Jaarverslag : Jaarverslag Ministerie van Buitenlandse Zaken 2025
Tweede Kamer der Staten-Generaal
InhoudsopgaveGerealiseerde uitgaven en ontvangstenA. Algemeen1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverleningDechargeverlening door de Tweede KamerDechargeverlening door de Eerste Kamer2. LeeswijzerB. Beleidsverslag3. Beleidsprioriteiten3.1 Realisatie periodieke rapportages/beleidsdoorlichtingen3.2 Openbaarheidsparagraaf3.3 Focusonderwerp: Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld3.4 Onderuitputting3.5 Overzicht risicoregelingen4. Beleidsartikelen4.1 Artikel 1 Versterkte internationale rechtsordeA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de instrumenten4.2 Artikel 2 Veiligheid en stabiliteitA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de instrumenten4.3 Artikel 3 Effectieve Europese samenwerkingA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de instrumenten4.4 Artikel 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waardenA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de instrumenten5. Niet-beleidsartikelen5 5.1 Artikel 5: Geheim5.2 Artikel 6: Nog onverdeeld (HGIS)5.3 Artikel 7: Apparaat6. BedrijfsvoeringsparagraafC. Jaarrekening7. Departementale verantwoordingsstaat8. Saldibalans9. WNT-verantwoording 2025 Ministerie van Buitenlandse ZakenD. BijlagenBijlage 1: Toezichtrelaties rwt's en zbo's Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoekBijlage 3: Inhuur externenBijlage 4: Sanctiebeleid en externe fraudeBijlage 5: Budgettair overzicht Oekraïne
36 945 V Jaarverslag en Slotwet Ministerie van Buitenlandse Zaken 2025
Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN 2025
Ontvangen 20 mei 2026
Vergaderjaar 2025–2026
GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal €
Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal €
A. ALGEMEEN
1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening
AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.
Hierbij bied ik het departementale jaarverslag van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) over het jaar 2025 aan.
Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Buitenlandse Zaken decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.
Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:
a. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;
b. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;
c. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
d. de totstandkoming van de niet-financiele verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
e. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.
Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:
a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025
b. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt
c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;
d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.
De Minister van Buitenlandse Zaken,T.B.W.Berendsen
Dechargeverlening door de Tweede Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Tweede Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.
Dechargeverlening door de Eerste Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Eerste Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.
2. Leeswijzer
InleidingIn deze leeswijzer wordt de indeling en opbouw van het jaarverslag voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het jaar 2025 toegelicht. In die gevallen, waarin afwijkingen van de Rijksbegrotingsvoorschriften voorkomen, wordt dit beschreven.
Het jaarverslag 2025 vormt in principe een spiegel van de memorie van toelichting zoals deze op Prinsjesdag 2024 aan de Kamer is aangeboden. De jaarverslagen van Buitenlandse Zaken (BZ) en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHO) dienen in nauwe samenhang te worden bezien. De inzet op het Nederlandse buitenlandbeleid komt tot uitdrukking in de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). Door deze bundeling wordt de onderlinge samenhang geïllustreerd en samenwerking en afstemming binnen de betrokken ministeries bevorderd.
Buitenlandse betrekkingen zijn een zaak van het Koninkrijk der Nederlanden: Nederland in Europa, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, alsmede de Nederlandse openbare lichamen in het Caribisch gebied (Bonaire, Sint Eustatius en Saba). Waar dit jaarverslag spreekt over «Nederland» of «Nederlands» wordt daarmee bedoeld: «(van) het Koninkrijk der Nederlanden», tenzij het gaat om zaken die specifiek het land Nederland betreffen, zoals het EU-lidmaatschap en ontwikkelingssamenwerking.
Focusonderwerp
De Tweede Kamer heeft als focusonderwerp van de Algemene Rekenkamer voor het Jaarverslag 2025 aangewezen «Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld. Hierop zal gereflecteerd worden in het beleidsverslag. Risico's binnen de bedrijfsvoering worden in het jaarverslag van BZ behandeld. Voor risico's binnen het beleid wordt verwezen naar het Jaarverslag van Buitenlandse Zaken.
Beleidsverslag Het beleidsverslag begint met de beleidsprioriteiten van Buitenlandse Zaken waarbij thematisch wordt ingegaan op de belangrijkste resultaten die bereikt zijn in 2025. Daarnaast is een tabel opgenomen met daarin de realisatie van de periodieke rapportages/beleidsdoorlichtingen, de openbaarheidsparagraaf en een overzicht risicoregelingen. Vervolgens wordt op hoofdlijnen ingegaan op de algemene doelstelling, de rol en verantwoordelijkheid van de minister en de beleidsconclusies. In de beleidsconclusies is per artikel aangegeven welke beleidswijzigingen hebben plaatsgevonden in de uitvoering van het beleid en welke beleidswijzigingen hebben plaatsgevonden als gevolg van in 2024 afgerond evaluatieonderzoek. Daarbij wordt met name ingegaan op beleidsdoorlichtingen. Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren zijn – daar waar zinvol en haalbaar – naast en in de teksten bij de beleidsartikelen opgenomen, om de voortgang op de doelstellingen van het beleidsprogramma te laten zien.
Budgettaire gevolgen van beleid en toelichtingIn de tabel budgettaire gevolgen van beleid zijn de opmerkelijke verschillen tussen de begroting en de realisatie 2025 opgenomen. Voor de uitgaven worden ondergrenzen gehanteerd zoals vermeld in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2026. EUR 2 miljoen voor beleidsmatige mutaties en EUR 4 miljoen voor technische mutaties bij een begrotingsartikel met een omvang tussen EUR 50 miljoen en EUR 200 miljoen, en resp. EUR 5 miljoen en EUR 10 miljoen bij een begrotingsartikel met een omvang tussen EUR 200 miljoen en EUR 1.000 miljoen. Bij de verplichtingen en ontvangsten is een afwijking groter dan 10% op artikelniveau toegelicht. Waar nodig is verwezen naar de eerste, tweede of incidentele suppletoire begroting of de suppletoire begroting In de budgettaire tabellen in het jaarverslag is geen onderscheid gemaakt tussen decommitteringen op oude en nieuwe verplichtingen. Alle decommitteringen worden ten gunste van de begroting gebracht.
Departementale verantwoordingsstaat en saldibalans Verschillen in de totalen tussen de verantwoordingsstaat en de saldibalans zijn het gevolg van afrondingen.
Overige onderdelen van het beleidsverslag Na de beleidsprioriteiten en beleidsartikelen volgen de niet-beleidsartikelen. Het artikel 5 is het onderdeel «Geheim». Dit artikel is bestemd voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten waarvoor geldt dat openbaarmaking via toedeling aan een expliciet beleidsartikel niet in het belang van de Staat is. Artikel 6 «Nog onverdeeld» bevat de reservering voor loon- en prijsstijgingen en niet voorziene tegenvallers binnen de HGIS. Ten slotte worden op artikel 7 de apparaatsuitgaven verantwoord. In de bedrijfsvoeringsparagraaf worden de belangrijkste tekortkomingen en risico's in het begrotingsjaar benoemd. Verder wordt aandacht besteed aan de rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen en worden de belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering besproken. Het jaarverslag wordt afgesloten met de jaarrekening van Buitenlandse Zaken en zes bijlagen: 1) Toezichtsrelaties RWT's en ZBO's 2) Moties en toezeggingen, 3) Afgerond evaluatie- en overig onderzoek, 4) externe inhuur, 5) Sancties en misbruik en oneigenlijk gebruik en 6) Budgettair overzicht Oekraïne.
BedrijfsvoeringsparagraafIn de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt verslag gedaan van de opmerkelijke zaken in de bedrijfsvoering. De bedrijfsvoeringparagraaf in het departementaal jaarverslag wijkt af van de bepaling van de Rijksbegrotingsvoorschriften dat in het jaarverslag integraal verantwoording wordt afgelegd over de bedrijfsvoering. Bij de splitsing van de begroting in 2013 in het begrotingshoofdstuk V Buitenlandse Zaken en het begrotingshoofdstuk XVII Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zijn in navolging van een verzoek van de Algemene Rekenkamer de verantwoordelijkheden van de ministers ten aanzien van de bedrijfsvoering expliciet vastgelegd. De minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor de integrale bedrijfsvoering, met uitzondering van de procesmatige beheersing van de activiteitencyclus. De belangrijkste reden voor deze splitsing is dat het merendeel van de projecten en programma's in het kader van ontwikkelingshulp worden uitgevoerd. Daarnaast is de huidige opzet van het activiteitenbeheer gestoeld op de afspraken die de toenmalige minister voor Ontwikkelingssamenwerking met de Tweede Kamer in 1998 heeft gemaakt over de reikwijdte van de ministeriële verantwoordelijkheid voor de rechtmatigheid van besteding van middelen (Kamerstukken 1997–1998 25 860, nr. 2). Het is daarom dat het voorschottenbeleid en -beheer in het onderdeel financieel en materieelbeheer in de bedrijfsvoeringsparagraaf van hoofdstuk XVII zijn opgenomen.
GroeiparagraafEr zijn geen noemenswaardige aanpassingen.
HGIS-jaarverslag De Nederlandse uitgaven voor buitenlands beleid, die op verschillende departementale begrotingen staan, zijn gebundeld in de Homogene Groep Internationale Samenwerking. In aanvulling op de departementale jaarverslagen geeft het HGIS-jaarverslag een integraal overzicht van de besteding van middelen voor buitenlands beleid. Samen met de jaarverslagen van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, wordt het HGIS-jaarverslag 2025 aangeboden aan het parlement.
Grondslagen voor de vastlegging en de waardering De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingenkasstelsel toegepast. Verder werkt het ministerie van Buitenlandse Zaken met een vooraf vastgestelde wisselkoers ten opzichte van buitenlandse valuta (de corporate rate). Deze koers wordt samen met de presentatie van de begroting vastgesteld. De corporate rate wordt gedurende het jaar gewijzigd wanneer de huidige koers t.o.v. de corporate rate > 20% wijzigt (voor USD 5%); de USD-koers wordt in de laatste 2 maanden van het jaar niet meer gewijzigd. Ontvangsten worden waar van toepassing verantwoord op de ontvangsten artikelonderdelen van beleidsartikel 2, 3, 4, 5 en 7 met uitzondering van ontvangsten zijn de restituties van Official Development Assistance (ODA)-programma’s die op beleidsartikel 5 van de begroting van BHO worden verantwoord.
Controleverklaring en auditrapportIn het kader van de wettelijke controletaak voert de Auditdienst Rijk (ADR) jaarlijks onderzoek uit naar:
a. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen, bedoeld in de artikelen 1.1 en 2.31 van de Comptabiliteitswet 2016;
b. de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen, bedoeld in de artikelen 1.1 en 2.31 van de Comptabiliteitswet 2016.
Daarnaast voert de Auditdienst Rijk onderzoek uit naar het begrotingsbeheer, het financieel beheer, de materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk.
Over de belangrijkste bevindingen van deze onderzoeken en van eventuele onderzoeken naar overige aspecten van de bedrijfsvoering brengt de ADR verslag uit in het jaarlijkse auditrapport waarin zowel hoofdstuk V als XVII zijn opgenomen.
B. BELEIDSVERSLAG
3. Beleidsprioriteiten
Een veranderend buitenlandbeleid voor een veranderde wereldorde
De verandering en fragmentatie van de internationale wereldorde zet in 2025 door, gekenmerkt door de vorming van nieuwe coalities, de opkomst van middenmachten, een groeiende invloed van landen in het mondiale Zuiden op de internationale politiek en wereldeconomie, een assertiever China, de agressieve machtspolitiek van Rusland en een veranderende opstelling van de Verenigde Staten.
Deze ontwikkelingen onderstrepen de noodzaak van een versterkte Nederlandse en Europese inzet op het terrein van veiligheid. Deze inzet kwam onder meer tot uitdrukking tijdens de NAVO-top in Den Haag, waar de 32 bondgenoten bijeenkwamen en een historische stap werd gezet met het gezamenlijke commitment aan de nieuwe NAVO Defence Investment Pledge van 3,5% defensie-uitgaven en 1,5% bredere veiligheid- en defensie gerelateerde uitgaven. Tevens bevestigden de bondgenoten unaniem hun blijvende steun aan Oekraïne. Het kabinet bleef Oekraïne in 2025 onverminderd politiek, militair, financieel en moreel ondersteunen.
De veranderende machtsverhoudingen maakten in 2025 ook vrijhandel, markttoegang en open aanvoerlijnen steeds minder vanzelfsprekend. Onze veiligheid is gebaat bij een sterke en veerkrachtige Europese Unie, waarin innovatie en economische kracht hand in hand gaan met strategische stabiliteit. Nederland zette zich binnen de EU actief in voor prioriteiten die hieraan bijdragen, zoals defensie en veiligheid, concurrentievermogen en migratie.
Met doelgerichte en slagvaardige diplomatie draagt Nederland bij aan het waarborgen van Nederlandse en Europese belangen en weerbaarheid en welvaart, vanuit een gemeenschappelijk waardenbesef.
Bilaterale relaties en partnerschappen
EuropaIn 2025 heeft Nederland de relaties met landen in Europa verder versterkt en verdiept. Het aantreden van de nieuwe regering onder Bondskanselier Merz in Duitsland gaf een impuls aan de al intensieve bilaterale relatie. Op deelstaatniveau organiseerden Nederland en Noordrijn-Westfalen de eerste regeringsconsultaties sinds 2020. Ook de relatie met het Verenigd Koninkrijk is verder geïntensiveerd door onder andere de ondertekening van een hernieuwde bilaterale verklaring ten aanzien van buitenland- en veiligheidssamenwerking.
Gezien het belang van goede relaties met en bijdragen aan de stabiliteit van landen aan de randen en in de brede nabuurregio van Europa, is bilateraal en ook in Europees verband ingezet op de oostelijke en zuidelijke nabuurschapslanden. Nederland ondertekende bijvoorbeeld het Strategisch Partnerschap met Armenië.
Ook vonden er uitgaande staatsbezoeken naar Tsjechië en Cyprus en een inkomend staatsbezoek van Finland plaats. Tot slot is de relatie met Polen verder versterkt, in het bijzonder op het gebied van veiligheid en defensie.
TurkijeNederland continueerde de samenwerking met Turkije op terreinen van wederzijds belang, zoals onder andere veiligheid, terrorismebestrijding, economie en migratie. Mensenrechten en rechtsstaat blijven een integraal onderdeel van de relatie tussen Turkije, de EU en Nederland, alsmede in de Raad van Europa.
Verenigde StatenDe Verenigde Staten zijn een onmisbare partner voor de Nederlandse en Europese vrede, veiligheid en welvaart. Met veelvuldige bezoeken en contacten met en aan de VS, waaronder tijdens de NAVO-top, versterkte Nederland de band met de VS.[AV1] [DN2] Het kabinet wil dat Europa meer verantwoordelijkheid neemt voor de eigen veiligheid en investeert in de opbouw van meer eigen capaciteiten, in het besef dat de relatie met de Verenigde Staten belangrijk is voor onze collectieve veiligheid.
ChinaNederland blijft inzetten op een gebalanceerde en strategische relatie met China, waarin zowel samenwerking als weerbaarheid centraal staan. De nadruk ligt daarbij op het beschermen van Nederlandse en Europese belangen en het waarborgen van (economische) veiligheid. Nederland bleef daartoe ook in 2025 constructief engageren, onder andere door bilaterale contacten en bezoeken, zoals die van de minister van Buitenlandse Zaken en de Chinese vicepremier.
De Rijksbrede coördinatie en samenwerking is versterkt, met als voorbeeld de gezamenlijke kabinetsreactie op de initiatiefnota over een nieuwe China-strategie (Kamerstuk 36 696, nr. 1) en de gezamenlijke bijdrage aan het versterken van het China Kennisnetwerk (CKN). Ook de samenwerking met Europese partners is versterkt, met als doel een effectief en samenhangend Chinabeleid te realiseren.
Brede partnerschappenHet kabinet heeft zich daarnaast gericht ingezet op verschillende brede partnerschappen met opkomende landen, met name in Azië, maar ook elders in de wereld, zoals in Afrika. Hierbij worden de belangen die Nederland en het Koninkrijk ten aanzien van een land hebben, alsmede de wensen en verwachtingen die bedoelde landen ten aanzien van ons hebben, in brede samenhang bezien en afgewogen.
Azië & OceaniëDe Nederlandse inzet in de regio Azië vertaalt zich in verschillende bilaterale opbrengsten: tijdens het bezoek van de minister aan India op 17-19 december is de ambitie voor een Strategisch Partnerschap herbevestigd. Het bezoek van de Indonesische president Prabowo Subianto aan Nederland in september 2025 benadrukte de goede bilaterale relatie. Politieke, economische, culturele en consulaire samenwerking met Indonesië is verder versterkt door een nieuw bilateraal Plan of Action 2026-2029, bekrachtigd tijdens het bezoek van de minister aan Indonesië in oktober 2025.
Nederland heeft de samenwerking met gelijkgezinde landen in de regio, zoals Australië, Japan, Nieuw-Zeeland en Zuid-Korea, verdiept op het gebied van (economische) veiligheid en internationale rechtsorde. Dit gebeurde via politieke en hoogambtelijke bezoeken en consultaties.
Met Japan heeft Nederland Rijksbreed ingezet op de Osaka Expo, inclusief een werkbezoek van ZMK en een bezoek van de minister-president, waarbij een Japan-Netherlands Action Plan is afgesloten in 2025.
Deze versterkte partnerschappen hebben bijgedragen aan de positie van Nederland als betrouwbare en stabiele partner in de Indo-Pacific (incl. pacifische eilanden/SIDS), vooral op het gebied van (economische) veiligheid en handel. Nederland zet zich daarnaast in voor een actievere rol van de EU in de uitvoering van de EU Indo-Pacific Strategie. Zo is Nederland initiatiefnemer van intensievere EU-samenwerking met de Indo-Pacific op kritieke onderzeese infrastructuur.
Midden-Oosten & Noord-AfrikaGezien het belang van goede relaties met en bijdragen aan de stabiliteit van landen aan de randen en in de brede nabuurregio van Europa, is bilateraal en ook in Europees verband ingezet op de zuidelijke nabuurschapslanden. Voor het eerst in elf jaar bracht een Marokkaanse Minister van Buitenlandse Zaken begin december 2025 weer een bezoek aan Nederland. Met Egypte vonden in 2025 zowel politieke consultaties als een migratiedialoog plaats. De minister-president bracht tweemaal een bezoek aan Egypte, voor de Gaza Top (oktober) en de opening van het Grand Egyptian Museum (november). Met Algerije vond in 2025 politiek contact plaats op relevante thema’s als veiligheid, energie en migratie.
Ten aanzien van het Israelisch-Palestijns conflict was de Nederlandse inzet in 2025 gericht op een duurzame oplossing die door beide partijen wordt gedragen, waarbij het uitgangspunt de tweestatenoplossing blijft. Naast intensief bilateraal diplomatiek contact met Israël, de Palestijnse Autoriteit en de landen betrokken bij de onderhandelingen tussen Israël en Hamas, initieerde Nederland in EU-verband discussies over het nemen van maatregelen om de Israëlische regering van koers te laten veranderen (in het kader van artikel 2 van het Associatieakkoord tussen de EU en Israël). Daarnaast is de kabinetsinzet er primair op gericht geweest om het vredesplan van President Trump te laten slagen. Daartoe droeg het kabinet onder meer bij aan het Civil-Military Coordination Center.
Om de humanitaire noden te lenigen zette het kabinet in 2025 in op humanitaire hulp en medische zorg in Gaza en de regio. Ook evacueerde Nederland vijf kinderen met hun begeleiders uit Gaza voor medische behandeling. Daarnaast reserveerde Nederland €20 miljoen voor de wederopbouw van de Gazastrook.
Daarnaast organiseerde Nederland samen met Marokko een bijeenkomst van de Global Alliance for the Two-State Solution, gericht op economische ontwikkeling van de Palestijnse Gebieden.
AfrikaIn 2025 verdiepte Nederland de politieke en diplomatieke samenwerking met Afrikaanse partners. Ondanks structurele bezuinigingen bleef de inzet in Afrika in 2025 gericht op de doelstellingen van de Afrikastrategie, waarover de Kamer werd geïnformeerd naar aanleiding van de motie-Boswijk1.
De minister-president nam deel aan de EU-AU-top, waarbij twee Global Gateway-projecten werden gelanceerd. Het staatsbezoek van het Koninklijk Paar aan Kenia versterkte de samenwerking op mensenrechten, veiligheid, klimaat en handel. Bij de G20 in Zuid-Afrika was Nederland als gast van de voorzitter nauw betrokken, met deelname aan ministeriële werkgroepen en aanwezigheid van de minister-president bij de top in Johannesburg.
Latijns-Amerika, Suriname en SIDSNederland investeerde in contact op politiek en hoogambtelijk niveau met landen als Argentinië, Brazilië, Chili, Peru, Mexico en Ecuador; en sloot MoUs met Costa Rica en Chili. Met de deelname aan de CELAC-EU top in Colombia op 8-9 november liet Nederland zien een betrouwbare partner van de regio te zijn.
Minister-president Schoof, minister-president Pisas van Curaçao, en minister-president Mercelina van Sint Maarten waren op 25 november aanwezig bij de onafhankelijkheidsviering in Suriname. Van 1 tot en met 3 december 2025 bracht het Koninklijk Paar een succesvol staatsbezoek aan Suriname. Het bezoek stond in het teken van het bestendigen en verder versterken van de samenwerking, onder andere op het gebied van justitie en politie, onderwijs, economische partnerschappen en cultuur.
Op gebied van het tegengaan van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit versterkt Nederland via een Rijksbrede aanpak de Europese en internationale samenwerking, o.a. met bron- en transitlanden in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.
Vanaf medio 2024 is in samenwerking met de Koninkrijkslanden ingezet op een versterkt partnerschap met de Small Island Developing States (SIDS).
Mensenrechten en internationale rechtsorde
Nederland was in 2025 lid van de VN-Mensenrechtenraad en heeft zich o.a. succesvol ingezet voor de verlenging van de mandaten van de Speciaal Rapporteur voor Rusland, de Fact Finding Mission Sudan en de Commission of Inquiry voor Syrië. Nederland was actief betrokken bij het opstellen van een gezamenlijke verklaring om het belang te benadrukken van multilaterale samenwerking voor het beschermen en bevorderen van mensenrechten.
In New York werden succesvolle resultaten behaald in de Derde Commissie door de aanname van de human rights in digital technologies resolutie, het bepleiten van het belang van gelijke rechten voor LGBTIQ+ personen en het Internationaal Strafhof, en de aanname van landen-specifieke resoluties (Syrië, Iran, Oekraïne, Myanmar, Noord-Korea).
De steun aan de Hoge Commissaris voor Mensenrechten (OHCHR) werd voorgezet. Ook werden diverse landenkantoren van OHCHR gesteund (o.a. Palestijnse Gebieden, Oekraïne, Soedan, Syrië).
Het Mensenrechtenfonds werd heringericht met minder landen en meer strategische focus, met voortzetting van de vijf mensenrechtenprioriteiten2. Via Joint Initiative for Strategic Religious Action (JISRA) en het Mensenrechtenfonds zijn substantiële middelen ingezet om interreligieuze dialoog, inclusie en samenwerking te versterken in o.a. Irak, Indonesië, Nigeria en Kenia. Via de programma’s onder de Safety for Voices subsidiebeleidskader is steun gegeven aan de bescherming van journalisten wereldwijd inclusief in Oekraïne, Gaza en Soedan. Daarnaast werd steun aan mensenrechtenverdedigers en vrijheid van meningsuiting voortgezet.
Nederland heeft een sterke reputatie en een belangrijke verantwoordelijkheid als gastland van de internationaalrechtelijke instellingen die in Den Haag gevestigd zijn. Nederland leverde een belangrijke inspanning in het voorkomen en mitigeren van VS-sancties gericht tegen het Internationaal Strafhof en het zorgvuldig begeleiden van complexe discussies rond een evt. uitbreiding van de rechtsmacht van het Hof m.b.t. het misdrijf agressie3.
Op basis van een Ministerraadbesluit van 17 oktober 2025 heeft Nederland op 28 oktober 2025 formeel het NL gastlandschap aangeboden voor de initiële fase van het Special Tribunal for the Crime of Aggression tegen Oekraïne, zoals verzocht in de motie Paternotte c.s.4. Aanvullend werd het oprichtingsverdrag voor de Claimscommissie op 16 december gepresenteerd tijdens de Ministeriële Conferentie die werd georganiseerd in Den Haag door de Raad van Europa en het Koninkrijk der Nederlanden, en door Nederland ondertekend.
Het Koninkrijk heeft zijn steun uitgesproken voor het VN80-initiatief, met nadruk op een balans tussen de drie pijlers van het VN-handvest en het voorkomen dat de hervormingen de grondbeginselen van de VN aantasten. Binnen de VN was Nederland succesvol bij het binnenhalen van de zetels binnen de Advisory Committee on Administrative and Budgetary Questions (ACABQ) en in de Raad van de Internationale Maritieme Organisatie. Nederland nam actief deel aan de G20 onder het voorzitterschap van Zuid-Afrika en sluit ook onder VS-voorzitterschap aan bij een deel van de G20-werkgroepen.
MH17Nederland en Australië hebben in de op 14 maart 2022 gestarte procedure de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO-Raad) gevraagd vast te stellen dat de Russische Federatie diens verplichtingen onder het Verdrag van Chicago inzake de internationale burgerluchtvaart geschonden heeft door het onrechtmatig gebruik van een wapen tegen vlucht MH17. Na drie hoorzittingen besloot op 12 mei 2025 de ICAO-Raad dat de Russische Federatie aansprakelijk is voor de schending van het Verdrag van Chicago. Nederland en Australië zijn hiermee in het gelijk gesteld. Op 18 september ging de Russische Federatie bij het IGH in beroep tegen het besluit van de ICAO-Raad.
Nederland diende op 10 juli 2020 een statenklacht in bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), waarin het heeft gevraagd vast te stellen dat de Russische Federatie het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) heeft geschonden door het neerhalen van vlucht MH17, de dood van alle 298 inzittenden, de ontkenning van iedere betrokkenheid bij het neerhalen van vlucht MH17 en de implicaties daarvan. Op 9 juli 2025 stelde het EHRM vast dat de Russische Federatie aansprakelijk is voor de schending van het EVRM door het neerhalen van vlucht MH17 en de dood van alle 298 inzittenden en voor de onmenselijke behandeling van de nabestaanden. De uitspraak van het EHRM is bindend.
Dankzij de inspanningen van de EU-lidstaten waaronder Nederland is het gelukt Rusland in het najaar voor de tweede keer uit de VN ICAO-Raad te weren vanwege de Russische agressie tegen Oekraïne.
Een krachtige NAVO
In 2025 bleef de NAVO de hoeksteen van het Nederlandse veiligheidsbeleid. De nadruk lag op een geloofwaardige collectieve afschrikking en verdediging, zoals vastgelegd in Artikel 5 van het NAVO-verdrag. Het kabinet heeft in 2025 wettelijk verankerd dat structureel minimaal 2% van het bruto binnenlands product aan Defensie wordt besteed, conform de NAVO Defence Investment Pledge uit 2014.
Een belangrijk hoogtepunt was de rol van Nederland als gastheer van de NAVO-top. Tijdens de historische top in Den Haag werd een nieuwe NAVO Defence Investment Pledge van 3,5% defensie-uitgaven en 1,5% bredere veiligheid- en defensie gerelateerde uitgaven afgesproken, waarmee bondgenoten hun gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het bondgenootschap verder hebben versterkt. In lijn met deze afspraak heeft Nederland zich gecommitteerd aan het intensiveren van de defensie-uitgaven, met een groeipad richting 2035.
De maatregelen ter versterking van de oostflank van de NAVO, naar aanleiding van de Russische inval in Oekraïne, hebben in 2025 gediend als een krachtig signaal naar Rusland. Zo droeg Nederland bij aan versterkte waakzaamheid in het gebied rondom de Oostzee met NAVO-activiteit
Baltic Sentry. Daarnaast droeg Nederland met luchtverdediging bij aan de bescherming van het logistieke knooppunt van de NAVO voor materiële steun aan Oekraïne. Deze maatregelen onderstrepen de gezamenlijke vastberadenheid van het bondgenootschap om het NAVO-verdragsgebied te verdedigen tegen elke vorm van agressie.
Daarnaast heeft Nederland zich ingezet voor een bredere blik op veiligheidsdreigingen buiten het Euro-Atlantisch gebied. Ontwikkelingen op de zuidflank, de Westelijke Balkan en in de Indo-Pacifische regio kregen nadrukkelijke aandacht vanwege hun potentiële weerslag op onze veiligheid. In het licht van de geopolitieke competitie heeft Nederland, in NAVO-verband, gewerkt aan het waarborgen van een sterke technologische positie en zich sterk gemaakt voor het verantwoord gebruik van opkomende technologieën in wapensystemen.
Nederland heeft in 2025 actief bijgedragen aan NAVO-innovatie-initiatieven, waaronder de Defence Innovation Accelerator for the North Atlantic (DIANA) en het NATO Innovation Fund (NIF).
Steun aan Oekraïne
In het licht van de aanhoudende Russische agressieoorlog bleef het kabinet Oekraïne in 2025 politiek, militair, financieel en moreel actief en onverminderd steunen. De relatie tussen Oekraïne en Nederland is verder versterkt en geïntensiveerd, geïllustreerd door de hoge frequentie van bezoeken over en weer. In april 2025 vonden in Lviv de eerste jaarlijkse bilaterale regeringsconsultaties plaats, met bijzondere aandacht voor de hervormingsagenda ten behoeve van het EU-toetredingstraject van Oekraïne. President Zelensky bezocht Nederland dit jaar twee keer, in juni in het kader van de NAVO-Top en in december in het kader van de oprichting van de Claimscommissie voor oorlogsschade in Oekraïne.
De Nederlandse steun aan Oekraïne bestond voor een groot deel uit militaire steun, waaronder het leveren van wapens en het trainen van Oekraïense militairen. Daarnaast heeft Nederland in 2025 steun beschikbaar gesteld voor onder meer kritiek herstel, waaronder humanitaire ontmijning, en humanitaire noden. Vanwege de aanhoudende, grootschalige aanvallen door Rusland op de Oekraïense energie-infrastructuur nam het kabinet een voortrekkersrol op het gebied van energiesteun aan Oekraïne. Tenslotte heeft Nederland dit jaar tevens bijgedragen aan bredere veiligheidssteun via het NAVO Ukraine Comprehensive Assistance Package (UCAP) en internationale cyber Tallinn Mechanisme.
Ook in EU-verband droeg Nederland bij aan voortgezette steun aan Oekraïne, waaronder in het bijzonder grootschalige begrotingssteun. Zo bereikten Europese leiders op 19 december akkoord op een leeninstrument van EUR 90 mld. om tegemoet te komen aan urgente financiële en militaire noden van Oekraïne in 2026 en 2027. Tevens werd in 2025 EUR 18,1 mld. aan begrotingssteun aan Oekraïne verstrekt vanuit de Extraordinary Revenue Acceleration (ERA)-leningen en ca. EUR 10,6 mld. vanuit de meerjarige EU Oekraïne-faciliteit.
In 2025 zijn belangrijke resultaten behaald op het thema «Restoring Justice» voor Oekraïne, in het bijzonder het aanbieden van het gastlandschap voor de oprichtingsfase van het Agressietribunaal en voor de Claimscommissie voor Oekraïne, in aanvulling op het Schaderegister waarvoor Nederland al gastland is. Nederland zette daarnaast de bilaterale steun aan Oekraïne voort ten behoeve van capaciteitsversterking van de justitiële sector voor nationale opsporing en vervolging van internationale misdrijven gepleegd door Rusland in en tegen Oekraïne.
Nederland bleef, o.a. tijdens de AVVN high level week, oproepen tot waarborging van de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen de internationaal erkende grenzen en diens recht op zelfverdediging tegen de Russische agressie. Samen met Europese partners heeft Nederland het door de VS geïnitieerde proces van vredesbesprekingen voor Oekraïne verwelkomd en waar mogelijk ondersteund. Nederland is sinds het begin actief betrokken geweest bij de gesprekken en militaire planning van de Coalition of the Willing. In dat verband wordt gesproken over een mogelijke internationale troepenpresentie in Oekraïne na een einde aan de vijandelijkheden, ter versterking van de Oekraïense strijdkrachten en als onderdeel van veiligheidsgaranties voor Oekraïne in het kader van een eventueel vredesakkoord.
Naast steun aan Oekraïne werd ook de druk op Rusland opgevoerd, o.a. door het intensiveren van sancties waar Nederland zich in EU-verband met succes voor inzette.
Internationale missies en operaties
Met de grootschalige Russische inval in Oekraïne is de veiligheidsdreiging toegenomen en daarom is de focus van Hoofdtaak 2 (bevorderen internationale rechtsorde) verschoven naar Hoofdtaak 1 (beschermen van eigen en bondgenootschappelijk grondgebied).
In 2025 leverde Nederland met 72 civiel experts een bijdrage aan 26 missies en operaties binnen Europa (Litouwen, Polen, Moldavië, Bosnië-Herzegovina en Roemenië, Armenië en trainingsmissies voor Oekraïne), in de directe omgeving daarvan (Sahel, Libië, Hoorn van Afrika, Midden-Oosten, in de Rode Zee) en verder weg (Indo-Pacific). Ook zijn in samenwerking met het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Nationale Politie tientallen politiefunctionarissen uitgezonden naar civiele missies.
Nederland heeft tot en met mei 2025 het commando over de NAVO-missie in Irak (NMI) succesvol gevoerd. Daarnaast leverde Nederland vanaf oktober 2025 een betekenisvolle bijdrage aan het behoud van stabiliteit in Bosnië en Herzegovina.
Complementair aan civiele en militaire missiebijdragen heeft Nederland met (economische) diplomatie en ontwikkelingshulp het adresseren van de grondoorzaken van instabiliteit in prioriteitsregio’s op de langere termijn ondersteund. Vanuit de ‘hulp voor veiligheid’ agenda investeert Nederland onder meer in het versterken van lokale politie en justitie, goed bestuur, een professionele veiligheidssector, humanitaire ontmijning en vredesopbouw in West-Afrika, de Hoorn van Afrika en het Midden-Oosten.
Non-proliferatie en wapenbeheersing DVB
Nederland bleef gecommitteerd aan de uitvoering van het nucleaire non-proliferatieverdrag, het chemische en biologische wapenverdrag en aan de diverse (wapen)exportcontroleverdragen.
Nederland maakte het operationeel en financieel mede mogelijk dat de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) na de val van het Assad-regime de nog resterende chemische wapens of grondstoffen in Syrië opspoort en verifieert, met als doel de uiteindelijke vernietiging ervan. In de IAEA-Bestuursraad heeft Nederland zijn zetel ingezet voor het steunen van resoluties en verklaringen om de spanningen rond het nucleaire programma van Iran vreedzaam op te lossen en IAEA-inspecties in Iran te faciliteren. Daarnaast behartigt Nederland in de Bestuursraad samen met Canada sinds september 2025 Oekraïense belangen rond nucleaire veiligheid van diens kerncentrales. Op 4 december 2025 zijn te Wenen een Aanvullend Protocol en wijziging van het Protocol inzake Kleine Hoeveelheden bij de Alomvattende Waarborgovereenkomst tot stand gekomen tussen het Koninkrijk (ten behoeve van het Caribisch deel) en het IAEA.
Middels het penvoerderschap over een resolutie over Artificial Intelligence in the Military Domain (AIMD) en het voorzitterschap van de Group of Governmental Experts on Lethal Autonomous Weapons Systems (GGE LAWS) positioneert Nederland zich als een van de sleutelspelers in de internationale discussie over opkomende technologieën.
Nederland werkt actief aan het vormgeven van de ruimte als nieuw strategisch en operationeel domein. In dat kader heeft Nederland zich ingezet voor de implementatie van de Lange Termijn Ruimtevaartagenda, een interdepartementaal responsmechanisme voor ruimte-incidenten en bewustwording van escalatierisico’s en handelingsperspectieven. Bilateraal en binnen de EU en de NAVO is ingezet op het voeren van ruimteveiligheidsdialogen en binnen de VN heeft Nederland zich ingespannen voor het ontwikkelen van normen voor verantwoord gedrag in de ruimte. Daarnaast speelde het ministerie een aanzienlijke rol in positiebepaling van Nederland in NAVO-onderhandelingen over Integrated Air & Missile Defence (IAMD) beleid en plannen.
Internationale aanpak digitale en hybride dreigingen
Nederland nam in 2025 een aanjagende rol aan in het tegengaan van hybride dreigingen, primair binnen de EU en NAVO, maar ook via het G7 Rapid Responsmechanisme. Nederland was daarnaast de drijvende kracht achter specifieke sancties onder het sanctieregime gericht op hybride acties vanuit Rusland.
Op het gebied van het tegengaan van digitale dreigingen heeft Nederland met een internationale coalitie (waaronder VS, VK, Duitsland en Frankrijk) cyberaanvallen op telecommunicatienetwerken door APT Salt Typhoon geattribueerd[GB1] [AV2] , ter verhoging van de (inter)nationale weerbaarheid tegen dergelijke cyberaanvallen. In EU-verband heeft Nederland een voortrekkersrol in het versterken van het handelingsvermogen van de EU om cyberdreigingen tegen te gaan, o.a. door middel van de inzet van sancties en publieke attributies. In NAVO-verband heeft Nederland op cyber ingezet op het coördineren van diplomatieke responses met bondgenoten, de implementatie van het NATO Integrated Cyber Defence Center ter bescherming van de netwerken van de NAVO en haar bondgenoten en deelname aan NAVO (cyber)oefeningen.
Het kabinet heeft EUR 10 mln bijgedragen aan de digitale weerbaarheid van Oekraïne. Ook heeft het kabinet zich actief ingezet Moldavië te helpen bij het adresseren van de Russische digitale dreiging. Nederland bouwde daarnaast aan coalities met belangrijke partnerlanden, middels bezoeken aan en ‘cyberconsultaties’ met Canada, Zuid-Korea, Japan, Singapore en landen op de Westelijke Balkan.
Mede dankzij actieve Nederlandse inzet, o.a. via de Freedom Online Coalition (FOC) nam de AVVN in december 2025 met consensus de resolutie over de World Summit on the Information Society+20 review aan, waarmee het multi-stakeholdermodel voor het beheer van het internet en digitale technologieën bevestigd is, het Internet Governance Forum een permanent mandaat krijgt en afspraken over mensenrechten online zijn versterkt.
Nederland zette zich in voor veilige, verantwoorde en democratisch verankerde AI door te werken aan het versterken van internationale partnerschappen om ons AI-ecosysteem te helpen groeien, de internationale risico’s van AI-ontwikkelingen aan te pakken en de kritieke afhankelijkheden van een beperkt aantal technologiebedrijven te verminderen.
Terroristische dreiging en ondermijnende criminaliteit
Op het gebied van grensoverschrijdende ondermijnende criminaliteit verstevigde Nederland de samenwerking met Latijns-Amerikaanse landen door plaatsing van een regionale veiligheidsadviseur in Costa Rica en liaisons van operationele partners (Douane, Politie, OM) in de regio, het sluiten van een douaneverdrag met Peru en nadere uitwerking van een MoU met Ecuador. Daarnaast startte Nederland samenwerking met West-Afrikaanse landen tijdens de drugsconferentie in Ghana, november 2025.
Nederland verstevigde de inzet op contraterrorisme via samenwerking in multilaterale fora; EU, VN, Anti ISIS Coalitie en Global Counter Terrorism Forum, en bouwde bijdragen via projecten in 2025 af. Nederland is, samen met Turkije, Koeweit en Interpol, co-voorzitter van de Terrorist Travel Working Group van de Anti ISIS Coalitie. Ingegeven door de taakstelling zijn de eerste drie stoelen die onderdeel waren van het Regionale Veiligheidsnetwerk opgeheven. Nederland had een voortrekkersrol op het gebied van terrorismesancties en heeft voorstellen gedaan om het EU terrorismesanctieregime (GS931) effectiever te maken; op voorstel van Nederland zijn de Allied Democratic Forces op de EU IS/AQ-lijst geplaatst; zijn voorstellen gedaan voor het listen van Hamas kopstukken onder het EU Hamas/PIJ-sanctieregime; zijn er trainingen gegeven over het maken van sanctiepakketten en expertsessies georganiseerd. Nederland heeft de nationale sanctielijst terrorisme herzien en bezwaarzaken afgewikkeld. Nederland heeft tot slot middels diplomatieke inzet geassisteerd bij de terugkeer van een terrorismeveroordeelde.
Europese Unie
Europa is van groot belang voor onze vrede, veiligheid, vrijheden en brede welvaart. Het kabinet heeft zich daarom opnieuw ingezet voor een sterke Unie van sterke lidstaten, met rechtsstatelijkheid en goed bestuur, economische convergentie en de Unie als geopolitieke speler als dwarsdoorsnijdende thema’s. Het kabinet heeft zich in dit jaar van geopolitieke instabiliteit en onzekerheid ingespannen voor effectieve Europese samenwerking en solidariteit voor een slagvaardige, weerbare en concurrerende Unie. De inzet van het kabinet was daarbij specifiek gericht op veiligheid en defensie, het Europese concurrentievermogen, het Meerjarig Financieel Kader (MFK), betere regelgeving en minder regeldruk, asiel en migratie, en het landbouwbeleid.
Strategische zelfstandigheidNederland heeft zich ingezet voor het versterken van het Europese concurrentievermogen. Zo heeft Nederland actief bijgedragen aan de totstandkoming van de interne markt actieagenda die de Europese Commissie dit jaar presenteerde. Ook heeft Nederland een actieve rol gehad in de omnibus-onderhandelingen ter vermindering van Europese regeldruk, en daarbij nauw samengewerkt met andere Europese lidstaten. Ten behoeve van het versterken van het Europese halfgeleiderecosysteem is onder leiding van Nederland de Semicon Coalition tot stand gekomen. Nederland heeft zich daarnaast stevig ingezet voor Europese initiatieven die bijdragen aan de versterking van de Europese defensie-industrie. Concrete resultaten hierin zijn de afronding van de Europese onderhandelingen over het European Defence Industry Programme en het Security Action for Europe financieringsinstrument. Ook heeft Nederland de leiding genomen in de uitwerking van de Priority Capability Area over drones- en counterdrones. Daarnaast heeft Nederland zich ingespannen voor de intensivering het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid. Een meer coherent EU buitenland beleid en betere besluitvorming waren daarbij de speerpunten.
Meerjarig Financieel Kader (MFK)In 2025 presenteerde de Europese Commissie haar voorstel voor het volgend MFK vanaf 2028. Dit was het startschot voor de onderhandelingen over de volgende meerjarenbegroting. Nederland zet zich in voor een Europese begroting die toekomstgericht en financieel verantwoord is. Het kabinet heeft in Brussel actief uitgedragen dat de Nederlandse EU-afdrachten van een acceptabel niveau moeten zijn en dat Nederland geen voorstander is van het aangaan van gemeenschappelijke schulden voor nieuwe Europese instrumenten.
RechtsstatelijkheidNederland heeft zich in 2025 succesvol ingezet om het EU rechtsstaatinstrumentarium verder te verbeteren. De nieuwe MFK-voorstellen van de Commissie bevatten daardoor versterkte rechtsstaat conditionaliteiten. In 2025 is ook voortdurend druk uitgeoefend op de Commissie om op basis van de bestaande instrumenten pas EU-middelen aan Hongarije vrij te geven als rechtsstaathervormingen zijn doorgevoerd. Nog altijd is daardoor 19 EUR mld. aan Hongarije EU-middelen geblokkeerd, waarvan EUR 2 mld. is vervallen. Verder is op Nederlands initiatief een verklaring opgezet over de Hongaarse anti-LHBTIQ+-wetswijzigingen (verbod Pride) die door 20 lidstaten werd ondertekend en heeft Nederland samen met twaalf andere lidstaten deelgenomen aan de behandeling bij het EU-Hof over de Hongaarse Soevereiniteitswetgeving. Mede door druk vanuit Nederland en op basis van moties uit de Kamer is de Commissie een inbreukprocedure tegen Slowakije gestart wegens een grondwetswijziging die de soevereiniteit over de nationale identiteit en cultureel ethische kwesties, en beperkingen voor lhbtiq+personen vastlegt. In 2026 zal Nederland zich ook voor versterkte rechtsstaatwaarborgen in de toetredingsverdragen voor nieuwe EU lidstaten inzetten.
MigratieNederland heeft zich actief ingezet voor een aanscherping van het EU asiel- en migratiebeleid. Nederland maakt deel uit van de kopgroep van EU-lidstaten die werken aan een strenger Europees asielbeleid. Binnen deze groep worden ook de verdragen en hun toepassing besproken. Nederland heeft zich actief ingezet voor een aanscherping van het EU asiel- en migratiebeleid en maakt [MB1] deel uit van de kopgroep van EU-lidstaten die werken aan een strenger Europees asielbeleid. Binnen deze groep worden ook de verdragen en hun toepassing besproken. Mede op aandringen van Nederland monitort de Commissie strikt de voortgang van de implementatie van het Asiel- en Migratiepact, is een Commissievoorstel gepubliceerd om bepaalde elementen versneld te implementeren en is een akkoord bereikt over het voorstel voor de solidariteitspool. Nederland heeft zich verder ingezet voor een versnelde terugkeerprocedure zonder extra administratieve lasten en voor de mogelijkheid tot het opzetten van terugkeerhubs. Dit heeft geleid tot een algemene oriëntatie van de Raad over het voorstel voor een terugkeerverordening. Ook is een politiek akkoord bereikt over de voorstellen voor de herziening van het veilig-derde-land-concept en de EU-lijst van veilige landen van herkomst. Met betrekking tot Oekraïense ontheemden is de richtlijn tijdelijke bescherming opnieuw verlengd tot maart 2027 en zijn Raadsaanbevelingen aangenomen over de overgang uit de tijdelijke bescherming. Nederland heeft daarnaast de EU-inzet gesteund om brede partnerschappen te implementeren en nieuwe partnerschappen te ontwikkelen met migratierelevante landen, zoals in 2025 met Jordanië. Tevens zet het kabinet stappen om de terugkeersamenwerking met Syrië te versterken. In mei 2025 besloot het kabinet om ambtsberichten niet meer actief openbaar te maken. Bestudering van een ACOI advies, rechterlijke uitspraken, de praktische uitwerking van het besluit en diverse Woo-verzoeken leidden tot een herbeoordeling van het eerdere besluit. Het kabinet besloot in september 2025 om algemene en thematische ambtsberichten weer actief te publiceren op rijksoverheid.nl.
Global GatewayIn het kader van de EU Global Gateway strategie heeft Nederland samen met Invest International en private partijen een aantal proposities voor grootschalige projecten ontwikkeld op het gebied van agrologistiek en hernieuwbare energie. Op de Lobito- en Northern corridors stelde de EU delegated cooperation financiering beschikbaar voor de Nederlandse projecten, ter waarde van 7 en 17 miljoen EUR. Op het groene waterstof project in Namibië wordt daarnaast met gezamenlijke EU en NL financiering aan stads- en havenontwikkeling gewerkt via Nederlandse organisaties (Havenbedrijf Rotterdam en VNG International). Invest International is voortaan het motorblok van de Nederlandse inzet op Global Gateway. Daarnaast is Nederland gestart met het organiseren van Team National, om tot nieuwe projectvoorstellen voor Global Gateway te komen.
Groene en digitale transities, voedselzekerheid, landbouw en natuurDe publicatie van de Clean Industrial Deal en de afronding van de klimaatonderhandelingen over het 2040 doel zijn positieve ontwikkelingen voor de groene groeiagenda van dit kabinet en een logische stap richting het Europese doel van klimaatneutraliteit in 2050. Voor wat betreft de digitale transitie stond het jaar in het teken van de nationale implementatie van de AI Act en de beïnvloeding van de digitale omnibus. Nederland is er niet in geslaagd verlenging te krijgen voor de derogatie-uitzondering. Wel is er mede dankzij Nederlandse inspanningen ingestemd met het RENURE-voorstel ten behoeve van duurzamer mestbeleid en efficiënter grondstoffengebruik. Ook beziet het kabinet het resultaat om geen extra claims op visvangsten (Haagse preferenties) op te nemen in de visserij vangstmogelijkheden voor 2026 positief.
UitbreidingNederland houdt bij EU-uitbreiding streng vast aan de eisen voor lidmaatschap, inclusief de Kopenhagen-criteria. Er worden geen concessies gedaan aan deze criteria. Hervormingen op het gebied van goed bestuur, transparantie en de rechtsstaat zijn belangrijk en waar mogelijk ondersteunt Nederland kandidaat-lidstaten daarbij. Kandidaat-lidstaten doorlopen het toetredingsproces op eigen tempo en merites, op basis van hervormingen. De integriteit van de interne markt dient daarbij te worden geborgd, onder meer door adequate naleving, toezicht en handhaving van het EU-acquis op alle beleidsterreinen. Ook aansluiting bij het EU Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid (GBVB), inclusief bij de sancties tegen Rusland, blijft een belangrijke voorwaarde. Nederland steunde kandidaat-lidstaten bij het voldoen aan de criteria, onder andere bij rechtsstaathervormingen en corruptiebestrijding. In 2025 werden verschillende stappen gezet op gebied van EU-uitbreiding. Zo zijn inmiddels alle onderhandelingsclusters met Albanië geopend, en werden 6 hoofdstukken met Montenegro onder voorbehoud gesloten. Ook stelde het kabinet zich constructief op in EU-toetredingsproces van Oekraïne en Moldavië, en geeft daarbij aan dat oneigenlijke bilaterale blokkades de geloofwaardigheid van het op merites gebaseerde uitbreidingsproces schaden. Verder benadrukt het kabinet dat de geldende uitbreidingsmethodologie en besluitvormingsprocedures in stand moeten worden gehouden. Dit betekent, in lijn met de motie-Van Campen (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2278) dat er geen formele besluitvormingsstappen overgeslagen kunnen worden en dat unanimiteit bij besluitvorming een vereiste blijft.
Sanctiebeleid
Nederland vervult een voortrekkersrol in de EU met voorstellen tot effectieve en innovatieve sancties ten aanzien van onze kernbelangen. Zo droeg Nederland bij aan het verhogen van de druk op het Russische oorlogsvoerende en verdienvermogen in 2025 in het 16e tot en met het 19e pakket. De mede door Nederland aangejaagde anti-omzeilingscampagne resulteerde in listings van entiteiten in een groot aantal landen, de aanpak van de schaduwvloot en outreach naar vlagstaten. Ook ten aanzien van Iran en Syrië speelde Nederland een actieve rol. De EU trof maatregelen naar aanleiding van Iraanse steun aan Rusland met UAV’s en raketten, tegen destabilisatie in het Midden-Oosten en werd de snap-back van kracht. Na de val van het Assad-regime werden de Syrië-sancties hervormd. Nederland droeg actief bij aan maatregelen tegen gewelddadige kolonisten, Hamas en de Houthi’s, evenals ten aanzien van Soedan. In januari 2025 presenteerde de minister van Buitenlandse Zaken een agenda voor versterking en harmonisatie van sanctienaleving binnen de EU tijdens een meerdaagse sanctie-nalevingsconferentie in Den Haag. Nationaal is de nalevingsstructuur versterkt door structureel aanvullende financiering voor o.a. Kustwacht, Douane, Kamer van Koophandel en het Centraal Meldpunt Sancties met EUR 36,5 miljoen structureel. In 2025 is de basis gelegd voor de oprichting van het Centraal Meldpunt Sancties (CMS). Het voorstel voor een nieuwe Sanctiewet is na verwerking van de consultatiereacties en de uitvoeringstoetsen voorgelegd aan respectievelijk de Autoriteit Persoonsgegevens en de Raad van State voor advisering.
Nederland als gastland
Om Nederland een aantrekkelijk gastland te laten zijn voor diplomatieke missies en internationale organisaties werkte het ministerie nauw samen met andere ministeries, gemeenten, uitvoeringsinstanties en veiligheidsorganisaties. Dit is essentieel voor het onderhouden van bilaterale betrekkingen en het bestendigen van de internationale reputatie van Nederland en het bevorderen van een goed functionerende internationale rechtsorde.
Internationaal cultuurbeleid
Nederland blijft investeren in cultuur als soft power, zowel in de bilaterale relaties als voor het bredere buitenlandbeleid. Zo droegen de Nederlandse culturele projecten tijdens Chemnitz Europese Culturele Hoofdstad bij aan het versterken van de sociale cohesie in de stad en aan de relatie van Nederland met de deelstaat Saksen. Ook versterkten culturele programma’s de relatie met de Verenigde Staten, zoals de afsluiting van het Future400 programma in New York.
Tijdens de wereldtentoonstelling in Osaka 2025 werd een geslaagde verbinding tussen cultuur en economie gerealiseerd. Een breed en divers cultureel programma, waaronder creatieve missies op het gebied van duurzaam design, mode, beeldende kunst en muziek bracht veel Japanse en Nederlandse makers bij elkaar. Deze inspanningen dragen bij aan een versterkte culturele samenwerking met Japan.
Het kabinet heeft tevens belangrijke teruggaven van koloniale collecties gerealiseerd. Voorbeelden hiervan zijn de Dubois-collectie aan Indonesië en de Benin Bronzen aan Nigeria, het eerste Afrikaanse land waarmee Nederland volgens het huidige teruggavebeleid heeft samengewerkt. Parallel aan deze projecten is ook samenwerking tussen erfgoed professionals, studenten en onderzoekers geïntensiveerd.
In aanloop naar de NAVO top in Den Haag werd, samen met het ministerie van Defensie, een seminargeorganiseerd over ‘Culture in Hybrid Warfare’ op het NAVO hoofdkwartier. Dit heeft als concreet resultaat opgeleverd dat de NAVO aandacht heeft voor aanvallen op cultuur als vorm van hybride oorlogsvoering.
Nederlanders Wereldwijd & Consulair
Met de uitrol van de nieuwe applicatie op alle aanvraaglocaties in 2025 is de digitalisering van het nationale Schengenvisumproces voltooid. De wacht- en doorlooptijden voor de behandeling van visumaanvragen bleven niet altijd binnen de gestelde termijnen van de EU Visumcode. Oorzaken waren de verder stijgende wereldwijde vraag naar visa en opstartproblemen bij de uitrol van de nieuwe applicatie.
Het visuminstrument is strategisch ingezet op Europees niveau. Mede op initiatief van Nederland heeft het Schengen visumcomité in 2025 besloten tot aanpassing van het Schengen cascademodel voor Indonesië en Turkije om efficiënter om te kunnen gaan met aanvragen van bonafide, frequente reizigers.
Voorts heeft Nederland zich in Brussel sterk gemaakt voor een beter en flexibeler visumopschortingsmechanisme. Daarnaast is Europese wetgeving aangenomen die het in meer situaties mogelijk maakt om het recht op visumvrij reizen naar de EU (in eerste instantie tijdelijk) in te trekken. In het verlengde hiervan is in 2025, mede op initiatief van Nederland, de visumfaciliteringsovereenkomst tussen de EU en Georgië gedeeltelijk opgeschort. Op grond hiervan heeft Nederland, in Benelux-verband de visumplicht ingesteld voor houders van een Georgisch diplomatiek, dienst- of officieel paspoort.
In 2025 speelden wereldwijd wederom meerdere crises waarbij Nederlanders in nood kwamen. Samen met het postennet werd hulp geboden middels repatriëring vanuit Israël en ondersteuning bij vertrek vanuit Gaza, Irak en Iran5. In 2025 werden verdere stappen gezet in de consulaire crisisgereedstelling. Ook werd de publiek-private samenwerking versterkt via een convenant met de reis- en verzekeringsbranche, en zijn er stappen gezet om bij repatriëring en evacuatie een financiële bijdrage van betrokkenen te kunnen innen6.
In 2025 is op 17 ambassades gestart met de digitalisering van het reisdocumentenproces waarbij het aanvraagproces op de posten en het beslisproces in de back-office digitaal konden worden afgehandeld. Dit heeft bijgedragen aan snellere en efficiëntere afhandeling van reisdocumenten.
In 2025 is een nieuwe doodstrafraamovereenkomst gesloten met partnerorganisatie Dutch&Detained voor juridische bijstand aan alle Nederlandse gedetineerden in het buitenland die de doodstraf riskeren7.
Postennet
In 2025 is binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken uitvoering gegeven aan de heroriëntatie van het postennet in het licht van de taakstelling en de veranderende geopolitieke context. Daarbij is het uitgangspunt bevestigd dat het postennet een essentiële rol vervult bij de behartiging van Nederlandse belangen op het terrein van veiligheid, economie, consulaire dienstverlening en politieke relaties. In dit kader is ingezet op een scherpere prioritering van landen en regio’s, een gerichtere inzet van capaciteit en een versterking van de samenhang tussen diplomatie, handel, hulp en veiligheid. In 2025 zijn de inhoudelijke en organisatorische voorbereidingen getroffen voor een herschikking van het postennet, waaronder het aangekondigde voornemen tot sluiting van een aantal ambassades en consulaten-generaal8. Tegelijkertijd is gestuurd op het borgen van kernfuncties, met name consulaire dienstverlening, economische diplomatie en politieke rapportage, en op een zorgvuldige afbouw en overdracht van werkzaamheden op ambassades en consulaten generaal die gaan sluiten.
Brede Welvaart
In 2023 publiceerde het CBS voor het eerst Factsheets Brede Welvaart bij alle departementale begrotingen. Brede welvaart gaat over de kwaliteit van leven in het hier en nu, en de mate waarin dit invloed heeft op de kwaliteit van leven later en van mensen elders in de wereld.
De Factsheets zijn geïntroduceerd naar aanleiding van een Kamerbrief (Kamerstuk 34298, nr. 37), die onder andere motie Hammelburg c.s. (Kamerstuk 35925, nr. 88) beantwoordde. Die motie vroeg om brede welvaart te integreren in de begrotingssystematiek, zoals in de Miljoenennota, begrotingen en jaarverslagen.
Dit jaar worden de Factsheets voor het eerst bij de jaarverslagen op Verantwoordingsdag gepubliceerd in plaats van bij de begrotingen op Prinsjesdag. Uit de indicatoren die horen bij de BZ-begroting zijn een aantal trends en recente ontwikkelingen te herleiden.
Vertrouwen in EUBijna de helft van de Nederlanders van 15 jaar of ouder had in 2024 vertrouwen in de Europese Unie (EU). Dat is meer dan het vertrouwen in de Tweede Kamer in 2024 (31,3 procent).
3.1 Realisatie periodieke rapportages/beleidsdoorlichtingen
Beleidsdoorlichtingen en Periodieke Rapportages voor Buitenlandse Zaken worden uitgevoerd door de Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie IOB. Tot 2019 zijn beleidsdoorlichtingen uitgevoerd per beleidsthema. In de periode 2019-2022 zijn beleidsdoorlichtingen uitgevoerd per begrotingsartikel. Sinds 2023 worden periodieke rapportages uitgevoerd per beleidsthema conform de Strategische Evaluatie Agenda.
Voor het meest recente overzicht van de programmering van periodieke rapportages / beleidsdoorlichtingen, zie het overzicht ingepland en uitgevoerd onderzoek op evaluaties.rijksfinancien.nl.
Voor de realisatie van deze en andere grote (evaluatie)onderzoeken, zie Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek.
Tabel 1 Realisatie Periodieke rapportages en beleidsdoorlichtingen
BD/PR
Thema
Artikel(en)
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Kamerstuk
PR
Versterkte internationale rechtsorde
1
X
31271-40
PR
Veiligheid en stabiliteit
2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 2.5
x
31271-38
BD
Wapenbeheersing, non-proliferatie
2.3
X
33694-38
BD
Europees nabuurschapsbeleid
2.5, 3.2
X
22112-2837
PR
Effectieve Europese Samenwerking
3
X
36600-V-71
BD
Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden
4.1, 4.2, 4.3, 1.3
X
31271-33
Periodieke rapportage Versterkte Internationale Rechtsorde – conclusies & aanbevelingen
Conclusies:
– Behaalde resultaten bestonden grotendeels uit uitkomsten van activiteiten die gericht waren op de korte termijn (outputniveau) en diplomatieke zichtbaarheid van Nederland. Er was minder aandacht voor middellange termijn effecten.
– Daarnaast was sprake van een kloof tussen de Nederlandse bijdrage aan aansprekende diplomatieke resultaten in multilaterale organisaties enerzijds en de daadwerkelijke uitvoering hiervan in de landenpraktijk anderzijds.
– De uitvoering van het bilaterale mensenrechtenbeleid was versnipperd over veel verschillende landen en thema’s (Nederland deed overal een beetje van alles). Deze versnippering heeft geleid tot een zware beheerlast en hoge operationele kosten in verhouding tot de gerealiseerde output (inefficiëntie). Dit was minder het geval bij de uitvoering van het beleid t.b.v. de internationale rechtsorde.
– De potentieel ondersteunende invloed van de factor ‘beleidssamenhang’ is beperkt gerealiseerd. Dit komt doordat de prioriteit die Nederland aan mensenrechten toekende in de samenwerking met andere landen in de praktijk selectief was en sterk afhankelijk van overige Nederlandse belangen.
– Samenwerking tussen Nederlandse diplomaten en maatschappelijke organisaties heeft de effectiviteit van het beleid positief beïnvloed. De versnipperde wijze waarop BZ maatschappelijke organisaties financierde beperkte echter de effectiviteit en efficiëntie van ingezette personele en financiële middelen.
– Actieve diplomatieke inspanningen op politiek en hoogambtelijk niveau bevorderden de effectiviteit van het beleid.
– De beschikbare personele capaciteit bleek ontoereikend voor het realiseren van de brede beleidsambities. Vooral de snelle personeelsroulatie heeft een belemmerende invloed gehad op de effectiviteit van de beleidsuitvoering. Daarnaast bleek mensenrechtenexpertise beperkt beschikbaar.
Aanbevelingen:
1) Verbeter de strategische aansturing van het beleid
a) Formuleer een duidelijk resultatenkader met realistische doelstellingen op middellange en langetermijn waarop gestuurd kan worden. b) Werk landenspecifieke doelstellingen (wat) en strategieën (hoe) uit. c) Stuur ambassades gerichter aan om de coherente uitvoering van internationale mensenrechtenrichtlijnen en de inzet van de bijbehorende instrumenten te bevorderen en te monitoren.
2) Verbeter de efficiëntie van ingezette middelen
a) Dring de versnipperde inzet van personele/financiële middelen terug. b) Breng focus aan door het aantal landen en thematische prioriteiten waarop Nederland inzet te beperken. c) Integreer verschillende fondsen met deels overlappende doelstellingen in één budget ‘Mensenrechten, Democratie en Internationale Rechtsorde.’
3) Veranker de inzet structureler en concreter in het buitenlandbeleid
a) Voorkom een selectieve aandacht voor mensenrechten. Bevorder de mensenrechtendoelen i.s.m. (inter)nationale partners vanuit de bredere betrekkingen die Nederland met landen onderhoudt. b) Integreer mensenrechten explicieter in migratieeovereenkomsten met andere landen (risicoanalyses, concrete indicatoren, onafhankelijke monitoring en transparantie). c) Agendeer mensenrechten jedens handelsmissies consequent bij de economische consultaties met autoriteiten van een land waar sprake is van grote risico’s op schending van mensenrechten. d) Versterk de samenhang tussen de beleidsinzet voor burgerlijke en politieke rechten (vanuit BZ) en sociaaleconomische rechten (vanuit Ontwikkelingshulp, OH). e) Versterk de samenwerking tussen directies en met andere departementen.
Periodieke rapportage Effectieve Europese Samenwerking (art. 3 BZ)
Conclusies
Vergeleken met andere lidstaten had Nederland de afgelopen jaren veel invloed in de EU. Dit kwam met name door:
– Gedegen inbreng vanuit vakinhoudelijke kennis en ervaring.
– Actieve en verbindende rol in effectieve coalities; actief benaderen van nieuwe samenwerkingspartners.
– Het opereren van de minister-president op het hoogste EU-politieke niveau.
– Een sterke Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de EU in Brussel.
Aanbevelingen
Om de invloedpositie vast te houden of te versterken moet Nederland:
1. Het bewustzijn en de kennis van de EU als vierde bestuurslaag vergroten.
2. Investeren in netwerken en relaties in eigen land en binnen de EU.
3. Inzetten op meer proactieve politieke en ambtelijke sturing.
3.2 Openbaarheidsparagraaf
Een Open Overheid maakt informatie openbaar waar dat kan en houdt deze vertrouwelijk waar nodig. Met openbaarmaking leggen we beleidskeuzes uit en dragen we bij aan verantwoording aan de Kamer en maatschappij. Echter verhoudt een belangrijk deel van het werk van BZ zich niet goed tot openbaarheid. De belangen die beschermd worden met het vertrouwelijk houden van informatie wegen vaak zwaarder dan openbaarheid van die informatie voor eenieder. Voor BZ betekent Open Overheid dus geen radicale openbaarmaking. Anno 2026 is het ook goed uitlegbaar waarom niet alle informatie openbaar wordt. Daar is het ministerie transparant over. BZ staat intern en extern voor zowel het algemeen belang van openbaarmaking als het algemeen belang van het niet openbaar maken voor eenieder van informatie die vertrouwelijk moet blijven.
Openbaarmaking op verzoek:
Van alle wetten over openheid en transparantie vraagt de Woo verreweg het meest van de organisatie. In 2025 zijn 227 Woo-verzoeken afgerond. Dit is een stijging van 57% in vergelijking met 2024. Tegelijkertijd is de doorlooptijd van WOO-verzoeken verkort naar gemiddeld 84 dagen, in 2024 was dit nog 128 dagen. De versnelling is onder andere bereikt door frequenter en laagdrempeliger contact met verzoekers. Dit leidde tot meer gespecificeerde verzoeken. Versnelling is ook behaald door procesoptimalisatie, in de samenwerking met beleidsdirecties en door technologische innovatie. In 2025 heeft het ministerie een Woo-Verzoeken Volgsysteem in gebruik genomen. Registratie, monitoring en verantwoording is daardoor makkelijker en sneller geworden. In 2024 deed BZ 14% van de WOO-verzoeken af binnen de wettelijke termijn, in 2025 steeg dat percentage naar 44%.
Actieve (verplichte) openbaarmaking:
Ondanks vertraging in de verplichte openbaarmaking van de zeven Woo-informatiecategorieën uit tranche 2, voldoet het ministerie met bestaande publicaties al aan de verplichting. Voor de latere tranche 3 en 4 zijn procedures opgezet voor openbaarmaking van de categorieën Klachtoordelen en Subsidieverplichtingen.
Proactieve openbaarmaking via inspanningsplicht:
Voor de inspanningsplicht bij actieve openbaarmaking zijn goede voorbeelden binnen het ministerie geïnventariseerd van wat BZ al doet en extra kan doen. Met onder andere de Nederlandse Hulp voor Oekraïne en de Economische reisagenda is in 2025 proactief betekenisvolle informatie openbaar gemaakt.
3.3 Focusonderwerp: Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld
De selectie van (beleids)doelen en risico’s is gecoördineerd via twee aanvliegroutes. Er is enerzijds een analyse gemaakt van de grootste uitgaven vanuit de begroting en anderzijds is gekeken naar interne risico analyses. Zodoende zijn drie concrete, budgettair omvangrijke en/of strategisch belangrijke (beleids)programma’s geïdentificeerd «die uit de verantwoording 2025 als hoog risico voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld naar voren komen«. Voor de begroting voor Buitenlandse Zaken betreft het de volgende onderwerpen:
– EU, omdat het beleidsdoel het financieren is van de Nederlandse afdrachten aan de Europese begroting, waaruit EU-beleid met EU-toegevoegde waarde wordt gefinancierd.
– Consulair, omdat de groei naar consulaire dienstverlening, in combinatie met de taakstellingsopgave, vraagt om efficiënter en soms creatiever werken. Zoals genoemd in de Staat van het Consulaire 2025 is daarbij ruimte nodig voor innovatie, digitalisering en samenwerking met partners.
– Cybersecurity, omdat de dreiging op de informatie van BZ onverminderd hoog blijft. Naast traditionele spionage richt deze dreiging zich ook op het verstoren van kritieke processen. Het is daarom van belang dat BZ haar cyberweerstand op een hoog niveau houdt, hetgeen evenzeer geldt voor haar dienstverleners.
– Budgettair risico bij sancties tegen het ISH, omdat internationale sanctiemaatregelen tegen het Internationaal Strafhof kunnen leiden tot financiële en operationele verstoringen, met mogelijke budgettaire consequenties voor Nederland als gastland.
EU
Een belangrijk risico voor het behalen van deze doelstelling is dat de raming van de afdrachten aan de EU-begroting vanaf 2028 met onzekerheden is omgeven. Dit hangt samen met de lopende onderhandelingen over het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) voor de periode 2028–2034 en het Eigenmiddelenbesluit (EMB), waarin de omvang van de EU-begroting en de wijze van financiering door de lidstaten worden vastgelegd. Daarnaast vormt voor de middelen die Nederland heeft ontvangen uit de Europese Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF) het risico dat mijlpalen en doelstellingen niet worden behaald, wat kan leiden tot budgettaire tegenvallers die binnen de vastgestelde uitgavenplafonds moeten worden opgevangen.
Het departement ondervangt deze risico’s door versterkte interne beheersing van het EU-afdrachtenproces. Naar aanleiding van een PwC-onderzoek in september 2021 zijn risico’s in samenwerking met het Ministerie van Financiën in control gebracht via het Convenant EU-afdrachten, waarin werkafspraken en taakverdeling zijn vastgelegd, en door het beheersen van de keten via reguliere overleggen tussen ketenpartners. De risico’s voor de Nederlandse afdrachten aan de EU worden als garantieverplichting verantwoord op de begroting van het Ministerie van Financiën onder artikel 4 (Internationale financiële betrekkingen), uitgesplitst naar de instrumenten waarmee de Europese Commissie namens de Unie middelen kan lenen. Met betrekking tot het HVF vindt regelmatig overleg plaats tussen het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Financiën, waarbij het Ministerie van Financiën rijksbreed verantwoordelijk is voor het verantwoordingsproces.
In 2025 zijn driemaandelijkse controles geïmplementeerd op de aansluiting tussen verschillende informatiebronnen op het gebied van EU-afdrachten en is een plan opgesteld voor de jaarafsluiting 2025. Deze maatregelen hebben vooralsnog geleid tot een beter gevoel van ‘in control’.
Consulair
Een belangrijk risico voor het behalen van deze doelstelling is dat digitalisering mogelijk niet snel genoeg aansluit bij de behoeften van de klant en ontwikkelingen binnen het domein. Zo zijn er momenteel nog geen mogelijkheden om veilig online een identiteit vast te stellen en vingerafdrukken af te geven ter vervanging van de fysieke verschijningsplicht, wat de toegankelijkheid van de dienstverlening kan beperken.BZ ondervangt deze risico’s door in te zetten op digitalisering via online selfservice-opties en digitale werkmiddelen, het vergroten van efficiëntie door samenwerking met partners en procesoptimalisatie, en door burgers beter te informeren over verwachtingen en eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast wordt innovatie verkend, onder meer door het onderzoeken van A.I.-oplossingen ter ondersteuning van medewerkers, en wordt ingezet op tijdige werving en training van nieuwe medewerkers.In 2025 zijn reeds maatregelen geïmplementeerd, waaronder verbetering van de informatievoorziening via reisadviezen en informatieservices, de inzet van A.I. en digitale tools ter ondersteuning van medewerkers en onderzoek naar het doorberekenen van kosten bij evacuaties en repatriëringen. Dit heeft geleid tot een groter gebruik en betere toegankelijkheid van digitale diensten zoals DigiD, versterkte publiek-private samenwerking bij crises, onder meer via het Raamconvenant voor Bijzondere Bijstand Buitenland, en een verduidelijkte inzet van BZ bij consulaire crises.
Cybersecurity
Het belangrijkste risico voor het behalen van deze doelstelling betreft kwetsbaarheden in de keten van IT-leveranciers. Bij exploitatie vormen deze kwetsbaarheden een bedreiging voor de continuïteit en/of de integriteit van de informatievoorziening, met mogelijke gevolgen voor de uitvoering van kritieke processen.BZ ondervangt dit risico met een gerichte aanpak, waarmee gestructureerd opvolging wordt gegeven aan de diverse risico’s op het gebied van informatiebeveiliging.In het najaar van 2025 is een op de problematiek toegespitst verbeterprogramma gestart. Samen met de leverancier worden urgente beveiligingskwesties teruggedrongen en wordt geïnvesteerd in de regie op de (informatiebeveiliging van) IT-dienstverleners.
Budgettair risico bij sancties tegen het ISH
Het Internationaal Strafhof (ISH) is een cruciale organisatie in de strijd tegen straffeloosheid wereldwijd. Als gastland van het ISH heeft het Koninkrijk der Nederlanden specifieke verplichtingen onder het Zetelverdrag om het functioneren van het ISH te faciliteren.
In 2025 zijn door de VS sancties opgelegd tegen negen ambtsdragers van het ISH en een verdere toename van de sanctiedruk is niet uitgesloten. Het is aan de Vergadering van verdragspartijen (Assembly of States Parties, ASP) om de financiële gevolgen van sancties op te vangen. De ASP stelt jaarlijks de begroting van het ISH vast, waarna de verplichte contributie per verdragspartij wordt berekend. De Nederlandse contributie wordt overgemaakt door BZ (voor 2026: EUR 5.316.411). Om de financiële impact van eventuele nieuwe sancties op te vangen kan het ISH in 2026 naast het reguliere budget ook het Contingency Fund gebruiken. Deze buffer is door de ASP verhoogd van EUR 5,4 miljoen naar EUR 10 miljoen.
Het risico bestaat evenwel dat in gevallen van financiële tekorten veroorzaakt door sancties, Nederland zich genoodzaakt zal zien om tijdelijk specifieke kosten van het ISH op te vangen. Omdat het onduidelijk is of en hoe een dergelijk scenario zich gaat ontvouwen, is de omvang van deze mogelijke kostenposten moeilijk in te schatten.
3.4 Onderuitputting
In 2025 was sprake van onderuitputting op artikel 6: Nog onverdeeld (HGIS) van de BZ-begroting. De middelen op dit artikel hadden geen bestemming. Het is immers een onverdeeld artikel. Aan het einde van het jaar valt het bedrag op artikel 6 vrij binnen de HGIS en wordt het via de eindejaarsmarge van de HGIS opgevraagd in de volgende jaren.
Tabel 2 Onderuitputting in 2025
Uitputting in 2025
Bedrag in duizenden euro's
Als percentage van de vastgestelde ontwerpbegroting 2025 (met 1 decimaal achter de komma)
Artikel 6: Nog Onverdeeld (HGIS)
‒ 11.002
‒ 0,1
3.5 Overzicht risicoregelingen
Tabel 3 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)
Art.
Omschrijving
2024
Verleend 2025
Vervallen 2025
2025
Garantieplafond
Totaal plafond
Totaalstand risicovoorziening
Artikel 3 (Effectieve Europese Samenwerking)
Raad van Europa
287.446
0
0
287.446
0
287.446
0
Totaal
287.446
0
0
287.446
0
287.446
0
Ontwikkelingsbank van de Raad van EuropaDe garanties voor de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa (CEB) zijn vastgesteld in EUR. De CEB is onderworpen aan het gezag van de Raad van Europa. De CEB is in 1956 opgericht met het doel hulp te bieden bij het oplossen van sociale problemen waarmee Europese landen worden of kunnen worden geconfronteerd als gevolg van de aanwezigheid van vluchtelingen of andere stromen van migranten. De CEB heeft inmiddels een uitgebreider sociaal mandaat en richt zich op het verstrekken van projectfinanciering aan overheden, o.a. gericht op de sectoren: gezondheidszorg, microfinanciering, MKB-financiering, onderwijs, milieubescherming, sociale en betaalbare woningbouw en regionale ontwikkeling. Hierbij richt de CEB zich nog steeds primair op het helpen van kwetsbare doelgroepen. Het vermogen van de CEB is opgebouwd uit bijdragen van lidstaten, i.e. aandeelhouders. Het Nederlandse stemaandeel binnen de CEB bedraagt 3,669%. Op 31 december 2025 bedroeg het totale Nederlandse bijdrage aan CEB kapitaal EUR 353.082.000, waarvan EUR 58.374.638 inbetaald en EUR 287.446.434 oproepbaar kapitaal. Het nog niet volgestorte deel bedraagt EUR 7.260.928.
4. Beleidsartikelen
4.1 Artikel 1 Versterkte internationale rechtsorde
A. Algemene doelstelling
Het bevorderen van een goed functionerende internationale rechtsorde inclusief gastlandbeleid, met een blijvende inzet op mensenrechten, als integraal onderdeel van het buitenlandbeleid. Een sterke rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten maken de wereld stabieler, veiliger, vrijer en welvarender. Dit vereist goed functionerende internationale instellingen en organisaties met een breed draagvlak en voortdurende inzet tegen straffeloosheid. De positie van Nederland als gastland voor Internationale Organisaties (IO’s) en diplomatieke missies, in het bijzonder organisaties met een mandaat op het gebied van vrede en recht, biedt een goed uitgangspunt voor de bevordering van de ontwikkeling van internationale rechtsorde. Deze rechtsorde is onlosmakelijk verbonden met universele mensenrechten. De bevordering van mensenrechten is een kernelement van het Nederlands buitenlandbeleid.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De regering zet zich concreet in voor de volgende prioritaire thema’s: vrijheid van meningsuiting (off- en online), de vrijheid van religie en levensovertuiging, gelijke rechten voor vrouwen en meisjes, mensenrechtenverdedigers, gelijke rechten voor lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgender, intersekse en queer personen, en de strijd tegen straffeloosheid voor de meest grove mensenrechtenschendingen. Daarnaast heeft Nederland de verantwoordelijkheid de in Nederland gevestigde instellingen te ondersteunen opdat deze onafhankelijk, veilig en efficiënt kunnen functioneren.
De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor:
Stimuleren
– Van een effectief stelsel van internationale organisaties, inclusief financiële bijdrage, om een stabiele internationale omgeving te scheppen en de internationale rechtsorde te versterken.
– Van een betere mensenrechtensituatie mede door het financieren en uitvoeren van projecten via bilaterale en multilaterale kanalen ter bevordering van prioritaire mensenrechtenthema’s.
– Van de internationaal toonaangevende positie van Nederland als gastland voor IO’s door het bijdragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor IO’s, alsmede voor het gastlandbeleid ten aanzien van in Nederland gevestigde diplomatieke missies.
Regisseren
– Interdepartementale coördinatie ten behoeve van een coherente en consistente Nederlandse inzet in internationale organisaties ter bevordering van de internationale rechtsorde en mensenrechten.
– Waarborgen van nauwe rijksbrede samenwerking bij de uitvoering van gastlandbeleid, inclusief de uitvoering van zetelverdragen; waarborgen van eenduidige en heldere communicatie vanuit de Rijksoverheid met IO’s en diplomatieke missies.
Financieren
– Bijdragen ten behoeve van goed functionerende internationale instellingen.
– Bijdragen ter bescherming en bevordering van mensenrechten.
– Bijdragen ten behoeve van goed functioneren van in Nederland gevestigde IO’s en diplomatieke missies en aan de internationale zichtbaarheid van Nederland als gastland van IO’s.
C. Beleidsconclusies
GastlandbeleidHet ontwikkelde en uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten in 2025 waren conform de verwachtingen zoals opgenomen in de BZ-begroting.
Internationale rechtsordeDoor de diplomatieke en financiële ondersteuning van twee nieuwe Oekraïne-accountability organisaties (ICPA9en Schaderegister) en het vastleggen van meerjarige financiering t.b.v. het compensatiemechanisme versterkt Nederland zijn positie als gastland voor organisaties met een mandaat op het gebied van vrede en recht en draagt Nederland daarmee bij aan de bevordering van de internationale rechtsorde.
MensenrechtenNederland gaf invulling aan de prioriteiten van de beleidsnota Mensenrechten, Democratie en Internationale Rechtsorde en zich internationaal succesvol ingezet voor onder meer de verlenging van de mandaten van de Speciaal Rapporteur voor Rusland, de Fact Finding Mission Sudan en de Commission of Inquiry voor Syrië. Het Mensenrechtenfonds werd heringericht met minder landen en meer strategische focus, met voortzetting van de vijf mensenrechtenprioriteiten10.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 1 Versterkte internationale rechtsorde (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
113.861
261.584
122.419
100.729
121.787
126.008
‒ 4.221
Uitgaven
126.399
139.797
154.776
148.688
129.426
122.033
7.393
1.1
Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak
51.060
54.524
77.390
61.587
57.128
56.735
393
Subsidies (regelingen)
3.894
1.086
2.169
2.972
912
1.550
‒ 638
Internationaal recht
3.894
1.086
2.169
1.479
912
1.550
‒ 638
Accountability Oekraïne
0
0
0
1.493
0
0
0
Opdrachten
1.034
3.118
1.062
1.518
45
0
45
Verenigde Naties
1.034
0
0
0
0
0
0
Internationaal recht
0
3.118
1.062
1.518
45
0
45
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
46.132
50.320
74.159
57.097
56.171
55.185
986
Verenigde Naties
34.065
33.650
38.268
40.134
39.592
40.000
‒ 408
OESO
7.423
7.543
13.958
2.513
8.792
7.535
1.257
Internationaal Strafhof
4.644
6.166
4.600
5.479
5.316
4.650
666
Internationaal recht
0
2.961
17.333
2.218
2.471
3.000
‒ 529
Accountability Oekraïne
0
0
0
6.753
0
0
0
1.2
Bescherming en bevordering van mensenrechten
62.853
68.850
68.143
67.968
55.923
51.903
4.020
Subsidies (regelingen)
19.788
23.941
21.242
22.100
19.923
17.152
2.771
Mensenrechtenfonds
19.788
23.941
21.242
22.100
19.923
17.152
2.771
Opdrachten
0
0
0
0
38
0
38
Mensenrechtenfonds
0
0
0
0
38
0
38
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
43.065
44.909
46.901
45.868
35.962
34.751
1.211
Mensenrechtenfonds
29.560
32.794
36.091
36.194
27.012
27.251
‒ 239
Mensenrechten multilateraal
13.505
12.115
10.810
9.674
8.950
7.500
1.450
1.3
Gastandbeleid internationale organisaties
12.486
16.423
9.243
19.133
16.375
13.395
2.980
Subsidies (regelingen)
7.313
7.570
6.053
7.291
14.669
7.130
7.539
Carnegiestichting
7.313
7.570
6.053
7.291
7.049
7.130
‒ 81
Vredespaleis
0
0
0
0
7.620
0
7.620
Leningen
0
0
0
0
700
0
700
Internationaal Strafhof
0
0
0
0
700
0
700
Opdrachten
0
0
0
0
86
0
86
Nederland Gastland
0
0
0
0
86
0
86
Bijdrage aan agentschappen
1.356
6.513
110
10.005
193
4.550
‒ 4.357
Vredespaleis
1.356
6.513
110
10.005
4
4.550
‒ 4.546
Nederland Gastland
0
0
0
0
189
0
189
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
3.817
2.340
3.080
1.837
727
1.715
‒ 988
Internationaal Strafhof
988
901
861
772
0
725
‒ 725
Speciaal Tribunaal Libanon
2.330
815
1.489
0
0
0
0
Nederland Gastland
499
624
730
1.065
727
990
‒ 263
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
E. Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
De verplichtingenrealisatie van artikel 1 valt in 2025 lager uit dan de vastgestelde begrotingsstand met EUR 4,2 miljoen. Het verplichtingenbudget is tijdens de tweede suppletoire begroting opgehoogd om het Meerjarig Onderhouds Plan van het Vredespaleis te kunnen financieren. Tegelijkertijd is het verplichtingenbudget met circa EUR 8 miljoen verlaagd omdat er voor strategische redenen is gekozen om het contract met OHCHR te verlengen met nog maar 1 jaar in plaats van meerjarig. Dit is ook gemeld in de tweede suppletoire begroting.
Uitgaven
Artikelonderdeel 1.1
Zoals gemeld in de eerste suppletoire begroting zijn een aantal verplichte contributies aan internationale organisaties gestegen. Dit heeft ervoor gezorgt dat de contributies aan de OESO en het Internationaal Strafhof hoger waren dan gemeld in de vastgestelde begroting 2025. Ten tijde van de eerste suppletoire begroting werd er rekening gehouden met een forsere stijging van verplichte contributies aan internationale organisaties. Uiteindelijk viel deze stijging mee en kan er in de tweede suppletoire begroting een verlaging gevonden worden van EUR 1,9 miljoen op het eerder verhoogde budget van EUR 2,9 miljoen. De voornaamste reden dat de bijdrage aan internationale organisaties uiteindelijk minder sterk is gestegen dan in de eerste suppletoire begroting was gemeld, is omdat de bijdrage aan de OESO bijna EUR 0,9 miljoen lager is uitgevallen dan verwacht. Hiernaast werd er ten tijde van de eerste suppletoire begroting nog gemeld dat de contributie aan de VN licht zou stijgen, maar uiteindelijk viel de totale contributie EUR 0,4 miljoen lager uit door een voordelige wisselkoers.
Artikelonderdeel 1.2
De realisatie voor de bescherming en bevordering van mensenrechten valt EUR 4 miljoen hoger uit dan gemeld in de vastgestelde begroting 2025. Dit is toegelicht in de tweede suppletoire begroting. Een groot aandeel van deze ophoging, namelijk EUR 1 miljoen, komt door een toezegging van de minister in de Tweede Kamer, vastgelegd op 14 februari 2025, voor een extra bijdrage aan OHCHR in de Palestijnse Gebieden. Hiernaast heeft er een overboeking plaatsgevonden van EUR 2,1 miljoen vanuit de asiel middelen van de BHO begroting naar de BZ begroting voor het mensenrechtenfonds. Deze overboeking was nodig om de ODA bezuiniging op het mensenrechtenfonds te beperken en heeft ook bijgedragen aan de BHO doelstellingen.
Artikelonderdeel 1.3
Het budget voor gastlandbeleid internationale organisaties is met EUR 3,0 miljoen verhoogd ten aanzien van de vastgestelde begroting 2025. In de eerste suppletoire begroting heeft eerst een technische wijziging plaatsgevonden waarbij de structurele mutatie van EUR 4,55 miljoen is verplaatst van het instrument Bijdrage aan agentschappen naar het instrument Subsidies (regelingen). Aangezien het om een interne overheveling van budgetten binnen het eigen subartikel gaat, leidt dit per saldo niet tot een wijziging van het totale budget. Tijdens de suppletoire begroting september heeft er een kasschuif van 2029 naar 2025 plaatsgevonden van ongeveer EUR 3,4 miljoen ten behoeve van het Vredespaleis. Deze kasschuif was nodig omdat de kosten van het noodzakelijke onderhoud hoger waren dan initieel geraamd. Ten tijde van de tweede suppletoire begroting zijn de uitgaven voor inhuur van het Vredespaleis, in totaal EUR 0,3 miljoen, overgeheveld naar artikel 7. Hierdoor bedraagt de totale ophoging van het budget voor het Vredespaleis circa EUR 3,1 miljoen.
4.2 Artikel 2 Veiligheid en stabiliteit
A. Algemene doelstelling
Het bevorderen van de Nederlandse en internationale veiligheid en stabiliteit door doelgerichte bilaterale en multilaterale samenwerking en het bevorderen van democratische transitie in prioritaire gebieden, vooral in de ring rond Europa en het Koninkrijk. Veiligheid is geen vanzelfsprekendheid. De internationale omgeving verandert snel en ingrijpend. Wat er in de wereld om ons heen gebeurt, heeft direct gevolgen voor onze eigen veiligheid en voor onze welvaart. Veel van de grensoverschrijdende dreigingen waaraan Nederland bloot staat, zijn van een dusdanige omvang en complexiteit dat een geïntegreerde aanpak en samenwerking in internationaal verband geboden is. Voorbeelden zijn de proliferatie van massavernietigingswapens, terrorisme en gewelddadig extremisme, ongewenste buitenlandse inmenging door statelijke actoren, grensoverschrijdende, georganiseerde criminaliteit en cyberdreigingen.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De basis voor de inzet van het kabinet op nationale veiligheid ligt besloten in de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden (Veiligheidsstrategie). Hierin worden de strategische doelstellingen voor de periode van 2023 tot 2029 uiteengezet. De Veiligheidsstrategie combineert de interne en externe dimensie van veiligheid. De minister van Buitenlandse Zaken geeft invulling aan de internationale dimensie van de Veiligheidsstrategie.
De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor:
StimulerenBevorderen en bewaken van de coherentie en consistentie van de Nederlandse inzet in bilateraal en multilateraal verband gericht op grotere veiligheid en duurzame stabiliteit, onder andere door:
– Nederlandse bijdragen in het kader van de EU, de VN, de NAVO en de OVSE.
– Deelname aan ad hoc coalities zoals het Non-Proliferation and Disarmament Initiative (NPDI) en de Friends of the CTBT (Alomvattend Kernstopverdrag).
– Een vooraanstaande rol spelen op het gebied van de versterking van het internationaalrechtelijk en normatief kader betreffende cyberspace, door middel van activiteiten gericht op zowel capaciteitsopbouw als op internationale consultatie.
– De Nederlandse actieve rol binnen het Global Counter Terrorist Forum en de Global Coalition to Counter/Defeat ISIS.
– Preventie aan de bron, door in risicolanden samenwerking te zoeken om de dreiging van radicalisering, gewelddadig extremisme en terrorisme te verminderen.
– Grote inzet op fysieke veiligheid van burgers via het Nederlandse humanitair ontmijnen en clustermunitie programma.
– De veiligheidsbehoeftes van de bevolking centraal te stellen onder andere door conflictpreventie-benadering (Early Warning & Early Action), en het benadrukken van accountability en good governance via Security Sector Reform (SSR) programma’s.
– Deelname aan crisisbeheersingsoperaties in multilateraal verband en inzet voor verbetering van de effectiviteit van deze operaties
Regisseren
– Artikel 100-procedures ter voorbereiding van besluitvorming betreffende wereldwijde inzet van de krijgsmacht in crisisbeheersingsoperaties conform het Toetsingskader 2014, in nauwe afstemming met de Minister van Defensie, de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Minister van Justitie en Veiligheid.
– De toepassing van terrorismesancties/Sanctieregeling 2007 als onderdeel van het sanctiebeleid, uitgevoerd in overeenstemming met de ministers van Financiën en Justitie en Veiligheid.
– In het kader van een zorgvuldig en transparant wapenexportbeleid draagt de Minister van Buitenlandse Zaken verantwoordelijkheid voor de buitenlandpolitieke toetsing van Nederlandse vergunningaanvragen voor wapenexporten. De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is eindverantwoordelijk voor het afgeven van de wapenexportvergunningen.
Financieren
– Bijdragen aan goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid, waaronder aan de NAVO.
– Bijdragen ter bestrijding en terugdringing van internationaal terrorisme en andere vormen van grensoverschrijdende georganisserde criminaliteit, waaronder aan het International Centre for Counter-Terrorism, het Global Counter Terrorism Forum en de Regionale Veiligheidscoördinatoren binnen het BZ postennet.
– Bijdragen ter bevordering van ontwapening en wapenbeheersing en bestrijding van proliferatie van massavernietigingswapens, waaronder aan het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) en de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW).
– Bijdragen ter bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband vanuit het Budget Internationale Veiligheid, in samenspraak met de Minister van Defensie, de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister voor BHO, waaronder bijdragen aan crisisbeheersingsoperaties van de VN, de EU, de NAVO en de OVSE en flankerende activiteiten gefinancierd uit het Stabiliteitsfonds.
– Bijdragen ter bevordering van transitie in prioritaire gebieden, met name in de ring rond Europa via het in 2016 ingestelde Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP). Het NFRP bestaat uit het programma voor Maatschappelijke Transformatie (MATRA), gericht op (Zuid)Oost-Europa, en het Shiraka-programma, gericht op de Arabische regio. Ook vanuit het Stabiliteitsfonds worden programma’s in een aantal landen in deze regio’s gefinancierd.
– Bijdragen aan conflictpreventie via uitvoering Early Warning & Early Action beleid, mede gefinancierd vanuit het Stabiliteitsfonds. – Bijdragen aan normstelling en internationaal recht, bevordering van mensenrechten en capaciteitsopbouw in cyberspace.
– Bijdrage aan de fysieke veiligheid van mensen via meerjarig humanitair ontmijnen en clustermunitieprogramma.
– Bijdragen aan Security Sector Reform (SSR) programma’s ter bevordering van effectiviteit, legitimiteit, oversight en accountability van veiligheidsactoren vanuit het Stabiliteitsfonds.
– Bijdragen aan (NGO/Arms Trade Treaty (ATT)) programma’s, die regulering en transparantie van de internationale wapenhandel bevorderen.
C. Beleidsconclusies
NAVO-topZoals gemeld in de tweede suppletoire begroting, is de realisatie voor bondgenootschappelijke veiligheid hoger dan gemeld in de vastgestelde begroting 2025. Dit is met name het gevolg van hogere kosten voor de NAVO-top.
MATRAConform de doelstellingen is met het NFRP MATRA-programma effectief ingezet op het versterken van democratie en rechtsstaat in (potentieel) kandidaat-lidstaten en landen van het Oostelijk Partnerschap. Daarnaast is via European Delegated Cooperation in 2025 onder meer de inzet gecontinueerd op een project omtrent het doorlichten van rechters in Moldavië. Deelname aan het MATRA Rule of Law trainingsprogramma door Georgische overheidsfunctionarissen is tot nader order opgeschort. Dankzij een flexibelere toepassing van het MATRA-beleidskader is de steun aan het maatschappelijk middenveld in Georgië voortgezet.11
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 2 Veiligheid en stabiliteit (bedragen x € 1.000) Uitsplitsing ontvangsten
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
220.289
259.524
317.139
280.009
418.401
307.807
110.594
Uitgaven
226.178
266.588
337.879
274.215
367.835
344.564
23.271
2.1
Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid
13.504
15.688
92.826
37.518
75.295
61.208
14.087
Subsidies (regelingen)
563
576
564
586
5.987
690
5.297
Atlantische Commissie
563
576
564
586
913
690
223
Veiligheidsfonds
0
0
0
0
5.074
0
5.074
Opdrachten
0
0
0
13.592
49.626
38.900
10.726
NAVO-top Nederland 2025
0
0
0
13.592
49.626
38.900
10.726
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
12.941
15.112
92.262
23.340
19.682
21.618
‒ 1.936
NAVO
8.714
10.102
12.746
14.224
16.549
15.200
1.349
WEU
651
750
793
829
782
690
92
Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid
2.136
2.333
2.170
2.507
616
2.428
‒ 1.812
Veiligheidsfonds
1.440
1.927
1.553
5.780
1.735
3.300
‒ 1.565
NAVO Ukraine Comprehensive Assistance Package (UCAP) TF
0
0
75.000
0
0
0
0
2.2
Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme
12.135
16.876
15.916
18.095
5.990
6.552
‒ 562
Subsidies (regelingen)
7.365
6.975
10.679
11.462
5.012
5.052
‒ 40
Anti-terrorisme instituut
877
744
819
629
398
500
‒ 102
Contra-terrorisme
4.991
4.204
4.733
5.415
2.248
1.270
978
Cyber security
1.497
2.027
3.371
3.382
1.585
3.032
‒ 1.447
Global Forum on Cyber Expertise
0
0
1.756
2.036
781
250
531
Opdrachten
1.091
1.695
0
0
0
0
0
Global Forum on Cyber Expertise
1.018
1.695
0
0
0
0
0
Contra-terrorisme
73
0
0
0
0
0
0
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
3.679
8.206
5.237
6.633
978
1.500
‒ 522
Contra-terrorisme
2.650
5.023
1.963
2.733
262
180
82
Cyber security
1.029
3.183
3.274
3.900
716
1.320
‒ 604
2.3
Wapenbeheersing
9.199
13.386
14.917
13.018
10.632
11.349
‒ 717
Opdrachten
0
4.114
2.522
1.898
704
197
507
OPCW en andere ontwapeningsorganisaties
0
389
339
1.129
582
197
385
Conferentie REAIM en follow up
0
3.725
2.183
769
122
0
122
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
9.199
9.272
12.395
11.120
9.928
11.152
‒ 1.224
IAEA
6.281
6.549
7.134
7.556
7.092
7.592
‒ 500
OPCW en andere ontwapeningsorganisaties
1.334
1.219
1.729
1.743
1.182
1.560
‒ 378
CTBTO
1.584
1.504
3.532
1.821
1.654
2.000
‒ 346
2.4
Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband
164.903
194.553
181.233
172.441
135.781
180.803
‒ 45.022
Subsidies (regelingen)
34.246
27.738
32.491
25.996
40.580
28.353
12.227
Nederland Helsinki Comité
28
28
28
26
2
28
‒ 26
Stabiliteitsfonds
32.818
25.767
28.756
22.848
36.034
25.000
11.034
Training buitenlandse diplomaten
1.400
1.943
3.707
3.122
3.301
3.325
‒ 24
VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties
0
0
0
0
1.243
0
1.243
Opdrachten
585
434
1.462
1.895
2.628
2.646
‒ 18
Makandra
585
434
1.462
1.895
2.628
2.646
‒ 18
Bijdrage aan agentschappen
131
153
307
220
353
162
191
Makandra
131
153
307
220
353
162
191
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
129.941
166.228
146.973
144.330
92.220
124.306
‒ 32.086
OVSE
5.466
7.218
5.310
5.426
5.921
6.000
‒ 79
Stabiliteitsfonds
51.815
80.805
65.143
70.383
30.448
35.403
‒ 4.955
VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties
72.660
78.205
76.520
67.774
55.471
82.553
‒ 27.082
Tegengaan internationale georganiseerde criminaliteit
0
0
0
747
380
350
30
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
0
0
0
0
0
25.230
‒ 25.230
Inzet hoog-risico posten
0
0
0
0
0
25.230
‒ 25.230
Nog te verdelen
0
0
0
0
0
106
‒ 106
Nog te verdelen
0
0
0
0
0
106
‒ 106
2.5
Bevordering van transitie in prioritaire gebieden
26.437
26.085
32.987
33.143
32.709
29.652
3.057
Subsidies (regelingen)
16.021
15.344
19.646
18.432
14.251
16.056
‒ 1.805
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA
11.225
12.260
16.728
16.069
11.332
12.440
‒ 1.108
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka
4.796
3.084
2.918
2.363
2.919
3.616
‒ 697
Opdrachten
3.134
4.582
4.785
5.752
7.438
4.305
3.133
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka
3.134
4.582
4.785
5.752
7.438
4.305
3.133
Bijdrage aan agentschappen
449
551
1.101
665
1.751
1.055
696
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka
449
551
694
391
971
681
290
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA
0
0
407
274
780
374
406
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
6.833
5.608
7.455
8.294
9.269
8.236
1.033
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen Shiraka
6.833
5.608
7.455
8.294
6.428
8.236
‒ 1.808
Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen MATRA
0
0
0
0
2.841
0
2.841
2.6
Oekraine (V)
0
0
0
0
107.428
55.000
52.428
Subsidies (regelingen)
0
0
0
0
1.356
33.000
‒ 31.644
Nederland gastlandzaken t.b.v. Oekraine
0
0
0
0
438
33.000
‒ 32.562
Accountability Oekraïne
0
0
0
0
918
0
918
Opdrachten
0
0
0
0
30
0
30
Nederland gastlandzaken t.b.v. Oekraine
0
0
0
0
30
0
30
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
0
0
0
0
106.042
22.000
84.042
Accountability Oekraine
0
0
0
0
10.542
12.000
‒ 1.458
Humanitaire ontmijning
0
0
0
0
10.000
10.000
0
NAVO Ukraine Comprehensive Assistance Package (UCAP) TF
0
0
0
0
75.000
0
75.000
Versterken cyberweerbaarheid Oekraïne
0
0
0
0
10.030
0
10.030
Nederland gastlandzaken t.b.v. Oekraine
0
0
0
0
470
0
470
Nog te verdelen
0
0
0
0
0
0
0
Ontvangsten
0
18.361
5.572
12.273
16.899
1.242
15.657
E. Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
De verplichtingen voor artikel 2 Veiligheid en Stabiliteit vallen EUR 110,6 miljoen hoger uit dan de vastgestelde begroting 2025. Dit komt met name door het later toevoegen van budget voor de steun aan Oekraïne (EUR 75 miljoen UCAP en EUR 10 miljoen voor cybersteun). Dit is gemeld in de eerste suppletoire begroting. Daarnaast zijn de verplichtingen hoger uitgevallen door de meerkosten van de NAVO-Top.
Uitgaven
Artikelonderdeel 2.1
Zoals gemeld in de tweede suppletoire begroting, is de realisatie voor bondgenootschappelijke veiligheid hoger dan gemeld in de vastgestelde begroting 2025. Dit is met name het gevolg van hogere kosten voor de NAVO-top. Ook stijgt de bijdrage aan de NAVO door een hogere indexatie van de pensioenen van NAVO-personeel. Er zijn verschuivingen van budgetten tussen instrumenten op het veiligheidsfonds met als doel het versimpelen van de budgetstructuur.
Artikelonderdeel 2.4
De realisatie voor de bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde valt lager uit dan gemeld in de vastgestelde begroting 2025. Het budget voor crisisbeheersingsoperaties is structureel verlaagd met EUR 10 miljoen ten behoeve van de stijgende contributies aan o.a. de NAVO, OESO, VN, WEU en het Internationaal Strafhof. Conform geldende systematiek is in 2025 het budget voor inzet van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) voor de beveiliging van personeel van een aantal hoog-risicoposten overgeheveld naar het ministerie van Defensie. Dit is gemeld in de eerste suppletoire begroting.
Artikelonderdeel 2.6
Ten opzicht van de vastgestelde begroting, valt de realisatie voor Oekraïne hoger uit. Dit komt door aanvullende bijdrage van EUR 75 miljoen aan het Ukraine Comprehensive Assistance Package (UCAP) trust fund van de NAVO en extra uitgaven van EUR 10 miljoen voor het versterken van de cyberweerbaarheid van Oekraïne, vanuit de door het kabinet beschikbaar gestelde additionele middelen voor steun aan Oekraïne (tijdens de eerste suppletoire begroting). Daartegenover staat een daling van het budget voor Nederland gastlandzaken t.b.v. Oekraine in 2025 en 2026. Dit is het gevolg van een kasschuif van het budget voor de verbouwing van het in Nederland te vestigen agressietribunaal voor Oekraïne naar 2027.
Ontvangsten
De ontvangsten vallen hoger uit in 2025 door extra restituties vanuit andere overheidsorganen voor o.a. de NAVO-Top. Daarnaast waren er hogere ontvangsten dan geraamd door overige restituties.
4.3 Artikel 3 Effectieve Europese samenwerking
A. Algemene doelstelling
De algemene doelstelling is een effectieve Europese samenwerking om de Europese Unie en haar lidstaten zo vreedzaam, welvarend en sterk mogelijk de toekomst in te loodsen. Europa is essentieel voor onze welvaart, vrijheid en veiligheid. Een actieve opstelling van Nederland in het Europese besluitvormingsproces en in de bilaterale relaties met Europese partners is dan ook in het directe belang van Nederlandse burgers en bedrijven. Door consequent en constructief optreden kan Nederland zijn invloed binnen de Europese Unie vergroten. Zo kan Nederland mede vormgeven aan ontwikkelingen in Europa die direct van invloed zijn op onze economische, sociale en politieke toekomst.
B. Rol en verantwoordelijkheid
Binnen de Europese Unie wordt gewerkt aan economische groei, werkgelegenheid, gezonde overheidsfinanciën van de lidstaten en toekomstbestendige Europese samenwerking gericht op hoofdzaken en toegevoegde waarde. Daarnaast zullen de post-Brexit relatie met het Verenigd Koninkrijk, de Europese migratieproblematiek en de (aanloop naar) onderhandelingen over een nieuw meerjarig financieel kader de aandacht vragen. Tot slot zet Nederland zich in voor de open strategische autonomie van de Unie, waaronder effectief extern beleid, inclusief een versterkt gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid. De Staat van de Unie bevat de geïntegreerde visie van de regering op de Europese samenwerking en de rol van Nederland daarbij.
De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor:
Regisseren
– Het bevorderen en bewaken van de coherentie en de consistentie van het Nederlandse Europabeleid, inclusief de voorbereiding van de Europese Raad en horizontale dossiers.
– Het interdepartementaal afstemmen van de Nederlandse inzet in de verschillende, afzonderlijke Raadsformaties.
– Het vormgeven van het Europese externe beleid ten opzichte van derde landen, inclusief uitbreiding van de EU, uittreding uit de EU, regio’s en ontwikkelingslanden.
– De gedachtenvorming over de institutionele structuur van de EU.
– Het onderhouden en intensiveren van de bilaterale relaties met andere Europese landen en het bevorderen van een Europese waardengemeenschap.
Financieren
– Nederlandse afdrachten aan de Europese begroting en aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF).
– Bijdragen aan een hechtere Europese waardengemeenschap middels een bijdrage aan de Raad van Europa.
– Bijdragen ter versterking van de Nederlandse positie in de Unie van 27, waaronder aan de Benelux.
C. Beleidsconclusies
Meerjarig Financieel Kader (MFK)Nederland streeft in de uitvoering van het huidige MFK naar doelmatige en efficiente besteding van EU-gelden en maximale aansluiting bij voor Nederland prioritaire beleidsterreinen. Zo heeft Nederland zich bij de onderhandelingen voor de Europese jaarbegroting 2026 ingezet voor een prudente, realistische en moderne begroting. Ten aanzien van het volgend MFK (vanaf 2028) zet het kabinet in op modernisering van de Europese begroting en een acceptabele omvang van de Nederlandse afdrachten aan de EU.
Het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie in 2029In 2025 is Nederland gestart met de voorbereidingen voor het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie in 2029. De voorbereidingen bouwen voort op eerdere ervaringen met het Nederlandse EU-voorzitterschap.
SanctiebeleidNationaal is de nalevingsstructuur in Nederland verstevigd door structureel betere financiering voor o.a. Kustwacht, Douane, KvK, het Centraal Meldpunt Sancties en daarmee de uitvoering van de Wet internationale sanctiemaatregelen met EUR 36,5 miljoen structureel onder de Voorjaarsnota.
Raad van EuropaIn 2025 zijn onder coördinatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken de voorbereidingen gestart voor het voorzitterschap van het Koninkrijk van het Comité van Ministers van de Raad van Europa, dat plaatsvindt van mei tot november 2027.
EPFTer uitvoering van motie Klaver c.s.12 is in 2025 besloten om EUR 200 miljoen van de Nederlandse reservering voor de Europese Vredesfaciliteit (EPF) die niet tot besteding kwam als gevolg van het voortdurende veto van Hongarije in te zetten voor extra militaire steun aan Oekraïne.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 3 Effectieve Europese samenwerking (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
10.702.585
11.354.504
10.856.812
10.030.362
11.416.516
10.450.902
965.614
Uitgaven
10.885.024
11.489.868
10.566.313
9.691.789
11.531.955
10.722.332
809.623
3.1
Afdrachten aan de Europese Unie
10.677.438
11.311.410
10.392.224
5.264.608
6.739.444
6.288.611
450.833
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
10.677.438
11.311.410
10.392.224
5.264.608
6.739.444
6.288.611
450.833
BNI-afdrachten
5.531.713
4.897.610
4.222.903
3.561.867
5.004.138
4.525.801
478.337
BTW-afdrachten
1.049.051
1.245.233
1.409.352
1.467.433
1.499.292
1.527.720
‒ 28.428
Invoerrechten
3.891.582
4.991.221
4.526.754
0
0
0
0
Plastic-grondslag
205.092
177.346
233.215
235.308
236.014
235.090
924
3.2
Europees Ontwikkelingsfonds
179.482
131.506
98.094
71.245
38.316
38.644
‒ 328
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
179.482
131.506
98.094
71.245
38.316
38.644
‒ 328
Europees Ontwikkelingsfonds
179.482
131.506
98.094
71.245
38.316
38.644
‒ 328
3.3
Een hechtere Europese waardengemeenschap
10.899
12.062
34.377
21.435
22.704
21.431
1.273
Garanties
0
0
0
1
0
0
0
Garantie Raad van Europa (CEB)
0
0
0
1
0
0
0
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
10.899
12.062
34.377
21.434
22.704
21.431
1.273
Raad van Europa
10.899
12.062
12.594
14.173
15.443
14.170
1.273
Kapitaalaanvullingen bij regionale ontwikkelingsbank
0
0
21.783
7.261
7.261
7.261
0
3.4
Versterkte Nederlandse positie in de Unie
4.511
4.973
5.117
5.275
5.915
5.599
316
Subsidies (regelingen)
279
417
348
1
348
348
0
EIPA
279
417
348
1
348
348
0
Opdrachten
128
309
275
227
386
525
‒ 139
Programmatische ondersteuning: CECP
8
0
0
0
0
0
0
Europa College beurzenprogramma
0
190
190
0
190
190
0
Programmatische ondersteuning: Taskforce Verenigd Koninkrijk
120
119
7
0
0
0
0
EU-sanctiebeleid
0
0
78
227
196
335
‒ 139
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
4.104
4.247
4.494
5.047
5.181
4.726
455
Benelux bijdrage
4.104
4.247
4.494
5.047
5.181
4.726
455
3.5
Europese Vredesfaciliteit
12.694
29.917
36.501
116.013
69.265
267.046
‒ 197.781
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
12.694
29.917
36.501
116.013
69.265
267.046
‒ 197.781
Europese Vredesfaciliteit
12.694
29.917
36.501
116.013
69.265
267.046
‒ 197.781
3.6
Invoerrechten aan de Europese Unie
0
0
0
4.213.213
4.656.311
4.101.001
555.310
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
0
0
0
4.213.213
4.656.311
4.101.001
555.310
Invoerrechten
0
0
0
4.213.213
4.656.311
4.101.001
555.310
Ontvangsten
909.424
1.235.495
1.197.200
3.567.077
2.395.180
3.387.367
‒ 992.187
Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 3 Effectieve Europese samenwerking (bedragen x € 1.000) Uitsplitsing ontvangsten
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Ontvangsten
909.424
1.235.495
1.197.200
3.567.077
2.395.180
3.387.367
‒ 992.187
3.10
Diverse ontvangsten EU
909.228
1.235.143
1.196.842
2.234.131
1.209.680
1.025.250
184.430
Diverse ontvangsten EU
909.228
1.235.143
1.196.842
2.234.131
1.209.680
1.025.250
184.430
Invoerrechten
909.228
1.226.498
1.109.806
1.060.979
1.175.222
1.025.250
149.972
Overige ontvangsten EU
0
8.645
87.036
1.173.152
34.458
0
34.458
3.11
Europees herstelfonds
0
0
0
1.332.777
1.185.102
2.361.867
‒ 1.176.765
Europees herstelfonds
0
0
0
1.332.777
1.185.102
2.361.867
‒ 1.176.765
Europees herstelfonds
0
0
0
1.332.777
1.185.102
2.361.867
‒ 1.176.765
3.30
Restitutie Raad van Europa
196
352
358
169
398
250
148
Restitutie Raad van Europa
196
352
358
169
398
250
148
Restitutie Raad van Europa
196
352
358
169
398
250
148
Tabel 8 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
Realisatie 2021
Realisatie 2022
Realisatie 2023
Realisatie 2024
Realisatie 2025
Vastgestelde begroting 2025
Verschil 2025
Verplichtingen
10 702 585
11 354 504
10 856 812
10 030 362
11 416 507
10 450 902
‒ 965 605
waarvan garantieverplichtingen
110 703
0
waarvan overige verplichtingen
9 919 659
0
E. Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget voor artikel 3 Effectieve Europese Samenwerking neemt per saldo af. De verplichtingenmutaties op artikelonderdeel 3.1 Afdrachten aan de Europese Unie en artikelonderdeel 3.6 Invoerrechten muteren mee met de uitgaven, zoals hieronder toegelicht. Daarnaast neemt het verplichtingenbudget van het EPF af in lijn met in de decemberbrief en slotwet genoemde lagere realisatie van de uitgaven.
Uitgaven en ontvangsten
Uitgaven
Artikelonderdeel 3.1, 3.6 en 3.10
Tabel 9 EU afdrachten - Artikelonderdeel 3.1, 3.6 en 3.10 (bedragen x €1.000)
Begrotingsmoment
Toelichting
Nettoafdracht (1+2+3+4-5-6)
1. BNI-afdracht (Art.3.1)
2. BTW-afdracht (Art 3.1)
3. Plastic-afdracht (Art.3.1)
4. Invoerrechten (Art.3.6)
5. Perceptie-kostenvergoeding (Art. 3.10)
6. Overige ontvangsten (Art. 3.10)
MN 2025
Beginstand: Miljoenennota 2025
9.364.362
4.525.801
1.527.720
235.090
4.101.001
1.025.250
‒
1e sup
Bijstelling 2: DAB1 Surplus EU afdrachten
‒ 84.909
‒ 84.909
1e sup
Bijstelling 3: Meerjarige ontwikkeling NL-bni aandeel
279.050
279.050
1e sup
Bijstelling 4: Nacalculatie plastic
22.430
22.430
1e sup
Bijstelling 5: Aanpassing invoerrechten en perceptiekosten CEP
347.250
463.000
115.750
1e sup
Bijstelling 6: Nabetaling TEM
163
204
41
Stand Voorjaarsnota 2025
9.928.346
4.719.942
1.527.720
257.520
4.564.205
1.141.041
‒
MN 2026/SBS
Bijstelling 9: ACOR 2025 bni
125.679
125.679
MN 2026/SBS
Bijstelling 10: Aanpassenbetalingenniveau 2025 DAB2
190.513
190.513
MN 2026/SBS
Bijstelling 11: Actualisatie overige ontvangsten en VK bijdrag DAB2
1.603
1.603
MN 2026/SBS
Bijstelling 12: ACOR 2024 btw
‒ 28.427
‒ 28.427
MN 2026/SBS
Bijstelling 13: ACOR 2024 plastic
‒ 21.511
‒ 21.511
MN 2026/SBS
Bijstelling 14: Technische aanpassing BNI boetes en speciale instrumenten
29.389
29.389
MN 2026/SBS
Bijstelling 15: Technische aanpassing BNI: kasschuif Oekraïne-reserve
‒ 58.096
‒ 58.096
MN 2026/SBS
Bijstelling 16: actualisatie invoerrechten MEV26
81.174
108.232
27.058
MN 2026/SBS
Bijstelling 17: Nabetaling TEM
7.957
10.229
2.272
MN 2026/SBS
Bijstelling 18: Verrekening TEM
‒ 34.458
34.458
Stand Miljoenennota 2026
10.222.169
5.009.030
1.499.293
236.009
4.682.666
1.170.371
34.458
2e sup
Bijstelling 19: Aanpassen betalingen niveau DAB3
‒ 5.018
‒ 5.018
2e sup
Bijstelling 20: Actualisatie overige ontvangsten n.a.v. DAB3
‒ 158.290
‒ 158.290
2e sup
Bijstelling 21: Aanpassen betalingenniveau n.a.v. DAB3
160.319
160.319
2e sup
Bijstelling 22: Aanpassing betalingsniveau DAB3
‒ 161.424
‒ 215.232
‒ 53.808
2e sup
Bijstelling 23: Nabetaling TEM
430
550
120
Stand Najaarsnota 2025
10.058.186
5.006.041
1.499.293
236.009
4.467.984
1.116.683
34.458
Slotwet
Delta raming en realisatie
127.889
‒ 1.903
‒ 1
5
188327
58.539
Realisatie
10.186.075
5.004.138
1.499.292
236.014
4.656.311
1.175.222
34.458
Hieronder worden de mutaties kort toegelicht. Voor een uitgebreidere toelichting verwijzen we naar de betreffende begrotingsstukken.
Voorjaarsnota
Bij de voorjaarsnota (eerste suppletoire begroting) is een aantal correcties op de raming van de NL-afdrachten aan de EU doorgevoerd. De eerste is de verwerking van de eerste aanvullende begroting (draft amending budget 1; DAB1 2025), waarin het verschil tussen de inkomsten en uitgaven (het surplus) van 2024 in de Europese begroting van 2025 verwerkt (EUR -85 miljoen) is.
Daarnaast is de raming van de NL-afdrachten aan de EU naar boven bijgesteld door enerzijds de verwerking van de nacalculatie en anderzijds door de inschatting van de meerjarige doorwerking van deze nacalculatie en economische ontwikkeling. Dit jaar valt de nacalculatie samen met de vijfjaarlijkse verificatiecyclus (de bronnenrevisie) van het bruto nationaal inkomen (bni). De nacalculatie leidt tot een incidenteel effect in 2025 van 22 miljoen euro (plastic-afdracht). De nacalculatie van de bni- en btw-afdrachten komen ten laste van het begrotingsjaar 2026.
Daarnaast nemen de bni-afdrachten in 2025 toe met EUR 279 miljoen als gevolg van een doorrekening van de nacalculatie en van economische ontwikkelingen. Dit heeft ook een meerjarig effect vanwege; 1) relatief hoge groeicijfers (met name prijsontwikkeling) ten opzichte van het EU totaal, 2) een sterkere toename van het totale EU-bni in de periode 2023-2028 dan oorspronkelijk geraamd 3) de toename van het EU-bni bij punt twee, zorgt in combinatie met een groterbni-aandeel van Nederland voor een toename van de de Nederlandse bni-afdrachten vanaf 2028.
Als gevolg van een bijstelling van de raming van de invoerrechten op basis van de cijfers uit het Centraal Economisch Plan 2025 (CEP-cijfers) wordt de raming van de EU-invoerrechten met EUR 463 miljoen naar boven bijgesteld voor 2025. Deze bijstelling heeft ook een meerjarig effect dat verwerkt wordt in de begroting. Daarnaast vindt een nabetaling van EUR 204.000 op de Traditionele Eigen Middelen (TEM) plaats op basis van een herbeoordeling van een aantal dossiers.
Miljoenennota
Bij de Miljoenennota (eerste suppletoire begroting) is tevens een aantal correcties op de raming van de NL-afdrachten aan de EU doorgevoerd. De eerste betreft de jaarlijkse technische aanpassing van de Europese Commissie (EUR -29 miljoen bni-afdracht). De tweede betreft de effecten van de Lenteraming (update economische cijfers) van de Europese Commissie op de bni-afdracht, btw-afdracht, plasticafdracht, invoerrechten, de overige inkomsten van de EU-begroting en de bijdrage van het VK aan de EU-begroting (cumulatief EUR 77 miljoen). Aan de hand van de tweede aanvullende Europese begroting (draft amending budget 2, DAB2 2025) is de raming van de NL bni-afdracht gelijkgesteld aan het betalingenniveau van de Commissie (EUR -191 miljoen).
Daarnaast zijn de invoerrechten en perceptiekostenvergoeding geactualiseerd om te corrigeren voor het onbedoelde saldo-effect dat gedurende het jaar optreedt. Dit verschil ontstaat doordat er aan de inkomsten- en uitgavenkant van de Rijksbegroting een andere raming wordt gebruikt, respectievelijk de raming van het ministerie van Financiën en de raming van de Europese Commissie. Als gevolg van een bijstelling van de raming van de invoerrechten op basis van de MEV-cijfers is de raming voor de EU-invoerrechten met EUR 108 miljoen naar boven bijgesteld voor 2025. Bovendien is de perceptiekostenvergoeding geactualiseerd met EUR 27 miljoen.
Tot slot zijn er nabetalingen gedaan over de Traditionele Eigen Middelen (TEM). Dit leidt tot een opwaartse bijstelling van de raming met EUR 10 miljoen in 2025.
Najaarsnota
Bij de Najaarsnota (tweede suppletoire begroting) wordt de raming van de bni-afdracht met EUR 3 miljoen naar beneden bijgesteld vanwege twee oorzaken:
1. Actualisatie van de invoerrechten en overige ontvangsten in de derde aanvullende begroting (draft amending budget 3; DAB3 2025). De geraamde bni-afdracht daalt als gevolg van hogere ontvangsten uit invoerrechten en boete-inkomsten op EU-niveau (EUR -158 miljoen).
2. Daarnaast leidt een aanpassing van het betalingenniveau voor 2025, waarbij de Europese Commissie een hoger betalingenniveau voorstelt dan eerder voorzien, tot een bijstelling van de NL-raming van EUR 155 miljoen.
Daarnaast worden de ramingen voor de invoerrechten aan de Europese Unie naar beneden bijgesteld met EUR 215 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door enerzijds meerdere nabetalingen voor Traditionele Eigen Middelen (TEM) aan de Europese Unie (EUR 550.000). Deze middelen zijn na aftrek van perceptiekostenvergoeding overgeheveld vanaf de reservering op de aanvullende post naar de BZ-begroting. Bij Najaarsnota zijn ook de invoerrechten en perceptiekostenvergoeding geactualiseerd om te corrigeren voor het hierboven genoemde onbedoelde saldo-effect dat gedurende het jaar optreedt aan bij de invoerrechten. Er wordt drie keer per jaar een actualisatie geboekt op de invoerrechten (TEM) om te corrigeren voor dit saldo-effect (EUR 215 miljoen).
Decemberbrief
De verwachting ten tijde van de December brief was dat de gerealiseerde Nederlandse afdracht aan de Europese Unie circa EUR 160 miljoen lager uit zal vallen dan bij de Najaarsnota.
Daarnaast wordt het subsidiedeel van de Oekraïne-faciliteit via de EU-begroting gefinancierd voor de periode 2024-2027. Het subsidiedeel van de faciliteit is in totaal EUR 17 miljard. De Commissie heeft een maximaal te mobiliseren bedrag per jaar vastgesteld op EUR 5 miljard. Dit bedrag is in de Nederlandse raming van de EU-afdrachten voor de periode 2024-2026 opgenomen. Voor 2027 is het resterende bedrag van EUR 2 miljard opgenomen. De Commissie verwacht dat niet alle beschikbare betalingskredieten in 2025 zullen worden benut. Het betalingenplafond van de Europese begroting voor 2025 wordt met circa EUR 1559 miljoen neerwaarts bijgesteld. Dat betekent een verlaging van de Nederlandse bni-afdracht van circa EUR 99 miljoen in 2025. Het opnieuw inzetten van deze middelen in 2027 is onderdeel van de voorjaarsbesluitvorming
Slotwet
Tenslotte is bij de Slotwet de realisatie over 2025 verwerkt. De realisatie van nationale afdrachten (bni, plastic en btw) aan de EU is circa EUR 2 miljoen lager dan geraamd bij Najaarsnota 2025. De realisatie van de invoerrechten ligt EUR 188 miljoen hoger door een stijging van de handelsvolumes die via het grondgebied Nederland verlopen. Daartegenover staat ook een hogere realisatie van de ontvangen perceptiekostenvergoeding van EUR 59 miljoen.
Ten opzichte van de Najaarsnota 2025 zijn er nog enkele Traditionele Eigen Middelen (TEM)-nabetalingen gedaan aan de Europese Unie. De totale som bedraagt circa EUR 585.000 waarvan EUR 125.000 ingehouden perceptiekosten.
Uitgaven
Artikelonderdeel 3.2In de eerste suppletoire begroting zijn de Nederlandse afdrachten aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) voor 2026 neerwaarts bijgesteld met EUR 41,5 miljoen, op basis van een geactualiseerde raming van de Europese Commissie. Deze ODA-middelen worden conform bestaande systematiek overgeboekt naar begrotingshoofdstuk 17.
In de slotwet is de realisatie van het EOF EUR 328.000 lager uitgevallen, door de bijdrage aan de EIB die lager uit is gevallen. Dit heeft geen invloed op de realisatie van de resulaten.
Artikelonderdeel 3.3In de eerste suppletoire begroting laat het uitgavenbudget op artikelonderdeel 3.3, een hechtere Europese waardengemeenschap, vanaf 2025 een structurele stijging zien van EUR 2,6 miljoen. Deze stijging is het gevolg van een verhoogde contributie aan de Raad van Europa (RvE), onder andere als gevolg van het wegvallen van de contributie van Rusland en de financiering van nieuwe prioriteiten voortkomend uit de RvE-top van Reykjavik.
In de tweede suppletoire begroting werd een meevaller van EUR 1,2 miljoen gemeld. Dit betreft een technische bijstelling van de contributie die Nederland betaalt aan de Raad van Europa. Dit bedrag is ten laste gegaan van de Begroting van Onderwijs Cultuur en Wetenschap in plaats van die van Buitenlandse Zaken en derhalve op deze begroting naar beneden bijgesteld.
Artikelonderdeel 3.4In de eerste suppletoire begroting van 2025 is het budget voor het EU-Sanctiebeleid structureel opgehoogd vanwege een verwerking van het budget van het Centraal Meldpunt Sancties (CMS) op de begroting van Buitenlandse Zaken: een ophoging van EUR 1,1 miljoen in 2025 en in 2026, daarna EUR 5,5 miljoen structureel.
In de decemberbrief is aangegeven dat de uitgaven voor de Benelux Unie EUR 38.000 hoger uitvallen door de verhuizing van het Gerechtshof van de Benelux Unie naar Luxemburg.
In de slotwet van 2025 is er gemeld dat er op het totale budget van het EU-sanctiebeleid een onderbesteding is van EUR 1,2 miljoen. Dit komt voornamelijk doordat het Centraal Meldpunt Sancties zich in 2025 nog in de oprichtingsfase bevond waardoor personeelskosten en ICT-kosten nog uit andere budgetten kwamen of nog niet werden gerealiseerd.
Artikelonderdeel 3.5In de decemberbrief is aangegeven dat de realisatie van de Europese Vredesfaciliteit (EPF) in 2025 naar verwachting c.a. EUR 200 miljoen lager zal uitvallen door een aanhoudend veto van Hongarije op het beschikbaar stellen van steunpakketten voor Oekraïne. Door dit veto staat besluitvorming over de vergoedingen aan lidstaten momenteel stil.
In de slotwet valt de realisatie van de EPF EUR 198 miljoen lager uit vanwege de redenen zoals gemeld in de decemberbrief.
Ontvangsten
Artikelonderdeel 3.11In de eerste suppletoire begroting heeft een technische bijstelling plaatsgevonden van het totaal aan ontvangsten van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) voor 2025 en 2026. De stand van 2025 is met EUR 245 miljoen naar boven bijgesteld, de stand voor 2026 is met EUR 127 miljoen naar beneden bijgesteld. Door een technische bijstelling van het totaal aan ontvangsten van het Herstel en Veerkrachtplan (HVP) voor 2024, 2025 en 2026 worden de standen voor deze jaren bijgesteld. De voor Nederland gereserveerde ontvangsten van het HVP zijn ingedeeld in vijf tranches. De verdeling over de tranches is gewijzigd toen de Nederlandse HVP portefeuille werd opgehoogd met 735 mln. ten behoeve van RePowerEU, een instrument om de energieonafhankelijkheid van Europa te vergroten. Deze wijzigingen worden doorgevoerd middels een bijstelling van de standen voor 2024, 2025 en 2026. Bij de tweede suppletoire begroting 2024 is de stand van 2024 met 118 miljoen euro naar beneden bijgesteld. De stand van 2025 wordt nu met 244 miljoen euro naar boven bijgesteld, de stand voor 2026 wordt met 127 miljoen euro naar beneden bijgesteld. Meerjarig hebben deze technische bijstellingen geen effect op de totale raming van de ontvangsten van het HVP.
Ook is in de eerste suppletoire begroting gemeld dat er een kasschuif heeft plaatsgevonden van 2025 naar 2026. Een bedrag van circa EUR 1,4 miljard is van 2025 naar 2026 verschoven. Tot en met 2026 maakt Nederland aanspraak op 5,4 miljard euro uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit. Het derde betaalverzoek vindt niet zoals eerder gepland in het voorjaar van 2025 plaats, maar is op 11 december 2025 ingediend. De uitbetaling vindt plaats in 2026, daarom is het bedrag van circa € 1,4 miljard van 2025 naar 2026 verschoven.
4.4 Artikel 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden
A. Algemene doelstelling
Het verlenen van goede consulaire diensten aan Nederlanders in nood in het buitenland, evenals het verstrekken van reisdocumenten aan Nederlanders in het buitenland. Daarnaast levert het kabinet een bijdrage aan een gereguleerd personenverkeer door de Nederlandse inbreng in het Europese visumbeleid en is verantwoordelijk voor de visumverlening kort verblijf. Het versterken van de Nederlandse cultuursector door internationale uitwisseling en presentatie; verbindingen leggen met economische diplomatie en andere prioriteiten van geïntegreerd buitenlandbeleid, zoals het mensenrechtenbeleid en veiligheidsbeleid. De strategische inzet van publieksdiplomatie door het postennetwerk en BZ heeft als doel begrip en draagvlak te vergroten voor het geïntegreerde buitenlandbeleid (HGIS) en het eenduidig versterken van de beeldvorming over Nederland bij buitenlandse doelgroepen via de publieke band. De aanpak verstevigt het netwerk van beleidsbeïnvloeders die de besluitvorming op voor Nederland relevante beleidsterreinen kunnen beïnvloeden.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor:
Consulaire dienstverleningUitvoeren
– Visumbeleid kort verblijf van het Koninkrijk der Nederlanden.
– Afgifte van machtigingen voorlopig verblijf (MVV’s) op de posten.
– Afname van inburgeringsexamens buitenland.
– Orange Carpet-beleid, ter bevordering van het Nederlandse bedrijfsleven.
– Bijstand aan Nederlanders in nood in het buitenland.
– Begeleiding van Nederlanders die in het buitenland gedetineerd zijn.
– Uitbrengen van reisadviezen.
– Crisisresponse.
– Afgifte van Nederlandse reisdocumenten in het buitenland en van diplomatieke en dienstpaspoorten.
– Afgifte van consulaire verklaringen en legalisaties.
Visumbeleid kort verblijf van het Koninkrijk der Nederlanden
Doorlooptijden visumaanvragen: percentage visumaanvragen kort verblijf dat binnen 15 dagen wordt afgehandeld. De norm voor de doorlooptijd, het aantal dagen dat zit tussen het indienen van een visumaanvraag tot aan het moment van bekendmaken of uitreiken van de beslissing op de aanvraag van visumaanvragen (Schengen), bedraagt conform de EU Visumcode (in werking getreden per 2 februari 2020) 15 kalenderdagen vanaf het moment dat de aanvraag ontvankelijk wordt verklaard. In bijzondere gevallen kan de doorlooptijd worden verlengd tot 45 kalenderdagen.
Tabel 10 Doorlooptijden visumaanvragen 2025
2023
2024
2025
Streefwaarde
85%
85%
85%
Realisatie
52%
70%
60%
De eerste uitrol van het nieuwe visumsysteem in het voorjaar van 2025 leidde tot onverwachtse problemen waardoor veel visumdossiers niet door konden worden gezet. De doorlooptijden liepen daardoor aanzienlijk op voor alle dossiers. Deze achterstand kon niet worden weggewerkt voor de jaarlijkse piekperiode van visumaanvragen in de zomer. De tweede uitrol van het visumsysteem bevatte minder fouten maar heeft ook nog tot enige vertraging geleidt. Hierdoor is pas zijn pas vanaf het najaar de doorlooptijden in de meeste gevallen weer gedaald tot onder de 15 dagen.
Regisseren
– Europees visum- en migratiebeleid en Caraïbisch visumbeleid.
– Bilaterale dimensie van visum- en migratiebeleid.
Nederlandse cultuurDe uitvoering van het Internationaal Cultuurbeleid (ICB) is een gedeelde verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken (bij wie ook de coördinatie ligt), de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Het beleidskader voor het ICB wordt steeds voor een periode van vier jaar vastgesteld (beleidskader internationaal cultuurbeleid 2025–2028: Beleidskader Internationaal cultuurbeleid 2025 ‒ 2028). De inzet op het gebied van Publieksdiplomatie valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken.
Stimuleren
– Promotie van Nederlandse kunst en cultuur in het buitenland en identificatie van internationale kansen en ontwikkelingen voor de Nederlandse culturele sector en creatieve industrie.
– Culturele en creatieve sector voor bijdragen aan duurzame ontwikkeling
– Behoud, beheer en ontsluiting van gedeeld cultureel erfgoed.
Regisseren
– Beleidsvorming en uitvoering van het Internationaal Cultuurbeleid.
– Afstemming met culturele fondsen en ondersteunende instellingen over internationale activiteiten.
– Ondersteuning van het buitenlandpolitieke- en economische beleid door cultuur in te zetten, bijvoorbeeld als instrument in de dialoog over maatschappelijke opgaves.
Financieren
– Ondersteuning van culturele fondsen, instellingen en activiteiten binnen het beleidskader Internationaal Cultuurbeleid (2025–2028).
– Nederlands-Vlaamse samenwerking (via ondersteuning van Huis DeBuren in Brussel).Bezoekersprogramma’s.
– Gedelegeerde culturele activiteiten door Nederlandse posten. (weglaten: Subsidieregeling voor programma’s gericht op jeugd en sociale innovatie in de ring van landen grenzend aan de EU.)
PublieksdiplomatieDe inzet op het gebied van publieksdiplomatie valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken.
Stimuleren
– Het inzetten van publieksdiplomatie door het postennetwerk en BZ om de beeldvorming over Nederland in het buitenland eenduidig te versterken en het netwerk van beïnvloeders te verstevigen.
– Inkomende en uitgaande buitenlandse bezoekersprogramma’s.
Regisseren
– Ondersteuning van het buitenlandpolitieke- en economische beleid door strategische inzet publieksdiplomatie, bijvoorbeeld tijdige inzet van een instrument ter bevordering van de dialoog over persvrijheid of gendergelijkheid.
– Ondersteuning communicatie tijdens belanghebbende conferenties en inzet tijdens crises.
– Ondersteuning programma’s gericht op agendering en bevordering van de Sustainable Development Goals (SDGs).
Financieren
– Gedelegeerde activiteiten publieksdiplomatie door Nederlandse ambassades.
C. Beleidsconclusies
SurinameOp 1 december werd het nieuw Makandra-programma (government-to-government-samenwerkprogramma) aangekondigd. Het programma ziet op technische assistentie en capaciteitsversterking voor de periode 2026 t/m 2030. Totale omvang bedraagt 10 miljoen euro, waarvan 5 miljoen euro op BZ-begroting en 5 miljoen euro op de BHO-begroting. Op 19 november 2025 werd de regeling voor een subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030 gepubliceerd. Openstelling volgt in 2026.
CKNIn 2025 is de opdracht voor het China Kennisnetwerk verlengd. De vraag naar samenhangende beleidsinzichten blijft groot, terwijl het maken van risico-afwegingen ingewikkelder wordt door toenemende internationale spanningen. Het aantal experts en onderzoeksvoorstellen binnen het CKN is verder gegroeid, dankzij jarenlange investeringen in kennisontwikkeling en het netwerk.
De brede betrokkenheid van alle bestuursdepartementen heeft bijgedragen aan een grotere dekking en creativiteit in het onderzoek, met lopende projecten over technologie, monetaire en duurzaamheidsaspecten in de relatie met China. Ook zijn veel nieuwe onderzoekers met diverse expertise betrokken, waardoor het CKN steeds beter in staat is fundamentele publieke keuzes met Rijksbrede beleidsrelevantie te onderbouwen. Het China Kennisnetwerk presenteerde zijn werkwijze bij de Europese Commissie en organiseerde, in samenwerking met de Duitse en Zweedse tegenhangers van het CKN, zes seminars in Brussel (E-CKN).
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
72.089
74.139
68.928
64.052
48.336
54.559
‒ 6.223
Uitgaven
66.116
60.479
72.838
72.687
60.825
57.336
3.489
4.1
Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland
17.974
11.745
16.113
15.765
13.069
14.681
‒ 1.612
Subsidies (regelingen)
2.324
813
1.204
2.113
1.487
1.550
‒ 63
Gedetineerdenbegeleiding
2.324
813
1.204
2.113
1.487
1.550
‒ 63
Inkomensoverdrachten
261
300
344
233
325
540
‒ 215
Gedetineerdenbegeleiding
261
300
344
233
325
540
‒ 215
Opdrachten
15.327
10.632
14.565
13.419
11.257
12.591
‒ 1.334
Consulaire bijstand
3.498
422
2.428
83
309
409
‒ 100
Reisdocumenten en verkiezingen
1.933
2.013
2.650
5.084
6.723
5.318
1.405
Consulaire opleidingen
10
101
8
230
171
400
‒ 229
Consulaire informatiesystemen
2.486
2.936
7.307
8.022
4.054
6.464
‒ 2.410
Loket buitenland
7.400
5.160
2.172
0
0
0
0
Bijdrage aan agentschappen
62
0
0
0
0
0
0
Loket buitenland
62
0
0
0
0
0
0
4.2
Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren
19.762
19.950
22.310
22.064
22.814
16.792
6.022
Opdrachten
18.833
19.134
21.209
20.446
21.161
15.764
5.397
Ambtsberichtenonderzoek
99
91
41
99
34
150
‒ 116
Visumverlening
1.746
1.276
1.773
2.540
1.898
2.858
‒ 960
Legalisatie en verificatie
42
4
47
40
49
80
‒ 31
Consulaire informatiesystemen
16.858
17.763
19.348
17.767
19.180
12.676
6.504
Informatie ondersteunend beslissen
88
0
0
0
0
0
0
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
929
816
1.101
1.618
1.653
1.028
625
Bijdragen asiel en migratie
929
816
1.101
1.618
1.653
1.028
625
4.3
Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur
6.496
6.638
8.306
8.908
6.177
6.069
108
Subsidies (regelingen)
4.234
3.196
4.376
4.791
2.919
6.069
‒ 3.150
Internationaal cultuurbeleid
4.234
3.196
4.376
4.791
2.919
6.069
‒ 3.150
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
2.262
3.442
3.930
4.117
3.258
0
3.258
Internationaal cultuurbeleid
2.262
3.442
3.930
4.117
3.258
0
3.258
4.4
Uitdragen Nederlandse waarden en belangen
21.884
22.146
26.109
25.950
18.765
19.794
‒ 1.029
Subsidies (regelingen)
7.888
8.559
8.694
8.279
5.237
7.272
‒ 2.035
Instituut Clingendael
800
814
791
688
324
1.500
‒ 1.176
Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid
4.777
5.184
5.265
4.818
3.092
2.958
134
Internationale manifestaties en diverse bijdragen
95
0
41
20
0
71
‒ 71
Publieksdiplomatie
1.969
2.437
2.040
2.270
1.232
2.434
‒ 1.202
Onderzoeksprogramma
247
121
352
311
30
100
‒ 70
Academische Leerstoel Anton de Kom
0
3
205
172
101
209
‒ 108
Kennisplatform Oost-Europa
0
0
0
0
458
0
458
Opdrachten
8.896
9.868
12.287
14.193
9.490
10.681
‒ 1.191
Adviesraad Internationale Vraagstukken
392
489
497
605
671
671
0
Instituut Clingendael
2.965
2.635
3.519
4.484
3.804
1.000
2.804
Bezoeken VIPS en uitgaven CD en Internationale organisaties
202
523
770
1.012
575
1.000
‒ 425
Algemene voorlichting
917
1.071
1.335
1.144
403
2.790
‒ 2.387
Koninklijk Huis ¿ inkomende en uitgaande bezoeken, officiële ontvangsten
811
3.054
2.657
2.677
2.987
2.500
487
China-strategie
34
80
29
0
14
0
14
Onderzoeksprogramma
158
1.988
1.765
2.885
951
2.720
‒ 1.769
Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid
3.417
28
0
0
0
0
0
Kennisplatform Oost-Europa
0
0
0
1.380
0
0
0
Conferenties uitdragen Nederlandse waarden en belangen
0
0
1.715
6
0
0
0
Publieksdiplomatie
0
0
0
0
85
0
85
Bijdrage aan agentschappen
1.086
1.429
2.485
598
2.560
400
2.160
Algemene voorlichting
827
1.142
2.143
598
1.841
0
1.841
Verkeersnotificaties
259
287
342
0
719
400
319
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
4.014
2.290
2.643
2.880
1.478
1.441
37
Europese bewustwording
334
20
0
0
0
250
‒ 250
Publieksdiplomatie
1.839
2.270
2.643
2.880
1.478
1.191
287
Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid
1.841
0
0
0
0
0
0
Ontvangsten
28.082
56.025
77.969
94.724
97.376
87.739
9.637
Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden (bedragen x € 1.000) Uitsplitsing ontvangsten
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Ontvangsten
28.082
56.025
77.969
94.724
97.376
87.739
9.637
4.10
Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland
13.975
10.689
11.836
20.525
22.429
19.500
2.929
Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland
13.975
10.689
11.836
20.525
22.429
19.500
2.929
Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland
13.975
10.689
11.836
20.525
22.429
19.500
2.929
4.20
Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen
13.768
44.962
65.779
72.348
74.661
67.965
6.696
Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen
13.768
44.962
65.779
72.348
74.661
67.965
6.696
Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen
13.768
44.962
65.779
72.348
74.661
67.965
6.696
4.40
Doorberekening Defensie diversen
74
74
0
1.500
0
74
‒ 74
Doorberekening Defensie diversen
74
74
0
1.500
0
74
‒ 74
Doorberekening Defensie diversen
74
74
0
1.500
0
74
‒ 74
4.41
Ontvangsten verkeersnotificaties
265
300
354
351
286
200
86
Ontvangsten verkeersnotificaties
265
300
354
351
286
200
86
Ontvangsten verkeersnotificaties
265
300
354
351
286
200
86
E. Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
De verplichtingenrealisatie van artikel 4 valt in 2025 lager uit dan de vastgestelde begrotingsstand met circa EUR 6,2 miljoen. Ongeveer EUR 9 miljoen hiervan is het resultaat van het aflopende subsidiekader gedetineerdenbegeleiding waarvoor een nieuw subsidiebeleidskader is uitgezet. Daarnaast werd er EUR 7,1 miljoen additioneel verplichtingenbudget beschikbaar gesteld voor consulaire informatiesystemen. Het resterende verschil tussen de begroting en realisatie van het verplichtingenbudget bestaat uit diverse kleine mutaties. Al deze mutaties zijn gemeld in de tweede suppletoire begroting.
Uitgaven
Artikelonderdeel 4.1De realisatie voor consulaire dienstverlening valt circa EUR 1,6 miljoen lager uit dan gemeld in de vastgestelde begroting 2025. Tijdens de eerste suppletoire begroting heeft er eerst een daling van het budget plaatsgevonden van EUR 0,9 miljoen door met name een overheveling naar artikel 7 Apparaat. Externe inhuurkosten van consulaire dienstverlening werden geadministreerd op beleidsartikel 4. Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften zijn deze budgetten nu structureel overgeheveld van het programmabudget op beleidsartikel 4 naar subartikel 7.1.13.2 Inhuur Extern onder personele uitgaven van artikel 7 Apparaat. Dit is reeds gemeld in de Decemberbrief Buitenlandse Zaken 2024. Tijdens de tweede suppletoire begroting heeft er vervolgens weer een stijging van circa EUR 3,9 miljoen plaatsgevonden. Dit kwam doordat de verwachte kosten van consulaire bijstand en consulaire informatiesystemen hoger uitvielen dan verwacht.
Artikelonderdeel 4.2Binnen artikelonderdeel 4.2 is het budget eerst verlaagd door overhevelingen naar andere artikelen, zoals gemeld in de eerste suppletoire begroting, en vervolgens weer verhoogd door hogere ICT-kosten en de vertraagde uitrol van een nieuw visumsysteem, zoals aangegeven in de tweede suppletoire begroting. Hierdoor komt de totale stijging van het budget neer op ongeveer EUR 6 miljoen.
Artikelonderdeel 4.3Het uitgavenbudget voor Internationaal Cultuurbeleid is vanaf 2025 structureel verschoven van het instrument Subsidies (regelingen) naar het instrument Bijdragen aan (inter)nationale organisaties. Dit is gemeld in de eerste suppletoire begroting. Aangezien het om een interne overheveling van budgetten binnen het subartikel gaat, leidt dit per saldo niet tot een wijziging van het totale budget. Hiernaast hebben er nog een aantal kleine mutaties plaatsgevonden tijdens de tweede suppletoire begroting.
Artikelonderdeel 4.4De realisatie voor uitdragen Nederlandse waarden en belangen valt circa EUR 1,0 miljoen lager uit dan gemeld in de vastgestelde begroting 2025. Een deel van dit budget, EUR 1,25 miljoen, betreft de jaarlijkse bijdrage aan Clingendael/HCSS voor het gezamelijke project Progress 3.0 van BZ en DEF die loopt van 2025 t/m 2028. Dit staat vermeld in de suppletoire begroting september. Hiernaast kan er in de tweede suppletoire begroting gevonden worden dat er door technische wijzigingen een aantal overhevelingen hebben plaatsgevonden binnen het artikelonderdeel. Dit komt neer op een budgettaire stijging van ongeveer EUR 0,8 miljoen.
Ontvangsten
Artikelonderdeel 4.10
In totaal waren de ontvangsten uit paspoortuitgiften EUR 2,9 miljoen hoger dan geraamd. Hiervan werd EUR 1 miljoen al vermeld in de eerste suppletoire begroting, terwijl de resterende EUR 1,5 miljoen is opgenomen in de tweede suppletoire begroting.
Artikelonderdeel 4.20
De ontvangsten voor consulaire dienstverlening aan vreemdelingen valt met EUR 6,7 miljoen hoger uit dan verwacht in de vastgestelde begroting 2025. Zoals vermeld in de eerste suppletoire begroting is EUR 2,8 miljoen afkomstig van een restant te ontvangen BMVI-subsidie uit de EU (het instrument voor grensbeheer en visa). Deze ontvangsten zijn vervolgens gedesaldeerd met artikelonderdelen 4.1 en 4.2. Daarnaast was er een meevaller van EUR 3 miljoen als gevolg van hogere ontvangsten uit visumuitgiften. Zoals gemeld in de tweede suppletoire begroting.
5. Niet-beleidsartikelen
5 5.1 Artikel 5: Geheim
Tabel 13 Opbouw verplichtingen, uitgaven en ontvangsten van de vastgestelde begroting 2025, realisatie en het verschil (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
Algemeen
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Verplichtingen
0
0
0
0
0
0
0
Uitgaven
0
0
0
0
0
0
0
Programma-uitgaven
0
0
0
0
0
0
0
Financieel instrument yyy
0
0
0
0
0
0
0
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
5.2 Artikel 6: Nog onverdeeld (HGIS)
A: De Homogene Groep Internationale Samenwerking
De HGIS is een budgettaire overzichtsconstructie binnen de Rijksbegroting die is ingesteld in 1997 als onderdeel van de herijking van het buitenlandbeleid. In de HGIS worden de buitenlandactiviteiten van de departementen gebundeld. Daarmee is in één oogopslag zichtbaar welke uitgaven Nederland doet in het kader van de internationale samenwerking. Jaarlijks wordt de inzet van HGIS gepubliceerd door middel van het HGIS-jaarverslag en de HGIS-nota. Deze verschijnen tegelijkertijd met de overige begrotingsstukken respectievelijk op Verantwoordings- en Prinsjesdag.
De middelen, die onderdeel zijn van de HGIS, staan op de diverse departementale begrotingen. De betreffende ministers zijn verantwoordelijk voor de eigen HGIS-onderdelen binnen hun begroting. De HGIS werkt als een parapluconstructie om de uitgaven te kunnen bundelen. Voor loon- en prijsstijgingen - inclusief wisselkoers-ontwikkelingen - en niet-voorziene tegenvallers is binnen de HGIS vanuit de Bruto Nationaal Inkomen (BNI)- bijstelling een reservering opgenomen op dit BZ-begrotingsartikel 6 (nog onverdeeld, HGIS). Compensatie voor loon- en prijsbijstelling van apparaatsuitgaven (zoals BZ-apparaat en attachés van andere departementen) vindt met voorrang plaats uit deze reservering. Hierbij wordt rekening gehouden met de buitenlandcomponent van deze uitgaven.
Tabel 14 Nog onverdeeld: opbouw verplichtingen, uitgaven en ontvangsten van de vastgestelde begroting 2025, realisatie en het verschil (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
0
0
0
0
0
18.636
‒ 18.636
Uitgaven
0
0
0
0
0
18.636
‒ 18.636
6.1
Nog onverdeeld (HGIS)
0
0
0
0
0
18.636
‒ 18.636
Nog onverdeeld (HGIS)
0
0
0
0
0
18.636
‒ 18.636
Nog onverdeeld (HGIS)
0
0
0
0
0
18.636
‒ 18.636
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
ToelichtingUitgaven en verplichtingen
Het budget voor begrotingsartikel 6 Nog Onverdeeld heeft betrekking op de nog onverdeelde HGIS non-ODA budgetten en hierop heeft zoals gebruikelijk geen realisatie plaatsgevonden. Zoals opgenomen in de eerste suppletoire begroting betreft de mutatie bij de eerste suppletoire begroting het saldo van bijstellingen op grond van aanpassing van bbp-ramingen door het CPB, verwerking van de HGIS-eindejaarsmarge 2024, het verwerken van de loon- en prijsbijstellingen binnen de HGIS en overboekingen naar diverse begrotingen zoals binnen de HGIS is overeengekomen. Binnen de HGIS is budget vrijgemaakt voor het oplossen van een aantal knelpunten, waaronder rijksbrede juridische proceskosten. Dit is cumulatief tussen 2025 t/m 2030 EUR 12,75 miljoen (gemeld in de eerste suppletoire begroting). Ook is er budget vrijgemaakt voor meerkosten van de NAVO-Top, Partners for Water (IenW) en het Stabiliteitsfonds (BZ). Verder is het budget bij de tweede suppletoire begroting met EUR 10,4 miljoen neerwaarts bijgesteld. Dat komt door een overheveling in het kader van apparaatsuitgaven. Bij de Slotwet is het resterende budget afgeboekt. Dit resulteert uiteindelijk in realisatiestand van 0.
5.3 Artikel 7: Apparaat
Personele en materiële uitgaven Dit artikel betreft de apparaatsuitgaven van zowel postennet in het buitenland als het departement in Den Haag exclusief de personele uitgaven voor de politieke leiding en attachés van andere ministeries. In dit begrotingsartikel zijn de verplichtingen voor en uitgaven aan het personeel en het materieel opgenomen.
Personeel De uitgaven voor eigen personeel vallen uiteen in drie categorieën:
1. Uitgaven voor het ambtelijk personeel; dit betreft de algemene ambtelijke leiding van het departement - exclusief secretaris-generaal, plaatsvervangend secretaris-generaal en directeuren-generaal - de beleidsdirecties en de ondersteunende diensten;
2. Uitgaven voor het uitgezonden personeel op de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland. Dit betreft o.a. salaris, vergoedingen en dienstreizen;
3. Uitgaven voor het lokaal aangenomen personeel op de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland;
4. Bedrijfsvoeringsuitgaven.
Materieel De materiële uitgaven hebben betrekking op de uitgaven voor de exploitatie van en investeringen in het departement in Den Haag en op de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland. Hieronder vallen o.a. de verplichtingen en uitgaven voor:
1. Huisvesting zoals huur van kanselarijen, residenties, personeelswoningen en het kantoor in Den Haag, klein onderhoud en bouwkundige projecten;
2. Beveiligingsmaatregelen;
3. ICT uitgaven zoals automatisering en communicatiemiddelen.
Bij de materiële uitgaven wordt specifiek aangegeven welk deel hiervan betrekking heeft op de ICT-uitgaven en hoeveel van de uitgaven plaatsvinden via een Rijksbrede Shared Service Organisatie (SSO). De ICT uitgaven, die via SSO plaatsvinden, zijn opgenomen onder de categorie «Bijdrage aan SSO’s».
Tabel 15 Apparaatsuitgaven Budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)
Realisatie 2021
Realisatie 2022
Realisatie 2023
Realisatie 2024
Realisatie 2025
Vastgestelde begroting 2025
Verschil 2025
Verplichtingen
822 922
951 345
1 067 724
1 120 899
1 116 942
989 826
127 116
Uitgaven
822 922
943 635
1 013 749
1 108 069
1 125 350
989 826
135 524
7.1.13
Personele uitgaven
543 541
610 262
679 695
752 235
769 163
648 207
120 956
7.1.13.1
Eigen personeel
450 293
484 660
532 189
590 859
618 428
618 428
7.1.13.2
Inhuur externen
32 390
43 920
47 576
64 294
56 876
56 876
7.1.13.3
Overige personele uitgaven
60 858
81 682
99 930
97 083
93 858
93 858
7.1.14
Materiële uitgaven
279 381
333 373
334 054
355 834
356 187
341 619
14 568
7.1.14.1
ICT
50 749
65 782
64 832
72 522
68 027
68 027
7.1.14.2
Bijdrage aan SSO's
49 699
53 591
74 942
69 119
76 123
76 123
7.1.14.3
Overige materiële uitgaven
178 933
214 000
194 280
214 193
212 037
212 037
7.10
Diverse ontvangsten
56 147
28 682
46 536
36 429
59 229
177 271
‒ 118 042
7.11
Koersverschillen
0
0
12 678
‒ 417
0
0
0
Verplichtingen
De realisatie van de verplichtingen op het apparaatsartikel valt ten opzichte van de vastgestelde begroting EUR 127 miljoen hoger uit, dit is EUR 8,4 miljoen lager dan de uitgavenrealisatie. De uitgavenmutaties ten opzichte van de vastgestelde begroting zijn toegelicht onder de uitgaven.
Uitgaven
7.1.13 Personele uitgaven:
– De realisatie van de personele uitgaven valt ten opzichte van de vastgestelde begroting EUR 121 miljoen hoger uit.
– De stijging in de algehele personele uitgaven is ontstaan door o.a. EUR 17 miljoen loon- en prijsbijstelling (LPB) zoals vermeld in de eerste suppletoire begroting en EUR 12,2 miljoen vanwege de hogere loonkosten uit hoofde van de nieuwe afspraken in de CAO Rijk die per 1 juli 2024 zijn geëffectueerd zoals vermeld in de tweede suppletoire begroting.
– Bij de eerste suppletoire begroting is het budget voor Inhuur externen met EUR 43,9 miljoen naar boven bijgesteld. Dit wordt veroorzaakt door meer realistisch ramen en een overheveling van het externe inhuurbudget van beleidsartikel 4 naar niet-beleidsartikel 7 Apparaat. Dit betreft circa EUR 11 miljoen m.b.t. consulaire dienstverlening.
– Zoals vermeld in de tweede suppletoire begroting stijgen de personele uitgaven door een overheveling van EUR 15 miljoen van artikel 7.1.14.1 Materiële uitgaven naar artikel 7.1.13.1 Personele uitgaven met betrekking tot externe inhuur ICT.
– Bij de eerste suppletoire begroting zijn de uitgaven voor bedrijfsvoering conform de rijksbegrotingsvoorschriften ondergebracht bij de personele uitgaven, in de ontwerpbegroting waren deze opgenomen onder de materiële uitgaven. Hierdoor stijgen de personele uitgaven met ongeveer EUR 34 miljoen.
– Verder zijn in de eerste suppletoire begroting de personele uitgaven begroot op instrumentniveau waardoor het bedrag voor overige personele uitgaven stijgt en het bedrag voor Eigen personeel evenredig wordt verlaagd. In de ontwerpbegroting 2025 waren deze per abuis niet gesplitst op instrumentniveau.
7.1.14 Materiële uitgaven:
– De realisatie van de materiële uitgaven valt ten opzichte van de vastgestelde begroting EUR 14,6 miljoen hoger uit.
– Zoals toegelicht in de eerste suppletoire begroting zijn de materiële uitgaven verlaagd met EUR 3,1 miljoen. Dit komt doordat uitgaven voor bedrijfsvoering conform de rijksbegrotingsvoorschriften onder personele uitgaven worden opgenomen en doordat de apparaatstaakstelling uit het Hoofdlijnenakkoord deels is verwerkt op de materiele uitgaven, terwijl deze in de Ontwerpbegroting 2025 volledig op personeel was geboekt.
– Verder zijn in de eerste suppletoire begroting de materiële uitgaven begroot op instrumentniveau waardoor het bedrag voor ICT en Bijdrage aan SSO’s stijgen en het bedrag voor Overige Materiële Uitgaven evenredig zijn verlaagd. In de ontwerpbegroting 2025 waren deze per abuis niet gesplitst op instrumentniveau.
– Bij de september suppletoire begroting zijn de uitgaven met EUR 11 miljoen neerwaarts bijgesteld vanwege vertragingen op investeringen in huisvesting in het buitenland.
– Zoals toegelicht in de tweede suppletoire begroting dalen de materiele uitgaven met EUR 7,6 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt door een overheveling van uitgaven voor externe inhuur ICT naar artikel 7.1.13 Personele uitgaven.
– Verder stijgen de materiële uitgaven met EUR 29 miljoen. Zoals toegelicht in de Decemberbrief BZ (Kamerstuk 36 800-V, nr. 33) komt dit met name door aanloopverliezen bij de forse bezuinigingen op apparaat als gevolg van verschillende taakstellingen en de onvermijdelijke aanloopperiode om deze in te vullen en een aantal tegenvallers op de informatiesystemen.
Ontvangsten
De gerealiseerde ontvangsten bedragen EUR 118 miljoen minder ten opzichte van de vastgestelde begroting. De afname wordt met name verklaard door een daling van EUR 88,9 miljoen toegelicht in de eerste suppletoire begroting. Dit betreft de bijstelling van de ontvangstenraming van een grote verkoop gepland in 2026. Verder zijn de ontvangsten in de tweede suppletoire begroting verhoogd door incidentele meerontvangsten van EUR 5,7 miljoen op de in 2024 ingediende vorderingen van loonkosten lokaal personeel bij andere vakdepartementen. Zoals gemeld in de Decemberbrief BZ (Kamerstuk 36 800-V, nr. 33) was de verwachting dat op basis van de laatste inzichten de ontvangsten met EUR 40 miljoen lager zouden uitvallen dan bij Tweede suppletoire begroting. Dit is met name het gevolg van de aanpassing van de raming van een grote verkoop. Uiteindelijk zijn de ontvangsten met EUR 35 miljoen lager uitgekomen ten opzichte van de Tweede suppletoire begroting.
I: Huisvesting
Doel van het huisvestingsbeleid van BZ is om haar vastgoed duurzaam, doelmatig, veilig en toekomstbestendig in te richten ter ondersteuning van de modernisering van de diplomatie. Panden worden afgestoten, aangeschaft of verbouwd conform de huisvestingsvisie.
Op basis van een Meerjarenprogrammering (MJP) Vastgoed brengt BZ de huisvestingsportefeuille op orde. Onderdeel van de MJP is het afstoten van een aantal objecten. Voor de ontvangsten uit de verkoop van deze objecten geldt een Middelenafspraak. Deze houdt in dat de betreffende ontvangsten (uitsluitend) mogen worden ingezet voor de investeringen in vastgoed ten behoeve van een aantal specifieke vastgoedprojecten. In 2025 zijn afspraken gemaakt over de invulling van deze zogenaamde Middelenafspraak tot en met 2030. Een onderdeel van deze afspraak is het betrekken van Financiën bij de ontwikkelingen binnen de huisvestingsportefeuille. Op basis van deze informatie kan Buitenlandse Zaken, mits inpasbaar in het rijksbrede beeld, tijdens de geëigende begrotingsmomenten een verzoek indienen om middelen te schuiven tussen de jaren om daarmee de doelmatigheid van de investeringen te bevorderen.
Zoals toegezegd tijdens het Wetgevingsoverleg op 12 juni 2017 over het jaarverslag van het Ministerie van Buitenlandse Zaken 2016 is hieronder een overzicht opgenomen van de onroerend goed mutaties die gemoeid zijn met de Middelenafspraak van de afgelopen vijf jaar. De uiteindelijke opbrengsten van verkoop zijn onder meer afhankelijk van de vastgoedmarkt in de betreffende landen. Vastgoed investeringen en/of aankopen zijn verricht in 2025 voor EUR 54 miljoen en voor EUR 23,1 miljoen aan vastgoed is verkocht in 2025. Op 31 december 2025 was het saldo voor investeringen EUR 30 miljoen negatief. Dit betreft een negatief saldo omdat de investeringen vooruitlopen op de verwachte verkopen. Het saldo eind 2025 wordt in de komende jaren verrekend met de investeringsbudgetten op de begroting.
Tabel 16 Overzicht mutaties middelenafspraak
Bedragen x EUR 1 miljoen
2021
2022
2023
2024
2025
Saldo aanvang begrotingsjaar
4,2
33,7
39,7
28,9
63,7
Opbrengsten
34,7
62,8
*
10
90,9
**
‒ 39,6
***
Investeringen en/of aankopen
5,2
56,8
20,8
56,2
54,0
Saldo einde van het begrotingsjaar
33,7
39,7
28,9
63,7
‒ 30,0
* Dit betreft voor EUR 60 miljoen een kasschuif.
** Dit betreft voor EUR 48,6 miljoen en EUR 35 miljoen een kasschuif. Dit vooruitlopend op verkopen in 2025.
*** Dit betreft een correctie voor lagere ontvangsten uit verkopen in 2025, waarop in 2024 is vooruitgelopen.
– 2021: Gerealiseerde verkopen en uitgaven in diverse panden conform de meerjarenplanning: verkoop in Seoul. Investeringen o.a. in Sydney, Caracas, Atlanta, Bangalore en wereldwijd veiligheidsproject
– 2022: Inkomsten uit verkoop van o.a. pand in Lagos. Daarnaast is er budget toegevoegd middels een kasschuif vooruitlopend op toekomstige ontvangsten. Investeringen hebben plaatsgevonden conform de meerjarenplanning in Brussel, Londen, Milaan en Beiroet.
– 2023: Geen verkopen, wel opbrengsten van eerdere jaren. Investeringen in o.a. aankoop residentie Kopenhagen, verbouwing residentie Beiroet, nieuwe kanselarij Jerevan, verbouwing Washington en renovatie residentie Parijs.
– 2024: Inkomsten uit verkoop pand in Ankara. Investeringen in o.a. Brussel, San Francisco, Beiroet, Luanda en Dublin.
– 2025: Inkomsten uit verkoop pand in Bangkok (vooruitbetaling). Investeringen in o.a. Ankara, Boedapest, Beijing, Sydney en Bangkok.
II: Kengetallen Personeel
Tabel 17 Kengetallen Personeel
realisatie
realisatie
Personeel
2025
2024
Loonkosten departement
Gemiddelde bezetting (fte)
2.928
2.906
Gemiddelde prijs (EUR)
113.932
109.589
Toegelicht begrotingsbedrag (x EUR 1.000)
333.592
318.466
Loonkosten posten
Gemiddelde bezetting (fte)
858
838
Gemiddelde prijs (EUR)
130.631
128.036
Toegelicht begrotingsbedrag (x EUR 1.000)
112.081
107.294
Totaal loonkosten ambtelijk personeel (A)
Gemiddelde bezetting (fte)
3.786
3.744
Gemiddelde prijs (EUR)
117.716
113.718
Toegelicht begrotingsbedrag (x EUR 1.000)
445.673
425.760
Vergoedingen uitgezonden personeel (B)
Gemiddelde bezetting (fte)
858
838
Gemiddelde prijs (EUR)
91.136
93.060
Toegelicht begrotingsbedrag (x EUR 1.000)
78.194
77.985
Loonkosten lokaal personeel (C)
Gemiddelde bezetting (fte)
2.113
2.095
Gemiddelde prijs (EUR)
66.661
65.711
Toegelicht begrotingsbedrag (x EUR 1.000)
140.865
137.667
Totaal loonkosten (A-C) (x EUR 1.000)
664.733
641.411
Toelichting:
– De gemiddelde bezetting van het ambtelijk personeel nam met ruim 40 fte toe.
– De gemiddelde prijs van het ambtelijk personeel steeg met ongeveer 3,5%. Belangrijkste oorzaken hiervoor waren afspraken in de CAO Rijk en de loonontwikkeling uit hoofde van bevorderingen en schaalstappen.
– Ook de gemiddelde bezetting van het lokaal personeel nam in 2025 licht toe.
– De gemiddelde prijs van het lokaal personeel steeg door loonaanpassingen gebaseerd op loononderzoeken via de markersystematiek en door schaalstappen. Er is ook altijd sprake van koerseffecten door periodieke aanpassingen van interne omrekenkoersen (corporate rates) voor loonbestanddelen die in vreemde valuta worden uitbetaald. In 2025 trad eenmalig een extra koerseffect op door tussentijds neerwaartse bijstelling van de corporate rate van de USD, waardoor de realisaties in EUR lager uitvielen.
6. Bedrijfsvoeringsparagraaf
Deze paragraaf gaat in op de bedrijfsvoeringvraagstukken die zich gedurende het begrotingsjaar 2025 hebben voorgedaan en waarvan de informatieverstrekking voor het inzicht en de oordeelsvorming door de Tweede Kamer van belang is. Op basis van de Rijksbegrotingsvoorschriften informeren wij u over onder meer risico’s van misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O), fraude en corruptie, verduurzaming van de BZ-organisatie en informatiebeveiliging.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) besteedt op een gestructureerde wijze aandacht aan de bedrijfsvoering. Via de interne planning- en control cyclus, waaronder de begrotings- en jaarplancyclus en de Integrale Risicomonitor Bedrijfsvoering, bewaakt BZ of de doelstellingen op doeltreffende, doelmatige en rechtmatige wijze worden gerealiseerd. Waar nodig wordt bijgestuurd
Tabel 18 Overzicht overschrijdingen rapporteringstoleranties fouten en onzekerheden (bedragen x 1000)
(1) Rapporterings- tolerantie
(2) Verantwoord bedrag in € (omvangsbasis)
(3) Rapporterings-tolerantie voor fouten en onzekerheden in €
(4) Bedrag aan fouten in €
(5) Bedrag aan onzekerheden in €
(6) Bedrag aan fouten en onzekerheden in €
(7) Percentage aan fouten en onzekerheden t.o.v. verantwoord bedrag = (6)/(2)*100%
Artikel 4 verplichtingen
48.336
4.834
11.887
-
11.887
24,6 %
Rechtmatigheid
Ten aanzien van de uitgaven en verplichtingen is op artikel 4 een overschrijding van de rechtmatigheid geconstateerd. Deze overschrijding wordt hieronder toegelicht.
Artikel 4 verplichtingen
Voor de continuiteit van de bedrijfs- en beleidsuitvoering heeft het Ministerie voor twee applicaties een verlengingsovereenkomst moeten afsluiten. Hierin was contractueel niet voorzien. Deze verplichtingen zijn fout.
Daarnaast was ten onterechte een opdracht niet Europees aanbesteed.
Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
Begrotingsbeheer, financieel beheer en materiële bedrijfsvoering
Verbeterplan financieel beheer
Het ministerie van Buitenlandse Zaken had in 2024 het financieel beheer niet op orde. De Algemene Rekenkamer tekende bezwaar aan tegen het gevoerde financieel beheer. Zij trok het bezwaar in op basis van het verbeterplan dat de Minister presenteerde.
Het Ministerie is gecommitteerd om duurzaam in control te komen van het financieel beheer. In 2025 is uitvoering gegeven aan het verbeterplan. Belangrijke stappen zijn gezet in de realisatie van het doel, maar ook in 2026 zijn er nog stappen te zetten. Zoals in het verbeterplan is aangegeven, vraagt de realisatie een meerjarige en organisatie-brede aanpak.
In navolging van de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer heeft het Ministerie in 2025 maatregelen getroffen ten aanzien van:
De inrichting van de financiële administratie en het IT-beheer van de applicaties (SAP, IMPACT, MIBZ):
In 2025 zijn twee belangrijke verbeteringen gerealiseerd in de inrichting van SAP BZ en IMPACT. Voorschotmutaties werden in boekjaar 2024 uitsluitend vastgelegd in IMPACT. In 2025 is een interface gerealiseerd waarmee de voorschotmutaties in SAP-BZ worden vastgelegd. Voor de verantwoording kan hierdoor volledig gebruik worden gemaakt van SAP-BZ en is het niet meer nodig om hiervoor gebruik te maken van rapportages in MIBZ. Na de technische jaarovergang 2025/26 is er een conversie uitgevoerd in SAP waarbij voor de bedrijfsvoering de jaarverplichtingen en contractverplichtingen met een openstaande saldo ultimo 2025 die waren vastgelegd als middelenreservering zijn omgezet naar middelenbesteding. De conversie van programmaverplichtingen zal in het tweede kwartaal van het jaar 2026 worden omgezet.
Verplichtingenbeheer:
De registratie en het administratief beheer van bedrijfsvoeringsverplichtingen kent onvolkomenheden. Het Ministerie heeft daarom maatregelen getroffen. Deze maatregelen hebben geleid tot nieuwe heldere kaders en tot een groter bewustzijn bij directies en posten om dit proces te verbeteren. Kern van het probleem is dat het ministerie tot en met 2023 de op zichzelf valide richtlijn «Verplichting = kas» te breed heeft toegepast. Hoewel de werkwijze nu is veranderd, hebben de fouten uit voorgaande jaren nog een nadrukkelijke doorwerking in 2025. Het Ministerie heeft een doorlichting uitgevoerd van de openstaande bedrijfsvoeringsverplichtingen (4400). Dit was geen sinecure. Het heeft geleid tot een scherp inzicht in de onderliggende oorzaken van de fouten en tot correctie van veel openstaande verplichtingen. Hiermee is een belangrijke stap gezet in het duurzaam verbeteren van het verplichtingenbeheer. Het was helaas niet voldoende om de onzekerheid over de juistheid van de verplichtingenstand in voldoende mate al over 2025 weg te nemen met als gevolg een beperking bij de controleverklaring van de ADR.
Een derde deel van de bedrijfsvoeringsverplichtingen betreft huurovereenkomsten. Huurovereenkomsten kunnen complex (en daarmee administratief foutgevoelig) en arbeidsintensief zijn, onder meer door specifieke afspraken over indexatie en specifieke bepalingen over de looptijd. Huurovereenkomsten lenen zich in beginsel voor toepassing van de richtlijn «Verplichting = kas». Dit was ook zo geregeld in de regeling Financieel Beheer van het Rijk. Door aanpassing van deze regeling is dit niet meer het geval. Het ministerie van Financiën stelt dat dit onbedoeld is en zet zich in om in 2026 de regeling aan te passen. Het verplichtingenbeheer van het Ministerie zou hiermee minder bewerkelijk worden.
Het Ministerie stelt op basis van de oorzakenanalyse een aanvullend plan op voor 2026. Dit plan zal met de Algemene Rekenkamer, de Auditdienst Rijk en het ministerie van Financiën worden gedeeld.
Het toezicht en monitor op financieel beheer en IT-beheer:
Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft een overkoepelende risicoanalyse gemaakt. Hiermee heeft het Ministerie een fundament gelegd om het toezicht en monitoring op de juiste risico’s plaats te laten vinden en om onnodige beheer- en controlelast te voorkomen. De risicoanalyse wordt jaarlijks geactualiseerd, waarna het Ministerie deze afstemt met de Auditdienst Rijk. Dit moet leiden tot een nog efficiënter en effectiever toezicht en monitoring. Toereikende kennis en vaardigheden op de juiste plek op het juiste moment is een belangrijke voorwaarde voor een goed financieel beheer. Een organisatie-brede analyse is gemaakt van kritische en kwetsbare financiële functies. De inzet op het wervingsbeleid en het opleidingenaanbod is hierdoor aangescherpt. In 2025 zijn verschillende gekwalificeerde specialistische functionarissen benoemd. Het Ministerie gaat hiermee de komende jaren door. Voor complexe financieringen heeft het Ministerie het voorafgaand toezicht verscherpt.
Regelingen onder mandaat:
De beheerorganisaties van de regelingen die onder mandaat van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking door organisaties op afstand van het Ministerie worden uitgevoerd, voldoet niet aantoonbaar aan de comptabele voorschriften. In het verbeterplan heeft het Ministerie zich primair gericht op de programma’s die uitbesteed zijn bij het agentschap Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en bij de staatsdeelneming Invest International Public Programmes (IIPP). Met RVO zijn nieuwe beheerafspraken overeengekomen. Het Ministerie financiert de programma’s niet meer voor, maar rekent deze periodiek op factuurbasis af. In 2025 zijn deze afspraken succesvol doorgevoerd. Met IIPP is het Ministerie een nieuw financieel kader overeengekomen. De uitvoering van de programma’s moet aan dit financieel kader voldoen. In 2026 zal het Ministerie het controleprotocol, dat de controlerend auditor moet toepassen, in lijn brengen met het financieel kader. Inzet is verder dat de door de auditor gecontroleerde cijfers eerder beschikbaar komen, zodat deze in de controle van de jaarrekening van Hoofdstuk 17 Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking kunnen worden meegenomen. In 2025 was dit niet haalbaar, waardoor er sprake is van een belangrijke comptabele onzekerheid, omdat de door een extern accountant gecontroleerde definitieve cijfers kunnen afwijken van de voorlopige cijfers. Als zich inderdaad een verschil tussen voorlopige- en definitieve cijfers blijkt voor te doen, wordt dit verwerkt in het volgende BHO jaarverslag. De revolverende fondsen DGGF en DTIF worden onder mandaat uitgevoerd. Na afstemming met de Auditdienst Rijk, de Algemene Rekenkamer en het ministerie van Financiën blijkt dat de Rijksbegrotingsvoorschriften onvoldoende voorzien in deze beheerorganisatie en de administratie van het Ministerie niet volledig in lijn met de administratie van de revolverende fondsen kan worden gebracht. Het Ministerie verkent met het ministerie van Financiën een oplossing.
Vastlegging financiële instrumenten
In het kader van «verantwoord begroten» presenteren departementen de financiële inzet op instrumentniveau. Dit volgt uit de Rijksbegrotingsvoorschriften. Over 2024 is vastgesteld dat het Ministerie uitgaven heeft verantwoord op een onjuist financieel instrument. In 2025 heeft het Ministerie de kaders aangescherpt en is een correctieslag gemaakt op bestaande verplichtingen die op een verkeerd instrument waren verantwoord. Er is gekozen voor een risicogerichte correctie waarbij rekening is gehouden met het totale financieel belang en de tolerantiegrenzen op getrouwheidsfout van de subartikelen. Vervolgacties zoals kennisoverdracht, automatisering (afdwingen van keuzes in IT-systemen) en onderzoek naar een simpelere indeling van de begroting qua instrumenttype zijn in 2026 gepland met als streven aantoonbaar structurele verbetering van de verantwoording op de juiste financiële instrumenten.
Hierbij speelt mee dat voor de gehele BZ- en BHO-begroting geldt dat er bij het bepalen van een activiteit een ander instrument kan worden gekozen dan het verwachte instrument in de begroting, omdat bij de instrumentkeuze de te bereiken resultaten leidend zijn. Daarmee kan per geval het meest doelmatige instrument gekozen wordt. Dit kan betekenen dat de gebruikte instrumenten (subsidies, bijdragen, etc.) voor hetzelfde onderwerp van jaar tot jaar kunnen verschillen. Dit is bij een aantal artikelen zichtbaar. Tevens betekent dit ook dat voor hetzelfde onderwerp meerdere instrumenten mogelijk zijn. Dat betekent in sommige gevallen ook dat de instrumenten bij het opstellen van de begroting nog niet bekend zijn, omdat de activiteiten na het publiceren van de begroting starten en dan duidelijk wordt hoe financiering plaatsvindt. Een voorbeeld is dat het instrument verschilt voor partners binnen en buiten de EU. Bij een subsidiebeleidskader, dat afhankelijk is van aanvragen door partners, kan daarom vooraf moeilijk bepaald worden hoeveel aanvragen door partners binnen en hoeveel door partners buiten de EU worden gedaan. Voor deze activiteiten wordt in de begroting het verwachte instrument gekozen. Het aantal activiteiten en het aantal financiële instrumenten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken inclusief het postennet is aanzienlijk, met een groot aantal mutaties tot gevolg in het Jaarverslag.
Inkopen
De doorlichting van de bedrijfsvoering verplichtingen laat zien dan ten aanzien van het inkoop- en contractbeheer de afgesloten overeenkomsten niet altijd voldoende helder zijn geformuleerd om het verplichtingenbedrag eenduidig te kunnen vaststellen. Het Ministerie wil de richtlijnen op dit punt in 2026 verder strak trekken.
De uitrol van het vernieuwde visumsysteem kende in 2025 technische problemen, waardoor het Ministerie genoodzaakt was om het oude IT-systeem langer dan voorzien en afwijkend van de geldende regelgeving te verlengen. Hiermee werd de continuïteit van de uitvoering van de wettelijke taak gewaarborgd.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken maakt gebruik van Rijksbrede raamovereenkomsten die in beheer zijn van andere ministeries. Deze ministeries hebben melding gemaakt van de afgesloten overbruggingsovereenkomsten, waarover in de bedrijfsvoeringparagraaf van de betreffende ministeries een toelichting is opgenomen. Als gevolg daarvan zijn de verplichtingen die onder deze overeenkomsten zijn aangegaan als onrechtmatig bestempeld. In het verslagjaar gaat het bij het ministerie van Buitenlandse Zaken om circa 9,5 miljoen euro. Het betreft voornamelijk om interim-management en internationale verhuisdiensten.
Beheer vastgoed en huisvesting
De directie Huisvesting en Facilitaire Zaken (DHF) heeft in 2025 verder gewerkt aan de implementatie van de huisvestingsvisie en aan de versterking van de interne organisatie. DHF heeft het in 2023 ingezette verbetertraject afgerond. De Algemene Rekenkamer heeft haar aandachtspunt laten vervallen. DHF heeft alle verbeterpunten uit het AR rapport opgepakt en verder ontwikkeld en/of afgerond. Daarnaast is de jaarlijkse huisvesting-meerjarenprogrammering vastgesteld, waarbij opnieuw gebruik gemaakt van het vastgoed-wegingsmodel.
Voorts heeft DHF in 2025 twee vastgoedmutaties gedaan: de aankoop van de residentie in Bangkok en de verkoop van de kanselarij in Bangkok.
Misbruik en oneigenlijk gebruik
Misbruik en oneigenlijk gebruik
In deze rapportage wordt misbruik en oneigenlijk gebruik (hierna: externe fraude) beschouwd als het opzettelijk handelen van externe partijen binnen de activiteitencyclus, waarbij gebruik wordt gemaakt van misleiding om een onrechtmatig of onwettig voordeel te verkrijgen.
BZ beschikt over beleid en procedures ten aanzien van de handelwijze bij vermoedens van externe fraude binnen de activiteitencyclus die zijn opgenomen in het Handboek Bedrijfsvoering Buitenlandse Zaken (HBBZ). Deze vermoedens en gevallen van fraude door derden worden gemeld bij het Expertisecentrum Malversaties (ECM) van het ministerie.
De activiteitencyclus is zowel op Buitenlandse Zaken als Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van toepassing. Meer informatie ten aanzien van (vermoedens van) externe fraude rond BHO-activiteiten is opgenomen in de bijlage ‘misbruik en oneigenlijk gebruik’ bij het jaarverslag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking 2025.
Voor wat betreft de BZ-activiteiten zijn in 2025 1 vermoeden van externe fraude gemeld bij ECM.
Sinds 1 januari 2025 heeft ECM haar registratiemethodiek verder gestructureerd. Vanaf dat moment wordt onderscheid gemaakt tussen meldingen waarvan direct herleidbaar is wat de financiële impact is op de BZ- dan wel BHO-begroting en meldingen die niet direct herleidbaar zijn naar Nederlandse financiering (e.g. ongeoormerkte bijdragen). Van de niet herleidbare meldingen worden alleen de (mogelijk) politiek/publicitair significante zaken geregistreerd. Alle overige zaken binnen deze activiteiten worden niet geregistreerd en worden ook niet opgenomen in de bijlage ‘misbruik en oneigenlijk gebruik’ van het departementale jaarverslag. Met deze aangepaste methodiek dient rekening te worden gehouden in geval van statistische vergelijkingen met voorgaande jaren.
Overige aspecten van de bedrijfsvoering
Informatiehuishouding
Als onderdeel van het rijksbrede programma Open Overheid, is er in 2025 verder gewerkt aan het verbeteren van de informatiehuishouding (IHH) van BZ. Het programma Verbetering IHH BZ is in september 2025 beëindigd. De nog lopende projecten van dit programma zijn ondergebracht in de lijnorganisatie. Met het project Informatiemanagement, (voorheen project Kwaliteitsverbetering) worden alle dienstonderdelen op gestructureerde wijze ondersteund. Ongeveer de helft van alle dienstonderdelen is in de loop van 2025 gestart met een verbetertraject.
Voor de informatievoorziening van BZ is SSC-ICT een belangrijke dienstverlener. In 2023 is vastgesteld dat specifieke behoeften van BZ niet goed kunnen worden ingevuld in een shared-service-achtige setting. Daarom werd in 2024 een onderzoek gestart om de huidige inrichting van de IT-dienstverlening te heroverwegen.
Gezien de zorgen over de informatiebeveiliging rondom de dienstenverlening van SSC-IST, heeft BZ het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT) om advies gevraagd over het voornemen de ICT-dienstverlening deels anders te beleggen. AcICT heeft geadviseerd om als eerste te investeren in het gezamenlijk versterken van de dienstverlening van SSC-ICT aan BZ.
Weerbaarheid in Informatiebeveiliging
2025 stond in het teken van de versterking van de cyberweerbaarheid en het afronden van grootschalige trajecten, waaronder het project DELPHI (o.a. logging en monitoring) en de aansluiting op het CSOC centraal. De nadruk lag op implementatie en borging in de lijnorganisatie. Daarnaast zijn voorbereidingen getroffen voor de naleving van (inter)nationale kaders (NIS2, VIRBI, BIO 2.0) en is het beleid voor Business Continuity Management (BCM) vastgesteld. Verdere operationalisering van dit beleid vindt plaats in 2026. De sturingsinformatie wordt geoptimaliseerd door een transitie van compliance naar meer risicogericht rapporteren. Hoewel de formatie door inhuur en verambtelijking in 2025 kwantitatief op orde is gebracht, blijft de structurele borging van de personele continuïteit een aandachtspunt.
Privacy - Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)
Op het punt van Privacy in lijn met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn gedurende 2025 stappen ter verbetering genomen. De aanbevelingen die voortvloeien uit het onderzoek dat door de ADR is uitgevoerd naar de organisatorische inrichting van de AVG binnen BZ, worden door een kwartiermaker Chief Privacy Officer verder uitgewerkt naar adviezen om de privacy governance binnen BZ te versterken.
De directies hebben een kwaliteitsslag gemaakt op verwerkingen in het verwerkingenregister. Er is daarnaast gestart met een actualisatie van het privacybeleid en het opstellen van een AVG opleidingsplan. Ook de posten en directies zijn gestart met een zgn. maatregelenplan.
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is in april 2025 een onderzoek gestart dat zich richt op het controleren van de rechtmatigheid van gegevensverwerkingen voor aanvraag en afgifte van Schengenvisa kort verblijf op basis van de AVG en de VIS-verordening. Het is niet bekend wanneer de AP verwacht het onderzoek af te ronden. Daarnaast zal de AP in 2026 een gecombineerde VIS/SiS-audit (laten) uitvoeren bij alle ketenpartners in Nederland. De AP is vanuit de gelijknamige EU-verordeningen verplicht de audits eens per vier jaar uit te voeren. Tot slot vindt in oktober 2026 de Schengenevaluatie plaats voor Nederland waarbij lidstaten (onder andere de AP en BZ) aan de Europese Commissie rapporteren over de aanbevelingen op het gebied van gegevensbescherming.
Fraude en Corruptie
In 2025 voerde de ADR een Rijksbreed onderzoek uit naar de beheersing van interne fraude-en corruptierisico’s. Naar aanleiding van de aanbevelingen specifiek voor BZ, en om de desbetreffende risico’s op het juiste niveau te kunnen volgen, is een overzicht van (interne) fraude- en corruptie risico’s met een beschrijving van risico’s en maatregelen op procesniveau en per proceseigenaar opgesteld. Dit overzicht is als bijlage bij de Integrale Risicomonitor Bedrijfsvoering BZ 2025 vastgesteld door de Management Raad in november 2025. In het kader van bewustwording over het risico op corruptie is in 2025 verder een programma gestart met de focus op onder andere preventie, bewustwording, detectie, nazorg en respons. Voor 2026 liggen er kansen op het vlak van explicietere beschrijving van het beleid en het beleggen van eigenaarschap van het onderwerp ‘interne fraude en corruptie’.
In 2025 heeft interne fraude zich in beperkte mate voorgedaan. Het betrof voor zover bekend drie gevallen, waarmee een totaalbedrag van ca. 1.550,00 EUR was gemoeid.
Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen
I-portfolio – grote ICT projecten
I-portfolio
In 2025 zijn een drietal Grote ICT-activiteiten tot afronding gekomen. Het gaat hierbij om een project in het consulaire domein Front Office Back Office (FOBO), in het financiële domein Vervanging Bedrijfsvoeringsysteem (VBS SAP) en in de informatiehuishouding de vernieuwing van SharePoint. Modernisering Activiteitencyclus (MAC/IMPACT) zal naar verwachting in 2026 worden afgerond.Hierdoor is ruimte ontstaan voor aantal nieuwe Grote ICT-activiteiten, die in 2025 opgestart zijn en waarover verantwoording plaatsvindt of gaat vinden op het Rijks ICT-dashboard. Het gaat hierbij om de Technische upgrade Sharepoint SE, Modernisering Activiteitencyclus II, het Global Personnel System (GPS) het Samenwerkingsprogramma Herziening Informatiebeveiliging en Levering Diensten (SHIELD) en de Hoog Beveiligde Omgeving 2 (HBO2).
Grote ICT projecten
Het Front office Back Office (FOBO) project is afgerond en inmiddels is het nieuwe visumsysteem (Kairos 3.0) uitgerold. Daarmee is het visumproces verder gedigitaliseerd. De digitalisering van het reisdocumentenproces (Kairos RD) is nog in de opleverfase, maar inmiddels al wel op een aantal posten geïmplementeerd. Kairos RD zal in het eerste kwartaal geïmplementeerd worden bij zowel de backoffice als op de overige Posten.De komende twee jaar zal voor beide systemen de nu nog ontbrekende functionaliteit worden opgeleverd, wat voor Kairos 3.0 tevens inhoudt dat het geschikt wordt gemaakt voor Revised VIS en Interoperabiliteit (twee Europese verordeningen).Andere projecten die momenteel uitgevoerd worden zijn de vernieuwing van het E-betaalsysteem voor op de Posten (medio 2026 afgerond), het verwerven van een nieuw afsprakensysteem (2026) en het vernieuwen van biometrie apparatuur (incl. live foto) aan de balies. Tot slot kan nog de aanbesteding van Externe Dienstverleners (EDV’s) voor visum- en paspoortaanvragen worden gemeld. Dit omvangrijke project, met veel IT- implicaties, moet in Q3 2026 afgerond zijn.
Open source – open standaarden ICT projecten
De instructie rijksdienst inzake open standaarden en open source is opgenomen in de BZ IT-sourcing strategie. Met de implementatie van de sourcing strategie is naleving van de instructie naar verwachting geborgd.
Evaluatie audit committee
Het Strategisch Audit Committee van BZ is vier keer bijeengekomen. Er is een zelfevaluatie uitgevoerd onder de leden. Uitkomst daarvan was dat relevante onderwerpen worden besproken en dat de advisering van het AC toegevoegde waarde heeft voor de organisatie. Een van de verbetersuggesties is meer aandacht voor de terugkoppeling van de gegeven adviezen. Het AC heeft drie externe leden. De benoeming van een extern lid liep af, twee externe leden zijn benoemd. Daarnaast heeft MinFIN de Regeling Audit Committees van het Rijk geëvalueerd en gaat MinFIN de regeling herzien.
Departementale checks and balances subsidieregelingen
Het ministerie hanteert voor iedere activiteit, waarvoor financiering wordt aangevraagd, waaronder subsidies, een standaard beleidsuitvoeringsproces. Een financieringsaanvraag wordt volgens een standaardprocedure getoetst. Hierbij wordt vooraf vastgesteld in hoeverre deze past binnen de beleidskaders die het ministerie heeft en of er budget beschikbaar is voor financiering. Daarnaast wordt beoordeeld of een aanvrager beheersmatig de activiteiten kan verrichten. Naast deze analyses worden risico’s ingeschat ten aanzien van de omgeving waarin de activiteiten worden uitgevoerd, de aard van de activiteit, fraude en integriteit. De uitkomsten van de risicoanalyses kunnen aanleiding zijn voor het stellen van nadere eisen aan de financiering of voor het niet toekennen van financiering. Vanuit de rechtsnorm voor het verstrekken van schaarse subsidiemiddelen worden subsidies zoveel mogelijk uitgezet via een subsidietender. Daar waar dat niet nodig is wordt daar onderbouwd van afgeweken. De beleidsmatige, financiële en beheersmatige toetsing en het oordeel hierbij bepalen uiteindelijk of een aanvraag voor een activiteit wordt gehonoreerd en welke (eventuele) vereisten aan de financiering worden gesteld.
Na toekenning van de financiering beoordeelt het ministerie middels een standaard beoordelingsprocedure periodiek de inhoudelijke en financiële voortgang van activiteiten. Na afloop evalueert het ministerie de doeltreffendheid en doelmatigheid van gefinancierde activiteiten. De beoogde en gerealiseerde resultaten van de activiteiten zijn ook input voor bredere beleidsevaluaties.
Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering
De inrichting van de financiële administratie en het IT-beheer van de applicaties SAP, IMPACT en MIBZ
Zomer 2026 zal IMPACT worden overgedragen van project naar de lijn. In 2025 is gestart met de inrichting van het beheer van IMPACT in de lijn. De beheerprocessen van IMPACT worden ingericht conform de bestaande beheerprocessen van SAP BZ. Verder zijn in het beheer van de financiële systemen verbeteringen doorgevoerd in de manier waarop kennis wordt geborgd en gedeeld. Ook zijn er nieuwe collega’s aangetrokken om de organisatie robuuster te maken en daarmee het risico van het wegvloeien van kennis te reduceren. Tot slot is het wijzigingenbeheer van MIBZ beschreven en geïmplementeerd waarmee het eigenaarschap van met name verantwoordingsrapportages is vastgelegd en de betrokkenheid van de rapporteigenaar bij wijzigingen beter is geborgd.
Personeelsbeleid
De Hoofddirectie Personeel en Organisatie (HDPO) heeft in 2025 de actiepunten uit de HR-notitie grotendeels afgerond. Enkele actiepunten zijn overgenomen in het Hoofdlijnenplan Toekomstbestendig BZ (d.d. april 2025). Het hoofdlijnenplan schetst de contouren waarlangs de Bestuursraad de organisatie toekomstbestendig wil maken én geeft tegelijkertijd richting aan de taakstelling. Aan de hand van de zes organiserende principes zorgt de bestuurder er voor dat de BZ-organisatie in staat is om de doelen van een toekomstbestendig BZ uit te voeren.
HDPO is verantwoordelijk voor het uitwerken van de in het Hoofdlijnenplan genoemde uitgangspunten en uitvoeren van de aanpassingen in de organisatie. Hier is in 2025 een start mee gemaakt. Zoals bijvoorbeeld met het vormgeven van een (vrijwillige) vertrekregeling, meer begeleiding bieden aan medewerkers die in het overplaatsingssysteem geen nieuwe functie vinden en het ondersteunen van zowel leidinggevenden als medewerkers in het veranderproces. Deze regelingen en procesaanpassingen worden in 2026 geformaliseerd.
De actiepunten uit de HR-notitie en de voorstellen voor een toekomstbestendig HR-beleid uit het hoofdlijnen plan TBZ zijn in juni 2025 samengebracht door HDPO, en in samenhang uitgewerkt, in de notitie ‘Duurzaam competent’.
Integriteit, veilige werkomgeving, diversiteit en inclusie
Een (sociaal) veilige werkomgeving, integer gedrag en diversiteit & inclusie (D&I) zijn voor BZ belangrijke waarden. Dit blijkt uit de handreiking ‘Respectvolle relaties’, waarin de missie, visie, kernwaarden, 1BZ en de Gedragscode Integriteit Rijk zijn samengevat. In 2025 is bij BZ opnieuw veel inzet geweest op deze onderwerpen. Integriteit, diversiteit en inclusie en de veilige werkomgeving zijn een vast gespreksonderwerp in de P-cyclus en zowel medewerkers als leidinggevenden hebben volop mogelijkheden om hierover advies te vragen en informatie in te winnen zoals over het doen van meldingen, de regels rondom integriteit en het bespreekbaar maken van integriteit bespreekbaar binnen teams. Ook is in 2025 het BZ-netwerk van vertrouwenspersonen uitgebreid en verder geprofessionaliseerd. Vertrouwenspersonen in Den Haag en op de posten bieden collega’s een luisterend oor en geven advies over integriteitskwesties en ongewenst gedrag.
Daarnaast is BZ in 2025 gestart met een nieuwe manier van werken waarbij op integrale wijze wordt gekeken naar de juiste opvolging van signalen over onveiligheid. en is een nieuw Actieplan Veilige werkomgeving, diversiteit en inclusie (2025-2028) door de Bestuursraad aangenomen.
Alle werving- en selectieprocessen, extern en intern dienen conform de Rijksbrede maatregelen ‘Breed werven en objectief selecteren’ te worden geïmplementeerd . Ook is het leeraanbod is dit jaar sterk uitgebreid met onder meer leeractiviteiten over Social Leadership, Sociale veiligheid voor teams en omgaan met beperking/chronische ziekte «Een beperking hoeft geen beperking te zijn». Daarnaast is een Rijksbrede training ‘Breed werven en objectief selecteren’ ingekocht. BZ verwacht deze in het eerste kwartaal van 2026 aan de medewerkers te kunnen bieden. BZ boekte op veel terreinen voortgang: in het maken en implementeren van beleid en het ontwikkelen van communicatie omtrent LHBTIQ+ ontwikkelingen, het werk en de ondersteuning van de LHBTIQ+ netwerk, bewustwording en impact op de samenleving. Zo heeft BZ voor de tweede keer achtereen een onderscheiding ontvangen van Workplace Pride voor de inzet ten aanzien van LHBTIQ+ werknemers. Als opvolging van de acties van de stuurgroep Steering Together Against Racism (START) wordt sinds 2025 de Exitmonitor aan alle BZ-collega’s (in Den Haag en op de posten), aangeboden. De Exitmonitor is een online, anonieme vrijwillig in te vullen vragenlijst voor alle medewerkers die de organisatie verlaten.
Crisiscoördinatie
Net als in het voorgaande jaar stond crisiscoördinatie in 2025 vooral in het teken van de regionale crisis in het Midden-Oosten. In juni brak een korte oorlog uit tussen Israël en Iran, met regionale veiligheidsimplicaties. Rond deze periode is de BZ crisisstructuur geactiveerd geweest, waarbij de veiligheidseffecten van het conflict voor de regio, en voor de Nederlandse te beschermen belangen, veel aandacht kreeg. Dit heeft onder meer geleid tot de repatriëring van Nederlanders vanuit Israël en tot specifieke maatregelen voor Nederlanders en Nederlandse ambassades in de regio.
Daarnaast was er in 2025 blijvende aandacht voor de ontwikkelingen in de Sahel, Venezuela, het oostelijk deel van Europa, en diverse landen in de wereld waar na verkiezingen ongeregeldheden uitbraken. Het postennet is in 2025 onder meer ondersteund met 14 ondersteuningsbezoeken aan risico-posten, 35 (crisis)-simulatieoefeningen en 4 meerdaagse trainingen voor beveiligingscoördinatoren (BVC’s) op posten. In aanvulling op de Snel inzetbare Consulaire Ondersteuningsteams (SCOT) zijn multidisciplinaire Crisisondersteuningsteams voor de Posten (COP) opgericht die, in geval van een crisis, posten snel ter plaatse kunnen ondersteunen en ontzorgen. Verder zijn stappen gezet om tijdens een crisis tot versnelde strategische besluitvorming te komen en tot snellere beschikbaarstelling van benodigde middelen aan posten.
Verduurzaming van de BZ-organisatie
In 2025 is BZ verder gegaan met het verduurzamen van de organisatie. Met betrekking tot klimaat laten de CO2-uitstootcijfers als gevolg van vliegreizen voor het eerst een lichte daling zien. Tegelijkertijd zijn er extra inspanningen nodig om de 2030 doelstelling (40% reductie ten opzichte van 2022) te behalen. In dit kader is besloten om te gaan werken met streefcijfers per directie. De lerende aanpak met streefcijfers wordt eind 2026 zowel kwantitatief als kwalitatief geëvalueerd. Naar aanleiding van deze evaluatie zal worden bepaald hoe BZ verder gaat met de CO2-reductie van dienstreizen, om de doelstelling 40% CO2-reductie in 2030 te kunnen behalen.
In 2025 is in het kader van de circulaire economie een eerste versie van een circulaire strategie voor BZ uitgewerkt. Daarnaast is het beleid ten aanzien van leefbaar loon in het afgelopen jaar in werking getreden. De implementatie van dit beleid verloopt moeizaam door beperkte financiële ruimte en de onbekendheid van het nieuwe beleid bij medewerkers.
C. JAARREKENING
7. Departementale verantwoordingsstaat
Tabel 19 Departementale verantwoordingsstaat 2025 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) (Bedragen x € 1.000)
Art.
Omschrijving
Vastgestelde begroting (1)
Realisatie (2)
Verschil (3) = (2) - (1)
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Totaal
11.947.738
12.254.727
3.653.619
13.121.982
13.215.391
2.569.809
1.174.244
960.664
‒ 1.083.810
Beleidsartikelen
1
Versterkte internationale rechtsorde
126.008
122.033
0
121.787
129.426
0
‒ 4.221
7.393
0
2
Veiligheid en stabiliteit
307.807
344.564
1.242
418.401
367.835
16.899
110.594
23.271
15.657
3
Effectieve Europese samenwerking
10.450.902
10.722.332
3.387.367
11.416.516
11.531.955
2.395.180
965.614
809.623
‒ 992.187
4
Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden
54.559
57.336
87.739
48.336
60.825
97.376
‒ 6.223
3.489
9.637
Niet-beleidsartikelen
6
Nog onverdeeld
18.636
18.636
0
0
0
0
‒ 18.636
‒ 18.636
0
7
Apparaat
989.826
989.826
177.271
1.116.942
1.125.350
60.354
127.116
135.524
‒ 116.917
8. Saldibalans
Tabel 20 Saldibalans per 31 december 2025 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (bedragen x € 1.000)
Activa
31-12-2025
31-12-2024
Passiva
31-12-2025
31-12-2024
Intra-comptabele posten
1
Uitgaven ten laste van de begroting
13.215.383
11.295.440
2
Ontvangsten ten gunste van de begroting
2.569.806
3.710.083
3
Liquide middelen
77.500
67.434
4
Rekening-courant RHB
0
0
4a
Rekening-courant RHB
10.731.039
7.665.228
5
Rekening-courant RHB Begrotingsreserve
0
0
5a
Begrotingsreserves
0
0
6
Vorderingen buiten begrotingsverband
79.120
83.374
7
Schulden buiten begrotingsverband
71.158
70.937
8
Kas-transverschillen
0
0
Subtotaal intra-comptabel
13.372.003
11.446.248
Subtotaal intra-comptabel
13.372.003
11.446.248
Extra-comptabele posten
9
Openstaande rechten
0
0
9a
Tegenrekening openstaande rechten
0
0
10
Vorderingen
15.464
16.542
10a
Tegenrekening vorderingen
15.464
16.542
11a
Tegenrekening schulden
0
0
11
Schulden
0
0
12
Voorschotten
639.516
658.376
12a
Tegenrekening voorschotten
639.516
658.376
13a
Tegenrekening garantieverplichtingen
287.447
287.447
13
Garantieverplichtingen
287.447
287.447
14a
Tegenrekening andere verplichtingen
1.481.203
1.574.613
14
Andere verplichtingen
1.481.203
1.574.613
15
Deelnemingen
58.375
51.114
15a
Tegenrekening deelnemingen
58.375
51.114
Subtotaal extra-comptabel
2.482.005
2.588.092
Subtotaal extra-comptabel
2.482.005
2.588.092
Totaal
15.854.008
14.034.340
Totaal
15.854.008
14.034.340
Inleiding
Algemeen
De saldibalans is een financiële staat waarop de standen van de intra- en extracomptabele rekeningen van de begroting van Buitenlandse Zaken worden verantwoord.
Het intracomptabele deel van de saldibalans geeft inzicht in de kasstromen. Het gaat hier voornamelijk om de uitgaven en ontvangsten van dienstjaar 2025, die nog met het Ministerie van Financiën moeten worden verrekend. Na goedkeuring van de Rijksrekening vindt de verrekening plaats. De tegenrekening van de uitgaven en ontvangsten is de post «Rijkshoofdboekhouding» (RHB), de rekening-courant tussen de Ministeries van Buitenlandse Zaken en Financiën.
Onder het intracomptabele deel zijn alle liquide middelen van het Ministerie opgenomen (met uitzondering van de RHB-rekening van BHO). De uitgaven en ontvangsten buiten begrotingsverband, die met derden zullen worden verrekend en niet ten laste of ten gunste van de begroting zijn gebracht, zijn verantwoord onder de intracomptabele vorderingen en schulden.
Het extracomptabele deel van de saldibalans geeft enerzijds inzicht in de standen van de uitstaande vorderingen en voorschotten die in het verleden tot kasstromen hebben geleid (ten laste van de begrotingen van BZ in voorgaande jaren). Anderzijds bevat dit deel van de saldibalans de post openstaande verplichtingen. Deze post geeft inzicht in de toekomstige kasstromen. Openstaande verplichtingen kunnen leiden tot uitgaven ten laste van begrotingen van volgende jaren. De extracomptabele rekeningen worden met behulp van diverse tegenrekeningen in evenwichtsverband geboekt.
Waarderingsgrondslagen
Uitgaven, ontvangsten, verplichtingen en mutaties op balansrekening in vreemde valuta worden gedurende het jaar met behulp van een vaste verrekenkoers (de corporate rate) omgerekend naar EUR. De coorporate rate 2025 van de US Dollar (USD) was per 1 januari 2025 vastgesteld op 1 USD = 0,895 EUR. Voor 2026 is deze vastgesteld op 0,86 EUR.
Alle ODA ontvangsten (zowel op de BHO als de BZ begroting) worden verantwoord op artikel 5.21 ‘ontvangsten OS’ van de BHO begroting. NON-ODA ontvangsten worden waar van toepassing verantwoord op respectievelijk artikel 2.4 ‘Restituties programma’s op de BZ begroting’ dan wel op artikel 5.23 ‘Diverse ontvangsten NON-ODA op de BHO begroting.
De liquide middelen en de extracomptabele balansstanden voor geconditioneerde vorderingen en borgsommen, voorschotten, deelnemingen zijn gewaardeerd tegen de corporate rate van het volgend boekjaar. Ook de balansstand extracomptabele verplichtingen is gewaardeerd tegen de corporate rate van het volgend boekjaar. De herwaardering die hieruit voortvloeit is verwerkt in de verplichtingenrealisatie van het verantwoordingsjaar.
Extracomptabele vorderingen zijn de per balansdatum bestaande rechten om geldmiddelen te ontvangen van een wederpartij die niet tot het Rijk behoort. Voor de geconditioneerde vorderingen geldt de nominale waarde. De deelnemingen zijn gewaardeerd op basis van het gestort kapitaal. De overige in de saldibalans en de toelichting opgenomen bedragen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Toelichting op de saldibalans per 31 december 2025
1 Uitgaven ten laste van de begroting
Tabel 21 Uitgaven ten laste van de begroting (debet 13.215.383 x EUR 1.000)
Specificatie x 1.000 EUR
31 december 2025
31 december 2024
Uitgaven ten laste van de begroting
13.215.383
11.295.440
Onder deze post zijn de gerealiseerde uitgaven op de begroting van BZ in het jaar 2025 opgenomen. Splitsing van de uitgaven heeft plaatsgevonden op basis van de verdeling van de budgeteenheden per hoofdstuk. Na goedkeuring van de Slotwet door de Staten-Generaal wordt dit bedrag vereffend met het Ministerie van Financiën.
2 Ontvangsten ten gunste van de begroting
Tabel 22 Ontvangsten ten gunste van de begroting (credit 2.569.806 x EUR 1.000)
Specificatie x 1.000 EUR
31 december 2025
31 december 2024
Ontvangsten ten gunste van de begroting
2.569.806
3.710.083
Onder deze post zijn de gerealiseerde ontvangsten in het jaar 2025 opgenomen. Splitsing van de ontvangsten heeft plaatsgevonden op basis van de verdeling van de budgeteenheden per hoofdstuk. Na goedkeuring van de slotwet door de Staten-Generaal wordt dit bedrag vereffend met het Ministerie van Financiën.
3 Liquide middelen
Tabel 23 Liquide middelen (debet 75.368 x EUR 1.000)
Specificatie x 1.000 EUR
31 december 2025
31 december 2024
Reguliere kassaldi
2.667
1.997
Kas noodreserve Vertegenwoordigingen
4.637
4.318
Banksaldi
68.057
61.126
Kruisposten
51
75
Betalingsopdrachten Vertegenwoordigingen
‒ 44
‒ 82
Totaal
75.368
67.434
De liquide middelen omvatten girale en chartale gelden, alsmede gelden onderweg en hebben betrekking op het Departement en de Vertegenwoor- digingen in het buitenland. Het treasury beleid is er, met betrekking tot de gelden van Hoofdstuk V van de Rijksbegroting, op gericht te komen tot een optimale beheersing van de geldomvang en een kostenminimalisatie ten aanzien van bankkosten en rentederving. Hierbij spelen aspecten als liquiditeitenbeheer, valutarisicobeheer, debiteuren- en crediteurenbeheer een grote rol.
Omdat de administratie en de liquide middelenstroom voor beide begrotingen via één administratief systeem verlopen, is er voor gekozen alle lopende rekeningen op te nemen op de balans van BZ en het saldo van de uitgaven met betrekking tot BHO achteraf middels een intern verrekenstuk tussen de RHB-rekeningen van BZ en BHO te verrekenen.
Uit oogpunt van een adequaat liquiditeitenbeheer wordt ernaar gestreefd de hoogte van de kassaldi en het aantal kasbetalingen te beperken. Naast de normale kassaldi worden op diverse Vertegenwoordigingen contanten in voorraad gehouden in verband met eventuele calamiteiten. Enkele Vertegenwoordigingen worden regelmatig voorzien van contanten, omdat giraal bankverkeer niet mogelijk is. Het merendeel van de kassaldi wordt in vreemde valuta aangehouden.
Het aanwezige banksaldo ontstaat merendeels door bankrekeningen die BZ aanhoudt in het buitenland in beheer bij de Nederlandse Vertegenwoordigingen.
Betalingsopdrachten Vertegenwoordigingen betreffen uitgegeven cheques die per 31 december nog niet zijn afgeschreven van de bankrekeningen van de Vertegenwoordigingen en de Kruisposten bevat onder andere uit Nederland overgemaakte gelden welke nog niet op lokale bankrekeningen zijn bijgeschreven per 31 december.
4a Rekening-courant RHB
Tabel 24 Rekening-courant RHB (credit 10.728.907 x EUR 1.000)
Specificatie x 1.000 EUR
31 december 2025
31 december 2024
Rekening-courant RHB
10.730.190
7.640.670
Te verrekenen tussen BZ en BHO
‒ 1.283
24.558
Totaal
10.728.907
7.665.228
Op de rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding is de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weergegeven. Het verschuldigde saldo op de rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding is in overeenstemming met de opgave van de RHB. Door de splitsing van de balans tussen BHO en BZ is er een te verrekenen bedrag tussen de twee balansen noodzakelijk om evenwicht te creëren. Het te verrekenen bedrag ontstaat doordat er ná de verrekening van de maand december nog correcties plaatsvinden die invloed hebben op de verhouding BZ en BHO. De verrekening van dit bedrag zal bij de RHB plaatsvinden met verrekenstukken in het komende jaar.
6 Vorderingen buiten begrotingsverband
Onder deze post zijn de vorderingen opgenomen, die zijn ontstaan als gevolg van uitgaven ten behoeve van derden.
Tabel 25 Vorderingen buiten begrotingsverband (debet 79.120 x EUR 1.000)
Specificatie x 1.000 EUR
31 december 2025
31 december 2024
6.1 Ministeries
7.121
8.762
6.2 Overige vorderingen
12.934
13.490
6.3 ICC
59.065
61.122
Totaal
79.120
83.374
Het bedrag bij 6.3 ICC betreft de lening die verstrekt is ten behoeve van de nieuwbouw van het International Criminal Court. De vordering is een 2,5% annuiteitenlening met een looptijd tot en met 2046.
Tabel 26 Mate van opeisbaarheid en ouderdom vorderingen buiten begrotingsverband (x EUR 1.000)
Specificatie x 1.000 EUR
Totaal
2025
2024
2023
2022 en ouder
Direct opeisbaar ministeries
7.121
7.047
59
1
14
Direct opeisbaar overige vorderingen
7.343
4.913
1.041
361
1.028
Totaal direct opeisbare vorderingen
14.464
11.960
1.100
362
1.042
Op termijn opeisbare vorderingen
64.556
Geconditioneerde vorderingen
100
Totaal
79.120
6.1 Ministeries
Tabel 27 Ministeries ingevorderd en in te vorderen (debet 7.121 x EUR 1.000)
Specificatie x 1.000 EUR
31 december 2025
31 december 2024
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
98
151
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
73
48
Infrastructuur en Waterstaat
231
464
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
62
144
Economische Zaken en Klimaat
3.939
4.033
Algemene Zaken
37
52
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
471
690
Financiën
104
500
Defensie
1.060
947
Justitie en Veiligheid
1.039
1.733
Asiel en Migratie
7
0
Totaal
7.121
8.762
6.2 Overige vorderingen
Deze categorie vorderingen heeft betrekking op derden zoals particulieren, bedrijven en dergelijke. Deze vorderingen ontstaan zowel op het departement als op de Vertegenwoordigingen in het buitenland.
Tabel 28 Externe debiteuren (debet 12.934 x EUR 1.000)
Specificatie x 1.000 EUR
31 december 2025
31 december 2024
Persoonlijke rekeningen
598
558
In te vorderen externe debiteuren
329
517
Te vorderen BTW (buitenland)
5.462
5.877
Ter plaatse te verrekenen uitgaven buitenland
5.491
5.370
Ingevorderd overige
1.054
1.168
Totaal
12.934
13.490
7 Schulden buiten begrotingsverband
Hieronder vallen schulden ontstaan door ontvangsten en inhoudingen die met derden verrekend zullen worden.
Tabel 29 Schulden buiten begrotingsverband (credit 71.158 x EUR 1.000)
Specificatie x 1.000 EUR
31 december 2025
31 december 2024
Nog af te dragen loonheffing en premies
45
0
Af te lossen ICC-lening
59.087
62.577
Ter plaatse te verrekenen
2.397
1.013
Silent partnerships
9.252
7.170
Diverse overige schulden
377
177
Totaal
71.158
70.937
Van het Ministerie van Financien is een lening ontvangen ter financiering van de nieuwbouw van het International Criminal Court. De lening wordt tot en met 2039 in de vorm van een 3,56% annuiteitenlening afgelost. Zie de toelichting bij 6.3 inzake de verstrekte lening aan het ICC.
Tabel 30 Mate van ouderdom schulden buiten begrotingsverband (x EUR 1.000)
Specificatie x 1.000 EUR
Totaal
2025
2024
2023 en ouder
Intracomptabele schulden
71.158
4.416
6.101
60.641
10 Vorderingen
Dit betreffen vorderingen die reeds ten laste van de begroting zijn gebracht en extracomptabel worden bewaakt. Deze vorderingen hebben vaak een langdurig karakter.
Tabel 31 Vorderingen (debet 15.464 x EUR 1.000)
Specificatie x 1.000 EUR
31 december 2025
31 december 2024
(Huur) Waarborgsommen
5.291
4.958
Buiteninvordering gestelde vorderingen
4.836
4.831
Voorschot op ontslaguitkeringen
446
500
Overige
4.891
6.253
Totaal
15.464
16.542
Tabel 32 Mate van opeisbaarheid en ouderdom vorderingen (x EUR 1.000)
Specificatie x 1.000 EUR
Totaal
2025
2024
2023
2022 en ouder
Direct opeisbaar overige vorderingen
9.727
4.825
88
4.655
159
Geconditioneerde vorderingen
5.737
Totaal
15.464
11 Schulden
Tabel 33 Schulden (credit 0 x EUR 1.000)
Specificatie x 1.000 EUR
31 december 2025
31 december 2024
Diverse extracomptabele schulden
0
0
Totaal
0
0
12 Voorschotten
Dit betreffen nog openstaande voorschotten, waarvan de uitgaven reeds ten laste van de begroting zijn gebracht. Afwikkeling vindt plaats op basis van ontvangen verantwoordingen.
Tabel 34 Voorschotten (debet 639.516 x EUR 1.000)
Specificatie x 1.000 EUR
31 december 2025
31 december 2024
Voorschotten
625.031
588.630
Voorschot Loyalis
0
2.340
EU-afdracht onder voorbehoud
4.676
49.590
Subtotaal
629.707
640.560
Voorschotten RVO
9.809
17.816
Voorschotten Invest
0
0
Totaal
639.516
658.376
In de periode 2020 tot en met 2023 is een aantal EU-afdrachten aan de Europese Commissie onder voorbehoud gedaan. Een betaling onder voorbehoud houdt in dat Nederland het gevraagde bedrag afdraagt aan de Europese Commissie met een voorbehoud ten aanzien van de gegrondheid van het standpunt van de Europese Commissie. In 2025 is een bedrag van € 45 miljoen van het openstaand voorschot afgeboekt. De afboeking kon plaats vinden omdat de Europese Commissie een deel van de voorbehoud heeft gehonoreerd. Het gehonoreerde deel is terugontvangen of verrekend. Een ander deel is definitief afgedragen.
Tabel 35 Ouderdom voorschotten (x EUR 1.000)
Ouderdomsanalyse voorschotten (x 1.000 EUR)
31 december 2025
31 december 2024
Verstrekt in 2018 en ouder
4.491
8.130
Verstrekt in 2019
3.251
5.362
Verstrekt in 2020
9.220
17.738
Verstrekt in 2021
19.144
36.756
Verstrekt in 2022
69.000
118.265
Verstrekt in 2023
141.369
233.566
Verstrekt in 2024
193.973
238.559
Verstrekt in 2025
199.068
0
Totaal
639.516
658.376
Tabel 36 Opbouw openstaande voorschotten (x EUR 1.000)
Specificatie x 1.000 EUR
31 december 2025
31 december 2024
Openingsbalans
658.376
1.389.198
Bij: Correctie beginstand
‒ 27.544
11.869
Bij: Verstrekte voorschotten
201.946
243.972
Af: Verantwoorde voorschotten
185.928
980.411
Af/Bij: Herwaardering naar nieuwe corporate rate
‒ 7.334
‒ 6.252
Eindbalans
639.516
658.376
De voorschottenstand bestaat uit alle betalingen voor activiteiten waarover verantwoording moet plaatsvinden. De correctie in de beginstand betreft voorschotten die in eerdere jaren als voorschotten waren aangemerkt en in verslagjaar 2025 zijn gecorrigeerd naar lumpsum, en omgekeerd.
13 Garantieverplichtingen
Tabel 37 Garantieverplichtingen (debet 287.447 x EUR 1.000)
Opbouw openstaande garantieverplichtingen:
Specificatie x 1.000 EUR
31 december 2025
31 december 2024
Openingsbalans
287.447
176.743
Bij: Aangegane verplichtingen
0
110.704
Af: Tot betaling gekomen verplichtingen
0
0
Af: negatieve bijstellingen
0
0
Eindbalans
287.447
287.447
Tabel 38 Garantieverplichtingen (x EUR 1.000)
Specificatie x 1.000 EUR
31 december 2025
31 december 2024
Council of Europe Development Bank (CEB)
287.447
287.447
Totaal
287.447
287.447
De garantieverplichting die uitstaat bij de CEB betreft het niet volgestorte aandelenkapitaal.
14 Andere verplichtingen
Opbouw openstaande verplichtingen:
Tabel 39 Andere verplichtingen (debet 1.481.203 x EUR 1.000)
Opbouw openstaande verplichtingen:
Specificatie x 1.000 EUR
31 december 2025
31 december 2024
Openingsbalans
1.574.613
1.384.694
Bij: Correctie eindstand conversie
0
24
Bij: Aangegane verplichtingen
13.121.973
11.485.334
Af: Tot betaling gekomen verplichtingen
13.215.383
11.295.439
Af: Negatieve bijstellingen
0
0
Eindbalans
1.481.203
1.574.613
Er hebben geen omvangrijke negatieve bijstellingen op verplichtingen boven de EUR 25 miljoen uit voorgaande boekjaren plaatsgevonden in 2025.
15 Deelnemingen
De post deelnemingen bestaat uit aandelen in internationale instellingen. Voor het niet volgestorte deel (callable capital) is een garantieverplichting verstrekt die onder 13. Garantieverplichtingen is opgenomen.
De deelneming kan als volgt gespecificeerd worden. De laatste kolom van het overzicht vermeldt de voting power ultimo 2025. Naast de omvang van de deelneming in aandelen kan dit percentage ook beinvloed zijn door bijvoorbeeld de omvang van de middelenaanvullingen.
Tabel 40 Deelnemingen (debet 58.375 x EUR 1.000)
Specificatie x 1.000 EUR
31 december 2025
31 december 2024
Voting power in %
Council of Europe Development Bank (CEB)
58.375
51.114
3,669
Totaal
58.375
51.114
Niet uit de saldibalans blijkende bestuurlijke verplichtingen:
Convenant Ministerie van Defensie
In 2025 zijn er gesprekken gevoerd met het Ministerie van Defensie over het convenant inzake de inzet van KMAR bij de beveiliging van Nederlandse Hoog Risico Vertegenwoordigingen van het Koninkrijk der Nederlanden in het Buitenland. Gezien de forse stijging in kosten in de afgelopen jaren voor deze inzet, wordt er gewerkt aan een nieuw convenant. Tot er een nieuw convenant is ondertekend, zal het huidige convenant van toepassing blijven. De kosten hiervoor zijn jaarlijks EUR 25,2 miljoen. Op begrotingsniveau wordt dit verrekend met het Ministerie van Defensie.
Steunpakket Oekraïne (artikel 2)
De minister van Buitenlandse Zaken kondigde tijdens de informele NAVO-ministeriële van 14 en 15 mei 2025 aan EUR 100 miljoen aan additionele middelen voor het Ukraine Comprehensive Assistance Package (UCAP) te hebben vrijgemaakt. Hiervan is EUR 75 miljoen gerealiseerd in 2025 en betreft een bedrag van EUR 25 miljoen een niet uit de balans blijkende verplichting. Vanuit dit NAVO-fonds wordt urgente en lange-termijn niet-letale steun aan Oekraïne geleverd.
Schijnzelfstandigheid (Wet DBA)
Bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken is sprake van indirecte inhuur door tussenkomst van brokers. Bij het ministerie is geen bekendheid met het opleggen van naheffingsaanslagen door de Belastingdienst aan brokers in verband met schijnzelfstandigheid. Van aansprakelijkheid is derhalve ook geen sprake.
Periodiek vinden bedrijfsgesprekken plaats met de Belastingdienst. Schijnzelfstandigheid (Wet DBA) staat als vast agendapunt op de agenda.
Niet uit de saldibalans blijkende financiële risico's voortkomend uit lopende juridische procedures
Op dit moment zijn op het beleidsterrein van Buitenlandse Zaken geen rechtszaken aanhangig bij het ministerie van Buitenlandse Zaken met een substantieel geclaimd bedrag van EUR 25 miljoen of hoger.
9. WNT-verantwoording 2025 Ministerie van Buitenlandse Zaken
De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.
Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigingsmaximum bedraagt in 2025 EUR 246.000
Er zijn geen functionarissen die in 2025 een bezoldiging boven het toepasselijke bezoldigingsmaximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2025 geen functionarissen die hun werkzaamheden als topfunctionaris hebben neergelegd en die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar aangemerkt worden als topfunctionaris. Er zijn in 2025 geen ontslaguitkeringen betaald die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd.
D. BIJLAGEN
Bijlage 1: Toezichtrelaties rwt's en zbo's
Buitenlandse Zaken is niet verantwoordelijk voor rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT's) of zelfstandige bestuursorganen (ZBO's), vandaar dat de onderstaande tabel leeg is.
Tabel 41 Overzichtstabel inzake RWT’s en ZBO’s van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Bedragen x € 1.000)
Naam ZBO/RWT
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT
Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT
Begrote bijdrage overige departementen
Gerealiseerde bijdrage overige departementen
Bijzonderheden
Bedrag
0
0
0
0
Nee
Bijzonderheden
Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek
Tabel 42 Opbrengsten Strategische Evaluatieagenda (SEA)
Uitkomsten Strategische Evaluatie Agenda
Uitkomsten Strategische Evaluatie Agenda Thema Versterkte internationale rechtsorde
Alle subthema's
Titel onderzoek
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrtoingsartikel(en)
Vindplaats onderzoek
Periodieke rapportage
Periodieke rapportage
2025
afgerond
1.1, 1.2, 1.3,
31271-40
Subthema Internationale rechtsorde
Titel onderzoek
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel(en)
Vindplaats onderzoek
Beleidsevaluatie Nederlands beleid voor Internationale rechtsorde
ex post evaluatie
2022
afgerond
1.1
Evaluatie Nederlandse beleid voor internationale rechtsorde
Mondiaal multilatera
mid term review
2026
lopend
1.1
nvt
Subthema Mensenrechten
Titel onderzoek
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel(en)
Vindplaats onderzoek
Evaluatie Neder
ex post evaluatie
2025
afgerond
1
Rapport
Uitkomsten Strategische Evaluatie Agenda Thema Veiligheid en stabiliteit
Alle subthema's
Titel onderzoek
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel(en)
Vindplaats onderzoek
Periodieke rapportage
Periodieke rapportage
2024
afgerond
2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 2.5
31271-38
Subthema Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid
Titel onderzoek
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel(en)
Vindplaats onderzoek
NL inzet in de NAVO en EU
ex post evaluatie
2025
afgerond
2.1
Rapport
Subthema inzet missies
Titel onderzoek
Type onderzoek
Afronding
Begrotingsartikel(en)
Vindplaats onderzoek
Eindevaluatie Nederlandse bijdrage MINUSMA
ex post evaluatie
2022
afgerond
2.4
Rapport – Evaluatie van de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA
Resolute Support Missie Afghanistan
ex post evaluatie
2023
afgerond
2.4
Rapport – Evaluatie Nederlandse bijdrage aan de Resolute Support-missie in Afghanistan 2015-2021
Inzet C-130 Hercules transportvliegtuig Mali
ex post evaluatie
2023
afgerond
2.4
Rapport – Evaluatie van de Nederlandse C130-bijdrage aan MINUSMA (2021-2022)
Bevordering transitie in prioritaire gebieden
Titel onderzoek
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel(en)
Vindplaats onderzoek
Beleidsevaluatie Nederlandse inzet op stabiliteit in fragiele context
ex post evaluatie
2023
afgerond
2.5 en art. 4.3 BHO
Rapport
Evaluatie centrale en decentrale Matra instrumenten
ex post evaluatie
2024
afgerond
2.5
Rapport A seat at the table / centrale en decentrale Matra middelen
Evaluatie Shiraka overheids-samenwerking
ex post evaluatie
2023
afgerond
2.5
Evaluatie van de STP- en G2G componenten van het Shiraka Programma (2016-2021), RVO
Uitkomsten Strategische Evaluatieagenda Thema Effectieve Europese Samenwerking
Alle subthema's
Titel onderzoek
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel(en)
Vindplaats onderzoek
Periodieke Rapportage
Periodieke rapportage
2025
afgerond
3
36600-V-71
Subthema Een hechtere Europese waardengemeenschap
Titel onderzoek
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel(en)
Vindplaats onderzoek
Evaluatie van de NL invloed in de EU
ex post evaluatie
2024
afgerond
3
Titel onderzoek
Type onderzoek
Afronding
Begrotingsartikel(en)
Vindplaats onderzoek
3.5
Uitkomsten Strategische Evaluatieagenda Thema Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden
Alle subthema's
Titel onderzoek
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel(en)
Vindplaats onderzoek
Periodieke Rapportage
Periodieke rapportage
4.1, 4.2
Subthema Consulaire Dienstverlening
Titel onderzoek
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel(en)
Vindplaats onderzoek
4.1
Subthema Internationaal Cultuurbeleid
Titel onderzoek
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel(en)
Vindplaats onderzoek
Evaluatie Internationaal Cultuurbeleid (2021-2025)
ex post evaluatie
2026
lopend
4.3
nvt
Bijlage 3: Inhuur externen
Tabel 43 Ministerie van Buitenlandse Zaken Verslagjaar 2025 (bedragen x € 1.000)
Programma- en apparaatskosten
1. Interim-management
1.253
2. Organisatie- en Formatieadvies
1.424
3. Beleidsadvies
255
4. Communicatieadvisering
0
Beleidsgevoelig (som 1 t/m 4)
2.933
5. Juridisch Advies
64
6. Advisering opdrachtgevers automatisering
95
7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie
140
(Beleids)ondersteunend (som 5 t/m 7)
300
8. Uitzendkrachten (formatie & piek)
53.652
Ondersteuning bedrijfsvoering
53.652
Totaal uitgaven inhuur externen
56.885
Toelichting
Uitgaven eigen personeel1
657.568
Uitgaven externe inhuur2
56.885
Totaal van de personele uitgaven
714.454
percentage inhuur
7,96%
1 Na aftrek van de toelagen voor verblijf in het buitenland
2 Exclusief de inhuur op programma ten behoeve van de NAVO Top
Tabel 44 Inhuur externen buiten raamovereenkomst 2025
Inhuur externen buiten raamovereenkomsten
2025
Aantal overschrijdingen maximumtarief
1
In een individueel geval waarbij sprake was van een zeer complex arbeidsgeschil met navenante schade aan het betrokken team, is de standaard mediation van/door het Raba afgekeurd door de betrokken medewerker. Vanwege het zwaarwegend belang van een spoedige mediatie, is toen ervoor gekozen om de optie van een zeer goed aangeschreven commerciële mediator voor te leggen aan de partijen.
Bijlage 4: Sanctiebeleid en externe fraude
In deze bijlage wordt informatie gegeven over meldingen van externe fraude ten aanzien van activiteiten gefinancierd vanuit begrotingshoofdstuk V Buitenlandse Zaken (hierna: BZ-activiteiten).
Meer informatie ten aanzien van meldingen van externe fraude rond activiteiten gefinancierd vanuit begrotingshoofdstuk XVII Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (hierna: BHO-activiteiten) staat in bijlage 3 van het jaarverslag van begrotingshoofdstuk XVII.
Bewezen externe fraude BZ-activiteiten 2025
In 2025 zijn er geen externe fraudezaken bewezen die alleen betrekking hebben op door het ministerie gefinancierde BZ-activiteiten.
Bijlage 5: Budgettair overzicht Oekraïne
Tabel 45 Budgettaire effecten maatregelen Oekraïne (Bedragen x € 1.000)
Artikelnummer
Artikelnaam
Maatregel
Verplichtingen 2025
Uitgaven 2025
Ontvangsten 2025
Relevante Kamerstukken
1.1
Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak
Steun voor de strijd tegen straffeloosheid van internationale misdrijven
‒ 4.783
0
Kamerstuk 36 045 nr. 171
1.2
Bescherming en bevordering van mensenrechten
Steun via mensenrechtenfonds
291
582
2.4
Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband
Humanitair ontmijnen, DNA-re-unificatie, nucleaire veiligheid
13.313
4.653
2.5
Bevordering van transitie in prioritaire gebieden
Activiteiten vanuit het Matra-programma
295
519
2.6
Oekraïne (V)
115.082
107.428
3.1
Afdrachten aan de Europese Unie
Oekraïne-faciliteit
272.420
175.871
3.5
Europese Vredesfaciliteit
Europese Vredesfaciliteit
0
57.841
Kamerstuk 36 045 nr. 171
4.3
Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur
Steun voor Cultural Emergency Response
110
141
4.4
Uitdragen Nederlandse waarden en belangen
0
7
Om de inzichtelijkheid van de Nederlandse steun aan Oekraïne te vergroten, is besloten om in de begrotingen van BZ en BHO een separaat subartikel voor Oekraïne in te richten. Op de BZ-begroting worden de budgetten voor steun aan Oekraïne gebundeld onder subartikel 2.6. Bestaande budgetten op de BZ-begroting voor de financiering van steun aan Oekraïne worden waar mogelijk overgebracht naar het nieuwe subartikel 2.6. Hieronder vallen onder andere de thema’s accountability en gastlandschap, niet-militaire veiligheidssteun, wederopbouw en humanitaire hulp.
Artikelonderdeel 1.1De bestaande budgetten voor steun aan Oekraïne zijn overgeheveld naar artikelonderdeel 2.6. Hierdoor ontstaat een negatieve verplichting.
Artikelonderdeel 1.2Vanaf artikelonderdeel 1.2 worden middelen uit het Mensenrechtenfonds ingezet, onder andere voor de ondersteuning van mensenrechtenverdedigers.
Artikelonderdeel 2.4Nederland heeft ook in 2025 bijgedragen aan humanitaire ontmijning (in kaart brengen en ontmijnen; trainen en bewustmaken; rehabiliteren van slachtoffers) in Oekraïne, via de VN en Oekraïense autoriteiten en via twee gespecialiseerde NGOs.
Artikelonderdeel 2.5Het decentrale Matra-budget voor Oekraïne is opgehoogd ter ondersteuning van het maatschappelijk middenveld. Hiermee worden onder andere projecten gesteund gericht op de re‑integratie van veteranen en het versterken van sociale cohesie in gemeentes in regio's in de frontlinie.
Artikelonderdeel 2.6Onder het artikelonderdeel 2.6 zijn de budgetten voor steun aan Oekraïne op de BZ-begroting gebundeld. Dit jaar zijn de bestaande budgetten voor steun aan Oekraïne waar mogelijk overgeheveld naar dit artikelonderdeel.
Het budget voor Oekraïne steeg in 2025 als gevolg van aanvullende bijdragen van EUR 75 miljoen aan het Ukraine Comprehensive Assistance Package (UCAP) trust fund van de NAVO en extra uitgaven van EUR 10 miljoen voor het versterken van de cyberweerbaarheid van Oekraïne, vanuit de door het kabinet beschikbaar gestelde additionele middelen voor steun aan Oekraïne.
Het budget daalde ten tijde van de September Suppletoire Begroting met EUR 32,9 miljoen als gevolg van een kasschuif van het budget voor de verbouwing van het in Nederland te vestigen agressietribunaal voor Oekraïne.
Artikelonderdeel 3.1Vanaf artikelonderdeel 3.1 werd het Nederlandse aandeel aan de Oekraïne-faciliteit verwerkt.
Artikelonderdeel 3.5Vanuit de Europese Vredesfaciliteit (EPF) wordt Oekraïne met meerdere steunmaatregelen ondersteund. De afdracht van Buitenlandse Zaken voor deze steunmaatregelen betrof in 2025 EUR 57,8 miljoen. De EPF wordt naast militaire steun aan Oekraïne ingezet voor lopende EU‑missies en -operaties en steun aan andere partners in de wereld. Hierdoor wijkt het bedrag in de bovenstaande tabel af van de bedragen die vermeld staan in de tabel ‘Budgettaire gevolgen van beleid’ onder beleidsartikel 3 ‘Effectieve Europese Samenwerking’.
Artikelonderdeel 4.3Vanaf artikelonderdeel 4.3 werd het beschermen van cultureel erfgoed in Oekraïne ondersteund.
Artikelonderdeel 4.4Vanaf artikelonderdeel 4.4 werd het uitdragen van Nederlandse waarden en belangen in Oekraïne ondersteund. Strategische inzet van publieksdiplomatie door het postennetwerk en BZ versterkt de politieke en economische positie van Nederland in het buitenland. Zo waarborgen we Nederlandse belangen en kunnen we ons waardenstelsel uitdragen.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.