Jaarverslag : Jaarverslag Ministerie van Defensie 2025
Tweede Kamer der Staten-Generaal
InhoudsopgaveGerealiseerde uitgaven en ontvangstenA. Algemeen1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverleningDechargeverlening door de Tweede KamerDechargeverlening door de Eerste Kamer2. LeeswijzerB. Beleidsverslag3. Beleidsprioriteiten3.1 Beleidsverslag3.2 KPI-tabel3.3 Realisatie periodieke rapportages en beleidsdoorlichtingen3.4 Openbaarheidsparagraaf en overzicht risicoregelingen3.5 Onderuitputting3.6 Budgettair overzicht Oekraïne3.7 Focusonderwerp 20254. Beleidsartikelen4.1 Artikel 1 InzetA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de instrumenten4.2 Artikel 2 Koninklijke MarineA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de instrumenten4.3 Artikel 3 Koninklijke LandmachtA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de instrumenten4.4 Artikel 4 Koninklijke LuchtmachtA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de instrumenten4.5 Artikel 5 Koninklijke MarechausseeA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de instrumenten4.7 Artikel 7 Commando Materieel en ITA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de instrumenten4.8 Artikel 8 Defensie OndersteuningscommandoA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de instrumenten5. Niet-beleidsartikelen5 5.1 Artikel 9 Algemeen5.2 Artikel 10 Apparaat Kerndepartement5.3 Artikel 11 Geheim5.4 Artikel 12 Nog onverdeeld5.5 Artikel 13 Bijdrage aan Defensiematerieelbegrotingsfonds6. BedrijfsvoeringsparagraafC. Jaarrekening7. Departementale verantwoordingsstaat8. Samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen9. Jaarverantwoording agentschap per 31 december 202510. Saldibalans11. WNT-verantwoording 2025 Ministerie van DefensieD. BijlagenBijlage 1: Toezichtrelaties rwt's en zbo'sBijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoekBijlage 3: Inhuur externenBijlage 4: Rapportage BurgerbrievenBijlage 5: VeiligheidBijlage 6: Input-Output Defensie-uitgaven 2% bbpBijlage 7: Lijst met afkortingen
36 945 X Jaarverslag en Slotwet Ministerie van Defensie (X) 2025
Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE
Ontvangen 20 mei 2026
Vergaderjaar 2025–2026
GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 15.669
Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 527
A. ALGEMEEN
1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening
AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.
Hierbij bied ik, mede namens de staatssecretaris van Defensie, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Defensie (X) over het jaar 2025 aan.
Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Defensie decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.
Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:
a. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;
b. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;
c. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
d. de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
e. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.
Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:
a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025;
b. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;
c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;
d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.
De Minister van Defensie,D.Yeşilgöz-Zegerius
Dechargeverlening door de Tweede Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Tweede Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.
Dechargeverlening door de Eerste Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Eerste Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.
2. Leeswijzer
Algemeen
Voor u ligt het jaarverslag 2025 van het ministerie van Defensie, begrotingshoofdstuk X van de Rijksbegroting. In het jaarverslag worden de gerealiseerde beleidsdoelen, gebruikte instrumenten en ingezette middelen verantwoord ten opzichte van de begroting. Waar relevant wordt verwezen naar Kamerstukken of andere beschikbare verantwoordingsinformatie. De Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) en de Comptabiliteitswet (CW) vormen het regelgevend kader voor het jaarverslag.
Vanwege tussentijdse afrondingen op duizenden, miljoenen of miljarden euro’s kan het voorkomen dat de som der delen afwijkt van het totaal in de tabellen.
Opbouw van het jaarverslag
Het jaarverslag bestaat, conform RBV, uit de volgende onderdelen:
A. Algemeen;
B. Beleidsverslag;
C. Jaarrekening;
D. Bijlagen.
A. Algemeen
Dit gedeelte bestaat uit de aanbieding van het jaarverslag met een verzoek tot dechargeverlening en deze leeswijzer (hoofdstukken 1 en 2).
B. Beleidsverslag
De kern van het jaarverslag wordt gevormd door het beleidsverslag (hoofdstuk 3): welke resultaten zijn bereikt in 2025? Hierin wordt teruggekeken op de beleidsagenda uit de begroting 2025, waarin de belangrijkste beleidsdoelen voor 2025 staan. De beleidsagenda en dus ook het beleidsverslag zijn opgesteld langs de lijnen van de Defensienota 2024.
Beleids- en niet beleidsartikelen
Daarna wordt in de beleidsartikelen (hoofdstuk 4) en de niet-beleidsartikelen (hoofdstuk 5) per artikel op hoofdlijnen gerapporteerd over de bereikte resultaten in 2025. De beleidsartikelen in het jaarverslag hebben volgens de RBV standaard de volgende indeling:
– A.Algemene doelstelling;
– B.Rol en verantwoordelijkheid;
– C.Beleidsconclusies;
– D.Tabel Budgettaire gevolgen van beleid;
– E.Toelichting op de instrumenten.
Tabel budgettaire gevolgen van beleid
Zowel de beleidsartikelen als de niet-beleidsartikelen bevatten een tabel ‘Budgettaire gevolgen van beleid’ met een toelichting op de verschillen tussen de begrote en gerealiseerde bedragen.
Niet alle verschillen in verplichtingen, uitgaven en ontvangsten worden toegelicht. Voor het opnemen van een toelichting zijn op het niveau van financiële instrumenten onderstaande normen gehanteerd:
Tabel 1 Staffelgrenzen voor het toelichten van mutaties
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen
Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)
Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)
< 50
1
2
=> 50 en < 200
2
4
=> 200 en < 1000
5
10
=> 1000
10
20
Bedrijfsvoeringsparagraaf
Hoofdstuk 6 is de bedrijfsvoeringsparagraaf met relevante aandachtspunten in de bedrijfsvoering van het ministerie van Defensie. De bedrijfsvoeringsparagraaf heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage. Er wordt onder andere ingegaan op de door de Algemene Rekenkamer geconstateerde onvolkomenheden bij het vorige jaarverslag (2024) en de maatregelen die zijn getroffen om deze onvolkomenheden in het verantwoordingsjaar (2025) en de jaren daarna weg te werken. Ook wordt gerapporteerd over de rechtmatigheid van de verantwoorde bedragen, rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen en belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering.
C. Jaarrekening
De hoofdstukken 7 tot en met 11 vormen de jaarrekening. Hoofdstuk 7 geeft de verantwoordingsstaten weer. De hoofdstukken 8 en 9 zijn gericht op de verantwoording van het agentschap Paresto. Hoofdstuk 10 is de saldibalans met toelichtingen en hoofdstuk 11 de verantwoording betreffende de Wet Normering Topinkomens (WNT).
D. Bijlagen
Tot slot zijn er zeven bijlagen opgenomen:
– Bijlage 1: Toezichtsrelaties zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) en rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT’s)
– Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek
– Bijlage 3: Inhuur externen
– Bijlage 4: Rapportage burgerbrieven
– Bijlage 5: Veiligheid
– Bijlage 6: Input-output 2% BBP
– Bijlage 7: Lijst van afkortingen
Grondslagen voor de vastlegging en de waardering
De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften 2026 en de Regeling agentschappen. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lasten agentschappen het baten-lastenstelsel.
Groeiparagraaf
Ten opzichte van het jaarverslag Defensie 2024 is er een wijziging doorgevoerd.
– De verdiepingsbijlage en het overzicht moties en toezegging worden niet meer opgenomen in de departementale begrotings-en verantwoordingsstukken. Deze modellen zijn daarom komen te vervallen.
– Als gevolg van het vervallen van het voedingsartikel bij begrotingsfondsen zijn de modellen van de begrotingsstaat voor begrotingsfondsen gewijzigd.
– De bijlages die ingaan op het Nationaal Groeifonds en Rijksuitgaven Caribisch Nederland zijn geschrapt. Deze worden enkel opgenomen bij het verantwoordelijke departement.
B. BELEIDSVERSLAG
3. Beleidsprioriteiten
3.1 Beleidsverslag
Inleiding
In 2025 vonden ingrijpende en snelle veranderingen plaats in de wereld, met gevolgen voor de veiligheid in Europa en ons Koninkrijk. Om het hoofd te kunnen bieden aan deze ontwikkelingen heeft Nederland in 2025 ingezet op het versterken van onze krijgsmacht en prioriteit gelegd op de invulling van hoofdtaak 1: het beschermen en verdedigen van Nederlands grondgebied en dat van onze NAVO-bondgenoten.
In 2025 is fors meer geïnvesteerd in de NAVO-capaciteitendoelstellingen en in extra capaciteit voor nationale taken om ons grondgebied veilig te houden en NAVO-inspanningen te ondersteunen. Dit heeft geleid tot concrete resultaten. Steeds meer mensen weten de weg naar Defensie als werkgever te vinden. In 2025 kwamen er 5576 collega’s bij, zowel burgers, militairen als reservisten. Ook zijn in 2025 forse stappen gezet om de gevechtskracht verder te vergroten. Zo richtte Defensie onder meer een extra afdeling artillerie op, stelde de organisatie bevoorradingsschip Zr.Ms. Den Helder in dienst, werd het Netherlands Joint Force Command opgericht en lanceerde Defensie de eerste operationele satelliet. De 11de Luchtmobiele Brigade beschikt weer over eigen mortierenpelotons en de Koninklijke Marechaussee krijgt een eigen vliegtuig voor inlichtingen-, bewakings- en verkenningstaken. Defensie ondertekende contracten voor de aankoop van Skyranger-luchtverdedigingssystemen, Tomahawk-raketten en C-390 transportvliegtuigen. Daarnaast bleven we in 2025 Oekraïne onverminderd steunen.
Ook is er een actief industrie- en innovatiebeleid gevoerd in 2025 om zelfstandiger te worden en onze unieke kennispositie te verbeteren op o.a. de 5 NLD gebieden en de maritieme sector. Om die reden is er in 2025 gericht ingezet op het versterken van de strategische kennis-, innovatie- en industriebasis. Er is in 2025 gewerkt aan het beter in staat stellen van de kennis- en innovatieketen om sneller van idee naar technologie, naar experiment en naar implementatie en/of productie te komen. Alleen zo kunnen we nieuwe dreigingen, zoals op het digitale- en technologische domein, het hoofd bieden. Deze domeinen zijn onmisbaar geworden voor de operationele slagkracht en op het geopolitieke toneel, waarin de versterking en opschaling van de kennis- en industriële basis van groot belang zijn. Defensie bouwt deze basis op in nauw partnerschap met bedrijven en de samenleving. Want naast sterk en slim moet we het ook sámen doen. Defensie is van en voor ons allemaal. Zo beschermen we gezamenlijk wat ons dierbaar is.
Financiële ontwikkelingen
Het kabinet Schoof heeft ook in 2025 geïnvesteerd in het verhogen van de defensie-uitgaven. De defensie-uitgaven als percentage van het bbp zijn in 2025 1,75% exclusief en 2,22% inclusief militaire steun aan Oekraïne. Vanaf 2026 wordt de ondergrens van 2% bbp aan defensie-uitgaven gehaald; vanaf dat jaar is deze grens ook wettelijk geborgd in de Wet Financiële Defensieverplichtingen.
Daarnaast zijn tijdens de NAVO-top in juni 2025 afspraken gemaakt om de defensie-uitgaven door te laten groeien naar de nieuwe NAVO-norm van 3,5%1. De besluitvorming over de invulling hiervan heeft het kabinet Schoof overgelaten aan het volgende kabinet.
De defensie-uitgaven voor haar eigen krijgsmacht zijn in absolute zin ten opzichte van 2024 met circa € 2,7 miljard gestegen naar € 20,18 miljard. De uitgaven aan militaire steun aan Oekraïne zijn gestegen met € 3,0 miljard naar € 5,6 miljard. Daarmee zijn de totale uitgaven gestegen naar € 25,8 miljard. Ook zijn de in 2025 aangegane verplichtingen voor de krijgsmacht gestegen van circa € 27,9 miljard naar circa € 38,5 miljard2. De verplichtingen namen ook toe voor militaire steun aan Oekraïne tot circa € 5,8 miljard, zodat ook na 2025 steun geleverd kan worden. Defensie is daarmee totaal € 44,4 miljard aan nieuwe verplichtingen aangegaan.
Deze verhogingen hebben plaatsgevonden, ondanks de zeer krappe defensiematerieelmarkt en arbeidsmarkt. Deze krapte heeft ertoe geleid dat enkele investeringen in 2025 vertraagd zijn. Defensie heeft als gevolg van een beperkt aantal vertragingen in 2025 een deel van de defensie-uitgaven (€ 0,1 miljard) verschoven naar latere jaren. Hierdoor is de onderbesteding ten opzichte van de begroting beperkt gebleven en lukt het Defensie om, in budgettaire omvang in korte tijd snel te groeien. Dit toont niet alleen de ambitie van Defensie, maar ook het aanpassings- en groeivermogen van de organisatie.
In onderstaande figuur is de ontwikkeling van de omvang van de Nederlandse defensie-uitgaven als percentage van het bbp weergegeven, zoals berekend door de NAVO (groene lijn: 2,59% voor 20253). NAVO heeft de uitgaven voor militaire steun aan Oekraïne in haar berekening betrokken. Ook is de Nederlandse berekeningswijze weergegeven in- en exclusief de uitgaven aan militaire steun aan Oekraïne (resp. oranje en rode lijn: 2,22% en 1,75%). De Nederlandse berekeningswijze hanteert bbp-gegevens van het Centraal Planbureau en de NAVO hanteert onder andere bbp-ramingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). In deze figuur is ook het gemiddelde van de NAVO-norm van de Europese NAVO-bondgenoten (en Canada) opgenomen; dit is weergegeven met de blauwe lijn.
Figuur 3 Navo-percentage
In figuur 4 zijn de defensie-uitgaven als percentage van het bruto binnenlands product van de Europese NAVO-bondgenoten opgenomen (NAVO berekeningswijze) voor de jaren 2024 (blauwe staaf) en 2025 (oranje staaf). Het gemiddelde van de Europese NAVO-bondgenoten is rechts in de figuur opgenomen (gele staaf, inclusief Canada). Alle bondgenoten hebben in 2025 op basis van het Annual NATO SecGen Report 2025 voldaan aan de norm van ten minste 2%.
Figuur 4 Navo-norm
De investeringsverplichtingen zijn in 2025 wederom toegenomen ten opzichte van het voorgaande jaar. De investeringsquote (de totale investeringsuitgaven afgezet tegen de totale uitgaven) kwam uit op 30,1%. Het vijfjaarsgemiddelde is 26,2%. Voor het zevende jaar op rij voldoet Nederland aan de gestelde NAVO-eis van 20%. Investeringsuitgaven voor militaire steun aan Oekraïne zijn niet in de investeringsquote meegenomen.
Figuur 5 Investeringsquote
3.1.1 Koers van versterking
Internationale veiligheid
Nederland werkte in 2025 samen met andere landen en de EU aan het voortzetten van steun voor Oekraïne, versterken van de Europese defensie-industrie, het verminderen van juridische barrières voor krijgsmachten, vergroten van militaire mobiliteit en het versterken van partnerschappen met derde landen. Zo speelt Nederland een belangrijke rol in de onderhandelingen over het voorstel om wetgeving te verminderen (Defence Omnibus Simplification), is Nederland lead nation voor capaciteitsontwikkeling binnen de Priority Capability Area (Counter-)Drones en heeft Nederland zich ingezet voor het afsluiten van partnerschappen tussen de EU en zowel het Verenigd Koninkrijk als Canada. Ook is in 2025 een akkoord bereikt over het EU-leningeninstrument SAFE en het programma voor versterking van de Europese defensie-industrie (EDIP), waarin de mogelijkheid wordt behouden om samen te werken met industrie uit niet-EU-landen.
Daarnaast zijn diverse (bilaterale) samenwerkingsverbanden afgesloten met partners. Zo is met o.a. Noorwegen en Polen (bilateraal) en binnen het samenwerkingsverband Joint Expeditionary Force (multinationaal) Memorandums of Understanding (MoU) afgesloten om de internationale defensiesamenwerking te versterken. Ook was Defensie in 2025 op hoog niveau vertegenwoordigd bij een groot aantal internationale veiligheidsconferenties, waaronder de Munich Security Conference, de Raisina Dialogue in New Delhi, de Manama Dialogue in Bahrein, de Halifax conferentie in Canada en de Shangri-La Dialogue in Singapore.
In 2025 organiseerde Nederland de succesvolle NAVO-top in Den Haag. Op deze top hebben NAVO-staats- en regeringshoofden besloten om de bondgenootschappelijke defensie-uitgaven te verhogen naar 5% van het bbp, waarvan 3,5% voor harde defensie-uitgaven en invulling van de NAVO capaciteitsdoelstellingen, en 1,5% voor bredere defensie- en veiligheidsgerelateerde investeringen.4 Dit doel dient uiterlijk 2035 te worden behaald. In 2029 zal de HDIP geëvalueerd worden op basis van de dan geldende internationale veiligheidssituatie en de nog te ontwikkelen nieuwe NAVO-capaciteitsdoelstellingen.
Defensie heeft naast de inhoudelijke bijdrage aan de NAVO-top ook (met partners zoals de politie, Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB), etc.) zorg gedragen voor de beveiliging ervan. Operatie Orange Shield was de grootste veiligheidsoperatie ooit in Nederland. Duizenden militairen hebben, in nauwe samenwerking met civiele partners, ervoor gezorgd dat de top veilig en onverstoord kon verlopen.
Caribisch deel van het Koninkrijk
In Venezuela, het grootste buurland van ons Koninkrijk, heerst aanhoudende politieke, sociaaleconomische en humanitaire instabiliteit. In 2025 is de veiligheidssituatie onder verhoogde aandacht komen te staan vanwege de spanningen in de regio. De minister van Defensie heeft in 2025, samen met de minister van Buitenlandse Zaken, de ontwikkelingen nauwgezet in de gaten gehouden. Ook stond Defensie in nauw contact met de regeringen van Aruba en Curaçao en de gezaghebber van Bonaire, mede via de regionale commandant van Defensie in het Caribisch deel van het Koninkrijk, de Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied (CZMCARIB). Vanwege de veiligheidssituatie in het Caribisch gebied in de tweede helft van 2025 heeft Defensie zich voorbereid op diverse scenario’s. Met operatie Caribbean Monitor wordt binnen het Caribische deel van het Koninkrijk situational awareness/situational understanding opgebouwd en staat de Nederlandse Krijgsmacht klaar om hulp- en bijstand te verlenen indien daar om wordt gevraagd. Er is voortdurend beoordeeld of aanvullende capaciteit nodig was.
Steun aan Oekraine
De Russische agressie-oorlog tegen Oekraïne ging in 2025 het vierde jaar in. De oorlog is een ongekende daad van agressie tegen een democratisch Europees land met vreselijke gevolgen voor alle Oekraïners. Oekraïne verdedigt naast zijn grondgebied, bevolking en recht op zelfbeschikking ook de veiligheid van Nederland en Europa.
In 2025 heeft Defensie de militaire steunverlening aan Oekraïne onverminderd doorgezet. Mede dankzij deze steun kunnen we Oekraïne helpen in hun strijd tegen de Russische agressie. Een sterke Oekraïense krijgsmacht zorgt ervoor dat de Russische dreiging voor de rest van Europa op afstand blijft.
De Nederlandse militaire steun bestond in 2025 onder meer uit materiële steun, militaire trainingen en het investeren in de industriële capaciteit, zowel in Nederland als in Oekraïne. Met de levering van de laatste van 24 Nederlandse F-16’s en diverse luchtverdedigingssystemen en bijbehorende munitie droeg Nederland substantieel bij aan het verdedigen van het Oekraïense luchtruim tegen de niet-aflatende Russische luchtaanvallen op steden, dorpen en civiele-infrastructuur, waaronder energiecentrales en ziekenhuizen. Middels levering van grote aantallen artillerie-munitie en drones droeg Nederland bij aan het verdedigen en standhouden van de Oekraïense frontlinie.
Om de Oekraïense industriële capaciteit te ondersteunen en verder op te schalen werden met name drones verworven bij de Oekraïense defensie-industrie. Via het Nederlandse model van directe aanschaf heeft Defensie al meer dan €1 mld. aanbesteed bij de Oekraïense industrie, waarmee Nederland een voortrekkersrol vervult in het optimaal benutten van beschikbare Oekraïense productiecapaciteit en het deelnemen aan innovatieve Oekraïense projecten. Om de samenwerking tussen Nederlandse en Oekraïense bedrijven te versterken en te leren van de kennis en innovatie van Oekraïne, wordt gewerkt aan coproductie van Oekraïense systemen door Nederlandse bedrijven.
Ook in 2025 droegen Nederlandse militairen veelvuldig bij aan verschillende trainingen voor Oekraïense militairen. Dit gebeurde in multilateraal verband onder EU-vlag (EUMAM) en in samenwerking met het Verenigd Koninkrijk (o.a. Interflex en Intercharge). Verder zette Defensie met de definitieve overdracht van de laatste 18 Nederlandse F-16’s aan het European F-16 Training Center (EFTC) in Roemenië een belangrijke stap in het borgen van de opleidingscapaciteit voor Oekraïense vliegers op de lange termijn.
Nationale Veiligheid
Als gevolg van de veranderende mondiale veiligheidssituatie nam de dreiging in 2025 op het terrein van de nationale veiligheid binnen het Koninkrijk toe. De nationale inzet van de Krijgsmacht besloeg in 2025 een breed scala aan activiteiten, waaronder de counter unmanned aircraft systems (UAS) operatie die Defensie lanceerde in reactie op de toegenomen waarnemingen van deze UAS boven kritieke en civiele infrastructuur. Dit gebeurde in nauwe samenwerking met civiele partners. Defensie is daarmee een structurele partner in het nationale veiligheidsdomein.
In het afgelopen jaar heeft Defensie bijgedragen aan de beveiliging van personen, objecten en diensten. Zo zijn eenheden van de Koninklijke Marechausse dagelijks belast met het beveiligen van ministers, officieren van justitie, advocaten en rechters in Nederland, Joodse scholen, Koninklijke objecten en het Catshuis. Tevens heeft de Koninklijke Marechausse een belangrijke rol in de coördinatie van beveiligingsopdrachten in het Landelijke Coördinatiecentrum Bewaken en Beveiligen (LCC) ten behoeve van de beveiliging van bedreigde personen. Daarnaast zijn er afgelopen jaar meerdere grote inzetten geweest van de Koninklijke Marechausse. De meest in het oog springende was de NAVO-top waarbij nauw is samengewerkt met civiele partners en waardevolle lessen zijn geleerd met betrekking tot civiel-militaire coördinatie op land en zee, informatiedeling en het vormgeven van (tijdelijke) regelingen en juridische kaders, o.a. ten behoeve van de bestrijding van ongeautoriseerde drones.
Evenals voorgaande jaren waren in 2025 militairen dagelijks actief voor nationale taken, militaire bijstand en ondersteuning in Nederland en het Caribische deel van het Koninkrijk. Defensie was samen met nationale en internationale partners actief op de Noordzee om te voorkomen dat Russische schepen onze kritieke infrastructuur saboteren. Tevens onderschepten de Kustwacht Carib en Defensie verdovende middelen in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Daarnaast hebben militairen van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie ruim 2500 explosieven op land en op en in het water geïdentificeerd en geruimd. Zowel in Nederland als in de missiegebieden.
De Koninklijke Marechausse heeft zowel civiele als militaire taken en heeft daarmee een andere positie dan de overige Krijgsmachtdelen. Vanuit de civiele taken van de Koninklijke Marechausse, die zij voor andere gezagsdragers dan Defensie uitvoert, draagt zij bij aan de nationale veiligheid. Juist in het huidige tijdsgewricht blijven die taken belangrijk, of dat nu de taken in de grensbewaking, binnen bewaken en beveiligen, de politietaak op de luchthavens, de opsporing, de intelligence of de militaire politiezorg zijn. De taken van de Marechaussee wijzigen niet in oorlogstijd, het volume en de prioriteit ervan kunnen echter wel veranderen.
In 2025 kreeg de bestuurlijke leidraad voor de nationale crisisbeheersing in aanloop naar en tijdens een conflict vorm en zal in 2026 worden vastgesteld. Het plan biedt een leidraad voor de bestuurlijke aanpak en verantwoordelijkheidsverdeling binnen het Koninkrijk bij een (statelijke) dreiging of daadwerkelijke aanval waarbij grootschalige inzet van de krijgsmacht noodzakelijk is. In 2025 is ook begonnen met het vormgeven van het Koninkrijkscrisisplan Militaire Dreigingen (KCP-MD) dat voorziet om een kaderstellend civiel-militair politiek-bestuurlijk plan voor Caribische deel van het Koninkrijk.
Weerbare en betrokken samenleving
Defensie is, samen met Justitie en Veiligheid (NCTV), verantwoordelijk voor de coördinatie van de interdepartementale weerbaarheidsopgave: de Nederlandse samenleving weerbaarder maken tegen militaire en hybride dreigingen. Over de voortgang van deze opgave en de concrete beleidsinzet is uw Kamer per brief in juli en december 2025 geïnformeerd.
Ook is ingezet op het betrekken van relevante maatschappelijke partners bij deze beleidsopgave. Zo is bijvoorbeeld op 19 mei het NAVO-top pre-event Militaire Paraatheid en Samenleving georganiseerd en vond op 27 november het Geopolitiek- en Weerbaarheidsberaad voor de eerste keer plaats om op het hoogste niveau vanuit het kabinet, het bedrijfsleven, maatschappelijk middenveld en medeoverheden te spreken over versterking van de maatschappelijke weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen.
Kennis en Innovatie
In 2025 werkte Defensie conform de Defensie Strategie voor Industrie & Innovatie (D-SII, Kamerstuk 31 125 nr. 134), verder aan het versnellen en richten van kennis en innovatie activiteiten ten behoeve een toekomstbestendige krijgsmacht én een strategisch autonoom Nederland. De focus van de versnelling ligt op vijf prioritaire technologiegebieden5:intelligente systemen, sensoren, slimme materialen, ruimtevaart en quantum. Op deze ‘NLD gebieden’ en maritiem zijn in 2025 verschillende programma’s gestart met verschillende partners en zijn ambitieplaten opgesteld die de stip op de horizon duiden. Voorbeelden van gestarte activiteiten zijn:
– Intelligente systemen: uitbreiding van het «Combined Man-Machine Intelligence for the Navy»-programma; ontwikkeling van autonome missiedragers voor land- en luchtoperaties.
– Sensoren: opschaling van het «Smart Multi-Sensor Management»-project; integratie van mutli-spectrale sensoren in de F35 en maritieme platforms.
– Quantumtechnologie: Pilot-project met NWO-financiering voor quantum-communicatie-links tussen operationele eenheden; eerste demonstratie van een quantum-randnummergenerator voor cryptografische toepassingen.
– Ruimtevaart: Versterkte samenwerking met NLR en TNO rondom «Militair Gebruik van de Ruimte»; ontwikkeling van een «Rapid-Response Satellite-Capability» voor situationeel bewustzijn.
– Slimme materialen: onderzoek naar lichtgewicht, zelf-herstellende structuren voor het nieuwe tankbataljon.
– Maritiem: algoritmen ontwikkeld binnen Dutch Naval Design voor autonoom varen voor o.a. de 12m USV voor het ASWF; ontwikkeling met de industrie van C-UAS capaciteiten in het maritieme domein.
De totale uitgaven voor Research & Technology (R&T) zijn in 2025 gestegen tot € 297,6 miljoen, inclusief interdepartementale overboekingen (IBO) is € 393,9 miljoen besteed aan R&T. Dit betekent dat er een groei van 19,5% (58,2% incl. Interdepartementale overboeking (IBO)) is ten opzichte van 2024 (249 miljoen). De KPI R&T bedraagt nu 1,15% (R&T uitgaven als percentage van de totale defensieuitgaven, inclusief de Oekraïne gerelateerde uitgaves), wanneer de IBOs meegerekend worden is de KPI 1,52%. EDA en PESCO stellen 2% als norm voor de KPI R&T, de toezegging om als Nederland niet onder 1,3% te dalen is hierbij gehaald (o.b.v. cijfers incl. IBO).
In 2025 is het aantal lopende kennisopbouwprogramma’s bij de strategische partners TNO, NLR en MARIN (TO2) gegroeid van 96 in 2024 naar 138 in 2025; deze programma’s worden opgezet vanuit behoeftes bij alle Defensieonderdelen i.s.m. met de TO2. Verder zijn er in het afgelopen jaar 25 R&T-onderzoeksprojecten gehonoreerd met andere kennisinstellingen zoals Nederlandse universiteiten en denktanks. Daarnaast zijn 24 technologieontwikkelingsprojecten met de industrie gehonoreerd. Bijzondere geplande samenwerkingen zijn de bijdragen van Defensie aan het Missiegericht Innovatiebeleid (MIB) van het Ministerie van Economische Zaken en met NWO van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Beide zijn bedoeld, in lijn met de D-SII, om instrumenten en expertise van andere departementen slim in te zetten.
Tot slot gaat het om versnelling over de hele K&I keten en is het essentieel dat de nationale en internationale investeringen in kennisopbouw en technologieontwikkeling bij succes tot experimenten, productie en/of implementatie leiden. Dat gebeurt met instrumenten zoals kort-cyclische innovatie en de €1,17 miljard voor Industrie- en Innovatieopschaling, waarmee onder andere het SecFund gefinancierd wordt (bekostigd uit het DMF). Dit alles vereist samenwerking met verschillende partners; regionale samenwerkingen zijn een essentieel onderdeel van het succes. Met ODIN (Orchestrating Defensie Innovation) als coördinatiepunt, wordt een landelijk dekkend netwerk van ecosystemen uitgebouwd die Defensie met kennis- en industriepartners verbinden.
Strategische samenwerking met de industrie
Sinds april 2025 werkt Defensie in samenwerking met andere departementen aan de uitvoering van de Nederlandse Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII) 2025-2029, om zo de defensie-industrie kennis gedreven te versterken. Zo investeert Defensie in het verbeteren van het financieringslandschap voor de defensie-industrie via de Thematische Technologie Transfer (TTT), de Seed Capital-regeling en het SecFund. Om publiek-private samenwerking te verbeteren heeft Defensie in 2025 Defport gelanceerd. Dit moet bijdragen aan strategische partnerschappen tussen Defensie en de industrie, zoals met VDL. Ten slotte investeert Defensie via business-development in specifieke opschalingstrajecten met name binnen de 5 NLD gebieden en de maritieme sector. Een voorbeeld hiervan is de financiering van een productielijn voor fotonische chips en het versterken van het drones ecosysteem onder andere via de C-UAS challenge in november 2025.
In 2025 heeft Nederland zich opnieuw ingezet voor het versterken van de Nederlandse en Europese Defensie Technologische en Industriële Basis (NLDTIB en EDTIB) om de productiecapaciteit van de Europese defensie‑industrie te vergroten en daarmee onze eigen krijgsmacht als die van Oekraïne te kunnen ondersteunen. Nederland heeft in 2025 in dat kader actief bijgedragen aan de totstandkoming van het Europees Defensie Industrie Programma (EDIP). Tijdens de NAVO Top in Den Haag organiseerde Nederland het NATO Summit Defence Industry Forum (NSDIF) om een snelle, duurzame opschaling van de trans-Atlantische defensie-industrie te stimuleren. Bovendien heeft Defensie in 2025 een government‑to‑government (G2G)‑kantoor ingericht dat zich richt op gezamenlijke aankoop met partnerlanden, en werd er een Memorandum of Understanding met Oekraïne ondertekend om de samenwerking tussen de Oekraïense en Nederlandse defensie‑industrie verder te versterken.
U wordt in 2026 uitgebreider geïnformeerd over de concrete acties en de voortgang van de opschaling en versterking van de Nederlandse defensie‑industrie in 2025, met betrekking tot de Strategische Agenda Industrie, Innovatie en Kennis – Defensie.
Digitale Transformatie
In het afgelopen jaar is de digitale transformatie van Defensie versneld en de leverbetrouwbaarheid van projecten sterk verbeterd (74%, ten opzichte van minder dan 25% vorig jaar). Eerder werd benadrukt dat digitalisering cruciaal is voor het opbouwen van militair vermogen en deze ambitie is op 4 juli bekrachtigd met de verzending van de Digitale Transformatie Strategie Defensie naar de Kamer. Daarmee is een belangrijke stap gezet van visie naar richtinggevende uitvoering.
De strategie bevestigt dat technologische ontwikkelingen zoals data, AI, cloud, cyber en (semi-)autonome systemen niet langer ondersteunend zijn, maar direct bepalend voor gevechtskracht, afschrikking en inzetbaarheid. Tegelijkertijd is onderkend dat het innovatietempo verder omhoog moet met een sterkere focus op snel ontwikkelende technologiegebieden, zoals het Elektro Magnetisch Spectrum (EMS) en de hele keten aan technologie die nodig is voor adoptie van autonome systemen en datagedreven werken.
Centraal daarin staat het vermogen om sneller dan de tegenstander technologie om te zetten in operationeel effect, in nauwe samenhang met nieuwe manieren van organiseren en intensieve samenwerking met publieke en private partners. Daarbij is het een voordeel dat de IT markt nog ruimte heeft voor groei en innovatie, en Defensie als aantrekkelijke werkgever gezien wordt met een zeer relevant maatschappelijk doel.
Terugkijkend markeert 2025 dan ook een omslagpunt: van het onderkennen van het belang van digitalisering naar het expliciet sturen op integrale digitale transformatie als integraal onderdeel van multidomein operaties en het gevecht van de toekomst.
3.1.2 Gevechtskracht
Missies en operaties
Nederlandse militairen zijn in 2025 wederom breed ingezet. De voortdurende Russische agressie zorgde ervoor dat de verdediging van het bondgenootschappelijk gebied meer aandacht heeft gekregen. Defensie leverde in 2025 een militaire bijdrage aan de afschrikking en verdediging van de NAVO, waaronder aan de Multinational Battle Group in Litouwen (voorheen enhanced Forward Presence) en luchtruimactiviteiten in Estland en Polen (F-35) en Roemenië (MQ9). In het kader van het tegengaan van sabotage van kritieke infrastructuur leverde Defensie met een aantal schepen een bijdrage aan de NAVO-missie Baltic Sentry in de Oostzee. Ook leverde Defensie een bijdrage aan de regionale plannen van de NAVO, het NATO New Force Model en de Command & Control plannen.
Ook in andere delen van de wereld droeg Defensie bij aan het tegengaan van instabiliteit. In Irak droeg Nederland bij aan de NAVO missie in Irak (NMI) en Operation Inherent Resolve (OIR). Voor NMI leverde Nederland tot ongeveer medio 2025 de force commander met ondersteunende staf, een force protection-eenheid en een helikopter detachement. In Bosnië en Herzegovina droeg Nederland in 2025 bij aan de Europese troepenmacht EUFOR Althea met stafofficieren, een Human Intelligence (HUMINT) team en (sinds oktober 2025) een infanteriecompagnie.
Daarnaast was Nederland kleinschalig actief in verschillende missies in het Midden-Oosten, zoals UNTSO, UNIFIL en OSC. Ook droeg Defensie bij aan capaciteitsopbouw van verschillende landen door middel van trainingen, zowel bilateraal als in multilateraal verband. Nederland zette zich ook in voor het verbeteren van de effectiviteit van missies, o.a. in EU-verband.
Commandovoering en Multidomein / Informatiegestuurd Optreden
In 2025 is het Nederlandse Joint Force Command (NLD JFC) operationeel geworden, zodat Nederland nu beschikt over een militair hoofdkwartier op operationeel niveau dat de krijgsmacht multidomein en informatiegestuurd aanstuurt en proactief op ontwikkelingen inspeelt.
Het concept van Multidomein Operaties (MDO) heeft ervoor gezorgd dat capaciteiten, projecten en plannen niet meer afzonderlijk per domein worden ontworpen, maar vanuit hun bijdrage aan effecten over meerdere domeinen tegelijk en interoperabel met bondgenoten. Parallel hieraan is geïnvesteerd in training van commandanten en staven via staftrainingen en (inter)nationale oefeningen, gericht op multidomein-commandovoering en het verwerken van grote hoeveelheden informatie onder tijdsdruk.
Met de Digitale Transformatiestrategie heeft Defensie de koers uiteengezet voor de toekomstige informatievoorziening. Door investeringen in data-integratie, verbeterde informatievoorziening en modernisering van communicatiemiddelen, is de basis versterkt voor effectievere aansturing van operaties. Al deze technische ontwikkelingen zijn zoveel mogelijk gekoppeld aan het programma Grensverleggende IT (GrIT), zodat modernisering van commandovoeringssystemen hand in hand gaat met vernieuwing van de IT-infrastructuur.
Op tactisch niveau heeft het Maritiem Operationeel Centrum Benelux (MOC ABNL) van de Koninklijke Marine belangrijke nieuwe stappen gezet. Dit werd onder meer zichtbaar tijdens Operatie Trident, waarbij de beeldvorming op de Noordzee aanzienlijk werd verhoogd en er tijdige en relevante beslissingen werden genomen ten behoeve van Nederlandse en Belgische eenheden. De Koninklijke Luchtmacht heeft verder geïnvesteerd in het fuseren en breder beschikbaar maken van data uit wapensystemen, wat bijdraagt aan een gedeeld en actueler beeld van de operationele omgeving. Daarnaast is bij de 11de Luchtmobiele Brigade van de Koninklijke Landmacht verder geïnvesteerd in mobiele commandovoeringsystemen.
Met de voorbereiding van de Wet op de defensiegereedheid heeft Defensie ook geïnvesteerd in de vereiste juridische basis om te zorgen dat de krijgsmacht tijdig in een gunstiger informatiepositie dan de tegenstander kan komen, onder meer door te mogen oefenen en trainen in het gebruik van sensoren.
Inlichtingen
Adequate inlichtingen vormen de basis voor alle militaire besluitvorming, en zijn daarmee in de huidige, complexe internationale veiligheidsomgeving met hernieuwde focus op hoofdtaak 1, van cruciaal belang. In 2025 heeft Defensie de technische randvoorwaarden voor het delen van relevante gegevens verder uitgewerkt en geoperationaliseerd om een sterk koppelvlak tussen de krijgsmacht en de MIVD te realiseren.
Defensie heeft de samenwerking met (inter)nationale partners versterkt én de samenwerking met private partijen uitgebreid. Bestaande strategische partnerschappen zijn naar een hoger niveau getild en er zijn nieuwe partnerschappen geïnitieerd. De samenwerking van de MIVD met het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) dient als model voor partnerschappen met de private sector.
Sinds oktober 2025 past de MIVD de Tijdelijke wet ‘Onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma’ volledig toe. De diensten evalueren en monitoren deze tijdelijke wet continu om met de brede herziening van de Wet op de Inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv 2017) te komen tot een werkbare wet die voldoende operationele slagkracht en wendbaarheid biedt om in te spelen op technologische en geopolitieke ontwikkelingen, waarbij de fundamentele waarborgen – zoals onafhankelijk toezicht – worden behouden.
Cyberdomein
Met de vaststelling van de nieuwe Defensie Cyberstrategie is de ingezette proactieve koers van Defensie bestendigd op het gebied van cyberveiligheid, cyber als operationeel domein en de cyberweerbaarheid van Nederland en bondgenoten. De investeringen uit het Uitvoeringsplan Cyber zijn voortgezet en aangevuld met een nieuw Uitvoeringsplan Cybersecurity, gericht op versterking van de eigen digitale weerbaarheid.
In het kader van de Defensienota 2024 is in 2025 verder geïnvesteerd in cyberslagkracht voor militaire operaties en inlichtingen. In het kader van de nationale weerbaarheid in het cyberdomein is de samenwerking met andere departementen ook nadrukkelijk versterkt.
Naast strategische capaciteiten zijn ook tactische cyber- en elektromagnetische capaciteiten van de krijgsmachtdelen versterkt. De Koninklijke Marechaussee is verder uitgebouwd in het cyberdomein en het Cyber Warfare & Training Centre is gegroeid. Met de start van een Cyber Academy investeert Defensie structureel in personeel. Het werk aan de Wet op de defensiegereedheid is ook hier van belang, omdat die de vereiste juridische basis moet bieden om Defensie afdoende cyberveiligheid te kunnen houden. Internationaal heeft Defensie bijgedragen aan capaciteitsopbouw en cyberoefeningen met bondgenoten.
Ruimtedomein
De Defensie Ruimte Agenda en de Lange-termijn Ruimtevaart agenda hebben nadere uitwerking gekregen op het gebied van innovatie door de in april 2025 uitgebrachte Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII, Kamerstuk 31 125 nr. 134), met onder andere de ambitieplaat voor Ruimtetechnologie. Dit leidt tot positieve resultaten voor de Nederlandse ruimtesector, zoals de aanbieding van een voorstel door industrie en kennisinstellingen om de ontwikkeling van satellieten door Defensie te versnellen. De Kabinetsreactie op de Lange-termijn Ruimtevaart agenda (Kamerstuk 24 446 nr. 90) besteedt aandacht aan het belang van het ruimtedomein in de huidige geopolitieke context.
Tijdens een pre-event voorafgaand aan de NAVO-top in Den Haag is het AIV-rapport (Kamerstuk 24 446 nr. 100) overhandigd aan de staatssecretaris van Defensie. Het AIV rapport omvat negen aanbevelingen om regie in de ruimte te versterken, waaronder de oprichting van een ‘Space Commando’ onder de Luchtmacht. Sinds 1 juli jl. is het Commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten een feit.
3.1.3 Mensen
Schaalbare krijgsmacht
Defensie groeit. Per 1 januari 2026 bestaat de personeelsomvang uit 79.923 VTE’n: 44.830 beroepsmilitairen, 9.261 reservisten en 25.832 burgermedewerkers. Er kwamen meer mensen bij dan het aantal dat de organisatie verliet. Tussen 1 januari 2025 en 1 januari 2026 is het totaal aantal VTE’n met 5.576 toegenomen.
Om een geloofwaardige afschrikking te realiseren en aan (inter)nationale verplichtingen te kunnen voldoen, is Defensie in 2025 gestart met het bouwen van een schaalbare krijgsmacht, die uiterlijk in 2030 en waar mogelijk sneller, gevuld moet zijn met ongeveer 100.000 mensen; indicatief bestaande uit 56.000 beroepsmilitairen, 20.000 reservisten en 24.000 burgermedewerkers. Tegelijkertijd wordt aan een plan gewerkt voor een organisatie die, in geval van een crisis- of oorlogssituatie of in de aanloop daar naartoe, kan opschalen naar mogelijk maximaal 200.000 medewerkers.
Om de personele groei verder te versnellen vergrootte Defensie de wervings- en selectiecapaciteit, werd het selectieproces versneld en werden decentrale selectie- en keuringslocaties in Oirschot en Wezep ingericht. Ook werd de initiële opleidingscapaciteit uitgebreid en wordt het HR-beleidsinstrumentarium verbeterd. Ook is de interne regie en coördinatie om de opschaling van de krijgsmacht in de verschillende ketens door te voeren het afgelopen jaar flink versterkt. In eerste aanleg lag hierbij de focus op het op orde krijgen van kleding, uitrusting, bewapening en optronica zoals nachtkijkers en laserafstandmeters. Er zijn stappen gezet bij het afstemmen van vraag en aanbod van kleding en uitrusting en er is gewerkt aan een standaard kledingpakket voor de instromende militairen. In een tweede slag volgen legering, onderwijsmiddelen en IT.
Dienmodel: Dienjaar, Nationale Weerbaarheidstraining en Defensie-enquête
Het Dienmodel Defensie omvat het geheel aan in- en doorstroomsporen voor militairen, burgers en reservisten, en vormt de kapstok voor de te nemen maatregelen om snel(ler) en slim(mer) te groeien; zie ook Kamerbrief ‘Onze mensen, onze toekomst; meer, beter en sneller’ (Kamerstuk 33763-161). Er zijn in 2025 via een aantal sporen instrumenten gebruikt om binnen het Dienmodel sneller op te schalen.
– Dienjaar: De animo voor het Dienjaar is groot. In 2025 hebben ruim 4.000 mensen voor een Dienjaar gesolliciteerd en zijn er 1.097 ingestroomd, verdeeld over alle operationele commando’s. Hiermee is het oorspronkelijke doel om binnen drie jaar te groeien naar 1.000 dienjaarmilitairen per jaar ruimschoots gehaald. Circa 60% van de dienjaarmilitairen blijft na afronding van het Dienjaar verbonden aan Defensie, waarvan de meeste werkzaam zijn als beroepsmilitair of reservist.
– Nationale Weerbaarheidstraining (NWT): In november 2025 is de eerste lichting van de Nationale Weerbaarheidstraining (NWT) gestart met 120 deelnemers. Deze opleiding van 10 weken moet bijdragen aan de vulling van het reservistenbestand.
– Enquête: In september 2025 ontvingen de eerste 17-jarigen de dienstplichtbrief met QR-code naar de Defensie-enquête. In de daaropvolgende periode werden meerdere batches verstuurd naar in totaal 200.000 jongeren. De respons lag telkens rond de 8%: voor een vrijwillige enquête is dit positief.
– Defensity College en Maatschappelijke Diensttijd (MDT) Missie: In 2025 mocht Defensie 200 studenten Defensity College verwelkomen. De cijfers voor MDT Missie laten sinds de start een structurele groei zien van jaarlijks 60%. Op dit moment hebben circa 3.000 mensen deelgenomen aan MDT Missie en zijn 1.025 studenten gestart met Defensity College.
Veteranen
In 2025 heeft Defensie samen met het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) het project «transitie» gestart. In dit project wordt gewerkt aan een programma gericht op het ondersteunen van militairen bij uitdiensttreding (de overgang van 'defensie naar civiel'). Daarnaast werd onder coördinatie van het ministerie van Justitie en Veiligheid gestart met het opstellen van een haalbaarheidsplan, gericht op het kunnen plaatsen van gedetineerde post-actieve veteranen met een inzetgerelateerde zorgvraag in het Militair Penitentiair Centrum (MPC) te Stroe.
In 2025 is de e-learning module Veteranen ontwikkeld, die aan militairen informatie geeft over de veteranenstatus en de erkenning, waardering en zorg die hieraan gekoppeld zijn. Ook is in 2025 een start gemaakt met het verduidelijken van het afwegingskader gericht op het al dan niet ontlenen van de veteranenstatus aan een bepaalde inzet. Daarnaast zijn bestaande activiteiten, zoals het project «Helden op Bruggen en Viaducten» - waarbij bruggen en viaducten vernoemd worden naar militairen omgekomen in vredesmissies - voortgezet. Een uitgebreide beschrijving van de activiteiten die op het gebied van erkenning, waardering en zorg in 2025 zijn uitgevoerd, is terug te vinden in de Veteranennota 2024 ‒ 2025.
Een veilige werkomgeving bij Defensie
2018 tot 2023 (Kamerstuk 31 516, nr. 50). Hieruit blijkt dat beleidsmaatregelen tot verbeteringen hebben geleid op deelaspecten, maar dat de doeltreffendheid van het gehele veiligheidsbeleid slechts in beperkte mate is te beoordelen. Deze uitkomsten worden meegenomen in nieuwe beleidsontwikkeling. Verder publiceerde in 2025 de commissie Den Oudsten, die opnieuw onderzoek deed naar het mortierongeval in Mali in 2016, haar eindrapport. De commissie concludeerde dat er sprake was van zowel individueel nalatig als verwijtbaar handelen, en dat de besluitvorming rond de onderzoeksopdracht aan commissie Van der Veer gebreken kende. Zoals beschreven in de beleidsreactie op het rapport, stellen de bevindingen Defensie in staat om verder te leren en onze werkwijzen te verbeteren (Kamerstuk 36 800 X, nr. 15).
Defensie zette zich afgelopen jaar in om fysieke en sociale veiligheid verder te verbeteren. Zo implementeert Defensie stapsgewijs gezondheidsmonitoring van militairen en is er een asbest-informatiepunt ingericht waar (oud)medewerkers terecht kunnen met vragen. Verder is er afgelopen jaar een applicatie ontwikkeld voor het veilig gebruik van rookpotten, die eenheden in staat stelt vooraf te bepalen hoe rook zich ontplooit in relatie tot de omgeving. Een belangrijke ontwikkeling op het gebied van integriteit het afgelopen jaar was de evaluatie van het integriteitsbeleid, dat inzicht heeft gegeven voor de doorontwikkeling daarvan.
Verder is afgelopen jaar veiligheid in opleidingen organisatorisch beter geborgd. Hiertoe is het Platform Veiligheid en Opleidingen Defensie opgericht. Daarnaast leverde de in 2024 opgerichte Academische Werkplaats een bijdrage aan de verbetering van veiligheid via ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van interventies. De wetenschappelijke inzichten die hieruit voortkomen nemen de beleidsmakers mee in het beleid op het gebied van Just Culture, sociale en fysieke veiligheid.
Arbeidsextensief werken
De producten van het programma Arbeidsextensivering, bestaande uit zowel een theoretisch kader als beslis-ondersteunende instrumenten, is inmiddels volledig geïntegreerd in de ontwikkeling van de organisatorische en personele opbouw van de schaalbare krijgsmacht. De kennisproductie zit op schema, resultaten zijn geborgd in de formatieve, personele (kwantitatief en kwalitatief) ontwikkeling van desbetreffende ketens. Samenwerking van kennisinstituut TNO en defensie is geborgd in de lopende programma’s bij Defensie (met name de HR-roadmap naar schaalbaarheid), het na 2026 borgen van een koppeling met de bestedingsplannen wordt een vervolgstap. Terwijl er in 2025 veel aandacht was voor arbeidsextensief en schaalbaar inrichten van de krijgsmacht en innovaties op het gebied van HR, wordt daarnaast in 2026 gewerkt aan een beslis-ondersteunend kader voor meer op technologie gerichte integratie van mens en systeem.
3.1.4 Randvoorwaarden
Informatie en transparantie
Er in 2025 verder gewerkt aan het programma Defensie Open op Orde (DOO, 2021-2028).
Bij elk Defensieonderdeel is een actieplan ter verbetering van de informatiehuishouding opgeleverd. De initiatieven zijn opgesteld langs de vijf dimensies van informatiehuishouding: strategie, structuur, processen, technologie en mens om de business transformatie duurzaam zeker te stellen. Hierbij is in de voorbereiding, implementatie en nazorg een sterke verbinding met het in gebruik nemen van het nieuwe documentmanagementsysteem DefDoc.
In 2025 zijn de door de plaatsvervangend commandant der strijdkrachten geprioriteerde missie-archieven ontsloten. Dit gaat om de archieven van de missies in Afghanistan, de missie Operation Inherent Resolve, de missie Minusma in Mali en van de inzet ter bestrijding van de piraterij. Er is vervolgens door het programma gewerkt aan de verdere ontsluiting van de overige digitale missie-archieven.
Resultaten met betrekking tot de uitrol van het documentmanagementsysteem DefDoc en de Wet open overheid zijn opgenomen in de paragraaf ‘IT’ van de materieelagenda van het DMF en de Openbaarheidsparagraaf, die gelijktijdig aan uw Kamer wordt verstuurd.
Vastgoed
Defensie heeft in 2025 stappen gezet om de realisatie van vastgoed te verhogen. Hiervoor is in september 2025 de Commandopost Vastgoed (CPV) opgericht. De CPV is mede op initiatief van Defensie, het Rijksvastgoedbedrijf en de markt ontstaan om regie te voeren op de vastgoedopgave en de jaarlijkse realisatie substantieel te verhogen.
Een belangrijk uitgangspunt voor verhoging van de realisatie is standaardisatie. In 2025 is de eerste aanbesteding van gestandaardiseerde gebouwsoort uitgevoerd voor legering. Naast gestandaardiseerde legering worden ook aanbestedingstrajecten gestart voor onder andere gestandaardiseerde kantoren, werkplaatsen en magazijnen.
Om in 2029 te voldoen aan de energiebesparingsplicht en de verplichting voor energielabel C voor kantoren, is in 2025 concreet in kaart gebracht wat de omvang van de opgave is. Zo kunnen de benodigde concrete werkzaamheden de komende jaren effectief en efficiënt worden uitgevoerd in samenwerking met het RVB.
Over de voortgang op de vastgoedopgave wordt uw Kamer uitgebreider geïnformeerd via de Stand van Defensie en via verzamelbrieven.
Ruimte en leefomgeving
In december 2025 heeft het kabinet het definitieve NPRD uitgebracht. Hierin zijn de definitieve locaties aangewezen voor de ruimtelijke uitbreiding van Defensie. Omdat voor een negental defensiebehoeftes nog nader onderzoek is gedaan na uitbrengen van het ontwerp-NPRD heeft het kabinet hiervoor nu ontwerp-voorkeursalternatieven aangewezen. Definitieve besluitvorming hierover vindt, na participatie, in de eerste helft van 2026 plaats.
Defensie heeft in 2025 de omgeving proactief betrokken bij opgaven die effect hebben op de leefomgeving waardoor in een vroegtijdig stadium inzicht in de belangen, zorgen en wensen van lokale gemeenschappen, ondernemers, maatschappelijke organisaties/instellingen en overheden kwam. Dit draagt bij aan een duurzame relatie met de omgeving en medeoverheden. Met de instelling van regioteams stroomlijnt Defensie dit proces. Defensie zorgt zo voor één gezicht in de regio, en goede interne afstemming, met als doel om de interbestuurlijke samenwerking met medeoverheden, bedrijfsleven, organisaties en instellingen te verbeteren.
De appreciatie van de aanbevelingen uit het evaluatieonderzoek naar het functioneren van de Commissies Overleg & Voorlichting Milieu (COVM’s) is mei 2025 met uw Kamer gedeeld (Kamerstuk 36592, nr 24). Defensie werkt nu, in lijn met aanbevelingen van het onderzoek, aan meer uniformiteit via de instellingsbesluiten van de COVM’s, met ruimte voor lokale kenmerken.
Voor het flexibeler en sneller opereren van de krijgsmacht is in 2025 een belangrijke stap gezet door het wetsvoorstel Wet op de defensiegereedheid (WODG) voor advies naar de Raad van State te sturen. De wet biedt een kader voor het waarborgen van de gereedstelling van de krijgsmacht en afstemming daarvan op andere algemene belangen in een weerbare samenleving.
Duurzaamheid
In 2025 heeft Defensie de uitvoeringsagenda Duurzaamheid (Kamerstuk 36 124, nr. 25) uit 2023 geactualiseerd met het uitbrengen van de uitvoeringsagenda Energie en Duurzaamheid (Kamerstuk 36 592, nr. 52). Hiermee blijft Defensie bijdragen aan nationale klimaat- en duurzaamheidsdoelen, binnen de kaders van de hoofdtaken van Defensie.
De doelstelling om in 2030 voor 30% onafhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen ondersteunt de inzet op energiezekerheid. Voor rijden en varen wordt dit deels al gerealiseerd door het gebruik van biobrandstoffen. In 2025 is tot 30% biobrandstof bijgemengd in wegdiesel en tot 10% in scheepsdiesel. De voorziene start voor het laten bijmengen van Sustainable Aviation Fuel in 2025 is uitgesteld vanwege technische, logistieke en contractuele oorzaken en wordt in 2026 gerealiseerd.
Duurzaamheid is opgenomen in de vaste opzet voor projectvoorstellen. Conform de beleidsagenda voor 2025 is hiermee een structurele duurzaamheidsafweging verankerd bij de aanschaf van materieel, vastgoed en IT.
Defensie investeert daarnaast in energiezuinig en emissievrij vastgoed, zoals het in 2025 gerealiseerde eerste volledig emissievrije gezondheidscentrum op de Tonnetkazerne. Tevens is ingezet op grondstoffenbesparing, onder meer door verduurzaming van kleding en uitrusting, zoals de circulaire sportschoenen van gerecycled materiaal die sinds 2025 worden verstrekt aan alle nieuwe militairen.
De kennis over energiezekerheid en autonoom voortzettingsvermogen is in 2025 ondermeer versterkt door internationale samenwerking. Defensie participeert in kennisdelings- en innovatieverbanden, waaronder het Consultation Forum for Sustainable Energy in the Defence and Security Sector en het NATO Climate Change and Security Centre of Excellence. Internationale beleidsontwikkelingen binnen met name EU en NAVO op gebied van energie, circulaire economie en kritieke grondstoffen worden gevolgd.
Klimaatverandering en veiligheid
Defensie heeft in 2025 ook voorbereidingen getroffen voor op de effecten van klimaatverandering. Dit mede naar aanleiding van het Strategisch Kompas van de EU die lidstaten oproept om een nationale strategie te ontwikkelingen die de strijdkrachten voorbereid op klimaatverandering. Hiertoe nam Defensie intern in 2025 de ‘Defensiestrategie voor Klimaatverandering en Veiligheid’ aan. Ook is een begin gemaakt met het uitwerken van doelstellingen en actielijnen bij deze strategie.
Milieu en PFAS
Defensie is interdepartementaal aangesloten bij diverse water- en bodemprogramma’s, waaronder het Nationaal Milieu Programma, het Programma Bodem, Ondergrond en Grondwater en Water en Bodem Sturend. Door deelname aan interdepartementale werkgroepen worden defensiebelangen geborgd bij de ontwikkeling en uitvoering van deze programma’s, met inachtneming van de hoofdtaken van Defensie. Op deze wijze zet Defensie in op het behoud en de verbetering van de water- en bodemkwaliteit.
In 2025 is de programmatische PFAS-aanpak op dertien (voormalige) defensielocaties voortgezet. De locaties zijn onderzocht op herkomst en omvang van de verontreiniging. Saneringsmaatregelen worden risicogestuurd ingezet, met aandacht voor humane en ecologische risico’s en mogelijke verspreiding. Het kennisprogramma van de PFAS-sanering van de voormalige defensielocatie Soesterberg ondersteunt kennisontwikkeling en innovatie op het gebied van stofgedrag, saneringstechnieken en financiële consequenties van PFAS binnen en buiten Defensie.
Op Vliegbasis Leeuwarden is in 2025 een pilot gestart voor het testen van saneringstechnieken. De eerste resultaten van de sanering met de waterzuiveringsinstallatie zijn positief. Naar verwachting start de sanering op deze locatie in 2026. Daarnaast zijn voorbereidingen getroffen voor een nieuwe pilot waarbij PFAS-verontreinigde klei wordt hergebruikt voor de productie van bakstenen.
3.2 KPI-tabel
3.3 Realisatie periodieke rapportages en beleidsdoorlichtingen
Realisatie periodieke rapportages en beleidsdoorlichtingen
Elke minister is op basis van de Comptabiliteitswet 2016 verantwoordelijk voor het periodiek onderzoeken van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid. Hiervoor maken alle departementen gebruik van de Strategische Evaluatieagenda (SEA), die jaarlijks in de begroting verschijnt. De periodieke rapportages zijn rijksbreed de opvolgers van de beleidsdoorlichtingen. In 2025 heeft Defensie de laatste beleidsdoorlichting en de eerste periodieke rapportage opgeleverd. Dit is een beleidsdoorlichting van artikel 8 Defensie Ondersteuningscommando en een periodieke rapportage over het thema 'Mensen', subthema 'Veiligheid'. In de tabellen hieronder zijn de gerealiseerde beleidsdoorlichtingen en periodieke rapportages (periode 2019-2025) zichtbaar.
Tabel 2 Realisatie beleidsdoorlichtingen (t t/m t-6)
Thema
Artikel-nummer
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Kamerstuk
Inzet
1
Koninklijke Marine
2
x
Kamerstuk 31516, nr. 43
Koninklijke Landmacht
3
x
Kamerstuk 31516, nr. 27
Koninklijke Landmacht
3
x
Kamerstuk 31516, nr. 44
Koninklijke Luchtmacht
4
x
Kamerstuk 31516, nr. 30
Koninklijke Marechaussee
5
x
Kamerstuk 31516, nr. 37
Investeringen
6
x
Kamerstuk 31516, nr. 34
Defensie Materieel Organisatie
7
x
Kamerstuk 31516, nr 34
Defensie Ondersteuningscommando
8
x
Kamerstuk 31516, nr. 47
Algemeen
9
Apparaat Kerndepartement
10
Geheim
11
Nog onverdeeld
12
Het eindrapport en de Kabinetsreactie van de beleidsdoorlichting MGZ hebben vertraging opgelopen. Op 22 december 2022 en 25 september 2023 is de Kamer hierover geïnformeerd (Kamerstuk 31516, nr. 38 en Kamerstuk 31516, nr. 40). Hieraan lagen ontwikkelingen zoals de belegging van het zorgaanbiederschap en de investeringsplannen met betrekking tot de Defensienota 2024 ten grondslag.
Beleidsdoorlichting Militaire Gezondheidszorg (artikel 8)
In 2025 is de beleidsdoorlichting van artikel 8 ‘Defensie Ondersteuningscommando’ aan de Kamer gestuurd. Deze beleidsdoorlichting beoordeelt de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid voor de militaire gezondheidszorg (MGZ). In de onderzoeksperiode hebben binnen de MGZ een aantal significante beleidswijzigingen plaatsgevonden en heeft de MGZ een ingrijpende herstructurering doorgemaakt. Uit de beleidsdoorlichting blijkt dat in de periode 2011 tot en met 2021;
– de personele reductie van 23% (791 VTE’n) en financiële reductie van 22% ernstige schade heeft toegebracht aan de effectiviteit en capaciteiten van de MGZ, waarbij de militair geneeskundige capaciteiten onder ongekende druk zijn komen te staan;
– de doelstelling van de MGZ in deze periode om alle operationele taakstellingen en de inzet van de krijgsmacht kwantitatief en kwalitatief geneeskundig te kunnen blijven ondersteunen, niet is behaald;
– de kwaliteit van patiëntveiligheid binnen de reguliere MGZ in de laatste jaren sterk is verbeterd, de kwaliteit van de operationele zorg is een punt van zorg gebleven;
– op het vlak van zowel reguliere als operationele gezondheidszorg sinds 2017 diverse herstelmaatregelen zijn genomen, zoals de implementatie van een kwaliteitsmanagementsysteem en de vaststelling van een normenkader voor het plannen van geneeskundige capaciteit ter ondersteuning van gereedstelling en operationele inzet;
– de governance van de MGZ nog niet in voldoende mate is aangesloten op de defensieprocessen en de besturing daarbij niet voldoet aan wettelijke vereisten.
Zie het eindrapport, voor een volledige toelichting op de beleidsdoorlichting, conclusies en aanbevelingen (leerpunten).
Zie de kabinetsreactie (kamerstuk 31 516, nr. 47), met daarin aandacht voor de opvolging van bevindingen.
Tabel 3 Realisatie periodieke rapportages (t t/m t-6)
Thema
Artikel-nummer
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Kamerstuk
Mensen, Veiligheid
Artikel-overstijgend, zie toelichting onder de tabel
x
Kamerstuk 31516, nr. 50
De financiële grondslag van de periodieke rapportage ‘Mensen’, subthema ‘Veiligheid’ omvat alle intensiveringen ten aanzien van het veiligheidsbeleid in de onderzoeksperiode 2018 tot en met 2023. De uitgaven vallen onder alle beleidsartikelen en de posten zijn te relateren aan de intensiveringsmaatregelen gericht op het versterken van de fysieke veiligheid, sociale veiligheid of de integriteit, die zijn genomen in het Plan van Aanpak Veiligheid, het Plan van Aanpak sociale veiligheid en integriteit, de Agenda voor Veiligheid en de Defensienota 2022.
Periodieke rapportage 'Mensen', «Veiligheid» (artikeloverstijgend)
In 2025 heeft Defensie de eerste periodieke rapportage afgerond. Deze gaat over op het gevoerde beleid ter verbetering van de fysieke veiligheid, de sociale veiligheid en de integriteit op de werkvloer in de periode 2018 tot en met 2023.
De onderzoekers concluderen dat de doeltreffendheid van het gehele veiligheidsbeleid slechts in beperkte mate te beoordelen is, maar dat wel conclusies te trekken zijn op deelaspecten. Over de doelmatigheid kunnen ze geen oordeel geven omdat de beschikbare onderzoeken en evaluaties hier geen uitspraken over doen.
De onderzoekers stellen vast dat de nadruk lag op het boeken van concrete en aantoonbare resultaten, waarin Defensie volgens de onderzoekers is geslaagd. De maatregelen die zijn ingezet, hebben tot tastbare resultaten geleid. Voorbeelden van positieve ontwikkelingen die worden genoemd in de rapportage zijn de versterking van het toezicht, stappen in de ontwikkeling naar situationeel risicomanagement, commandanten die het onderwerp ‘veiligheid’ voortvarend oppakken en de versterking van de veiligheidsexpertise die doorwerkt in de praktijk. Tegelijk leidde de nadruk op concrete maatregelen ertoe dat enkele stappen in de beleidsvorming zijn overgeslagen bij de start van de ingezette versterking. Hierdoor was beleidsmonitoring en –evaluatie maar beperkt mogelijk.
De onderzoekers maken onderscheid in ‘no regret’-aanbevelingen, die zijn gericht op het verbeteren van het proces van de beleidsvorming zelf, en richtinggevende aanbevelingen gericht op doeltreffendheid en doelmatigheid van de inhoudelijke aspecten van het veiligheidsbeleid. De opvolging van de no regret-aanbevelingen vormt het startpunt voor het operationaliseren van de overige richtinggevende aanbevelingen. De onderzoekers geven in overweging de overige richtinggevende aanbevelingen in een vervolgstap te concretiseren, aan te passen of te schrappen.
Zie het eindrapport, voor een volledige toelichting op de periodieke rapportages, conclusies en aanbevelingen.
Zie de kabinetsreactie (kamerstuk 31 516, nr. 50), met daarin aandacht voor de opvolging van bevindingen.
Thema’s op de Strategische Evaluatieagenda
In de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) staat voorgeschreven dat de SEA is ingedeeld in thema’s die gezamenlijk al het beleid en alle uitgaven van een departement afdekken. De begrotingsartikelen van Defensie vertegenwoordigen organisatiedelen en geen beleidsthema's, zoals bij veel andere ministeries het geval is. De SEA volgt om die reden de waardeketen van Defensie, die de samenhang weergeeft tussen de primaire en ondersteunende processen van de organisatie:
– Het thema ‘Gevechtskracht’ omvat de primaire hoofdprocessen ‘gereedstellen’ en ‘inzet’. Gereedstelling is het proces van het formeren van eenheden uit personeel en materieel (inclusief IT) om ze vervolgens te oefenen voor hun taken.
– Om de randvoorwaarden voor deze primaire processen te creëren zijn ondersteunende processen nodig. Als eerste het vervullen van de personele en materiele behoefte, die in de SEA afgedekt worden door de thema’s ‘Mensen’, ‘Materieel en industriebeleid’ en ‘Randvoorwaarden’. Dit laatste thema kent in de context van de SEA een focus op vastgoed, infrastructuur en IT.
– Het thema ‘Koers voor versterking’ staat in relatie met het hoofdproces ‘besturen/commandovoering’, waarbij de SEA zich richt op de subthema’s ‘Kennis en innovatie’ en ‘Internationale samenwerking’.
SEA-thema’s waarvoor nog geen periodieke rapportage is afgerond:
– Gevechtskracht: Inzet en Gereedstelling
– Mensen: Personeel
– Randvoorwaarden: Infrastructuur en Vastgoed
– Materieel en Industriebeleid
– Randvoorwaarden: IT
– Koers voor Versterking: Internationale Samenwerking
– Koers voor versterking: Kennis en Innovatie
Op www.rijksfinancien.nl staat een interactieve database met de beleidsdoorlichtingen en periodieke rapportages per departement.
Voor de realisatie van deze en andere grote (evaluatie)onderzoeken, zie de bijlage «Afgerond evaluatie- en overig onderzoek».
3.4 Openbaarheidsparagraaf en overzicht risicoregelingen
Openbaarheidsparagraaf
Actieve openbaarmaking
In 2025 heeft het ministerie van Defensie gewerkt aan voorbereidingen om tijdig te voldoen aan artikel 3.3 van de Wet open overheid (Woo). Aandachtspunt bij het openbaar maken van informatie is dat voorkomen dient te worden dat door het openbaar maken van documenten de veiligheid van individuele medewerkers, Nederland of onze bondgenoten niet geschaad wordt.
Passieve openbaarmaking
Sinds enkele jaren is er sprake van een aanzienlijke hoeveelheid Woo-verzoeken, in omvang en complexiteit (in 2024 ontving de sectie Woo 172 verzoeken, in 2025 waren dit 161 verzoeken). Om deze verzoeken zo goed als mogelijk binnen de wettelijke beslistermijn te kunnen behandelen is in 2025 de capaciteit van de sectie Woo uitgebreid. Daarnaast is inzet gepleegd om het werk van de sectie Woo beter technisch te ondersteunen en is gewerkt aan het verbeteren van processen zodat de afhandeling termijnen van Woo-verzoeken wordt verkort.
Verbetering van de informatiehuishouding
De stapsgewijze implementatie van het documentmanagementsysteem DefDoc is in uitvoering en volgens de huidige planning werkt heel Defensie in 2027 met DefDoc. In 2025 is de implementatie bij de Bestuursstaf en bijhorende directies gerealiseerd, in 2026 wordt de Defensiebrede uitrol vervolgd bij de Marine en de Marechaussee. De aandacht bij deze uitrol ligt op de verbetering van de processen, de ondersteunende structuur, bewustwording en technologie.
Verder beschikt ieder Defensieonderdeel over een actieplan waardoor de volwassenheid op het gebied van informatiehuishouding wordt verhoogd (hierna: IHH), waarin over vijf dimensies (strategie, structuur, proces, mens en technologie) acties zijn opgenomen. De actieplannen bevinden zich allemaal in de fase van uitvoering en hebben op enkele plekken ook tot resultaat geleid, zoals de oplevering van een Informatiemanagement-plan, Informatiemanagement-handboek, voorschrift informatiemanagement en een kwaliteitsdashboard IHH. Voor sommige eenheden is het in 2026 opportuun om een quick scan te houden om het effect van de uitgevoerde acties te meten in relatie tot de verbetering van de informatiehuishouding.
Ook zijn in 2025 vier geprioriteerde missies (Afghanistan, OIR, Minusma, Anti-piraterij) duurzaam ontsloten. Het programma DOO werkt in 2026 t/m 2028 aan het digitaal doorzoekbaar maken van alle resterende digitale missie-informatie. Er zijn daarnaast stappen gezet voor de realisatie en implementatie van een oplossing voor het veiligstellen van de chatberichten van sleutelfunctionarissen, dat in 2026 vervolgd wordt.
Een andere mijlpaal is de livegang van het e-depot van Defensie in 2025. Dit is de digitale archiefbewaarplaats van Defensie voor grote collecties aan statische informatie. Dit is informatie die niet meer gewijzigd of regelmatig geraadpleegd gaat worden en beschikbaar moet blijven.
Tot slot heeft in 2025 ook de toetsing van de missie-archieven aan wet en regelgeving (intern en extern) plaatsgevonden:interne toetsing is afgerond op twee primaire normen en het externe onderzoek door de inspectie overheidsinformatie en erfgoed is succesvol opgestart. In 2026 wordt er intern op meer normen getoetst en worden acties ondernomen om de verbeteringen aan te brengen waar nodig. Het externe onderzoek naar de stand van de missie-archieven wordt in 2026 afgerond.
Overzicht risicoregelingen
Per 31 december 2025 bestaat er één openstaande garantie. Deze betreft een overeenkomst met de Vereniging Verbond van Verzekeraars over de verzekerbaarheid van personeel. De looptijd is onbepaald en er is geen gegarandeerd bedrag vastgesteld. De overeenkomst regelt de verhouding tussen Defensie en de Vereniging met als doel de belemmeringen die defensieambtenaren in het maatschappelijkverkeer ondervinden als gevolg van uitsluitingsclausules bij levensverzekeringen, gekoppeld aan de financiering van een woning, weg te nemen. In 2025 heeft geen uitkering plaatsgevonden.
3.5 Onderuitputting
Bij het jaarverslag van 2023 besteedden departementen, op verzoek van de Tweede Kamer, aandacht aan resultaatbereik in relatie tot onderuitputting. Vanwege de politieke actualiteit moet het onderwerp nu verplicht worden opgenomen in het beleidsverslag.
Tabel 4 Overzicht onderuitputting
Bedragen in miljoenen euro
Bedrag in miljoenen euro
Als percentage van de vastgestelde ontwerpbegroting 2025 (met 1 decimaal achter de komma)
Personele uitgaven
‒ 120
‒ 0,8%
Nationaal Fonds Ereschulden
‒ 24
‒ 0,2%
Crisisbeheersingsoperaties
‒ 76
‒ 0,5%
Overige meevallers (en tegenvallers)
36
0,2%
Totaal
‒ 184
1,2%
In 2025 is met de vergelijking stand ontwerpbegroting ten opzichte van de eindrealisatie sprake van € 184 miljoen onderuitputting.
De onderuitputting van € 120 miljoen vindt grotendeels plaats door meevallers op de personele uitgaven (eigen personeel, pensioenen, externe inhuur). Dit is voornamelijk gedreven door de langzamere groei van de organisatie dan begroot. Defensie zal zich inspannen om, ondanks de uitdagingen op de arbeidsmarkt, voldoende medewerkers te werven.
De € 24 miljoen onderuitputting heeft betrekking op het Nationaal Fonds Ereschulden. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er minder is uitgegeven voor het Nationaal Fonds Ereschuld (NFE) voor betalingen aan veteranen die een beroep op dit fonds hebben gedaan. De hoogte, de hoeveelheid en het betalingsmoment van de schadevergoedingen kunnen gedurende het jaar verschillen. Deze uitgaven kennen daardoor een grillig verloop en zijn lastig exact te ramen. Dit verklaart de lager dan verwachte realisatie.
De onderuitputting van € 76 miljoen heeft als reden dat er minder uitgaven op de inzet t.b.v. hoofdtaak 2 zijn gerealiseerd dan begroot. De uitgaven worden gefinancierd vanuit het Budget Internationale Veiligheid (BIV). Het BIV is een voorziening die het mogelijk maakt om op verwachte en onverwachte internationale ontwikkelingen te reageren, maar het is ook mogelijk om een deel van de voorziening niet te benutten. Het restant gaat in 2025 ten bate van de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS), waar het BIV in 2025 nog onder valt.
3.6 Budgettair overzicht Oekraïne
Op 24 februari 2022 begon Rusland met een grootschalige militaire inval in Oekraïne. De gevolgen van deze oorlog zijn niet alleen groot voor Oekraïne maar ook voor Nederland, Europa en de wereld als geheel. Een permanent lid van de Veiligheidsraad probeert met grof militair geweld een lidstaat van de Verenigde Naties van zijn land, soevereiniteit en zelfs van zijn identiteit te beroven. Nederland heeft zich dan ook ingezet om zoveel mogelijk militaire, financiële en humanitaire steun te leveren aan Oekraïne, samen met internationale partners.
Gezien de zwaarwegende veiligheidsbelangen voor Nederland en onze bondgenoten, was de militaire steun aan Oekraïne in 2025 een topprioriteit. Het kabinet Schoof heeft in het voorjaar van 2025 3,1 miljard euro beschikbaar gesteld aan Defensie voor militaire steun aan Oekraïne in 2026. Hiervan is 2 miljard euro versneld tot besteding gekomen in 2025 middels een kasschuif van 2026 naar 2025. Daarnaast is het kabinet middels de motie van het lid Klaver c.s. (Kamerstuk 36 045, nr. 243) verzocht het budget voor militaire steun aan Oekraïne aan te vullen met 2 miljard euro, als reactie hierop is er 700 miljoen euro vrijgemaakt in december 2025 (Kamerstuk 36850-X-4). Deze 700 miljoen euro is in 2025 gerealiseerd. De Nederlandse steun was breed en in samenwerking met bondgenoten en partners, in de context van de NAVO, EU en de Ukraine Defence Contact Group. Deze samenwerking en coördinatie was onontbeerlijk om te zorgen dat de steun effectief was en de levering ervan zo efficiënt mogelijk.
Defensie heeft een breed pallet aan militair materieel aan Oekraïne kunnen leveren om Oekraïne te ondersteunen in haar strijd. De steun bestond uit materiële steun, training, opleidingen en onderhoud. Defensie heeft materieel geleverd uit eigen voorraad. Daarnaast is materieel commercieel aangekocht. Om een snellere en effectieve steunverlening aan Oekraïne te bewerkstelligen heeft Defensie in 2025 in toenemende mate bijgedragen aan internationale samenwerkingsovereenkomsten. Defensie betaalt dan een bijdrage aan een ander land of fonds, die daar vervolgens materiaal voor Oekraïne mee aanschaft. Tevens heeft Defensie bijgedragen aan internationale trainingsmissies als Interflex, Intercharge en de EU Militaire Assistentie Missie (EUMAM). Op deze wijze leverde Nederland een samenhangend pakket waarmee de Oekraïense strijdkracht in alle facetten van de strijd werd ondersteund. De Tweede Kamer is periodiek op de hoogte gehouden van deze bijdragen middels diverse Kamerbrieven.
In onderstaande tabel wordt gerapporteerd, conform de RBV, over de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten voor 2025. De uitgaven bestaan uit commerciële leveringen, bijdragen aan de forensische onderzoeken en (internationale) trainingsmissies. De commerciële leveringen betreft zowel de bijdragen aan internationale samenwerkingsovereenkomsten als de militaire goederen die door Defensie ten behoeve van Oekraïne bij bedrijven zijn verworven. De commerciële leveringen leiden door co-financiering tot ontvangsten, net als vergoedingen van de European Peace Facilty (EPF). Er zijn verplichtingen aangegaan voor de aankoop van materieel dat in toekomstige jaren aan Oekraïne wordt geleverd. De vervanging van het eigen materieel en de misgelopen verkoopopbrengsten, worden begroot in het Defensiematerieelbegrotingsfonds en staan dus niet in onderstaande tabel. De risico’s financieel beheer verbonden aan deze maatregelen staan toegelicht in paragraaf 3.7 (focusonderwerp 2025).
Alle uitgaven en gemiste verkoopopbrengsten zijn, conform het hoofdlijnenakkoord, buiten het uitgavenkader verwerkt. De steun aan Oekraïne wordt gefinancierd via het Budget Internationale Veiligheid (BIV) op artikel 1 van de Defensiebegroting. De compensatie voor de geleverde eigen voorraad is verwerkt op het DMF, afgezien van zeer kleine en specifieke posten die via de Defensiebegroting lopen.
Tabel 5 Budgettair overzicht Oekraine (bedragen x € 1.000)
Artikelnr.
Artikelnaam
Maatregel
Verplichtingen 2025
Uitgaven 2025
Ontvangsten 2025
Relevante Kamerstukken
1
Inzet
Commerciële leveringen
5.848.188
4.998.708
291.842
N.v.t.
1
Inzet
Trainingen t.b.v. Oekraïne
3.644
3.833
N.v.t.
1
Inzet
EUMAM
95
95
214
N.v.t.
Totaal
5.851.926
5.002.636
292.056
3.7 Focusonderwerp 2025
Het focusonderwerp dit jaar is ‘risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld’. In dit Jaarverslag wordt in de bedrijfsvoeringsparagraaf ingegaan op diverse risico’s. In deze paragraaf wordt extra aandacht geschonken aan de risico’s op de ‘goede besteding van de middelen voor militaire steun aan Oekraïne’ en de risico’s van ‘het betalen van te hoge prijzen in een onvolkomen Defensiemarkt’. Deze risico’s kunnen grote impact hebben op een goede besteding van rijksuitgaven en worden daarom uitgelicht. Per onderdeel wordt ingegaan op de doelen en bijbehorende activiteiten, de belangrijkste risico’s, beheersingsmaatregelen en de verwachte resultaten. Ook wordt er ingegaan op de maatregelen die reeds door Defensie zijn geïmplementeerd in 2025 en tot welke resultaten die hebben geleid.
Financiële risico’s in de besteding van militaire steun aan Oekraine
Doel
Sinds de grootschalige Russische invasie van Oekraine in 2022 zet Defensie zich in om Oekraine onverminderd te steunen.
Bijbehorende activiteiten van Defensie
Defensie levert militaire steun aan Oekraine uit eigen voorraad of via commerciële verwerving. Uit eigen voorraad kan zowel afstoting zijn als vervanging. Commerciële verwerving kan gebeuren door de inkooporganisatie van Defensie, of door een bondgenoot middels een internationale samenwerkingsovereenkomst.
Belangrijke risico's
De noodzakelijke steun aan Oekraine brengt verschillende risico’s met zich mee. Zo kampt Oekraine ten eerste met corruptie, ondanks de inspanningen van politici en anticorruptie-instellingen. Omdat Defensie zakendoet met de Oekraïense defensie-industrie, bestaat het risico dat Nederlandse steun niet daar terechtkomt waar het bedoeld is. Een tweede risico komt voort uit de snelheid die benodigd is, waardoor veel verwervingen door Defensie t.b.v. Oekraine single source (directe gunning aan één leverancier) worden gedaan. Dit kan een prijsopdrijvend effect hebben vergeleken met wanneer er marktwerking had plaatsgevonden6. Als laatste kleeft er een risico aan de uitbesteding van commerciële verwerving aan bondgenoten. Het is dan niet mogelijk om onze Auditdienst Rijk (ADR) een contractaudit (CA) te laten doen. Een CA is een voorcalculatorisch onderzoek naar de prijs.
Genomen maatregelen en resultaten
Bovenop de bestaande checks and balances in de huidige bedrijfsvoering, heeft Defensie aanvullende mitigerende maatregelen getroffen. Om corruptie zo veel mogelijk te voorkomen, vinden militaire leveringen aan Oekraïne plaats op basis van het Nederlandse model van directe aanschaf van het Ministerie van Defensie bij de Oekraïense defensie-industrie. Dit Government to Business model zorgt ervoor dat er geen tussenkomst is van overheidsfunctionarissen bij de totstandkoming van contracten. Ook controleert de ADR ter plekke de Oekraïense bedrijven waarmee Defensie zakendoet en wordt, net zoals bij niet-Oekraïense bedrijven, een contractaudit uitgevoerd. De Oekraïense bedrijven leveren direct aan de Oekraïense krijgsmacht, waarna ondertekende leverbewijzen worden opgestuurd aan het Nederlandse Ministerie van Defensie. Daarnaast worden ter plaatse steekproefsgewijs controles op de geleverde prestaties uitgevoerd door de defensie-attaches. Het prijsopdrijvend risico van single source aanschaf wordt gemitigeerd door een verplichte contractaudit door de ADR/CA bij aanbestedingen vanaf € 2,5 miljoen. De ADR/CA onderzoekt de kostenopbouw van een offerte en identificeert de mogelijke onderhandelingsruimte voor Inkoop binnen de opgevoerde kosten (inclusief toegepaste winstmarge). Een extra mitigerende maatregel is de invoering van maximale winstmarges voor bedrijven waar Defensie single source producten of diensten inkoopt.Het risico met betrekking tot internationale overeenkomsten wordt gemitigeerd doordat elke overeenkomst door de Finance&Control-kolom wordt beoordeeld. Ook worden er standaardafspraken opgenomen over verantwoordingsinformatie, controles door nationale instanties van het land dat de verwerving doet en eventueel over de mogelijkheid om de financiële verantwoording door onze controle-instanties te laten controleren (right to audit). Na contracteren monitort het verwervende partnerland de levering en facturering. Die informatie wordt met het Ministerie van Defensie gedeeld. Het resultaat van deze maatregelen is dat doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid zo goed mogelijk worden gewaarborgd en corruptie zo veel mogelijk wordt voorkomen.
Risico’s van het betalen van te hoge prijzen in een onvolkomen Defensiemarkt
Doel
Door de verslechterende wereldwijde veiligheidssituatie versnelt Defensie haar voorzien-in processen om zo snel mogelijk gereed te kunnen staan.
Bijbehorende activiteiten van Defensie
Vele activiteiten binnen Defensie hebben betrekking op het voorzien-in proces. In de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029 (DSII) heeft Defensie aangegeven het motto ‘beste product voor de beste prijs’ los te laten en de tijdige beschikbaarheid en herkomst van het product – bij voorkeur Nederlands of Europees – zwaarder mee te laten wegen bij materieelverwerving7.
Belangrijke risico's
Door de grote nadruk op snelheid en de urgentie om de gereedstelling te verbeteren kan de doelmatigheid in het gedrang komen. Het versnelde inkoopproces vindt namelijk plaats in een onvolkomen markt. De onvolkomenheid van de Defensiemarkt zit hem in de volgende zaken: (1) er is een snel toenemende vraag naar defensieproducten; (2) het aanbod van defensieproducten is beperkt, onder andere door krapte op de arbeidsmarkt en hogere grondstofprijzen; (3) de eigen insteek van single source aanbesteden kan leiden tot een «vendor lock-in»; (4) door snelle technologische ontwikkelingen moeten R&D-kosten snel ‘terugverdiend’ worden en moet een leverancier blijven innoveren. Dit kan leiden tot prijsopdrijvende effecten, waarin mogelijk hogere winsten dan voorheen gemaakt kunnen worden door leveranciers. Ook komt het voor dat een product zo uniek is, dat het moeilijk na te gaan is welke prijs marktconform is.
Genomen maatregelen en resultaten
Defensie heeft in het aanschafproces verschillende controlemechanismen ingericht om na te gaan of belastinggeld voldoende doelmatig wordt besteed8. Zo dient in principe een aanbesteding in concurrentie op de markt te worden uitgezet, wat ervoor zorgt dat de prijs die Defensie betaalt marktconform is. In het geval er sprake is van een single source aanbesteding van meer dan €2,5 miljoen wordt de ADR ingeschakeld voor een contractaudit. De ADR/CA beoordeelt, zoals hierboven beschreven, de kostenopbouw van een offerte en identificeert mogelijke onderhandelingsruimte voor Inkoop. Omdat single source aanbesteden steeds vaker voorkomt, is besloten de ADR/CA-capaciteit te verdubbelen. Daarbij is Defensie bezig met het in kaart brengen van de risico’s op dit gebied en wordt er bijvoorbeeld voor Oekrainedossiers, waarin voornamelijk single source wordt ingekocht, getest met een maximaal winstpercentage voor leveranciers. Defensie heeft in het aanschafproces verschillende controlemechanismen ingericht om na te gaan of belastinggeld voldoende doelmatig wordt besteed.
Er gaat een preventieve werking uit van het in de offerteaanvraag opnemen van de mogelijkheid van een CA-onderzoek door de ADR. Ook de expertise van de inkopers van Defensie in combinatie met de CA zorgen ervoor dat er stevig onderhandeld kan worden over de in de offerte voorgedragen kostenopbouw van leveranciers. Om te voorkomen dat de ADR/CA wordt overvraagd door toenemende single source aankopen, wordt de ADR-capaciteit opgeschaald. Ook de invoering van een maximaal winstpercentage voor Oekrainedossiers draagt eraan bij dat Defensie meer inzicht krijgt in de winsten van leveranciers.
4. Beleidsartikelen
4.1 Artikel 1 Inzet
A. Algemene doelstelling
Defensie beschermt wat ons dierbaar is. Die opdracht is een afgeleide van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Grondwet. Deze leidt tot drie hoofdtaken:
1. Bescherming van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief het Caribisch deel van het Koninkrijk.
2. Bescherming en bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit.
3. Ondersteuning van civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal.
Alle drie de hoofdtaken vergen meer inzet vanwege de toegenomen instabiliteit in de wereld. Om deze taken te kunnen uitvoeren stelt Defensie militaire eenheden gereed die daarvoor kunnen worden ingezet.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De Minister is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen en daadwerkelijk inzetten van eenheden om de veiligheid van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te handhaven. Verder is de Minister in samenwerking met bondgenoten verantwoordelijk voor de uitvoering van bijdragen aan missies voor conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. Het Koninkrijk der Nederlanden draagt daarmee bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. De eenheden kunnen ook worden ingezet ten behoeve van nationale taken en het verlenen van (internationale) noodhulp.
Beleidsartikel 1 Inzet biedt een overzicht van de gehele inzet van de krijgsmacht. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan onder andere crisisbeheersingsoperaties, contributies aan gezamenlijk gefinancierde NAVO- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. In Beleidsartikel 1 is de verantwoording opgenomen van de additionele uitgaven voor inzet onder verantwoordelijkheid van de Commandant der Strijdkrachten (CDS). In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering verantwoord van de marine, landmacht, luchtmacht, marechaussee en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1.
C. Beleidsconclusies
Nederlandse militairen zijn in 2025 wederom breed ingezet voor vrede en veiligheid.
Eind februari 2022 is Rusland met een grote strijdmacht Oekraïne binnen gevallen waardoor de veiligheidsomgeving van de NAVO-partners drastisch is veranderd. Nederland steunt de Oekraïense strijdkrachten volop, zo ook in 2025. Een groot deel van deze steun, waaronder het commercieel aangeschafte materieel en diverse trainingen voor Oekraïense militairen waar Nederland aan bijdroeg, loopt via artikel 1 - Inzet.
De Russische agressie zorgt ervoor dat de verdediging van het bondgenootschappelijk gebied meer aandacht heeft gekregen. Dit komt onder andere tot uiting bij bijdragen in NAVO-verband, waaronder de bijdrage aan de enhanced Forward Presence (eFP) inzet in Litouwen en de inzet van MQ9-s vanuit Roemenië. Daarnaast zijn er F-35s ingezet in Estland voor de enhanced Air Policing (eAP) missie en ter bescherming van de logistieke hub in Polen voor NATO Security Assistance & Training for Ukraine (NSATU). Vanaf december 2025 levert Nederland ter bescherming van NSATU een Air and Missile Defence Task Force (AMDTF). Verder zijn er bijdrages geleverd aan verschillende trainingsmissies voor Oekraine, zoals Interflex, Intercharge en aan de European Union Military Assistance Mission (EUMAM).
In Bosnië en Herzegovina droeg Nederland bij aan de EU-missie EUFOR Althea, met als doel om bij te dragen aan stabiliteit en veiligheid in de Westelijke Balkan. Deze inzet bestond uit een Human Intelligence (HUMINT)-team, enkele stafofficieren en vanaf september een infanteriecompagnie. In Kosovo droeg defensie met enkele militairen bij aan de European Union Rule of Law Mission (EULEX Kosovo) en Kosovo Force (KFOR).
In het Midden-Oosten liep in 2024 de spanning verder op in bijna alle landen, hetgeen uiteindelijk leidde tot diverse gewapende conflicten die in 2025 nog voortduurden. Defensie droeg ook in 2025 bij aan de NAVO missie in Irak en leverde tot juni 2025 de force commander van de missie, een helikopterdetachement en force protection. Nederland voerde twee airdrops boven Gaza uit vanuit Jordanië en leverde personeel voor de European Union Border Assistance Mission to the Rafah Crossing Point (EUBAM Rafah). Andere missies in het Midden-Oosten betroffen United Nations Truce Supervision Organization (UNTSO), United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL) en Office of the Security Coordinator (OSC).
Defensie droeg ook bij aan verschillende missies zoals United Nations Command (UNC) in Zuid-Korea en aan de Pacific Security Maritime Exchange Enforcement Coordination Cell (PSMX/ECC) in Japan. Daarnaast werden er op verschillende plekken trainers ingezet, bijvoorbeeld voor de VN (United Nations Military Peacekeeping Intelligence (UNMPKI)) en voor de EU in het kader van het EU Security and Defence lnitiative in the Gulf of Guinea (EUSDI GOG).
Nationale inzet
Defensie voert taken uit ten behoeve van civiele overheden, zowel als structurele nationale taken als in incidentele militaire bijstand of ondersteuning. Onder deze taken vallen onder andere de taken van de KMar, de Kustwacht Nederland en het Caribisch deel van het Koninrijk, luchtruimbewaking, de Bijzondere Bijstandseenheden en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie. De financiële middelen van deze taken zijn opgenomen in de verschillende begrotingsartikelen van Defensie en zijn vastgelegd in wet- of regelgeving, inclusief ministeriële besluiten, convenanten of arrangementen.
Gedurende 2025 zijn weer verschillende regelmatig/jaarlijks terugkerende evenementen ondersteund (zoals Koningsdag, Dodenherdenking, Bevrijdingsdag, Prinsjesdag maar ook de herdenkingen in onder andere Margraten). Hiernaast hebben ook een aantal grote evenementen plaatsgevonden zoals de NAVO top, SAIL en de viering van 750 jaar Amsterdam. Deze grote evenementen hadden een grote impact op de nationale inzet van de Krijgsmacht omdat hier langdurige voorbereiding aan vooraf ging (18 maanden).
Overige inzet
De situatie in de Rode Zee en de Golf van Aden bleef in 2025 zeer gespannen. De veiligheidsdreiging, als gevolg van aanvallen van Houthi-rebellen uit Jemen met raketten en drones, bleef hoog. De Nederlandse overheid bij monde van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat raadde sinds december 2023 de Nederlands gevlagde koopvaardij af om door dit gebied te varen. Als de situatie rond Houthi’s verbetert, is de verwachting dat er weer vraag naar Vessel Protection Detachments (VPD) zal ontstaan.
Defensie heeft met twee helikopters Spanje ondersteund bij het bestrijden van de bosbranden in augustus 2025.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
In artikel 1 Inzet worden alleen uitgaven voor inzet begroot en verantwoord mits:
1. Deze uitgaven additioneel zijn. Dit betekent dat vormen van inzet budgettair alleen in dit artikel zichtbaar zijn indien er sprake is van aanvullende uitgaven ten opzichte van de uitgaven voor gereedstelling en instandhouding binnen de artikelen van de operationele commando’s (bijvoorbeeld de inzet van helikopters voor Search and Rescue) of indien deze worden verrekend met tweeden of derden (bijvoorbeeld noodhulp die wordt verrekend met het ministerie van Buitenlandse Zaken).
2. Deze inzet onder directe verantwoordelijkheid van de CDS wordt uitgevoerd. Verschillende vormen van inzet zijn gemandateerd aan de operationele commando’s, zoals de inzet voor de Kustwacht, en worden daarom bij die artikelen begroot en verantwoord.
Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 1 (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
137.128
403.767
1.747.908
3.323.511
6.022.024
3.204.145
2.817.879
Uitgaven
165.232
313.048
1.142.595
2.699.887
5.166.233
2.792.590
2.373.643
Apparaatsuitgaven
0
0
0
0
0
0
0
Programmauitgaven
165.232
313.048
1.142.595
2.699.887
5.166.233
2.792.590
2.373.643
1.1
Programmauitgaven
165.232
313.048
1.142.595
2.699.887
5.166.233
2.792.590
2.373.643
Opdrachten
165.232
313.048
1.142.595
2.699.887
3.391.599
2.792.590
599.009
Crisisbeheersingsoperaties
149.442
301.725
1.136.963
2.697.206
3.367.797
2.773.616
594.181
Financiering nationale inzet krijgsmacht
5.376
4.609
2.722
1.346
1.820
3.827
‒ 2.007
Overige inzet
10.414
6.714
2.910
1.335
21.982
15.147
6.835
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
0
0
0
0
1.774.634
0
1.774.634
Bijdrage aan Internationale Samenwerking
0
0
0
0
1.774.634
0
1.774.634
Ontvangsten
6.739
11.954
76.303
168.983
298.508
104.116
194.392
E. Toelichting op de instrumenten
In onderstaande tabel wordt voor 2025 weergegeven hoeveel budget per missie begroot was en gerealiseerd is.
Verplichtingen
De hogere verplichtingen ten opzichte van de vastgestelde begroting zijn het gevolg van de materiële steun aan Oekraïne. Gedurende 2025 zijn er generale middelen overgeheveld naar de defensiebegroting voor de te leveren steun aan Oekraïne. Door een aanpassingen van budgetten wordt een bedrag van € 6,6 mln verplichtingen verantwoord op artikel 1 Bijdrage aan Internationale Samenwerking in plaats van het zelfde detail op artikel 9.
Uitgaven
Tabel 7 Crisisbeheersingsoperaties (BIV/HGIS) (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Uitgaven missies
AFGHANISTAN
16.588
2.904
0
NEO AFGHANISTAN
9.392
3.318
107
0
STRIJD TEGEN ISIS (ATF ME & CBMI)
3.425
867
519
1.164
1.233
600
633
Veiligheidsinzet in IRAK (CBMI & KAR)
15.083
19.650
18.329
4.519
1.535
3.000
‒ 1.465
NMI
317
517
1.286
40.214
31.914
30.600
1.314
MINUSMA
9.328
9.846
5.687
1.617
6
6
eFP LTU
44.129
34.063
31.372
42.424
27.147
32.000
‒ 4.853
MISSIES ALGEMEEN
4.579
2.439
13.517
5.247
7.872
7.500
372
Contributies
28.731
25.460
29.189
42.350
43.682
36.000
7.682
Snelle Inzetbare Capaciteiten (SIC)
5.073
3.012
9.849
193
0
Personeelszorg
748
1.769
1.733
3.011
2.474
1.800
674
EU ATALANTA
43
43
52
52
57
55
2
EULEX
39
39
EUTM MALI
420
547
315
12
0
EU NAVFOR MED
24
43
0
0
EMASOH
417
441
324
633
2
2
EULPC
170
109
0
EUFOR Althea
2
4.966
13.079
6.672
1.700
4.972
EUMAM
9
4
95
95
UNTSO
502
875
650
744
824
490
334
UNDOF
57
66
47
0
UNIFIL
63
86
167
76
64
45
19
UNPKI
5
21
21
CMF
249
309
346
601
703
490
213
Compensatie Hawija
3.484
1.007
0
NLTC
36
67
87
57
31
31
FSE MIRAGE
1.688
1.507
44
0
OP FORTIS (Carrier Strike Group)
1.404
1.233
0
Task Force Takuba
184
725
113
0
USSC
343
386
496
785
688
350
338
Aspides
8.771
2
2
Prossperity Guardian
1.561
0
AP BUL
6.248
1.748
0
MN AMDTF SVK
6.572
937
0
EFP ROU
11.247
13.577
2.337
6
6
EVA MQ-9 ROU
5.068
5.912
5.912
eAP Polen
4.075
0
eAP Estland
1.249
5.473
5.473
Mat Supp OEK
163.996
991.339
2.511.248
4.998.708
2.574.112
2.424.596
FO OEK
1.480
1.679
57
0
OP INTERFLEX
768
3.261
4.835
3.833
3.833
IDR-TEAM DJIBOUTI
8
0
NEO ISRAEL/LIBANON/CYPRUS
1.034
5.294
2.542
2.542
EUBAM RAFAH
18
18
KFOR
92
92
UNC (Zuid-Korea)
556
556
OTO Libanon
69
69
OTO Ivoorkust (SOF CIV)
45
45
PSMX/ECC
88
88
EUSDI GOG
29
29
Beëindigde missies
3.136
119
0
Voorziening HGIS
84.874
‒ 84.874
Totale uitgaven aan missies
149.442
301.792
1.136.963
2.697.206
5.142.431
2.773.615
2.368.816
Contributies
De post contributies omvat de Nederlandse contributiebijdragen aan Internationale Organisaties en samenwerkingsverbanden. Voorbeelden hiervan zijn de NAVO, de Alliance Operations & Missions (AOM), de Europese Unie (EU), de European Peace Facilty (EPF) en de Strategic Airlift Capability (SAC) C-17. De uitgaven aan contributies zijn € 7,7 miljoen hoger vanwege verhoogde contributiebijdragen aan SAC C-17 en European Union Military Assistance Mission Ukraine (EUMAM).
EVA MQ-9 ROU Tot verlenging van de missie EVA MQ-9 in Roemenië was ten tijde van de ontwerpbegroting 2025 nog niet besloten. Hier zijn gedurende 2025 middelen budgettair voor toegewezen.
eAP EstlandTot verlenging van de missie eAP in Estland was ten tijde van de ontwerpbegroting 2025 nog niet besloten. Hier zijn gedurende 2025 middelen budgettair voor toegewezen.
Materiële steun Oekraïne
De uitgaven voor levering van materieel aan Oekraïne zijn begroot in artikel 1 - Inzet. Gedurende 2025 heeft het kabinet meer middelen toegekend aan de steun aan Oekraïne waardoor een hogere realisatie mogelijk was. In het budgettair overzicht Oekraïne (H3.5) wordt meer inzage gegeven in de uitgaven ten behoeve van de steun aan Oekraïne.
Om een snellere en effectieve steunverlening aan Oekraïne te bewerkstelligen draagt Defensie bij internationale samenwerkingsovereenkomsten. Defensie betaalt dan een bijdrage aan een ander land of fonds, die daar vervolgens materieel voor Oekraïne mee aanschaft. In eerdere begrotingen was voor deze uitgaven een bedrag begroot als opdracht onder de crisisbeheersingsoperaties. Conform de wensen van de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer worden dit soort uitgaven begroot en gerealiseerd onder een het financieel instrument Bijdragen aan internationale samenwerking. De getoonde realisatie van € 1,7 miljard betreft bijna geheel voor de steun aan Oekraïne, op € 43,7 miljoen aan uitgaven voor de contributies na.
Nationale Inzet
Militaire bijstand en steunverlening (Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht)
Defensie verleent militaire bijstand (MB) voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid (OOV) en voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (SHRO). Deze bijstand wordt zowel door de KMar geleverd als door andere eenheden van Defensie. Daarnaast wordt bijstand verleend in geval van een ramp of crisis, of de vrees voor het ontstaan daarvan (Wet Veiligheidsregio). Verder kan een civiele autoriteit/Minister een beroep doen op militaire steunverlening in het openbaar belang (MSOB). Ook in het Caribische deel van het Koninkrijk worden door Defensie soortgelijke vormen van militaire bijstand en steunverlening verleend.
Tabel 8 Indicatieve Nationale Inzet
Grondslag/activiteit
Onderdeel
Soort
Prognose
Realisatie
Explosieven opruiming
EODD (FNIK)
ruimingen
2.000
3.181
Explosieven opruiming Noordzee
CZSK
ruimingen
35
29
Quick Reaction Alert (onderscheppingen luchtruim)
CLSK
onderscheppingen
4
2
Strafrechtelijke handhaving rechtsorde (Politiewet)*
Alle DO'n (FNIK)
aanvragen
115
9
Handhaving openbare orde en veiligheid (Politiewet)
Alle DO'n (FNIK)
aanvragen
25
38
Wet Veiligheidsregio
Alle DO'n (FNIK)
aanvragen
30
2
Militaire steunverlening in het openbaar belang
Alle DO'n (FNIK)
aanvragen
40
22
KB 1987 inzet krijgsmacht in Aruba, Curacoa en Sint Maarten - harde bijstand
CZSK/CLAS (FNIK)
aanvragen
29
14
KB 1987 inzet krijgsmacht in Aruba, Curacoa en Sint Maarten - zachte bijstand
CZSK/CLAS
aanvragen
10
‒
Wet BES
CZSK/CLAS (FNIK)
aanvragen
10
‒
* duikassistentie wordt veelal uitgevoerd binnen deze grondslag/activiteit
Nationale Inzet Krijgsmacht
Evenals voorgaande jaren waren in 2025 militairen van de Krijgsmacht dagelijks actief in Nederland en het Caribische deel van het Koninkrijk. Defensie levert jaarlijks ondersteuning aan civiele autoriteiten in de vorm van luchtobservatiecapaciteit (UAS), searchcapaciteit, duikcapaciteit en het zoeken naar en/of het opruimen van (geïmproviseerde of conventionele) explosieven door de Explosieven Opruimingsdienst.
Tabel 9 Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Begroting
Verschil
2022
2023
2024
2025
2025
Uitgaven FNIK
- militaire bijstand en steunverlening regulier aanvragen
2.670
2.722
1.346
1.820
3.827
‒ 2.007
- militaire steunverlening Testen en Vaccineren
1.768
0
- militaire bijstand en steunverlening ihkv COVID-19
171
0
Totaal
4.609
2.722
1.346
1.820
3.827
‒ 2.007
Ontvangsten FNIK
- militaire steunverlening (Nood)opvanglocaties
‒ 2.476
0
0
0
0
0
‒ 2.476
0
0
0
0
0
Overige inzet
Als gevolg van de situatie in de Rode Zee en de Golf van Aden zijn in 2025 geen VPD-inzetten uitgevoerd. De realisatie van de uitgaven betreft de instandhouding van de VPD-pakketten die op pre-stock locaties in de regio zijn opgeslagen.
De uitgaven aan overige inzet zijn € 6,8 miljoen hoger dan begroot omdat er meer inzet plaatsvindt voor de eerste hoofdtaak, zoals de F-35s en de Air Missile Defence Taskforce (AMDTF) aan de Oostflank. De hernieuwde focus op deze hoofdtaak vraagt om een duidelijkere scheiding tussen de inzet voor de verschillende hoofdtaken. De inzet voor hoofdtaak 2 valt onder het BIV (Budget Internationale Veiligheid (BIV) op artikel 1.1, de nieuwe hoofdtaak 1-inzet wordt tijdelijk gefinancierd vanuit artikel 1.3 - overige inzet. Bij de Ontwerpbegroting 2027 zal een herziening van artikel 1 worden voorgesteld, waarbij een specifiek subartikel voor hoofdtaak 1 zal worden ingericht.
Ontvangsten
In 2025 is in artikel 1 Inzet € 298,5 miljoen ontvangen, hetgeen € 194,4 miljoen meer is dan begroot. De ontvangsten gerelateerd aan de steun aan Oekraïne zijn € 190,1 miljoen hoger, met name vanwege € 100,0 miljoen vergoeding via de Windfall Profits (WFP). De WFP zijn de rendementen op bevroren Russische tegoeden die worden ingezet door de EU om Oekraïne te steunen. EU-lidstaten kunnen in aanmerking komen voor de middelen door gewenst militair materieel aan Oekraïne te leveren. Voor dit materieel worden zij dan vergoed. Daarnaast gaf het Europees Defensieagentschap € 28,1 miljoen terug voor niet gerealiseerde leveringen en werden er vergoedingen uit 2024 ontvangen van de European Peace Facility (EPF).
De ontvangsten gerelateerd aan inzet zijn € 5,2 miljoen hoger dan begroot omdat de teruggaven voor contributies (EPF en SAC C-17) over voorgaande jaren hoger uitvallen.
4.2 Artikel 2 Koninklijke Marine
A. Algemene doelstelling
De Koninklijke Marine levert operationeel gerede maritieme expeditionaire capaciteit (zowel vloot als mariniers) voor maritieme gevechtsoperaties zoals onderzeebootbestrijding en amfibische operaties, maritieme veiligheidsoperaties zoals antidrugs- en antipiraterij-operaties, en maritieme assistentie bij bijvoorbeeld rampen en militaire bijstand. De marine kan zelfstandig wereldwijd operaties uitvoeren en kan ook samen optreden met de landmacht, luchtmacht, marechaussee, kustwacht en buitenlandse bondgenoten.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de marine alsmede de (mate van) gereedheid van maritieme eenheden. De marine is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van deze eenheden. De marine is inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken.
C. Beleidsconclusies
De Koninklijke Marine kijkt terug op een druk jaar waarin vrijheid en veiligheid wereldwijd onder druk stonden. Een jaar waarin naast veel inzet ook belangrijke stappen zijn gezet om de organisatie nog beter gereed te maken voor hoofdtaak 1, in het opstellen van (oorlogs)plannen en in het bewerkstelligen van vernieuwingsprojecten.
De dreiging is in het maritieme domein nadrukkelijk aanwezig, dat vereist permanente gereedheid van zoveel mogelijk eenheden. De Koninklijke Marine maakte plannen voor de verdediging van het Koninkrijk inclusief het Caribisch gebied, het beschermen van de Noordzee en de formatie van een oorlogsorganisatie.
Met de oprichting van het binationale Maritiem Operatie Centrum Admiraliteit Benelux (MOC ABNL) is een verdere stap gezet in het 24/7 aansturen van wereldwijde maritieme operaties. Nationaal is de Joint Interagency Taskforce North Sea opgericht als samenwerkingsverband met de Nederlandse Kustwacht, Nationale Politie en Douane dat nog beter in staat is de veiligheid op onze Noordzee te waarborgen. In de oefening Port Defender is deze samenwerking beproefd. Tijdens de NATO Summit 2025 / Orange Shield 2025 vormde dit samenwerkingsverband het coördinatiecentrum van de maritieme component. Het ingehuurde patrouillevaartuig DSS Galatea maakte tijdens de NATO-top zijn maiden-reis en draagt bij aan een grotere aanwezigheid op de Noordzee, zodat de situational awareness en situational understanding (SA/SU) wordt vergroot. Nederlandse marineschepen en de Galatea escorteerden in 2025 een aanzienlijk groter aantal niet-NATO eenheden, van onder andere de Russische Federatie, door de Economische Exclusieve Zone (EEZ) van Nederland.
De Nederlandse Marine had het gehele jaar 2025 de leiding over Standing NATO Maritime Group 1 (SNMG 1), een van de 4 permanente NAVO-vlootverbanden. Zr.Ms. De Ruyter, Tromp, Johan de Witt en Van Amstel hebben per toerbeurt gefungeerd als vlaggenschip. Tegelijkertijd leverde de Marine het eerste half jaar van 2025 het vlaggenschip voor Standing NATO Mine Counter Measures Group 1 (SNMCMG 1) met de hydrografische opnamevaartuigen Zr.Ms. Luymes en Snellius. Beide vlootverbanden hebben bijgedragen aan Enhanced Forward Presence van NATO in de Oostzee (Baltic Sentry). SNMG 1 heeft daarnaast ook bijgedragen aan forward presence in het hoge noorden (Arctic, ten noorden van Noorwegen). Het Korps Mariniers droeg tot het einde van het jaar bij aan de training van Oekraïners in Roemenië (OP Intercharge). Het trainen van de Oekraïense bemanning voor de overdracht van Zr.Ms. Vlaardingen is afgerond; dit vergde meer tijd dan voorzien, mede doordat het onderhoud uitliep.
De Maritime Battle Staff (MBS) bereidde zich in 2025 voor op het leiden van de Amfibische taakgroep van de Allied Reaction Force (ARF) in het zogeheten stand-up jaar. Daarnaast leidde de staf vanaf Zr.Ms. Johan de Witt de oefening Atlantic Archer (VS) en nam het deel aan oefening Joint Viking (Noorwegen), waar een groot aantal Nederlandse marine eenheden aan deel nam. Op 11 maart 2025 is door Zr.Ms. De Ruyter voor de Amerikaanse oostkust succesvol een testlancering voor de NATO Maritime Strike Long Range capaciteit (NMS-LR) uitgevoerd. Hiermee is in relatief korte tijd een belangrijke mijlpaal bereikt voor significante vergroting van de slagkracht en het afschrikkend vermogen van de LC-fregatten. Meerdere eenheden namen deel aan de binationale mijnenbestrijdingsoefening Sandy Coast en aan oefening Northern Coast, die laatste vond plaats in de westelijke en zuidelijk Oostzee. De oefening REPMUS/Dynamic Messenger bood goede gelegenheid nieuwe onbemande maritieme systemen te beproeven nabij Portugal.
Het Korps Mariniers stelde eenheden gereed met Jungle training in Belize. 2 Marine Combat Group nam met de Defensie Duikgroep (DDG) deel aan Arctic Raider, bijzonder was verder de deelname aan oefening Super Garuda Shield in Indonesië. MARSOF nam o.a. deel aan Autumn Waves en Bold Machina.
Om de Koninkrijkstaken van Defensie uit te voeren leverde de Koninklijke Marine permanente aanwezigheid in het Caribisch Gebied met als Stationsschip in het Caribisch Gebied (SSCG) achtereenvolgens Zr.Ms. Friesland en Groningen. De oplopende spanning tussen de Verenigde Staten en Venezuela leidde ertoe dat Commandant Zeemacht Caribisch Gebied (CZMCARIB) situational awareness / situational understanding (SA/SU) patrouilles heeft geïntensiveerd. Naast het SSCG en vliegende eenheden van Kustwacht Caribisch Gebied (KWCARIB) hebben ook Zr.Ms. Van Amstel en Den Helder bijgedragen aan deze Caribbean Monitor patrouilles.
Er zijn verschillende scenario’s geïdentificeerd en voorbereid, doorlopend werd beoordeeld of aanvullende capaciteit nodig was om hulp- en bijstand te kunnen leveren, waaronder logistieke capaciteit, naast de reeds aanwezige schepen en militairen in de regio (kamerbrief BZ2623765 over actuele ontwikkelingen Venezuela).
De dreiging en het destabiliserende effect van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit in het Caribisch gebied bleef in 2025 onveranderd. De counter drugs operaties door het SSCG hebben in 2025 goede resultaten opgeleverd: in totaal is ruim 18.000 kilo drugs onderschept. Daarnaast draagt het SSCG actief bij aan internationale samenwerking en diplomatieke relaties (Colombia, Dominicaanse republiek). Tijdens oefening ESTRIBO hebben Nederlandse mariniers, ondersteund door Zr.Ms. Pelikaan, samen getraind met Colombiaanse mariniers. Dit gaf een verdere impuls aan de samenwerking tussen Colombia en Nederland. De aanwezige marine eenheden stonden verder standby voor noodhulp tijdens het orkaanseizoen. Zr.Ms. Pelikaan heeft gezamenlijk met partners in november noodhulp geleverd aan Jamaica, na passage van de orkaan Melissa.
Aan de hoofdtaken 2 en 3 is verder invulling gegeven met inzet van de Defensie Duikgroep voor Militaire bijstand, Host Nation Support en duikopdrachten. NLMARSOF staat met M-Squadron, 24 uur per dag, 7 dagen per week standby voor de Dienst Speciale Interventies. Niche capaciteiten van M-Squadron hebben buiten het stelsel speciale eenheden op incidentele basis militaire bijstand geleverd. De Maritieme EOD en diverse mijnenjagers vernietigden in het kader van Beneficial Cooperation 29 explosieven op de Noordzee. De opnemingsvaartuigen hebben in 2025 60 hydrografische dagen gemaakt. Dit is minder dan structureel jaarlijks benodigd is om het opnameplan uit te voeren. Oorzaken zijn o.a. het niet beschikbaar hebben van de hydrografische opnamevaartuigen in verband met onderhoud, schaduwen van niet-NAVO eenheden, inspectie van kritieke infrastructuur op de Noordzee en het leveren van een stafschip aan SNMCMG 1.
Het grootste deel van 2025 diende Zr.Ms. Karel Doorman als opleidingseenheid voor nieuw personeel waarvoor nog geen plek is in de vakopleidingen of op de vloot. Daarnaast fungeerde het schip ook als «wervingsplatform».
In het kader van de werving hebben verschillende marine eenheden onder grote belangstelling deelgenomen aan Sail Amsterdam en de Wereldhavendagen in Rotterdam.
Op 1 oktober is het Combat Support Ship (CSS) Zr.Ms. Den Helder officieel in dienst gesteld. De periode daarna stond in het teken van opwerken en warmweerbeproevingen in het Caribisch Gebied gecombineerd met de bijgedragen aan de Caribbean Monitor patrouilles.
De instroom van de nieuwe mijnenbestrijdingscapaciteit loopt enige vertraging op. De overdracht van De Vlissingen wordt nu begin 2026 voorzien. De Skeldar V-200 drone vormt een belangrijk onderdeel van de toekomstige mijnenbestrijdingscapaciteit. De Koninklijke Marine heeft in december met Skeldar V-200 gevlogen. Deze trainingen zorgen ervoor dat Nederlandse en Belgische dronevliegers hun bevoegdheden behouden en hun vaardigheden met dit nieuwe systeem verder vergroten. Met een steeds grotere focus op een mix van bemande en onbemande systemen, richtte de Marine in 2025 het Expertise Centrum Onbemande Systemen op, om verdere expertise op te doen voor deze systemen in het maritieme domein.
Als uitwerking van Maintenance Valley heeft de intensievere samenwerking met de Nederlandse scheepswerven in 2025 geleid tot volledige uitbesteding van het benoemd onderhoud van Zr.Ms. Holland. Omgekeerd wordt het onderhoud van Zr.Ms. Mercuur en inbouw van het kanon Zr. Ms. De Zeven Provinciën door de externe werven op het DMI-terrein uitgevoerd.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 2 (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
1.027.350
994.610
1.072.034
1.174.844
1.265.815
1.138.756
127.059
Uitgaven
826.569
953.168
1.055.837
1.191.576
1.272.667
1.180.461
92.206
Apparaatsuitgaven
782.303
892.563
953.227
1.085.499
1.161.335
1.096.079
65.256
2.2
Apparaatsuitgaven
782.303
892.563
953.227
1.085.499
1.161.335
1.096.079
65.256
Personele uitgaven
766.079
873.474
925.309
1.059.640
1.129.134
1.072.528
56.606
Eigen personeel
720.472
793.283
833.575
939.719
1.015.271
957.591
57.680
Externe inhuur
10.395
8.594
7.394
10.930
15.261
10.695
4.566
Overige personele exploitatie
35.212
46.325
56.142
76.015
63.619
65.187
‒ 1.568
Kustwacht NL
0
9.291
9.517
11.560
13.509
15.382
‒ 1.873
Kustwacht CARIB
0
15.981
18.681
21.416
21.474
23.673
‒ 2.199
Materiële uitgaven
16.224
19.089
27.918
25.859
32.201
23.551
8.650
Overige materiële exploitatie
16.224
17.320
25.951
23.962
30.379
22.355
8.024
Kustwacht NL
0
36
40
93
55
107
‒ 52
Kustwacht CARIB
0
1.733
1.927
1.804
1.767
1.089
678
Programmauitgaven
44.266
60.605
102.610
106.077
111.332
84.382
26.950
2.1
Programmauitgaven
44.266
60.605
102.610
106.077
111.332
84.382
26.950
Opdrachten
44.266
60.480
102.563
105.749
111.177
84.307
26.870
Gereedstelling
44.266
20.654
25.068
30.427
33.955
22.547
11.408
Kustwacht NL
0
36.695
74.794
71.847
74.552
58.144
16.408
Kustwacht CARIB
0
3.131
2.701
3.475
2.670
3.616
‒ 946
(Schade)vergoeding
0
125
47
328
155
75
80
Schadevergoeding overig
0
116
47
328
155
75
80
Kustwacht Carib
0
9
0
0
0
0
0
Ontvangsten
17.682
14.214
11.054
12.637
12.191
12.324
‒ 133
E. Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
Ten opzichte van de vastgestelde begroting is er voor € 127,1 miljoen meer aan verplichtingenbudget gerealiseerd. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een evenredige stijging van het betalingenbudget voor € 92,2 miljoen, zoals onder uitgaven is toegelicht. De resterende realisatie bestaat voornamelijk uit afgesloten meerjarige contracten voor opleidingen, externe inhuur en de prijsbijstelling van het meerjarig luchtverkenningscontract binnen opdrachten van Kustwacht Nederland.
Uitgaven
Personele uitgaven
Ten opzichte van de ontwerpbegroting is € 56,6 miljoen meer uitgegeven aan Personele uitgaven. Dit komt voornamelijk door de uitvoering van het verbeterde arbeidsvoorwaardenakkoord, personeelsuitbreidingen en de invoering van het Individueel Keuze Budget (IKB). Door de invoering van het IKB heeft een incidentele betaling plaatsgevonden voor opgebouwd vakantiegeld en eindejaarsuitkering uit 2024. Ook hebben er herschikkingen plaatsgevonden aan externe inhuur, gereedstellingsactiviteiten, materiële uitgaven en opleidingen die bijdragen aan de operationele gereedheid. Er is € 10,0 miljoen herschikt naar het DMF voor verhoogde uitgaven bij uitbestedingen van onderhoudswerkzaamheden als gevolg van personele tekorten binnen de instandhouding.
Opdrachten
Ten opzichte van de ontwerpbegroting is er voor € 27,0 miljoen meer gerealiseerd binnen Opdrachten.
Binnen gereestelling betreft dit vooral de uitgaven aan haven-, sluis en loodsgelden, lanceringen en duurdere oefeningen, deze uitgaven waren door voornamelijk prijsstijgingen hoger dan begroot (totaal €11,4 miljoen).
Binnen Kustwacht Nederland is de realisatie hoger (€ 16,4 miljoen) door de uitgaven aan de betonningsvaartuigen en de Emergency Rescue and Towing Vessels Noord, Midden en Zuid van de Kustwacht Nederland. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft hiervoor als opdrachtgever budget overgeheveld naar het ministerie van Defensie.
Groene Draeck
De Groene Draeck, onderdeel van de overige materiele exploitatie, is in 1957 door de Nederlandse bevolking aan toenmalig kroonprinses Beatrix geschonken. De Staat gaf bij deze gelegenheid mede het onderhoud van de Groene Draeck als geschenk. De kosten voor het onderhoud aan de Groene Draeck worden begroot en verantwoord bij het Ministerie van Defensie zolang Prinses Beatrix gebruik maakt van de Groene Draeck. In de planperiode 2021 t/m 2025 was maximaal € 435.000 beschikbaar voor onderhoud, waarbij de daadwerkelijke uitgaven kunnen fluctueren over de jaren heen.
Er is in de gehele planperiode in totaal € 434.999 aan onderhoudskosten voor het benodigde groot onderhoud gemaakt. De uitgaven voor 2025 bedroegen € 70.300. De planperiode 2021 t/m 2025 is beëindigd, om die reden is in 2025 een nieuwe verplichting aangegaan voor 2026 t/m 2031. Het onderhoud wordt door tussenkomst van de Dienst van het Koninklijk Huis (DKH) bij een specialistische werf uitgevoerd. De meerkosten in de planperiode boven de € 435.000 voor het onderhoud aan de Groene Draeck komen voor rekening van de eigenaresse.
4.3 Artikel 3 Koninklijke Landmacht
A. Algemene doelstelling
De Koninklijke Landmacht stelt operationele eenheden gereed om in NAVO-verband bij te dragen aan strategische afschrikking. De Koninklijke Landmacht doet wat de NAVO van ons vraagt en is beslissend op de grond. Indien nodig voeren onze militairen, onder de zwaarste omstandigheden, gevechtsoperaties uit om Nederland en het bondgenootschappelijk grondgebied te verdedigen. Landmachteenheden hebben de missie om de grondtroepen van een tegenstander daadwerkelijk te stoppen en te verslaan. De landmacht draagt daarnaast met expeditionaire missies bij aan het bevorderen van de internationale veiligheid en rechtsorde en ondersteunt civiele autoriteiten bij crises- en rampenbestrijding en het verlenen van humanitaire hulp.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de landmacht alsmede de mate van gereedheid van de grondgebonden eenheden. De landmacht is verantwoordelijk voor het operationeel gereed stellen en in stand houden van de eenheden. De landmacht is inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken. Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de capaciteiten en inzetbare eenheden van de landmacht gereed gesteld. De landmacht zet zich in om toekomstig alle eenheden volledig operationeel gereed te stellen. Defensie rapporteert hierover aan de Kamer via de Stand van Defensie die twee keer per jaar wordt verzonden.
C. Beleidsconclusies
Algemeen
De oorlog in Oekraïne en de veranderende veiligheidssituatie vereisten ook in 2025 een landmacht die was voorbereid op grootschalige gevechtsoperaties om bij te dragen aan militaire afschrikking en zo nodig de verdediging van Nederland en het NAVO-grondgebied. Het gevecht van verbonden wapens, met als hoeksteen het brigadeniveau, vormt de basis voor het tactische optreden. Om gevechtskracht, zelfstandigheid en aanpassingsvermogen te vergroten, bekwaamde landmachteenheden zich in warfighting (hoofdtaak 1). Met de prioriteiten versterken, vernieuwen en voortzettingsvermogen bereidt de Koninklijke Landmacht zich voor op het gevechtsveld van de toekomst. De mens is en blijft ook daarbij te allen tijde het hart van de Koninklijke Landmacht.
Internationale inzet
De Koninklijke Landmacht ondersteunde Oekraïne ook in 2025 met trainingen en materieelleveringen. Een gevechtseenheid in Litouwen maakte deel uit van de Enhanced Forward Presence (eFP) en de Landmacht stelde haar eenheden gereed voor hun bijdrage aan het NATO Force Model (NFM) en overige commitments voor hoofdtaak 1, alsook de deelname aan de EU-Battlegroup en aan verschillende missies zoals in Litouwen, Irak, Caribisch gebied, Slowakije, Polen, Bosnië en in trainingsmissies ‘Interflex’ en ‘European Union Military Assistance Mission in support of Ukraine (EUMAM)’.
Middelen
De investeringen in personeel en materieel beginnen langzaam vruchten af te werpen. Op het gebied van personeel is de instroom van beroepsmilitairen ten opzicht van de afgelopen jaren licht verbeterd. Daarnaast zijn voor een schaalbare krijgsmacht verdere stappen gezet met dienjaar en nationalae weerbaarheidstraing. Op het gebied van materieel zijn in 2025 additionele middelen toegekend, maar deze hebben nog niet tot grote instroom van nieuw materieel geleid. De krapte op de arbeidsmarkt alsook de situatie binnen de Defensie-industrie zoals verhoogde mondiale vraag en langere levertijden zorgden voor vertraging. Hoewel door tekorten van verschillende aard diverse eenheden verminderd inzetbaar zijn, is de weg naar boven ingezet. Ook de opbouw van voorraden, benodigd voor het voortzettingsvermogen bij inzet, ondervindt hinder. De ondersteuning van Oekraïne heeft consequenties voor de eigen gereedstelling en inzet. De landmacht neemt waar mogelijk maatregelen om deze gevolgen te mitigeren. Innovatieprojecten en concept development & experimentation (CD&E)-activiteiten waren de opmaat naar nieuwe manieren van optreden met onbemande systemen, ondersteund door kunstmatige intelligentie. Dergelijke systemen en technologie zijn randvoorwaardelijk voor de implementatie van nieuwe capaciteiten zoals het tankbataljon en het verhogen van de effectiviteit in militaire ketens. Door de op gang gekomen instroom van het terreinvoertuig Manticore heeft de mobiliteit van de meeste eenheden van de landmacht een positeif impuls gekregen. Daaraanst is hetin 2025 geaccrediteede COMPATRIOT IIO-systeem aan de landmacht overgedragen en in gebruik genomen. Dit geldt ook voor het nieu uitgeleverde airdrop-systeem, simulator SPIKE LR en divers materieel. Ook is de gevechtsbaan op het Infanterie Schietkamp weer in gebruik genomen.
Internationale Militaire Samenwerking
Ook in 2025 heeft landmacht breed internationaal samengewerkt. De verregaande Nederlands-Duitse Landmachtsamenwerking blijft een voorbeeld binnen Europa. De samenwerking vertaalde zich in 2025 in o.a. gezamenlijke kennis- en doctrineontwikkeling, operationele behoeftestellingen en materieelverwerving. Ook droeg de landmacht samen met Duitsland bij aan de grotere formaties die NAVO voor haar plannen nodig heeft. Het Nederlands-Duitse hoofdkwartier 1GNC is bovendien een unieke samenwerking waarin beide landen gezamenlijk een aanzienlijk grote formatie aan multinationale eenheden moet kunnen aansturen.
Naast Duitsland werd nauw samengewerkt met tal van andere (NAVO-)partners. Voorbeelden zijn de samenwerkingen op het gebied van opleidingen, oefeningen, capaciteitsontwikkeling en kennisuitwisseling. In het verlengde daarvan hebben meerdere internationale bezoeken op top- en werkniveau plaatsgevonden, zoals met Canada, Denemarken, Frankrijk, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Missies worden daarnaast structureel in internationaal verband uitgevoerd.
Nationale inzet en evenementen
Landmachteenheden voerden een veelvoud aan nationale operaties en steunverleningen uit in het kader van handhaving van de rechtsorde, openbare orde en veiligheid. In het kader van Host Nation Support coördineerde en ondersteunde de Landmacht onder andere de verplaatsingen van internationale troepen over Nederlands grondgebied voor gereedstellingsdoeleinden.
Gereedstelling
Grotere en veelal internationale oefeningen met een focus op het hoogste geweldsspectrum bereidden eenheden van de landmacht voor op hun rol binnen de eerste hoofdtaak van de krijgsmacht. In 2025 stond de gereedstelling ten behoeve van het nieuwe NATO Force Model centraal. Daarnaast droeg de Landmacht nog steeds bij aan de tweede en derde hoofdtaak.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 3 (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
1.402.621
1.611.486
1.745.807
2.013.456
2.259.819
2.017.561
242.258
Uitgaven
1.368.102
1.599.669
1.748.423
2.008.261
2.195.390
2.018.172
177.218
Apparaatsuitgaven
1.316.611
1.515.327
1.666.884
1.912.009
2.075.415
1.916.198
159.217
3.2
Apparaatsuitgaven
1.316.611
1.515.327
1.666.884
1.912.009
2.075.415
1.916.198
159.217
Personele uitgaven
1.291.079
1.489.214
1.635.208
1.888.009
2.036.538
1.880.687
155.851
Eigen personeel
1.223.200
1.404.130
1.536.328
1.761.310
1.915.691
1.764.889
150.802
Externe inhuur
10.864
13.075
20.211
25.667
35.479
36.732
‒ 1.253
Overige personele exploitatie
57.015
72.009
78.669
101.032
85.368
79.066
6.302
Materiële uitgaven
25.532
26.113
31.676
24.000
38.877
35.511
3.366
Overige materiële exploitatie
25.532
26.113
31.676
24.000
38.877
35.511
3.366
Programmauitgaven
51.491
84.342
81.539
96.252
119.975
101.974
18.001
3.1
Programmauitgaven
51.491
84.342
81.539
96.252
119.975
101.974
18.001
Opdrachten
51.491
84.223
81.169
96.059
119.260
101.974
17.286
Gereedstelling
51.491
84.223
81.169
96.059
119.260
101.974
17.286
(Schade)vergoeding
0
119
370
193
715
0
715
Schadevergoeding overig
0
119
370
193
715
0
715
Ontvangsten
5.967
11.521
6.720
7.189
8.122
8.054
68
E. Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
De verplichtingen zijn € 242,3 miljoen hoger uitgevallen dan de vastgestelde begroting. Deze verhoging hangt nauw samen met de € 177,2 miljoen hogere uitgaven die hieronder worden toegelicht. De resterende stijging van de verplichtingen komt voort uit meerjarige grote verplichtingen die zijn aangegaan voor de inhuur van externe instructeurs.
Uitgaven
De uitgaven zijn € 177,2 miljoen hoger ten opzichte van de vastgestelde ontwerpbegroting. Het belangrijkste verschil betreft de Personele uitgaven.
Personele uitgaven
Ten opzichte van de ontwerpbegroting 2025 is € 155,9 miljoen meer uitgegeven aan Personele uitgaven. Daarvan betreft een stijging van € 150,8 miljoen het Eigen Personeel. De stijging binnen Eigen Personeel wordt grotendeels verklaard door de invoering van nieuwe arbeidsvoorwaarden (AVW), wat tot ruim € 65 miljoen hogere uitgaven leidde. Daarnaast heeft als gevolg van de invoering van het individueel keuzebudget (IKB) in 2025 extra betalingen plaatsgevonden van ongeveer € 52,4 miljoen voor opgebouwd vakantiegeld en de eindejaarsuitkering 2024. De sterkte van het personeel van de Koninklijke Landmacht was ruim 400 VTE'en hoger dan de verwachting ten tijde van de begroting 2025, waardoor € 34 miljoen meer is uitgegeven.
Opdrachten
De uitgaven voor Gereedstelling zijn € 17,3 miljoen hoger dan in de begroting 2025. Dat is voornamelijk het gevolg van meer buitenlandse oefeningen en bijbehorende groepsreizen. Tevens zijn de huurprijzen van de buitenlande oefenterreinen fors gestegen. Bovendien is in 2025 zowel de rekening voor 2024 als die voor 2025 betaald voor het gebruik van Duitse oefenterreinen.
4.4 Artikel 4 Koninklijke Luchtmacht
A. Algemene doelstelling
De Koninklijke Luchtmacht is een modern en technologisch krijgsmachtdeel dat wereldwijd actief is en paraat staat om op ieder moment, waar ook ter wereld Air- en Spacepower te leveren. De luchtmacht ondersteunt alle drie de hoofdtaken van Defensie: verdedigen van eigen en bondgenootschappelijk grondgebied, beschermen van internationale rechtsorde en ondersteunen van civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp. In Nederland zorgt ze voor veiligheid van en vanuit de lucht door onder andere bewaking en verdediging van het luchtruim. Hiervoor beschikt het krijgsmachtdeel over hooggekwalificeerd personeel, vliegtuigen, helikopters en andere systemen.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en de samenstelling van de luchtstrijdkrachten en van de mate van gereedheid van de luchtstrijdkrachten. Het Commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten (CLRS) is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de lucht- en grondgebonden capaciteiten van CLRS om te allen tijde inzetbaar te zijn voor alle drie de hierboven genoemde hoofdtaken.
C. Beleidsconclusies
De Koninklijke Luchtmacht is het hele jaar op verschillende fronten ingezet. De F-35’s en gevechtsleiders zijn ingezet in het kader van Quick Reaction Alert (QRA). Daarnaast was de F-35 gestationeerd in Estland (waarbij de bewaking en beveiliging werd geleverd door de Object Grondverdediging) en Polen in het kader van BAP (Baltic Air Policing), met als resultaat het onderscheppen van 23 Russische toestellen. De F-35 is ingezet voor counter drone missies in Polen, wat heeft geleid tot het neerhalen van 2 drones. Daarnaast heeft de F-35 samen met de Noren een bijdrage geleverd aan de NATO Security Assistance and Training for Ukraine (NSATU). De Chinooks zijn niet alleen ingezet in Irak (Taskforce Lion) voor zowel Operation Inherent Resolve (OIR) als NATO Mission Iraq (NMI), maar ook in Spanje om hulp te bieden bij het blussen van natuurbranden (Fire Bucket operations). In oktober waren de Chinooks aanwezig in Polen. De NH90’s zijn ingezet aan boord van schepen van het CZSK en zijn ingezet in de bestrijding van drugssmokkel in het Caribisch gebied. Daarnaast is de NH-90 ook ingezet voor kustbewaking, waarbij de focus lag op Anti Submarine Warfare (ASW). In 2025 opereerde de MQ-9 vanuit Roemenië en droeg daarmee bij aan de inlichtingenvergaring voor de NAVO en Nederland. De C-130 en bijbehorende aeromedische crews hebben in 2025 met een korte notice-to-move inzet geleverd voor humanitaire hulp in Gaza. Daarnaast stond de Multi-Role Tanker Transport op QRA ten behoeve van de operaties boven Polen. CLRS heeft, in het kader van de ontwikkeling en modernisering van de Oekraïense krijgsmacht op de lange termijn, bijgedragen aan de Air Force Capability Coalition onder andere door het opleiden en trainen van F-16 vliegers en trainen van logistiek en technisch personeel. In juni 2025 heeft Operatie Orange Shield plaatsgevonden. Doel hiervan was de bewaking van het luchtruim boven Nederland, ter beveiliging van de in Den Haag gehouden NATO Summit. Hierbij werd F-35, helicopter-, en LVL/radar-capaciteit ingezet.
In het afgelopen jaar heeft de luchtmacht deelgenomen aan verschillende nationale en internationale oefeningen om te trainen en haar vaardigheden te verfijnen. Vanuit het Air Combat Command (ACC) hebben F-35’s deelgenomen aan oefeningen Ramstein Flag, Agile Combat Employment (ACE), Ramstein Guard Exercise, Agile Tiger, Steadfast Noon en vanaf Mountain Home Air Force Base. Het Defensie Helicopter Commando (DHC) was betrokken bij de oefeningen Digiblaze, TAC Blaze, Agile Tiger, Falcon Spring (waarbij ook de operationele gezondheidszorg role-1 taak is beoefend), Falcon Autumn (samen met 11 AMB), Cold Viking, Autumn Waves, Atlantic Alliance en Grey Wivern en de oefening Wolkbreuk. Vanuit het AMC (Air Mobility Command) namen C-130's deel aan de oefeningen Orange Bul, Moving Werewolf, European Wolf en Falcon Leap. In het kader van luchtverkeersleiding is de oefening Ramstein Dust in Nederland uitgevoerd. Daarbij is de Deployable Air Command and Control (DACC) in Nederland gepositioneerd en is samen met AOCS getraind op de samenwerking en coördinatie van het luchtverkeer. Met de USA is in de oefening Global Sentinel voor het eerst geoefend in de samenwerking en onderlinge data uitwisseling in de ruimte.
Parallel aan inzet en gereedstelling heeft de luchtmacht verdere stappen gezet op het gebied van groei naar een duurzame organisatie met moderne wapensystemen. In 2025 is het strategische kader voor de krijgsmacht ontwikkeld. Dit kader moet mede leiden tot een luchtmacht die bijdraagt aan de afschrikkende werking van het bondgenootschap, waarbij voortzettingsvermogen en directe slagkracht de directe aandacht hebben. Daarnaast blijft de luchtmacht investeren in Command & Control, Battle Management Systemen (BMS), intelligence en data-analyse binnen het Domein Lucht & Ruimte.
Sinds juli draagt de luchtmacht de naam Commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten (CLRS), waarbij invulling wordt gegeven aan het Space domein, het 5e domein, naast land, lucht, zee en cyber. Op het gebied van ruimtevaart heeft de lancering van de eerste van 4 operationele Synthetic Aperture Radar (SAR) satellieten plaatsgevonden, een belangrijke stap om eigen militaire capaciteit voor observatie en monitoring te kunnen gebruiken. Het Joint Target Support Centre (JTSC) is opgericht. Gericht op de inzet van lange afstand wapens. De bouw van de 1e Embraer (C-390) voor Nederland is gestart in november. Daarmee wordt de C-130 vloot vervangen. In totaal worden samen met Oostenrijk en Zweden 13 toestellen gekocht, waarvan Nederland er 5 krijgt. Speciaal voor de Embraer C-390 wordt Strategic AeroMedevac Evacuation Capaciteit ontwikkeld, waarmee de geneeskundige keten wordt versterkt. Het tijdperk F-16 is afgesloten na de levering van de laatste F-16’s aan Oekraïne en de permanente overdracht van 18 F-16’s aan Roemenië ten behoeve van het European F-16 Training Centre (EFTC). Er zijn 2 elektrische brandweervoertuigen (tankautospuiten) aangeschaft en geplaatst op het Brandweer Opleiding en Training Centrum (BOTC) op Vliegbasis Woensdrecht. Daarmee draagt CLRS bij aan duurzaamheid. In het kader van digitale transformatie is het programma Keystone voortgezet om de luchtmacht beter te laten aansluiten bij de moderne, digitale uitdagingen en kansen. Tenslotte zijn, in het kader van Civiel-Militaire samenwerking, allianties aangegaan met Business Park Aviolanda en het ROC Amsterdam.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 4 (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
610.043
701.883
875.278
1.018.102
1.209.787
1.021.994
187.793
Uitgaven
701.882
757.147
808.233
942.295
1.052.926
1.021.994
30.932
Apparaatsuitgaven
681.912
734.786
781.773
906.534
1.005.059
989.764
15.295
4.2
Apparaatsuitgaven
681.912
734.786
781.773
906.534
1.005.059
989.764
15.295
Personele uitgaven
661.032
710.822
741.530
875.337
963.869
897.470
66.399
Eigen personeel
534.128
582.968
629.584
724.938
799.971
770.248
29.723
Externe inhuur
6.658
4.711
12.504
22.609
33.101
16.883
16.218
Overige personele exploitatie
120.246
123.143
99.442
127.790
130.797
110.339
20.458
Materiële uitgaven
20.880
23.964
40.243
31.197
41.190
92.294
‒ 51.104
Overige materiële exploitatie
20.880
23.964
40.243
31.197
41.190
92.294
‒ 51.104
Programmauitgaven
19.970
22.361
26.460
35.761
47.867
32.230
15.637
4.1
Programmauitgaven
19.970
22.361
26.460
35.761
47.867
32.230
15.637
Opdrachten
19.970
22.348
26.422
35.695
47.729
32.230
15.499
Gereedstelling
19.970
22.348
26.422
35.695
47.729
32.230
15.499
(Schade)vergoeding
0
13
38
66
138
0
138
Schadevergoeding overig
0
13
38
66
138
0
138
Ontvangsten
14.486
19.459
15.155
17.507
17.138
12.111
5.027
E. Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
De gerealiseerde verplichtingen zijn € 187,8 miljoen hoger dan de vastgestelde begroting. Het grootste deel van de extra verplichtingen is veroorzaakt door het aangaan van nieuwe contracten voor vliegeropleidingen en vliegtuig gerelateerde technische opleidingen voor ruim € 100 miljoen. Deze verplichtingen waren geraamd voor begin 2026 maar door versnelde afwikkeling van contractsluiting aan Amerikaanse zijde, zijn contracten in 2025 aangegaan. Voor het verhogen van de kwaliteit van het oefenprogramma van de F-35 is binnen Gereedstelling een ondersteuningscontract afgesloten. Daarnaast wordt een deel verklaard door afgesloten meerjarige contracten voor externe inhuur (€ 13,6 miljoen) en materiele exloitatie voor ondersteuningscontracten en strategische samenwerking. Tenslotte wordt € 30,9 miljoen veroorzaakt door een evenredige stijging van de uitgaven zoals hieronder toegelicht.
Uitgaven
De personele uitgaven zijn in 2025 met € 66,4 miljoen gestegen ten opzichte van de vastgestelde begroting. Dit wordt grotendeels verklaard door maatregelen uit de Defensienota 2024 die de groei van CLRS hebben ingezet, door de invoering van nieuwe arbeidsvoorwaarden (€ 44 miljoen) en invoering van het Individueel Keuze Budget (€ 22,8 miljoen). Dit heeft geleid tot een aanvullende realisatie op Eigen personeel van € 29,7 miljoen ten opzichte van de vastgestelde begroting. Door het achterblijven van de personele vulling ten opzichte van de groei van de organisatie was het mogelijk middelen te herschikken voor noodzakelijke uitgaven aan externe inhuur (€ 16,2 miljoen), opleidingen en gereedstellingsactiviteiten die bijdragen aan de operationele gereedheid.
Binnen de Overige personele exploitatie is in 2025 meer gerealiseerd dan begroot (€ 20,5 miljoen). Deels veroorzaakt door hogere kosten van vliegeropleidingen en vliegtuig gerelateerde technische opleidingen. Daarnaast hebben versnelde afwikkeling van contractsluiting aan Amerikaanse zijde geleid tot extra realisatie (€ 14,6 miljoen) van het opleidingsbudget.
Binnen de Overige materiele exploitatie is in 2025 minder gerealiseerd dan begroot. Dit heeft nageoeg volledig te maken met een correctieboeking (€ 47,0 miljoen) naar H66 instandhouding. Ten behoeve van de exploitatie van 4 extra MQ-9’s is in 2024 per abuis budget geboekt op de materiële exploitatie in plaats van instandhouding.
Binnen de uitgavencategorie Gereedstelling is sprake van een stijging van de uitgaven (€ 15,5 miljoen). Deze middelen komen voornamelijk uit de herschikking vanuit het eigen personeel en zijn ingezet voor operationele oefenprogramma's met een hoogwaardige en realistische trainingsomgeving en de inhuur van Adversery Air (ADAIR).
Ontvangsten
In 2025 is € 16,8 miljoen ontvangen, hetgeen € 5,0 miljoen meer is dan in de vastgestelde begroting. Door het beëindigen van verschillende langlopende FMS-cases is het restant bedrag dat op deze cases resteerde teruggeboekt. Daarnaast zijn de ontvangsten toegenomen door hogere bijdragen voor het medegebruik van Eindhoven Airport en Den Helder Airport en een hogere afname van brandstof door NATO partners tijdens verschillende oefeningen.
4.5 Artikel 5 Koninklijke Marechaussee
A. Algemene doelstelling
De Koninklijke Marechaussee (KMar) waakt over de veiligheid van Nederland en het Caribisch gedeelte van het Koninkrijk der Nederlanden. Wereldwijd wordt de KMar ingezet op plaatsen van strategisch belang. Van koninklijke paleizen tot aan de buitengrenzen van Europa. Van luchthavens in Nederland en het Caribisch gebied tot oorlogs- en crisisgebieden overal ter wereld. De KMar heeft drie hoofdtaken:
1. Grenspolitietaak;
2. Bewaken en beveiligen;
3. (Inter)nationale en militaire politie(zorg)taken.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De Minister van Defensie is beheersverantwoordelijk en verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van de KMar. De taakuitvoering is opgedragen aan de KMar. Het gezag over de KMar ligt niet alleen bij het ministerie van Defensie. Afhankelijk van de betreffende taak zijn dat de ministeries van Justitie en Veiligheid (inclusief het Openbaar Ministerie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid), Asiel en Migratie, Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie, of de burgemeester.
C. Beleidsconclusies
De KMar heeft in 2025 een bijdrage geleverd aan de hoofdtaken van Defensie en heeft uitvoering kunnen geven aan de aan haar door het gezag opgedragen taken. Vanwege de verslechterde veiligheidssituatie in de wereld, ook aan de grenzen van Europa, is de focus op hoofdtaak 1 van Defensie groot. De basis is Guardian Grenade, het operationeel plan van de KMar, dat in 2025 verder is uitgewerkt.
Grenspolitietaak
Het grensproces is volgens de Schengengrenscode uitgevoerd. Er zijn geen noemenswaardige knelpunten in de uitvoering geweest. Van 9 december 2024 tot en met 8 juni 2026 worden op grond van artikel 25 Schenggrenscode tijdelijke grenscontroles uitgevoerd aan de landsgrenzen met België en Duitsland. Deze controles worden uitgevoerd op de openbare wegen, de internationale treinen en sinds juli 2025, ook op de luchthavens.
Bewaken en beveiligen
Alle taken zijn uitgevoerd volgens de geldende begeleidings- en beveiligingsconcepten. De veiligheid van en rondom de democratische rechtsstaat staat al decennia in toenemende mate onder druk. De huidige dreiging komt vanuit de georganiseerde criminaliteit, statelijke actoren, terrorisme en extremisme en proxy-actoren. De KMar werkt in deze omstandigheden van toenemende (hybride) dreigingen aan het versterken van haar weerbaarheid door het uitbreiden van haar Counter Unmanned Aerial Systems (C-UAS) mogelijkheden. Daarnaast ontwikkelt het stelsel zich verder door met de uitbreiding van het Landelijk Coördinatiecentrum (LCC) en het inbedden van eigenstandige taken op het gebied van de beveiliging van subjecten.
(lnter)nationale en militaire politie(zorg)taken (IMPT)
Om bij te dragen aan de inzetbaarheidsdoelen van Defensie heeft de KMar de capaciteit (inter)nationale en militaire politie(zorg)taken operationeel gereed. De KMar heeft in 2025 voldaan aan de operationele gereedheid (OG)-norm van 153 vte ten behoeve van expeditionaire taken.
Het Crowd Riot Control (CRC) peloton is niet ingezet voor specifieke opdrachten. De KMar was wel in staat om CRC-capaciteit te leveren wanneer daarom gevraagd wordt.
De Close Protection Teams hebben in 2025 alle taken binnen de persoonsbeveiliging conform het geldende beveiligingsconcept uitgevoerd.
Voor Militaire Politiezorg (MPZ) geldt onverminderd dat de KMar een bijdrage levert aan de integriteit van de krijgsmacht. In 2025 heeft een aantal doorontwikkelingen plaatsgevonden omtrent het herstel van de militaire politiezorg (MPZ). Deze zagen met name toe op het verhogen van de kwaliteit van de MPZ. Zo zijn er door het Landelijk Tactische Commando (LTC) meerdere succesvolle wijkopperwachtmeester-dagen, HOvJ-dagen en Coördinator Politiezaken (CoPo)-dagen georganiseerd (in samenwerking met het OM) waarin knelpunten zijn besproken en verbetermogelijkheden zijn geïnventariseerd.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 13 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 5 (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
501.168
576.983
632.220
732.631
841.152
747.868
93.284
Uitgaven
501.802
569.037
626.304
724.415
820.928
747.868
73.060
Apparaatsuitgaven
497.328
563.687
619.806
716.497
813.492
740.985
72.507
5.2
Apparaatsuitgaven
497.328
563.687
619.806
716.497
813.492
740.985
72.507
Personele uitgaven
484.265
544.365
605.211
699.326
784.529
715.669
68.860
Eigen personeel
451.984
509.945
562.938
639.188
720.632
682.542
38.090
Externe inhuur
7.518
6.969
10.101
16.467
24.021
861
23.160
Overige personele exploitatie
24.763
27.451
32.172
43.671
39.876
32.266
7.610
Materiële uitgaven
13.063
19.322
14.595
17.171
28.963
25.316
3.647
Overige materiële exploitatie
13.063
19.322
14.595
17.171
28.963
25.316
3.647
Programmauitgaven
4.474
5.350
6.498
7.918
7.436
6.883
553
5.1
Programmauitgaven
4.474
5.350
6.498
7.918
7.436
6.883
553
Opdrachten
4.474
5.123
6.414
7.875
6.866
6.883
‒ 17
Gereedstelling
4.474
5.123
6.414
7.875
6.866
6.883
‒ 17
(Schade)vergoeding
0
227
84
43
570
0
570
Schadevergoeding overig
0
227
84
43
570
0
570
Ontvangsten
8.199
6.205
8.923
3.365
4.821
4.459
362
E. Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
Ten opzichte van de vastgestelde begroting is er voor € 93,3 miljoen meer aan verplichtingenbudget gerealiseerd. Dit wordt met name veroorzaakt door hogere verplichtingen op Eigen personeel, Overige personele exploitatie en Externe inhuur waarbij nieuwe meerjarige inhuurcontracten zijn aangegaan.
Uitgaven
Personele uitgaven
Ten opzichte van de ontwerpbegroting is er voor de personele uitgaven € 68,9 miljoen meer uitgegeven.
In 2025 hebben diverse budgettoevoegingen plaatsgevonden vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken inzake het BuZa-KMar convenant (€ 14,2 miljoen), het ministerie van Binnenlandse Zaken & Koninkrijkrelaties (BZK) inzake het grenstoezicht Caribische landen (€ 13,0 miljoen) en het Ministerie van Financiën inzake de intensivering grensbewaking (€ 14,2 miljoen). Daarnaast zijn er ook budgettoevoegingen gedaan in het kader van het arbeidsvoorwaardenakkoord 2025 (€ 40,7 miljoen) en de introductie van het Individueel Keuze Budget (€ 19,8 miljoen).
Ook hebben per saldo budgetoverhevelingen plaatsgevonden. Er is een herschikking gedaan van personeel naar materieel (€ 13,2 miljoen), onder andere door hogere uitgaven in het kader van de NAVO-top. Verder zijn met de tweede suppletoire begroting wegens ondervulling teruggaven verricht aan andere gezagen (€ 6,5 miljoen). Daarnaast was er sprake van onderrealisatie (€ 11,3 miljoen). Dit werd veroorzaakt door een herstelbetaling over de periode 2023-2025 in het kader van de overgang naar de toeslag onregelmatige dienst achteraf (TODA) die lager uitviel dan initieel geraamd. Tot slot was het noodzakelijk binnen de personele uitgaven middelen te herschikken voor uitgaven aan externe inhuur (€ 15,8 miljoen )door het achterblijven van de personele vulling ten opzichte van de groei van de organisatie. Dit heeft geen effect op het saldo voor personele uitgaven.
4.7 Artikel 7 Commando Materieel en IT
A. Algemene doelstelling
COMMIT zorgt voor de verwerving van modern, robuust en kwalitatief hoogwaardig en inzetbaar materieel en de beschikbaarstelling van IT-middelen, brandstof, munitie, kleding en uitrusting aan de defensieonderdelen. COMMIT vergroot de impact van de ondersteuning door een integrale en innovatieve aanpak van materieel- en IT-projecten, (wapen)systeem-logistiek en ketenlogistiek.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De Minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en de instandhouding van materieel en de afstoting van overtollig materieel van de krijgsmacht. Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van COMMIT gereed gesteld. De functie van National Armaments Director (NAD) is belegd bij het COMMIT. Uit hoofde hiervan ontwikkelt en versterkt het COMMIT de internationale samenwerking op het gebied van IT en materieel (NAVO, EU, multinationaal en bilateraal).
C. Beleidsconclusies
COMMIT heeft in 2025 de krijgsmacht ondersteund door het leveren van brand- en bedrijfsstoffen. Daarmee heeft COMMIT een bijdrage geleverd aan de inzetbaarheidsdoelstellingen van Defensie. De verwerving en instandhouding die worden uitgevoerd door COMMIT worden in het Defensiematerieelbegrotingsfonds toegelicht.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 14 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 7 (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
538.836
696.020
810.649
902.229
1.028.860
864.084
164.776
Uitgaven
558.830
651.097
751.169
902.240
1.031.612
864.084
167.528
Apparaatsuitgaven
454.883
494.775
592.220
709.191
829.324
676.789
152.535
7.2
Apparaatsuitgaven
454.883
494.775
592.220
709.191
829.324
676.789
152.535
Personele uitgaven
443.263
482.601
554.547
687.528
795.837
657.844
137.993
Eigen personeel
391.361
431.076
462.792
558.027
652.617
581.280
71.337
Externe inhuur
36.662
29.618
63.787
95.715
111.579
52.194
59.385
Overige personele exploitatie
15.240
21.907
27.968
33.786
31.641
24.370
7.271
Materiële uitgaven
11.620
12.174
37.673
21.663
33.487
18.945
14.542
Overige materiële exploitatie
11.620
12.174
37.673
21.663
33.487
18.945
14.542
Programmauitgaven
103.947
156.322
158.949
193.049
202.288
187.295
14.993
7.1
Programmauitgaven
103.947
156.322
158.949
193.049
202.288
187.295
14.993
Opdrachten
103.947
156.264
158.935
193.037
202.264
187.295
14.969
Gereedstelling
103.947
156.264
158.935
193.037
202.264
187.295
14.969
(Schade)vergoeding
0
58
14
12
24
0
24
Schadevergoeding overig
0
58
14
12
24
0
24
Ontvangsten
18.829
26.340
16.532
22.507
16.216
25.765
‒ 9.549
E. Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
Ten opzichte van de vastgestelde begroting is er voor € 164,8 miljoen meer aan verplichtingenbudget gerealiseerd. Dit wordt met name veroorzaakt door een evenredige stijging van de uitgaven. De resterende realisatie bestaat uit afgeroepen brandstof van € 10,0 miljoen.
Uitgaven
Personele uitgaven
Ten opzichte van de vastgestelde begroting is € 71,3 miljoen meer uitgegeven aan Eigen Personeel. Als gevolg van verbeterde arbeidsvoorwaarden is er € 33,1 miljoen meer gerealiseerd. Daarnaast heeft de invoering van het Individueel Keuze Budget (IKB) een betaling plaatsgevonden van € 20,5 miljoen voor opgebouwd vakantiegeld en eindejaarsuitkering uit 2024. Daarnaast is de capaciteit van COMMIT versterkt (€ 16,2 miljoen) ten behoeve van instandhouding IT, Vervanging M-fregatten (ASWF), het project Grenade 29 en diverse kleinere projecten.
De realisatie voor externe inhuur is € 59,4 miljoen hoger. De vraag naar IT-dienstverlening op het gebied van innovatie en vernieuwing en instandhouding blijft stijgen. In combinatie met de achterblijvende vulling van de organisatie als gevolg van de krappe arbeidsmarkt en vertraging op een aantal IT-projecten is de inhuur voor het JIVC toegenomen. Daarnaast is er hogere externe inhuur vanwege vertraging van het programma Grensverleggende IT (GrIT). De bestaande IT-systemen moeten voor een langere periode worden gebruikt en ondersteund, naast dat voor GrIT zelf inhuur is benodigd.
Overige personele exploitatie
Ten opzichte van de vastgestelde begroting is er voor € 7,3 miljoen meer uitgegeven voor personele exploitatie. Het betreft extra uitgaven aan dienstreizen wegens hogere prijzen en de toenemende internationale samenwerking.
Materiële uitgaven
Ten opzichte van de vastgestelde begroting is er voor € 14,5 miljoen meer uitgegeven voor materiële exploitatie. Het betreft voornamelijk hogere uitgaven voor innovatieprojecten (€ 12,2 miljoen) en BTW (€ 2 miljoen).
Gereedstelling
Ten opzichte van de vastgestelde begroting is er voor € 15,0 miljoen meer uitgegeven aan gereedstelling. Het betreft hogere uitgaven voor brandstof.
4.8 Artikel 8 Defensie Ondersteuningscommando
A. Algemene doelstelling
Het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO) ondersteunt de krijgsmacht in haar taken. Het DOSCO doet dit door te zorgen voor personele diensten, opleidingen, huisvesting, vastgoed, catering, beveiliging, bewaking, facilitaire zaken, gezondheidszorg, logistiek en transport. Het DOSCO voorziet zelf in die ondersteuning en koopt een deel van de producten en diensten in bij organisaties buiten het ministerie van Defensie.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De Minister is verantwoordelijk voor een doeltreffende en doelmatige ondersteuning van de krijgsmacht. Het DOSCO kreeg in 2025 een generieke gereedstellingsopdracht voor specialistische medische zorg en strategisch transport.
C. Beleidsconclusies
DOSCO ondersteunt de krijgsmacht altijd en overal en heeft dit ook in 2025 maximaal gedaan. Dit is onder andere gedaan door mee te oefenen tijdens grote nationale en internationale oefeningen, het realiseren en vernieuwen van opleidings- en zorgfaciliteiten, het verzorgen van logistieke, medische en facilitaire ondersteuning en het versterken van haar mensen en middelen. Van transport en de werving en selectie tot aan vastgoed en de geneeskundige zorg.
De ondersteuning van DOSCO aan Oekraïne is ook in 2025 onverminderd doorgegaan, onder meer met het leveren van diverse goederen en diensten zoals tolken, de opvang van ontheemden uit Oekraïne, behandeling van Oekraïense revalidanten en de ondersteuning van de opleiding van Oekraïense militairen.
Qua personeel zijn er ruim 30% meer aanstellingen gerealiseerd dan in 2024. Deze toename is onder andere te verklaren door de nieuwe arbeidsmarktcampagne ‘Tijd voor Defensie’ en nieuwe instroomsporen zoals dienjaar. In 2025 is ook gestart met de Nationale Weerbaarheidstraining.
Het grote aantal oefeningen en de verhoogde inzet van militairen is van invloed geweest op de ondersteuning van DOSCO. Dit leidde tot extra vraag naar geneeskundige artikelen die aan de ingezette eenheden geleverd is.
De groei van Defensie maar ook het meer en verder weg oefenen, leidde tot een aanvullende behoefte voor strategisch transport. In 2025 stond de samenwerking met civiele partners centraal, waarbij DOSCO een beroep heeft gedaan op de civiele transport en logistieke sector van Nederland om operaties vlekkeloos te laten verlopen.
DOSCO heeft actief bijgedragen aan de Taskforce Beveiliging Militaire Objecten met het oogmerk de onvolkomenheden zoals geconstateerd door de Algemene Rekenkamer op te lossen. Zo heeft de Defensie Bewakings- en Beveiligingsorganisatie zich ingezet om de mix aan beveiligingsmaatregelen te vergroten en de personele capaciteit te versterken.
In 2025 zijn in 't Harde en Assen twee nieuwe gezondheids- en tandheelkundige centra geopend. Wat vastgoed betreft lag opnieuw de focus op het verhogen van het realisatievermogen, met als prioriteit realisatie van ondersteuning in het kader van hoofdtaak 1.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 15 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 8 (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
1.238.835
1.331.844
1.592.958
1.723.254
1.877.921
1.715.650
162.271
Uitgaven
1.214.400
1.290.733
1.555.312
1.727.664
1.844.432
1.728.050
116.382
Apparaatsuitgaven
1.127.584
1.197.408
1.433.671
1.591.480
1.736.145
1.583.400
152.745
8.2
Apparaatsuitgaven
1.127.584
1.197.408
1.433.671
1.591.480
1.736.145
1.583.400
152.745
Personele uitgaven
857.609
866.280
952.839
1.135.256
1.258.865
1.153.367
105.498
Eigen personeel
617.054
661.840
693.773
810.803
903.677
874.611
29.066
Externe inhuur
22.006
23.509
29.269
39.730
46.751
5.798
40.953
Overige personele exploitatie
203.830
166.778
213.077
266.395
288.972
250.406
38.566
Attaches
14.719
14.153
16.720
18.328
19.465
22.552
‒ 3.087
Materiële uitgaven
269.975
331.128
480.832
456.224
477.280
430.033
47.247
Overige materiële exploitatie
266.685
325.172
473.972
446.103
466.818
424.509
42.309
Attaches
3.290
5.956
6.860
10.121
10.462
5.524
4.938
Programmauitgaven
86.816
93.325
121.641
136.184
108.287
144.650
‒ 36.363
8.1
Programmauitgaven
86.816
93.325
121.641
136.184
108.287
144.650
‒ 36.363
Opdrachten
152
184
224
320
11.440
0
11.440
Gereedstelling
152
184
224
320
11.440
0
11.440
Inkomensoverdrachten
86.664
0
0
0
0
0
0
Nationaal Fonds Ereschuld
85.922
0
0
0
0
0
0
Regeling Uitkering chroom 6 Defensie
742
0
0
0
0
0
0
(Schade)vergoeding
0
93.141
121.417
135.864
96.847
144.650
‒ 47.803
Schadevergoeding overig
0
10.547
7.425
7.983
10.857
8.655
2.202
Nationaal Fonds Ereschuld
0
82.193
113.628
127.600
85.834
131.799
‒ 45.965
Reservering schadevergoedingen Chroom-6 Defensie
0
401
364
281
156
4.196
‒ 4.040
Ontvangsten
58.178
74.696
77.985
73.274
161.557
68.995
92.562
E. Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
In 2025 is voor € 162,3 miljoen meer aan verplichtingen aangegaan dan vastgesteld was in de begroting, wat grotendeels samenhangt met de hogere kasuitgaven (€ 116,4 miljoen) die hieronder worden toegelicht. Het verschil van € 45,9 miljoen wordt voornamelijk veroorzaakt doordat een aantal extra contracten waar nog geen verplichtingenbudget voor was begroot voor de levering van geneeskundige goederen in 2025 is afgesloten, waarvan de uitgaven in 2026 plaats zullen vinden. Daarnaast is er voor de afvoer van bedrijfsafval eind 2025 nog een verplichting aangegaan van € 7,2 miljoen, waarvan de betaling ook in 2026 plaats zal vinden.
Uitgaven
Personele uitgaven
De personele uitgaven zijn in 2025 gestegen met € 105,5 miljoen ten opzichte van de vastgestelde begroting, waarvan een stijging van € 29,1 miljoen binnen het budget voor Eigen personeel. De stijging binnen Eigen personeel wordt grotendeels verklaard door de invoering van nieuwe arbeidsvoorwaarden (AVW) als gevolg waarvan de lonen met 5% verhoogd zijn en de invoering van het Individueel Keuze Budget.
Vanwege personeelstekorten vielen de uitgaven voor eigen personeel lager uit, hiermee is extra budget aangewend voor de inhuur van personeel. Daardoor zijn de uitgaven voor de externe inhuur van personeel met € 41,0 miljoen gestegen ten opzichte van de vastgestelde begroting. Dit om zo te voorzien in alternatieve personele capaciteit voor DOSCO.
Op het budget Overige personele exploitatie is € 38,6 miljoen meer uitgegeven dan vastgesteld in de begroting. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een hogere realisatie van € 41,3 miljoen op het budget voor de afdracht van de werkkostenregeling (WKR) dan begroot. Defensie heeft in 2024 conform het arbeidsvoorwaardenakkoord onbelaste vergoedingen in het kader van duurzaamheid verstrekt aan het personeel, waarvan de vergoedingen onder de werkkostenregeling (WKR) vallen. Over deze vergoeding is Defensie belasting verschuldigd. Deze afdracht is in 2025 betaald en verklaart grotendeels de hogere uitgaven.
Materiële uitgaven
De realisatie van de materiële uitgaven is per saldo € 47,3 miljoen hoger dan begroot. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere uitgaven voor energie en water door de gestegen prijzen (€ 51,3 miljoen).
Gereedstelling
Op het budget gereedstelling is € 11,4 miljoen gerealiseerd voor de inzet van tolken en vertalers ten behoeve van Oekraïne. In de begroting was hiervoor geen budget gereserveerd en eerder kwamen deze uitgaven ten laste van het budet Overige personele exploitatie.
(Schade)vergoeding
De realisatie op het budget schadevergoeding is € 47,8 lager uitgevallen dan de vastgestelde begroting. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er € 46,0 miljoen minder is uitgegeven voor het Nationaal Fonds Ereschuld (NFE) voor betalingen aan veteranen die een beroep op dit fonds hebben gedaan. De hoogte, de hoeveelheid en het betalingsmoment van de schadevergoedingen kunnen gedurende het jaar verschillen. Deze uitgaven kennen daardoor een grillig verloop en zijn lastig exact te ramen. Daarnaast heeft de Belastingdienst bepaald dat Defensie over de schadevergoedingen vanuit de Regeling Volledige Schadevergoeding (RVS) in het NFE, geen belasting meer verschuldigd is. Het overschot dat door deze terugbetaling in 2025 is ontstaan, is doorgeschoven naar latere jaren als reservering voor de in latere jaren te verwachten uit te keren schadevergoedingen. Per saldo heeft dit geleid tot een realisatie die € 46,0 miljoen lager is dan begroot was.
Ontvangsten
Afgelopen jaar is er een factuur van het ABP ontvangen voor een pensioenafdracht. In deze factuur was een verrekening verwerkt van € 82,5 miljoen vanwege een belastingteruggave met betrekking tot voorgaande jaren aan het Nationaal Fonds Ereschuld (NFE). Defensie heeft deze belastingteruggave ontvangen, omdat de Belastingdienst bepaald heeft dat Defensie over de schadevergoedingen vanuit de Regeling Volledige Schadevergoeding (RVS) in het NFE geen belasting meer verschuldigd is.
5. Niet-beleidsartikelen
5 5.1 Artikel 9 Algemeen
In dit artikel worden de departementsbrede programma-uitgaven verantwoord. Het betreft subsidies, bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken, bijdragen aan internationale organisaties, opdrachten, bekostiging en inkomensoverdrachten.
Tabel 16 Budgettaire gevolgen van niet-beleidsartikel 9 (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
172.023
199.989
242.564
254.611
276.159
257.941
18.218
Uitgaven
172.523
198.187
237.868
260.323
282.084
258.759
23.325
9.1
Programmauitgaven
172.523
198.187
237.868
260.323
282.084
258.759
23.325
Subsidies (regelingen)
39.444
47.293
47.432
54.215
59.705
49.570
10.135
Subsidies
39.444
47.293
47.432
54.215
59.705
49.570
10.135
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
46.853
51.065
78.710
89.477
108.311
82.032
26.279
Kennisopbouw TNO via EZ
44.179
47.254
67.916
81.036
86.156
72.151
14.005
Kennisopbouw NLR via EZ
600
1.405
7.265
4.177
16.128
4.280
11.848
Kennisopbouw MARIN via EZ
2.000
2.332
3.529
4.264
6.005
5.036
969
Overige Bijdragen
74
74
0
0
22
565
‒ 543
Opdrachten
11.102
11.795
10.894
12.695
13.611
13.676
‒ 65
Opdrachten beleid
5.868
8.696
7.880
7.576
4.594
7.952
‒ 3.358
opdrachten milieu beleid
2.816
3.099
3.014
5.119
9.017
5.724
3.293
overige opdrachten
2.418
0
0
0
0
0
0
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties
56.328
68.075
81.101
83.501
88.672
106.898
‒ 18.226
Bijdrage aan de NAVO
51.194
62.271
70.493
72.611
82.007
96.990
‒ 14.983
Bijdrage aan internationale samenwerking
5.134
5.804
10.608
10.890
6.665
9.908
‒ 3.243
Bekostiging
4.147
3.649
4.672
6.099
5.100
4.024
1.076
Bekostiging diverse instellingen
4.147
3.649
4.672
6.099
5.100
4.024
1.076
Inkomensoverdrachten
14.049
83
31
147
106
742
‒ 636
Overige bijdragen
6.783
83
31
147
106
742
‒ 636
Regeling Uitkering chroom 6 Defensie
3.323
0
0
0
0
0
0
Civielrechtelijke regeling Srebrenica 2020
3.943
0
0
0
0
0
0
(Schade)vergoeding
600
16.227
15.028
14.189
6.579
1.817
4.762
Schadevergoeding overig
0
3.075
3.641
4.733
5.836
1.817
4.019
Regeling Chroom 6 Defensie
0
4.021
1.703
904
455
0
455
Civielrechtelijke Regeling Srebrenica 2020
0
8.366
9.305
8.166
133
0
133
Vrijwillige Bijdrage Hawija
600
765
379
386
155
0
155
Ontvangsten
2.052
6.135
16
0
0
1.600
‒ 1.600
Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
De verplichtingen zijn € 18,2 miljoen hoger dan begroot. Dit is voornamelijk toe te schrijven aan de hogere kasuitgaven die hieronder worden toegelicht. Het restant van € 5,1 miljoen wordt verklaard doordat er minder verplichtingen zijn aangegaan voor internationale samenwerking. Door een aanpassingen van budgetten wordt een bedrag van € 6,6 mln verplichtingen verantwoord op artikel 1 Bijdrage aan Internationale Samenwerking in plaats van het zelfde detail op artikel 9.
Uitgaven
De uitgaven zijn € 23,3 miljoen hoger dan begroot. Dit is met name het gevolg van:
Subsidies (regelingen)
Er is € 10,1 miljoen meer aan subsidies verleend; voornamelijk aan het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) voor de uitvoering van de wettelijke taken voor veteranen. De uitvoering van het veteranenbeleid is uitgebreid en in omvang toegenomen door onder andere uitbreiding van regelingen voor herstel en ondersteuning van veteranen, samenwerking met het Leger des Heils en het faciliteren van terugkeerreizen naar Screbrenica voor Dutchbat III.
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
De bijdrage aan de kennisinstellingen TNO, NLR en MARIN (via het ministerie van Economische Zaken (EZ)) voor programmafinanciering van kennis & innovatie (K&I) is € 26,3 miljoen hoger dan in de vastgestelde begroting. Dit is het gevolg van een technische verschuiving waarbij het budget uit het defensie materieelfonds bij de 2e Suppletoire Begroting is overgeheveld naar dit artikel; het budget en de uitvoering zijn vanuit de plan- en voorbereidingsfase naar de reguliere exploitatiefase overgegaan.
Bijdrage aan de NAVO
De gerealiseerde uitgaven voor de Bijdrage aan de NAVO bedroegen in totaal € 82 miljoen. Dit is € 15 miljoen lager dan de vastgestelde begroting. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het achterblijven van de uitgaven die de NAVO doet waardoor een lagere uitvraag aan de landen heeft plaatsgevonden.
5.2 Artikel 10 Apparaat Kerndepartement
Inzet is de kerntaak van Defensie. De Bestuursstaf (BS) geeft hier namens de Minister sturing aan door het formuleren van het defensiebeleid, het toewijzen van middelen aan alle defensieonderdelen, het toezicht houden op de besteding daarvan, het opstellen van kaders voor de defensiebrede bedrijfsvoering en het bijdragen aan militaire pensioenen en uitkeringen.
Tabel 17 Budgettaire gevolgen niet- beleidsartikel 10 (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
1.537.856
1.646.936
1.727.649
2.042.041
10.430.119
1.892.942
8.537.177
Uitgaven
1.529.926
1.627.051
1.712.070
1.991.550
1.978.999
1.896.787
82.212
10.2
Apparaatsuitgaven
1.529.926
1.627.051
1.712.070
1.991.550
1.978.999
1.896.787
82.212
Personele uitgaven
1.506.690
1.597.746
1.688.121
1.963.070
1.937.092
1.829.088
108.004
Eigen personeel
257.115
312.968
356.246
442.954
521.259
501.813
19.446
Externe Inhuur
10.205
14.758
26.089
34.603
58.629
6.704
51.925
Overige personele exploitatie
12.990
18.677
27.083
35.824
33.362
30.684
2.678
Uitkeringen (pensioenen en wachtgelden)
1.226.380
1.251.343
1.278.703
1.449.689
1.323.842
1.289.887
33.955
Materiële uitgaven
23.236
29.305
23.949
28.480
41.907
67.699
‒ 25.792
Overige materiële exploitatie
23.236
29.305
23.949
28.480
41.907
67.699
‒ 25.792
Ontvangsten
34.397
10.205
10.222
9.142
8.456
7.987
469
Toelichting op de instrumenten
Verplichtingen
De verplichtingen zijn € 8,5 miljard hoger dan begroot. Defensie is in 2025 een verplichting aangegaan van € 8,44 miljard in verband met afspraken die zijn vastgelegd met het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) voor het affinancieren van de begrotingsgefinancierde militaire pensioenen (Kamerstuk 36850-X, nr. 6). Daarnaast zijn er voor € 63,0 miljoen meer verplichtingen onder Externe inhuur aangegaan dan is begroot. Dit is grotendeels in lijn met de uitgaven. Het restant van € 11,1 miljoen wordt verklaard door afgesloten meerjarige contracten.
Uitgaven
De realisatie op apparaatsuitgaven is € 82,2 miljoen lager dan begroot. Dit is met name het gevolg van:
Eigen personeel, externe inhuur en overige personele exploitatie
Op eigen personeel is er in 2025 € 19,4 miljoen meer gerealiseerd dan begroot. Dit komt voornamelijk door een toename in realisatie als gevolg van het verbeterde arbeidsvoorwaardenakkoord, uitbreiding van het defensie cyber commando en de invoering van het Individueel Keuze Budget (IKB). Door de invoering van het IKB is een incidentele betaling gedaan voor opgebouwd vakantiegeld en eindejaarsuitkering uit 2024. Daarnaast waren er veel openstaande vacatures door een krapte op de arbeidsmarkt, die resulteerde in lagere uitgaven. Op externe inhuur is € 51,9 miljoen meer gerealiseerd dan begroot. Om de transparantie en informatiepositie van Defensie te verbeteren en te professionaliseren is een tijdelijke programmaorganisatie (Defensie Open op Orde; DOO) ingericht. Deze hogere uitgave aan externe inhuur wordt voornamelijk verklaard door de uitgaven voor deze tijdelijke programmaorganisatie. In de (ontwerp)begroting waren deze middelen opgenomen onder de materiële exploitatie, terwijl de uitgaven in 2025 zijn verantwoord onder externe inhuur. Het restant wordt verklaard doordat niet alle vacatures zijn gevuld. Hiervoor wordt tijdelijke capaciteit ingezet via externe inhuur.
Pensioenen en uitkeringen
De uitgaven van de uitkeringen zijn € 34 miljoen hoger uit dan de vastgestelde begroting. Dit wordt met name veroorzaakt doordat de bijdrage voor december 2024 aan de pensioenvoorziening al in december van dat jaar zijn gerealiseerd, dat resulteerde in een € 48,2 miljoen lagere realisatie dan was begroot. In de begroting werd rekening gehouden met een overloop van kosten uit het jaar 2024.
Afgelopen jaar is er een factuur van het ABP ontvangen voor een pensioenafdracht. In deze factuur was een verrekening verwerkt van € 82,5 miljoen vanwege een belastingteruggave met betrekking tot voorgaande jaren aan het Nationaal Fonds Ereschuld (NFE), waardoor de factuur lager uitviel. Defensie heeft deze belastingteruggave ontvangen, omdat de Belastingdienst bepaald heeft dat Defensie over de schadevergoedingen vanuit de Regeling Volledige Schadevergoeding (RVS) in het NFE geen belasting meer verschuldigd is. Deze teruggave is verwerkt op artikel 8 (DOSCO), waardoor de realisatie € 82,5 miljoen hoger uitvalt op artikel 10.
Materiële uitgaven
Op overige materiele exploitatie is € 25,8 miljoen minder uitgegeven dan begroot. Een deel van de kosten van de NAVO Top in Den Haag (€ 11,8 miljoen) is op de materiële exploitatie van het apparaat Defensiestaf geboekt met een significante overschrijding als gevolg. Dit wordt gecompenseerd door een lagere realisatie op project DOO, zoals hierboven beschreven. Daarnaast is € 14 miljoen van het budget overgeheveld naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) ten behoeve van bedrijfsvoeringskosten. Het restant wordt veroorzaakt door meerdere kleine mutaties.
5.3 Artikel 11 Geheim
Het niet-beleidsartikel Geheim op basis van artikel 2.8 van de Comptabiliteitswet 2016 kent geen artikelonderdelen. Dit niet-beleidsartikel is bestemd voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten waarvoor geldt dat openbaarmaking via toedeling aan een expliciet beleidsartikel niet in het belang van de Staat is.
Tabel 18 Budgettaire gevolgen van niet- beleidsartikel 11 (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
14.724
16.893
18.468
18.333
24.622
19.217
5.405
Uitgaven
14.724
16.893
18.468
18.333
24.622
19.217
5.405
11.0
Geheim
14.724
16.893
18.468
18.333
24.622
19.217
5.405
Geheim
14.724
16.893
18.468
18.333
24.622
19.217
5.405
Geheim
14.724
16.893
18.468
18.333
24.622
19.217
5.405
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
Toelichting op de instrumenten
De geheime uitgaven worden onderzocht door het college van de Algemene Rekenkamer.
5.4 Artikel 12 Nog onverdeeld
Het niet-beleidsartikel Nog onverdeeld bestaat uit verplichtingen, uitgaven en ontvangsten. Uitgaven worden onderverdeeld naar loonbijstelling, prijsbijstelling, onvoorzien en een eventuele taakstelling.
Tabel 19 Budgettaire gevolgen van niet- beleidsartikel 12 (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
0
0
0
0
0
466.155
‒ 466.155
Uitgaven
0
0
0
0
0
466.155
‒ 466.155
12.3
Nog onverdeeld Loon
0
0
0
0
0
406.510
‒ 406.510
Nog onverdeeld Loon
0
0
0
0
0
406.510
‒ 406.510
Nog onverdeeld Loon
0
0
0
0
0
406.510
‒ 406.510
12.4
Nog onverdeeld Prijs
0
0
0
0
0
59.645
‒ 59.645
Nog onverdeeld Prijs
0
0
0
0
0
59.645
‒ 59.645
Nog onverdeeld Prijs
0
0
0
0
0
59.645
‒ 59.645
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
Toelichting op de instrumenten
Dit artikel is een voorziening waarop geen realisatie plaatsvindt van verplichtingen en uitgaven. Met de eerste en tweede suppletoire begroting en de suppletoire begroting september is het budget volledig uitgedeeld naar de defensieonderdelen.
5.5 Artikel 13 Bijdrage aan Defensiematerieelbegrotingsfonds
Op dit artikel worden de bijdragen aan het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF) verantwoord.
Tabel 20 Budgettaire gevolgen van niet- beleidsartikel 13 (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
5.040.806
4.869.867
5.465.956
0
0
0
0
Uitgaven
5.040.806
4.869.867
5.465.956
0
0
0
0
13.0
Bijdrage aan Defensiematerieelbegrotingsfonds
5.040.806
4.869.867
5.465.956
0
0
0
0
Bijdrage aan Defensiematerieelbegrotingsfonds
5.040.806
4.869.867
5.465.956
0
0
0
0
Bijdrage aan Defensiematerieelbegrotingsfonds
5.040.806
4.869.867
5.465.956
0
0
0
0
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
Toelichting op de instrumenten
Tot Prinsjesdag 2024 werd het DMF (K) gevoed met een bijdrage vanuit de Defensiebegroting. Deze bijdrage was opgenomen op dit artikel en werd in het fonds ontvangen op artikel 7. Vanaf Prinsjesdag 2024 wordt budget direct overgeheveld van de defensiebegroting en de begrotingen van andere departementen naar de betreffende artikelen op het DMF. Dit artikel wordt opgeheven. Deze maatregel is technisch van aard.
6. Bedrijfsvoeringsparagraaf
6.1 Rapportage bedrjifsvoeringVoor Defensie is bedrijfsvoering geen bijzaak. Het is het stille vermogen dat de krijgsmacht in staat stelt om te doen wat nodig is, wanneer het ertoe doet. Een sterke bedrijfsvoering is zichtbaar in het veld, voelbaar in het dagelijks werk en merkbaar in de snelheid waarmee Defensie reageert. Zij vormt het fundament onder de paraatheid en bepaalt of Defensie kan leveren, herstellen en volhouden. Met de Defensienota 2024 werd daarom de keuze gemaakt om de bedrijfsvoering van Defensie beter op orde te brengen. De bedrijfsvoering moet gereed zijn voor hoofdtaak 1. Het afgelopen jaar zijn daar stappen in gezet.
1. Rechtmatigheid
Het totaal aan fouten en onzekerheden voor de rechtmatigheid van de uitgaven van Defensie (X) op artikel 1 Inzet bedraagt € 447,1 miljoen (2,8% van het totaal van de uitgaven/ontvangsten). De tolerantie voor het totaalniveau van de uitgaven en ontvangsten van Defensie (€ 322,3 miljoen) alsmede de artikeltolerantie van artikel 1 Inzet (€ 273,2 miljoen) wordt daarmee overschreden. De fouten en onzekerheden hebben betrekking op leveringen van materieel aan Oekraïne.
Onzekere uitgaven op artikel 1 Inzet, Programma-uitgaven, CrisisbeheersingsoperatiesOp 2 december jl. is door de Tweede Kamer een motie (Kamerstuk 36 045, nr. 243) aangenomen waarin de Tweede Kamer verzoekt het budget voor militaire steun aan Oekraïne met € 2 miljard aan te vullen om geen ongewenste gaten te laten vallen in de militaire steun aan Oekraïne. In de opvolging van de motie is door Defensie in december 2025 een aanvullend budget van € 700 miljoen beschikbaar gesteld voor militaire steun aan Oekraïne om tot spoedige mogelijke leveringen te komen in 2026. Het betrof de levering van kritiek materiaal, zoals drones en munitie. Dit kon volgens Defensie alleen worden gerealiseerd door maatwerk toe te passen in het Voorzien-in proces bestaande uit het niet vooraf uitvoeren van een aanvullende contractaudit bij de leveranciers en het verlenen van hogere voorschotten dan gebruikelijk (100%) zonder bankgarantie aan een selectie van betrouwbare leveranciers. Van de minister van Financiën is een schriftelijke uitzondering verkregen om de gehanteerde werkwijze in dit specifieke geval te mogen gebruiken. Daarmee is gehandeld overeenkomstig artikel 13 lid 3 van Regeling Financieel Beheer van het Rijk (RFB). Er is echter onvoldoende toegelicht dat de 100% bevoorschotting in het belang van de Staat is (overeenkomstig artikel 13 lid 3 RFB). De Auditdienst Rijk (ADR) heeft daarom € 304,2 miljoen als onzeker beoordeeld.
Onrechtmatige uitgaven op artikel 1 Inzet, Programma-uitgaven, CrisisbeheersingsoperatiesNederland heeft in 2025 € 750 miljoen bijgedragen aan militaire steun voor Oekraïne via de Prioritised Ukraine Requirements List (PURL). Hiermee levert Nederland wapens uit Amerikaanse voorraad die Oekraïne dringend nodig heeft. In augustus en december 2025 zijn door Defensie voorschotten in euro’s betaald aan de NAVO, die vervolgens de PURL-steunpakketten in USD aanschaft. Onder andere als gevolg van valutaverschillen stond ultimo 2025 een bedrag van USD 106,8 miljoen op de NAVO holding account. Deze middelen worden in 2026 gebruikt voor de Nederlandse bijdrage aan een volgend PURL pakket. Een deel van het voorschot dat in december 2025 is betaald (€ 91,9 miljoen) is onrechtmatig, omdat een hoger bedrag aan de NAVO is betaald dan noodzakelijk was voor de aanschaf van het PURL-steunpakket. De hogere betaling wordt deels veroorzaakt door valutaverschillen. Er zijn inmiddels mitigerende maatregelen getroffen. Voortaan wordt de bijdrage voor een PURL-steunpakket alleen in USD aan de NAVO betaald.
Daarnaast is ten behoeve leveringen Oekraïne aan een bedrijf een voorschot verstrekt waarbij niet in lijn met de bepalingen van artikel 13 van RFB is gehandeld (€ 51,0 miljoen).
Tabel 21 Overzicht overschrijdingen rapporteringstoleranties fouten en onzekerheden
(1) Rapporteringstolerantie
(2) Verantwoord bedrag in € (omvangsbasis)
(3) Rapporterings-tolerantie voor fouten en onzeker-heden in €
(4) Bedrag aan fouten in €
(5) Bedrag aan onzekerheden in €
(6) Bedrag aan fouten en onzekerheden in €
(7) Percentage aan fouten en onzekerheden t.o.v. verantwoord bedrag= (6)/(2)*100%
Totaalniveau artikelenuitgaven
16.196.902.000
322.287.120
163.207.364
392.586.013
555.793.377
3,4%
Artikel 1 Inzet
5.464.741.000
273.237.050
142.919.725
304.214.772
447.134.497
8,2%
2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie
In de stand van Defensie voorjaar 2026 is de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie beschreven.
3. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering
Financiële instrumentenNet als in 2024 zijn in 2025 in de ontwerpbegrotingen X en K financiële instrumenten opgenomen die afwijken van instrumenten die in de praktijk zijn gebruikt. De ADR heeft in 2024 eenmalig ingestemd met een uitgebreide toelichting onder de budgettaire tabellen waarin de realisatie werd gepresenteerd op het juiste financiële instrument. In 2025 zijn de bedragen gecorrigeerd in de Defensiebegroting, de begroting van het DMF en de financiële administratie. Defensie heeft een richtlijn opgesteld voor het juiste gebruik van de financiële instrumenten uit de RBV die na afstemming met stakeholders zal worden gepubliceerd en uitgedragen. Met deze genomen verbetermaatregelen is de bevinding van de ADR in het Samenvattend Auditrapport 2025 opgelost.
Verplichtingenbeheer
Met de stijgende defensiebudgetten nemen de financiële verplichtingen toe. Ook de politieke en ambtelijke opdrachten tot versnelling van bedrijfsprocessen hebben daartoe bijgedragen. Defensie maakt in het inkoopproces meer dan voorheen gebruik van uitzonderingsbepalingen uit de aanbestedingswetgeving. Waar dit eerst voor inkopen in het kader van het NATO Force Model (NFM) werd toegepast, is dit in 2025 verruimd naar inkopen die direct verband houden met Hoofdtaak 1.
Een commandant kan besluiten gebruik te maken van de escalatieprocedure als de operationele noodzaak van de verwerving zeer hoog is en hij/zij niet (tijdig) kan voldoen aan de aanbestedingswetgeving. De defensieonderdelen registreren deze dossiers op een rapportagedashboard, zodat inzichtelijk is in welke gevallen Defensie vooraf, weloverwogen en voldoende gemotiveerd een dergelijk besluit neemt. Naast deze bewust onrechtmatig aangegane verplichtingen blijkt uit de wettelijke controle over 2025 dat er nauwelijks andere onrechtmatige verplichtingen zijn.
Oekraïne
In 2024 wees de ADR op het belang van zorgvuldige besluitvorming bij het beheer van spoeddossiers. In 2025 heeft Defensie hiertoe verschillende acties ondernomen. Zo zijn maatregelen en randvoorwaarden in kaart gebracht voor de versnellingsacties bij Oekraïne dossiers. Defensie heeft met de ADR overleg gevoerd over de vereisten aan de prestatieverklaring bij leveringen aan Oekraïne. Defensie neemt ook deel aan verwervingen voor Oekraïne, samen met meerdere landen. Als Nederland niet de leiding heeft in een internationaal samenwerkingsverband maakt Defensie gebruik van een beoordelingskader waarin doelmatigheid, rechtmatigheid en right-to-audit als belangrijke beoordelingspunten aan de orde komen. Defensie bewaakt vervolgens de voortgang van de internationale overeenkomsten. De informatievoorziening over internationale overeenkomsten tussen landen is verder geprofessionaliseerd en beveiligd. Met deze genomen verbetermaatregelen is de bevinding van de ADR in het Samenvattend Auditrapport 2025 opgelost.
Voorschotten
Naast de toename van het defensiebudget en de aangegane verplichtingen is in 2025 het aantal en financieel volume van de openstaande voorschotten aan derden sterk toegenomen. Ultimo 2025 is het aantal verstrekte voorschotten opgelopen tot ruim 3.400. De voorschotstand nam in 2025 toe van € 6,1 miljard tot € 12,0 miljard. Dit is inclusief de voorschotten die plaatsvinden in het kader van de steunverlening aan Oekraïne.
Voorschotten moeten worden afgewikkeld zodra (deel)leveringen hebben plaatsgevonden of betreffende projecten zijn afgerond. In het interim auditrapport 2025 heeft de ADR geconstateerd dat meerdere in het verleden betaalde voorschotten al lange tijd open staan. Het betreft met name voorschotten F-35, oude FMS cases m.b.t. F-16 en NSPA. Een deel had reeds afgewikkeld kunnen worden omdat de onderliggende projecten zijn afgerond. Te lang open laten staan, leidt tot het risico dat Defensie geen adequate verantwoordingsinformatie meer ontvangt waardoor onzeker blijft of het voorschot goed is besteed. Aan de defensieonderdelen is verzocht meer capaciteit vrij te maken om na te gaan waar aanvullende informatie kan worden verkregen om de prestatie alsnog vast te stellen en de voorschotten af te wikkelen.
Materiële bedrijfsvoering
Voor het monitoren van de uitvoering van het materieelbeheer gebruikt Defensie dit jaar nog de Monitor Kwaliteit Materieelbeheer (MKM). Vanaf 2025 wordt de MKM alleen toegepast voor het materieel-logistieke domein.
De norm voor de uitvoering van het materieelbeheer is dat eenheden voor de kwaliteit van het beheer (voor alle materieelsoorten en opslagvormen) minimaal 80% scoren op hun checklisten. Tenminste 80% van de eenheden dienen deze score te halen. Over 2025 is de score (gemiddeld over alle defensieonderdelen) 91,4%, hiermee zit Defensie boven de norm. Van de 44 eenheden defensiebreed halen 5 eenheden deze norm niet, dat betekent dat 39 eenheden (89%) op of boven de norm zitten. Het behalen van deze norm geeft vooral een kwantitatief inzicht in de uitvoering van de MKM. Wanneer meer in detail en kwalitatief wordt gekeken zijn onvolkomenheden in de uitvoering van het materieelbeheer te zien. De onvolkomenheden worden in paragraaf 3 en 5 meer in detail toegelicht.
De ADR heeft afgelopen jaar de werking van de MKM onderzocht en constateert dat de MKM nog informatie mist om een volledig beeld van het materieelbeheer te geven. Ook komen fouten bij het invullen voor die door ontbrekende onafhankelijke controle niet opvallen. Mede op basis van de handelingsperspectieven van de ADR wordt de werking van de MKM geëvalueerd en aangepast om een completer inzicht te geven in de uitvoering van het materieelbeheer. Ook wordt gewerkt aan een betere governance in het kader van de MKM, zodat de informatie betrouwbaarder wordt en een beter beeld geeft van de kwaliteit van het materieelbeheer. In 2026 wordt verder invulling gegeven aan het ontwikkelen van een nieuw monitoringsinstrument materieelbeheer, gebaseerd op een vernieuwde risicoanalyse en bijpassende beheermaatregelen.
In 2025 is de aanwijzing materieelbeheer verder herzien: conform het besturingsmodel van Defensie is de aanwijzing gesplitst in twee onderdelen, beleid en inrichting. Het beheer wordt voortaan ingericht op basis van risico’s. Door deze risico-gebaseerde aanpak kan Defensie haar inspanningen beter richten op materieelsoorten met een hoger risico. In het kader van deze herziening is in 2025 een uitgebreide risicoanalyse uitgevoerd op al het materieel dat in beheer is van Defensie. De aanwijzing wordt begin 2026 afgerond, waardoor het materieelbeheer straks volledig afgestemd is op de geïdentificeerde risico’s.
Gedurende 2025 was het doorvoeren van kleine systeemverbeteringen lastig, ondanks de oplevering van een nieuwe SAP Fiori inventarisatieapplicatie. Het complete systeem wordt overgezet naar een nieuwe versie waarvan afronding plaatsvindt in 2026. Omdat dit veel IT-capaciteit vergt, blijft de mogelijkheid om kleinere verbeteringen door te voeren tot die tijd beperkt.
Onvolkomenheid Inventarisatieproces
In 2025 is op basis van de in 2024 uitgevoerde oorzaakanalyse een verbeterplan Inventarisatieproces opgesteld. Dit verbeterplan is in mei 2025 aangeboden aan de commandanten van de defensieonderdelen. Ook is voor specifieke deelprojecten capaciteit beschikbaar gesteld. Tevens zijn verschillende verbetermaatregelen deelprojecten van start gegaan. Zo zijn er functiebeschrijvingen opgesteld en is er een risicoanalyse op het materieelbeheer uitgevoerd. Er is een instructie Inventarisatieproces geschreven en er is een bijbehorende diagnosetool ontwikkeld. Deze zijn in december 2025 samen met de nieuwe SAP Fiori inventarisatieapplicatie door middel van pilots getoetst op praktische uitvoerbaarheid. De resterende pilots en evaluatie daarvan vinden plaats in januari 2026. Met het uitvoeren van deze verbeterprojecten zijn de eerste stappen naar verdere professionalisering van het inventarisatieproces gezet.
Onvolkomenheid Munitiebeheer
Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer (AR) is in 2025 een grondige oorzaakanalyse uitgevoerd en gerapporteerd. Op basis hiervan is in de Bestuursraad van september 2025 een nieuw verbeterplan voor de tekortkomingen in het munitiebeheer vastgesteld. In november 2025 hebben de DO-commandanten opdracht gekregen om bij te dragen aan de deelprojecten van dit verbeterplan. Dit verbeterplan bundelt lopende initiatieven en initieert aanvullende maatregelen om de geconstateerde onvolkomenheden op te lossen. Naast het opstellen van rapporten en verbeterplannen zijn concrete voortgangsstappen gezet, gericht op het verbeteren van goederenbewegingssoorten in het ERP-systeem (SAP), de landelijke uitrol van het RYLAP-project (Return Your Left over Ammunition Project) en de oprichting van een ondersteunende afdeling Monitor Munitiedomein. Daarnaast zijn verschillende deelprojecten gestart.
Onvolkomenheid Cryptobeheer
In 2025 is voortgang geboekt bij het oplossen van de onvolkomenheid Cryptobeheer. De meeste actiepunten van het opgestelde verbeterplan uit het vierde kwartaal van 2024 zijn afgerond. Extra capaciteit is vrijgemaakt voor zowel de uitvoering van cryptobeheer als voor de Defensiestaf, waardoor de inrichting en het beheer efficiënter zijn geworden. In de tweede helft van 2025 lag de focus op het herschrijven van instructies en het aanpassen van de werkwijzen voor cryptosleutels en -kasten. Door de complexe regelgeving verliep dit trager dan verwacht. De verwachting is dat de onvolkomenheid Cryptobeheer alsnog binnen de geplande termijn wordt opgelost.
4. Misbruik en oneigenlijk gebruik
In 2025 waren geen vermoedens van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Defensiesubsidies. Het risico op misbruik en oneigenlijk gebruik wordt door Defensie ingeschat op laag. Het review-, sanctie- en controlebeleid is actueel en kan in 2027 aan de regeling Defensiesubsidies worden toegevoegd zodra het Rijksbrede Uniform Subsidiekader (USK) in 2026 is geactualiseerd. Daarnaast heeft Defensie zich aangesloten bij de centrale interdepartementale verwijsindex om misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies tegen te gaan. Door middel van deze interdepartementale verwijsindex wordt informatie over misbruik en oneigenlijk gebruik sinds 2020 tussen departementen uitgewisseld. Dit gebeurt op aanvraag en met inachtneming van relevante privacywetgeving.
5. Overige aspecten van de bedrijfsvoering
Onvolkomenheid Inkoopbeheer
Defensie kocht ook in 2025 meer en sneller in. De werking en naleving van de key controls inkoopbeheer blijven essentieel en zal onverminderd de aandacht blijven houden. In 2025 is de monitor van de key controls inkoopbeheer geïmplementeerd. Deze monitor geeft over het gehele verslagjaar een Defensiebreed beeld van de werking van de individuele key controls en het inkoopbeheer. Hiermee is het inkoopbeheer naar oordeel van Defensie op orde.
Onvolkomenheid Beveiliging van Militaire Objecten
Begin 2025 is naar aanleiding van de door de AR aan Defensie toegekende ernstige onvolkomenheid voor de Beveiliging van Militaire Objecten (BMO) een integraal verbeterplan opgesteld om de tekortkomingen structureel aan te pakken. In april 2025 heeft de Bestuursraad het verbeterplan vastgesteld.
De verbetermaatregelen en projecten richten zich op het oplossen van Organisatorische (O), Bouwkundige (B) en Elektronische (E) tekortkomingen. Er is een defensiebrede security awareness-campagne gestart, met als doel het normeren, bevorderen, signaleren en corrigeren van gewenst beveiligingsgedrag. Medewerkers worden via zichtbare, interactieve en inhoudelijke initiatieven gewezen op hun rol in de beveiligingsketen. Daarnaast is het vastgoedproces binnen de beveiligingsketen effectiever en efficiënter ingeregeld. Samen met het Rijksvastgoedbedrijf is een investeringsprogramma opgezet om elektronische en bouwkundige tekortkomingen in het bestaande Defensievastgoed op het gebied van fysiekebeveiliging aan te pakken. Geplande en onaangekondigde controles zijn uitgevoerd om de fysieke beveiliging van defensieobjecten te beoordelen en waar nodig te verbeteren. Per defensieonderdeel zijn bovendien prioritaire projecten geïdentificeerd.
Onvolkomenheid Vastgoedbeheer
Bij het verantwoordingsonderzoek 2024 van de AR is vastgoed, net als in eerdere jaren, beoordeeld als een onvolkomenheid. De eerder geconstateerde inzet en betrokkenheid van Defensie om problemen op te lossen zijn gestaag voortgezet. In 2025 is de relatie met marktpartijen nadrukkelijk opgezocht door middel van een aantal ronde tafel conferenties tussen Defensie, het Rijksvastgoedbedrijf, Bouwend Nederland en diverse ingenieursbureaus en aannemers. Uitkomst hiervan was de oprichting van de Commandopost Vastgoed (CPV) die als focus heeft om meer en sneller vastgoed voor Defensie te realiseren in samenwerking met de markt.
Om het vastgoedbeheer verder te ontwikkelen is in 2025 ook een volwassenheidsscan uitgevoerd en zijn diverse trajecten gestart om de aanbevelingen te realiseren. Onderdeel hiervan is het doorontwikkelen van portefeuillemanagement. In 2025 zijn in dit kader huisvestingsplannen per defensieonderdeel geschreven, die in 2026 leiden tot een portefeuilleplan. Dit portefeuilleplan omvat de input van het nieuwe Strategisch Vastgoedplan (SVP).
Tevens is in 2025 gestart met een Periodieke Rapportage / Beleidsevaluatie vastgoed & infra om te leren van de periode vanaf 2019. De uitkomsten van deze evaluatie worden verwerkt in het SVP dat naar verwachting in de eerste helft van 2027 zal worden aangeboden aan de Kamer.
Onvolkomenheid IT-Beheer / Autorisatiemanagement
De Governance Risk en Compliance (GRC)-module van SAP is bij de beheerorganisatie M&F in gebruik voor het monitoren van functiescheidingsconflicten bij nieuw ontwikkelde rollen. De implementatie van SAP GRC in de gebruikersorganisatie is door herplanning van het programma ROGER verschoven naar 2026. Rolstapeling is een belangrijke oorzaak van functiescheidingsconflicten, Defensie start begin 2026 met het uitfaseren van oude rollen.
6. Fraude -en corruptierisico's
Onder fraude wordt verstaan een opzettelijke handeling door een of meer leden van het management, met governance belaste personen, werknemers of derden, waarbij gebruik wordt gemaakt van misleiding teneinde een onrechtmatig of onwettig voordeel te verkrijgen. Voor het jaarverslag is het van belang om de risico’s op een afwijking van materieel belang in de financiële overzichten die het gevolg is van fraude te identificeren en in te schatten. Daarbij dienen de grootste en/of belangrijkste tegenvallende realisaties apart te worden toegelicht.
Met de groei van het defensiebudget en de versnelling van het inkoopproces nemen fraude- en corruptierisico’s toe. Dit besef zorgt voor noodzakelijke veranderingen bij Defensie en meer regie op de beheersing van frauderisico’s. Risicomanagement staat hoog op de agenda en er is toenemende aandacht voor frauderisico’s. De Centrale Organisatie Integriteit Defensie besteedt defensiebreed meer aandacht aan zakelijke integriteit. De aanwijzing Integriteit is geëvalueerd en wordt op basis daarvan herzien. Zakelijke integriteit, waar frauderisico’s over gaan, wordt in die herziening meegenomen. Daarnaast wordt in een werkverband gewerkt aan een Regeling Financiële Belangen. Tevens zijn in 2025 de risicoanalyse en instructie creditcards geactualiseerd.
6.2 Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen
Gebruik open standaarden en open source software
Het beleid inzake open standaarden en open source software is opgenomen in het inkoopproces van software.
Betaalgedrag
Het FABK stuurt structureel, in samenwerking met alle defensieonderdelen op een zo hoog mogelijk betaalgedrag, met behulp van dashboards die dit proces ondersteunen. Over 2025 heeft Defensie in totaal ruim 350.000 facturen betaald. Hiervan is 90,3% tijdig betaald. Daarmee voldoen we niet aan de Rijksbrede comply-or-explain norm van 95% betaalde facturen binnen 30 dagen na factuurontvangst, maar scoort Defensie wel boven de wettelijke norm van 90%. Hierbij dienen vier overwegingen in acht te worden genomen.
Ten eerste geldt voor buitenlandse facturen vaak een betaaltermijn ruimer dan 30 dagen, maar Defensie behandelt deze procesmatig en in (interne en externe) rapportages als een factuur die binnen 30 dagen moet zijn betaald.
Ten tweede sluit de financiële administratie eind december voor circa 10 dagen t.b.v. de administratieve jaarafsluiting en overboeking waardoor begin januari een werkvoorraad ontstaat van te boeken en betalen facturen voor 10 dagen. Dit drukt het betaalgedrag in de maand januari.
Ten derde blijft de keten van aanvragen, bestellen en betalen gecompliceerd door de vele koppelvlakken tussen inkoop, logistiek en financiën op een complex en wijzigend IT-landschap. Daar komt bij dat het FABK in 2025 ongeveer 15% meer facturen heeft verwerkt dan in 2024.
Ten vierde is in 2025 de implementatie getest van de SAP VIM module (Vendor Invoice Management). Implementatie is gepland in 2026. Deze module leidt tot automatisering en optimalisatie van het factuurafwikkelingsproces. Als gevolg van de testperiode was in de zomermaanden minder capaciteit beschikbaar voor het betalen van facturen.
Audit Comité
Conform de Regeling audit committees van het Rijk evalueert het audit comité ten minste een keer in de twee jaren zelf zijn functioneren. In 2025 heeft geen zelfevaluatie plaatsgevonden.
Departementale Checks and Balances
De subsidies boven € 500.000 zijn geanalyseerd op staatssteun. Geconcludeerd werd dat hier geen sprake van is. Voor subsidies onder € 500.000 zijn de staatssteunanalyses nog niet afgerond, het risico op staatssteun wordt ingeschat op laag. Binnen de subsidieportefeuille wordt toegezien op de naleving van de vijfjaarlijkse evaluatie van subsidieregelingen conform Awb art. 4.24. In 2025 is gestart met de evaluatie van de subsidie aan de Stichting Koninklijke Defensiemusea.
In 2024 is het Rijksbrede Uniform Subsidiekader (USK) geëvalueerd. Een interdepartementale werkgroep onder leiding van het Ministerie van Financiën heeft vervolgens, met inachtneming van de aanbevelingen van de evaluatie, de Regeling vaststelling Aanwijzingen voor subsidieverstrekking geactualiseerd. Deze actualisatie wordt per 2027 doorgevoerd. Met deze actualisatie zullen de interne subsidiekaders van Defensie aangepast worden conform de nieuwe Rijksbrede kaders.
Normenkader Financieel beheer
Er hebben in 2025 geen wijzigingen plaats gevonden in het departementaal toezicht op het normenkader financieel beheer.
Beheer Nationale Groeifondsprojecten
In 2025 is het project Polaris voorspoedig gestart; de looptijd van het project is tot en met 2032. De opstartfase is succesvol afgerond, waarbij rollen en werkafspraken zijn vastgelegd en de eerste onderzoeksdocumenten zijn opgeleverd. Hiermee is de basis gelegd voor de verdere technologische ontwikkeling binnen de operationele fase. Het consortium werkt effectief samen, waardoor het project op koers ligt om de gestelde doelen te realiseren. Bij de uitvoering van het project is het facturatieproces aangescherpt.
6.3 Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering
Inkoop
Om de gereedstelling van de krijgsmacht te versnellen is een verdere en blijvende vergroting van de inkoopkracht van Defensie noodzakelijk. Er zijn daarom meer stappen gezet om het voorzien-in proces van Defensie te versnellen (Kamerstuk 36800-X nr. 17). De Taskforce Versnellen Inkoop identificeert en treft versnellingsmaatregelen voor de gehele voorzien-in keten. Zo zijn inkoopmandaten fors verhoogd, zodat inkopers meer handelingsvrijheid hebben, en is het aantal beoordelingsmomenten van inkoopdossiers verminderd. Dit draagt bij aan kortere doorlooptijden.
Alert State A+
Naast de maatregelen die in 2025 zijn getroffen om de beveiligingsketen te versterken die in paragraaf 6.1 zijn benoemd, is het Alert State beleid aangescherpt. Vanaf 14 mei 2025 is de Alert State verhoogd van A naar A+ (Kamerstuk 36600-X nr. 77). Er zijn daarmee extra veiligheidsmaatregelen getroffen. Defensiepersoneel is opgedragen extra waakzaam te zijn op verdachte situaties, personen, voertuigen en drones – en om deze te melden.
Integraal RisicomanagementEen van de maatregelen uit de Defensienota 2024 was het verder verankeren van de structurele aandacht voor risico’s door het invoeren van integraal risicomanagement (IRM) als bedrijfsvoeringsprincipe van de organisatie. Ter ondersteuning van de implementatie van IRM binnen de defensieorganisatie is een meerjarig programma IRM ingericht. Met IRM maakt Defensie risico’s inzichtelijk, zodat deze op adequate wijze beoordeeld en afgewogen kunnen worden. Op die manier wordt de organisatie risico-competenter, veiliger en daarmee sterker. In 2025 zijn hierin vervolgstappen gezet. Zo heeft Defensie een keuze gemaakt voor een marktconform IT IRM softwarepakket en implementatiepartner voor de inrichting en het gebruik van de software waarmee de risico’s inzichtelijk kunnen worden gemaakt. Daarnaast is Defensie gestart met het opleiden van leidinggevenden en medewerkers in IRM.
ManagementinformatieDefensie heeft in 2025 gewerkt aan het betrouwbaarder en arbeidsextensiever maken van managementinformatie. Dit gebeurt onder andere via de ontwikkeling van verschillende, onderling samenhangende dashboards, waarbij meer gebruik wordt gemaakt van de vele data in de administratieve systemen. Op die manier wordt er beter, data-gedreven gestuurd. In 2025 zijn de al in gebruik zijnde dashboards uitgebreid met aanvullende dashboards en zijn nieuwe projecten gestart.
C. JAARREKENING
7. Departementale verantwoordingsstaat
Tabel 22 Departementale verantwoordingsstaat 2025 van het Ministerie van Defensie (bedragen x € 1.000)
Art.
Omschrijving
Vastgestelde begroting (1)
Realisatie (2)
Verschil (3) = (2) - (1)
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Totaal
13.346.313
12.994.137
245.411
25.236.278
15.669.893
527.009
11.889.965
2.675.756
281.598
Beleidsartikelen
1
Inzet
3.204.145
2.792.590
104.116
6.022.024
5.166.233
298.508
2.817.879
2.373.643
194.392
2
Koninklijke Marine
1.138.756
1.180.461
12.324
1.265.815
1.272.667
12.191
127.059
92.206
‒ 133
3
Koninklijke Landmacht
2.017.561
2.018.172
8.054
2.259.819
2.195.390
8.122
242.258
177.218
68
4
Koninklijke Luchtmacht
1.021.994
1.021.994
12.111
1.209.787
1.052.926
17.138
187.793
30.932
5.027
5
Koninklijke Marechaussee
747.868
747.868
4.459
841.152
820.928
4.821
93.284
73.060
362
7
Commando Materieel en IT
864.084
864.084
25.765
1.028.860
1.031.612
16.216
164.776
167.528
‒ 9.549
8
Defensie Ondersteuningscommando
1.715.650
1.728.050
68.995
1.877.921
1.844.432
161.557
162.271
116.382
92.562
Niet-beleidsartikelen
9
Algemeen
257.941
258.759
1.600
276.159
282.084
0
18.218
23.325
‒ 1.600
10
Apparaat kerndepartement
1.892.942
1.896.787
7.987
10.430.119
1.978.999
8.456
8.537.177
82.212
469
11
Geheim
19.217
19.217
0
24.622
24.622
0
5.405
5.405
0
12
Nog onverdeeld
466.155
466.155
0
0
0
0
‒ 466.155
‒ 466.155
0
In het jaarverslag 2024 is vermeld dat het voordelig eindsaldo DMF € 4.029,9 miljoen betrof. Dit saldo dient nog gecorrigeerd te worden met de kasschuiven ter waarde van € 3,65 miljard en overige begrotingsmutaties ten bate van de begroting ter waarde van € 0,15 miljard die gedurende 2024 hebben plaatsgevonden. Voor inzicht in deze kasschuiven en overige begrotingsmutaties wordt verwezen naar de verticale toelichting in het Financieel Jaarverslag van het Rijk (bijlage bij het Financieel Jaarverslag, hoofdstuk 9, sectie Defensiematerieelbegrotingsfonds). Defensie sloot 2024 daarom af met een voordelig eindsaldo van € 502.100. Begrotingsjaar 2025 werd afgesloten met een voordeling eindsaldo van € 308.287.
8. Samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen
Tabel 23 Samenvattende verantwoordingsstaat 2025 inzake baten-lastenagentschap van het Ministerie van Defensie (bijdragen x € 1.000)
Omschrijving
(1) Vastgestelde begroting
(2) Realisatie
(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting
(4) Realisatie t-1
Baten-lastenagentschap Paresto
Totale baten
€ 106.331
€ 111.641
€ 5.310
€ 103.447
Totale lasten
€ 106.331
€ 112.429
€ 6.098
€ 101.997
Saldo van baten en lasten
€ 0
‒ € 788
‒ € 788
€ 1.450
Totale kapitaaluitgaven
€ 788
€ 788
€ 1.450
Totale kapitaalontvangsten
9. Jaarverantwoording agentschap per 31 december 2025
Tabel 24 Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap 2025 (bedragen x € 1.000)
Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)
Vastgestelde begroting (1)
Realisatie (2)
Verschil (3) = (2) - (1)
Realisatie t-1 (4)
Baten
- Omzet
105.331
110.573
5.242
102.124
waarvan omzet moederdepartement
83.736
87.151
3.415
80.771
waarvan omzet overige departementen
495
567
72
389
waarvan omzet derden
21.100
22.856
1.756
20.965
Rentebaten
1.000
851
‒ 149
1.323
Vrijval voorzieningen
0
0
0
0
Bijzondere baten
0
218
218
0
Totaal baten
106.331
111.641
5.310
103.447
Lasten
Apparaatskosten
106.172
112.371
6.199
101.937
- Personele kosten
66.423
67.350
927
61.832
waarvan eigen personeel
60.715
57.769
‒ 2.946
52.709
waarvan inhuur externen
5.072
8.959
3.887
7.813
waarvan overige personele kosten
636
621
‒ 15
1.310
- Materiële kosten
39.749
45.022
5.273
40.105
waarvan apparaat ICT
0
17
17
0
waarvan bijdrage aan SSO's
0
0
0
0
waarvan overige materiële kosten
39.749
45.005
5.256
40.105
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
0
0
0
0
Rentelasten
0
0
0
0
Afschrijvingskosten
159
58
‒ 101
61
- Materieel
159
58
‒ 101
61
waarvan apparaat ICT
0
0
0
0
waarvan overige materiële afschrijvingskosten
159
58
‒ 101
61
- Immaterieel
0
0
0
0
Overige lasten
0
0
0
0
waarvan dotaties voorzieningen
0
0
0
0
waarvan bijzondere lasten
0
0
0
0
Totaal lasten
106.331
112.429
6.098
101.997
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening
0
‒ 788
‒ 788
1.450
Agentschapsdeel Vpb-lasten
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten
0
‒ 788
‒ 788
1.450
Toelichting op de staat van de baten en lasten
De totale baten bestaan uit omzet, rentebaten en bijzondere baten. De omzet is onder te verdelen in een drietal categorieën: moederdepartement, overige departementen en derden en bedraagt € 110,6 miljoen.
Omzet moederdepartement
De omzet moederdepartement bedraagt € 87,2 miljoen. Voor € 36,8 miljoen is dit gerelateerd aan de geleverde producten en diensten en daarmee marktconform qua factureringssystematiek van cateringondersteuning. Voor € 50,3 miljoen betreft dit de aanneemsom die Paresto ontvangt voor de personele en materiële inzet op de locaties conform dienstverleningsafspraken met de opdrachtgever.
Omzet overige departementen en derden
De omzet overige departementen bedraagt € 0,6 miljoen en betreft omzet welke toe te rekenen is aan geleverde producten en diensten voor andere departementen. Omzet derden bedraagt € 22,9 miljoen en betreft grotendeels de aankopen door gasten in de bedrijfsrestaurants en kantines.
Rentebaten
Een reservering van € 0,9 miljoen voor nog te ontvangen rentebaten van het Ministerie van Financiën is opgenomen.
Personele kosten
De realisatie van de bezetting ultimo 2025 ten opzichte van de begroting is als volgt:
Tabel 25 Personele kosten
Vastgestelde begroting
Realisatie
Vte'n
Prijs per Vte
Vte'n
Prijs per Vte
Militair personeel
53
€ 75.404
46
€ 73.094
Burgerpersoneel
774
€ 74.102
766
€ 71.832
Inhuur en uitzendkrachten
40
€ 126.800
71
€ 125.670
Totaal/Gemiddeld
867
€ 76.612
883
€ 76.243
De personeelskosten vertonen een lichte overschrijding ten opzichte van het budget. Hoewel de gemiddelde kosten per VTE lager uitvielen dan voorzien, leidde de noodzakelijke inzet van externe inhuur tot een verschuiving in de kostenstructuur. Deze inzet was essentieel voor het waarborgen van de operationele continuïteit en het opvangen van de tijdelijke vacaturestop in het kader van de reorganisatie van Paresto.
De toename van de inhuurkosten in 2025 is grotendeels incidenteel van aard. Er wordt gestreefd naar een gezonde balans waarbij externe inhuur, waar mogelijk, wordt afgebouwd ten gunste van eigen personeel.
Materiële kosten
De materiële kosten worden grotendeels bepaald door de inkoop van ingrediënten (€ 41,1 miljoen). De groei van Defensie verloopt sneller dan geraamd. Dit resulteert in zowel een hogere omzet als een toename van de kosten ten opzichte van de begroting. Deze stijging is zichtbaar in zowel de ingrediëntenkosten als de overige kosten binnen deze post.
Afschrijvingskosten
De afschrijvingskosten voor 2025 betroffen soepuitgiftepunten (€ 18 duizend), bedrijfskleding (€ 12 duizend) en diverse overige vaste activa (€ 28 duizend). De realisatie valt lager uit dan begroot, omdat de uitvoering van enkele investeringsprojecten vertraging heeft opgelopen.
Bijzondere lasten
Er zijn geen bijzondere lasten.
Resultaatbestemming
Het resultaat over 2025 komt uit op een tekort van € 788 duizend. Het resultaat wordt, conform de vigerende regelgeving, verrekend met het eigen vermogen (exploitatiereserve).
De daling van het bedrijfsresultaat is toe te schrijven aan een combinatie van factoren. Enerzijds is de brutomarge onder druk komen te staan door incidentele afwijkingen in de prijsstelling en operationele margedruk op diverse locaties. Anderzijds hebben hogere inhuurkosten geleid tot een overschrijding van de begrote personeelslasten. Deze ontwikkelingen hebben geresulteerd in een negatief jaarresultaat.
Tabel 26 Balans per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)
Balans31-12-2025
Balans31-12-2024
Activa
Vaste activa
61
114
Immateriële vaste activa
0
0
Materiële vaste activa
61
114
waarvan grond en gebouwen
0
0
waarvan machines en installaties
0
0
waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen
61
114
waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa
0
0
waarvan niet aan de bedrijfsuitvoering dienstbaar
0
0
Vlottende activa
22.139
17.157
Voorraden en onderhanden projecten
988
768
waarvan grond- en hulpstoffen
0
0
waarvan onderhanden werk
0
0
waarvan gereed product en handelsgoederen
988
768
waarvan vooruitbetaald op voorraaden
0
0
Vorderingen
4.343
4.451
waarvan debiteuren
256
492
waarvan overige vorderingen
1.824
1.376
waarvan overlopende activa
2.263
2.583
Liquide middelen
16.808
11.938
Totaal activa:
22.200
17.272
Passiva
Eigen Vermogen
3.733
5.361
Bestemmingsfonds(en)
0
0
Pok/ Wau reserve
0
0
Exploitatiereserve
4.521
3.912
Onverdeeld resultaat
‒ 788
1.450
Voorzieningen
0
0
Langlopende schulden
0
0
Leningen bij het Ministerie van Financiën
0
0
Kortlopende schulden
18.467
11.910
Crediteuren
7.977
2.048
Belastingen en premies sociale lasten
0
296
Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën
0
0
Overige schulden
10
98
Overlopende passiva
10.480
9.468
Totaal passiva
22.200
17.272
Toelichting op de balans
Materiële vaste activa
In 2025 is voor € 3 duizend geïnvesteerd in kassasystemen en voor € 2 duizend in inventarissen. De afschrijvingen betreffen voor € 18 duizend soepuitgiftepunten, voor € 12 duizend bedrijfskleding en voor € 28 duizend overige kleinere activa.
Voorraden
De op de balans opgenomen voorraden betreffen de voorraden op de locaties van Paresto.
Debiteuren
Deze post is nader te specificeren in vorderingen op het moederdepartement (€ 70 duizend), derden (€ 158 duizend) en overige departementen (€ 28 duizend). In 2025 heeft wederom intensieve monitoring op openstaande saldi plaatsgevonden, wat heeft bijgedragen aan een daling van de balanspositie ten opzichte van het voorgaande jaar. De voornaamste reden voor deze afname is een omvangrijke post aan openstaande creditnota’s (€ 201 duizend) bij het moederdepartement. Deze post is ontstaan door de noodzakelijke correctie van foutieve facturen.
Overige vorderingen
Deze post is nader te specificeren in nog te ontvangen van het moederdepartement (€ 1,7 miljoen) en derden (€ 0,1 miljoen).
Deze post bestaat voornamelijk uit banqueting- en maatwerkactiviteiten die na de kasafsluiting in december hebben plaatsgevonden. Per 31 december 2024 bedroeg deze post € 1,3 miljoen. Ten opzichte van vorig jaar is deze post gestegen door een toename in activiteiten gedurende het hele jaar.
Overlopende activa
Deze post is nader te specificeren in nog te ontvangen van overige departementen (€ 0,9 miljoen) en derden (€ 1,3 miljoen). Deze post bestaat voornamelijk uit een reservering voor nog te ontvangen rentebaten (€ 0,9 miljoen) en een reservering voor nog te ontvangen producentenbonussen (€ 1,2 miljoen). De stijging van de producentenbonussen vindt zijn grondslag in gestegen afnames.
Liquide middelen
De post liquide middelen omvat hoofdzakelijk de gelden in rekening courant bij het Ministerie van Financiën (€ 16,8 miljoen).
Eigen vermogen
In 2025 heeft een afdracht van € 0,8 miljoen aan het moederdepartement plaatsgevonden. De grens voor het eigen vermogen 2025 is € 5,086 miljoen (maximaal 5% van de gemiddelde omzet over de afgelopen 3 jaar). Met de huidige eigenvermogenspositie zal in 2026 geen afdracht aan het moederdepartement plaatsvinden.
Voorziening
Er zijn geen voorzieningen.
Leningen
Er zijn geen lopende leningen.
Crediteuren
Het crediteurensaldo bestaat uit een te vorderen post op de moederdepartement (€ 5,7 miljoen) en derden (€ 2,3 miljoen). De stijging ten opzichte van 2024 wordt voor een groot deel veroorzaakt door de openstaande facturen voor de salariskosten van november 2025 (€ 5,6 miljoen).
Belastingen en premies sociale lasten
De belastingvordering is gerubriceerd naar de overlopende activa.
Overige schulden
Het saldo overige schulden bestaat uit derden (€ 10 duizend). De daling ten opzichte van 2024 betreft grotendeels lagere reserveringen voor nog te ontvangen facturen van Tempo Team.
Overlopende passiva
Het saldo overlopende passiva bestaat uit moederdepartement (€ 6,6 miljoen) en derden (€ 3,8 miljoen). De overlopende passiva bestaan uit de salarissen van december (6,6 miljoen euro) en voorziening voor verlofuren (€ 3,8 miljoen). De stijging ten opzichte van boekjaar 2024 is het gevolg van de herziene arbeidsvoorwaarden. Onder het Individueel Keuzebudget (IKB) wordt het resterende budget automatisch in december uitgekeerd.
Tabel 27 Kasstroomoverzicht over 2025 (bedragen x € 1.000)
Vastgestelde begroting (1)
Realisatie (2)
Verschil (3) = (2) - (1)
1.
Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen
6.813
11.935
5.122
totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)
106.331
111.527
5.196
totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)
‒ 106.331
‒ 105.815
516
2.
Totaal operationele kasstroom
0
5.712
5.712
totaal investeringen (-/-)
0
‒ 5
‒ 5
totaal boekwaarde desinvesteringen (+)
0
0
0
3.
Totaal investeringskasstroom
0
‒ 5
‒ 5
eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)
0
‒ 840
‒ 840
eenmalige storting door moederdepartement (+)
0
0
0
aflossingen op leningen (-/-)
0
0
0
beroep op leenfaciliteit (+)
0
0
0
4.
Totaal financieringskasstroom
0
‒ 840
‒ 840
5.
Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)
6.813
16.802
9.989
(noot: maximale roodstand 0,5 miljoen euro)
Toelichting op het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode. Bij deze methode gaat men uit van het resultaat en de mutaties van het werkkapitaal.
Kasstroom uit operationele activiteiten
De kasstroom uit operationele activiteiten bestaat uit de kasstroom bedrijfsactiviteiten, de mutatie in het werkkapitaal en de ontvangen dan wel betaalde interest. Het saldo van de kasstroom wordt voornamelijk veroorzaakt door een hogere crediteurensaldo een afname van de overlopende passiva.
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
In 2025 is voor € 3 duizend geïnvesteerd in kassasystemen en voor € 2 duizend in inventarissen.
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
In 2025 is geen beroep gedaan op de leenfaciliteit. In 2025 heeft een afdracht van € 0,8 miljoen aan het moederdepartement plaatsgevonden.
Tabel 28 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2025
Realisatie
Vast-gestelde begroting
2022
2023
2024
2025
2025
Generiek deel
Totaal omzet verkopen (x € 1.000)
41.606
51.106
55.633
61.050
55.766
Totaal VTE
777
818
841
883
867
- waarvan in eigen dienst
742
763
779
812
827
- waarvan inhuur
35
55
62
71
40
Saldo van baten en lasten (%)
6,7%
1,2%
1,4%
‒ 0,7%
0,0%
Specifiek deel
Aantal locaties
76
76
76
76
77
Productiviteit per medewerker (omzet per Vte)
53.539
62.501
66.128
69.112
64.321
Ziekteverzuim (%)
8,1%
8,9%
7,9%
9,4%
8,5%
Bruto marge locaties (%) *
45,2%
33,7%
34,0%
32,7%
33,4%
* berekening aangepast naar aanleiding van nieuwe inzichten
Toelichting op doelmatigheidsindicatoren
Totaal omzet verkopen
Dit betreft de gehele omzet welke verkregen is uit de in rekening gebrachte verkopen voor verrichte leveranties en diensten. De aan de opdrachtgever gefactureerde aanneemsom valt hier in principe niet onder. De twee uitzonderingen staan vermeld in onderstaande toelichting.
Tabel 29 Overzicht omzet (Bedragen x € 1.000)
(bedragen in € 1.000)
Vastgestelde begroting
Realisatie
Omzet Regulier
37.228
39.299
Omzet Niet-Regulier
18.538
20.602
Omzet Aanneemsom
‒
1.150
Totaal Omzet Verkopen
55.766
61.050
De omzet bedrijfsvoering is onder te verdelen in de volgende productgroepen:
– De omzet regulier betreft onder andere de verkopen in de bedrijfsrestaurants en kantines op locaties;
– De omzet niet-regulier is omzet van onder andere evenementen, vergaderingen, diners en recepties die op locaties worden gehouden;
– De omzet aanneemsom heeft betrekking op de factuur van het Koninklijk Huis en de bijdrage ten behoeve van het Militair Revalidatiecentrum.
De hogere gerealiseerde omzet voor regulier wordt deels veroorzaakt door een stijging van de gastenaantallen. Voor niet-reguliere omzet geldt hier ook dat het aantal evenementen gestegen is.
Totaal VTE
Dit betreft het gemiddelde VTE over het jaar gesplitst naar in eigen dienst en inhuur. De investering in eigen personeel is voortgezet. Dit geldt niet alleen voor de operatie, maar ook voor het ondersteunend personeel op het servicekantoor. De toename in inhuur is het gevolg van een hoger ziekteverzuim en de effecten van de eerder genoemde tijdelijke vacaturestop.
Saldo van baten en lasten (%)
Dit wordt berekend door het gerealiseerde resultaat te delen door baten. De toelichting over gerealiseerde resultaat is eerder behandeld bij Staat van Baten en Lasten.
Aantal locaties
Dit betreft het aantal locaties waar Paresto aanwezig is als leverancier van de standaard catering activiteiten.
Productiviteit per medewerker
Dit wordt berekend door Totaal omzet verkopen te delen door Totaal VTE. De hogere productiviteit is voornamelijk een gevolg van prijseffecten van zowel ingrediënten als personeel.
Ziekteverzuim
Dit wordt berekend door het aantal ziektedagen te delen door de werkelijke personeelssterkte maal het aantal kalenderdagen van een maand. Paresto zit met 9,4% ver boven de norm van 8,5%.
% Brutomarge locaties
Deze verslechtering is hoofdzakelijk toe te schrijven aan operationele factoren en incidentele afwijkingen in de prijsstelling op diverse locaties. In combinatie met hogere personeelslasten heeft dit geleid tot een negatief bedrijfsresultaat.
Voor 2026 ligt de focus op de optimalisatie van de prijsstrategie. De herziene samenwerking met JIVC zal hierbij bijdragen aan een verdere stabilisatie van de operationele uitvoering.
10. Saldibalans
Tabel 30 Saldibalans per 31 december 2025 van het Ministerie van Defensie (bedragen x € 1.000)
Activa
31-12-2025
31-12-2024
Passiva
31-12-2025
31-12-2024
Intra-Comptabele Posten
1. Uitgaven ten laste van de begroting
15.669.893
12.466.547
2. Ontvangsten ten gunste van de begroting
527.009
314.603
3. Liquide Middelen
386.916
191.296
0
0
4. Rekening Courant RHB
0
0
4a. Rekening Courant RHB
14.828.852
11.939.125
5. Rekening Courant RHB Begrotingsreserve
0
0
5a. Begrotingsreserve
0
0
6. Vorderingen buiten begrotingsverband
89.326
73.144
7. Schulden buiten begrotingsverband
790.274
477.259
8. Kas-Transverschillen
0
0
0
0
Subtotaal Intra-comptabel
16.146.135
12.730.987
16.146.135
12.730.987
Extra-Comptabele posten
0
0
0
0
9. Openstaande Rechten
0
0
9a. Tegenrekening Openstaande Rechten
0
0
10. Vorderingen
350.715
498.715
10a. Tegenrekening Vorderingen
350.715
498.715
11a. Tegenrekening Schulden
0
0
11. Schulden
0
0
12. Voorschotten
7.019.455
3.702.681
12a. Tegenrekening Voorschotten
7.019.455
3.702.681
13a. Tegenrekening garantieverplichtingen
13.215
13.215
13. Garantieverplichtingen
13.215
13.215
14a Tegenrekening andere verplichtingen
15.186.710
4.889.995
14. Andere Verplichtingen
15.186.710
4.889.995
15. Deelnemingen
0
0
15a. Tegenrekening Deelnemingen
0
0
Subtotaal Extra-comptabel
22.570.097
9.104.606
22.570.097
9.104.606
Overall Totaal
38.716.231
21.835.593
38.716.231
21.835.593
Door afrondingen kan het totaal afwijken van de som van de onderdelen.
In 2025 worden de meeste balansposten tegen de koers van de laatste werkdag voor jaareinde 2025 verantwoord. Uitgezonderd zijn een aantal voorschotten en verplichtingen waarvoor de CEP-koers (Centraal Economisch Plan) van februari 2025 is gebruikt en posten die met valutatermijncontracten zijn afgedekt, deze zijn opgenomen tegen de betreffende valutatermijnkoers.
Intra-comptabele posten
ad 1 en 2 Uitgaven ten laste en – ontvangsten ten gunste van de begroting
Onder de posten uitgaven en ontvangsten zijn de per saldo gerealiseerde uitgaven en – ontvangsten opgenomen. De bedragen komen overeen met de bedragen uit de verantwoordingsstaat. Door een andere afrondings-systematiek is er een verschil met de verantwoordingsstaat waar per artikel naar boven wordt afgerond.
ad 3 Liquide middelen
Het saldo op de saldibalans bedraagt € 386,9 miljoen en bestaat uit de volgende saldi:
Tabel 31 Saldo liquide middelen (bedragen x € 1.000)
Tabel 32 Saldo liquide middelen (bedragen x € 1.000)
Kolom1
Kas
32.304
Bank
354.612
Totaal
386.916
ad 4 en 4a Rekening-courant RHB
Deze post geeft per saldo de financiële verhouding met de RHB weer. Het bedrag is per 31 december 2025 in overeenstemming met de opgave van de RHB.
ad 6 Vorderingen buiten begrotingsverband
Het saldo op de saldibalans bedraagt € 89,3 miljoen.
Tabel 32 Vorderingen buiten begrotingsverband (bedragen x € 1.000)
Openstaande vordering
Bedrag
DFDE
16.532
Paresto salarissen
11.774
Overige vorderingen buiten begrotingsverband
61.020
Totaal
89.326
Als criterium voor de toelichting van vorderingen die open staan per 31 december 2025 geldt een grensbedrag van € 10,0 miljoen.
De vordering voor de Defensie Fiscale en Douane Eenheid (DFDE) van € 16,5 miljoen heeft betrekking op invoer-btw die de DFDE nog niet naar de interne dienstonderdelen heeft kunnen doorbelasten. Deze openstaande vordering zal naar verwachting binnen enkele maanden worden afgedaan.
De vordering voor Paresto van € 11,8 miljoen heeft betrekking op de salariskosten van Paresto voor de maanden november en december 2025 en zijn inmiddels ontvangen in 2026.
ad 7 Schulden buiten begrotingsverband
Het saldo op de saldibalans bedraagt € 790,3 miljoen.
Tabel 33 Schulden buiten begrotingsverband (bedragen x € 1.000)
Openstaande schulden
Bedrag
Loonheffing en social lasten
‒ 337.777
Overige vooruitontvangen gelden voor derden
‒ 438.489
Aangehouden voor derden
‒ 14.008
Saldo schulden 31-12-2025
‒ 790.274
Dit bedrag bestaat grotendeels uit af te dragen loonheffing en sociale lasten voor € 337,8 miljoen en daarnaast voor € 438,5 miljoen uit vooruit ontvangen gelden van derden voor nog te maken uitgaven.
Extra-comptabele posten
ad 9 Openstaande rechten
Het saldo op de saldibalans is nihil.
ad 10 Vorderingen
Het saldo op de saldibalans bedraagt € 350,7 miljoen.
Als criterium voor de toelichting van vorderingen geldt een grensbedrag van € 10,0 miljoen.
De vorderingen met een gezamenlijke waarde van € 316,0 miljoen, betreft de European Peace Facility (EPF). De EPF vormt een kernonderdeel van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid van de Europese Unie. Met dit instrument heeft de EU financiële middelen toegezegd voor de steun aan Oekraïne. Dit gebeurt onder andere via leveringen van militair materieel van EU-lidstaten uit eigen voorraad, aanschaf bij de industrie en de financiering van de gemeenschappelijke kosten van de EU trainingsmissie voor Oekraïense militairen (EUMAM).
Daarnaast loopt er een vordering van € 50,2 miljoen, dit betreft een contract voor Ruta drones dat in samenwerking met Denemarken en Luxemburg is afgesloten. Nederland neemt hierbij de leidende rol op zich om het commerciële contract af te sluiten. Vanuit beide landen wordt een financiële bijdrage geleverd die in een Implementing Arrangement is vastgelegd. De uitgaven hebben betrekking op de koop en levering van RUTA‑drones. Het overeengekomen bedrag is in januari 2026 ontvangen.
Tabel 34 Verdeling vordering naar aard (bedragen x € 1.000)
Aard van de vordering
Bedrag
Personeel
8.812
Baten-lastendiensten Defensie
0
Medische bedrijven
16.472
Buitelandse mogendheden
316.845
Diversen
8.586
Saldo vorderingen 31-12-2025
350.715
De verdeling van de vorderingen naar opeisbaarheid is hieronder in een tabel weergegeven.
Tabel 35 Verdeling vordering naar opeisbaarheid (bedragen x € 1.000)
Direct opeisbaar
82.878
Op termijn opeisbaar
267.837
Geconditioneerd
0
Totaal
350.715
ad 11 Schulden
Het saldo op de saldibalans bedraagt € 346,09.
ad 12 Voorschotten
Het saldo op de saldibalans bedraagt € 7.019,5 miljoen.
Alle voorschotten van voor 2008 staan tegen de maandkoers van december 2007 gewaardeerd en de voorschotten vanaf 2008 zijn gewaardeerd tegen de op het moment van verstrekking geldende maandkoers of de CEP-koers van het betreffende jaar van verstrekking. Uitgezonderd zijn de posten die met valutatermijncontracten zijn afgedekt, deze zijn opgenomen tegen de betreffende valutatermijnkoers.
De verdeling van de voorschotten naar ouderdom is vermeld in onderstaande tabel.
Tabel 36 Verdeling voorschotten naar ouderdom (bedragen x € 1.000)
Jaar van ontstaan
Beginstand per 01-01-2025
Nieuwe vooorschotten
Afgerekende voorschotten
Eindstand per 31-12-2025
<2021
61.535
7.605
53.930
2022
54.721
10.929
43.792
2023
226.975
89.870
137.105
2024
3.359.450
1.472.928
1.886.522
2025
0
5.072.696
174.590
4.898.106
Totaal
3.702.681
5.072.696
1.755.922
7.019.455
Er zijn vijftien voorschotten met een waarde boven de € 100,0 miljoen. Deze hebben een gezamenlijke waarde van € 2,97 miljard en hebben betrekking op de steun aan Oekraïne. Specifiek betreft het de levering van drones, artillerie munitie, F-16-munitie en de Nederlandse bijdrage aan het PURL initiatief. Voor diverse projecten hebben er al deelleveringen plaatsgevonden, maar Defensie boekt het voorschot af als het volledige project is uitgeleverd. De verwachting is dat een groot deel van deze voorschotten in 2026 zullen zijn afgeboekt.
Daarnaast zijn er voorschotten van gezamelijk € 1.479,1 miljoen onder de post Pensioenen en Wachtgelden. Deze voorschotten hangen samen met pensioenen en wachtgeld in samenwerking met ABP en WW Plus en dienstverlening van SV Land en Acture.
Er staat ook een voorschot open van € 201,8 miljoen voor de levering van 4 C390 transportvliegtuigen. Dit voorschot zal in 2030 worden afgedaan na de levering van het laatste toestel.
ad 13 Garantieverplichtingen
Het saldo op de saldibalans is € 13,2 miljoen.
Op 31 december 2025 staan twee garanties open. Er is een overeenkomst met de Vereniging Verbond van Verzekeraars over de verzekerbaarheid van personeel. De looptijd is onbepaald en er is geen gegarandeerd bedrag vastgesteld. De overeenkomst regelt de verhouding tussen Defensie en de Vereniging met als doel de belemmeringen die defensieambtenaren in het maatschappelijk verkeer ondervinden als gevolg van uitsluitingsclausules bij levensverzekeringen, gekoppeld aan de financiering van een woning, weg te nemen. In 2025 heeft geen uitkering plaatsgevonden
Er is door het ministerie van Defensie een garantstelling afgegeven aan het ministerie van Financiën voor de kredietfaciliteit die het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) in het kader van schatkistbankieren heeft. Defensie staat voor in totaal € 13.215,0 miljoen garant. Het gaat om twee rekening-courantkredieten met verschillende looptijden. € 3.500,0 miljoen per 1 januari 2021 voor onbepaalde tijd. En voor € 9.715,0 miljoen met een looptijd van 4 januari 2021 tot en met 31 december 2050.
ad 14 Andere verplichtingen
Het saldo op de saldibalans bedraagt € 15.186,7 miljoen. Bij de nieuw aangegane verplichtingen is uitgegaan van de methode van het opnemen in de rekening van zowel de positieve als negatieve bijstellingen van oude verplichtingen.
Tabel 37 Andere verplichtingen (bedragen x € 1.000)
Andere verplichtingen 01/01/2025
4.889.995
Aangegane andere verplichtingen in verslagjaar
26.667.079
Waarvan Negatieve Bijstelling
0
Subtotaal
31.557.074
Tot betaling gekomen in verslagjaar
16.370.363
Openstaande andere verplichtingen per 31/12/2025
15.186.710
In 2025 is er geen sprake van negatieve bijstellingen met een financiële omvang van € 25,0 miljoen of hoger. Derhalve staan de negatieve bijstellingen in de verloopstaat op nul.
Er staan op 31 december 2025 verplichtingen open groter dan € 100,0 miljoen.
In het kader van de bilaterale overeenkomst tussen Zweden en Nederland worden er CV-90 wapensystemen en toebehoren (inclusief munitie) geleverd aan Oekraïne. De totale Nederlandse bijdrage is € 400,0 miljoen. In 2025 is € 240,0 miljoen als voorschot betaald voor het Nederlands aandeel in fase 1 (levering 40 CV-90’s in 2027/2028). In 2026 zal € 160,0 miljoen betaald worden voor het Nederlands aandeel in fase 2.
Daarnaast is er een contract afgesloten met Destinus NL BV. Dit betreft een levering van Drones voor Oekraïne. Het contract is afgesloten in 2025 en kent een openstaande verplichting van € 291,9 miljoen. De verwachting is dat het dit jaar volledig zal zijn gerealiseerd
Er is ook een openstaand verplichtingenbedrag voor € 189,2 miljoen voor de contributie aan het SAC-17 (Strategic Airlift Capability C-17) programma. De resterende verplichting heeft betrekking op de jaren 2026 t/m 2033.
Er is een wet- leasecontract aangegaan voor de levering van luchtverkenningscapaciteit boven Nederland met vliegtuigen voor een periode van 10 jaar. Het betreft de beschikbaarstelling van 2 DASH-8 toestellen, inclusief personeel en onderhoud. Het contract loopt tot en met oktober 2032. Het openstaande verplichtingenbedrag bedraagt € 126,2 miljoen.
Er loopt een verplichting voor een wet- leasecontract voor de levering van SAR helikoptercapaciteit boven Nederland voor een periode van 10 jaar. Het betreft de beschikbaarstelling van 2 AW 189 toestellen met 1 extra AW 189 als reserve, inclusief personeel en onderhoud. De ingangsdatum van het contract is 4 november 2022 en loopt tot en met 4 november 2032. Het openstaande verplichtingenbedrag bedraagt € 164,8 miljoen.
Ten slotte is Defensie in 2025 een overeenkomst aangegaan met het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (APB) voor de affinanciering van de militaire pensioenen opgebouwd voor 1 juni 2001. De geraamde omvang per 1 december 2025 bedraagt € 8,5 miljard. De financieringsovereenkomst met ABP is in oktober 2025 ondertekend. De betaling volgt eind 2026.
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Defensie heeft voor de verantwoording van financiële risico’s van directe inhuur van zelfstandigen, met het oog op eventuele schijnzelfstandigheid, potentieel risicovolle inhuur geselecteerd voor nadere analyse. De nadere analyse vindt plaats op basis van wet-, regelgeving en jurisprudentie en is nog niet afgerond. In de reeds beoordeelde dossiers is geen sprake van (evidente) schijnzelfstandigheid. De overige dossiers zijn nog in onderzoek en daarmee is op dit moment sprake van een onzekerheid/onduidelijkheid. Dit leidt echter niet tot een overschrijding van de materialiteitsgrenzen.
Indien sprake is van inhuur via een intermediair spreekt de Belastingdienst bij schijnzelfstandigheid eerst de uitlener aan. Defensie loopt dan nog wel een aansprakelijkheidsrisico in het geval de uitlener de loonheffingen niet kan betalen. Naar verwachting leidt dit ook niet tot een overschrijding van de materialiteitsgrenzen omdat Defensie met gerenommeerde partijen werkt. Daarbij ervaart Defensie in de praktijk dat deze partijen geen schijnzelfstandigen willen inzetten, zij vragen bijvoorbeeld om informatie die nodig is voor de beoordeling van de arbeidsrelatie.
Er zijn ultimo 2025 geen relevante bestuurlijke verplichtingen die op basis van de verslaggevingscriteria genoemd in de Rijksbegrotingsvoorschriften voor vermelding in aanmerkingen komen.
Niet uit de saldibalans blijkende financiële risico’s voortkomend uit lopende juridische procedures
Er loopt een rechtszaak in hoger beroep over twee overeenkomsten ter uitvoering van Search and Rescue helikopterdienstverlening. De eisende partij stelde dat de huidige leverancier de helikoptertaken niet uitvoert volgens de eisen waaraan volgens de overeenkomsten en de toepasselijke regelgeving moet worden voldaan, en wil met deze procedure bereiken dat de overeenkomsten worden ontbonden of vernietigd en dat de opdracht voor de uitvoering van de diensten opnieuw wordt aanbesteed. Zij vordert dat voor recht wordt verklaard dat de Staat aansprakelijk is voor schade. De vorderingen zijn gekoppeld aan dwangsommen met een maximum van 50 miljoen euro. De Rechtbank heeft de vorderingen afgewezen; vervolgens is de eisende partij in hoger beroep gegaan.
Voorts loopt een rechtszaak bij de rechtbank Den Haag door 26 individuele eisers in verband met een bombardement dat in 2015 door Nederlandse F16' s is uitgevoerd in Hawija, Irak. Zij vorderen een verklaring voor recht dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor schade die zij als gevolg daarvan hebben geleden. Als de vordering wordt toegewezen dan is op voorhand niet uit te sluiten dat de schade het drempelbedrag van € 25 miljoen overschrijdt. Dit mede gelet op het feit dat inmiddels ongeveer 700 personen de Staat aansprakelijk hebben gesteld voor hetzelfde bombardement.
11. WNT-verantwoording 2025 Ministerie van Defensie
De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.
Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Het algemeen bezoldigingsmaximum bedraagt in 2025 € 246.000.
Tabel 38 Bezoldiging van topfunctionarissen
Bezoldiging van topfunctionarissen in Euro's
Naam instelling
Naam topfunctionaris
Functie(s) (+ tussen haakjes gegevens van 2024)
Datum aanvang functievervulling in 2025(+ tussen haakjes gegevens van 2024)
Datum einde functievervulling in 2025(+ tussen haakjes gegevens van 2024)
Dienstverband in fte( + tussen haakjes omvang in 2024)
Op externe inhuurbasis(nee; ≤ 12 mnd; > 12 mnd)
Beloning plus kostenvergoe-dingen (belast)(+ tussen haakjes bedrag in 2024)
Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn(+ tussen haakjes bedrag in 2024)
Totale bezoldiging in 2025(+ tussen haakjes bedrag in 2024)
Individueel toepasselijk bezoldigings-maximum(+ tussen haakjes bedrag 2024)
Bedrag overschrijding
Motivering en bedrag (indien overschrijding)
MINDEF
BAUER
CHAIRMAN MILITARY COMITE /
31-05-2025
1,00
nee
139.525,19
8.582,95
148.108,14
101.769,86
46.338,28
Op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel i, onder 1° van de Uitvoeringsregeling WNT 2025 zijn 152 vakantieuren, zijnde € 15.371,76, buiten beschouwing gelaten. De resterende overschrijding ten bedrage van € 30.966,52 betreft de afkoopsom van vakantiedagen en wordt conform artikel 2, tweede lid, onderdeel i, onder 2° sub b van de Uitvoeringsregeling WNT 2025 niet tot de bezoldiging gerekend.
TOPMANAGER E PER 1 FEBRUARI 2025(CHAIRMAN MILITARY COMITE)
(1,00)
(215.617,05)
(20.829,00)
(236.446,05)
(233.000,00)
MINDEF
BOEKHOLT-O'SULLIVAN
PROJECTDIRECTEUR TRANSITIE & PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR GENERAAL BELEID
1,00
nee
209.740,20
20.599,08
230.339,28
246.000,00
(PROJECTDIRECTEUR TRANSITIE & PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR GENERAAL BELEID)
(1,00)
(194.813,98)
(20.829,00)
(215.642,98)
(233.000,00)
MINDEF
BOOTS
INSPECTEUR-GENERAAL DER KRIJGSMACHT
1,00
nee
210.758,87
20.599,08
231.357,95
246.000,00
(PLAATSVERVANGEND COMMANDANT DER STRIJDKRACHTEN /INSPECTEUR-GENERAAL DER KRIJGSMACHT PER 25 OKTOBER 2024)
(25-10-2024)
(1,00)
(193.681,36)
(20.829,00)
(214.510,36)
(233.000,00)
MINDEF
EICHELSHEIM
COMMANDANT DER STRIJDKRACHTEN
1,00
nee
229.335,74
20.599,08
249.934,82
246.000,00
3.934,82
* Het bedrag van de overschrijding ten bedrage van € 3.934,82 zal in maart 2026 worden teruggevorderd.
(COMMANDANT DER STRIJDKRACHTEN)
(1,00)
(219.709,83)
(20.829,00)
(240.538,83)
(233.000,00)
MINDEF
HARTMAN
COMMANDANT COMMANDO MATERIEEL EN IT
1,00
nee
211.336,38
20.599,08
231.935,46
246.000,00
(COMMANDANT COMMANDO MATERIEEL EN IT)
(1,00)
(194.118,01)
(20.829,00)
(214.947,01)
(233.000,00)
MINDEF
INGEN
HOOFD PERMANENTE MILITAIRE VERTEGENWOORDIGING NAVO
1,00
nee
215.211,89
20.599,08
235.810,97
246.000,00
(HOOFD PERMANENTE MILITAIRE VERTEGENWOORDIGING NAVO)
(1,00)
(198.078,31)
(20.829,00)
(218.907,31)
(233.000,00)
MINDEF
LAAN, VAN DER
DIRECTOR-GENERAL EUROPEAN UNION MILITARY STAFF
1,00
nee
213.442,39
20.599,08
234.041,47
246.000,00
(DIRECTOR-GENERAL EUROPEAN UNION MILITARY STAFF)
(1,00)
(197.925,65)
(20.829,00)
(218.754,65)
(233.000,00)
MINDEF
LEIJTENS
DIRECTEUR FRONTEX (TOT EN MET 31 MEI 2025)
30-06-2025
1,00
nee
41.848,23
0,00
41.848,23
20.219,18
21.629,05
Op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel i, onder 1° van de Uitvoeringsregeling WNT 2025 zijn 152 vakantieuren, zijnde € 14.356,40, buiten beschouwing gelaten. De resterende overschrijding ten bedrage van € 7.272,65 is toerekenbaar aan het jaar van opbouw (2022) en in dat kalenderjaar is voldoende ruimte.
(DIRECTEUR FRONTEX)
MINDEF
LIEBREGTS
COMMANDANT DER ZEESTRIJDKRACHTEN 1 SEPTEMBER 2025
01-09-2025
1,00
nee
65.741,96
6.886,36
72.628,32
82.224,66
MINDEF
MAAS
COMMANDANT DEFENSIE ONDERSTEUNINGSCOMMANDO
1,00
nee
209.677,58
20.599,08
230.276,66
246.000,00
(COMMANDANT DEFENSIE ONDERSTEUNINGSCOMMANDO)
(1,00)
(193.266,09)
(20.829,00)
(214.095,09)
(233.000,00)
MINDEF
REESINK
DIRECTEUR MILITAIRE INLICHTINGEN- EN VEILIGHEIDSDIENST
1,00
nee
222.708,36
20.599,08
243.307,44
246.000,00
(DIRECTEUR MILITAIRE INLICHTINGEN- EN VEILIGHEIDSDIENST)
(15-04-2024)
(1,00)
(147.939,51)
(14.811,73)
(162.751,24)
(166.155,74)
MINDEF
ROELOFS
COMMANDANT KONINKLIJKE MARECHAUSSEE
1,00
nee
204.232,96
23.272,18
227.505,14
246.000,00
(COMMANDANT KONINKLIJKE MARECHAUSSEE)
(1,00)
(182.250,47)
(23.414,40)
(205.664,87)
(233.000,00)
MINDEF
SCHMIDT
PLAATSVERVANGEND COMMANDANT DER STRIJDKRACHTEN
1,00
nee
198.592,05
20.599,08
219.191,13
246.000,00
(PLAATSVERVANGEND COMMANDANT DER STRIJDKRACHTEN)
(25-10-2024)
(1,00)
(31.808,03)
(3.818,65)
(35.626,68)
(43.289,62)
MINDEF
STEUR
COMMANDANT DER LUCHTSTRIJDKRACHTEN /
1,00
nee
225.011,90
20.599,08
245.610,98
246.000,00
COMMANDANT DER LUCHT- EN RUIMTESTRIJDKRACHTEN PER 1 JULI 2025(COMMANDANT DER LUCHTSTRIJDKRACHTEN)
(1,00)
(220.290,76)
(20.829,00)
(241.119,76)
(233.000,00)
MINDEF
SWILLENS
COMMANDANT DER LANDSTRIJDKRACHTEN
1,00
nee
210.445,74
20.599,08
231.044,82
246.000,00
(COMMANDANT DER LANDSTRIJDKRACHTEN)
(01-02-2024)
(1,00)
(178.476,28)
(19.093,25)
(197.569,53)
(213.265,03)
MINDEF
TAK
CORPS COMMANDER 1 GERMAN-NETHERLANDS CORPS /
30-06-2025
1,00
nee
156.660,21
10.299,54
166.959,75
121.989,04
44.970,71
Op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel i, onder 1° van de Uitvoeringsregeling WNT 2025 zijn 152 vakantieuren, zijnde € 14.356,40, buiten beschouwing gelaten. De resterende overschrijding ten bedrage van € 30.614,31 betreft de afkoopsom van vakantiedagen en wordt conform artikel 2, tweede lid, onderdeel i, onder 2° sub b van de Uitvoeringsregeling WNT 2025 niet tot de bezoldiging gerekend.
BIJZONDERE PERSONEELSZAKEN MD PER 1 APRIL 2025(CORPS COMMANDER 1 GERMAN-NETHERLANDS CORPS)
(1,00)
(200.803,73)
(20.829,00)
(221.632,73)
(233.000,00)
MINDEF
TAS
COMMANDANT DER ZEESTRIJDKRACHTEN /
1,00
nee
208.173,06
20.599,08
228.772,14
246.000,00
PFZ VLAGOFFICIER PER 1 SEPTEMBER 2025(COMMANDANT DER ZEESTRIJDKRACHTEN)
(1,00)
(194.524,83)
(20.829,01)
(215.353,84)
(233.000,00)
Naast de hierboven vermelde functionarissen zijn er geen andere functionarissen die in 2025 een bezoldiging boven het toepasselijke bezoldigingsmaximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WOPT of de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden.
Er zijn in 2025 geen functionarissen die hun werkzaamheden als topfunctionaris hebben neergelegd en die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar aangemerkt worden als topfunctionaris.
Er is in 2025 een ontslaguitkering betaald die op grond van de WNT dient te worden gerapporteerd.
Tabel 39 Bezoldiging van niet-topfunctionarissen boven het individueel toepasselijk drempelbedrag
Bezoldiging van niet-topfunctionarissen boven het individueel toepasselijk drempelbedrag in Euro's
Naam instelling
Functie(s)
Omvang dienstverband in fte( + tussen haakjes omvang in 2024)
Beloning plus kostenvergoe-dingen (belast)(+ tussen haakjes bedrag in 2024)
Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn(+ tussen haakjes bedrag in 2024)
Totale bezoldiging in 2025(+ tussen haakjes bedrag in 2024)
Individueel toepasselijk drempelbedrag in 2025(+ tussen haakjes bedrag 2024)
Motivering
MINDEF
PLAATSVERVANGEND COMMANDANT DER LUCHTSTRIJDKRACHTEN /
1,00
238.284,10
20.599,08
258.883,18
246.000,00
Tegemoetkoming vrijval pensioenpremie en door de overgang naar het Individueel Keuzebudget (IKB) is in het verlagjaar vakantiegeld over 19 maanden betaald en eindejaarsuitkering over 13 maanden, zonder tegemoetkoming vrijval pensioenpremie en IKB wijziging geen overschrijding.
PLAATSVERVANGEND COMMANDANT DER LUCHT- EN RUIMTESTRIJDKRACHTEN PER 1 JULI 2025
(1,00)
(221.555,46)
(20.829,00)
(242.384,46)
(233.000,00)
MINDEF
PLAATSVERVANGEND COMMANDANT COMMIT
1,00
228.467,50
20.599,08
249.066,58
246.000,00
Tegemoetkoming vrijval pensioenpremie en door de overgang naar het Individueel Keuzebudget (IKB) is in het verlagjaar vakantiegeld over 19 maanden betaald en eindejaarsuitkering over 13 maanden, zonder tegemoetkoming vrijval pensioenpremie en IKB wijziging geen overschrijding.
(1,00)
(203.321,20)
(20.829,00)
(224.150,20)
(233.000,00)
MINDEF
ADJUDANT-GENERAAL VAN ZIJNE MAJESTEIT DE KONING
1,00
228.935,77
20.599,08
249.534,85
246.000,00
Tegemoetkoming vrijval pensioenpremie en door de overgang naar het Individueel Keuzebudget (IKB) is in het verlagjaar vakantiegeld over 19 maanden betaald en eindejaarsuitkering over 13 maanden, zonder tegemoetkoming vrijval pensioenpremie en IKB wijziging geen overschrijding.
(1,00)
(211.829,56)
(20.829,00)
(232.658,56)
(233.000,00)
MINDEF
KWARTIERMAKER OPERATIONEEL HOOFDKWARTIER /
1,00
237.579,92
20.599,08
258.179,00
246.000,00
Tegemoetkoming vrijval pensioenpremie en door de overgang naar het Individueel Keuzebudget (IKB) is in het verlagjaar vakantiegeld over 19 maanden betaald en eindejaarsuitkering over 13 maanden, zonder tegemoetkoming vrijval pensioenpremie en IKB wijziging geen overschrijding.
COMMANDANT NETHERLANDS JOINT FORCE COMMAND PER 1 SEPTEMBER 2025
(1,00)
(212.857,32)
(20.829,00)
(233.686,32)
(233.000,00)
MINDEF
HOOFD HELI OPS /
1,00
226.477,58
20.599,08
247.076,66
246.000,00
Voorschot bindingspremie, zonder voorschot bindingspremie geen overschrijding.
HOOFD AIR & SPACE WARFARE CENTRE PER 22 APRIL 2025
(1,00)
(151.549,60)
(20.829,00)
(172.378,60)
(233.000,00)
MINDEF
DIRECTEUR OPERATIES TVS BC /
1,00
254.469,05
20.599,08
275.068,13
246.000,00
Diensttijdgratificatie, zonder diensttijdgratificatie geen overschrijding.
DIRECTEUR OPERATIES BELEID EN PLANNEN PER 22 APRIL 2025 /
(1,00)
(203.338,81)
(20.829,00)
(224.167,81)
(233.000,00)
DIRECTEUR PROJECT DIRECTIE OEKRAINE PER 1 JULI 2025
MINDEF
DIRECTEUR PROJECT DIRECTIE OEKRAINE /
1,00
237.111,21
20.599,08
257.710,29
246.000,00
Tegemoetkoming vrijval pensioenpremie en door de overgang naar het Individueel Keuzebudget (IKB) is in het verlagjaar vakantiegeld over 19 maanden betaald en eindejaarsuitkering over 13 maanden, zonder tegemoetkoming vrijval pensioenpremie en IKB wijziging geen overschrijding.
ASSISTANT CHIEF OF STAFF CAPABILITIES PER 1 JULI 2025
(1,00)
(216.094,91)
(20.829,00)
(236.923,91)
(233.000,00)
MINDEF
COMMANDANT DEPLOYABLE AIR COMMAND AND CONTROL CENTER /
1,00
236.074,67
20.599,08
256.673,75
246.000,00
Tegemoetkoming vrijval pensioenpremie en door de overgang naar het Individueel Keuzebudget (IKB) is in het verlagjaar vakantiegeld over 19 maanden betaald en eindejaarsuitkering over 13 maanden, zonder tegemoetkoming vrijval pensioenpremie en IKB wijziging geen overschrijding.
DIRECTEUR OPERATIONAL CAPABILITIES PER 1 FEBRUARI 2025 /
(1,00)
(221.995,91)
(20.829,00)
(242.824,91)
(233.000,00)
DIRECTEUR PLANNEN PER 1 MEI 2025
MINDEF
COMMANDANT NETHERLANDS MARITIME FORCE /
1,00
228.127,72
20.599,08
248.726,80
246.000,00
Tegemoetkoming vrijval pensioenpremie en door de overgang naar het Individueel Keuzebudget (IKB) is in het verlagjaar vakantiegeld over 19 maanden betaald en eindejaarsuitkering over 13 maanden, zonder tegemoetkoming vrijval pensioenpremie en IKB wijziging geen overschrijding.
COMMANDANT STANDING NATO MARITIME GROUP 1 PER 4 FEBRUARI 2025
(1,00)
(170.192,25)
(20.829,00)
(191.021,25)
(233.000,00)
MINDEF
HOOFD OPLEIDING EN TRAINING /
1,00
237.261,21
22.401,73
259.662,94
246.000,00
Voorschot bindingspremie, zonder voorschot bindingspremie geen overschrijding.
EXECUTIVE OFFICER OPS
(1,00)
(160.978,47)
(20.649,92)
(181.628,39)
(233.000,00)
Tabel 40 Uitkering beëindigen dienstverband
Uitkering wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen in euro's
Naam instelling
Naam topfunctionaris
Laatste functie(s)
Datum beëindiging dienstverband
Op externe inhuurbasis(nee; ≤ 12 mnd; > 12 mnd)
Betaalde uitkeringen in 2025
Individueel toepasselijke maximale ontslaguitkering
Motivering en bedrag (indien overschrijding)
MINDEF
LEIJTENS
DIRECTEUR FRONTEX (TOT EN MET 31 MEI 2025)
30-06-2025
nee
26.195,09
75.000,00
Op grond van artikel 2.10 WNT is een uitgave ter hoogte van € 26.195,09 die volgt uit de rechtspositie voortvloeiende salarisbetaling als een uitkering wegens beeindiging dienstverband aangemerkt.
D. BIJLAGEN
Bijlage 1: Toezichtrelaties rwt's en zbo's
Tabel 41 Overzichtstabel inzake RWT’s en ZBO’s van Defensie (bedragen x € 1.000)
NLVi
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT
Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT
Begrote bijdrage overige departementen
Gerealiseerde bijdrage overige departementen
Bijzonderheden
Bedrag
28.285
38.721
1.444
1.444
Nee
Bijzonderheden
Tabel 42
SKD
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT
Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT
Begrote bijdrage overige departementen
Gerealiseerde bijdrage overige departementen
Bijzonderheden
Bedrag
19.817
19.817
0
0
Nee
Bijzonderheden
Tabel 43
SWOON
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT
Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT
Begrote bijdrage overige departementen
Gerealiseerde bijdrage overige departementen
Bijzonderheden
Bedrag
20.555
25.366
0
0
Nee
Bijzonderheden
Tabel 44
SZVK
Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT
Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT
Begrote bijdrage overige departementen
Gerealiseerde bijdrage overige departementen
Bijzonderheden
Bedrag
0
0
0
0
Nee
Bijzonderheden
NLVi
Het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) is een Rechtspersoon met een Wettelijke Taak en voert taken uit op het gebied van veteranenwelzijn, zorg, erkenning en waardering. Het NLVi geeft uitvoering aan het veteranenbeleid zoals dit staat beschreven in de veteranenwet.
SKD
De Stichting Koninklijke Defensiemusea (SKD) draagt zorg voor het beheren van de museale collectie van Defensie (Nationaal Militair Museum (NMM), Mariniersmuseum en Marinemuseum). Zij stelt zich daarnaast ten doel de bezoekers aan de hand van een uiteenlopend activiteitenaanbod, met vaste en tijdelijke exposities, inzicht te laten verwerven in de betekenis van de krijgsmacht voor onze samenleving in heden, verleden en toekomst.
SWOON
De Stichting Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek NLDA (SWOON) ziet in het kader van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek toe op het wetenschappelijke niveau van het onderwijs en onderzoek op de Nederlandse Defensie Academie. De stichting verzorgt de wetenschappelijke bachelor- en masterprogramma’s als onderdeel van de officiersopleiding, in overeenstemming met de eisen van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Verder verleent de stichting graden die behoren bij wetenschappelijk onderwijs, laat zij opleidingen accrediteren en geaccrediteerd houden en verzorgt ze wetenschappelijk onderzoek ter ondersteuning van de opleidingen.
SZVK
De Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht (SZVK) is namens het ministerie van Defensie belast met de uitvoering van de ministeriële regeling Ziektekostenverzekering militairen. De activiteiten van de SZVK richten zich uitsluitend op militairen in actieve dienst aangezien deze niet vallen onder de werking van de Zorgverzekeringswet (ZVW). De SZVK ontvangt geen financiële bijdragen van Defensie om haar taken uit te voeren, maar verkrijgt haar inkomsten uit ziektekostenpremies die Defensie afdraagt. Daarnaast vergoedt Defensie een deel van de kosten van de schadelast die als gevolg van vliegen, inzet, varen en oefenen (VIVO-schade) kan optreden en die niet ten laste van de verzekering wordt gebracht en voor rekening van Defensie als werkgever komt. Naar huidig inzicht kwalificeert deze betaling van de VIVO-schadevergoeding zich niet als een bijdrage van het moederdepartement aan een RWT.
Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek
Conform de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) staan in deze bijlage:
1. De (evaluatie)onderzoeken die op de SEA geprogrammeerd waren met 2025 als afrondingsjaar.
2. De afgeronde (evaluatie)onderzoeken uit de jaarverslagen 2022, 2023 en 2024.
Tabel 45 Thema 1. «Gevechtskracht: Inzet en Gereedstelling»
Evaluatie
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel
Vindplaats/toelichting onderzoek
CMX’22 / Resilient Lion’22
Ex-post evaluatie
2022
Afgerond
H 10, artikel 1
De NAVO organiseert periodiek een politiek-militair strategische crisismanagementoefening (Crisis Management Exercise, CMX) om besluitvorming in NAVO-verband te beoefenen. De editie van 2022 is afgelast in verband met de inval van Rusland in Oekraïne. Om alsnog relevante vraagstukken te bespreken in de daarvoor bestemde overleggen is de oefening Resilient Lion gehouden. Na afloop is de voorbereiding op – en deelname aan de oefening geëvalueerd en zijn aanbevelingen ter verbetering geformuleerd.
Een missie in een missie. De Nederlandse bijdrage aan de VN Multidimensionale Geïntegreerde Stabilisatie Missie in Mali (MINUSMA) 2014-2019
Ex-post evaluatie
2022
Afgerond
H 10, artikel 1
Kamerstuk 29521, nr. 451
Grondslag gezocht - Onderzoekscommissie Land Information Manoeuvre Centre (LIMC)
Commissie van onderzoek
2023
Afgerond
H 10, artikel 3
Link naar onderzoek
Vlucht verzekerd. Eindevaluatie Nederlandse C-130 bijdrage aan VN-missie MINUSMA in Mali 2021-2022.
Ex-post evaluatie
2023
Afgerond
H 10, artikel 1
Link naar onderzoek
Tussen wens en werkelijkheid. Eindevaluatie van de Nederlandse bijdrage aan Resolute Support.
Ex-post evaluatie
2023
Afgerond
H 10, artikel 1
Link naar onderzoek
Reconstructie en analyse van de evacuatie uit Kaboel in augustus 2021
Ex-post (commissie van) onderzoek
2023
Afgerond
H 10, artikel 1
Kamerstuk 27925, nr. 955
Intensivering zoektocht vermist Special Report Afghanistan
Ex-post onderzoek
2023
Afgerond
H 10, artikel 1
Kamerstuk 27925, nr. 945
Vervolg zoekslag vermeend rapport Afghanistan (SR 2.0)
Ex-post onderzoek
2026i.p.v.2025
Anders (lopend)
H 10, artikel 1
Sinds de Kamer is geïnformeerd over de voortgang van het actieplan missiearchieven Afghanistan (Kamerstuk 27925, nr. 945), is Defensie verder gegaan met het op orde brengen van de missiearchieven (Kamerstuk 27925, nr. 965). Tijdens deze werkzaamheden zijn gegevensdragers aangetroffen met daarop operationele rapporten van de Task Force Uruzgan uit de periode 2006 tot en met 2010, waaronder het gerubriceerde rapport waarop de zoekslag betrekking had. De minister van Defensie heeft opdracht gegeven de feiten rondom het nu aangetroffen rapport op een rij te zetten en door te gaan met het onderzoeken van de nu aangetroffen gegevensdragers.Het onderzoek heeft als scope alle digitale data van Afghanistan van 2001-2021. Bijzondere focus ligt op het achterhalen van Special Reports met een relatie tot vermeend overtreden van het Humanitair Oorlogsrecht. Het onderzoek is vertraagd als gevolg van beperkte capaciteit (personeel, IT-technisch) en omvang van de gebruikte dataset (+1000GB). Verwachte oplevering van het rapport staat nu gepland voor eind Q1 2026.
Wapeninzet Hawija
Ex-post (commissie van) onderzoek
2024
Afgerond(heropend)
H 10, artikel 10
De evaluatie was gericht op de vraag hoe bij de Nederlandse wapeninzet in Hawija, Irak, in de nacht van 2 op 3 juni 2015, burgerslachtoffers hebben kunnen vallen evenals welke lessen hieruit te trekken zijn voor de toekomst. Deze evaluatie werd uitgevoerd door een onafhankelijke onderzoekscommissie van tijdelijke aard (Kamerstuk 27925, nr. 753 en 754) die onder leiding stond van mr. Winnie Sorgdrager, Minister van Staat. Het instellen van deze commissie kwam voort uit de uitvoering van motie Belhaj (Kamerstuk 27925, nr. 14). (Kamerstuk 27925, nr. 983)N.a.v. teruggevonden videobeelden die gemaakt zijn in Hawija heeft de commissie Sorgdrager aangekondigd te werken aan een aanvulling op haar rapport, in de vorm van een addendum over onder meer de aangescherpte conclusies. De commissie heeft hiertoe haar onderzoek heropend (Kamerstuk 27925, nr. 1010). De Kamer wordt geïnformeerd zodra de commissie het addendum op haar rapport aan Defensie heeft aangeboden.
Mortierongeval Aruba
Historisch onderzoek
2024
Afgerond
H 10, artikel 8
Kamerstuk 36600 X, nr. 30
Mortierongeval Mali
Ex-post (commissie van) onderzoek
2025
Afgerond
Artikeloverstijgend, hoofdzakelijk H 10, artikel 1
Kamerstuk 36800, nr. 13
Fleet Operational Standards and Training (FOST)
Synthese (beleidsdoorlichting)
2024
Afgerond
H 10, artikel 2
Kamerstuk 31516, nr. 43
Overige missie-bijdragen
Voortgangsrapportage
Jaarlijks
Afgerond
H 10, artikel 1
Link naar rapport
Inzet NAVO-Oostflank
Voortgangsrapportage
Jaarlijks
Afgerond
H 10, artikel 1
Kamerstuk 28676, nr. 505
Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK)
Ex-durante / ex-post evaluatie
2026i.p.v.2025
Anders (lopend)
H 10, artikel 1
Vierjaarlijkse evaluatie van het FNIK-convenant waarbij wordt gekeken naar de inhoud, het functioneren, de uitvoering en het beschikbare budget. Het onderzoek zelf is afgerond, maar de bredere afstemming loopt nog.
Nederlandse inzet op maritieme veiligheid in de Rode Zee
Missie-evaluatie
2026i.p.v.2025
Anders (lopend)
H 10, artikel 1
De Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) heeft de eindevaluatie op 11 december 2025 aan betrokken ministeries aangeboden. De beleidsreactie volgt uiterlijk voorjaar 2026.
CMX’25
Ex-post evaluatie
2025
Afgerond
H 10, artikel 3
De NAVO organiseert periodiek een politiek-militair strategische crisismanagementoefening (Crisis Management Exercise, CMX); een tweejaarlijkse stafoefening (zonder inzet van troepen) om crisisbesluitvorming te beoefenen op het NAVO HQ en in de hoofdsteden van de lidstaten. Nederland heeft in maart meegedaan aan de CMX 2025, waarin een complex scenario gebruikt is (militaire aanval op de oostflank van Europa en diverse hybride componenten, uitmondend in een Artikel 5-besluit). Defensie heeft de eigen deelname aan de CMX 2025 intern geëvalueerd (gerubriceerd rapport); de aanbevelingen uit deze evaluatie worden meegenomen in de voorbereiding op de CMX 2027.
Teruggevonden F-16 videobeelden Hawija
Ex-post (commissie van) onderzoek
2026i.p.v.2025
Afgerond
H 10, artikel 10
Link naar onderzoek
Tabel 46 Thema 2. 'Mensen', subthema 2.1. «Veiligheid»
Evaluatie
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel
Vindplaats/toelichting onderzoek
PvA Veiligheid
Ex-durante evaluatie
2022
Afgerond
Artikeloverstijgend
Kamerstuk 36124, nr. 3
Meldpunt Integriteit Defensie en Centrale Organisatie Integriteit Defensie
Ex-post evaluatie
2022
Afgerond
Artikeloverstijgend
Kamerstuk 35925, nr. 88
Validatie Wet Bescherming Klokkenluiders
Ex-post evaluatie
2023
Afgerond
Artikeloverstijgend
Kamerstuk 36 410 X, nr. 82 en Kamerstuk 36410 X, nr. 85.
Mortierongeval Aruba
Historisch onderzoek
2024
Afgerond
H 10, artikel 2, 8
Kamerstuk 3600, nr. 30
Mortierongeval Mali
Ex-post (commissie van) onderzoek
2025
Afgerond
Artikeloverstijgend, hoofdzakelijk H 10, artikel 1
Kamerstuk 36800, nr. 13
Structurele gezondheidsmonitoring (SGM)
Tussentijdse evaluatie
2025
Afgerond
H 10, artikel 10
Defensie werkt sinds 2021 stapsgewijs aan het implementeren van structurele gezondheidsmonitoring (SGM) (Kamerstuk 36100-X, nr. 1 en Kamerstuk 36410-X, nr. 82) met als doel het opbouwen van meer inzicht in de gezondheid en geleverde zorg aan militairen. Op basis daarvan kan, waar mogelijk, de gezondheid van militairen, de effectiviteit van de zorg en de duurzame inzet van militairen worden verbeterd.In 2024-2025 heeft een tussentijdse evaluatie plaatsgevonden om na te gaan in hoeverre structurele inbedding van SGM gerealiseerd is en welke verbeteringen mogelijk zijn. Uit de evaluatie kwam naar voren dat voor het goed borgen van SGM in de Defensie organisatie in 2026 o.a. twee randvoorwaarden belangrijk zijn:1) de realisering van een expliciet wettelijke regeling in de Wet ambtenaren defensie om de juridische grondslag van SGM te verstevigen die wordt uitgewerkt in een AMvB;2) goede software tools.Voorts ligt de focus binnen SGM op drie hoofdthema’s: (1) trends in gezondheidsklachten, (2) missies en gezondheid, (3) diepgaander onderzoek naar bijvoorbeeld specifieke gezondheidsklachten. Thema 2, missies en gezondheid, is uitgewerkt in een onderzoeksagenda die is onderbouwd door de inzichten verkregen via het historisch (literatuur)onderzoek.
Gezondheid van Nederlandse militairen die uitgezonden zijn geweest vanaf de jaren '90
Literatuuronderzoek
2025
Afgerond
H 10, artikel 10
Het Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid (CEAG) heeft een historisch (literatuur)onderzoek uitgevoerd, waarbij de gezondheidseffecten van uitzendingen vanaf de jaren ’90 op militairen centraal stonden. In het rapport worden bronnen genoemd waarmee SGM eventueel uitgebreid kan worden, ook wordt hierin de mogelijkheid van uitbreiding met andere populaties zoals burgermedewerkers en reservisten geschetst.
Tabel 47 Thema 2. 'Mensen', subthema 2.2. «Personeel»
Evaluatie
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel
Vindplaats/toelichting onderzoek
Militaire gezondheidszorg
Beleidsdoorlichting
2025
Afgerond
H 10, artikel 8
Kamerstuk 31 516, nr. 47
Barrières uitzenden vrouwelijke militairen
Ex-post evaluatie
2025i.p.v.2024
Afgerond
Artikeloverstijgend (H 10, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8)
Link naar onderzoek
Zorgbehoeften Nederlandse veteranen
Ex-post evaluatie
2025
Afgerond
Artikeloverstijgend (H 10, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8)
Link naar onderzoek
Culturele diversiteit
Ex-post meting
2024
Afgerond
Artikeloverstijgend (H 10, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8)
Kamerstuk 33 763, nr. 165
Tabel 48 Thema 3. «Materieel en Industriebeleid»
Evaluatie
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel
Vindplaats/toelichting onderzoek
Programma Vervanging Onderzeebootcapaciteit
Ex-durante evaluatie
2022
Afgerond
H 10, artikel 2 en 7DMF, artikel 2
Andersson Elffers Felix (AEF) heeft een externe doorlichting uitgevoerd naar de organisatie, besturing en uitvoering van het programma Vervanging Onderzeebootcapaciteit (V-OZBT). Het hoofddoel was te komen tot aanbevelingen die binnen Defensie moesten leiden tot een effectievere governance om het vervolg van het programma binnen kaders en zo optimaal mogelijk te laten verlopen met een succesvolle aanbesteding als eindresultaat (Kamerstuk 2022D13058). Tegelijkertijd liet Defensie door de eigen Hoofddirectie Financiën en Control (HDFC) ook een onderzoek uitvoeren naar het planningsproces en de oorzaken van tijdsoverschrijding binnen het programma V-OZBT, om daar lering uit te kunnen trekken en op basis daarvan de projectbeheersing te verbeteren (Het 'AMI-onderzoek', Kamerstuk 2022D13061). In vervolg hierop heeft de stuurgroep V-OZBT AEF gevraagd een vervolganalyse uit te voeren op het AMI-rapport, gerelateerd aan de eerder opgeleverde doorlichting, om te bepalen hoe Defensie op een aantal kernpunten kon versterken en het vertrouwen kon herwinnen (Kamerstuk 2022D13056).
E-fase Boxer
Ex-post evaluatie groot project
2024
Afgerond
H 10, artikel 3 en 7DMF, artikel 3
Kamerstuk 27 830, nr. 445
Voortgang Programma Vervanging Onderzeebootcapaciteit (VOZBT)
5e Voortgangsrapportage
Twee keer per jaar gedurende de realisatiefase
Afgerond
H 10, artikel 2 en 7DMF, artikel 2
Kamerstuk 34 225, nr. 77
Voortgang Project Verwerving F-35
25ste Voortgangsrapportage
2025
Afgerond
H 10, artikel 4 en 7DMF, artikel 4
Kamerstuk 26488, nr. 478
Maritieme Maakindustrie (MMI)
Voortgangsrapportage
Jaarlijks
Afgerond
H 10, artikel 7DMF, artikel 2
Kamerstuk 31409, nr. 481
Tabel 49 Thema 4. Randvoorwaarden, subthema 4.1. «Infrastructuur en vastgoed»
Evaluatie
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel
Vindplaats/toelichting onderzoek
Informatiegestuurd Optreden bij de Koninklijke Marechaussee (IGO KMar)
Beleidsdoorlichting
2022
Afgerond
H 10, artikel 5
Kamerstuk 31516, nr. 37
Tanden voor de Leeuw
Ex-post evaluatie
2024
Afgerond
Artikeloverstijgend (H 10, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8)
Kamerstuk 33763, nr. 158
NAFIN-storing
Ex-post evaluatie
2025
Afgerond
H 10, artikel 10
NAFIN staat voor Netherlands Armed Forces Integrated Network. Naar aanleiding van de NAFIN storing op 27/28 augustus 2024 zijn externe evaluaties uitgevoerd. Deze zijn vertrouwelijk aan de Kamer aangeboden (Kamerstuk 36592, nr. 14).
Module handhaving KMar
Ex-durante evaluatie
2025
Afgerond
H 10, artikel 5DMF, artikel 6
Kamerstuk 33763, nr. 159
Programma Grensverleggende IT (GrIT)
7e Voortgangsrapportage
Halfjaarlijks
Afgerond
H 10, artikel 7DMF, artikel 6
Kamerstuk 35728, nr. 23
Tabel 50 Thema 4. 'Randvoorwaarden', subthema 4.2. «IT»
Evaluatie
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel
Vindplaats/toelichting onderzoek
Informatiegestuurd Optreden bij de Koninklijke Marechaussee (IGO KMar)
Beleidsdoorlichting
2022
Afgerond
H 10, artikel 5
Kamerstuk 31516, nr. 37
Tanden voor de Leeuw
Ex-post evaluatie
2024
Afgerond
Artikeloverstijgend (H 10, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8)
Kamerstuk 33763, nr. 158
NAFIN-storing
Ex-post evaluatie
2025
Afgerond
H 10, artikel 10
NAFIN staat voor Netherlands Armed Forces Integrated Network. Naar aanleiding van de NAFIN storing op 27/28 augustus 2024 zijn externe evaluaties uitgevoerd. Deze zijn vertrouwelijk aan de Kamer aangeboden (Kamerstuk 36592, nr. 14).
Module handhaving KMar
Ex-durante evaluatie
2025
Afgerond
H 10, artikel 5DMF, artikel 6
Kamerstuk 33763, nr. 159
Programma Grensverleggende IT (GrIT)
7e Voortgangsrapportage
Halfjaarlijks
Afgerond
H 10, artikel 7DMF, artikel 6
Kamerstuk 35728, nr. 23
Tabel 51 Thema 5. 'Koers voor Versterking', subthema 5.1. «Internationale Samenwerking»
Evaluatie
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel
Vindplaats/toelichting onderzoek
NLD-DEU samenwerkingsverbanden
Synthese (beleidsdoorlichting)
2024
Afgerond
H 10, artikel 3DMF, artikel 3
Kamerstuk 31 516, nr. 44
Overige missie-bijdragen
Voortgangsrapportage
Jaarlijks
Afgerond
H 10, artikel 1
Link naar rapport
Inzet NAVO-Oostflank
Voortgangsrapportage
Jaarlijks
Afgerond
H 10, artikel 1
Kamerstuk 28676, nr. 505
Benutten EU-instrumenten capaciteitsontwikkeling
Ex-durante evaluatie
2026i.p.v.2025
Anders (lopend)
H 10, artikel 10
Om Europese defensiesamenwerking op het terrein van capaciteitsontwikkeling te kunnen vergroten, is het van belang dat EU-instrumenten en processen (CDP, CARD, PESCO, EDA, EDF) optimaal worden benut. Defensie heeft daarom het initiatief genomen dit lopende proces te evalueren, dit is toegezegd in de Defensiebegroting 2025. De ADR voert de evaluatie uit.Tijdens de evaluatie wordt gekeken naar de wijze waarop Defensie invulling geeft aan de inzet van de bovengenoemde EU-instrumenten, en hoe dit bijdraagt aan het versterken van het interne defensieproces van capability development, om vervolgens goede voorbeelden en verbetermogelijkheden hiervoor te identificeren. Dit stelt Defensie in staat om de inzet van de EU-instrumenten in het interne defensieproces van capability development te verbeteren. Verwachte oplevering van het rapport is Q2 2026.
Europees Defensiefonds
Ex-durante evaluatie
n.v.t.
Anders (geannuleerd)
H 10, artikel 10
Het EDF is een jaarlijks fonds vanuit de Europese Commissie voor onderzoek- en ontwikkelprojecten. Aangezien de Commissie niet de volledige kosten dekt, dienen de lidstaten bij te dragen met cofinanciering. Defensie stelt stelselmatig budget ter beschikking ter bevordering van de deelname van Nederlandse partijen aan het EDF. Het voornemen was om in 2025-2026 te evalueren of het proces van de wijze van besteding van deze gelden en resulterende ondersteuning van de Nederlandse partijen effectief en efficiënt is. Het financiële proces is in de tussentijd echter al meerdere keren doorlopen en daarmee intern getest en verbeterd. Hiermee waren de initiële vragen die als basis dienden voor de evaluatie, reeds beantwoord en was een separate evaluatie niet meer nodig.
Tabel 52 Thema 5. 'Koers voor Versterking', subthema 5.2. «Kennis en Innovatie»
Evaluatie
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel
Vindplaats/toelichting onderzoek
Strategische Kennis- en Innovatieagenda (SKIA)
Ex-post evaluatie
2025
Afgerond
DMF, artikel 1
De SKIA 2021-2025 (Kamerstuk 35570-X, nr. 32) is geëvalueerd aan de hand van impact en gebruiksnut voor betrokkenen, om zo handvaten te krijgen voor de beleidsagenda op kennis en innovatie (K&I). Deze evaluatie is opgesteld voor intern gebruik en uitgevoerd door een extern bureau om een onafhankelijk perspectief te bieden. De belangrijkste aanbevelingen uit de evaluatie waren onder meer het duidelijk definiëren van doelgroepen, het bepalen van de focus op basis van benodigde operationele effecten voortkomend uit het intern krijgsmachtsontwikkelingsproces, en het betrekken van het bedrijfsleven en kennisinstellingen bij het ontwikkelen van de strategie en duiding van de overkoepelende richting. Verder werd geadviseerd obstakels in de samenwerking met het bedrijfsleven en kennisinstituten weg te nemen en om de interne K&I-organisatie verder te versterken. Deze inzichten zijn meegenomen in het proces om te komen tot de nieuwe Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (samenvoeging SKIA en DIS) (Kamerstuk 31125, nr. 134).
Tabel 53 Overige onderzoeken en evaluaties: subsidie-evaluaties
Evaluatie
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel
Vindplaats/toelichting onderzoek
Subsidieverstrekkingen
Ex-durante evaluatie
2022
Afgerond
H 10, artikel 9
In 2022 zijn meerdere subsidie-evaluaties uitgevoerd (zie bijlage 7.4 subsidieoverzicht, tabel 45). Hieronder vallen bijvoorbeeld subsidieverstrekkingen aan vier veteranenorganisaties die nu gezamenlijk onderdeel zijn van een enkele stichting: het Nederlands Veteranen Instituut. Voor het verantwoordingsonderzoek 2021 heeft de algemene rekenkamer (AR) onder andere naar het subsidiebeheer van defensie gekeken. De hieruit voortgekomen aanbevelingen gebruikt defensie om het subsidiebeheer te verbeteren.
Stichting Nederlandse Veteranendag
Subsidie-evaluatie
2022
Afgerond
H 10, artikel 9
In 2022 is de subsidie aan de stichting Nederlandse Veteranendag geëvalueerd. Stichting Nederlandse Veteranendag is per 2021 opgegaan in de stichting Nederlands veteraneninstituut. De effecten van de activiteiten in het kader van de Nederlandse veteranendag op het gebied van (maatschappelijke) erkenning en waardering zijn overwegend positief. De activiteiten dragen bij aan de doelstellingen van de stichting en de beleidsdoelstellingen van defensie. Stichting NLVD weet met een redelijk stabiel budget een steeds groter effect te genereren. De subsidie is zowel doeltreffend als doelmatig.
Stichting Veteraneninstituut (Vi)
Subsidie-evaluatie
2022
Afgerond
H 10, artikel 9
In 2022 is de subsidie aan de stichting veteraneninstituut (VI) geëvalueerd. Stichting veteraneninstituut is per 2021 opgegaan in de stichting Nederlands veteraneninstituut. De activiteiten uitgevoerd door het VI dragen bij aan beleids- en subsidiedoelstellingen op het gebied van erkenning en waardering voor veteranen. Met het uitvoeren van haar taken leverde het VI een meerwaarde op het gebied van veteranenwelzijn. Doelmatigheid en doeltreffendheid van sommige activiteiten is in enkele gevallen moeilijk te bepalen vanwege de aard van de activiteiten die het opstellen van prestatie-indicatoren bemoeilijkt.
Stichting de Basis
Subsidie-evaluatie
2022
Afgerond
H 10, artikel 9
In 2022 is de subsidie aan de stichting de basis geëvalueerd. Stichting de basis is per 2021 opgegaan in de stichting Nederlandse veteraneninstituut. De activiteiten van stichting de basis dragen bij aan het verbeteren van de gezondheid en het welzijn van veteranen en hun relaties. Niet voor alle activiteiten zijn duidelijke prestatie-indicatoren opgesteld. Dit komt mede door de aard van de werkzaamheden. Hierdoor is het niet altijd mogelijk om de doeltreffendheid en doelmatigheid vast te stellen. desondanks leverde de stichting een unieke bijdrage aan het veteranenwelzijn. De stichting is voor het leveren van maatschappelijk werk gebonden aan professionele standaarden en richtlijnen op het gebied van maatschappelijke zorg hetgeen ook bijdraagt aan een doelmatige en doeltreffende zorgverlening.
Vereniging Veteranenplatform
Subsidie-evaluatie
2022
Afgerond
H 10, artikel 9
In 2022 is de subsidie aan de vereniging veteranenplatform geëvalueerd. Het veteranenplatform voert een belangrijke taak uit op het gebied van erkenning, waardering en zorg voor veteranen. Deze taak voor erkenning en waardering is opgenomen in de veteranenwet en het veteranenbesluit. Het is echter niet altijd mogelijk om de doeltreffendheid en doelmatigheid van de activiteiten aan te tonen, wat onder andere ligt aan de aard van de activiteiten. De speerpunten van het VP sluiten wel (in bredere zin) aan op de beleidsdoelstellingen van defensie. In 2027 wordt de subsidie aan de vereniging veteranenplatform weer geëvalueerd, waarna de resultaten worden opgenomen in het jaarverslag defensie.
Stichting Nationale Taptoe
Subsidie-evaluatie
2022
Afgerond
H 10 artikel 9
In 2022 is de subsidie aan de Stichting Nationale Taptoe geëvalueerd. De activiteiten van de Nationale Taptoe dragen bij aan de doelstelling van defensie en de zichtbaarheid van defensie in de samenleving. Het militaire karakter dient behouden te blijven, ook voor het aantrekken van een breder en nieuw publiek. Defensie kan deze activiteiten zelf niet doelmatiger uitvoeren, omdat dit duurder is en kan leiden tot verdringingseffecten. In 2027 wordt de subsidie aan de stichting Nationale Taptoe weer geëvalueerd, waarna de resultaten worden opgenomen in het jaarverslag defensie.
Universiteit van Amsterdam (Leerstoel Militair recht)
Subsidie-evaluatie
2022
Afgerond
H 10, artikel 9
In 2022 is de subsidie aan de universiteit van Amsterdam (leerstoel militair recht) geëvalueerd. De subsidie voor de leerstoel is effectief en het subsidie-instrument is doelmatig in relatie tot het defensiebeleid. De leerstoel levert een waardevolle en unieke bijdrage aan het onderwijs van specialistisch defensiepersoneel en levert relevant wetenschappelijke onderzoek op. Er bestaan geen twijfels over nut, wenselijkheid en doelmatigheid van deze subsidie. De subsidie dient in hoge mate de onderwijsbelangen van het ministerie van defensie, welke niet elders gediend kunnen worden, en draagt aanzienlijk bij aan het verhogen van het wetenschappelijk niveau op het terrein van het militair recht. In 2027 wordt de subsidie aan de universiteit van Amsterdam (leerstoel militair recht) weer geëvalueerd, waarna de resultaten worden opgenomen in het jaarverslag defensie.
Stichting Maritiem Kenniscentrum
Subsidie-evaluatie
2022
Afgerond
H 10, artikel 9
In 2022 is de subsidie aan de Stichting Maritiem Kenniscentrum geëvalueerd.Het MKC heeft de volgende activiteiten uitgevoerd: het creëren en onderhouden van een adequate maritieme kennisbasis bij het bedrijfsleven en de overheid en het onderhouden van een kennisinfrastructuur door het creëren van een maximale synergie en interactie tussen de verschillende kennisgebieden. Het mkc heeft door het uitvoeren van de bovengenoemde activiteiten laten zien dat deze bijdragen aan de beleidsdoelen van defensie. Defensie kan deze activiteiten niet zelf uitvoeren (voor deze minimale middelen) wegens expertise en mogelijke verdringingseffecten. In 2027 wordt de subsidie aan de stichting maritiem kenniscentrum weer geëvalueerd, waarna de resultaten worden opgenomen in het jaarverslag defensie.
Stichting Historische Vlucht
Subsidie-evaluatie
2022
Afgerond
H 10 artikel 9
In 2022 is de subsidie aan de stichting Historische Vlucht geëvalueerd. de subsidie blijkt effectief en doelmatig in relatie tot het defensiebeleid. defensie kan deze activiteiten niet zelf uitvoeren omdat dit leidt tot hogere kosten en mogelijke verdringingseffecten. De instandhouding van de Nederlandse Militaire Luchtvaarthistorie en het opbouwen van kennis hiervan vinden op relatief goedkope wijze plaats dankzij de vrijwilligers. Aangezien de zichtbaarheid en publieke relaties van defensie hiermee ondersteund worden is deze subsidie doeltreffend. een subsidie is daarbij het meest geschikte instrument. In 2027 wordt de subsidie aan de stichting historische vlucht weer geëvalueerd, waarna de resultaten worden opgenomen in het jaarverslag defensie.
Stichting wetenschappelijk onderwijs en onderzoek NLDA (SWOON)
Subsidie-evaluatie
2022
Afgerond
H 10, artikel 9
In 2022 is de subsidie aan de stichting wetenschappelijk onderwijs en onderzoek NLDA (SWOON) geëvalueerd. De subsidie voor de SVOON is effectief en het instrument is doelmatig. De activiteiten van de stichting dragen bij aan de doelstelling van defensie tot het mogelijk maken van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek binnen de faculteit militaire wetenschappen van de nederlandse defensie academie. Defensie kan deze activiteiten niet zelf uitvoeren. In 2027 wordt de subsidie aan de SWOON weer geëvalueerd, waarna de resultaten worden opgenomen in het jaarverslag defensie.
Stichting Phantasy in Blue
Subsidie-evaluatie
2022
Afgerond
H 10, artikel 9
In 2022 is de subsidie aan de stichting phantasy in blue (phib) geëvalueerd. De subsidie stichting phib is onvoldoende doeltreffend omdat het aantal activiteiten sterk afnam en de stichting daarmee onvoldoende bijdraagt aan de doelen van defensie (zichtbaarheid). Ondanks dat de subsidie een minimum aan defensiemiddelen heeft gevergd, is de subsidie tevens onvoldoende doelmatig omdat er te weinig activiteiten voor defensie zijn uitgevoerd. Daarnaast is de inzet van het instrument subsidies duur en administratief intensief, waardoor een alternatieve wijze van bekostiging meer passend is. Op basis van deze conclusies was het advies om de subsidie niet voort te zetten. De subsidie is daarom niet meer toegekend.
Invictus Games
Subsidie-evaluatie
2022
Anders
H 10, artikel 9
De invictus gamessubsidie is een incidentele (of eenmalige) subsidie. Deze subsidie is daarom via een separaat traject verantwoord. De verantwoording van deze subsidie heeft in 2023 plaatsgevonden via een controle van vws en defensie.
ASL BISL Foundation
Subsidie-evaluatie
2022
Anders
H 10, artikel 9
Deze evaluatie is niet uitgevoerd. De asl bisl foundation is eind 2022 opgeheven en voert geen activiteiten meer uit in het kader van de subsidie asl bisl (betrof frameworks die organisaties, waaronder defensie, konden toepassen bij het verbeteren van resp. applicatie- en informatiebeheer). Deze subsidie wordt per 2021 niet meer verstrekt.
Stichting Koninklijke Defensiemusea (SKD)
Subsidie-evaluatie
2026i.p.v.2024
Uitgesteld
H 10, artikel 9
Het evaluatieonderzoek naar de subsidie aan de skd was eerder al uitgesteld door afrondende besluiten over de marine huisvesting, Het definitief sluiten van het marechausseemuseum (december 2024) en een bijstelling van het dbfmo. De subsidie-evaluatie wordt nu begin 2026 afgerond.
Tabel 54 Overige onderzoeken en evaluaties
Evaluatie
Type onderzoek
Afronding
Status
Begrotingsartikel
Vindplaats/toelichting onderzoek
Publieke investeringen in een politieke context
Interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO)
2022
Afgerond
H 10, artikel 10
Link naar onderzoek
PARESTO
Doorlichting agentschap
2025i.p.v.2024
Afgerond
H 10, artikel 8Agentschap, separate begroting
Link naar onderzoek
Klik hier om de Defensiebegroting 2025 te downloaden, met in hoofdstuk 2.4 «Strategische Evaluatieagenda» de actuele programmering van onderzoeken en evaluaties.
Op www.rijksfinancien.nl is een interactieve versie van de SEA te vinden, raadpleeg hiervoor het overzicht ingepland en uitgevoerd onderzoek.
Bijlage 3: Inhuur externen
In 2025 geeft Defensie € 506,3 miljoen uit aan externe inhuur binnen haar defensiebegroting en het DMF. Voor het DMF betreft dit met name de inhuur van IT-capaciteit voor projecten. De kosten van inhuur door de batenlastendienst Paresto zijn ook in dit overzicht verwerkt voor een bedrag van € 9,0 miljoen.
De personele uitgaven (inclusief de mindering van de uitgaven van de pensioenen en kosten plaatsing in het buitenland) komen uit op € 6,471 miljard. De totale uitgaven voor externe inhuur zijn € 31,5 miljoen hoger dan vorig jaar. Dit komt voornamelijk door inhuur in de categorie Uitzendkrachten die met € 26,8 miljoen is toegenomen.
Het inhuur percentage van Defensie, conform de rijksbrede berekenings wijze, komt uit op 7,8. Dit percentage is 0,1 procenpunt lager dan vorig jaar.
Tabel 55 Ministerie van Defensie Verslagjaar 2025 (bedragen x € 1.000)
1. Interim-management
10.189
2. Organisatie- en formatieadvies
3.446
3. Beleidsadvies
3.729
4. Communicatieadvisering
2.316
Beleidsgevoelig
19.680
5. Juridisch advies
363
6. Advisering opdrachtgevers automatisering
343.960
7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie
487
(Beleids)ondersteunend
344.810
8. Uitzendkrachten (formatie en piek)
141.775
Ondersteuning bedrijfsvoering
141.775
Totaal uitgaven inhuur externen
506.265
Tabel 56 Inhuur externen buiten raamovereenkomsten 2025
Aantal overschrijdingen maximumuurtarief
1
Toelichting
Project Replacement Netherlands Submarine Capabillity heeft het maximum uurtarief voor inhuur overschreden.
Bijlage 4: Rapportage Burgerbrieven
Tabel 57
Tabel 58 Bezwaarschriften
Aantal ontvangen in verslagjaar
Wet open overheid
Militaire Luchtvaart Autoriteit
Algemene Verordening Gegevensbescherming
Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten
Tolkenregeling
Overig
142
15
9
8
3
105
2
Tabel 58
Tabel 59 Klachten
Klachten in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene Wet Bestuursrecht
Klachten over het gedrag van ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee bij de uitvoering van hun taken onder de Politiewet 2012.
Klachten binnengekomen bij de Militaire Luchtvaart Autoriteit
Afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn
Percentage afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn
57
450
0
387
76%
Tabel 59
Tabel 60 Woo-verzoeken
Aantal ontvangen in verslagjaar
Aantal afgedaan met besluit
Aantal afgedaan zonder besluit
Aantal besluiten binnen (verdaagde) wettelijke termijn
Percentage besluiten die zijn afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn
Aantal ontvangen ingebrekestellingen
Bedrag betaalde dwangsommen
161
86
57
23
27%
22
€9.600,-
Tabel 60
Tabel 61 Wiv-verzoeken
Aantal ontvangen in
verslagjaar
Afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn
Percentage afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn
Aantal ontvangen ingebrekestellingen
Bedrag betaalde dwangsommen
35
26
74%
0
0
Tabel 61
Tabel 62 Rijksoverheid e-mailberichten en telefonie
Aantal ontvangen via rijksoverheid in verslagjaar
Aantal doorgestuurd naar Defensie
Percentage doorgestuurd naar Defensie
10.926
1.599
15%
Naast de bovengenoemde categorieën heeft het ministerie van Defensie in 2025 tevens 344 overige burgerbieven ontvangen.
Bijlage 5: Veiligheid
Opvolging van toezeggingen naar aanleiding van aanbevelingen van toezichthouders
In deze bijlage vindt u een overzicht van de voortgang op de toezeggingen aan uw Kamer naar aanleiding van aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) en de Inspectie Veiligheid Defensie (IVD). Een aantal toezeggingen is uitgevoerd en wordt in dit overzicht afgedaan. Deze toezeggingen zullen niet terugkeren in toekomstige overzichten.
Tabel 62 Opvolging toegezegde maatregelen naar aanleiding van aanbevelingen Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) en Inspectie Veiligheid Defensie (IVD)
Toezegging
Af
Voortgang
OVV-rapport Mortierongeval Mali, Kamerstuk 34 775 X, nr. 7 van 28 september 2017
1
Direct na het uitkomen van het OVV-rapport zijn de nog in voorraad zijnde 60 mm HE 80 granaten van de betreffende granaten geblokkeerd. De gehele voorraad 60 mm mortiergranaten zal worden vernietigd.
Nee
Afgelopen jaar heeft in het teken gestaan van de voorbereiding op het veilig ruimen van de resterende mortiergranaten, er zijn in aanvulling op 2024 geen granaten gedemilitariseerd. TNO heeft afgelopen jaar in samenspraak met het Defensie Munitiebedrijf gewerkt aan de ontwikkeling van een op afstand bediende tool voor volledige demontage van de mortiergranaten en neutralisatie van potentieel gevoelige restcomponenten. Deze tool is nog in ontwikkeling. Het daadwerkelijk demonteren van de mortiergranaten is afhankelijk van succesvol uitgevoerde testen en eventuele aanpassingen aan de tool. Zoals vorig jaar aan uw Kamer gemeld zijn in 2024 de mortiergranaten op één van de zeven opslaglocaties geruimd. De planning is dat er in 2026 drie andere locaties volgen (ca. 30% van het totale aantal te ruimen granaten) en de procedures worden beschreven om de opruiming van de resterende opslaglocaties te starten. Hierbij staat de veiligheid voorop. Ook is Defensie afhankelijk van het doorlopen van alle benodigde vergunningstrajecten. Gedurende het gehele proces onderhoudt het Munitiebedrijf nauwe contacten met de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) en Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).
IVD-rapport Het Markiezaat, Kamerstuk 35 500 X, nr. 7 van 14 oktober 2019
2
De huidige versie van de MP 40-30 is in 2010 gepubliceerd. Eerder informeerden wij u dat de MP 40-30 in het tweede kwartaal van dit jaar gereed zou zijn (Kamerstuk 35 000 X, nr. 81). De schietinstructie voor speciale eenheden – waaronder het aanpassen van de regels voor CQB-schietinrichtingen – hebben we eerder dit jaar ingevoerd. Dit wordt verwerkt in de MP 40-30. Daarnaast zijn we bezig met het harmoniseren van het schietbeleid tussen de verschillende krijgsmachtdelen. Dit moet zorgvuldig gebeuren en dat kost tijd. Dit maakt dat de MP 40-30 op een later moment dan voorzien wordt vastgesteld. Dit voorschrift wordt ook gepubliceerd op een eenvoudig vindbare centrale locatie.
Ja
De herziene versie van de MP 40-30 is eind 2025 vastgesteld. Daarmee wordt deze toezegging afgedaan.
IVD-rapport Vervoer gevaarlijke stoffen, Kamerstuk 35 570 X, nr. 78 van 1 december 2020
3
Een voorstel van Defensie om ervaring te behouden door het personeel werkzaam binnen het veiligheidsdomein, waaronder het vervoer van gevaarlijke stoffen, langer op functie te houden zal in het overleg met de vakbonden worden besproken.
Nee
Op deze maatregel is ten opzichte van vorig jaar geen voortgang bereikt. Aan de uitvoering van deze toezegging wordt komend jaar verder gewerkt. Mogelijke aanpassingen aan het functieroulatiesysteem hebben niet alleen impact op het veiligheidsdomein maar ook op de bedrijfsvoering van andere domeinen binnen Defensie. Hierdoor moeten eventuele aanpassingen in samenhang worden bezien en is er nog geen uitsluitsel op dit punt.
4
Defensie onderzoekt in het kader van het nieuwe personeelsmodel de mogelijkheid om loopbaansporen binnen het veiligheidsdomein in te richten.
Nee
Zie toelichting onder punt 4.
5
De Taskforce Logistiek zal bekijken of in aanvulling op het bovenstaande meer nodig is om de afzender adequaat te ondersteunen.
Nee
Zoals vorig jaar aan uw Kamer gemeld is er gewerkt aan het voorzien van mobiele scanapparatuur. In aanvulling op eerder aangeschafte apparatuur zijn er afgelopen jaar opnieuw meer vaste scanners aangekocht en geïnstalleerd. Ook is de aanbesteding voor de mobiele scanners gestart. Het geheel betreft de inrichting van een mix van bagagescanners in verschillende afmetingen voor ‘tassen en koffers’ en ‘container transport’.
IVD-rapport Risico's onderkend? (blikseminslag), Kamerstuk 35 570 X, nr. 81 van 13 januari 2021
6
Na de herziening van de Aanwijzing ‘SG-007’ – gepland voor 2021 – wordt de onderliggende documentatie hiermee in lijn gebracht. Lagere regelgeving wordt daardoor in 2022 aangepast.
Ja
De herziening van de SG-007 (de Aanwijzing over veiligheid, gezondheid en milieu bij Defensie) is inmiddels afgerond. De SG-007 bevat een voorziening waarmee lagere regelgeving kan worden aangepast op basis van veranderende omstandigheden bij Defensie, zonder dat hierbij de al bestaande veiligheidsmanagementsystemen hoeven worden aangepast. Daarmee wordt deze toezegging afgedaan.
IVD-rapport «Veiligheid in de lucht». Zelfbeschieting F-16 Vliehors, Kamerstuk 35570 X, nr. 93 van 25 mei 2021
7
Defensie heeft voor de veiligheid van medewerkers in de controletoren besloten om niet de controletoren, maar de doelen en de aanvliegroute hiernaartoe te verplaatsen. Op deze manier verandert de ligging van het doelengebied ten opzichte van de huidige controletoren. Daardoor wordt het risico op beschieting van de toren verkleind. Hierna is de Koninklijke Luchtmacht gestart met het project om de doelen en de aanvliegroute hiernaartoe te verplaatsen. De verwachting is dat, als alles goed verloopt, de verplaatsing van de oefendoelen in 2023 is gerealiseerd. Na het verplaatsen van de doelen evalueert de Commandant Luchtstrijdkrachten integraal alle restrisico’s van de nieuwe situatie. Na deze evaluatie wordt vastgesteld of verplaatsing van de controletoren nog noodzakelijk is.
Nee
Defensie beschikt evenals vorig jaar nog niet over een natuurvergunning die de omkering van de aanvliegroute toestaat en Defensie beschikt nog niet over een onherroepelijke vergunning om de doelen te verplaatsen. De bestuursrechter heeft in november 2024 uitspraak gedaan in het beroep van twee natuurorganisaties tegen de natuurvergunning voor de militaire trainingsactiviteiten op de Vliehors Range op Vlieland. Onder de natuurvergunning valt onder meer de omkering van de aanvliegroute naar de ‘strafing targets’. Defensie is hierbij in het ongelijk gesteld en de natuurvergunning is vernietigd. Defensie heeft hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak. Voor het verplaatsen van de doelen is inmiddels een omgevingsvergunning verleend. Hiertegen zijn echter beroepen ingesteld.
IVD-rapport Ontploffen bodem Zodiac verkenningsboot, Kamerstuk 35 925 X, nr. 81 van 22 mei 2022
8
Defensie werkt de uitvoering van het delen van geïdentificeerde risico’s uit voorvalonderzoeken met leveranciers en fabrikanten nader uit in een instructie.
Nee
Op deze maatregel is ten opzichte van vorig jaar geen voortgang bereikt. Het voornemen is om deze toezegging mee te nemen in een instructie ten aanzien van veiligheidsmanagementsystemen die defensiebreed wordt opgesteld. Naar verwachting is dit in 2026 afgerond. Hierna zal deze toezegging kunnen worden gedaan.
IVD-rapport ‘Onderzoek naar risico’s bij de BSB opleiding VWI-A’, Kamerstuk 36 200 X, nr. 9 van 7 oktober 2022
9
Defensie gaat na bij welke opleidingen een RI&E nog ontbreekt en stelt een concreet plan op om die tekortkoming te herstellen. Daarbij wordt prioriteit gegeven aan opleidingen waar risico’s evident hoger zijn, zoals de VWI-A van de BSB.
Ja
In 2024 is gemeld dat er bij het Opleidings-, Trainings- en Kenniscentrum (OTC) van de Koninklijke Marechaussee voor alle opleidingen een RI&E (risico-inventarisatie en -evaluatie) beschikbaar was, behalve bij de opleiding voor de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB). Dit is bij de BSB in Q1 2026 voltooid, waarmee deze toezegging wordt afgedaan.
IVD-voorvalonderzoek «Schietongeval Kamp Marmal, Afghanistan (16 januari 2021)» en IVD-voorvalonderzoek «Val van CV90-gevechtsvoertuig in Duitsland (5 september 2019)» Kamerstuk 36 124, nr. 36 van 5 oktober 2023.
10
In lijn met de aanbevelingen van de IVD zal Defensie de e-learning actualiseren en herzien. Daarnaast zal in de opleiding ter voorbereiding op specifieke missies meer aandacht besteed worden aan het veiligheidsbewustzijn.
Ja
Afgelopen jaar is de aanpassing aan de module Veiligheid in de e-learning Militaire Basis Vaardigheden (MBV) afgerond. De module is bedoeld om militairen een gedegen basiskennis te geven van veiligheid. Daarmee wordt deze toezegging afgedaan.
IVD-rapport «Beheersing van munitieveiligheidrisico’s», Kamerstuk 36 410 X, nr. 14 van 11 december 2023
11
In lijn met het IVD-rapport «Beheersing van munitieveiligheidsrisico’s» zal Defensie zowel binnen als tussen de defensieonderdelen de structurele uitwisseling van kennis over de beheersing van munitieveiligheidsrisico’s verbeteren. Hierbij is onder meer te denken aan het delen van best practices en lessons identified.
Nee
Zoals vorig jaar aan uw Kamer gemeld zijn inmiddels twee functionarissen aangesteld voor een regierol ten behoeve van structurele kennisuitwisseling over de beheersing van munitieveiligheidsrisico’s. Het vervolg op deze toezegging wordt opgepakt als onderdeel van het Verbeterplan Munitiebeheer dat is opgesteld naar aanleiding van een door de Algemene Rekenkamer geconstateerde onvolkomenheid ten aanzien van munitiebeheer. Momenteel wordt er gewerkt aan nadere uitwerking van het verbeterplan.
12
In lijn met het IVD-rapport «Beheersing van munitieveiligheidsrisico’s» zal Defensie vaststellen wat het niveau van competenties en ervaring moet zijn van personeel dat betrokken is bij de opslag, het transport en het gebruik van munitie om zowel bij oefeningen als inzet de munitieveiligheidsrisico’s te beheersen.
Nee
Zie toelichting onder punt 11.
IVD-rapport "Schietongeval Camp Bulldog", Kamerstuk 36 410-X, nr. 94 van 1 juli 2024
13
Er wordt verder gewerkt aan de implementatie van maatregelen die bijdragen aan het bevorderen van het veiligheidsbewustzijn en de meldingsbereidheid (Kamerbrief naar aanleiding van IVD-rapporten ‘Schietincident kamp Marmal’ en ‘Val van een CV90’.
Ja
Zie toelichting onder punt 10. Daarmee wordt deze toezegging afgedaan.
IVD-rapport «Dodelijk ongeval met een CV90», Kamerstuk 36 600-X, nr. 87 van 4 juli 2025
14
Bij de Midlife Update (MLU) van de CV90 worden de brandstoftanks compleet gereinigd. Voor de CV90’s die nog niet aan de MLU toe zijn, wordt een actieplan opgesteld om deze een gegarandeerde reiniging van het complete brandstofsysteem te geven. Daarbij wordt het gebruik van de Deto-stop nader onderzocht. Om zaken uit te sluiten wordt tevens een plan gemaakt om waar nodig periodiek de volledige Deto-stop inhoud van voertuigen te vervangen.
Nee
De defensieonderdelen zijn opgedragen deze maatregelen uit te voeren. Er zijn nog geen ontwikkelingen te melden ten aanzien van de uitvoering van deze maatregel.
15
CLAS en COMMIT onderzoeken hoe het Wapensysteem Overleg (WSO) verder verbeterd kan worden. Hierbij wordt ook de kennisborging meegenomen, om daarmee het verloop van kennis en ervaring door wisseling van personeel te verkleinen. De CDS geeft daarnaast CLAS de opdracht om structureel veiligheidsdagen in te richten waarop dergelijke incidenten en maatregelen met de gebruikers worden gedeeld.
Nee
COMMIT heeft afgelopen jaar een integraal evaluatieverslag opgesteld voor mogelijke aanpassingen aan het WSO voor de CV90. De uitwerking hiervan wordt komend jaar verder opgepakt.
16
Vanuit de lopende processen om de infrastructuur van Defensie structureel te verbeteren zal worden onderzocht hoe en wanneer de concentratie van de middelen ten behoeve van de CV90-rijopleiding gerealiseerd kan worden.
Nee
Zie toelichting onder punt 14.
Bijlage 6: Input-Output Defensie-uitgaven 2% bbp
Tabel 63 Input-Output Defensie-uitgaven 2% bbp
Input-Output Defensie-uitgaven 2% bbp
Cijfers JV&SW 2025
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Originele input 2% (VJN25)1
21.019
24.943
25.942
27.005
27.996
29.023
Intensivering VJN25
90
507
657
737
Huidige input VJN25
21.019
24.943
26.032
27.512
28.653
29.760
Nominaal bbp MEV 20262
1.187.338
1.234.396
1.282.931
1.332.242
1.381.962
1.436.069
%-bbp (input)
1,77%
2,02%
2,03%
2,07%
2,07%
2,07%
Cumulatief saldo in voorgaande perioden verwerkte maatregelen
520
521
510
Maatregelen huidige periode:
Maatregel A: saldo kasschuiven
‒ 128
‒ 24
‒ 4
18
16
122
Maatregel B: saldo in- of extensiveringen
Maatregel C: Onderuitputting en EJM
232
Maatregel D: Overboekingen van andere departementen (toerekenbaar)
393
26
45
47
50
56
Maatregel E1: Overboekingen naar andere departementen (totaal)
‒ 454
‒ 20
‒ 29
‒ 31
‒ 36
‒ 36
Maatregel E2: Overboekingen naar andere departementen (waarvan toerekenbaar)
454
20
29
31
36
36
Maatregel F: saldo overig
80
10
‒ 1
‒ 2
‒ 1
‒ 1
Maatregel G: Bijstelling toerekeningen op begroting andere departementen
168
71
47
46
41
23
Maatregel H: Budgettaire bijstelling pensioenen3
8.441
‒ 375
‒ 375
‒ 375
‒ 375
Maatregel I: Verschuiving Defensiebegroting naar begroting OEK
‒ 330
Totaal maatregelen huidige periode
416
8.525
‒ 289
‒ 266
‒ 269
‒ 175
Maatregel J: Toerekenbare pensioenen3
‒ 8.441
375
375
375
375
Totaal extracomptabele toerekening Defensie-uitgaven
‒ 8.441
375
375
375
375
Onderbesteding 2025:
Onderbesteding X 2025
‒ 40
Onderbesteding HGIS 2025
‒ 24
Onderbesteding K 2025
‒ 573
Totaal onderbesteding Defensie-uitgaven 2025
‒ 637
Stand Defensie-uitgaven JV25
20.799
25.026
26.638
28.142
29.269
29.960
%-bbp (output)
1,75%
2,03%
2,08%
2,11%
2,12%
2,09%
1 De bbp-raming uit CEP 2025 is gebruikt om de 2%-input te bepalen voor de noemersturing. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar Voorjaarsnota 2025 (bijlage 5).
2 De meest actuele raming van het bbp (MEV 2026) is gebruikt. Hiermee rapporteert Defensie op basis van de meest actuele stand van het bbp.
3 Deze correctie ziet toe op de affinanciering van de begrotingsgefinancierde militaire pensioenen. Dit wordt toegelicht in Artikel 10 Kerndepartement.
Bijlage 7: Lijst met afkortingen
Tabel 64 Afkortingen
Afkorting
Omschrijving
ADR
Auditdienst Rijk
AFCC
Air Force Capability Coalition
AIVD
Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
AR
Algemene Rekenkamer
AV-Akkoord
Arbeidsvoorwaarden-akkoord
BBP
Bruto Binnenlands Product
BENELUX
België Nederland Luxemburg
BIV
Budget Internationale Veiligheid
BKI
BeleidsKader Inzetvoorraden
BZ
Ministerie van Buitenlandse Zaken
BZK
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
C-130
Type transportvliegtuig
CBRN
Chemische, Biologische, Radiologische en Nucleaire (CBRN) middelen
CDS
Commandant der Strijdkrachten
CEP
Centraal Economisch Plan
CIO
Chief information Officer
CLAS
Commando Landstrijdkrachten
CLSK
Commando Luchtstrijdkrachten
COID
Centrale Organisatie Integriteit Defensie
COMMIT
Commando Materieel en IT
COTS/MOTS
Commercial/Military Off The Shelf
CW
Comptabiliteitswet
CZSK
Commando ZeeStrijdKrachten
DAOG
Directie Aansturen Operationele Gereedstelling
DBBB
Defensie Brand en Bedrijfsstoffen Bedrijf
D&I
Diversiteit & Inclusie
DMF
DefensieMaterieelbegrotingsFonds
DOSCO
Defensie OndersteuningsCommando
EDF
Europees Defensiefonds
EDTIB
Europese Defensie Technologische en Industriële Basis
eFP
Enhanced Forward Presence
EI2
European Intervention Initiative
EMASOH
European-led Maritime Awareness in the Strait of Hormuz
EODD
Explosieven Opruimingsdienst Defensie
EPF
European Peace Facility (Europese Vredesfaciliteit)
EU
Europese Unie
EULPC
European Union Liaison and Planning Cell
EUMAM
European Union Military Assistance Mission
EUTM
European Union Training Mission
EZK
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
F-16
Jachtvliegtuig
F-35
Vijfde generatie jachtvliegtuig
FABK
Financiële Administratie en Beheer Kantoor
FNIK
Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht
FO
Forensisch- en Opsporingsteam
GrIT
Grensverleggende Informatie Technologie
HNS
Host Nation Support
HR
Human Resources
ICC
International Criminal Court
ICT
Informatie- en CommunicatieTechnologie
IFU
International Fund for Ukraine
IenW
Infrastructuur en Waterstaat
IGO
Informatie Gestuurd Optreden
ISB
Incidentele Suppletoire Begroting
IT
Informatietechnologie (incl communicatie)
IVD
Inspectie Veiligheid Defensie
JEF
Joint Expeditionary Force
JenV
Ministerie van Justitie en Veiligheid
JIVC
Joint Informatievoorzieningscommando
Kmar
Koninklijke Marechaussee
KPI
Key Performance Indicator
MatLogCo
Materieellogistiek Commando
MGZ
Militaire Gezondheidszorg
MINUSMA
United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission
MIVD
Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
MPZ
Militaire Politiezorg
NIGS
Nadere Inventarisatie Gevaarlijkse Stoffen
N.V.
Naamloze Vennootschap
NATO
North Atlantic Treaty Organization
NAVO
Noord Atlantische VerdragsOrganisatie
NH-90
Helikopter
NLDA
Nederlandse Defensie Academie
NLR
Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum
NLVi
Stichting Nederlands Veteraneninstituut
OPCO
Operationeel Commando
OvV
Onderzoeksraad voor Veiligheid
PESCO
Permanent Structured Cooperation
QRA
Quick Reaction Alert
RBV
Rijksbegrotingsvoorschriften
RVB
Rijksvastgoedbedrijf
RVS
Regeling Volledige Schadevergoeding
RWT
Rechtspersonen met een Wettelijke Taak
SAC
Strategic Airlift Capability
SEA
Strategische Evaluatie Agenda
SKD
Stichting Koninklijke Defensiemusea
SVi
Stichting Veteraneninstituut
SVP
Strategisch Vastgoedplan
SWOON
Stichting Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek NLDA
SZVK
Stichting Ziektekosten Verzekering Krijgsmacht
TAKUBA
Taakgroep van de multinationale Combined Joint Special Operations Task Force (CJSOTF)
TNO
Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek
UDCG
Ukraine Defence Contact Group
UNDOF
United Nations Disengagement Observer Force
UNIFIL
United Nations Interim Force in Lebanon
UNTSO
United Nations Truce Supervision Organisation
USSC
United States Security Coordinator
VJTF(A)
Very High Readiness Joint Task Force (Air)
VJTF(M)
Very High Readiness Joint Task Force (Maritime)
VN
Verenigde Naties
VP
Vereniging Veteranen Platform
VPD
Vessel Protection Detachment
VTE
Voltijdsequivalent
Wiv
Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten
WNT
Wet Normering Topinkomens
Woo
Wet Openbare Overheid
ZBO
Zelfstandige Bestuursorganen
Zr. Ms.
Zijner Majesteits
Ondertekenaars
D. Yesilgöz-Zegerius, minister van Defensie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.