuldige procedure, advisering en gesprekken
met maatschappelijke organisaties.
Om effectieve terugkeer en vertrek van niet-rechtmatig verblijvende vreemdelingen
te bevorderen streeft het kabinet naar een snel en stevig resultaat op de EU-Terugkeerverordening
en de samenwerking met landen buiten de Europese Unie, onder andere via migratiepartnerschappen.
Om de geïntensiveerde inzet op brede, strategische partnerschappen en de samenwerking
met derde landen vorm te geven wordt er in een ambtelijke taskforce internationale
migratie samengewerkt met betrokken departementen waaronder Buitenlandse Zaken en
uitvoeringsorganisaties.
Voor de lange termijn ziet dit kabinet een kans voor Nederland om een leidende rol
te nemen in het debat over een toekomstbestendig mondiaal migratiesysteem. De visie
van dit kabinet is dat asielaanvragen in de toekomst buiten de EU kunnen worden afgehandeld.
Als eerste stap daarnaartoe werkt het kabinet op korte termijn aan innovatieve oplossingen
zoals terugkeerhubs en het veilig derde land concept. Hiertoe vinden in 2026 diplomatieke
missies met andere EU lidstaten plaats en ook organiseren de Ministeries van Justitie
en Veiligheid en Buitenlandse Zaken gezamenlijk een asieltop.
Opvang en meedoen
Het kabinet wil meer rust en stabiliteit brengen in de asielopvang.
Om dit te realiseren zijn in het coalitieakkoord verschillende maatregelen opgenomen
om voldoende en duurzame opvangplekken te realiseren, asielzoekers sneller mee te
laten doen en om kwetsbare groepen beter te beschermen.
Om te beginnen zet het kabinet in op voldoende en toekomstbestendige opvangcapaciteit.
Met de toepassing van de Spreidingswet werkt het kabinet aan een vergroting van het
aandeel reguliere, structurele opvanglocaties en vermindering van de afhankelijkheid
van noodopvang. Met meer reguliere en structurele opvangplaatsen wordt het continue
verplaatsen van asielzoekers, waaronder ook kinderen, sterk verminderd. Dit draagt
bij aan rust op de opvanglocaties waardoor kinderen zich ook beter kunnen ontwikkelen.
Daarnaast wordt de doelgroepflexibele regeling uitgewerkt die het mogelijk maakt om
opvanglocaties flexibel in te zetten voor asielzoekers, ontheemden en de huisvesting
van statushouders.
Tegelijkertijd wil het kabinet dat asielzoekers sneller kunnen meedoen in de samenleving.
Nieuwe regels maken het mogelijk dat asielzoekers met een goede kans op een verblijfsvergunning
al na drie maanden aan het werk kunnen. Daarnaast is de inzet van het kabinet dat
deze groep aan het begin van de asielprocedure al kan beginnen met taalles. De mogelijkheden
hiervoor worden bezien. Het voornemen is om voor de zomer van 2026 een plan van aanpak
«Werk en meedoen» te kunnen presenteren. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
pakt hierin de voortrekkersrol in de keten. Daarnaast werkt het kabinet aan de uitbreiding
van zogeheten Meedoenbalies, zodat asielzoekers sneller bemiddeld kunnen worden naar
activiteiten, taalles of (vrijwilligers)werk. Meedoen wordt de norm, in dat licht
maken we naturalisatie mogelijk voor personen die tweemaal een tijdelijke verblijfsvergunning
hebben gekregen, maar leggen we de lat wel hoger dan voorheen (taaleis naar niveau
B1).
Tot slot hebben we bijzondere aandacht voor de veiligheid van kwetsbare groepen. In
en rond opvanglocaties moet een veilige leefomgeving worden gewaarborgd, met extra
bescherming voor bijvoorbeeld lhbtiq+-personen en kinderen. Samen met COA en Nidos
zetten we ons in om kwetsbare alleenstaande minderjarige vreemdelingen die achttien
worden, langer begeleiding te bieden. Komende periode gaan we dit verder onderzoeken.
Veiligheid
Dit kabinet koerst op een stevigere aanpak van asielzoekers die de wet overtreden.
We gaan het bestaande juridische instrumentarium vaker en consequenter toepassen.
Daarbij gaat het om inbewaringstelling, versnelde afwijzing en de toepassing van vreemdelingrechtelijke
consequenties, in elk geval bij herhaald overlastgevend gedrag (recidive). Voor uitbreiding
van verscherpt toezichtlocaties is bestuurlijke bereidheid essentieel en starten we
gesprekken. Daarnaast wordt in overleg met politie, Justitie en Veiligheid en lokaal
gezag uitgewerkt hoe extra politie-inzet bij aanmeldlocaties kan worden georganiseerd
binnen het politiebestel en welke keuzes dit vraagt. Voor de bescherming van de nationale
veiligheid zal maatwerk plaatsvinden bij het vertrek van personen die een risico vormen
voor de nationale veiligheid en geen rechtmatig verblijf (meer) hebben.
Oekraïense ontheemden
Voor de ontheemden uit Oekraïne is de inzet van dit kabinet om te werken aan vrijwillige
terugkeer in combinatie met de wederopbouw van Oekraïne. Terugkeer en wederopbouw
zijn een zaak van lange adem, waarbij zowel nationale als internationale inzet vereist
is. Op internationaal niveau wordt in EU-verband onderhandeld over de verlenging van
de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). Daarnaast bereiden we ons in de tussentijd
op nationaal niveau op verschillende scenario’s voor. Voor Oekraïense vluchtelingen
in Nederland werken we een tijdelijke verblijfstatus uit, ook met oog op de Europese
discussie. Inzet is om voor deze groep te werken aan terugkeer en het deel dat niet
terugkeert zoveel mogelijk via de reguliere systemen onder te brengen, zodat de IND
en het COA niet extra belast worden. Deze opgave vergt nauwe interdepartementale samenwerking
maar ook met de medeoverheden, met name de gemeenten. Zij werken aan het maken van
bestuursafspraken over de te leveren inspanningen en de randvoorwaarden die het Rijk
daarbij invult.
Slagvaardige overheid
Uitvoerbaarheid is heel belangrijk voor een goede werking van de migratieketen. Met
de implementatie van het Pact en de nationale maatregelen die in voorbereiding zijn,
zetten we in op een effectievere procedure en werkwijze. Tegelijkertijd blijft de
opgave voor de uitvoering de komende periode groot. Het vergroten van de grip op migratie
en de aanpassing van het migratiestelsel zal veel van de uitvoeringsorganisaties vergen.
Er zal een transitiefase aanbreken na aanvaarding van de nationale wetgeving en het
Europese Migratiepact die nog gepaard zal gaan met aanpassingsvraagstukken. Om de
haalbaarheid van beleid vroegtijdig in kaart te brengen werken we volgens het Beleidskompas,
waar uitvoeringstoetsen onderdeel van zijn. Verder wordt binnen de migratieketen gekeken
naar mogelijkheden tot besparingen, in lijn met de actieagenda Slagvaardige Overheid.
In het coalitieakkoord is een jaarlijkse efficiency doelstelling opgelegd aan de uitvoeringsorganisaties. Samen met de migratieketen
en betrokken partijen onderzoeken we hoe we deze doelstelling kunnen realiseren en
kunnen komen tot een zo optimaal mogelijk functionerend migratiestelsel.
Taskforce asiel en migratie
De Taskforce Asiel en Migratie biedt een kans om in het migratiedomein doorbraken
te creëren die interdepartementale overeenstemming en een sterke samenwerking met
medeoverheden vereisen. De druk op de migratieketen vraagt keuzes om orde en rust
terug te brengen. Het kabinet heeft de taskforce daarom de opdracht gegeven te werken
aan vier pijlers: (i) de instroom beperken en doorstroom en vertrek bevorderen; (ii) realiseren
van voldoende en fatsoenlijke opvangplekken en aanpakken van overlast; (iii) maatregelen
treffen zodat iedereen sneller meedoet en werkt, en; (iv) sturen op gerichte arbeidsmigratie
die onze economie versterkt en het aanpakken van misstanden rondom arbeidsmigratie.
Aan de hand van keuzes in deze pijlers kan het kabinet gaan investeren in de duurzame
verandering die de migratieketen nodig heeft.
Wij verwachten u hiermee helder te hebben geïnformeerd over de maatregelen die we
gaan nemen om invulling te geven aan de afspraken in het coalitieakkoord. We kijken
uit naar een goede samenwerking en vanzelfsprekend blijven wij uw Kamer gedurende
de regeerperiode per onderwerp zorgvuldig informeren over de voortgang en nadere planning.
De Minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink
WETGEVINGPLANNING MINISTERIE VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID PER Q2 2026
Kwartaal 2 2026
Nader rapport/indiening TK – Wetsvoorstel biometrische gegevens inde vreemdelingenketen
Kwartaal 3 2026
Nader rapport/indiening TK – Wetsvoorstel novelle Europese Blauwe Kaart
Nader rapport/indiening TK – Wetsvoorstel implementatiewet GVVA-richtlijn 2024
Kwartaal 4 2026
Nader rapport/indiening TK – Wetsvoorstel uitlezen gegevensdragers
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie