Jaarverslag : Jaarverslag Staten-Generaal 2025
Tweede Kamer der Staten-Generaal
InhoudsopgaveGerealiseerde uitgaven en ontvangstenA. Algemeen1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverleningDechargeverlening door de Tweede KamerDechargeverlening door de Eerste Kamer2. LeeswijzerB. BeleidsverslagBeleidsprioriteiten3. Beleidsartikelen3.1 Artikel 1. Wetgeving en controle Eerste KamerA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de instrumenten3.2 Artikel 2. Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede KamerA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de instrumenten3.3 Artikel 3. Wetgeving en controle Tweede KamerA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleid E. Toelichting op de instrumenten3.4 Artikel 4. Wetgeving en controle Eerste en Tweede KamerA. Algemene doelstellingB. Rol en verantwoordelijkheidC. BeleidsconclusiesD. Budgettaire gevolgen van beleidE. Toelichting op de instrumenten4. Niet-beleidsartikelen4.1 Artikel 10. Nog onverdeeld5. Bedrijfsvoeringsparagraaf5.1 Bedrijfsvoeringsparagraaf Eerste Kamer5.2 Bedrijfsvoeringsparagraaf Tweede KamerC. Jaarrekening6. Verantwoordingsstaat7. Saldibalans8. WNT-verantwoording 2025 Staten-Generaal
36 945 IIA Jaarverslag en Slotwet Staten-Generaal 2025
Nr. 1 JAARVERSLAG VAN DE STATEN-GENERAAL
Ontvangen 20 mei 2026
Vergaderjaar 2025–2026
GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 278.502.000,-
Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 17.158.000,-
A. ALGEMEEN
1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening
AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.
Hierbij bied ik u het jaarverslag van de begroting van de Staten-Generaal (IIA) over het jaar 2025 aan. Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.
Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:
1. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;
2. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;
3. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
4. de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;
5. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.
Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:
1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025;
2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;
3. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;
4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).
Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,P.E.Heerma
Dechargeverlening door de Tweede Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Tweede Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten- Generaal.
Dechargeverlening door de Eerste Kamer
Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van
De Voorzitter van de Eerste Kamer,
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.
2. Leeswijzer
Voor u ligt het jaarverslag 2025 van de Staten-Generaal.
Het jaarverslag 2025 is als volgt opgebouwd:
A. een algemeen deel met de dechargeverlening;
B. het beleidsverslag met de artikelen en de bedrijfsvoeringsparagraaf;
C. de jaarrekening met de verantwoordingsstaat, de saldibalans en de WNT-verantwoording 2025;
D. De bijlage toezichtrelaties ZBO's en RWT's.
Specificatie apparaatsuitgaven
De begroting van de Staten-Generaal heeft geen apart centraal apparaats-artikel. In de beleidsartikelen is bij de toelichting onder de tabel budgettaire gevolgen van beleid een uitsplitsing van de apparaatsuitgaven opgenomen.
Groeiparagraaf
Ten opzichte van het jaarverslag van vorig jaar zijn in dit jaarverslag geen wijzigingen te melden.
Grondslagen voor de vastlegging en de waardering
De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften. Voor de begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast.
Focusonderwerp
Het focusonderwerp voor de verantwoording 2025 heeft geen betrekking op het jaarverslag van de Staten-Generaal.
Beleidsverslag
Beleidsprioriteiten
Een college dient, conform de Comptabiliteitswet 2016, artikel 2.1 lid 7 betreffende een niet-departementale begroting, enkel haar taken en bedrijfsvoering weer te geven. Derhalve bevat de niet-departementale begroting – in vergelijking met departementale begrotingen waarbij wel een weergave van het beleid wordt opgenomen – geen beleidsprioriteiten. In aansluiting hierop worden geen beleidsprioriteiten opgenomen in het beleidsverslag.
Beleidsartikelen
Een beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:
A. Algemene doelstelling;
B. Rol en verantwoordelijkheid;
C. Beleidsconclusies;
D. Budgettaire gevolgen van beleid;
E. Toelichting op de financiële instrumenten.
Het niet-beleidsartikel is opgebouwd uit de tabel budgettaire gevolgen en de toelichting op de tabel.
Toelichting op de financiële instrumenten
In de toelichting op de financiële instrumenten wordt een toelichting gegeven bij verschillen tussen de vastgestelde begroting 2025 en de realisatie 2025. Indien van toepassing wordt hierbij verwezen naar de eerste en tweede suppletoire begroting 2025. Het uitgangspunt is om daar de beleidsmatige en technische mutaties toe te lichten die groter zijn dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften is opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:
Tabel 1 Ondergrens (staffel) op basis van de Rijksbegrotingsvoorschriften
Begrotingsartikel
Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € mln.)
Technische mutaties (ondergrens in € mln.)
1. Wetgeving en controle Eerste Kamer
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.
2. Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.
3. Wetgeving en controle Tweede Kamer
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.Ontvangsten: 2 mln.
4. Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.
10. Nog onverdeeld
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.
Bedrijfsvoeringsparagraaf
Voor de Eerste Kamer en Tweede Kamer is een afzonderlijke bedrijfsvoeringsparagraaf opgenomen.
Jaarrekening
Verantwoordingsstaat
In de jaarrekening treft u de verantwoordingsstaat voor de Staten-Generaal.
Saldibalans
In de jaarrekening wordt de saldibalans opgenomen met de bijbehorende toelichting.
WNT-verantwoording
Het jaarverslag wordt afgesloten met de verantwoording van de Wet Normering Topinkomens (WNT) van de Staten-Generaal.
B. BELEIDSVERSLAG
Beleidsprioriteiten
3. Beleidsartikelen
3.1 Artikel 1. Wetgeving en controle Eerste Kamer
A. Algemene doelstelling
De Eerste Kamer vormt samen met de Tweede Kamer de Staten-Generaal. De voorzitter van de Eerste Kamer is ook de voorzitter van de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal, zoals de vergadering op Prinsjesdag waarin de koning de troonrede voorleest.
De kerntaken van de Eerste Kamer zijn het toetsen van voorgenomen wetgeving als medewetgever en het controleren van het regeringsbeleid. De Eerste Kamer heeft als doel goede wetgeving en controle tot stand brengen. Dit vertaalt zich in:
– deugdelijke toetsing van de kwaliteit, de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid van nationale en Europese ontwerpwet- en regelgeving;
– adequate controle van het Nederlandse regeringsbeleid;
– transparantie over de uitoefening van haar eigen taken en bevoegdheden en de uitvoering daarvan, en toereikende voorzieningen in een effectieve en efficiënte ondersteunende organisatie: de griffie;
– De Eerste Kamer vormt de voorlaatste schakel in de keten van het wetgevingsproces. Na aanvaarding door de Eerste Kamer bekrachtigt het staatshoofd wet- en regelgeving.;
– De controle op het regeringsbeleid gebeurt in interactie met de regering. De Eerste Kamer is betrokken bij de voorbereiding van zowel nationale als Europese wetgevings- en beleidsvoorstellen.
De bevoegdheden van de Eerste en Tweede Kamer op Europees terrein zijn dezelfde als op nationaal terrein. De Eerste Kamer
– voert onder andere overleg met de regering over de regeringsinzet bij de voorbereiding van Europese wetgeving;
– participeert in het kader van internationale samenwerking en parlementaire diplomatie in parlementaire assemblees van internationale organisaties;
– onderhoudt contacten met parlementen en regeringen van andere Europese lidstaten.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4, lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.
C. Beleidsconclusies
Het beleid van de Eerste Kamer is in 2025 niet gewijzigd.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 1. Wetgeving en controle Eerste Kamer (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
20.837
20.432
22.204
26.224
29.662
25.634
4.028
Uitgaven
21.904
21.178
22.595
25.531
28.599
25.634
2.965
1.0
Wetgeving en controle Eerste Kamer
21.904
21.178
22.595
25.531
28.599
25.634
2.965
Institutionele inrichting
17.081
15.701
16.942
19.548
21.998
19.828
2.170
Apparaat Eerste Kamer
17.081
15.701
16.942
19.548
21.998
19.828
2.170
Personele uitgaven
4.661
4.910
5.137
5.495
5.761
5.327
434
Vergoedingen voorzitter/leden Eerste Kamer
4.661
4.910
5.137
5.495
5.761
5.327
434
Materiële uitgaven
162
567
516
488
840
479
361
Verenigde vergadering
162
567
516
488
840
479
361
Ontvangsten
151
342
262
135
270
140
130
E. Toelichting op de instrumenten
Uitgaven
Institutionele inrichting
Apparaat Eerste Kamer
Naast de uitgaven voor de ondersteuning van de Eerste Kamer, huisvesting en overige bedrijfsvoeringskosten, zijn de middelen ingezet voor de regeling ondersteuningsbudget fracties. Daarnaast is gestart met de implementatie van het nieuwe parlementaire systeem (€ 1,6 mln.). Totale kosten artikel apparaat (€ 22 mln.).
Personele uitgaven
Vergoeding voorzitter/leden Eerste Kamer
De vergoedingen aan de voorzitter en leden van de Eerste Kamer zijn volgens beleid en wetgeving vergoed (€ 5,8 mln.).
Materiële uitgaven
Verenigde Vergadering
In 2025 heeft de Verenigde Vergadering ter gelegenheid van de opening van het parlementaire jaar op Prinsjesdag voor de vierde keer plaatsgevonden in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Dit vanwege de renovatie van het Binnenhof en in plaats van de gebruikelijke locatie in de Ridderzaal. De organisatie van Prinsjesdag is bekostigd door de Eerste Kamer (€ 0,5 mln.).
Daarnaast is in het teken van 80 jaar vrijheid een bijzondere Verenigde Vergadering gehouden in de Grote Kerk (€ 0,3 mln.). Hiervoor is bij Najaarsnota budget toegekend.
Tabel 3 Specificatie apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)
2025
Totaal apparaat
28.599
waarvan personeel
9.434
Eigen personeel
8.346
Externe inhuur
999
Overig personeel
89
waarvan materieel
12.564
waarvan overig (leden EK)
5.761
waarvan overig (Prinsjesdag)
840
Ontvangsten
In 2025 is € 0,3 mln. aan ontvangsten gegenereerd. De ontvangsten betreffen de afwikkeling van voorschotten die verstrekt zijn aan de fracties voor hun ondersteuning over 2024.
3.2 Artikel 2. Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer
A. Algemene doelstelling
Onder dit artikel worden rechtspositionele uitgaven aan leden en oud-leden van de Tweede Kamer, alsmede hun nagelaten betrekkingen, geschaard.
De Tweede Kamer draagt ingevolge de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer en de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers zorg voor de uitgaven ten behoeve van:
– de schadeloosstelling van de leden van de Tweede Kamer;
– de reis- en overige kostenvergoedingen van de leden van de Tweede Kamer;
– de wachtgelden van oud-leden van de Tweede Kamer;
– de pensioenen van oud-leden van de Tweede Kamer en hun nabestaanden;
Tabel 4 Aantal deelgerechtigden pensioenen en wachtgelden oud-leden
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Pensioenen oud-leden
432
451
448
470
471
477
Wachtgelden oud-leden
14
58
48
103
118
155
Totaal
446
509
496
573
589
632
Tabel 5 Gemiddelde uitgaven per Kamerzetel (x 1.000)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Schadeloosstelling
24.393
23.515
25.054
26.461
28.390
29.544
Gemiddeld per lid Tweede Kamer
163
157
167
176
189
197
Pensioenen en wachtgelden
9.468
11.918
10.275
12.372
15.899
14.745
Totaal
33.861
35.433
35.329
38.833
44.289
44.289
Gemiddeld per lid Tweede Kamer
226
236
236
259
295
Schadeloosstelling leden Europarlement
0
0
0
0
0
0
Gemiddeld per lid Europees Parlement
0
0
0
0
0
0
B. Rol en verantwoordelijkheid
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in de Comptabiliteitswet 2016 (artikel 4.4, lid 4) afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.
C. Beleidsconclusies
Voor wat betreft de uitvoering en de beoogde resultaten deden zich geen bijzonderheden voor.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 2. Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
34.885
36.903
41.088
48.514
44.582
43.423
1.159
Uitgaven
35.434
35.329
38.833
44.289
44.289
43.423
866
2.0
Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer
35.434
35.329
38.833
44.289
44.289
43.423
866
Institutionele inrichting
23.516
25.054
26.461
28.390
29.544
27.551
1.993
Schadeloosstelling
23.516
25.054
26.461
28.390
29.544
27.551
1.993
Personele uitgaven
11.918
10.275
12.372
15.899
14.745
15.872
‒ 1.127
Pensioenen en wachtgelden
11.918
10.275
12.372
15.899
14.745
15.872
‒ 1.127
Ontvangsten
46
43
48
58
104
86
18
E. Toelichting op de instrumenten
Uitgaven
Institutionele inrichting
Schadeloosstelling
De uitgaven aan schadeloosstelling zijn ten opzichte van de oorspronkelijke begroting toegenomen. Dit heeft te maken met de toevoeging van middelen bij de eerste en september suppletoire begrotingen. De uitgaven zijn ten opzichte van de tweede suppletoire begroting lager uitgevallen.
Personele uitgaven
Pensioenen en wachtgelden
Ten opzichte van 2024 is het aantal politieke pensioenen licht gestegen van 471 naar 477 eind 2025. Het aantal wachtgeldgerechtigden is gestegen van 118 naar 155 eind 2025 als gevolg van de verkiezingen van 29 oktober.
De uitgaven van wachtgelden zijn lager ten opzichte van de begroting. Het budget voor de wachtgeldregeling was minder sterk aangesproken door voormalige Kamerleden. Bij eerste suppletoire begroting is hiermee rekening gehouden en is de begroting naar beneden bijgesteld. De realisatie van de pensioenen sluit nagenoeg aan bij de begroting.
Tabel 7 Pensioenen en wachtgelden (x 1.000)
Uitgaven 2024
Uitgaven 2025
Verschil
Pensioenen
7.299
8.179
880
Wachtgelden
5.882
5.534
‒ 348
Outplacement
1.952
289
‒ 1.663
Uitvoeringskosten
766
743
‒ 23
Totaal
15.899
14.745
‒ 1.154
Ontvangsten
De ontvangsten hebben betrekking op de verrekening van neveninkomsten van de leden.
3.3 Artikel 3. Wetgeving en controle Tweede Kamer
A. Algemene doelstelling
Volksvertegenwoordiging
Als volksvertegenwoordiging heeft de Tweede Kamer twee hoofdtaken: controle van de regering en (mede)wetgeving. Deze taken vloeien voort uit de artikelen 50 (vertegenwoordiging van het gehele Nederlandse volk), 65 tot en met 72 (werkwijze), 81 tot en met 87 (wetten en andere voorschriften), 105 (begrotingen), 137 en 138 (grondwetgeving) van de grondwet en enkele andere (grond)wetsartikelen.
De ambtelijke diensten
Het ondersteunen van het constitutioneel proces. Dit doen de ambtelijke diensten door middel van het bieden van een politiek neutrale, adequate en innovatieve ondersteuning van de Kamerleden in alle facetten van hun werk als volksvertegenwoordiger. De politieke prioriteiten, zoals door de Kamer bepaald, zijn daarbij leidend.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4, lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.
C. Beleidsconclusies
Werkwijze Tweede Kamer
Medio 2024 is de werkgroep ‘Voor een Kamer die Werkt’ ingesteld naar aanleiding van de motie-Kamminga c.s. (Kamerstuk 35 867 nr. 10). Deze motie verzocht het Presidium een werkgroep in te stellen die inzichtelijk maakt wat de stand van zaken is met betrekking tot de aanbevelingen van een vijftal bij naam genoemde en andere relevante rapporten die sinds het rapport ‘Versterking functies Tweede Kamer’ zijn verschenen. Het doel was een integraal beeld te krijgen van de opvolging en samenhang, en indachtig de aanbevelingen en lessen uit dit rapport om tot aanbevelingen te komen hoe de werkwijze van de Kamer verder versterkt kan worden versterkt. Deze werkgroep, onder voorzitterschap van het lid Kamminga, bracht in april 2025 verslag uit en deed een aantal nadere aanbevelingen op het terrein van medewetgeving, controle, vertegenwoordiging, informatievoorziening en de werkwijze van de Kamer (Bijlage bij Kamerstuk 36673, nr. 4). Het eindverslag is op 20 mei 2025 behandeld door de commissie voor de Werkwijze.
De commissie voor de Werkwijze heeft besloten om een groot deel van de aanbevelingen uit het eindverslag door te geleiden aan de vaste commissies, een deel aan de Kamer als geheel voor te leggen en een deel zal aan het Presidium worden doorgeleid. Daarnaast heeft het lid Grinwis (ChristenUnie) tijdens de behandeling van de Raming aanvullend hierop een motie (Kamerstuk 36714, nr. 16.) ingediend (aangenomen) over het overnemen van de aanbevelingen uit het eindrapport van deze werkgroep.
Medewetgevende taken en controlerende
De tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing is in november 2024 ingesteld voor de duur van de parlementaire periode met primair een adviserende rol (het signaleren van en adviseren over de grondrechtelijke en constitutionele aspecten van regelgevende voorstellen ten behoeve van de verdere behandeling door de vaste Kamercommissies en de Kamer) en secundair een informerende en aanjagende rol (het vergroten van de aandacht voor en kennis van grondrechten en constitutionele aspecten in de Kamer). De tijdelijke commissie heeft in het kader van haar primaire rol in ruim een half jaar tijd 10 adviezen opgesteld en haar werkwijze in de praktijk verder uitgewerkt. Daarnaast had de tijdelijke commissie een aantal zaken en activiteiten uitgewerkt in het kader van haar secundaire rol, maar vanwege de val van het kabinet en dus het eerdere einde van de parlementaire periode zijn deze uiteindelijk niet tot uitvoering gebracht. Op 24 september 2025 bracht de tijdelijke commissie verslag uit van haar werkzaamheden. Het Presidium deed daarbij een voorstel aan de nieuwe Kamer om de termijn van de tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing te verlengen, zodat meer ervaring kon worden opgedaan met deze nieuwe werkwijze. Op 12 november 2025 nam de Kamer dit advies over en werd de tijdelijke commissie opnieuw ingesteld voor de komende parlementaire periode. De tijdelijke commissie zal weer één keer per twee weken vergaderen en is begonnen op 4 december 2025. De tijdelijke commissie bestaat nu uit tien Kamerleden: Faber (PVV), Sneller (D66), Ellian (VVD), Bushoff (GroenLinks-PvdA), Tijs van den Brink (CDA), Van Meijeren (FVD), Ergin (DENK), Diederik van Dijk (SGP), Bikker (ChristenUnie) en Teunissen (PvdD). Zeven van de tien leden waren tijdens de eerste zittingsperiode van de tijdelijke commissie ook al lid van de commissie.
Onderzoeksinstrumenten Kamer
De werkgroep Voor een Kamer die Werkt presenteert in haar eindverslag (april 2025, ‘Voor een Kamer die Werkt’, bijlage van Kamerstuk 36 673, nr. 4) een reeks praktische aanbevelingen voor de Kamer, vaste commissies en individuele Kamerleden waarmee zij de effectiviteit van hun werk kunnen verbeteren en de positie van de Kamer als geheel kunnen versterken.
De parlementaire enquêtecommissie Corona werkt sinds februari 2024 en kent een looptijd tot december 2026. Op 28 mei 2025 verscheen een brief van het Presidium over een voortgangsbericht van de parlementaire enquêtecommissie Corona inzake de stand van zaken van het onderzoek van de enquêtecommissie. De enquête ligt qua planning op schema. Afgelopen periode hebben de besloten voorgesprekken plaatsgevonden. De parlementaire enquête is het zwaarste onderzoeksinstrument van de Tweede Kamer. Het Presidium vindt het van groot belang dat dit instrument op een effectieve manier wordt ingezet. Met enige regelmaat laat het Presidium zich door de ambtelijke ondersteuning informeren over de voortgang van het enquêteproces.
De commissie Infrastructuur en Waterstaat heeft een parlementaire verkenning uitgevoerd naar de technische mogelijkheden, de tarieven en mogelijke effecten van een systeem van betalen naar gebruik voor automobilisten. De werkgroep Voor een Kamer die Werkt heeft in haar eindverslag geconcludeerd dat de ervaringen met de parlementaire verkenning positief zijn en dat het instrument in een behoefte lijkt te voorzien. De werkgroep doet een aantal aanbevelingen om te leren van ervaringen, bijvoorbeeld door te zorgen voor een brede voorbereidingsgroep uit de commissie, te spreken met hogere ambtenaren, een openbaar rapport te publiceren en na afloop een evaluatie uit te voeren.
Sociale veiligheid
Het conceptprogramma sociale veiligheid werd op 8 december 2025 definitief vastgesteld door de Directie en wordt doorgeleid naar de Ondernemingsraad (OR) voor advisering. Gedurende 2025 zijn de volgende onderdelen gerealiseerd op de pijlers cultuur, structuur en systemen volgens het onderzoeksrapport «Kracht zonder tegenkracht» door de Universiteit van Utrecht.
Cultuur
Een interactieve lezingenreeks sociale veiligheid is structureel ingericht, met een jaarplanning waarbij ook fracties deelnemen. Ook is gewerkt aan leiderschapsontwikkeling en is een aantal lezingen hierover gegeven.
Ook zijn maatwerktrainingen aan teams aangeboden om de verantwoordelijkheid binnen diensten te versterken. Daarnaast is een pilot intervisie gestart voor teamleiders, gericht op professionele uitwisseling rond sociale veiligheid. Tot slot is de omstanderinterventietraining opnieuw opgepakt.
Structuur
Het aantal externe vertrouwenspersonen is uitgebreid van één naar drie. Het 1-loket voor vragen, meldingen en klachten is succesvol ingericht en laat een stijgende lijn in meldingen zien. Een communicatiestrategie is in ontwikkeling met als kernboodschap «sociale veiligheid is geen ‘soft issue’, maar keihard noodzaak voor een sterke, weerbare en prettige organisatie en werkomgeving».
Systeem
Binnen het programma sociale veiligheid is de ambtelijk-politieke dialoog en een mogelijke gedragscode verkend in overleg met Kamerleden, fracties en ambtelijke staf, conform Kracht zonder tegenkracht, met aansluiting bij de Eerste Kamer en andere Europese parlementen. Dit in aansluiting op de aangenomen motie Grinwis (Kamerstuk 36714, nr. 15).
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 3. Wetgeving en controle Tweede Kamer (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
172.136
153.654
177.257
216.408
204.984
196.021
8.963
Uitgaven
153.833
157.556
174.909
199.874
203.170
196.021
7.149
3.0
Wetgeving en controle Tweede Kamer
153.833
157.556
174.909
199.874
203.170
196.021
7.149
Institutionele inrichting
105.869
108.161
122.630
138.488
145.517
141.244
4.273
Apparaat Tweede Kamer
105.253
107.876
122.123
138.080
145.277
139.866
5.411
Onderzoeksbudget
616
285
507
408
240
1.378
‒ 1.138
Materiële uitgaven
47.964
49.395
52.279
61.386
57.653
54.777
2.876
Drukwerk
1.251
830
1.898
1.562
1.808
2.209
‒ 401
Fractiekosten
43.303
42.936
44.344
54.987
49.809
46.868
2.941
Uitzending leden
54
262
354
330
435
532
‒ 97
Parlementaire enquêtes
1.223
3.170
3.320
2.048
3.035
2.700
335
Bijdrage ProDemos
2.133
2.197
2.363
2.459
2.566
2.468
98
Ontvangsten
6.105
11.746
9.492
8.575
16.784
3.639
13.145
Overzicht van risicoregelingen
Tabel 9 Overzicht garanties (bedragen x € 1.000)
Artikel
Omschrijving
Uitstaande garanties 2024
Verleend 2025
Vervallen 2025
Uitstaande garanties 2025
Garantie- plafond
Totaal plafond
Totaalstand risicovoorziening
3
Fractiekosten
5.452
51
5.401
0
5.401
0
Eind 2024 was sprake van een bedrag van € 5,45 mln. aan uitstaande garanties. In 2025 is een bedrag van € 50.900 aan garanties tot betaling gekomen. Het totaal aan uitstaande garanties aan de fracties per 31-12-2025 heeft een omvang van € 5,4 mln.
E. Toelichting op de instrumenten
Uitgaven
Tabel 10 Specificatie apparaatsuitgaven artikel 3 (bedragen x € 1.000)
2025
Totaal apparaat
145.277
waarvan personeel
77.962
Eigen personeel
77.162
(Ambtelijke) Detacheringen
800
Externe inhuur
13.054
Overig personele kosten (vorming & opleiding)
1.307
waarvan materieel
52.954
Institutionele inrichting
Apparaat Tweede Kamer
De vastgestelde begroting 2025 bedroeg € 140 mln. Bij de eerste suppletoire begroting 2025 is extra budget toegevoegd. Het totaal bedrag dat aan de begroting is toegevoegd is per saldo € 16 mln. Hiervan is € 10,5 mln. als extra aanvulling voor de ondersteuning van de Tweede Kamer toegekend, voor het uitvoeren van moties, uitwerking Hoofdlijnen Akkoord, integrale veiligheid, bedrijfsvoering en projecten. Daarnaast is de begroting nog opgehoogd met € 7,2 mln. als gevolg van loon- en prijsontwikkeling en eindejaarsmarge. Tot slot is er nog een kasschuif van € 1,5 mln. geweest van 2025 naar 2026 met betrekking tot inrichting van werkplekken. De stand na de tweede suppletoire begroting 2025 bedroeg € 156 mln. Er is € 10,8 mln. niet besteed, grotendeels heeft dit te maken met vertraging op verschillende projecten en aanbestedingstrajecten.
Externe inhuur (Roemernorm)
In de motie-Roemer (Kamerstukken II 2009/10, 32360, nr. 5) worden de uitgaven binnen het Rijk aan niet-formatief personeel begrensd op 10% van de gezamenlijke uitgaven op alle artikelen voor formatief en niet-formatief personeel. Daarbij is aangegeven dat de norm van 10% het karakter heeft van «comply-or-explain» en dan ook gezien wordt als richtinggevend en niet als afdwingbaar.
In 2025 is € 13 mln. uitgegeven aan niet-formatief personeel. De totale personele uitgaven over 2025 bedragen € 93,5 mln. Dit leidt tot een percentage externe inhuur van 13,97% (2024: 16,5%).
Ondanks de daling van het aandeel externe inhuur, is de externe inhuur in 2025 nog steeds hoger dan de norm, vanwege een nog steeds krappe arbeidsmarkt, met name voor specialistische functies waar de juiste kennis moeilijk te vinden is (informatiebeveiliging, IT kennis). Hierdoor zijn vacatures lastig in te vullen.
Tabel 11 Roemernorm (bedragen x € 1.000)
Uitgaven aan formatief personeel
79.306
Uitgaven aan detacheringen
1.094
Uitgaven aan niet-formatief personeel
13.054
Totaal (A)
93.454
Niet-formatief personeel (B)
13.054
Roemernorm (B als % van A)
14,0%
Onderzoeksbudget
Dit betreft de uitgaven aan kennisactiviteiten van de Kamercommissies. Commissies programmeren deze activiteiten op basis van de kennisagenda die ze jaarlijks op-/bijstellen. De kennisagenda is het afgelopen jaar maar deels uitgevoerd. Dit komt voornamelijk door de val van het kabinet in juni begin en de wisseling van de Kamer begin november. Hierdoor is de Kamer minder dan gebruikelijk in de gelegenheid om bestaande, net geformuleerde kennisthema’s af te ronden en nieuwe kennisthema’s te formuleren. De oorspronkelijke begroting bedroeg € 1,4 mln., deze is bij de tweede suppletoire begroting 2025 naar beneden bijgesteld tot € 0,7 mln. Ten opzichte van de laatste stand resteert € 0,5 mln.
Materiële uitgaven
Drukwerk
Op dit artikel worden de uitgaven voor de publicatie van de handelingen en officiële publicaties op www.overheid.nl. geboekt. De uitgaven in 2025 zijn lager dan begroot (€ 0,4 mln.), omdat het aantal geproduceerde pagina’s bij het SDU (Staatsdrukkerij en Uitgeverij) lager zijn uitgevallen. Bij tweede suppletoire begroting is hiermee rekening gehouden en is de begroting naar beneden bijgesteld.
Fractiekosten
De realisatie van de fractiekosten in 2025 zijn ten opzichte van de oorspronkelijke begroting toegenomen met € 2,9 mln. Dit houdt verband met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling bij PM suppletoire begroting. De middelen zijn ingezet voor nabetalingen van fractiegelden als gevolg van CAO-wijzigingen en de impact van de Tweede Kamerverkiezingen.
Uitzending Leden
In 2025 hebben de verschillende commissies iets minder dan begroot gebruik gemaakt van de mogelijkheid om op werkbezoek te gaan aan het buitenland. Dit resulteert in een onderbenutting van € 0,1 mln.
Parlementaire enquêtes
De parlementaire enquêtecommissie Corona werkt sinds februari 2024 en kent een looptijd tot begin 2027. De uitgaven zijn in 2025 iets hoger dan begroot. De personeelskosten zijn als gevolg van CAO wijzigingen hoger uitgevallen.
Bijdrage aan ProDemos
De Tweede Kamer betaalt een bijdrage aan ProDemos voor de uitvoering van educatieve activiteiten. De uitgaven in 2025 zijn in lijn met de begroting.
Ontvangsten
De totale ontvangsten zijn € 13,2 mln. hoger uitgevallen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. In de financiële verantwoording over 2024 hebben meerdere fracties het maximale plafond van hun egalisatiereserve van € 5 mln. bereikt. Het daardoor ontstane overschot aan fractiegelden, is in 2025 terugbetaald aan de Tweede Kamer. Daarnaast zijn er diverse ontvangsten van UWV ontvangen. Dit tezamen heeft geleid tot een overschot op de ontvangsten. Bij tweede suppletoire begroting is hiermee rekening gehouden en is de begroting naar boven bijgesteld.
3.4 Artikel 4. Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer
A. Algemene doelstelling
Het onder dit artikel opgenomen budget ten behoeve van wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer betreft de kosten van interparlementaire activiteiten.
B. Rol en verantwoordelijkheid
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer zijn in artikel 4.4, lid 4 van de Comptabiliteitswet 2016 afspraken vastgelegd (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.
C. Beleidsconclusies
Voor wat betreft de uitvoering en de beoogde resultaten deden zich geen bijzonderheden voor.
D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 4. Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
891
1.031
1.380
1.418
3.151
1.661
1.490
Uitgaven
891
948
1.456
1.180
2.444
1.661
783
4.0
Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer
891
948
1.456
1.180
2.444
1.661
783
Materiële uitgaven
891
948
1.456
1.180
2.444
1.661
783
Interparlementaire betrekkingen
891
948
1.456
1.180
2.444
1.661
783
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
E. Toelichting op de instrumenten
Uitgaven
Materiële uitgaven
Interparlementaire betrekkingen
De uitgaven voor interdepartementale betrekkingen zijn in 2025 € 0,8 mln. hoger uitgevallen dan de oorspronkelijke begroting. De Staten-Generaal organiseert in juli 2026 de jaarlijkse vergadering («Annual Session») in Nederland van de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) Parlementaire Assemblee. Het betreft een vijfdaags vergadercongres voor ongeveer 700 deelnemers. De voorbereidingen hiervoor hebben in 2025 geleid tot hogere kosten. Bij eerste suppletoire begroting is hiermee rekening gehouden en is de begroting naar boven bijgesteld.
4. Niet-beleidsartikelen
4.1 Artikel 10. Nog onverdeeld
Tabel 13 Budgettaire gevolgen artikel 10. Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
Realisatie
Vastgestelde begroting
Verschil
2021
2022
2023
2024
2025
2025
2025
Art.
Verplichtingen
0
0
0
0
0
0
0
Uitgaven
0
0
0
0
0
0
0
10.0
Nog onverdeeld
0
0
0
0
0
0
0
Nog te verdelen
0
0
0
0
0
0
0
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
5. Bedrijfsvoeringsparagraaf
5.1 Bedrijfsvoeringsparagraaf Eerste Kamer
Paragraaf 1 - Uitzonderingsrapportage voor vier verplichte onderdelen
1. Rechtmatigheid
De geconstateerde onrechtmatigheden zijn beperkt en blijven binnen de vastgestelde grenzen.
2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
3. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering
De Algemene Rekenkamer (AR) constateerde over 2025 geen onvolkomenheden met betrekking tot de bedrijfsvoering.
4. Misbruik en oneigenlijk gebruik
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
5. Overige aspecten van de bedrijfsvoering
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
6. Fraude- en corruptierisico’s
Er zijn beperkt mogelijkheden tot fraude en corruptie.
De maatregelen die hiervoor o.a. worden getroffen zijn:
– Uitvoering van het integriteitsbeleid met hierin aandacht voor het voorkomen van fraude en corruptie;
– Voor financiële boekingen geldt minimaal het 4-ogen principe;
– Er worden structureel controles uitgevoerd m.b.t. betalingen en het wijzigen van stamgegevens van crediteuren en debiteuren.
Er hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.
Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering
Er zijn verdere verbeteringen doorgevoerd in de informatiebeveiliging.
5.2 Bedrijfsvoeringsparagraaf Tweede Kamer
Paragraaf 1 - Uitzonderingsrapportage voor vier verplichte onderdelen
1. Rechtmatigheid
Er zijn geen overschrijdingen van de rapporteringstoleranties geconstateerd.
2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie
Er zijn geen bijzonderheden te melden.
3. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering
In 2025 heeft de Tweede Kamer verder geïnvesteerd in het verbeteren van het financieel beheer. Zo heeft de Tweede Kamer de interne controle functie verbeterd. In 2025 is ook gestart met de implementatie van het multi compliancy framework (MCF). Dit is een tool die de interne controle functie ondersteunt in het uitvoeren van verschillende controles.
Uit het verantwoordingsproces 2024 zijn geen specifieke aandachtspunten naar voren gekomen waar de Tweede Kamer in kan verbeteren.
4. Misbruik en oneigenlijk gebruik
De Tweede Kamer heeft ten aanzien van IT-beheersmaatregelen, gericht op het financiële informatiesysteem, verdere stappen gezet in het mitigeren van de risico’s en worden verschillende controles uitgevoerd om het misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen.
5. Overige aspecten van de bedrijfsvoering
Kunstbeheer
In overeenstemming met de procedure Kunstbeheer heeft de interne auditor een deelwaarneming op de kunstcollectie uitgevoerd. Deze audit betrof zowel de list-to-floor als de floor-to-list beoordeling. De audit heeft geen noemenswaardige bevindingen opgeleverd.
De Tweede Kamer heeft verder geïnvesteerd in zowel beleidsmatige als beheersmatige aspecten van het kunstbeheer. De Kunstcommissie (bestaande uit Kamerleden) heeft het collectieplan goedgekeurd en daarmee de definitie voor kunst vastgesteld. De Tweede Kamer was voornemens om in 2025 de kunstcollectie te taxeren en een nulmeting te houden. Mede door de verkiezingen en daarmee gepaarde verhuisbewegingen, waaronder de kunstcollectie, is dit niet gerealiseerd in 2025.
6. Fraude- en corruptierisico’s
In 2025 zijn er geen signalen geweest op het gebied van fraude en corruptie binnen de Tweede Kamer. De Tweede Kamer werkt conform het eigen frauderisicobeleid, hierin zijn verschillende maatregelen getroffen om de risico’s te mitigeren op gebied van fraude, zoals vierogen principes, functiescheidingen en ICT-beheersmaatregelen. Het voorkomen van fraude is en blijft een actueel thema voor de Tweede Kamer, zo is in 2025 een frauderisicoassessment gehouden binnen de HR processen.
Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen
Audit Committee
Het Audit Committee is in 2025 vier keer bijeengekomen (conform beoogde vergadercyclus) onder leiding van de Griffier. De samenstelling van het Audit Committee is voltallig en is aangevuld met externe leden. Ook participeren de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer in het Audit Committee.
Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering
De Tweede Kamer heeft in 2025 een aanbesteding succesvol afgrond voor de verwerving van een nieuw financieel informatiesysteem (FIS). De aanbesteding is voor alle Hoge Colleges van Staat, waaronder de Tweede kamer, afgerond. Doel is om een toekomstbestendig financieel informatiesysteem voor de Hoge Colleges van Staat te realiseren.
C. JAARREKENING
6. Verantwoordingsstaat
Tabel 14 Verantwoordingsstaat 2025 van de Staten-Generaal (IIA) (bedragen x € 1.000)
Art.
Omschrijving
Vastgestelde begroting (1)
Realisatie (2)
Verschil (3) = (2) - (1)
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Verplichtingen
Uitgaven
Ontvangsten
Totaal
266.739
266.739
3.865
282.379
278.502
17.158
15.640
11.763
13.293
Beleidsartikelen
1
Wetgeving en controle Eerste Kamer
25.634
25.634
140
29.662
28.599
270
4.028
2.965
130
2
Uitgaven ten behoeve van leden en oud-leden Tweede Kamer
43.423
43.423
86
44.582
44.289
104
1.159
866
18
3
Wetgeving en controle Tweede Kamer
196.021
196.021
3.639
204.984
203.170
16.784
8.963
7.149
13.145
4
Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer
1.661
1.661
0
3.151
2.444
0
1.490
783
0
Niet-beleidsartikelen
10
Nog onverdeeld
0
0
0
0
0
0
0
0
0
7. Saldibalans
Tabel 15 Saldibalans per 31 december 2025 van de Staten-Generaal (IIA) (bedragen x € 1.000)
Activa
31-12-2025
31-12-2024
Passiva
31-12-2025
31-12-2024
Intra-comptabele posten
Intra-comptabele posten
1)
Uitgaven ten laste van de begroting
278.502
270.874
2)
Ontvangsten ten gunste van de begroting
17.158
8.768
3)
Liquide middelen
2
2
4)
Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding1
0
0
4a)
Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding
255.392
256.397
5)
Rekening-courant RHB Begrotingsreserve
0
0
5a)
Begrotingsreserves
0
0
6)
Vorderingen buiten begrotingsverband
247
314
7)
Schulden buiten begrotingsverband
6.201
6.025
8)
Kas-transverschillen
0
0
Subtotaal intra-comptabel
278.751
271.190
Subtotaal intra-comptabel
278.751
271.190
Extra-comptabele posten
Extra-comptabele posten
9)
Openstaande rechten
0
0
9a)
Tegenrekening openstaande rechten
0
0
10)
Vorderingen
490
128
10a)
Tegenrekening vorderingen
490
128
11a)
Tegenrekening schulden
0
0
11)
Schulden
0
0
12)
Voorschotten
68.977
75.333
12a)
Tegenrekening voorschotten
68.977
75.333
13a)
Tegenrekening garantieverplichtingen
5.402
5.453
13)
Garantieverplichtingen
5.402
5.453
14a)
Tegenrekening andere verplichtingen
45.324
51.525
14)
Andere verplichtingen
45.324
51.525
15)
Deelnemingen
0
0
15a)
Tegenrekening deelnemingen
0
0
Subtotaal extra-comptabel
120.193
132.439
Subtotaal extra-comptabel
120.193
132.439
Totaal
398.944
403.629
Totaal
398.944
403.629
X Noot
1
Rijkshoofdboekhouding
TOELICHTING OP DE SALDIBALANS per 31 december 2025
Algemeen
Het intracomptabele deel van de saldibalans (financiële posten 1 t/m 13) bevat het resultaat van de financiële transacties in de departementale administratie die een directe relatie hebben met de kasstromen. Deze kasstromen worden via de rekening-courant met het ministerie van Financiën bijgehouden.
Het extracomptabele deel bevat het saldo van de overige rekeningen die met sluitrekeningen in evenwicht worden gehouden.
De cijfers in de saldibalans zijn vermeld in duizendtallen en afgerond naar boven. Hierdoor kunnen bij het subtotaal en het totaal afrondingsverschillen optreden.
De maandverantwoordingen van de kasbeherende diensten van de Eerste en Tweede Kamer zijn tot en met 31 december 2025 verwerkt in deze rapportage.
Ad 1 en 2. Uitgaven en ontvangsten
Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar 2025 waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.
Ad 3. Liquide middelen
De post liquide middelen is opgebouwd uit de contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders. Het totaalbedrag ad € 1.250,- is als volgt opgebouwd:
Tabel 16 Liquide middelen (bedragen in €)
Liquide middelen
Saldo
a) Eerste Kamer
1.250
b) Tweede Kamer
0
Totaal
1.250
Ad 4a. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding
Op de Rekening‑courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) wordt de financiële verhouding met het ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen zijn de bedragen conform Rekening-courant afschriften en het saldobiljet. De volgende Rekening-courantverhouding is opgenomen in de balans:
Tabel 17 Overzicht Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (bedragen in €)
Rekening-courant
Saldo
a) Rekening-courant FIN/RHB
255.391.817
Totaal
255.391.817
Ad 6. Vorderingen buiten begrotingsverband
Het bedrag aan vorderingen buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:
Tabel 18 Overzicht vorderingen buiten begrotingsverband (bedragen x €)
Intra-comptabele vorderingen
Saldo
a) Vorderingen Kasbeheerders
Eerste Kamer
3.728
Tweede Kamer
243.216
Totaal
246.944
Ad a) Vorderingen kasbeheerders
Eerste Kamer
De vorderingen van de Eerste Kamer hebben betrekking op openstaande creditnota’s (€ 3.728).
Tweede Kamer
De vorderingen van de Tweede Kamer hebben betrekking op openstaande reisvoorschotten (€ 100.503), openstaande loonvoorschotten (€ 34.306), door te belasten facturen (€ 101.387) en kruisposten (€ 9.020).
Ad 7. Schulden buiten begrotingsverband
Het bedrag aan schulden buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:
Tabel 19 Overzicht schulden buiten begrotingsverband (bedragen in €)
Intra-comptabele schulden
Saldo
a) Eerste Kamer
11.678
b) Tweede Kamer
6.188.928
Totaal
6.200.605
Eerste Kamer
De schulden van de Eerste Kamer bestaan uit lunchkosten voorzitter (€ 239) en intercompany schuld met het ministerie van BZK (€ 11.438).
Tweede Kamer
De schulden van de Tweede Kamer bestaan voornamelijk uit nog af te dragen loonheffingen (€ 5,0 mln.) en pensioenpremies (€ 1,1 mln.). De afwikkeling hiervan vind in januari 2026 plaats. Het overige openstaande bedrag bestaat uit kruisposten (€ 48.074) en verlegde btw (€ 52.360).
Ad 10. Vorderingen
Ad 10a. Tegenrekening vorderingen
Het totaalbedrag is als volgt opgebouwd:
Tabel 20 Overzicht vorderingen (bedragen in €)
Type vordering
Saldo
a) Vorderingen Kasbeheerders
Eerste Kamer
0
Tweede Kamer
489.925
Totaal
489.925
Het saldo van de Tweede Kamer betreft debet nota´s.
Ad 12. Voorschotten
Ad 12a. Tegenrekening voorschotten
De saldi van de per 31 december 2025 openstaande voorschotten en van de in 2025 afgerekende voorschotten worden hieronder per jaar gespecificeerd:
Tabel 21 Overzicht openstaande voorschotten per 31 december 2025 (bedragen in €)
Voorschotten openstaand
Saldo
Eerste Kamer
2.323.913
Tweede Kamer
66.652.136
Totaal
68.976.049
Ad a) Eerste Kamer
Het saldo openstaande voorschotten van de Eerste Kamer bestaat uit verstrekte voorschotten aan de fractie-ondersteuning van (€ 2,1 mln.), de uitvoeringskosten Algemene Pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers (APPA) van oud voorzitters (€ 55.685) en openstaande voorschotten leveranciers (€ 97.077).
Ad b) Tweede Kamer
Het saldo van openstaande voorschotten van de Tweede Kamer bestaat uit verstrekte voorschotten aan fracties in 2024 (€ 49,8 mln.), de voorschotten aan ProDemos uit 2024 (€ 2,3 mln.) en de voorschotten aan PROambt advies ( € 14,6 mln.).
Tabel 22 Overzicht openstaande voorschotten Eerste Kamer naar ontstaansjaar (bedragen in €)
Ontstaansjaar
Stand 01-01-2025
verstrekt 2025
afgerekend 2025
stand 31-12-2025
2022
0,00
0,00
0,00
0,00
2023
37.495
0,00
37.494,62
0,00
2024
2.320.141
0,00
2.285.057
35.084
2025
0
2.517.037
228.208
2.288.829
Totaal
2.357.636
2.517.037
2.550.759
2.323.913
Tabel 23 Overzicht openstaande voorschotten Tweede Kamer naar ontstaansjaar (bedragen in €)
Ontstaansjaar
stand 01-01-2025
verstrekt 2025
afgerekend 2025
stand 31-12-2025
2022
0
0
0
0
2023
1.006.395
0
1.006.395
0
2024
71.968.522
246.800
72.215.322
0
2025
0
66.652.136
0
66.652.136
Totaal
72.974.916
66.898.936
73.221.716
66.652.136
Ad 13. Garantieverplichtingen
Ad 13a. Tegenrekening garantieverplichtingen
Tabel 24 Overzicht garantieverplichting (bedragen in €)
Verplichtingen per 1/1
5.452.127
Aangegane verplichtingen in het verslagjaar
0
+/+
5.452.127
Tot betaling gekomen in 2025
50.939
-/-
Negatieve bijstellingen verplichtingen uit voorgaande jaren
0
-/-
Totaal
5.401.188
De garanties van de Tweede Kamer vloeien voort uit het gestelde in de regeling «Tegemoetkoming in de kosten van de fracties».
Ad 14. Andere verplichtingen
Ad 14a. Tegenrekening andere verplichtingen
Tabel 25 Overzicht openstaande verplichtingen BiBBV (bedragen in €)
Verplichtingen per 1/1
51.527.528
Aangegane verplichtingen in het verslagjaar
282.379.000
+/+
333.906.528
Tot betaling gekomen in 2025
278.451.061
-/-
Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren
10.131.322
-/-
Totaal
45.324.145
8. WNT-verantwoording 2025 Staten-Generaal
De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.
Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigingsmaximum bedraagt in 2025 € 246.000.
Tabel 26 Bezoldiging van topfunctionarissen
Naam instelling
Naam topfunctionaris
Functie (s) (+ tussen haakjes gegevens van 2024)
Datum aanvang functievervulling in 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024)
Datum einde functievervulling in 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024)
Dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2024)
Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 kalender - mnd; > 12 kalender - mnd)
Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2024)
Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn(+ tussen haakjes bedrag in 2024)
Totale bezoldiging in 2025 (+ tussen haakjes bedrag in 2024)
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum (tussen haakjes bedrag 2024)
Motivering en bedrag(indien overschrijding)
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Dhr. R. Nehmelman
Griffier (Griffier)
1-1-2025 (1-1-2024)
31-12-2025 (31-12-2024)
1(1)
nee
219.595 (213.058)
23.311 (23.427)
242.906 (236.485)
246.000 (233.000)
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Dhr. P. Oskam
Griffier (Griffier)
1-1-2025 (1-1-2024)
31-12-2025 (31-12-2024)
1 (1)
nee
194.894 (189.129)
23.193 (24.096)
218.087 (213.225)
246.000 (233.000)
Er zijn geen functionarissen die in 2025 een bezoldiging boven het toepasselijk bezoldigingsmaximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2025 geen functionarissen die hun werkzaamheden als topfunctionaris hebben neergelegd en die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar aangemerkt worden als topfunctionaris. Er zijn in 2025 geen ontslaguitkeringen betaald die op grond van de WNT moeten worden gerapporteerd.
Ondertekenaars
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties