Jaarverslag : Jaarverslag Ministerie van Algemene Zaken, het Kabinet van de Koning en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2025
Tweede Kamer der Staten-Generaal
InhoudsopgaveGerealiseerde uitgaven en ontvangstenA. Algemeen1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverleningDechargeverlening door de Tweede KamerDechargeverlening door de Eerste Kamer2. LeeswijzerB. Beleidsverslag3. Beleidsprioriteiten4. Beleidsartikelen4.1 Artikel 1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleidA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de financiële instrumentenBedrijfsvoeringsparagraaf4.2 Kabinet van de Koning (IIIB)A. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de financiële instrumentenBedrijfsvoeringsparagraaf4.3 Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC)A. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de financiële instrumentenBedrijfsvoeringsparagraafC. Jaarrekening5. Departementale verantwoordingsstaat6. Samenvattende verantwoordingsstaat agentschap7. Jaarverantwoording agentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC)8. SaldibalansSaldibalans per 31 december 2025 van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA)Saldibalans per 31 december 2025 van het Kabinet van de Koning (IIIB)Saldibalans per 31 december 2025 van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC)9. WNT-verantwoording 2025 Ministerie van Algemene ZakenD. BijlagenBijlage 1: Afgerond evaluatie- en overig onderzoekBijlage 2: Inhuur externen
36 945 III Jaarverslag en Slotwet van het Ministerie van Algemene Zaken, het Kabinet van de Koning en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2025
Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN ALGEMENE ZAKEN, HET KABINET VAN DE KONING EN DE COMMISSIE VAN TOEZICHT OP DE INLICHTINGEN- EN VEILIGHEIDSDIENSTEN (III)
Ontvangen 20 mei 2026
Vergaderjaar 2025–2026
GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 118,4
Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 13,8
A. ALGEMEEN
1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening
AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.
Hierbij bied ik het departementale jaarverslag van het Ministerie van Algemene Zaken, het Kabinet van de Koning en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (III) over het jaar 2025 aan.
Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Algemene Zaken decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.
Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:
1. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;
2. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;
3. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
4. de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
5. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.
Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:
1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025;
2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;
3. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;
4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.
Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,R.A.A.Jetten
Dechargeverlening door de Tweede Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Tweede Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
Dechargeverlening door de Eerste Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Eerste Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.
2. Leeswijzer
Voor u ligt het jaarverslag 2025 van het Ministerie van Algemene Zaken (AZ), het Kabinet van de Koning (KvdK) en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). Het jaarverslag is als volgt opgebouwd:
A. een algemeen deel met de dechargeverlening; B. het beleidsverslag met de artikelen en de bedrijfsvoeringsparagraaf; C. de jaarrekening met de verantwoordingsstaat, de saldibalansen, de verantwoording van het agentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC) en de WNT-verantwoording; D. de bijlagen.
In de toelichtende tabellen kan door afronding het totaal afwijken van de som der onderdelen.
Specificatie apparaatsuitgavenDe begroting van AZ heeft geen apart centraal apparaatsartikel. De beleidsartikelen bevatten bij de toelichting onder de tabel «Budgettaire gevolgen van beleid» een gedetailleerde uitsplitsing van de apparaatsuitgaven.
Groeiparagraaf Ten opzichte van vorig jaar en ten opzichte van de begroting 2025 zijn er nauwelijks aanpassingen.
Grondslagen voor de vastlegging en de waarderingDe verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2026 en de Regeling agentschappen. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lasten agentschappen het baten-lastenstelsel.
FocusonderwerpDe Tweede Kamer verzoekt het Kabinet om bij de verantwoording over het jaar 2025 aandacht te besteden aan het thema 'Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld'. Het focusonderwerp is opgenomen in het beleidsverslag.
B. BeleidsverslagBeleidsprioriteitenDeze paragraaf gaat in op de belangrijkste resultaten over het afgelopen jaar.
BeleidsartikelEen beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen: A. Algemene doelstelling; B. Rol en verantwoordelijkheid; C. Beleidsconclusies; D. Budgettaire gevolgen van beleid; E. Toelichting op de financiële instrumenten.
Toelichting op de financiële instrumentenIn de toelichting op de financiële instrumenten wordt op bondige wijze ingegaan op opmerkelijke verschillen tussen de ontwerpbegroting en de realisatie in het verslagjaar. Hierbij worden afwijkingen boven de 5% toegelicht. Om inzicht te geven in de uitputting van de begroting, wordt zo nodig ook beneden deze norm een toelichting gegeven.
BedrijfsvoeringsparagraafPer beleidsartikel wordt in de bedrijfsvoeringsparagraaf informatie gegeven over de rechtmatigheid, het financieel en materiaal beheer en overige aspecten van de bedrijfsvoering.
C. JaarrekeningDe jaarrekening bestaat uit de verantwoordingsstaten, de saldibalansen met toelichting, de verantwoording van het agentschap DPC en de verantwoording op de Wet normering topinkomens (WNT).
D. De bijlagenIn het jaarverslag zijn de volgende bijlagen opgenomen:
– Afgerond evaluatie- en overig onderzoek
– Inhuur externen
B. BELEIDSVERSLAG
3. Beleidsprioriteiten
Voor AZ en de Minister-President staan, overeenkomstig artikel 45 van de Grondwet, het algemene regeringsbeleid en de bevordering van de eenheid daarvan centraal. Een groot deel van het werk van het ministerie en de Minister-President wordt bepaald door de voorbereiding van de besluitvorming over tal van onderwerpen van het regeringsbeleid in de ministerraad en zijn onderraden, zoals bijvoorbeeld in het fysiek domein en op het gebied van migratie. Daarnaast houdt het ministerie zich bezig met toelichting en verantwoording over het beleid in parlement, aan media en aan het publiek, en het ondersteunen van nationale en internationale optredens van de Minister-President.
Net als in 2024 is in 2025 een deel van de medewerkers van AZ verhuisd vanwege de renovatie van het Binnenhof. De tijdelijke huisvestingslocatie aan de Bezuidenhoutseweg 73 was begin 2025 gereed en eind mei verhuisden medewerkers gefaseerd naar de tijdelijke locaties.
VeiligheidIn 2025 bleek eens te meer dat binnen- en buitenlandse veiligheid sterk met elkaar zijn verbonden. Waar in het buitenland op steeds meer plekken onrust, instabiliteit en zelfs oorlog realiteit is, heeft dat regelmatig ook een direct effect op Nederland. De oorlog in Oekraïne is daarvan het meest duidelijke voorbeeld. De Russische agressie die ten grondslag ligt aan deze oorlog is een directe bedreiging voor de Europese en ook de Nederlandse veiligheid. Nederland heeft Oekraïense ontheemden opgevangen. Maar ook het conflict in Gaza is van betekenis gebleken op de binnenlandse veiligheid. Daarnaast zijn andere dreigingen aan de buitengrenzen van Europa en het Koninkrijk onverminderd aanwezig geweest.
In december 2023 heeft de NCTV het dreigingsniveau verhoogd naar 4 (substantieel), wat betekent dat de kans op een aanslag reëel is. Dit dreigingsniveau is in 2025 gehandhaafd. Het stimuleren van een gezamenlijke en overheidsbrede aanpak die reikt van het onderkennen van dreigingen, strafvervolging, detentie tot begeleiding, de-radicalisering en re-integratie, was en is daarom essentieel.
De dreiging van cyberaanvallen, maar ook andere vormen van zowel fysieke als digitale sabotage, blijven daarnaast onverminderd groot, in binnen- en buitenland. Deze dreigingen vergen (digitale) weerbaarheid, zowel van de overheid als van burgers en bedrijven, en de overheid heeft zich ook in 2025 ingezet om dit te versterken.
BuitenlandOok in 2025 hebben we gezien dat internationale conflicten verweven zijn met de Nederlandse nationale veiligheid. Nederland heeft in 2025 daarom sterk ingezet op internationale samenwerking, juist om deze significante dreigingen voor onze gemeenschappelijke veiligheid het hoofd te kunnen bieden. Nederland heeft zich om deze reden ook in 2025 constructief opgesteld in multilaterale samenwerkingsverbanden zoals de EU, NAVO en de VN. Deze organisaties zijn van cruciaal belang voor een veilig, stabiel en welvarend Nederland.
De NAVO-top in juli 2025 in Den Haag was daarom een belangrijk moment. Op deze top zijn de NAVO-bondgenoten een nieuwe NAVO-norm overeengekomen. Er is afgesproken voortaan 3,5% van het nationale Bruto Binnenlands Product (BBP) direct aan defensie te besteden en nog eens 1,5% aan bredere veiligheid- en defensie gerelateerde uitgaven. Voor Nederland blijft de NAVO de hoeksteen van onze collectieve veiligheid en afschrikking. Het significant investeren in de Europese krijgsmachten, waaronder ook de Nederlandse, is van groot belang voor de kracht van het bondgenootschap en daarmee voor onze gemeenschappelijke veiligheid.
Ook in EU-verband, met onder andere de Readiness Roadmap 2030 voor het versterken van de Europese Defensie, zijn belangrijke stappen gezet om de defensie-industrie te versterken. Nauwe samenwerking tussen de NAVO en de EU blijft voor Nederland een belangrijk aandachtspunt.
Nederland heeft zich in het afgelopen jaar hard gemaakt voor voortzetting van financiële en materiële steun aan Oekraïne, zowel in EU- als bilateraal verband. In 2025 werd het kabinetsbesluit genomen om in 2026 700 miljoen euro extra aan te wenden ten behoeve van steun aan Oekraïne. Het Kabinet blijft inzetten op het voortzetten van zowel militaire als niet-militaire steun aan Oekraïne en spreekt andere landen aan dit ook te doen.
Bouwen aan een sterke trans-Atlantische band blijft essentieel voor de veiligheid en het economische belang van Nederland. Tegelijk vragen verschillende geopolitieke uitdagingen, zoals de bedreigingen voor onze veiligheid en het schuiven van geopolitieke machtsblokken, steeds vaker ook een Europees antwoord.
Nederland heeft zich daarom in 2025 opgesteld als een constructief, kritisch maar vooral ook betrouwbaar partner in de EU. Nederland heeft in Europa gewerkt aan versterking van het Europese concurrentievermogen, het hervormen van de interne markt en aan de versterking van de Europese defensie en veiligheid. Ook is veel aandacht uitgegaan naar het voortzetten van militaire, politieke en diplomatieke steun aan Oekraïne, het versterken van civiele weerbaarheid, het nieuwe meerjarig financieel kader en migratie.
Voor handel zijn onafhankelijke geschillenbeslechting en een gelijk speelveld van cruciaal belang. Daarom heeft Nederland zich ook in 2025 in Europees verband hard gemaakt voor eerlijke handel en opgetreden tegen disproportionele staatssteun en buitenlandse inmenging. Daarbij werd gewerkt aan strategische onafhankelijkheid van kritieke grondstoffen in de waardeketen. Tegelijkertijd heeft Nederland oog gehad voor de hoge inflatie en stijgende energiekosten en in EU-verband stappen ondernomen om de energietransitie te versnellen.
In het bijzonder zijn ondernemerschap en investeringen belangrijk voor een welvarend Europa en moeten de administratieve lasten voor het bedrijfsleven zoveel mogelijk worden beperkt. Daarom zijn, mede door de Nederlandse inzet, stappen gezet om knellende Europese wet- en regelgeving op onder andere het gebied van defensie en landbouw te versimpelen en vereenvoudigen. Daarvoor zijn ook internationale handelsverdragen van belang en kan Nederland het akkoord dat is bereikt tussen de EU en de Mercosur-landen steunen. Tevens heeft Nederland zich met een kopgroep van Europese landen sterk gemaakt voor het tegengaan van de asielinstroom. Tot slot is in de eerste fase van de onderhandelingen over het meerjarig financieel kader met succes ingezet op modernisering en prioritering van veiligheid, migratie en concurrentievermogen.
Openbaarheidsparagraaf
In 2025 zijn er bij AZ belangrijke stappen gezet voor de verbetering van de informatiehuishouding. Zo is in het eerste kwartaal het nieuwe Document Management Systeem (DMS) geïmplementeerd. Gezien het grote belang om de informatiehuishouding te verbeteren is erop gestuurd om deze implementatie voorafgaand aan de verhuizing van het ministerie plaats te laten vinden. Het DMS is lopende het jaar in ontwikkeling gebleven om zodoende de aansluiting op de organisatie verder te verbeteren. De bewustwordingscampagne op het gebied van informatiehuishouding is tezamen met de onderwerpen informatiebeveiliging en privacy van start gegaan bij het ministerie. AZ heeft zich daarnaast in 2025 als koploper aangesloten bij de Rijksbrede technische voorziening bewaren chatberichten welke vanuit het Programma Open Overheid wordt gerealiseerd. Dit project zorgt voor een toekomstbestendige oplossing voor de veiligstelling van chatberichten van de bewindspersoon en sleutelfuncties bij het ministerie. In het laatste kwartaal van 2025 heeft het ministerie vernomen dat de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed het Inspectietraject bij het ministerie heeft afgerond en daarmee niet meer onder verlengd toezicht staat. Dit Inspectietraject is behulpzaam geweest voor de noodzakelijke verbeteringen bij de archivering bij AZ.
Onderuitputting
Bij het jaarverslag van 2023 besteedden departementen, op verzoek van de Tweede Kamer, aandacht aan resultaatbereik in relatie tot onderuitputting. Voor dit focusonderwerp werd een bijlage voorgeschreven. Vanwege de politieke actualiteit moet het onderwerp onderuitputting nu verplicht worden opgenomen in het beleidsverslag bij het jaarverslag over 2025.
Aan de hand van onderstaande tabel wordt de totale onderuitputting gepresenteerd. Daarbij worden de grootste en belangrijkste meevallende realisaties toegelicht.
Tabel 1 Grootste posten met onderuitputting bij AZ in 2025 (bedragen x € 1.000)
Onderuitputting in 2025
Als percentage van de vastgestelde ontwerpbegrotingbegroting
RVD
‒ 296
‒ 0,3%
TIB
‒ 80
‒ 0,1%
WRR
‒ 131
‒ 0,1%
overige mee- en tegenvallers
‒ 2.993
‒ 3,2%
Totaal Ministerie van Algemene Zaken (IIIA)
‒ 3.500
‒ 3,8%
Ministerie van Algemene Zaken (IIIA)
Rijksvoorlichtingsdienst (RVD)
De onderuitputting wordt met name veroorzaakt door vertraging in de uitgaven bij de Rijksvoorlichtingsdienst voor communicatieprojecten van het VoRa-meerjarenjaarprogramma. Met name door de projecten behorende bij diversiteit en inclusie, Interne communicatie, Corporate communicatie en Alles begint bij contact (ABBC) lopen achter in de verwachte realisatie. De vertraging in de uitgaven komt deels door het aanscherpen en aanpassen van uitvoeringsplannen, maar ook door personele tekorten en wisseling in de uitvoering.
Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB)
Door wisselingen in de bezetting is er vacature ruimte ontstaan waardoor het budget in 2025 niet volledig is uitgeput.
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR)
Door fluctuerende personeelsbezetting, waardoor er geen organisatiebrede projecten zijn uitgevoerd, en een wijziging in de presentatie van rapporten, is er minder budget gebruikt dan geraamd.
Overige mee-en tegenvallers
Er is per saldo sprake van een meevaller bij de overige uitgaven en ontvangsten die hoofdzakelijk veroorzaakt wordt door een incidentele ontvangst van € 4,4 miljoen van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) ten behoeve van werkzaamheden aan een datacenter.
Tabel 2 Grootste posten met onderuitputting bij het KvdK in 2025 (bedragen x € 1.000)
Onderuitputting in 2025
Als percentage van de vastgestelde ontwerpbegrotingbegroting
KvdK
‒ 93
‒ 2,8%
overige meevallers
‒ 8
‒ 0,2%
Totaal KvdK (IIIB)
‒ 101
‒ 3,1%
Kabinet van de Koning (IIIB)
Kabinet van de Koning (KvdK)
Bij KvdK is sprake van een geringe onderuitputting van € 93 duizend. Deze onderuitputting is grotendeels ontstaan door het niet kunnen vervullen van vacatures. Daarnaast zijn verwachte kosten in 2025 voor enige opleidingen van KvdK-medewerkers doorgeschoven naar 2026 en trainingen door externen komen te vervallen.
Tabel 3 Grootste posten met onderuitputting bij de CTIVD in 2025 (bedragen x € 1.000)
Onderuitputting in 2025
Als percentage van de vastgestelde ontwerpbegrotingbegroting
CTIVD
‒ 1.042
‒ 23,0%
Totaal CTIVD (IIIC)
‒ 1.042
‒ 23,0%
Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC)
Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD)
De onderuitputting op het budget van de CTIVD doet zich grotendeels voor op het personele deel, met name door een vertraging in de uitbreiding van de capaciteit die doorliep in 2025. Tevens zijn de kosten van de huidige tijdelijke huisvesting lager dan verwacht. De toekomstige huisvesting zal tot aanzienlijk hogere structurele uitgaven leiden.
Focusonderwerp: Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeldDe Tweede Kamer heeft het thema ‘Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting-en premiegeld’ (Kamerstukken 2024-2025, 31865, nr. 284) aangewezen als focusonderwerp voor de verantwoording over het jaar 2025. De Tweede Kamer verzoekt om in elk jaarverslag in te gaan op drie concrete strategisch belangrijke (beleids)programma’s of overheidsactiviteiten met risico en in te gaan op maatregelen die er in 2025 zijn genomen om de risico’s te beheersen.
Ondanks de aard van de werkzaamheden, het ontbreken van een specifiek beleidsveld en het beleidsarme karakter, heeft AZ wel te maken met bedrijfsvoeringsrisico’s. Hieronder worden, op basis van het verzoek van de Tweede Kamer, drie concrete risico’s belicht die strategisch belangrijk zijn voor AZ. De risico’s zijn geïdentificeerd met behulp van een interne risico-analyse. Ook wordt ingegaan op maatregelen die AZ in 2025 heeft genomen om de risico’s te beheersen:
1. ICTBedreigingen van buitenaf maken digitale weerbaarheid voor AZ een concreet aandachtspunt. Om dit risico aan te pakken heeft AZ in 2025 met het programma AZ-Next de overstap gemaakt naar een nieuwe IT-infrastructuur en daarin extra aandacht besteed aan informatiebeveiliging en bewustwording van personeel. Verdere doorontwikkeling van de IT-infrastructuur blijft echter nodig.
2. Personeel AZ heeft een grote behoefte aan gekwalificeerd personeel. Door vergrijzing en de bewuste afname van externe inhuur is er sprake van uitstroom van gekwalificeerd (ingehuurd) personeel, terwijl het werven van nieuw gekwalificeerd personeel moeilijk blijkt. Dit geldt met name voor ICT-personeel. In 2025 heeft AZ actief geworven. Er is ook aandacht besteed aan het verambtelijken van externe inhuur. Toch blijft dit lastig door niet-marktconforme salarissen en blijft externe inhuur soms noodzakelijk.
3. Financiën De doorontwikkeling van de IT-infrastructuur, met de daarmee samenhangende benodigde externe inhuur van IT-specialisten, zorgt voor aanzienlijke kostenstijgingen. In 2025 waren hiervoor voldoende financiële middelen beschikbaar. Door onder andere de taakstelling op het overheidsapparaat is het van belang er oog voor te houden dat er voldoende middelen zijn voor de doorontwikkeling van IT-infrastructuur en informatiebeveiliging. Anders kan dit risico’s opleveren.
Brede WelvaartOp basis van de motie Hammelburg e.a. (Kamerstukken 2021/22, 35925, nr. 88) zijn er, in samenwerking met het CBS, departementale factsheets ontwikkeld die brede welvaart relateren aan het jaarverslag van de afzonderlijke departementen. Voor AZ biedt de aard van de werkzaamheden, het ontbreken van een specifiek beleidsdomein en het beleidsarme karakter van de begroting echter onvoldoende aanknopingspunten om een specifieke factsheet met brede-welvaartsindicatoren op te stellen bij het jaarverslag. Het jaarverslag van AZ geeft wel zo concreet mogelijk inzicht in de uitgevoerde activiteiten, waarbij waar mogelijk en zinvol gebruik wordt gemaakt van outputindicatoren.
4. Beleidsartikelen
4.1 Artikel 1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleid
A. Algemene doelstelling
AZ coördineert het algemene regeringsbeleid. Doel is de Minister-President en de ministerraad adequaat te ondersteunen door beleidsinhoudelijke voorbereiding en afstemming en de woordvoering en communicatie hierover.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De Minister-President is als voorzitter van de ministerraad (artikel 45, lid 2 en 3 Grondwet) verantwoordelijk voor «het bevorderen van de eenheid van het algemene regeringsbeleid». Dat komt op verschillende manieren tot uitdrukking. Zo spreekt de Minister-President na afronding van het formatieproces namens het nieuwe kabinet de regeringsverklaring uit en gaat hij daarover met de Tweede Kamer in debat. Voorts verantwoordt de Minister-President zich over het algemene regeringsbeleid tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen na Prinsjesdag. De Minister-President is ook verantwoordelijk voor het in stand houden en zo nodig aanpassen van het stelsel van overleg en besluitvorming, zoals dat vorm krijgt in de ministerraad en onderraden. Voorts is de Minister-President verantwoordelijk voor coördinatie van het algemene communicatiebeleid, zoals het bevorderen van de eenheid in presentatie en adequate publiekscommunicatie. Daarnaast is de Minister-President verantwoordelijk voor het in stand houden van de onafhankelijke positie van de WRR als adviesorgaan voor de langetermijnontwikkelingen en vraagstukken die de samenleving beïnvloeden. AZ ondersteunt de Minister-President in zijn rol als voorzitter van de rijksministerraad, van de ministerraad en van de onderraden van de ministerraad alsmede in zijn rol als lid van de Europese Raad en als verantwoordelijke voor de coördinatie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Tevens heeft de Minister-President de beheersmatige verantwoordelijkheid voor het onafhankelijk toezicht en toetsing op de veiligheidsdiensten (AIVD en MIVD) bestaande uit de CTIVD en de TIB. De Minister-President heeft een aantal verantwoordelijkheden op het gebied van buitenlands beleid. Deze houden onder meer verband met zijn lidmaatschap van de Europese Raad. Voorts vertegenwoordigt de Minister-President Nederland op diverse internationale bijeenkomsten, zoals topontmoetingen van de VN en de NAVO. Ook brengt hij, in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken, bezoeken aan landen en regio’s indien het bredere Nederlandse belang daarmee is gediend. Verder heeft de Minister-President een bijzondere verantwoordelijkheid ten aanzien van het Koninklijk Huis. Alle ministers dragen op grond van artikel 42 van de Grondwet ministeriële verantwoordelijkheid, maar in de praktijk is het in de eerste plaats de Minister-President die daarover in de Kamer verantwoording aflegt, eventueel met één of meer betrokken ministers.
C. Beleidsconclusies
Qua uitvoering en beoogde resultaten hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel Eenheid van het algemeen regeringsbeleid (bedragen x € 1.000)
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Verplichtingen
83.713
78.197
86.150
112.021
114.826
92.785
22.041
Uitgaven
77.550
78.470
86.706
112.055
111.435
92.785
18.650
Coördinatie van het algemeen communicatie- en regeringsbeleid (RVD) apparaatsuitgaven
1.653
1.313
1.495
1.368
1.559
2.440
‒ 881
Bijdrage aan de lange termijn beleidsontwikkeling (WRR) apparaatsuitgaven
720
440
603
555
407
644
‒ 237
Apparaatsuitgaven
43.580
45.050
51.708
75.022
72.352
55.690
16.662
Personele uitgaven
27.756
31.580
34.614
39.545
40.540
*
waarvan eigen personeel
20.635
22.708
25.006
27.695
30.351
*
waarvan inhuur externen
6.188
7.647
8.289
10.168
8.794
*
waarvan overige personele uitgaven
933
1.225
1.319
1.682
1.395
*
Materiële uitgaven
15.824
13.470
17.094
35.477
31.812
*
waarvan ICT
8.682
5.746
8.303
18.161
16.812
*
waarvan bijdrage aan SSO's
3.869
3.919
4.352
12.404
10.282
*
waarvan overige materiële uitgaven
3.273
3.805
4.439
4.912
4.718
*
Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB)
855
1.007
1.476
1.751
2.072
2.013
59
Bijdrage aan het agentschap
Dienst Publiek en Communicatie
30.742
30.660
31.424
33.359
35.045
31.998
3.047
Ontvangsten
4.401
6.402
5.820
5.755
10.483
5.399
5.084
E. Toelichting op de financiële instrumenten
Uitgaven
Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2025 is op beleidsartikel Eenheid van het algemeen regeringsbeleid een overschrijding van € 18,7 miljoen zichtbaar. In de 1e suppletoire begrotingswet is het budget met circa € 16,6 miljoen verhoogd. Deze ophoging bestond grotendeels uit de loon- en prijsbijstelling, extra budget in verband met tijdelijke huisvesting (€ 9,7 miljoen) en budget voor ICT, een datacenter en apparaatsuitgaven (€ 5 miljoen). Bij de suppletoire begrotingswet september en de 2e suppletoire begrotingswet zijn hoofdzakelijk technische mutaties verwerkt en is het budget per saldo verhoogd met € 972 duizend. Rekening houdend met deze verhogingen resulteert dit in een overschrijding van totaal € 1,1 miljoen over 2025 op artikel 1.
Apparaatsuitgaven
De overschrijding op het apparaatsbudget betreft, ten opzichte van het geautoriseerde budget, een bedrag van € 1,6 miljoen. Deze overschrijding wordt hoofdzakelijk verklaard door noodzakelijke investeringen in de ICT voor onder andere het vervangen van hardware voor een Dep-V-Datacenter en voor een STG-Datacenter.
Voor de toelichtingen op de onderuitputting van artikelonderdeel Coördinatie van het algemeen communicatie-en regeringsbeleid (RVD), de WRR en de TIB kan het beleidsverslag worden geraadpleegd.
Ontvangsten
Rekening houdend met de mutaties die in de 1e en 2e suppletoire begrotingswetten zijn verwerkt, zijn de ontvangsten € 569 duizend hoger dan geraamd. De hogere ontvangsten bestaan met name uit een hogere bijdrage van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) in verband met een bijdrage voor werkzaamheden aan een datacenter. Deze bijdrage was hoger dan de raming die daarvoor was opgenomen in de 2e suppletoire begroting.
Beleidsmatige informatie
Coördinatie van het algemeen communicatie- en regeringsbeleid
De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) ondersteunt de Minister-president in zijn coördinerende rol op het terrein van de overheidscommunicatie. Ook ondersteunt de RVD de Voorlichtingsraad (VoRa). Dit is, onder voorzitterschap van de directeur-generaal RVD, het ambtelijke adviesorgaan van het kabinet op het gebied van de overheidscommunicatie. De VoRa, waarvan de directeuren Communicatie van alle departementen lid zijn, ontwikkelt initiatieven op het vlak van overheidscommunicatie en vervult een opdrachtgeversrol naar DPC. Het hoofdstuk «Agentschap Dienst Publiek en Communicatie» geeft een breder overzicht van de gemeenschappelijke communicatie in 2025.
VoRa-werkprogramma Communicatie
Veel activiteiten in het kader van de coördinatie van de overheidscommunicatie komen samen in het VoRa-meerjarenprogramma. De uitvoering van dit programma is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de departementen, de RVD en DPC. Het VoRa-meerjarenprogramma 2022 ‒ 2025 is in 2025 afgerond. In het programma waren actiepunten opgenomen op het gebied van gezamenlijke thema’s zoals ‘Alles begint bij contact’ (bestuurders en ambtenaren ondersteunen bij het verstaan van wat er in de samenleving leeft) en Informatie op Maat (de mens centraler stellen in de informatievoorziening en dienstverlening en het meer op maat aanbieden van informatie en dienstverlening). Diversiteit en inclusie vormde een ander belangrijk speerpunt van de VoRa. Een van de opbrengsten is een taalkompas dat behulpzaam is bij het schrijven van begrijpelijke en toegankelijke teksten. Het VoRa-meerjarenprogramma 2026 ‒ 2029 wordt naar verwachting in mei gepubliceerd. In het programma zullen weerbaarheid, contact en ambtelijk vakmanschap en het inspelen op technologische ontwikkelingen waarschijnlijk een prominente plek krijgen. Ook wil de VoRa werk maken van het versterken van de samenwerking over organisatie- en disciplinegrenzen heen. Denk hierbij aan de samenwerking met andere disciplines binnen de Rijksoverheid (bedrijfsvoering, privacy, publieke dienstverleners), maar ook aan de samenwerking met gemeenten, provincies en maatschappelijke organisaties. Dit moet bijdragen aan de éen overheidsbeleving.
Rijks- en kabinetsbrede communicatie
Met het oog op eenduidige, herkenbare en toegankelijke overheidscommunicatie werken de directies Communicatie op verschillende terreinen intensief samen. Dit krijgt onder andere gestalte in het beheer van de rijkshuisstijl, communicatie via massamediale campagnes, de verdere ontwikkeling en het beheer van www.rijksoverheid.nl, het rijksbrede intranet (Rijksportaal) en het Platform Rijksoverheid Online dat ruimte biedt aan veel overheidswebsites.
Burgerbrieven
In 2025 heeft AZ 1.335 burgerbrieven ontvangen. In 2024 ontving het ministerie 1.229 brieven. In 2025 was de gemiddelde behandeltijd 7 dagen (tegen eveneens 7 dagen in 2024).
Tabel 5 Behandeltermijn burgerbrieven
2025
2024
< 3 weken
88%
94%
3 weken ‒ 6 weken
9%
5%
> 6 weken
3%
1%
Verzoeken op grond van de Wet open overheid (Woo), de Wet inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017), de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), de Wet hergebruik van Overheidsinformatie (Who), klaagschriften en bezwaarschriften.
Woo-verzoeken
In 2025 heeft AZ 54 verzoeken op grond van artikel 4.1 van de Woo ontvangen. In 2025 zijn 30 Woo-besluiten genomen. Er zijn negentien verzoeken afgehandeld zonder besluit. Dat waren verzoeken die zijn ingetrokken door de verzoeker, die doorverwezen zijn naar een ander ministerie, verzoeken die publieksvragen bleken te zijn en verzoeken die zien op reeds openbare informatie. Op 1 januari 2026 zijn nog zes verzoeken in behandeling.
Wiv 2017-verzoeken
AZ heeft in 2025 geen verzoeken op grond van de Wiv 2017 ontvangen.
AVG-verzoeken
In 2025 heeft AZ vijf verzoeken op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ontvangen. Drie inzage verzoeken zijn toegewezen, twee verwijderverzoeken zijn afgewezen.
Who-verzoeken
AZ heeft in 2025 geen verzoeken op grond van de Who ontvangen.
Klaagschriften
AZ heeft in 2025 geen klachten op grond van hoofdstuk 9 van de Awb ontvangen.
Bezwaarschriften
In 2025 heeft AZ acht bezwaarschriften ontvangen naar aanleiding van besluiten op grond van de Woo. Op acht bezwaarschriften is in 2025 een besluit genomen. Dit ziet tevens op bezwaarschriften die in eerdere jaren zijn ingediend. Er zijn geen bezwaarschriften binnengekomen naar aanleiding van besluiten op basis van de Wiv 2017 en de Who. Er zijn drie bezwaarschriften ontvangen naar aanleiding van een besluit op basis van de AVG, allen ongegrond.
Verzoeken om informatie van leden van de Kamers en een enquêtecommissie van de Tweede Kamer
Verzoeken om informatie van leden van de Kamers
Er zijn door AZ in 2025 antwoorden voorbereid op verschillende schriftelijke vragen van leden van de Kamers, in hoofdzaak van de Tweede Kamer. Tevens zijn in 2025 door AZ brieven voorbereid naar aanleiding van verzoeken van leden van de Tweede Kamer tijdens de regeling van werkzaamheden van de Tweede Kamer.
Verzoeken om informatie van een enquêtecommissie van de Tweede Kamer
In 2025 zijn door AZ verzoeken om informatie ontvangen van de Parlementaire enquêtecommissie Corona. Aan deze verzoeken is door het ministerie voldaan. Voor de werkzaamheden in het kader van de parlementaire enquêtes is er in 2025 geen extra personele capaciteit bijgekomen.
Het leveren van bijdragen aan de langetermijnbeleidsontwikkeling (WRR)
AlgemeenDe Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) geeft de regering gevraagd en ongevraagd advies over maatschappelijke vraagstukken die onderwerp zijn of kunnen worden van het regeringsbeleid. Het regeringsbeleid is gebaat bij inzichten in ontwikkelingen en vraagstukken die op langere termijn de samenleving beïnvloeden. De WRR draagt op een wetenschappelijk gefundeerde manier bij aan dergelijke inzichten. De WRR heeft de taak complexe, weerbarstige onderwerpen en beleidsdilemma’s te agenderen. Door zijn oriëntatie op de langere termijn, multidisciplinaire aanpak en focus op domeinoverstijgende vraagstukken vormt de WRR een verbindende schakel tussen kennis en beleid en draagt daarmee bij aan de eenheid van het regeringsbeleid.
WerkprogrammaDe raad agendeert zijn onderwerpen zelf dan wel besluit onderwerpen ter hand te nemen naar aanleiding van een adviesaanvraag van het kabinet. Om te komen tot een goed werkprogramma spreekt de WRR regelmatig met bewindslieden, beleidsmakers, fractievoorzitters, wetenschappers en het maatschappelijk veld. Er worden meer suggesties gedaan dan de acht parallelle projecten die de WRR gemiddeld met zijn capaciteit aankan. Dat betekent dat de raad scherpe keuzes moet maken. Uiteindelijk beslist de raad welke onderwerpen het op zijn werkprogramma zet. De raad heeft in 2025 de projecten Meedoen met gezondheidsopgaven, Synthetische drugs en Toekomst in beleid toegevoegd.
De raad gaat verder regelmatig op werkbezoek, ook in de regio. Dit voorjaar bezocht de WRR diverse (maatschappelijke) organisaties in Den Haag en in het najaar Brussel. De werkbezoeken geven de WRR zicht op de maatschappelijke kwesties die er spelen en mogelijk relevant zijn voor de agendering. Ook bieden de bezoeken de gelegenheid om kennis en ervaringen uit te wisselen voor de lopende adviestrajecten. Verder wordt bij de totstandkoming van het werkprogramma en de lopende projecten ook actief contact gezocht met de gezagvoerders in het Caribische deel van ons Koninkrijk.
OrganisatieIn 2025 is prof. dr. A.W.M. Evers ons ontvallen. De raad heeft met verdriet afscheid van haar genomen. Prof. dr. J. Mesman is benoemd tot nieuw lid per 1 januari 2026.
PublicatiesDe verschenen publicaties zijn te vinden op www.wrr.nl/documenten.
In 2025 zijn drie adviesrapporten gepubliceerd: Mens en klimaat. De kracht van sociale infrastructuur bij adaptatie (19 mei 2025), Deskundige overheid (8 juli 2025) en Met de mondiale demografie mee. Anticiperen op krimpend arbeidsaanbod in het buitenland (26 november 2025). Tevens is er een verkenning gepubliceerd: Tien jaar na ‘Met kennis van gedrag beleid maken’ Hoe nu verder? (20 augustus 2025) en verscheen in juli 2025 een aanvullend memo op het eerdere rapport Nederland in een fragmenterende wereldorde.
Met het oog op de aankomende verkiezingen van de Tweede Kamer publiceerde de WRR op 1 juli 2025 voor de programmacommissies van de politieke partijen Tweede Kamer een Memo voor de programmacommissies. Dit memo bespreekt vijf grote thema’s waar belangrijke politieke keuzes voorliggen. Per thema zet het memo kort de ontwikkelingen neer, en laat zien hoe het thema samenhangt met andere maatschappelijke uitdagingen. Ook reflecteert het op de aannames in het beleid en wordt een agenda geformuleerd. Het memo is opgesteld aan de hand van lopende en reeds afgeronde adviestrajecten van de WRR en is een update van de publicatie Toekomstgericht beleid. Perspectieven en agenda’s uit het werk van de WRR (2024).
Overige bijdragen aan de beleidsdialoogDe WRR doet meer dan alleen rapporten schrijven. Hij spreekt (veelal op verzoek) met verschillende bewindspersonen, Kamerfracties en Kamercommissies. Ook organiseert de WRR inhoudelijke bijeenkomsten met leden van het kabinet, topambtenaren of experts – vaak ook in samenwerking met universiteiten, onderzoeksinstellingen, andere adviesraden en de planbureaus. Bijvoorbeeld samen met de Adviesraad Wetenschap Technologie en Innovatie (AWTI) over Innovatie, Wetenschap en R&D in tijden van Amerikaanse isolationisme (28 mei) en met de Algemene Rekenkamer Balans tussen toezichthouden en handhaven (14 oktober).
Om de landing van rapporten te bevorderen organiseert de WRR bijeenkomsten over deze rapporten. Samen met het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) een bijeenkomst rond het rapport Mens en klimaat. (30 juni). Het rapport Nederland in een fragmenterende wereldorde uit 2024 heeft aanleiding gegeven tot een reeks bijeenkomsten (Geotour) waarin stakeholders uitgenodigd werden om actief te reflecteren op de betekenis van geopolitieke dynamiek voor hun werk. Tussen najaar 2024 en voorjaar 2025 vonden circa 25 interactieve sessies plaats bij ministeries, uitvoeringsorganisaties, gemeenten en bedrijven. Deelnemers werkten met eigen casuïstiek en scenario’s, ondersteund door analyse-instrumenten uit het rapport.
Ook organiseert de WRR het overleg tussen de strategische adviesraden, onderhoudt hij een liaison met het Strategieberaad Rijksbreed en met de planbureaus en spreekt de WRR tweemaal per jaar met de VNG. Op deze wijze draagt de raad bij aan het verbinden van de werelden van wetenschap, advisering en beleid, en aan het actief agenderen van maatschappelijke vraagstukken in het publieke debat.
InternationaalHet WRR werk vindt plaats in een internationale context. In andere landen en in Brussel staan geregeld vergelijkbare onderwerpen op de agenda. Daarvan kan de WRR leren, daaraan valt input te geven en via de internationale band kan de WRR het nationale werk effectiever verrichten. Het is daarom belangrijk om de WRR internationaal te positioneren als expert-organisatie op het gebied van de strategische wetenschappelijke beleidsadvisering. Dit doet de WRR onder meer door deel te nemen aan het European Science Advisors Forum (ESAF) en bilateraal samen te werken met The Haut-Commissariat à la Stratégie et au Plan. Verder is het contact met de Permanente Vertegenwoordiging in Brussel geïntensiveerd en spreekt de WRR met ambassadeurs van diverse landen.
Voor het vergroten van de zichtbaarheid en de vindbaarheid van de Engelstalige publicaties startte de WRR met Springer de open access reeks Research for Policy – Studies by the Netherlands Council for Government Policy. In 2025 verschenen in deze reeks vertalingen van twee rapporten: Navigating a Fragmenting World Order en Good business. Policy to unlock companies. De WRR organiseerde twee bijeenkomsten samen met de PV in Brussel: Navigating a Fragmenting World Order (25 september) en Ageing, pension savings and investments (5 november).
Tabel 6 WRR prestatiegegevens
Begroting 2025
Realisatie 2025
Rapporten, Verkenningen, Policy Briefs
3
4
Overige publicaties
5
23
Mondelinge briefings voor en gesprekken met bewindslieden en Kamerleden
20
15
Overige briefings met beleidsmakers
15
62
Conferenties, workshops, expertmeetings
12
63
Lezingen en debatten
50
115
Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB)
Op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) is er een Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), die belast is met het toetsen van de rechtmatigheid van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of de Minister van Defensie gegeven toestemming tot het inzetten van bijzondere bevoegdheden door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) respectievelijk de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de TIB.
Ook in 2025 was de behoefte aan het werk van de TIB onverminderd groot. Het aantal te toetsen verzoeken is ook in 2025 verder toegenomen. De TIB heeft daarbij ook een aantal verzoeken ontvangen op basis van de Tijdelijke Wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen.
Net als AZ heeft de TIB in 2025 opnieuw moeten verhuizen. Voor de TIB is daarbij een eigenstandige en hoog beveiligde kantoorruimte gecreëerd in de kantoorruimte van AZ.
Bedrijfsvoeringsparagraaf
Paragraaf 1 - uitzonderingsrapportage voor de volgende verplichte onderdelen
1. RechtmatigheidEr zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd die de rapporteringstoleranties overschrijden. Na uitgebreide verkenningen is eerder besloten de hosting van het Platform Rijksoverheid Online (PRO) via inbesteding onder te brengen bij het agentschap Logius, onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Naar verwachting zal de migratie van fysieke hosting bij een marktpartij naar cloudhosting bij de rijkspartij in de loop van 2026 volledig zijn afgerond. Tot dat moment wordt het contract verlengd met de huidige marktpartij die de fysieke hosting verzorgt. Daarnaast is sprake van vertraging bij het afsluiten van nieuwe raamovereenkomsten die de DPC afsluit voor het rijk. In verband daarmee zijn in 2025 overbruggingsovereenkomsten afgesloten, voor inhuur Communicatiecapaciteit, Webredactie-advies en -uitvoering en Rijksbeeldbank.
2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
3. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
4. Misbruik en oneigenlijk gebruik
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
5. Overige aspecten van bedrijfsvoering
Informatiebeveiliging
AZ heeft in 2025 op het gebied van informatiebeveiliging (IB) de focus voornamelijk gelegd bij het ondersteunen van de realisatie van diverse projecten waaronder AZ-Next en Renovatie Binnenhof. Voorts is in aanvulling op de reeds bestaande maatregelen gestart met een awarenesscampagne ‘veilige omgang met informatie’ voor de medewerkers. AZ is in 2025 in control geweest op haar informatiebeveiliging.
6. Fraude- en corruptierisico'sAZ heeft in beperkte mate te maken met frauderisico’s vanwege het beleidsarme karakter. Het ministerie maakt in beperkte mate gebruik van mogelijke fraudegevoelige financiële instrumenten en keert bijvoorbeeld geen subsidies uit. De processen op het gebied van het financieel systeem en binnen de bedrijfsvoering waar mogelijk sprake is van frauderisico’s en de maatregelen om deze risico’s te voorkomen, zijn beschreven in het toezichtplan. Jaarlijks wordt de actualiteit hiervan getoetst als onderdeel van de jaarlijkse toetsing via interne controles. Vervolgens vindt jaarlijks een toets plaats door de ADR. Enkele voorbeelden van frauderisico’s zijn: (1) het proces van betalingen bij het financieel beheer, (2) het middelenbeheer bij de bedrijfsvoering, (3) functiescheiding in het financieel beheer en bedrijfsvoering en (4) integriteit. Borging van het minimaliseren van deze inherente risico’s vindt plaats door het treffen van de benodigde controlemaatregelen en het inrichten van de financiële- en bedrijfsvoeringsprocessen. Zo is er een proces waarbij er een prestatieverklaring wordt afgegeven en bij de betaling er meerdere personen betrokken zijn. Voorts vinden periodiek controles plaats of de functiescheiding gewerkt heeft en wordt er jaarlijks een jaarplan integriteit opgesteld. Overigens zijn er geen bijzonderheden te melden.
Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen
1. Grote lopende ICT-projecten
Binnen AZ wordt uitvoering gegeven aan het grote ICT project AZ-Next. De doelstelling van AZ-Next is het realiseren van de nieuwe IT-infrastructuren van AZ. In dit kader zijn twee nieuwe werkplek omgevingen, een voor laag gerubriceerde informatie (LGI) en een voor hoog gerubriceerde informatie (HGI) gecreëerd. Daarnaast is het document management systeem (DMS) vernieuwd en zijn de bijbehorende applicaties en voorzieningen naar de nieuwe IT- infrastructuur gemigreerd. Het programma is per 31 december 2025 financieel afgerond.
2. Gebruik open standaarden en open source softwareEr zijn geen bijzonderheden te melden.
3. Betaalgedrag
De rijksbrede norm om 95% van de facturen binnen 30 dagen te betalen is gehaald.
4. Evaluatie van het audit committee
De meest recente zelfevaluatie van het audit committee in 2023 liet zien dat de commissie goed functioneert en gaf geen aanleiding om veranderingen door te voeren.
5. Departementale checks and balances subsidieregelingen
Niet van toepassing.
6. Normenkader financieel beheer
Niet van toepassing.
7. Beheer NGF-projecten
Niet van toepassing.
Paragraaf 3 – Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering
Als gevolg van een herinterpretatie van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving heeft na afsluiting van het boekjaar een correctie plaatsgevonden in de presentatie van de omzet van het agentschap over 2024 en 2025. Deze correctie heeft betrekking op de post omzet van overige departementen en derden voor wat betreft campagnes en media-inkopen, en de daarop betrekking hebbende overige materiële kosten.
In de Samenvattende verantwoordingstaat inzake baten- en lastendiensten agentschap van het ministerie van Algemene Zaken zijn de baten en lasten met een bedrag van € 119,2 miljoen verlaagd.
4.2 Kabinet van de Koning (IIIB)
A. Algemene doelstelling
Ondersteunen van de Koning ten behoeve van de uitoefening van diens constitutionele taken en fungeren als schakel tussen de Koning en de overige leden van de regering en bestuurlijke autoriteiten.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van het Kabinet van de Koning (KvdK). Tussen AZ en KvdK zijn afspraken gemaakt over de dienstverlening op het gebied van de bedrijfsvoering en de daarop van toepassing zijnde planning & control cyclus. KvdK valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken.
C. Beleidsconclusies
In 2025 zijn de volgende taken uitgevoerd:
– informeren van de Koning ten behoeve van zijn gesprekken met binnenlandse en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders, staats- en andere buitenlandse bezoeken, bezoeken aan andere landen van het Koninkrijk en binnenlandse bezoeken. Voorbeelden van ontvangsten zijn het aanbieden van geloofsbrieven door ambassadeurs van andere landen en het beëdigen van hoge functionarissen waarvoor in de wet is vastgelegd dat dit geschiedt ten overstaan van de Koning. Binnenlandse bezoeken van de Koning omvatten onder meer werkbezoeken met ministers en staatssecretarissen en streekbezoeken;
– tijdig en in correcte vorm aan de Koning ter tekening voorleggen van alle door de ministeries en de Staten-Generaal aangeboden stukken en het verzorgen van de daarbij behorende correspondentie;
– opstellen en overbrengen van boodschappen aan andere staatshoofden en aan internationale autoriteiten;
– behandelen en doorgeleiden van aan de Koning gerichte verzoekschriften. Deze brieven worden bij KvdK aan de hand van een analyse van de onderhavige problematiek overgedragen aan de bewindspersoon die verantwoordelijk is voor het beleidsterrein. Het Kabinet informeert de Koning over de afhandeling van ontvangen verzoekschriften en
– registreren, bewaren en aan het Nationaal Archief overdragen van wetten en Koninklijke Besluiten.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel Kabinet van de Koning (bedragen x € 1.000)
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Verplichtingen
2.683
2.992
3.131
3.247
3.336
3.279
57
Uitgaven
2683
2992
3131
3247
3.336
3279
57
Kabinet van de Koning
2683
2992
3131
3247
3.336
3279
57
Ontvangsten
2683
2996
3134
3285
3.344
3279
65
E. Toelichting op de financiële instrumenten
Uitgaven
Indien naast de uitkomsten in bovenstaande tabel rekening wordt gehouden met de mutaties die reeds in de 1e en 2e suppletoire begrotingswet zijn verwerkt, te weten een bijstelling van € 150 duizend, is er sprake van een geringe onderuitputting van € 93 duizend. Deze onderuitputting is grotendeels ontstaan doordat gedurende 2025 medewerkers het KvdK hebben verlaten en waarvoor in 2025 geen opvolging is gerealiseerd. Daarnaast zijn verwachte kosten in 2025 voor enige opleidingen van KvdK medewerkers doorgeschoven naar 2026 en zijn trainingen/opleidingen voor externen komen te vervallen.
Informatiehuishouding
Terugkijkend op 2025 stond het jaar voor het KvdK in het teken van de verdere uitvoering van het actieplan Verbetering Informatiehuishouding binnen het programma «Open op Orde». De uitgaven in 2025, circa € 75 duizend (budget 2025 € 142 duizend), hadden grotendeels betrekking op het opleiden van informatieprofessionals en het bewerken van archief ten behoeve van de toekomstige overbrenging naar het Nationaal Archief. Hiervoor zijn voornamelijk de loonkosten ingezet van een vaste medewerker die in 2020 structureel is aangetrokken voor het programma «Open op Orde».
Ontvangsten
Rekening houdend met de mutaties die in de 1e en september suppletoire begrotingswetten zijn verwerkt, zijn de ontvangsten € 85 duizend lager dan begroot. De lagere ontvangsten hangen nauw samen met de lagere uitgaven van KvdK. De uitgaven van KvdK vormen een onderdeel van begroting III. De uitgaven worden echter gedaan in het kader van begroting I en worden daarom doorbelast.
Bedrijfsvoeringsparagraaf
Paragraaf 1 - uitzonderingsrapportage voor de volgende verplichte onderdelen
1. Rechtmatigheid
Er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd die de rapporteringstoleranties overschrijden.
2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
3. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
4. Misbruik en oneigenlijk gebruik
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
5. Overige aspecten van bedrijfsvoering
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
6. Fraude- en corruptierisico's
KvdK heeft een beleidsarm karakter met beperkte frauderisico’s die onderdeel zijn van de jaarlijkse planning en controlcyclus en het daaraan verbonden interne toezicht (denk aan prestatieverklaringen, vier ogen-principe en functiescheiding). Aangezien de financiële administratie wordt verzorgd door AZ wordt ook verwezen naar paragraaf 1 van de bedrijfsvoeringsparagraaf van Algemene Zaken. Overigens zijn er geen bijzonderheden te melden.
Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen
1. Grote lopende ICT-projecten
KvdK heeft geen grote ICT-projecten van meer dan € 5 miljoen uitgevoerd of gestart.
2. Gebruik open standaarden en open source software
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
3. Betaalgedrag
De financiële administratie van KvdK is inbesteed bij AZ. De rijksbrede norm om 95% van de facturen binnen 30 dagen te betalen is gehaald.
4. Evaluatie van het audit committee
Niet van toepassing.
5. Departementale checks and balances subsidieregelingen
Niet van toepassing.
6. Normenkader financieel beheer
Niet van toepassing.
7. Beheer NGF-projecten
Niet van toepassing.
Paragraaf 3 – Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering
Er hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.
4.3 Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC)
A. Algemene doelstelling
Op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) is er een Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). De algemene taak van de CTIVD is het in onafhankelijkheid toezicht houden op de rechtmatigheid van de uitvoering van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) en de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo). Dit doet de CTIVD onder meer door onderzoeken te doen, de uitkomsten daarvan te publiceren en de betrokken ministers gevraagd en ongevraagd te adviseren over zaken die voortvloeien uit deze wetten, het behandelen van klachten en meldingen over misstanden. De CTIVD is een onafhankelijk toezichthouder die zelfstandig invulling en uitvoering geeft aan haar onderzoeksagenda op basis van onder meer risico-gestuurd toezicht, maatschappelijke focus en deskundigheid van het operationele werkterrein van de AIVD en de MIVD. De CTIVD bestaat uit twee afdelingen, de afdeling toezicht en de afdeling klachtbehandeling, die gescheiden van elkaar functioneren. Naast het reguliere toezicht op grond van de Wiv 2017 is de CTIVD belast met het toezicht op de Tijdelijke wet «onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen (Tijdelijke wet cyberonderzoeken en bulkdatasets)» die op 1 juli 2024 in werking is getreden. De toezichtactiviteiten zijn deels direct gestart en per 1 oktober 2025 uitgebreid naar de volledige uitvoering van de inzet van bijzondere bevoegdheden op grond van de Tijdelijke wet en het vaststellen van nieuwe eindtermijnen voor het bewaren van bulkdatasets, met bindende oordelen. Deze wet introduceert ook een beroepsmogelijkheid bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen bindende oordelen van de CTIVD. Om aan de nieuwe wettelijke taken te kunnen voldoen, is het secretariaat van de CTIVD in 2025 uitgebreid. De CTIVD heeft, in afwachting van de definitieve huisvesting, medio 2025 een tweede tijdelijke huisvestingslocatie betrokken. De CTIVD heeft sinds januari 2025 een nieuwe voorzitter en sinds september een nieuwe secretaris-directeur.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de CTIVD. Tussen AZ en de CTIVD zijn afspraken gemaakt over de dienstverlening op het gebied van de bedrijfsvoering door het ministerie (zoals ondersteuning op het gebied van ICT, financiële administratie en personeelszaken) en de daarop van toepassing zijnde planning & controlcyclus.
C. Beleidsconclusies
De CTIVD is onafhankelijk en bepaalt zelf (onder meer op basis van risico-gestuurd toezicht) waar zij onderzoek naar doet en wanneer zij dit onderzoek uitvoert. Zij heeft daarbij ook nadrukkelijk oog voor de maatschappelijke context van het handelen van de diensten. De CTIVD rapporteert haar onderzoeksbevindingen zoveel als mogelijk in de openbaarheid aan de betrokken ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie, en aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal. Waar geheimhouding van informatie openbare publicatie in de weg staat, bestaat er de mogelijkheid voor de CTIVD de Tweede Kamer vertrouwelijk in te lichten.
De CTIVD is tevens als onafhankelijk adviseur betrokken bij de herziening van de Wiv 2017. Zij heeft daartoe overleg met de coördinerende programmadirectie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en brengt ook schriftelijk haar inbreng in. Zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau hebben gedurende 2025 op heel regelmatige basis overleggen over de nieuwe wet plaatsgevonden.
Ter uitvoering van haar toezichttaken verricht de afdeling toezicht van de CTIVD verschillende soorten activiteiten die afhankelijk van de aard en het doel van een toezichtactiviteit, kunnen resulteren in verschillende onderzoeksmethoden en toezichtinstrumenten. Denk hierbij aan doorlopend onderzoek of eenmalig onderzoek, resulterend in een rapport, brief of gesprek met de diensten. De afdeling klachtbehandeling van de CTIVD is belast met de (externe) behandeling van klachten en meldingen van vermoedens van misstanden.
De CTIVD brengt voor 1 mei van elk jaar een eigen jaarverslag uit waarin zij uitgebreid ingaat op de door haar verrichte activiteiten en publicaties.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (bedragen x € 1.000)
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Verplichtingen
2.228
2.099
2.625
2.809
3.742
4.540
‒ 798
Uitgaven
2108
2160
2685
2809
3702
4540
‒ 838
Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten
2108
2160
2685
2809
3702
4540
‒ 838
Ontvangsten
1
2
2
43
0
0
0
E. Toelichting op de financiële instrumenten
Uitgaven
Indien naast de uitkomsten in bovenstaande tabel rekening wordt gehouden met de mutaties die reeds in de eerste (€ 204 duizend) en tweede suppletoire begrotingswet (- € 0,5 miljoen) zijn verwerkt, is er ten opzichte van de raming sprake van een onderuitputting van € 0,5 miljoen. De onderuitputting op het budget van de CTIVD doet zich grotendeels voor op het personele deel. De bij regeerakkoord toegevoegde gelden komen met vertraging tot besteding. Een belangrijke bepalende factor hierbij is dat de benodigde ruimere huisvesting die CTIVD nodig had voor de uitbreiding van haar personeelsbestand (voor de extra formatie van 10 FTE) niet beschikbaar was. Daarnaast zijn er beperkte kosten verbonden aan de tijdelijke huisvesting waardoor uitgaven zijn achtergebleven. De toekomstige huisvesting zal tot aanzienlijk hogere structurele uitgaven leiden.
Bedrijfsvoeringsparagraaf
Paragraaf 1 - uitzonderingsrapportage voor de volgende verplichte onderdelen
1. Rechtmatigheid
Er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd die de rapporteringstoleranties overschrijden.
2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
3. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
4. Misbruik en oneigenlijk gebruik
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
5. Overige aspecten van bedrijfsvoering
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
6. Fraude- en corruptierisico's
De CTIVD heeft een beleidsarm karakter met beperkte frauderisico’s die onderdeel zijn van de jaarlijkse planning en controlcyclus en het daaraan verbonden interne toezicht (denk aan prestatieverklaringen, vier ogen-principe en functiescheiding). Aangezien de financiële administratie wordt verzorgd door AZ, wordt ook verwezen naar paragraaf 1 van de bedrijfsvoeringsparagraaf van AZ. Overigens zijn er geen bijzonderheden te melden.
Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen
1. Grote lopende ICT-projecten
De CTIVD heeft geen grote ICT-projecten van meer dan € 5 miljoen uitgevoerd of gestart.
2. Gebruik open standaarden en open source software
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
3. Betaalgedrag
De financiële administratie van de CTIVD is inbesteed bij AZ. De rijksbrede norm om 95% van de facturen binnen 30 dagen te betalen is gehaald.
4. Evaluatie van het audit committee
Niet van toepassing.
5. Departementale checks and balances subsidieregelingen
Niet van toepassing.
6. Normenkader financieel beheer
Niet van toepassing.
7. Beheer NGF-projecten
Niet van toepassing.
Paragraaf 3 – Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering
Er hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.
C. JAARREKENING
5. Departementale verantwoordingsstaat
Tabel 9 Departementale verantwoordingsstaat van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA) voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)
Art.
Omschrijving
Vastgestelde begroting (1)
Realisatie (2)
Verschil (3) = (2) - (1)
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Totaal
92.785
92.785
5.399
114.826
111.435
10.483
22.041
18.650
5.084
Beleidsartikelen
1
Bevorderen van de eenheid van het algemeen regeringsbeleid
92.785
92.785
5.399
114.826
111.435
10.483
22.041
18.650
5.084
Tabel 10 Verantwoordingsstaat van het Kabinet van de Koning (IIIB) voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)
Art.
Omschrijving
Vastgestelde begroting (1)
Realisatie (2)
Verschil (3) = (2) - (1)
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Totaal
3.279
3.279
3.279
3.336
3.336
3.344
57
57
65
Beleidsartikelen
1
Kabinet van de Koning
3.279
3.279
3.279
3.336
3.336
3.344
57
57
65
Tabel 11 Verantwoordingsstaat van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC) voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)
Art.
Omschrijving
Vastgestelde begroting (1)
Realisatie (2)
Verschil (3) = (2) - (1)
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Totaal
4.540
4.540
0
3.742
3.702
0
‒ 798
‒ 838
0
Beleidsartikelen
1
Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten
4.540
4.540
0
3.742
3.702
0
‒ 798
‒ 838
0
6. Samenvattende verantwoordingsstaat agentschap
Tabel 12 Samenvattende verantwoordingsstaat 2025 inzake baten-lastenagentschap van het Ministerie van Algemene Zaken (III) (bijdragen x € 1.000)
Omschrijving
(1) Vastgestelde begroting
(2) Realisatie
(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting
(4) Realisatie 2024
Baten en lastenagentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC)
Totale baten
147.553
52.986
‒ 94.567
45.477
Totale lasten
147.553
52.603
‒ 94.950
46.205
Saldo van baten en lasten
0
384
384
‒ 728
Totale kapitaaluitgaven
0
0
0
0
Totale kapitaalontvangsten
0
0
0
0
De verantwoordingsstaat is in overeenstemming met de Rijksbegrotingsvoorschriften 2026 en de Regeling Agentschappen opgesteld.
De lagere baten ten opzichte van de vastgestelde begroting zijn te verklaren door een aanpassing van de post omzet overige departementen als gevolg van een herinterpretatie van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving.
7. Jaarverantwoording agentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC)
Tabel 13 Verantwoording van het baten-lastenagentschap voor het jaar 2025 (bijdragen x € 1.000)
Vastgestelde begroting (1)
Realisatie (2)
Verschil (3) = (2) - (1)
Realisatie 2024 (4)
Baten
- Omzet
147.553
51.882
‒ 95.671
44.556
waarvan omzet moederdepartement
31.998
31.921
‒ 77
31.620
waarvan omzet overige departementen
75.282
19.410
‒ 55.872
122.994
correctie omzet overige departementen 2024
0
0
‒ 128.816
waarvan omzet derden
40.273
551
‒ 39.722
18.758
Rentebaten
0
327
327
508
Vrijval voorzieningen
0
4
4
1
Bijzondere baten
0
773
773
412
Totaal baten
147.553
52.986
‒ 94.567
45.477
0
Lasten
0
Apparaatskosten
147.553
38.059
‒ 109.494
155.867
- Personele kosten
26.568
29.129
2.561
31.134
waarvan eigen personeel
25.568
26.078
510
24.447
waarvan inhuur externen
1.000
2.352
1.352
4.513
waarvan overige personele kosten
0
699
699
2.174
- Materiële kosten
120.985
8.930
‒ 112.055
124.733
waarvan apparaat ICT
7.023
5.962
‒ 1.061
6.071
waarvan bijdrage aan SSO's
0
0
0
0
waarvan overige materiële kosten
113.962
2.968
‒ 110.994
118.662
correctie omzet overige materiële kosten 2024
0
0
‒ 128.816
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
0
14.435
14.435
18.865
Rentelasten
0
0
0
0
Afschrijvingskosten
0
0
0
0
- Materieel
0
0
0
0
waarvan apparaat ICT
0
0
0
0
waarvan overige materiële afschrijvingskosten
0
0
0
0
- Immaterieel
0
0
0
0
Overige lasten
0
0
0
0
waarvan dotaties voorzieningen
0
0
0
0
waarvan bijzondere lasten
0
109
109
289
Totaal lasten
147.553
52.603
‒ 94.950
46.205
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening
0
384
384
‒ 728
Agentschapsdeel Vpb-lasten*
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten
0
384
384
‒ 728
* Agentschap DPC valt niet onder de VPB plicht
Toelichting
De Taakbijdrage Gemeenschappelijke Diensten is de belangrijkste component binnen de totale baten en daarmee samenhangende lasten. DPC heeft in 2025 een positief saldo behaald van € 0,384 miljoen. Dit resultaat wordt verklaard door het toepassen van efficiëntie op de kosten met het oog op de taakstelling.
Als gevolg van een herinterpretatie van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving heeft na afsluiting van het boekjaar een correctie plaatsgevonden in de presentatie van de omzet van het agentschap over 2024 en 2025. Deze correctie heeft betrekking op de post omzet van overige departementen en derden voor wat betreft campagnes en media-inkopen, en de daarop betrekking hebbende overige materiële kosten. Deze correctie heeft ook invloed op de balansposten overlopende activa en overlopende passiva.
Omzet moederdepartement
De opbrengst van het moederdepartement heeft met name betrekking op de Taakbijdrage Gemeenschappelijke Diensten. Dit betreft de bijdrage aan DPC, zoals deze in het jaarverslag van Algemene Zaken onder begrotingsartikel 1 is opgenomen. Hier tegenover wordt de prestatie geleverd door het agentschap aan alle opdrachtgevers.
Tabel 14 Toelichting bij de post omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)
Omzet moederdepartement
31.921
Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten
31.921
Omzet overige departementen
Naast de taakbijdrage wordt een deel van de kosten van de dienstverlening in rekening gebracht bij de afnemers. Dit betreft specifieke tarieven (mediafee en platformbijdragen).
Omzet derden
De omzet derden betreft specifieke tarieven (mediafee).
Personele kosten
Voor 2025 gold het goedgekeurde formatieplan 2025 met een fte kader van 228 fte op basis van de ontwerpbegroting 2025. Rekening houdend met de wijzigingen samenhangend met de reguliere in- en uitstroom was de totale bezetting 226,4fte in 2025.
Materiële kosten
De materiële kosten bevatten kosten in het kader van de platformbijdrage en ICT licenties.
Rentebaten
In 2025 zijn € 0,327 miljoen aan rentebaten gerealiseerd.
Bijzondere baten
De bijzondere baten hebben met name betrekking op de vrijval van reserveringen uit 2024.
Bijzondere lasten
De bijzondere lasten betreffen nagekomen facturen waar geen reservering tegenover stond.
Positief resultaat
Over 2025 heeft DPC een positief resultaat van € 0,384 miljoen geboekt. Dit positief resultaat wordt ten gunste van eigen vermogen van DPC gebracht. Dit resultaat wordt verklaard door het toepassen van efficiëntie op de kosten met het oog op de taakstelling.
Tabel 15 Balans per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)
Balans 2025
Balans 2024
Activa
Vaste activa
Immateriële vaste activa
0
0
Materiële vaste activa
waarvan grond en gebouwen
0
0
waarvan machines en installaties
0
0
waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen
0
0
waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa
0
0
waarvan niet aan de bedrijfsuitvoering dienstbaar
0
0
Vlottende activa
Voorraden
0
0
waarvan grond- en hulpstoffen
0
0
waarvan onderhanden werk
0
0
waarvan gereed product en handelsgoederen
0
0
waarvan vooruitbetaald op voorraaden
0
0
Onderhanden projecten
0
7.110
Vorderingen
128.561
12.549
waarvan debiteuren
9.807
10.839
waarvan overige vorderingen
1.343
1.402
waarvan overlopende activa
117.411
308
Liquide middelen
46.067
35.390
Totaal activa:
174.628
55.049
Passiva
Eigen Vermogen
Bestemmingsfonds(en)
0
0
Pok / Wau reserve
0
0
Exploitatiereserve
6.413
7.141
Onverdeeld resultaat
384
‒ 728
Voorzieningen
0
18
Langlopende schulden
Leningen bij het Ministerie van Financiën
Kortlopende schulden
Crediteuren
6.363
5.017
Belastingen en premies sociale lasten
1.831
1.883
Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën
0
0
Overige schulden
5.270
6.619
Overlopende passiva
154.367
35.099
Totaal passiva
174.628
55.049
Toelichting
Tabel 16 Specificatie debiteuren / Overige vorderingen en overlopende activa (bedragen x € 1.000)
Debiteuren
Overige vorderingen en overlopende activa
Media-inkoop*
8.102
599
Algemene Zaken (kerndepartement)
0
10
Overige departementen
1.358
116.937
Overige agentschappen
3
0
Derden
345
1.208
Totaal
9.807
118.754
* Niet onder te verdelen
Overige departementen en derden
Deze posten hebben betrekking op vooruit gefactureerde betalingen met betrekking tot lopende projecten en campagnes van overige departementen en derden die op de balansdatum nog niet zijn afgesloten. Het vergelijkende cijfer voor 2024 van de post overlopende activa is extracomptabel niet beschikbaar. Een benadering van dit cijfer zou onevenredige inspanningen vragen.
Liquide middelen
Het betreft hier uitsluitend de rekening-courant bij de Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën. De liquide middelen zijn ten opzichte van 2025 met circa € 10,677 miljoen toegenomen. De oorzaak is dat de crediteuren in de maand december minder zijn betaald ten opzichte van 2024.
Eigen vermogen
Door het positief resultaat van € 0,384 miljoen in 2025 stijgt het eigen vermogen tot € 6,797 miljoen. DPC bereikt in 2025 de norm van het maximaal toegestane Eigen Vermogen.
Voorzieningen
Voorzieningen bij DPC worden getroffen voor juridische of feitelijke verplichtingen die hun oorzaak vinden op of voor de balansdatum, waarbij voor afwikkeling van de verplichting een uitstroom van middelen zal gaan plaatsvinden waarvan de omvang nog niet vaststaat, maar die wel op betrouwbare wijze kan worden geschat. In het kader van reorganisaties wordt een voorziening getroffen in het kader van de in 2025 nog geldende «van werk naar werk afspraken». In navolgende tabel wordt het verloop van deze voorziening weergegeven.
Tabel 17 Ontwikkeling voorziening (bedragen x € 1.000)
2025
2024
Stand per 1 januari
18
38
-/- Onttrekkingen
14
19
-/- Vrijval
4
1
+/+ Dotaties
0
0
Stand per 31 december
0
18
Tabel 18 Specificatie crediteuren / Overige schulden en overlopende passiva (bedragen x € 1.000)
Crediteuren
Overige schulden en overlopende passiva
Media-inkoop*
3.032
23.406
VORA (opdrachtgever)*
0
2.715
Algemene Zaken (kerndepartement)
354
0
Overige departementen
0
128.246
Overige agentschappen
0
0
Belasting
2.977
1.313
Derden
0
3.957
Personeel DPC
0
0
Totaal
6.363
159.637
* Niet onder te verdelen
Nog te betalen media inkoop
Dit saldo betreft de kostenfacturen van de media-exploitanten die per 31-12-2025 nog niet in rekening zijn gebracht bij het rijksmediabureau. In de loop van 2026 zal na facturatie van de media-exploitanten het creditsaldo afnemen.
Overige departementen en derden
Deze posten hebben betrekking op vooruit ontvangen betalingen met betrekking tot lopende projecten en campagnes van overige departementen en derden die op de balansdatum nog niet zijn afgesloten. Het vergelijkende cijfer voor 2024 van de post overlopende passiva is extracomptabel niet beschikbaar. Een benadering van dit cijfer zou onevenredige inspanningen vragen.
Tabel 19 Kasstroomoverzicht over 2025 (bedragen x € 1.000)
Vastgestelde begroting (1)
Realisatie (2)
Verschil (3)=(2)-(1)
Rekening-courant RHB 1 januari 2025 + stand depositorekeningen
35.390
35.390
0
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)
147.553
188.595
41.042
Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)
147.553
177.918
30.365
Totaal operationele kasstroom
0
10.677
10.677
Totaal investeringen (-/-)
0
0
0
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)
0
0
0
Totaal investeringskasstroom
0
0
0
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)
0
0
0
Eenmalige storting door het moederdepartement (+)
0
0
0
Aflossingen op leningen (-/-)
0
0
0
Beroep op leenfaciliteit (+)
0
0
0
Totaal financieringskasstroom
0
0
0
Rekening-courant RHB 31 december 2025 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)*
35.390
46.067
10.677
*Maximale roodstand is € 0,5 miljoen.
Toelichting
Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de kapitaaluitgaven en -ontvangsten en geeft aan hoeveel kasmiddelen in 2025 beschikbaar komen c.q. zijn gekomen (de herkomst van middelen) en op welke wijze gebruik wordt of is gemaakt van deze kasmiddelen (de besteding van middelen). De ontvangsten operationele kasstroom en de uitgaven operationele kasstroom hangen grotendeels samen met de media-inkopen en media-verkopen van de departementen en derden die via DPC lopen. Hoewel DPC hierop niet direct kan sturen, vormen zij een belangrijk onderdeel van de totale omzet van DPC alsmede van de operationele kasstroom. Doordat de media-omzet hoger is dan geraamd is ook de hieruit voortvloeiende kasstroom hoger. Het liquiditeitssaldo wordt veroorzaakt doordat het saldo van de nog te betalen facturen aan media-exploitanten neerslaat bij DPC als liquide middelen. Daarnaast leidt een vaak relatief hoge media-omzet in het vierde kwartaal tot een hoger liquiditeitssaldo. Dit effect loopt echter weg in de eerste maand van het daarop volgende jaar.
Tabel 20 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2025
Realisatie
Vastgestelde begroting
2022
2023
2024
2025
2025
Omschrijving Generiek deel
Saldo van baten en lasten (%)
1,12%
0,38%
‒ 0,42%
0,74%
0,0%
FTE-totaal (excl. externe inhuur)
187,1
209,3
230,1
226,4
228
Ziekteverzuimpercentage
5,90%
7,00%
6,30%
5,50%
2,60%
Specifieke doelmatigheidsindicator
Aantal beantwoorde vragen per telefoon
158.184
159.248
126.004
95.661
175.000
Service niveau telefonie
74,10%
80,00%
77,30%
81,00%
80% binnen 40 sec.
Burgertevredenheid telefonie
4,4
4
4,5
4,4
4,0
Aantal beantwoorde vragen per e-mail
60.012
43.570
40.798
44.904
50.000
Service niveau e-mail
88,50%
95%
99%
96,00%
95% binnen 2 werkdagen
Burgertevredenheid e-mail
3,4
3
3,5
3,3
3,0
Media-index RTV
31,60%
27,50%
25,3%
27,30%
25,00%
Media-index Interactieve Media
7,60%
7,10%
4,8%
3,10%
10,00%
Media-index Print
15,30%
28,70%
23,7%
21,80%
17,50%
Technisch-functionele toegankelijkheid Platform Rijksoverheid Online
94%
94%
94%
100%
100%
Beschikbaarheid Platform Rijksoverheid Online
100%
100%
100%
100%
99,30%
Aantal bezoeken Rijksoverheid.nl
223.887.106
128.226.201
120.670.542
101.029.423
94.000.000
Bezoekerstevredenheid Rijksoverheid.nl
6,5
6,6
6,6
6,9
7
Content toegankelijkheid Rijksoverheid.nl
90%
90%
90%
68%
100%
Aantal bezoeken platformwebsites
132.329.495
113.052.859
119.836.877
122.887.213
134.500.000
Toelichting
Saldo van baten en lasten
Over 2025 heeft DPC een positief resultaat behaald.
Fte totaal
DPC hanteert een formatie van 228 fte. Rekening houdend met de wijzigingen samenhangend met de reguliere in- en uitstroom was de totale bezetting in 2025 226,4fte.
Ziekteverzuimpercentage
Het feitelijk ziekteverzuim is ten opzichte van 2024 gedaald maar niet binnen de norm gebleven, hetgeen grotendeels wordt veroorzaakt door een aantal langdurig zieken.
Aantal beantwoorde vragen per telefoon
Deze indicator geeft het aantal beantwoorde vragen voor het kanaal telefonie. Hiervoor geldt geen norm, alleen een verwachting.
Service niveau telefonie
Deze indicator geeft aan dat 81% van de telefoongesprekken binnen 40 seconden is opgenomen.
Burgertevredenheid telefonie
Resultaat van een continu uitgevoerd burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de telefonische vraagbeantwoording vanuit burgerperspectief beoordeeld en gemeten op een 5-puntsschaal waarbij 1 zeer ontevreden en 5 zeer tevreden is. Omdat de focus op kwaliteit ondanks de krappe capaciteit niet losgelaten is, is de burgertevredenheid binnen de norm gebleven.
Aantal beantwoorde vragen per e-mail
Deze indicator geeft het aantal beantwoorde vragen voor het kanaal e-mail. Hiervoor geldt geen norm, alleen een verwachting. In 2024 was dat 40.798 en in 2025 44.904. Dit hangt mogelijk samen met beantwoording van vragen via andere kanalen.
Service niveau e-mail
Deze indicator geeft aan dat 96% van de via e-mail gestelde vragen binnen twee werkdagen is afgehandeld.
Burgertevredenheid e-mail
Resultaat van een continu uitgevoerd burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van vraagbeantwoording via e-mail vanuit burgerperspectief beoordeeld en gemeten op een 5-puntsschaal waarbij 1 zeer ontevreden en 5 zeer tevreden is. De burgertevredenheid is binnen norm gebleven.
Media-Index RTV
Deze index geeft het netto inkoopvoordeel weer dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte op radio en televisie in plaats van per individuele opdrachtgever. De tarieven voor individuele opdrachtgevers worden bepaald op basis van een benchmark, waarover het rijksmediabureau beschikt. De index fluctueert als gevolg van schommelingen in jaarlijkse rtv-bestedingen.
Media-Index Interactieve media
De index interactieve media geeft het netto inkoopvoordeel weer dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte op alle interactieve media. Er wordt geen inkoopvoordeel behaald wanneer mediaruimte is verkregen door middel van een veiling. Dit is de markt brede ontwikkeling van het afgelopen decennium. De inkoop van video, display en DOOH via software tools (DSP’s) gaat voornamelijk op basis van een veiling. Op social platformen zijn het interne veilingen. De gerealiseerde index 2025 ligt lager dan de index van de jaren ervoor en het volume is gelijk aan 2024. De verhoudingen tussen de verschillende vormen van interactieve inkoop (display, video, social, etc.) en inkoopmethodes wijzigen nauwelijks. Het enorme bestedingsvolume dempt de schommelingen van de inkoopvoordeel cijfers per mediumtype en mediumformat.
Media-Index Print
Deze index geeft het bruto inkoopvoordeel weer dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte in alle printtitels en out-of-home mogelijkheden. Beide mediumtypen zijn nog steeds grotendeels traditioneel georganiseerd en hanteren een (bruto-)tariefkaart als uitgangspunt voor de tarief bepaling. Door fusies en overnames is het aantal printaanbieders beperkt, wel exploiteren zij in lijn met de printtitels aanvullende mediumtypen zoals content en display. Hierdoor zijn er naast het volume ook andere invloeden op de inkoopvoordelen. Desondanks zijn de prijsafspraken nog steeds per mediumtype.
Technisch-functionele toegankelijkheid Platform Rijksoverheid Online
Het Platform Rijksoverheid Online wordt jaarlijks, en bij significante wijzigingen, op toegankelijkheid geïnspecteerd door een kundige en onafhankelijke partij. De webpagina’s die worden getest zijn gebaseerd op een steekproef, aangevuld met pagina’s die na de laatste inspectie in technisch-functionele zin zijn aangepast. De bevindingen uit deze inspecties worden zo snel als mogelijk verwerkt.
Beschikbaarheid Platform Rijksoverheid Online
Deze indicator staat voor de toegang tot online informatie voor bezoekers op het Platform. Het percentage is een gemiddelde van de beschikbaarheids-percentages van alle servers op het Platform Rijksoverheid Online die relevant zijn voor de buitenwereld.
Aantal bezoeken Rijksoverheid.nl
Deze indicator geeft het aantal bezoeken per jaar aan de website Rijksoverheid.nl. Voor het aantal bezoeken geldt geen norm, alleen een verwachting.
Bezoekerstevredenheid Rijksoverheid.nl
Resultaat van een onafhankelijke meting via het online Burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de website Rijksoverheid.nl vanuit bezoekersperspectief beoordeeld.
Content Toegankelijkheid Rijksoverheid.nl
De content op Rijksoverheid.nl wordt jaarlijks, en bij significante wijzigingen, op toegankelijkheid geïnspecteerd door een kundige en onafhankelijke partij. De bevindingen uit deze inspecties worden direct verwerkt. De webpagina’s die worden getest, zijn gebaseerd op een steekproef die wordt aangevuld met pagina’s waarvoor specifieke voorwaarden voor toegankelijkheid gelden, zoals gebruik van tabellen, taalwissels, foto’s en infographics. Dit om er zeker van te zijn dat de eisen voor toegankelijkheid correct worden toegepast.
Aantal bezoeken Platformwebsites
Deze indicator geeft het aantal bezoeken per jaar aan websites op het Platform Rijksoverheid Online, exclusief de bezoeken aan Rijksoverheid.nl. Voor het aantal bezoeken geldt geen norm, alleen een verwachting.
8. Saldibalans
Saldibalans per 31 december 2025 van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA)
Tabel 21 Saldibalans per 31 december 2025 van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA) (bedragen x € 1.000)
Activa1
31-12-2025
31-12-2024
Passiva
31-12-2025
31-12-2024
Intra-comptabele posten
1
Uitgaven ten laste van de begroting
111.435
112.055
2
Ontvangsten ten gunste van de begroting
10.483
5.755
3
Liquide middelen
0
0
4
Rekening-courant RHB2
64.088
59.320
4a
Rekening-courant RHB
165.312
165.670
5
Rekening-courant RHB Begrotingsreserve
0
0
5a
Begrotingsreserves
0
0
6
Vorderingen buiten begrotingsverband
447
57
7
Schulden buiten begrotingsverband
175
7
8
Kas-transverschillen
0
0
Subtotaal intra-compatabel
175.970
171.432
Subtotaal intra-comptabel
175.970
171.432
Extra-comptabele posten
9
Openstaande rechten
0
0
9a
Tegenrekening openstaande rechten
0
0
10
Vorderingen
160
54
10a
Tegenrekening vorderingen
160
54
11a
Tegenrekening schulden
0
0
11
Schulden
0
0
12
Voorschotten
0
145
12a
Tegenrekening voorschotten
0
145
13a
Tegenrekening garantieverplichtingen
0
0
13
Garantieverplichtingen
0
0
14a
Tegenrekening andere verplichtingen
8.423
5.031
14
Andere verplichtingen
8.423
5.031
15
Deelnemingen
0
0
15a
Tegenrekening deelnemingen
0
0
Subtotaal extra-comptabel
8.583
5.230
Subtotaal extra-comptabel
8.583
5.230
Totaal
184.553
176.662
Totaal
184.553
176.662
X Noot
1
Door afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.
X Noot
2
Rijkshoofdboekhouding
Toelichting bij de Saldibalans per 31 december 2025 van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA)
1 en 2) Begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten
Verrekening van de begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten 2025 zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.
4) Rekening courant de Koning, Kabinet van de Koning (KvdK) en Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD)
Tabel 22 Rekening courant (Bedragen x € 1.000)
De Koning
60.394
Kabinet van de Koning
‒ 8
Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten
3.702
Totaal
64.088
6) Vorderingen buiten begrotingsverband
Nadere specificatie van de vorderingen buiten begrotingsverband:
Tabel 23 Vorderingen buiten begrotingsverband (Bedragen x € 1.000)
Omschrijving
Vorderingen
Nog te vorderen RVB uitgaven
364
Salarisuitgaven
77
Overige vorderingen
6
Totaal
447
Dit bedrag bestaat uit vorderingen op (ex)personeel, loonkosten die nog verrekend moeten worden met derden en kosten die nog verrekend moeten worden met het Rijksvastgoedbedrijf (RVB).
7) Schulden buiten begrotingsverband
Nadere specificatie van de schulden buiten begrotingsverband:
Tabel 24 Schulden buiten begrotingsverband (Bedragen x € 1.000)
Omschrijving
Schulden
Agentschap (ontvangst BZK was niet voor AZ)
175
Totaal
175
Dit is een schuld op het agentschap DPC voor een ontvangst die ze onterecht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) hebben gekregen.
10) Vorderingen
10a) Tegenrekening vorderingen
Het betreft een beperkt aantal aan debiteuren verzonden facturen, vanwege economische transacties, die direct opeisbaar zijn.
12) Voorschotten
12a) Tegenrekening voorschotten
Bij de overgang van APG naar WWWplus (BZK/UBR/EC O&P), per 1 juli 2024, worden de uitgaven voor bovenwettelijke uitkeringen bij werklooosheid (BWWG) niet langer gerekend als voorschot.
Tabel 25 Tegenrekening voorschotten (Bedragen x € 1.000)
Ontstaansjaar
Stand 01-01-2025
Verstrekt in 2025
Afgerekend in 2025
Stand 31-12-2025
2024
145
0
145
0
2025
0
0
0
0
Totaal
145
0
145
0
14 en 14a) Andere verplichtingen
Het betreft hier met name verplichtingen die verband houden met AZ-Next, inhuur van ICT-specialisten.
Saldibalans per 31 december 2025 van het Kabinet van de Koning (IIIB)
Tabel 26 Saldibalans per 31 december 2025 van het Kabinet van de Koning (IIIB) (bedragen x € 1.000)
Activa1
31-12-2025
31-12-2024
Passiva
31-12-2025
31-12-2024
Intra-comptabele posten
1
Uitgaven ten laste van de begroting
3.336
3.247
2
Ontvangsten ten gunste van de begroting
3.344
3.285
3
Liquide middelen
0
0
4
Rekening-courant RHB2
8
38
4a
Rekening-courant RHB
0
0
5
Rekening-courant RHB Begrotingsreserve
0
0
5a
Begrotingsreserves
0
0
6
Vorderingen buiten begrotingsverband
0
0
7
Schulden buiten begrotingsverband
0
0
8
Kas-transverschillen
0
0
Subtotaal intra-compatabel
3.344
3.285
Subtotaal intra-comptabel
3.344
3.285
Extra-comptabele posten
9
Openstaande rechten
0
0
9a
Tegenrekening openstaande rechten
0
0
10
Vorderingen
0
0
10a
Tegenrekening vorderingen
0
0
11a
Tegenrekening schulden
0
0
11
Schulden
0
0
12
Voorschotten
0
0
12a
Tegenrekening voorschotten
0
0
13a
Tegenrekening garantieverplichtingen
0
0
13
Garantieverplichtingen
0
0
14a
Tegenrekening andere verplichtingen
0
0
14
Andere verplichtingen
0
0
15
Deelnemingen
0
0
15a
Tegenrekening deelnemingen
0
0
Subtotaal extra-comptabel
0
0
Subtotaal extra-comptabel
0
0
Totaal
3.344
3.285
Totaal
3.344
3.285
X Noot
1
Door afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.
X Noot
2
Rijkshoofdboekhouding
Toelichting bij de Saldibalans per 31 december 2025 van het Kabinet van de Koning (IIIB)
1 en 2) Begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten
Verrekening van de begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten 2025 zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.
Saldibalans per 31 december 2025 van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC)
Tabel 27 Saldibalans per 31 december 2025 van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC) (bedragen x € 1.000)
Activa1
31-12-2025
31-12-2024
Passiva
31-12-2025
31-12-2024
Intra-comptabele posten
1
Uitgaven ten laste van de begroting
3.702
2.809
2
Ontvangsten ten gunste van de begroting
0
43
3
Liquide middelen
0
0
4
Rekening-courant RHB2
0
0
4a
Rekening-courant RHB
3.702
2.766
5
Rekening-courant RHB Begrotingsreserve
0
0
5a
Begrotingsreserves
0
0
6
Vorderingen buiten begrotingsverband
0
0
7
Schulden buiten begrotingsverband
0
0
8
Kas-transverschillen
0
0
Subtotaal intra-comptabel
3.702
2.809
Subtotaal intra-comptabel
3.702
2.809
Extra-compatbele posten
9
Openstaande rechten
0
0
9a
Tegenrekening openstaande rechten
0
0
10
Vorderingen
0
0
10a
Tegenrekening vorderingen
0
0
11a
Tegenrekening schulden
0
0
11
Schulden
0
0
12
Voorschotten
0
0
12a
Tegenrekening voorschotten
0
0
13a
Tegenrekening garantieverplichtingen
0
0
13
Garantieverplichtingen
0
0
14a
Tegenrekening andere verplichtingen
40
0
14
Andere verplichtingen
40
0
15
Deelnemingen
0
0
15a
Tegenrekening deelnemingen
0
0
Subtotaal extra-comptabel
40
0
Subtotaal extra-comptabel
40
0
Totaal
3.742
2.809
Totaal
3.742
2.809
X Noot
1
Door afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.
X Noot
2
Rijkshoofdboekhouding
Toelichting bij de Saldibalans per 31 december 2025 van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC)
1 en 2) Begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten
Verrekening van de begrotingsuitgaven 2025 zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.
14 en 14a) Andere verplichtingen
Geen bijzonderheden betreft een overlopende verplichting.
9. WNT-verantwoording 2025 Ministerie van Algemene Zaken
De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het individueel toepasselijk drempelbedrag te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.
Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigingsmaximum bedraagt in 2025 € 246 duizend.
Er zijn geen functionarissen die in 2025 een bezoldiging boven het toepasselijke bezoldigingsmaximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2025 geen functionarissen die hun werkzaamheden als topfunctionaris hebben neergelegd en die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar aangemerkt worden als topfunctionaris.
Er zijn in 2025 geen ontslaguitkeringen betaald die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd.
Tabel 28 Bezoldiging van topfunctionarissen
Naam instelling
Naam topfunctionaris
Functie(s) (+tussen haakjes gegevens van 2024)
Datum aanvang functievervulling in 2025 (+tussen haakjes gegevens van 2024)
Datum einde functievervulling in 2025 (+tussen haakjes gegevens van 2024)
Dienstverband in FTE (+ tussen haakjes omvang in 2024)
Op externe inhuur-basis (nee; < = 12 kalender-mnd; > 12 kalender-mnd)
Beloning plus onkostenvergoeding (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2024)
Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2024)
Totale bezoldiging in 2025 (+ tussen haakjes bedrag in 2024)
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum (+tussen haakjes gegevens van 2024)
Motivering en bedrag (indien overschrijding)
KvdK
Mr. C. Jonker
directeur (directeur)
01-01-2025 (01-01-2024)
31-12-2025 (31-12-2024)
1,00 (1,00)
nee
201.907 (195.163)
23.233 (23.345)
225.140 (218.508)
246.000 (233.000)
nvt
CTIVD
H.M.P. Hillenaar
voorzitter
6-1-2025
31-12-2025
1,00
nee
177.319
22.872
200.191
242.630
nvt
D. BIJLAGEN
Bijlage 1: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek
Tabel 29 Artikel 1 - Eenheid van het algemeen regeringsbeleid
Thema
Subthema
Type onderzoek
Afronding
Status
Conclusies/aanbevelingen*
Begrotingsartikel(en)
Communicatie
Campagnes
Evaluatie onderzoek
2025
afgerond
Jaarevaluatie campagnes Rijksoverheid 2024
1
Bijlage 2: Inhuur externen
Tabel 30 Ministerie van Algemene Zaken Verslagjaar 2025 (bedragen x € 1.000)
Programma- en apparaatskosten
1. Interim-management
158
2. Organisatie- en Formatieadvies
0
3. Beleidsadvies
23
4. Communicatieadvisering
2.087
Beleidsgevoelig (som 1 t/m 4)
2.268
5. Juridisch Advies
0
6. Advisering opdrachtgevers automatisering
8.491
7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie
95
(Beleids)ondersteunend (som 5 t/m 7)
8.586
8. Uitzendkrachten (formatie & piek)
292
Ondersteuning bedrijfsvoering
292
Totaal uitgaven inhuur externen
11.146
De externe inhuur komt in 2025 uit op € 11,1 miljoen en daarmee op een percentage van de totale loonsom van 16 % (boven de norm van 10%).
Een substantieel deel van het (reguliere) werk vult de directie Bedrijfsvoering, mede vanwege krapte op de arbeidsmarkt, in met externe inhuur. Dit speelt met name bij de ICT voor zowel het reguliere werk als de projecten. Dit vraagt om specifieke ICT-kennis, die gezien de schaarste op de ICT-arbeidsmarkt, wordt ingehuurd. De externe inhuur binnen de andere onderdelen van AZ is beperkt. In het kader van de invulling van de apparaatstaakstelling is er overigens sprake van afbouw van de externe inhuur, in combinatie met verambtelijking van een deel van de inzet van externen. In 2025 is hiermee een eerste stap gemaakt waardoor het percentage externe inhuur is gedaald van 20,6% (ultimo 2024) naar 16 % (ultimo 2025).
Tabel 31 Inhuur externen buiten raamovereenkomsten
Aantal overschrijdingen maximumuurtarief
0
Ondertekenaars
R.A.A. Jetten, minister van Algemene Zaken