Brief regering : Beleidsbrief Volksgezondheid, Welzijn en Sport
36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026
Nr. 191
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN VAN LANGDURIGE ZORG,
JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 april 2026
In het coalitieakkoord hebben drie partijen – D66, VVD en CDA – afspraken gemaakt
over de maatregelen die nodig zijn om Nederland weer vooruit te krijgen. Beleidsbrieven
zoals deze zijn daar een nadere uitwerking van op specifieke beleidsonderwerpen. Dat
laat onverlet dat de opgaven waar dit kabinet voor staat vragen om één overheid die
duidelijk kiest, samenwerkt en levert. In gezamenlijkheid. Alleen door samen te werken
kunnen we resultaten boeken waar mensen op rekenen. Daar is de inzet van de volledige
Rijksdienst, de medeoverheden en de publieke dienstverleners keihard bij nodig. Hierbij
hecht dit kabinet veel waarde aan de samenwerking met de Tweede en Eerste Kamer, medeoverheden
en maatschappelijke organisaties.
Een goede gezondheid is van onschatbare waarde. Het maakt ons weerbaar, gelukkig en
zorgt dat het makkelijker is om kansen te zien, te grijpen en mee te doen. Maar een
goede gezondheid is niet iedereen gegeven. Soms omdat het mensen al vanaf geboorte
tegenzit, soms omdat je ziek wordt. Dan is er zorg, als het nodig is. Dag-in-dag-uit
staan er 1,4 miljoen professionals klaar om ons te stutten op onze kwetsbaarste momenten.
Dat is een groot goed en iets om zuinig op te zijn, zeker met een bevolking die steeds
ouder wordt.
Gezondheid en zorg vragen beide continu onze aandacht. Het kabinet wil meters maken
op de opgaven die ons verbinden: we werken aan de gezondste generatie ooit, we brengen
de beweging van zorg naar gezondheid in de praktijk en we organiseren het zo dat zorgverleners
zich kunnen richten op de zorg die past bij wat mensen echt nodig hebben. Zo maken
we Nederland gezonder, houden we de zorg goed en blijft de zorg toegankelijk voor
iedereen die het nodig heeft. Dat doen we in samenwerking met de mensen die iedere
dag werken aan gezondheid en aan deskundige en liefdevolle zorg en ondersteuning.
En in open en constructief overleg met de Kamer.
Nederland heeft veel om trots op te zijn: de zorg is hier goed en toegankelijk. Elke
dag weer mogen we rekenen op al die deskundige medewerkers in zorg en welzijn, net
zoals op mantelzorgers en vrijwilligers. Zij staan klaar om mensen van zorg en ondersteuning
te voorzien. De houdbaarheid en toegankelijkheid van de zorg staat echter onder druk.
Er zijn simpelweg niet genoeg zorgprofessionals om in alle zorg en ondersteuning te
voorzien waar om gevraagd wordt. In 2035 wordt een tekort geraamd van bijna 301 duizend
personen. En de zorguitgaven bedragen een steeds groter deel van het bruto binnenlands
product (bbp). In 2025 bedroegen de zorguitgaven bijna 11% van het bbp. Uit een raming
van het Centraal Planbureau komt de verwachting dat de zorguitgaven verder zullen
stijgen naar ongeveer 17% van het bbp in 2060.1
En niet alle zorg is passende zorg: soms is zorg niet het passende antwoord op de
hulpvraag, soms heeft behandelen geen meerwaarde. Dit vraagt om het maken van keuzes.
Keuzes die van iedereen een bijdrage vragen. Niemand heeft er baat bij dat de wachtlijsten
blijven groeien, mensen in een kwetsbare positie allerminst. Samen met zorg- en welzijnspartijen
en maatschappelijke partners werken we daarom aan structurele oplossingen. Oplossingen
die werken voor diegenen die wachten op zorg en ook voor zorgverleners met een te
hoge werkdruk. De kansen liggen er. Als je met medewerkers in zorg en welzijn in gesprek
gaat hoor je dat er veel goede voorbeelden zijn om de zorg beter, minder arbeidsintensief
en minder duur te maken. We werken al nauw samen met de zorgpartijen aan de hand van
de afgesloten akkoorden. We hebben doorbraken nodig om de goede voorbeelden de standaard
te maken.
Kortom. Het liefst voorkomen we dat je ziek wordt. Door in te zetten op gezondheid.
Maar als het onverhoopt toch gebeurt, dan moet de zorg die je nodig hebt er zijn.
En het kan zijn dat je sowieso zorg en ondersteuning nodig hebt, omdat je chronisch
ziek bent of een beperking hebt. Die zorg en ondersteuning regelen we goed. Toegankelijk,
betaalbaar en van hoge kwaliteit. Voor iedereen. Dus zijn we ook kritisch en zullen
we keuzes moeten maken. Dat doen we aan de hand van de volgende vier richtinggevende
principes.
De gezondste generatie ooit
Gezond opgroeien is de beste basis voor een gezond leven. Dat begint al voor de zwangerschap.
Daarom investeren we in preventie en welzijn en zorgen we voor toegankelijke sport-
en beweegmogelijkheden en voldoende buitenspeelplekken. We maken ongezonde keuzes
onaantrekkelijker en een deel van de opbrengst van deze maatregelen zetten we in om
de gezondheid juist te verbeteren. Gezond opgroeien gaat hand-in-hand met het terugdringen
van gezondheidsachterstanden. Die passen niet bij onze samenleving. Met wat we allemaal
kunnen en weten, kunnen we ook echt iets aan die gezondheidsverschillen doen.
Van zorg naar gezondheid
Onze inzet op gezondheid en welzijn is breder. Gezondheid en welzijn beginnen namelijk
niet in het ziekenhuis, maar in het dagelijks leven: thuis, op school, op het werk
en in de buurt. Mensen willen zelfstandig mee kunnen doen in het leven, ook met een
ziekte of beperking. Dat geldt voor jongeren die zich in een veilige omgeving moeten
kunnen ontwikkelen, net zo zeer als voor ouderen die zo lang mogelijk willen meedraaien
en bijdragen aan de samenleving. Zij zijn onmisbaar als (groot)ouder of mantelzorger
of als actieve buur of burger. Sommige mensen moeten daarvoor grote obstakels overwinnen.
Problemen met het vinden van werk of genoeg inkomen, een passend huis, verslaving
en onveiligheid kunnen een obstakel zijn en een oorzaak van lichamelijke en mentale
klachten. Daarom zetten we in op een samenhangende aanpak van sociale problemen. We
zetten in op een gezonde leefomgeving, een stevige sociale basis en om mensen eerder
en beter te helpen. Zo kunnen mensen langer gezond en in hun eigen omgeving blijven.
En kan afhankelijkheid van zwaardere zorg worden voorkomen.
Passende zorg en ondersteuning
Iedereen moet kunnen rekenen op de zorg die hij of zij nodig heeft, nu en in de toekomst.
Dat bereiken we door passende zorg en ondersteuning de norm maken. Dat betekent dat
zorg en ondersteuning beter aansluiten bij wat mensen echt nodig hebben voor de kwaliteit
van leven. Dat vraagt om een andere manier van kijken en werken. Want als we minder
vanzelfsprekend behandelen of zorgtaken overnemen bij beginnende kwetsbaarheid, als
we de kracht van eigen regie, zelfredzaamheid en zorgzame netwerken beter benutten,
als we problemen minder snel medicaliseren, als we het met elkaar zo organiseren dat
passende zorg de norm is, dan leveren we betere zorg en ondersteuning en houden we
zorg toegankelijk voor wie die echt nodig heeft. Dat vraagt ook iets van zorggebruikers
zelf en zijn of haar omgeving. We willen dat zij op basis van goede informatie beter
zelf kunnen bepalen en mee kunnen beslissen over de zorg die hij of zij wel of juist
niet (meer) nodig heeft.
Solidair zorgstelsel
Ons zorgstelsel is gebaseerd op solidariteit tussen mensen die gezond zijn en mensen
die geconfronteerd worden met aandoeningen of beperkingen. Met die solidariteit zorgen
we ervoor dat kosten geen obstakel zijn voor de toegang tot zorg. Dat is een groot
goed. Om dat te behouden neemt het kabinet maatregelen die ertoe leiden dat de zorg
toegankelijk blijft, maar ook dat de zorguitgaven minder hard stijgen. Zo zorgen we
ervoor dat gezonde mensen ook in de toekomst solidair willen blijven met mensen die
zorg nodig hebben. Bij de uitwerking van de maatregelen hebben we oog voor mensen
in een kwetsbare positie.
Weerbaarheid
Deze beleidsinzet vindt plaats tegen de achtergrond van ingrijpende geopolitieke ontwikkelingen.
Die zijn van invloed op onze weerbaarheid, veiligheid en internationale afhankelijkheden.
Dit vraagt om strategische, internationale inzet, om onze belangen voor bijvoorbeeld
de beschikbaarheid van medische producten, de veiligheid van onze gezondheidsdata,
het voorkomen en tegengaan van grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen, of de
gevolgen van internationale conflicten, te beschermen. Hiertoe zetten we met een focus
op weerbaarheid en het verminderen van die afhankelijkheden, in op effectieve Europese,
mondiale en bilaterale samenwerking en de uitrol van de rijksbrede mondiale gezondheidsstrategie.
Belangrijke voorbeelden van onze inzet, welke deels ook later in deze brief nader
worden uitgewerkt, zijn de Europese Verordening voor kritieke geneesmiddelen, gericht
op versterking van de leveringszekerheid van geneesmiddelen in Europa; een verdiepte
samenwerking met landen zoals India, die gelden als belangrijke leveranciers van generieke
geneesmiddelen; versterkte samenwerking binnen de Europese Unie gericht op de voorbereiding
op en aanpak van, gezondheidsdreigingen (HERA); investeringen in belangrijke internationale
organisaties gericht op de ontwikkeling en beschikbaarheid van vaccins (zoals CEPI)
en versterkte samenwerking gericht op de beschikbaarheid en het verantwoord gebruik
van antimicrobiële middelen (zoals GardP en het MPTF).
1 Investeren in de gezondste generatie ooit
Om te komen tot de gezondste generatie investeren we in preventie en welzijn. In het
preventiebeleid staat gezondheid voorop. Kinderen moeten in Nederland de kans krijgen
gezond op te groeien. En ook volwassenen moeten fysiek en mentaal gezond kunnen leven.
Gezondheid is meer dan alleen niet ziek zijn en gaat naast fysieke gezondheid ook
om mentale veerkracht. Hoe gezond iemand is, hangt naast medische omstandigheden ook
af van de leefomgeving, sociale relaties, werk, inkomen en leefstijl. De context waarin
iemand leeft is dus essentieel. Preventie speelt hierin een belangrijke rol.
1.1 Een sterke basis voor de jeugd en mentale gezondheid
Het kabinet wil een gezonde leefstijl voor iedereen dichterbij brengen. Het kabinet
zet daarvoor in op gezondheid en preventie door een samenhangende inzet van verschillende
middelen. Mensen worden geholpen met een gezonde leefstijl, door ondersteunende programma’s
en goede voorlichting. Daarnaast is het ook nodig om duidelijke normen te stellen
via afspraken en regelgeving die ook gehandhaafd wordt. Deze combinatie van informeren,
stimuleren en normeren versterkt elkaar en zorgt voor meer impact. Daarbij is het
belangrijk om al op jonge leeftijd te beginnen – jong geleerd is immers oud gedaan.
Het kabinet zorgt er ook voor dat gezonde keuzes via een wijkgerichte aanpak ook kwetsbare
groepen bereikt. Deze inzet is er op gericht om gezondheidsachterstanden door sociaal
economische verschillen te verkleinen.
Het kabinet wil dat alle kinderen een gezonde, kansrijke start kunnen maken. Daarvoor
is het belangrijk dat gezinnen in een kwetsbare situatie snel worden herkend en kinderen
en jongeren zorg en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Het kabinet verbreedt
en versterkt daarvoor de Kansrijke start aanpak. Een goede gezondheid begint zelfs
al voor de zwangerschap. Het kabinet investeert in gezonde voeding met gratis schoolfruit
voor kinderen in het primair en voortgezet onderwijs. En komt met een wetsvoorstel
om de regulering van marketing van ongezonde producten gericht op kinderen aan te
scherpen. Een slimme suikerbelasting moet de ongezonde keuze onaantrekkelijker maken
door deze duurder te maken.
Het kabinet wil de jeugd beschermen tegen de gevaren van middelengebruik. Het kabinet
zet het actieplan tegen vapen en de inzet voor een rookvrije generatie daarom door.
Want kinderen horen niet aan vapes en andere nicotinehoudende producten te kunnen
komen via reguliere, en ook niet via niet-reguliere kanalen. De minimale leeftijd
voor de aanschaf van nicotine houdende producten verhogen we van 18 naar 21 jaar.
Daarnaast zet het kabinet in op strenge handhaving met hogere boetes en met meer bevoegdheden
voor de NVWA. Zo wordt het in voorraad houden van illegale vapes strafbaar. Daarnaast
zet het kabinet in op preventie van drugsgebruik om het gebruik van harddrugs te denormaliseren.
Het kabinet beoogt de inzet op gezondheid en preventie minder vrijblijvend te maken.
Daarom verkennen we de wettelijke verankering van gezondheidstaken voor gemeenten,
bijvoorbeeld voor de inzet op kansrijke start, valpreventie en seksuele gezondheid.
Ook wordt geregeld dat gemeenten, in omgevingen waar veel kinderen en jongeren komen,
maatregelen kunnen nemen om hen te helpen gezond te kiezen.
Het kabinet wil dat kinderen in Nederland gezond, veilig en veerkrachtig opgroeien.
In sommige gevallen gaat dat niet zonder extra ondersteuning. Als er ondersteuning
nodig is dan zijn kinderen in veel gevallen het meest gebaat bij hulp uit de eigen
omgeving van het gezin. Maar als problemen verergeren dan moet professionele hulp
beschikbaar zijn om hierin te ondersteunen. Het stelsel staat op dit moment onder
grote druk: 1 op de 7 jeugdigen ontvangt nu een vorm van jeugdhulp, er zijn lange
wachttijden en zeker voor de meest kwetsbaren is niet altijd passende hulp beschikbaar.
Om ervoor te zorgen dat alle kinderen de hulp kunnen krijgen die zij nodig hebben
zijn grote veranderingen onontkoombaar. Dit gaan we doen in samenwerking met alle
partijen in de jeugdhulp. De (financiële) afspraken in de Hervormingsagenda zijn daarbij
leidend. Tevens zet het kabinet vol in op het programma Toekomst kind- en gezinsbescherming
waarbij we met alle partners in het lokaal en veiligheidsdomein de zorg voor de meest
kwetsbaren beter organiseren.
Het roer moet om. De jeugdhulp moet kwalitatief beter, effectiever en beter toegankelijk
zijn én de uitgaven moeten beter beheersbaar worden. Lang niet altijd is jeugdzorg
de goede oplossing. Kinderen zijn gebaat bij de hulp van mensen die dicht bij ze staan:
thuis, op school, bij een vereniging of in de buurt. Het kabinet zet daarom in op
een brede aanpak, voor een andere manier van werken en organiseren. We zetten in op
meer collectieve interventies in plaats van individuele maatwerktrajecten daar waar
dit passend is. We versterken de sociale basis om het gezin heen en zetten in op stevige
lokale teams die laagdrempelig hulp bieden en breed kijken. Het wetstraject Reikwijdte
waarmee we de beweging naar stevige lokale teams borgen en nadere keuzes maken in
de afbakening, toeleiding en de inzet op (bewezen) effectieve zorg wordt dit jaar
verder gebracht. Als specialistische jeugdhulp nodig is, dan streven we naar liefdevolle
zorg, passend bij hun zorgvraag, in een zo thuis mogelijke omgeving. In dat kader
werken we toe naar zo min mogelijk uithuisplaatsingen en gesloten plaatsingen in 2030.
Onderdeel hiervan is te werken aan alternatieven voor de gesloten jeugdhulp en daar
waar gesloten jeugdhulp nodig blijft, dit te transformeren naar kleinschalige zorg.
Samen met jongeren, oud-cliënten, aanbieders van gesloten jeugdzorg en de VNG bespreken
we hoe we erkenning kunnen geven voor het leed dat zij hebben ervaren in de gesloten
jeugdhulp en werken we uit hoe we hen kunnen ondersteunen in de verwerking daarvan.
We willen meer handvatten creëren om de schaarste van mensen en middelen in de jeugdzorg
in goede banen te leiden. Het kabinet werkt daarvoor parallel de keuzes uit die nodig
zijn om het individuele jeugdhulpgebruik beter beheersbaar te maken. We willen een
significante vermindering van administratieve lasten, maar ook een verbetering van
de datakwaliteit zodat, conform advies Van Ark, we ook op basis van gefundeerde en
vergelijkbare data beter kunnen sturen. Daarom gaan we door met het standaardiseren
van (hoog) specialistische jeugdhulp. Het is belangrijk dat de versterking van de
regionale samenwerking en het toezicht op het jeugdstelsel voortvarend worden opgepakt.
Daarom werken we met prioriteit aan de implementatie van de wet Verbetering beschikbaarheid
zorg voor jeugdigen.
Hierbij zet het kabinet ook nadrukkelijk in op mentale gezondheid. Steeds meer mensen
ervaren mentale klachten en doen een beroep op de geestelijke gezondheidszorg (ggz).
Niet iedereen vindt daarbij tijdig passende hulp. Dat geldt vooral voor mensen met
complexere problemen. Ambitie is om de mentale veerkracht van mensen in Nederland
te versterken. Daarbij richt het kabinet o.a. op plekken waar mensen wonen, werken
en leven en waar sociale steun kan plaatsvinden. Voor mensen die dat nodig hebben,
moet hulp en zorg beschikbaar zijn. Hulp hoeft niet altijd zorg te zijn. In de beleidsreactie
op het IBO Mentale gezondheid en ggz zal het kabinet ingaan op de aanvullende beleidsinzet
om bij te dragen aan een mentaal gezonde samenleving. Het kabinet werkt in een interdepartementaal
programma samen met lokale en regionale partijen aan een effectieve aanpak voor mensen
met verward en onbegrepen gedrag.
1.2 Sport en bewegen voor iedereen
Met het oog op «de gezondste generatie ooit» wil het kabinet sport en bewegen in het
dagelijks leven stimuleren, voor mensen met en zonder handicap. Het draagt bij aan
onze fysieke en mentale gezondheid, creëert saamhorigheid en biedt kansen voor persoonlijke
ontwikkeling. Dit betekent toegankelijke sport en beweegmogelijkheden, dichtbij, goed
en slim georganiseerd. De sportverenigingen en vooral de vrijwilligers die week-in-week-uit
klaarstaan om die verenigingen te laten draaien, zijn daarbij van onschatbare waarde.
Daarom werken we aan het fundament voor sport en bewegen samen met gemeenten en partijen
die zich elke dag inzetten voor een solide en toekomstbestendige sport en beweegsector.
Daarnaast investeren we in lokale structuren, ruimte, accommodaties en speelplekken
om aan te sluiten bij wat mensen in het dagelijks leven kan helpen meer te sporten
en bewegen.
Komende periode werken wij uiteraard ook door aan de wet Integere Sport Nederland.
Daarnaast verkennen we de inhoud van een sport en beweegwet, zoals toegezegd aan de
Tweede Kamer.
1.3 Laagdrempelige medische preventie
Met medische preventie zorgt het kabinet ervoor dat mensen minder snel ziek worden
en dat ziekten eerder ontdekt en behandeld kunnen worden. Het is aan mensen zelf om
daar wel of niet gebruik van te maken. Een optimaal gebruik van het aanbod zorgt voor
een gezondere samenleving en een lagere druk op de zorg. Daarom willen we dit zo laagdrempelig
en toegankelijk mogelijk maken. Met een wijkgerichte aanpak zetten we in op het verhogen
van de vaccinatiegraad en van de deelname aan bevolkingsonderzoeken. Dit bouwt voort
op de eerste, positieve resultaten die hiermee in de vier grote steden zijn geboekt.
1.4 Voorbereid op crises en gezondheidsbedreigingen
Het kabinet versterkt de publieke en curatieve gezondheidszorg vanwege de actuele
dreigingen in de wereld en gegeven de lessen uit het verleden. De inzet op gezondheid
zorgt er voor dat we als samenleving beter bestand zijn tegen conflicten en gezondheidsdreigingen
als een pandemie. Dat is gezien de mondiale en geopolitieke ontwikkelingen essentieel.
In dat licht heeft de Kamer tijdens de VWS-begrotingsbehandeling – en al eerder via onder andere de motie Bikker c.s. – aandacht gevraagd
voor het op orde brengen van de (pandemische) paraatheid (Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 95). Het kabinet begrijpt de zorgen hierover en heeft middelen beschikbaar gemaakt om
de versterking van de publieke en curatieve gezondheidszorg, die is ingezet naar aanleiding
van de lessen uit de coronacrisis, voort te zetten. Daarmee kunnen we de belangrijkste
onderdelen van de basisnoodzorg in Nederland paraat houden en verder versterken. Denk
daarbij aan de infectieziektebestrijding door het RIVM en de GGD-en, de landelijke
en regionale coördinatie van patiëntenspreiding en het aanleggen van voorraden van
medicijnen en medische hulpmiddelen. Zo zorgen we ervoor dat Nederland beter bestand
is tegen crisis en conflict en krijgt de zorg een goede basis om verder op te kunnen
schalen mocht het ooit nodig zijn. Dit draagt ook bij aan de strategische autonomie
van Nederland. Het kabinet zal de Kamer nader informeren over de inzet voor het voorkomen
en bestrijden van infectieziektenuitbraken. Het blijft onvermijdelijk dat we in tijden
van crises en conflict scherpe keuzes moeten maken met serieuze impact op de toegankelijkheid
en de kwaliteit van de zorg. Het kabinet wil het mogelijk maken dat de Minister in
extreme omstandigheden sterkere regie en sturingsmogelijkheden heeft in de zorg, bijvoorbeeld
om waar nodig bindende instructies te kunnen geven voor de spreiding van patiënten
over ziekenhuizen of voor de optimale inzet van schaarse hulpmiddelen. Daarnaast zal
het kabinet bij concrete dreiging van crisis en conflict inzetten op de aanleg van
strategische voorraden (mensen en middelen) die binnen het systeem niet vanzelf tot
stand komt.
2 Passende zorg, nu en in de toekomst
2.1 Voor de gezondste generatie ooit, met passende zorg als het nodig is
Hoe gezond een generatie ook, iedereen kan zorg nodig hebben. Wanneer het lot jou
treft, dan moet de zorg die je krijgt passend zijn. Geen behandeling omdat het kan,
maar zorg omdat die je kwaliteit van leven geeft. En die zorg moet ook beschikbaar
zijn. Gelukkig is de zorg in Nederland over het algemeen goed en toegankelijk. Maar
het kan beter en we willen dat goede zorg ook in de toekomst beschikbaar is. Dat kan,
als iedereen zich richt op zorg die past bij wat mensen echt nodig hebben. Dat is
zorg die de gezondheid en kwaliteit van leven van de mens vooropstelt. We moeten stoppen
met behandelen wanneer behandelen weinig tot niets toevoegt. Soms is zorg niet het
juiste antwoord. En dat weten we eigenlijk allemaal. De zorg wordt beter als hij echt
bij jou past. Bijvoorbeeld als de wijkverpleegkundige je leert hoe je zelf een steunkous
aantrekt of je ogen druppelt, in plaats van je dat uit handen te nemen. Bijvoorbeeld
door samen met je behandelaar te beslissen wat voor jou kwaliteit van leven is in
de laatste fase van jouw leven. Of als wat je echt nodig hebt sociale verbinding en
ondersteuning is, in plaats van (ggz-)zorg.
We zijn blij dat er al een sterke beweging is die passende zorg centraal stelt. De
afgelopen jaren hebben alle betrokken partijen (de beroepsbeoefenaren zoals artsen,
psychologen, verpleegkundigen, verloskundigen en fysiotherapeuten; de zorgaanbieders
zoals gezondheidscentra en ziekenhuizen; de patiëntenorganisaties; de zorgverzekeraars)
samengewerkt om passende zorg de standaard te maken. Het kabinet gaat daarom samen
met al deze partijen onverkort verder met de uitvoering van de zorgakkoorden.
Het kabinet wil de stap zetten naar de volgende fase. We maken passende zorg altijd
en overal de norm. We willen de voorlopers en volgers in de beweging naar passende
zorg bevestigen in hun doen en laten en we willen bijsturen waar dat nog niet zover
is. Daarvoor gaan we de ruimte verkleinen die er op dit moment is om niet mee te doen
in de beweging. We gaan dus de ruimte voor niet-passende zorg verkleinen. Iedereen
moet erop kunnen rekenen dat de aangeboden zorg voor haar of hem passend is. We willen
kortom dat niet-passende zorg stopt. Daartoe komt het kabinet een samenhangend pakket
aan wet- en regelgeving dat passende zorg altijd en overal de norm maakt.
Dit pakket is een samenhangend geheel. We maken voor alle partijen passende zorg de
norm en vragen van iedereen een bijdrage zodat voor iedere burger passende zorg er
is als dat nodig is, ook in de toekomst. We adresseren èn de zorginhoud èn het zorglandschap
èn de rol van de zorgverzekeraars én de solidariteit in hoeveel we (mee)betalen aan
de zorgkosten (zie hoofdstuk 4). Elke maatregel die wij daarbij zullen nemen, is een
noodzakelijk deel van het geheel. Daarbij beseffen we dat het niet per sé makkelijk
is, of vanzelf gaat, om te stoppen met dingen die je altijd deed, om anders te werken
dan je altijd deed. Of dat het antwoord op een hulpvraag anders of op een andere plek
is dan voorheen. Maar als je hetzelfde blijft doen, dan hou je niet-passende zorg.
Terwijl we willen dat iedereen toegang heeft tot passende zorg als het nodig is, ook
straks. Dat is ons doel. Daartoe gaan we normeren wat goede zorg is die past, wat
een passend zorglandschap is en hoe we de zekerheid krijgen dat passende zorg er is.
2.2 Goede zorg die past
Het kabinet wil dat beroepsbeoefenaren duidelijk zijn over welke zorg passend is en
welke zorg niet en dat zij alleen nog passende zorg verlenen. Via wet- en regelgeving
gaan we strengere eisen stellen aan de voorwaarden, kwaliteit en (snelheid van) totstandkoming
van beroepsrichtlijnen en kwaliteitsdocumenten. De beroepsgroepen moeten zelf duidelijke
inhoudelijke normen vaststellen wat in welke omstandigheden passende zorg is en wat
niet, aansluitend op het proces en de kaders van het Zorginstituut over pakketwaardigheid
van zorg. Als er een gelijkwaardig alternatief is dat minder arbeidsintensief of meer
kosteneffectief is, heeft dat voorrang. Bovendien moeten de beroepsgroepen hun beroepsrichtlijnen
en kwaliteitsdocumenten regelmatig actualiseren, en snel implementeren in de praktijk.
Het Zorginstituut krijgt een stevigere rol in het toetsen op de verantwoordelijkheid
van de beroepsgroepen om te komen tot goede en actuele beroepsrichtlijnen. De Inspectie
Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet daarbij met haar toezichtscapaciteit toe op de
daadwerkelijke implementatie van de richtlijnen en de standaarden in de praktijk.
Het kabinet vergoedt geen zorg die geen meerwaarde heeft voor de patiënt. Daartoe
is passende zorg ook in de aanspraak de norm. Niet alleen bij de introductie van nieuwe
behandelingen, maar ook daarna, in de praktijk. We implementeren passende zorg en
de-implementeren niet-passende zorg in de aanspraak sneller. We stellen scherpere
eisen aan pakketwaardigheid van zorg en we regelen dat het Zorginstituut, zorgverzekeraars,
zorgaanbieders en zorgverleners die eisen daadwerkelijk kunnen toepassen in hun rol.
We laten de beschikbaarheid van mensen en middelen en kosteneffectiviteit zwaarder
wegen. We geven het Zorginstituut een stevigere rol in het toetsen en sturen op pakketwaardigheid.
Net als bij extramurale geneesmiddelen besluit de Minister voortaan ook bij alle intramurale
geneesmiddelen over de pakketwaardigheid.
2.3 Een zorglandschap dat past
Het kabinet wil dat zorgaanbieders zich zo in een regio organiseren dat inwoners de
best passende zorg op de beste plek krijgen wanneer dat nodig is. We gaan erop sturen
dat zorgaanbieders en zorginkopers, na overleg met inwoners en patiënten en hun inbreng
meewegend, in elke regio keuzes maken waar welke zorg verleend wordt en waar welke
zorg niet verleend wordt omdat dat beter ergens anders kan. Zodat basiszorg dichtbij
is, bijvoorbeeld met hechte wijkverbanden die door nauwe samenwerking met het sociaal
domein onnodige medicalisering van hulpvragen voorkomen, en met verloskundige samenwerkingsverbanden
voor goede zorg rond zwangerschap en bevalling. Terwijl specialistische zorg zich
concentreert waar dat vanuit kwaliteit en doelmatigheid beter is. Soms betekent dit
dat zorg op de ene plek moet worden afgebouwd, zodat deze op een andere plek beter
en duurzamer kan worden ingericht. Die keuzes zijn nodig zodat het zorglandschap goed
aansluit op de vraag naar passende zorg. Maar die keuzes worden nu niet altijd, of
niet voldoende gemaakt – ondanks de afspraken in de zorgakkoorden. Om echte doorbraken
te realiseren is het nodig dat zorgaanbieders daarbij constructief en gedegen deelnemen
aan het opstellen en uitvoeren van regionale plannen voor een passend zorglandschap.
En dat aanbieders afspraken maken over het gezamenlijk organiseren van zorg waaraan
een partij zich niet zomaar kan onttrekken, bijvoorbeeld op thema’s als de avond-,
nacht- en weekendzorg, de acute zorg en de concentratie van complexe zorg.
Daarom gaat het kabinet actiever sturen op de organisatie van zorg in de regio:
• We verscherpen en verduidelijken de landelijke kaders en minimale eisen voor zorgaanbieders.
Deze eisen zijn helder, toetsbaar en gelden voor alle zorgaanbieders, ongeacht de
regionale context. Denk hierbij aan deelname aan samenwerkingsverbanden en aan cruciale
functies zoals de avond-, nacht- en weekend-zorg.
• We leggen wettelijk vast dat zorgaanbieders in samenspraak met zorginkopers verplicht
zijn om constructief en gedegen deel te nemen aan het opstellen en uitvoeren van regionale
plannen voor een passend zorglandschap. Wat onder constructieve en gedegen deelname
wordt verstaan, werken we uit in procesvoorwaarden.
• We zorgen ervoor dat regionale plannen over het zorglandschap daadwerkelijk richting
geven aan alle zorgaanbieders in de regio. En we borgen dat die richting niet vrijblijvend
is.
Voor partijen moet de samenwerking aan passende zorg lonend zijn. Daarom kijken we
tegelijkertijd of de bekostiging en andere randvoorwaarden voldoende aansluiten bij
wat we van partijen vragen. Waar nodig passen we deze aan. Zo starten we samen met
de NZa met budgetbekostiging van de spoedeisende hulp. En gaan we de financiering
en organisatie van de geestelijke gezondheidszorg hervormen, zodat er capaciteit in
menskracht en budget komt voor complexe zorg.
2.4 Zekerheid dat passende zorg er is
Van zorgverzekeraars verwacht het kabinet dat ze sterker gaan sturen op de beschikbaarheid
van passende zorg. Daarvoor gaan we de zorgplicht van zorgverzekeraars (inclusief
hun rol bij transformaties in de regio) verduidelijken, zodat duidelijk is dat die
niet alleen ziet op vandaag maar ook gaat over de toekomst. De NZa houdt toezicht
op de zorgplicht. Zorgverzekeraars moeten zorgaanbieders contracteren – ook aanbieders
van passende zorg die nu niet gecontracteerd zijn of die met nieuwe, passendere vormen
van zorg bijdragen aan de opgave – als de toegankelijkheid van passende zorg voor
hun verzekerden daarom vraagt. Zorgverzekeraars moeten ook constructief en gedegen
optrekken met zorgaanbieders bij transformaties in het zorglandschap, regionaal en
landelijk (zie ook paragraaf 2.3). Voor transformaties in het zorglandschap uit het
regioplan is het onwenselijk dat de ene zorgverzekeraar linksaf gaat en de ander rechtsaf.
Daarom creëren we de randvoorwaarden om te bevorderen dat zorgverzekeraars bij transformaties
gelijkgericht handelen en dat zorgverzekeraars niet zomaar meeliften («free riding»)
op transformatie-investeringen van andere zorgverzekeraars in de regio.
Zorgverzekeraars moeten voldoende instrumenten hebben om te waarborgen dat zorg passend
is. We gaan daartoe regelen dat zorgverzekeraars de juiste instrumenten hebben om
niet-passende zorg niet meer te hoeven vergoeden. De huidige vergoedingsverplichting
van niet-gecontracteerde zorg slaat zorgverzekeraars hun belangrijkste instrument
uit handen om erop te sturen dat de zorg voor hun verzekerden passend is: de contractering.
Het mag niet meer zo zijn dat zorgaanbieders die passende zorg aanbieden, andere zorgaanbieders
geld zien verdienen aan niet-passende zorg. Zorgverzekeraars moeten daarop kunnen
sturen via de contractering, om te kunnen waarborgen dat passende zorg nu en in de
toekomst toegankelijk is, binnen de in de voorgaande alinea beschreven vereisten.
We doen dit door te stoppen met de vergoeding van niet-gecontracteerde zorg, waarbij
we oog hebben voor de Europese patiëntenrichtlijn.
Daarnaast regelt het kabinet dat zorgverzekeraars een betere informatiepositie krijgen
om scherper onderscheid te maken tussen aanbieders van passende zorg en aanbieders
die dat niet of minder leveren. Bijvoorbeeld door zorgverzekeraars de mogelijkheid
te geven om bestaande informatie uit zorgdeclaraties van de verzekerden van alle zorgverzekeraars
met oog voor privacy te benutten om aanbieders te identificeren die waarschijnlijk
of deels geen passende zorg bieden en met hen in gesprek te gaan. En bijvoorbeeld
door zorgverzekeraars geautomatiseerd inzicht te geven in wachtlijsten, zodat zij
beter kunnen contracteren en zodat zij hun verzekerden desgewenst beter kunnen bemiddelen
naar aanbieders met een korte(re) wachtlijst.
Noodzakelijke medicijnen en medische technologie moeten ook beschikbaar zijn. Daarom
zorgt het kabinet voor uitbreiding van de voorraden van geneesmiddelen. Ook brengen
we in kaart of en hoe we prijs- en vergoedingsinstrumenten van het geneesmiddelenvergoedingssysteem
(GVS) en de Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp) meer ruimte kunnen geven om mee te bewegen
met (geopolitieke) veranderingen in de internationale markt. Het kabinet versterkt
de lange termijn beschikbaarheid van genees- en hulpmiddelen. Productieketens die
puur «just-in-time» zijn, zijn te kwetsbaar voor verstoringen. De inzet van het kabinet
is om als Europa onze afhankelijkheden te verminderen van derde landen voor onze geneesmiddelenvoorziening.
Dit doen we door de Europese productie van geneesmiddelen te stimuleren, zoals het
opzetten van strategische projecten en gezamenlijke inkoop. Nationaal hebben we ook
maatregelen genomen, waaronder een subsidie tbv de productie van bepaalde geneesmiddelen
zodat deze weer in Europa kunnen worden geproduceerd. Tot slot werken we in Europa
samen aan (implementatie van) Europese wetgeving op het gebied van (kritische) geneesmiddelen,
biotech, medische hulpmiddelen en in vitro diagnostica, en bevorderen we dat innovaties
die passendere zorg zijn of passende zorg ondersteunen, snel de patiënt bereiken.
3 Zelfstandig leven met passende ondersteuning dichtbij
Mensen willen regie hebben over hun eigen leven en zelfstandig kunnen meedoen in de
samenleving. Ze doen dat het liefst zo lang mogelijk in hun eigen, vertrouwde woon-
en leefomgeving, in contact met de mensen die belangrijk voor hen zijn en in verbinding
met zorgzame buurten en gemeenschappen. Ze willen activiteiten ondernemen waar ze
plezier of voldoening aan beleven en willen een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving
waar ze volwaardig deel van uitmaken. Dit is niet anders voor mensen met een fysieke,
verstandelijke of psychische beperking. Soms is het beter dat iemand in een beschermde
omgeving of op het terrein van een instelling woont. Ook daar staat verbinding met
de samenleving en kwaliteit van leven centraal.
De inzet is om mensen zelfredzamer en weerbaarder te houden en zorg- en ondersteuningsvragers
eerder en beter te helpen. Dit vraagt een blik breder dan zorg en welzijn. Bestaanszekerheid
of het ontbreken van passende huisvesting zorgen voor druk op de inzet van welzijnswerk
en zorg. Dat moet anders. Daarom werkt het kabinet aan een samenhangende aanpak van
sociale problemen.
Liefdevolle zorg vindt overal plaats: binnen en buiten zorginstellingen, in buurten
en bij en door mensen thuis, waar zorgzame gemeenschappen een belangrijke rol spelen.
Deze brede basis vormt het vertrekpunt voor passende zorg en ondersteuning en de beweging
van zorg naar gezondheid en welzijn. Professionele zorg en ondersteuning vult aan
waar dat nodig is en zal met name inzetten op zelfredzaamheid en het versterken van
de kracht van een netwerk. Zorg en ondersteuning wordt geleverd met inzet van juiste
hulpmiddelen en passende technologie. Kwaliteit van leven, normalisering en meedoen
staan voorop. We maken daarom ruimte om de zorg simpeler en beter te organiseren.
3.1 Een sterke sociale basis en ondersteuning dichtbij
Het kabinet werkt een brede agenda uit om de houdbaarheid van de Wmo te waarborgen.
Mede door de dubbele vergrijzing neemt de vraag naar maatschappelijke ondersteuning
de komende jaren toe terwijl personeel steeds schaarser wordt. De afgelopen jaren
is het gebruik van huishoudelijke hulp sterk toegenomen, vooral door mensen die de
hulp zelf kunnen betalen. Daarom kiest het kabinet ervoor de huishoudelijke hulp niet
meer als Wmo-maatwerkvoorziening aan te bieden. We zorgen voor een vangnet voor de
mensen die niet zelf in deze hulp kunnen voorzien. Het kabinet werkt dit samen met
gemeenten en betrokken partijen uit, in samenhang met de inkomens- en vermogensafhankelijke
eigen bijdrage in de Wmo. Er is meer nodig voor een houdbare Wmo. Daarom werkt het
kabinet een bredere agenda uit, onder andere gebaseerd op de aanbevelingen uit het
Houdbaarheidsonderzoek Wmo.
Het kabinet wil een samenhangende aanpak van sociale problematiek om de beweging van
zorg naar gezondheid en welzijn te versterken. Het kabinet investeert in zorgzame
buurten en wijken en gemeenschapsvorming. Zo versterken we lokale netwerken waarbinnen
mensen elkaar kunnen helpen. Dit biedt zingeving en voorkomt eenzaamheid. Het kabinet
zet in op stevige lokale teams die laagdrempelig en dichtbij inwoners kunnen opereren.
En op een structurele samenwerking tussen het medisch en het sociaal domein. Zo kan
zwaardere zorg vaker voorkomen worden. Mantelzorgers zijn onmisbaar voor goede zorg
en ondersteuning. Het kabinet komt daarom – conform de motie Struijs c.s. – met een
breed plan op welke wijze mantelzorgers ondersteund en gefaciliteerd gaan worden (Kamerstuk
36 848, nr. 96). In dit plan wordt ook het SER-advies over werk en mantelzorg meegenomen.
Vrouwen en meisjes moeten overal veilig kunnen zijn. Dat vergt een daadkrachtige aanpak
van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Hierbij valt te denken aan kindermishandeling,
vrouwelijke genitale verminking en intieme terreur. Het kabinet stelt daarom een nationaal
coördinator aan, voor een nationaal actieplan met een duidelijke, kabinetsbrede inzet,
met gemeenten en uitvoeringsorganisaties. Daarnaast wordt door de Ministeries van
JenV en VWS in samenwerking met de Ministeries van OCW en SZW gewerkt aan de implementatie
van de EU-richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld waarvoor
een wetsvoorstel in voorbereiding is. In situaties van acute onveiligheid moet er
altijd opvang zijn voor slachtoffers van huiselijk geweld. Per 2026 zijn aanvullende
middelen beschikbaar voor de uitbreiding van het aantal plekken in de vrouwenopvang.
3.2 Langer zelfstandig en volwaardig meedoen
Het kabinet wil samenwerken aan wat nodig is om ervoor te zorgen dat ouderen langer
zelfstandig in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. De voorkeuren van ouderen
veranderen en het aanbod van zorg en ondersteuning past zich daar in hoog tempo op
aan. Het aanbod richt zich steeds meer op behoud van zelfstandigheid, samenwerking
met het netwerk en de inzet van (digitale) hulpmiddelen. Ook ontstaan nieuwe woonvormen
waar mensen met en zonder zorgvraag elkaar helpen. Al deze ontwikkelingen samen dragen
bij aan kwaliteit van leven van ouderen en zorgen ervoor dat zorgverleners zich kunnen
richten op de zorg die past bij wat mensen echt nodig hebben. Zo beperken we de wachtlijsten
voor instellingszorg, verminderen we het personeelstekort en remmen we de groei van
zorguitgaven. Het kabinet wil daarom met de mensen die de zorg organiseren en verlenen
bezien wat er nodig is om deze beweging te versnellen, verbreden en verstevigen. We
voeren de afspraken in het hoofdlijnenakkoord ouderenzorg (HLO) uit en bouwen daarop
voort. We gaan snel in gesprek met de partijen van het HLO om te kijken welke afspraken
we moeten toevoegen. We nemen in deze gesprekken ook de verkenningen naar gemeenschapsvorming
in geclusterde woonvormen mee.
Het is belangrijk dat mensen met een beperking volop mee kunnen doen in de samenleving.
Het kabinet geeft daarom uitvoering aan het VN-verdrag Handicap. Ook voor nieuw beleid
op andere terreinen wordt rekenschap gegeven van het verdrag. Dit doen we onder andere
door te werken aan de nationale strategie voor mensen met een beperking (2024) en
de 1ste werkagenda VN-verdrag Handicap 2025–2030.
In lijn met het VN-verdrag Handicap wil het kabinet dat er zorg en ondersteuning is
wanneer nodig voor mensen met een beperking, gericht op eigen regie en zelfredzaamheid,
met passende inzet en van goede kwaliteit. Die ambitie is nog geen realiteit, terwijl
het huidige arbeidsmarkttekort alleen maar toeneemt en steeds meer mensen een beroep
doen op zwaardere zorg. De huidige praktijk is dus niet langer houdbaar. Wij willen
dat mensen met een beperking gewoon in de samenleving kunnen leven, van kinds af aan.
Waarbij zo vroeg mogelijk hulp beschikbaar is voor gezinnen en mensen met een beperking.
Zo kunnen we voor een deel voorkomen dat zorgvragen escaleren of steeds zwaarder worden
omdat mensen niet goed worden ondersteund. Dit vraagt wel om echte veranderingen in
de organisatie van zorg, en een beweging van zorg naar gezondheid en welzijn. Gelukkig
zien we voorbeelden die laten zien dat dat kán. We gaan met de cliëntenorganisaties,
professionals, zorgaanbieders, zorgkantoren en gemeenten in gesprek om een gezamenlijk
toekomstperspectief te formuleren en te komen tot bestuurlijke afspraken om daar naartoe
te werken. Daarbij sluiten we aan op de beweging van de overige zorgakkoorden, zonder
bij de maatregelen de eigenheid van de sector – zoals het feit dat mensen soms decennia
in een instelling wonen en dat verwanten van mensen met een beperking langdurig een
rol blijven spelen – uit het oog te verliezen.
3.3 Passende woningen en woonzorgplekken
Het kabinet wil dat mensen in een kwetsbare positie met een zorg of ondersteuningsvraag
hun leven zoveel mogelijk zelfstandig kunnen inrichten vanuit de stevige basis van
een passende woning of woonzorgplekken. Het kabinet gaat door met de bouw van 290.000
woningen voor ouderen in de periode tot en met 2030. En bouwt voort op de samenwerking
die met veldpartijen landelijk en regionaal is opgezet om meer passende woningen en
woonzorgplekken te realiseren. Het kabinet neemt deze opgave mee in de Ministeriële
Taskforce Versnelling Woningbouw. Ook de opgave uit het Nationale Actieplan dakloosheid
maakt hier onderdeel van uit.
4 Solidair zorgstelsel
Onze zorg is gebouwd op solidariteit. Gezonde mensen betalen mee aan de zorgkosten
van burgers die ziek zijn of langdurig afhankelijk zijn van zorg en ondersteuning.
Mensen met een hoog inkomen betalen meer dan mensen met een laag inkomen, terwijl
we onder andere via de zorgtoeslag de zorg betaalbaar houden voor lagere inkomens.
Zo hebben mensen met een lager inkomen de afgelopen jaren meer zorgtoeslag ontvangen,
zodat de gestegen zorgpremie, vanwege onder andere het sinds 2016 gelijkblijvende
eigen risico, voor hen betaalbaar is gebleven. En we ondersteunen mensen met weinig
geld die te maken hebben met een stapeling van zorgkosten. We betalen veel samen,
en als je daadwerkelijk zorg of ondersteuning gebruikt, hoort daar ook een eigen financiële
bijdrage bij. Zo verhoogt het kabinet het eigen risico, wat ook leidt tot lagere zorgpremies,
en voert een eigen bijdrage in de jeugdhulp en de wijkverpleging in. Ook de keuze
om de huishoudelijke hulp niet meer als maatwerkvoorziening aan te bieden maakt daar
onderdeel van uit. Zo houden we de zorgkosten beheersbaar en zorgen we ervoor dat
gezonde mensen ook in de toekomst solidair willen blijven met mensen die zorg nodig
hebben.
Als je veel zorgkosten moet maken, bijvoorbeeld omdat je chronisch ziek bent of een
beperking hebt, en tegelijkertijd een laag inkomen hebt, dan kan het totaal aan eigen
betalingen te veel gevraagd zijn. In het huidig beleid is hier op verschillende manieren
ondersteuning voor ingericht, zoals de zorgtoeslag en gemeentelijke regelingen zoals
de gemeentepolissen. Daarnaast heeft en houdt het kabinet oog voor mensen die ondanks
deze ondersteuning in de knel blijven komen. Dit krijgt vorm bij de keuzes die nog
gemaakt moeten worden over de vormgeving van verschillende maatregelen uit het coalitieakkoord
en binnen het bredere inkomensbeleid. Daarnaast heeft het kabinet een enveloppe van
350 miljoen beschikbaar om chronisch zieken tegemoet te komen in hun zorgkosten.
5 Medisch-ethische vraagstukken
Bij politieke besluitvorming met betrekking tot medisch-ethische dilemma’s gaat voor
het kabinet zorgvuldigheid boven snelheid. Hierbij spelen meerdere waarden een rol,
zoals autonomie, de beschermwaardigheid van het leven en de medisch-wetenschappelijke
vooruitgang. Het wegen van deze waarden vergt een zorgvuldig en respectvol debat,
waarbij gebruik gemaakt wordt van maatschappelijke dialoog, adviezen van de Gezondheidsraad,
ethische reflecties en (wets)evaluaties.
Het kabinet zal een maatschappelijke dialoog houden over het advies van de Gezondheidsraad
over de veertiendagengrens in de Embryowet, conform het advies van het Rathenau Instituut.
Daarna zal het kabinet met een kabinetsreactie komen over dit advies.
6 Caribisch Nederland
Het kabinet zet zich de komende periode in om de voorzieningen voor zorg, voor de
jeugd en de ondersteuning in Caribisch Nederland gelijkwaardig te maken met Europees
Nederland. In het bijzonder zal net als in Europees Nederland extra aandacht gegeven
worden aan preventie. Hierbij zullen we investeren in een kansrijke start voor kinderen
en het aanbieden van gratis gezonde voeding op scholen. Om de zorg- en welzijnsvoorzieningen
toekomstbestendig te maken, is het noodzakelijk dat ook de randvoorwaarden op orde
worden gebracht. Dat gaat onder andere over goede huisvesting van zorginstellingen,
onderhoud van faciliteiten, en professionalisering van de dienstverlening: klantgericht
en digitaal conform de wensen van deze tijd. De komende jaren ligt de prioriteit daarom
op het verder verbeteren van de basis en het duurzaam versterken van het stelsel.
7 Randvoorwaarden voor een ambitieuze agenda
7.1 Werken in zorg en welzijn
De medewerkers in zorg en welzijn vormen de ruggengraat van ons stelsel. In alle sectoren,
en dus ook binnen zorg en welzijn is sprake van krapte op de arbeidsmarkt, en die
krapte zal de komende jaren toenemen. Voor de houdbaarheid en toegankelijkheid is
het belangrijk dat we ook op het vlak van arbeidsmarkt en opleiden keuzes maken en
het potentieel dat er is, zo goed als mogelijk benutten. Met extra aandacht voor waar
de tekorten het grootst zijn en de beweging van zorg naar gezondheid. Onze strategie
is om toekomstgericht op te leiden. We leiden breed op, zodat medewerkers flexibel
inzetbaar zijn en makkelijker aan de slag kunnen in een ander domein. En we maken
bewuste keuzes in hoe we medewerkers slimmer en op innovatieve wijze kunnen laten
werken. Daarnaast hebben we oog voor wat nodig is om medewerkers te behouden voor
zorg en welzijn.
7.2 Geld voor de zorg, blijft in de zorg
Het kabinet wil zorgfraude voorkomen, sneller stoppen en waar nodig bestraffen. De
gevolgen van zorgfraude zijn groot en asociaal. Daarom is de aanpak van zorgfraude
een prioriteit. Daarbij zetten we onder andere in op strengere toetredingsdrempels
tot de zorgsector en een betere screening van aanbieders. Ook wordt het toezicht versterkt,
met meer fysieke controles en uitbreiding van de capaciteit bij toezichthouders en
opsporingsinstanties. Dit vraagt om een gezamenlijke inzet van alle betrokken partijen:
van branche- en beroepsorganisaties tot zorginkopers, toezichthouders en opsporingsinstanties.
Daarnaast willen we normen voor verantwoord ondernemerschap in de zorg aanscherpen,
waaronder het inperken van de uitwassen van private equity. Ook de eerder beschreven
beleidsinzet om passende zorg altijd en overal de norm te laten zijn, helpen om fraude
te voorkomen en tegen te gaan.
7.3 Administratieve lasten
Administratietijd gaat ten koste van tijd voor de patiënt. Ook verminderen teveel
regels autonomie, werkplezier en aantrekkelijkheid van werken in de zorg. Regeldrukvermindering
is essentieel voor de toegankelijkheid van zorg en dan ook een belangrijk onderdeel
van onze inzet. Vanwege de complexiteit van de zorg werken we in de Regiegroep Aanpak
Regeldruk samen met alle betrokken partijen uit de verschillende zorgakkoorden en
sectoren naar het gezamenlijke doel dat zorgverleners per 2030 maximaal 20% van hun
tijd aan administratie besteden. Die norm is in het AZWA omarmd en met concrete maatregelen
ondersteund, zoals het opschalen van doorbraakprojecten en vermindering van regeldruk
als gevolg van machtigingen, verklaringen en (verschillen tussen) inkoop- en verantwoordingseisen.
Ook zetten we in op het opschalen van AI, toepassingen zoals spraakgestuurd rapporteren
en versnelling van implementatie van gegevensuitwisseling.
Tegelijkertijd vraagt echte regeldrukvermindering verantwoordelijkheid van ons allemaal,
inclusief van onszelf om de regels die deze brief aankondigt zo lastenluw mogelijk
vorm te geven. De beweging die wij voorstaan vergt dat wij meer uitgaan van vertrouwen
in zorgprofessionals.
7.4 Samenwerking met medeoverheden
Dit kabinet zet in op een betere samenwerking met medeoverheden, ook op het terrein
van zorg, gezondheid, welzijn en zorg. Om de samenwerking met gemeenten verder te
stimuleren zullen we ervoor zorgdragen dat bij alle nieuwe trajecten die medeoverheden
betreffen er een volledig UDO-proces (uitvoerbaarheid decentrale overheid) zal worden
doorlopen.
7.5 Doorontwikkeling gezondheidsinformatiestelsel
Stap voor stap bouwen we aan een gezondheidsinformatiestelsel dat zorgverleners tijd
teruggeeft, patiënten inzicht geeft en waarbinnen innovatie ruimte krijgt. We pakken
daarom de regie om samen met het zorg- en ICT-veld doelgericht te bouwen aan een toekomstbestendig
gezondheidsinformatiestelsel dat werkt voor zorg, welzijn en preventie. Daarbij wordt
aansluiting bij de ontwikkelingen in Europa gezocht, waaronder de implementatie van
de European Health Data Space (EHDS).
Tot slot
In deze brief hebben wij voor de Kamer uiteen gezet hoe wij de opgaven bezien voor
de Nederlandse gezondheidszorg en welke oplossingen volgens ons mogelijk en nodig
zijn. Het kabinet gaat graag de samenwerking aan met de Kamer voor de verdere uitwerking.
We zoeken brede steun voor deze opgaven, ook omdat de hervormingen die nodig zijn
om de zorg goed en toegankelijk te houden om breed draagvlak vragen. Bijgaande tabel
biedt een overzicht van de hierbij behorende wetsvoorstellen en wanneer we van plan
zijn deze bij de Kamer in te dienen. Over de uitwerking van de planning op de verschillende
trajecten zullen wij de Kamer per onderwerp informeren.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport