Memorie van toelichting : 36931 Memorie van toelichting inzake wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2023/2859, Richtlijn (EU) 2023/2864 en Verordening (EU) 2023/2869 betreffende het Europees centraal toegangspunt (Wet implementatie Europees centraal toegangspunt)
36 931 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2023/2859, Richtlijn (EU) 2023/2864 en Verordening (EU) 2023/2869 betreffende het Europees centraal toegangspunt (Wet implementatie Europees centraal toegangspunt)
Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING
ALGEMEEN
§ 1. Inleiding
Dit wetsvoorstel implementeert de wijzigingen die voortvloeien uit het Europese wetgevingspakket
met betrekking tot de oprichting van een Europees centraal toegangspunt voor informatie
over bedrijven en hun producten (European Single Access Point (ESAP)). Het betreft de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2864 van het Europees
Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat
betreft de oprichting en het functioneren van het Europees centraal toegangspunt (hierna:
richtlijn ESAP), de Verordening (EU) 2023/2859 van het Europees Parlement en de Raad
van 13 december 2023 tot oprichting van een Europees centraal toegangspunt dat gecentraliseerde
toegang biedt tot voor financiële diensten, kapitaalmarkten en duurzaamheid relevante
publiek beschikbare informatie (hierna: verordening oprichting ESAP) en Verordening
(EU) 2023/2869 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot wijziging
van bepaalde verordeningen wat betreft de oprichting en het functioneren van het Europees
centraal toegangspunt (hierna: verordening ESAP). Het ESAP is onderdeel van het tweede
actieplan voor het versterken van de kapitaalmarktunie van de Europese Commissie uit
2020.1 Het maakt informatie over ondernemingen en financiële producten centraal toegankelijk.
Hierdoor kunnen investeerders meer inzicht krijgen in bedrijfsactiviteiten en producten
van ondernemingen. Dit moet zorgen voor betere toegang tot financiering voor Europese
bedrijven en integratie van de kapitaalmarkten.
Ter implementatie van de richtlijn ESAP en de verordening ESAP worden de Wet op het
financieel toezicht (Wft), de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), het Burgerlijk
Wetboek (BW), de Handelsregisterwet, de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling
aangepast. Daarnaast zullen een aantal daarbij behorende besluiten en de Regeling
taakuitoefening en grensoverschrijdende samenwerking financiële toezichthouders worden
gewijzigd. De richtlijn ESAP dient uiterlijk 10 januari 2026 in nationale regelgeving
te zijn omgezet. Lidstaten dienden uiterlijk 10 juli 2025 hun nationale regelgeving
te hebben aangepast voor de openbaarmaking via het centraal toegangspunt van gereglementeerde
informatie op basis van de wijziging van richtlijn 2004/109/EG2 (hierna: richtlijn transparantie).
In paragraaf 2 wordt stilgestaan bij de inhoud van de Europese regels met betrekking
tot het ESAP. In paragraaf 3 komt de inhoud van dit wetsvoorstel aan de orde. In paragraaf 4
komen de gevolgen voor de regeldruk voor het bedrijfsleven en andere gevolgen aan
de orde. Daarnaast wordt ingegaan op de uitvoeringstoetsen van de Autoriteit Financiële
Markten (AFM), de Nederlandsche Bank (DNB) en de Kamer van Koophandel (KvK). In paragraaf 5
worden de ontvangen consultatiereacties behandeld. De transponeringstabel is in de
bijlage opgenomen. Ik bied u dit wetsvoorstel en deze memorie van toelichting aan
in overeenstemming met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
§ 2. Inhoud richtlijn ESAP, verordening oprichting ESAP en verordening ESAP
§ 2.1. Doel ESAP
Het Europees wetgevingspakket regelt de oprichting van een Europees centraal toegangspunt
(het ESAP). Het ESAP biedt gecentraliseerde toegang tot openbare financiële en duurzaamheidsinformatie
over ondernemingen en beleggingsproducten in de EU. Het doel is om beleggers een makkelijkere
toegang te bieden tot informatie waardoor ze ondernemingen en beleggingsproducten
beter kunnen vergelijken. Het ESAP zal ook leiden tot meer zichtbaarheid van ondernemingen
waardoor het makkelijker wordt investeerders aan te trekken. Het oprichten van een
Europees centraal toegangspunt tot financiële en niet-financiële informatie maakt
deel uit van de versterking van de Europese kapitaalmarktunie waardoor bedrijven makkelijker toegang kunnen krijgen tot financieringsmogelijkheden.
Verder beoogt deze Europese regelgeving bij te dragen aan de integratie van de financiële
diensten en kapitaalmarkten van de Europese Unie (EU) door een gemakkelijke en gecentraliseerde
toegang te bieden tot financiële en niet-financiële informatie van ondernemingen en
beleggingsproducten. Het gaat dan bijvoorbeeld om bestuursverslagen, prospectussen,
duurzaamheidsinformatie en informatie over financiële instrumenten. Doordat informatie
op een eenvoudige en gestructureerde wijze toegankelijk wordt, kunnen investeerders
en andere belanghebbenden geïnformeerde en ecologisch en maatschappelijk verantwoorde
beleggingsbeslissingen nemen die het efficiënte functioneren van de markt ten goede
komen. Gemakkelijke toegang tot informatie biedt ondernemingen ook meer mogelijkheden
om te groeien, zichtbaarheid te verwerven en te innoveren. Voor het slagen van de
groene transitie is het eveneens belangrijk dat informatie over duurzaamheid en de
governance van ondernemingen gemakkelijk toegankelijk is voor beleggers. Daar beoogt het ESAP
aan bij te dragen.
§ 2.2. Oprichting en functioneren ESAP
In de verordening oprichting ESAP staan de kenmerken, functionaliteiten en regels
over het beheer van het Europees centraal toegangspunt. De Europese Autoriteit voor
effecten en markten (ESMA) zal uiterlijk op 10 juli 2027 het ESAP oprichten en het
daarna beheren en toegankelijk maken. De informatie die via het ESAP openbaar toegankelijk
zal worden gemaakt, wordt verzameld door zogenoemde verzamelende instanties. De verzamelende
instanties verstrekken de informatie vervolgens aan het ESAP via één application programming interface (API). De informatie zal door middel van deze API worden doorgeleid naar het ESAP.
De informatie blijft in beginsel voor een periode van ten minste tien jaar beschikbaar
op het ESAP. De ondernemingen die de informatie bij de verzamelende instantie aanleveren,
zijn zelf verantwoordelijk voor de volledigheid en nauwkeurigheid van de aangeleverde
informatie. De verzamelende instanties dienen geautomatiseerde validaties uit te voeren
om na te gaan of de informatie is ingediend in het juiste format en voorzien is van
de voorgeschreven metadata. De geautomatiseerde validaties mogen geen betrekking hebben
op de inhoud van de aangeleverde informatie. Naast geautomatiseerde validaties moeten
de verzamelende instanties informatie afwijzen of verwijderen indien zij, bijvoorbeeld
na ontvangst van informatie van een belanghebbende, vaststellen dat die buiten het
toepassingsgebied van de verordening oprichting ESAP valt (zie artikel 1, eerste lid,
verordening oprichting ESAP). Marketinginformatie valt buiten het toepassingsgebied.
Verder kan een verzamelende instantie informatie afwijzen of verwijderen indien de
inhoud van de informatie duidelijk ongepast of misleidend is (zie overweging 19 van
de verordening oprichting ESAP). ESMA zorgt er vervolgens voor dat de door de verzamelende
instanties aangeleverde informatie na de indiening door de ondernemingen zonder onnodige
vertraging op het ESAP toegankelijk wordt gemaakt.
Om data gemakkelijk te kunnen opzoeken en gebruiken zal het ESAP een reeks functionaliteiten
aanbieden, zoals een zoekfunctie en machinevertalingsdienst. De informatie op het
ESAP is in beginsel kosteloos toegankelijk voor iedereen maar zal naar verwachting
vooral door potentiële investeerders geraadpleegd worden. ESMA kan als beheerder van
het ESAP wel kosten in rekening brengen voor specifieke diensten die hoge onderhouds-
of ondersteuningskosten met zich meebrengen, of die zoekopdrachten naar en downloads
van grote volumes informatie inhouden. Opgelegde vergoedingen mogen echter niet meer
bedragen dan de kosten die de ESMA maakt voor het verlenen van die specifieke diensten.
Daarnaast moet ESMA sommige entiteiten kosteloos directe en onmiddellijke toegang
tot de informatie op het ESAP geven voor zover dat noodzakelijk is om die entiteiten
hun respectieve taken, opdrachten en verplichtingen te laten vervullen. Het gaat bijvoorbeeld
om instellingen van de Europese Unie, overheidsinstellingen van een lidstaat of academische
instellingen voor zover toegang noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taken.
Gedacht kan worden aan toezichttaken, onderzoekstaken of statistische taken (zie artikel 8,
vierde lid, van verordening oprichting ESAP).
§ 3 Inhoud wetsvoorstel
§ 3.1. Verzamelende instanties
De AFM en DNB worden in de Wft aangewezen als verzamelende instanties ten behoeve
van openbaarmaking van relevante informatie over financiële diensten, kapitaalmarkten
en duurzaamheid op het ESAP. De KvK zal als verzamelende instantie voor het ESAP worden
aangewezen in de Handelsregisterwet voor bepaalde verslaggeving van ondernemingen
die ook een duurzaamheidsrapportering of een verslag inzake de duurzaamheid moeten
publiceren (zie over deze verslaggeving nader de artikelsgewijze toelichting bij artikel III,
onderdeel E). Om ervoor te zorgen dat informatie tijdig wordt verstrekt aan het ESAP
moeten ondernemingen de voorgeschreven informatie bij de verzamelende instantie indienen
op het moment dat zij die informatie zelf openbaar maken. Vervolgens dienen de AFM,
DNB en KvK de informatie die zij ontvangen zo spoedig mogelijk te verstrekken aan
het ESAP. Om de informatie zonder vertraging door te geven dienen de AFM, DNB en KvK
zoveel mogelijk gebruik te maken van procedures en infrastructuur voor het verzamelen
van informatie die reeds bestaat. «Zo spoedig mogelijk» betekent, uitzonderingen voor
uitzonderlijke gevallen daargelaten, binnen maximaal 60 minuten nadat de informatie
bij de verzamelende instantie is ingediend.3
§ 3.2. Informatieverstrekking
In het wetsvoorstel wordt opgenomen welke informatie financiële ondernemingen en andere
ondernemingen dienen te verstrekken aan de AFM, DNB of de KvK als verzamelende instanties
ter openbaarmaking op het ESAP. Het betreft uitsluitend informatie die ondernemingen
nu al openbaar moeten maken en doorgaans al aan dezelfde instantie moeten verstrekken.
Een beheerder van een icbe dient bijvoorbeeld het prospectus aan de AFM te verstrekken
gelijktijdig met het beschikbaar stellen van een prospectus op zijn website. Een jaarrekening
of bestuursverslag dat de beheerder van een icbe nu reeds dient te verstrekken aan
de AFM dient straks aan de AFM te worden verstrekt onder vermelding van bepaalde metadata
en in het ESAP-formaat. De jaarrekening en het bestuursverslag hoeven niet nogmaals
te worden verstrekt aan de AFM. Er zullen derhalve geen dubbele informatieverplichtingen
ontstaan. Als een onderneming niet verplicht is tot het openbaar maken van informatie,
bijvoorbeeld omdat zij gebruik maakt van een groepsvrijstelling, is zij ook niet verplicht
om de stukken aan te leveren in het ESAP-formaat. Het is de verantwoordelijkheid van
de onderneming om ervoor te zorgen dat informatie correct wordt aangeleverd bij de
verzamelende instanties. Vervolgens rust op de verzamelende instantie de verantwoordelijkheid
om de informatie binnen 60 minuten aan het ESAP te verstrekken.
De onderneming dient informatie aan de verzamelende instantie te verstrekken onder
vermelding van de naam, identificatiecode en grootte van de entiteit waarop de informatie
betrekking heeft. Daarnaast dient de onderneming aan te geven of de informatie verplicht
of vrijwillig wordt verstrekt aan de verzamelende instantie ter openbaarmaking op
het ESAP en of er persoonsgegevens aanwezig zijn. Ten slotte dient de onderneming
de informatie te verstrekken in een specifiek formaat. Deze vereisten worden verder
toegelicht in de artikelsgewijze toelichting.
Verder dienen de AFM en DNB bepaalde besluiten die zij openbaar maken zo spoedig mogelijk
te verstrekken aan het ESAP. Het gaat dan bijvoorbeeld om het opleggen van een bestuurlijke
boete of een last onder dwangsom of het aanstellen van een bijzondere bewindvoerder.
De AFM dient tevens informatie over accountants en accountantsorganisaties die in
de openbare registers van de AFM is opgenomen, te verstrekken aan het ESAP. Het wetsvoorstel
bevat geen aanvullende assurance- of controle-eisen, anders dan de validaties die
de verzamelende instanties dienen uit te voeren om na te gaan of de informatie is
ingediend in het juiste format en voorzien is van de voorgeschreven metadata.
§ 3.3. Vrijwillig ingediende informatie
Ondernemingen die onder het recht van EU-lidstaten vallen, mogen vanaf 10 januari
2030 ook vrijwillig, via een verzamelende instantie, informatie op het ESAP toegankelijk
maken. In artikel 3 van de verordening oprichting ESAP staan voorwaarden waaraan vrijwillig
ingediende informatie moet voldoen en artikel 5 van deze verordening bepaalt hoe verzamelende
instanties vervolgens met deze informatie dienen om te gaan.
Het moet gaan om informatie die relevant is voor financiële diensten en kapitaalmarkten,
duurzaamheid en diversiteit. Informatie die op vrijwillige basis wordt ingediend,
moet duidelijk als zodanig worden aangemerkt. Om eventuele vertraging te voorkomen,
is daarbij wenselijk dat doorzending naar het ESAP expliciet wordt gevraagd aan de
verzamelende instantie, dan wel dat dit duidelijk volgt uit de meegestuurde metadata.
De op vrijwillige basis verstrekte informatie moet worden gepresenteerd in een formaat
dat overeenstemt met dat van de informatie die verplicht wordt ingediend. Tevens dient
de vrijwillig verstrekte informatie qua inhoud, waarde, bruikbaarheid en betrouwbaarheid
vergelijkbaar te zijn met die verplichte informatie. Marketinginformatie valt hier
niet onder. Verzamelende instanties zullen ook bij vrijwillig ingediende informatie
validaties uitvoeren om na te gaan of de informatie is ingediend in het juiste format
en voorzien is van de voorgeschreven metadata. Deze validaties zullen geen betrekking
hebben op de inhoud van de informatie.
§ 3.4. Enige lidstaatoptie: gekwalificeerd elektronisch zegel
Artikel 5, negende lid, van de verordening oprichting ESAP biedt ruimte aan lidstaten
om toe te staan dat verzamelende instanties kunnen eisen dat de door ondernemingen
ingediende informatie die toegankelijk moet worden gemaakt op het ESAP, vergezeld
gaat van een gekwalificeerd elektronisch zegel.4 Er zal geen gebruik worden gemaakt van deze lidstaatoptie aangezien het voorschrijven
van een gekwalificeerd elektronisch zegel extra regeldruk voor het bedrijfsleven zal
betekenen en ook weinig toegevoegde waarde lijkt te hebben. Ondernemingen kunnen wel
vrijwillig de informatie met een gekwalificeerd elektronisch zegel aanleveren bij
de verzamelende instanties.
§ 4. Gevolgen voor het bedrijfsleven
§ 4.1. Regeldrukgevolgen
In deze paragraaf wordt ingegaan op de onderdelen in het wetsvoorstel die effect hebben
op de regeldrukkosten. Onder regeldrukkosten worden verstaan alle investeringen en
inspanningen (uitgedrukt in euro's) die burgers, bedrijven of professionals moeten
doen en verrichten om te voldoen aan wet- en regelgeving van de Rijksoverheid. Het
gaat hierbij om kosten die voortvloeien uit informatieverplichtingen en inhoudelijke
verplichtingen, waaronder aan het toezicht gerelateerde verplichtingen op basis van
wet- en regelgeving. Dit voorstel van wet is onder andere van toepassing op banken,
beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s, beleggingsondernemingen, verzekeraars
en uitgevende instellingen. De gehanteerde cijfers zijn gebaseerd op gegevens uit
de openbare Wft-registers met betrekking tot onder toezicht staande ondernemingen.
Het gaat om 35 banken, 15 beheerders van een icbe, 527 beleggingsondernemingen, 12
beleggingsondernemingen met SI, 1 marktexploitant met handel in grondstoffenderivaten,
emissierechten of van emissierechten afgeleide instrumenten, 6 bieders van een openbaar
bod, 12 entiteiten als bedoeld in artikel 3A:63a, eerste lid, Wft, 12 exploitanten
van een handelsplatform, 3 gereglementeerde entiteiten, 199 institutionele beleggers
en vermogensbeheerders, 68 marketmakers, 5 marktexploitanten, 61 moederondernemingen,
211 verzekeraars en 124 uitgevende instellingen. In totaal gaat het wat deze categorieën
ondernemingen betreft om ongeveer 1.279 ondernemingen.
Ondernemingen dienen informatie aan te leveren bij de verzamelende instanties. Aangezien
het gaat om het aanleveren van informatie die de onderneming reeds openbaar dient
te maken, zullen de regeldrukkosten beperkt zijn. De jaarlijkse nalevingskosten voor
het aanleveren van informatie bij de verzamelende instantie worden geschat op € 200
per onderneming. Daarnaast dienen ondernemingen een Legal Entitiy Identifier (LEI)
te hebben. De jaarlijkse kosten voor een LEI bedragen ongeveer € 60 per onderneming.
De totale structurele regeldrukkosten per onderneming worden geschat op ongeveer € 260.
De totale structurele regeldrukkosten van onder toezicht staande instellingen bij
DNB en de AFM zullen naar verwachting 1.279 * € 260 = € 332.540 bedragen.
Op grond van artikel 33 bis van de richtlijn jaarrekening (artikel 9 richtlijn ESAP)
moet ook bepaalde jaarverslaggeving van beursvennootschappen en bepaalde grote ondernemingen
op het ESAP terecht komen. Het gaat onder andere om de jaarrekening, het bestuursverslag,
de duurzaamheidsrapportering en daaraan gerelateerde accountantsverklaringen. In dit
wetsvoorstel wordt de KvK aangemerkt als verzamelende instantie voor die informatie,
met uitzondering van informatie die op grond van artikel 4:52 van de Wft naar de AFM
is gestuurd. De ESAP-verplichting geldt voor ondernemingen die op basis van de richtlijn
duurzaamheidsrapportering (hierna: CSRD)5 verplicht zijn tot openbaarmaking van een duurzaamheidsrapportering of een verslag
inzake de duurzaamheid. De CSRD is recent gewijzigd door de Wijzigingsrichtlijn.6 Met name het toepassingsbereik van de verplichting tot duurzaamheidsrapportering
is ingeperkt: deze verplichting geldt nu voor vennootschappen met een netto-omzet
van meer dan € 450 miljoen en meer dan duizend werknemers, moedermaatschappijen van
groepen die geconsolideerd aan diezelfde criteria voldoen en dochtermaatschappijen
(en bijkantoren) met een netto-omzet van € 200 miljoen, die dochter zijn van buiten
de EU en EER gevestigde ondernemingen die in de EU een netto-omzet van 450 miljoen
hebben. De eerste en tweede categorie vennootschappen komen neer op ongeveer 220 ondernemingen.
De omvang van de derde categorie is niet in te schatten, vooral omdat de omzet van
internationale concerns in de EU niet bekend is en omdat het bijvoorbeeld ook mogelijk
is dat een dochtervennootschap in een andere EU-lidstaat de taak heeft om voor de
hele EU dat verslag inzake duurzaamheid openbaar te maken. De totale structurele regeldrukkosten
voor de eerste en tweede categorie vennootschappen zullen daarom ongeveer 220 * € 260
= € 57.200 bedragen. Er zit een dubbeling in de cijfers van het aantal onder toezicht
staande instellingen bij DNB en de AFM, en de cijfers van het aantal banken, verzekeraars
en beursvennootschappen die volgens de CSRD verplicht zijn tot het opstellen van een
duurzaamheidsrapportering, waardoor de totale regeldrukkosten lager kunnen uitvallen.
Verder wordt extra regeldruk verwacht doordat bedrijven informatie in een gestandaardiseerd
format moeten aanleveren. De informatie moet namelijk worden aangeleverd bij de verzamelende
instantie in een voor data-extractie geschikt format. Het kan daarnaast voor sommige
informatie ook verplicht worden om de informatie aan te leveren in een machinaal leesbaar
format. Het ESAP probeert wel zoveel mogelijk aan te sluiten bij de huidige openbaarmakingsvereisten
en het doel is om extra lasten voor ondernemingen te beperken. Daarom kan het zo zijn
dat het format dat normaal gesproken wordt gehanteerd ook voor data extractie geschikt
is en daardoor bruikbaar voor het toegankelijk maken van de informatie op het ESAP.
De exacte kosten van het aanleveren van de informatie in een voor data-extractie geschikte
format zijn daarom nu nog moeilijk in te schatten.
§ 4.2. Adviescollege toetsing regeldruk (ATR)
Het wetsvoorstel is voor advies voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk
(ATR). De ATR heeft geen opmerkingen bij nut en noodzaak van het wetsvoorstel. Zij
geeft in overweging om voorafgaand aan de start van de verplichting om de informatie
bij DNB, AFM respectievelijk KvK aan te leveren, op een voor ondernemingen eenvoudig
kenbare wijze informatie over laagdrempelige bijstandverlening beschikbaar te stellen.
Over de wijze van informeren van ondernemingen en over de mogelijkheid tot bijstandverlening
zal overleg worden gevoerd met DNB, de AFM, en de KvK. Ten slotte verzoekt de ATR
in de memorie van toelichting in te gaan op het voorkomen van dubbele informatieverstrekking
door ondernemingen. Er wordt op meerdere plekken in het wetsvoorstel aandacht besteed
aan het voorkomen van dubbele verplichtingen, bijvoorbeeld in de artikelen 4:52 en
5:32g van de Wft. Onder andere naar aanleiding van het verzoek van de ATR is de memorie
van toelichting op dit punt verduidelijkt, bijvoorbeeld in paragraaf 3.2 over de informatieverstrekking
en in de artikelsgewijze toelichting bij de onderdelen H t/m AE. Het uitgangspunt
blijft dat het ESAP geen dubbele informatieverplichtingen in het leven roept.
§ 4.3. Uitvoeringstoetsen DNB, AFM en KvK
Het wetsvoorstel is voor een uitvoeringstoets voorgelegd aan de AFM, DNB en de KvK.
Alle drie de uitvoeringstoetsen concluderen dat het wetsvoorstel in principe uitvoerbaar
is. Voor alle drie de verzamelende instanties geldt dat de uitvoering wel afhankelijk
is van voldoende middelen.
De uitvoeringstoets van de AFM heeft aanleiding gegeven om artikel 1:110, tweede lid,
van de Wft aan te passen zodat duidelijk is dat informatie die door de AFM en DNB
zelf wordt gegenereerd en openbaar gemaakt (zoals bestuurlijke boetes) dient te worden
verstrekt aan het ESAP, met inachtneming van de vereisten uit artikel 5 van de verordening
oprichting ESAP. Voorts is naar aanleiding van de uitvoeringstoets door de AFM in
de artikelsgewijze toelichting bij de bijlagen bij de artikelen 1:79 en 1:80 van de
Wft verduidelijkt wanneer de AFM bestuursrechtelijk kan handhaven.
Uit de uitvoeringstoets van de KvK blijkt vooral dat er een aantal afhankelijkheden
zijn. Een belangrijke voorwaarde voor de KvK bij de uitvoering van het wetsvoorstel
is de uitwerking van (IT)-systemen door Logius. Logius zal het portaal beheren waar
ondernemingen de informatie naartoe moeten sturen als zij die aanleveren bij de KvK
en het is niet zeker dat Logius dit op tijd zal kunnen inregelen. Als dit niet op
tijd lukt, zal de KvK andere (handmatige) mogelijkheden verkennen om de informatie
te ontvangen en door te sturen naar het ESAP.
De uitvoeringstoets van DNB heeft geleid tot een verduidelijking in paragraaf 3.3
waar het gaat om vrijwillige informatie door te verwijzen naar relevante artikelen
uit de verordening oprichting ESAP. Verder merkt DNB in de uitvoeringstoets op dat
het wetsvoorstel bij de aanwijzing als verzamelende instantie aansluit bij de huidige
taakverdeling tussen de AFM en DNB. De AFM en DNB gaan nog met elkaar in gesprek om
ervoor te zorgen dat de lasten voor ondernemingen, en in het bijzonder pensioenuitvoerders
en pensioenfondsen, zo veel mogelijk worden beperkt.
§ 4.4. Andere gevolgen
De voorgestelde wijzigingen in dit wetsvoorstel hebben beperkte financiële gevolgen
voor het Rijk. Voor de uitvoering van het wetsvoorstel zal de KvK kosten maken. In
de uitvoeringstoets schat de KvK de eenmalige kosten op ongeveer € 747.000,– en de
jaarlijkse structurele kosten op € 146.000,–.
Verder hebben de wijzigingen geen gevolgen voor het doenvermogen van burgers of bedrijven,
en de innovatieruimte, -bereidheid en -capaciteit van bedrijven. Ook worden geen grote
interne markteffecten verwacht omdat de richtlijn ESAP zeer weinig beleidsruimte bevat.
De verplichting heeft ook geen gevolgen voor ZZP’ers, microbedrijven en een groot
deel van het MKB omdat de regels vooral gaan gelden voor grote bedrijven.
§ 5. Marktconsultaties
§ 5.1. Algemeen
Omdat uitsluitend sprake is van directe omzetting van Europese regelgeving zonder
nationale toevoegingen en de implementatiedeadline krap is, is ervoor gekozen om over
dit wetsvoorstel niet via internet te consulteren. In de gehele totstandkomingsfase
van dit wetsvoorstel zijn de AFM, DNB en de KvK uitgebreid betrokken en is over het
wetsvoorstel een brede groep stakeholders geconsulteerd.
De consultatieperiode heeft geleid tot input van Eumedion, de Vereniging Effecten
Uitgevende Ondernemingen (VEUO), VNO-NCW en de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ).
Hieronder worden de belangrijkste aanpassingen naar aanleiding van deze consultatiereacties
kort toegelicht.
§ 5.2. Eumedion
Naar aanleiding van de opmerkingen van Eumedion is in de artikelsgewijze toelichting
bij artikel 2:394a BW het uitstel opgenomen dat voortvloeit uit de zogenaamde Stop-de-klok-richtlijn7 uit het Omnibus I-pakket van de Europese Commissie uit februari 2025.
Verder is in paragraaf 2.2 van het algemeen deel van de memorie van toelichting verduidelijkt
dat de geautomatiseerde validaties van de verzamelende instanties geen betrekking
hebben op de inhoud van de informatie en dat de verzamelende instanties ook bij vrijwillig
ingediende informatie validaties zullen uitvoeren om na te gaan of de informatie is
ingediend in het juiste format en voorzien is van de voorgeschreven metadata. Voorts
is in paragraaf 2.2 toegelicht voor welke entiteiten en bij de vervulling van welke
taken het raadplegen van ESAP kosteloos is.
§ 5.3. VEUO
De VEUO vraagt aandacht voor de separate benoeming van duurzaamheidsrapportering.
In de artikelsgewijze toelichting bij artikel 2:394a van het BW is verduidelijkt dat
een onderneming de in artikel 8 Taxonomieverordening vereiste informatie enkel separaat
in het bestuursverslag opneemt als deze als dochtermaatschappij is vrijgesteld van
het opstellen van duurzaamheidsrapportering, zonder dat die informatie terugkomt in
het geconsolideerde duurzaamheidsverslag van de moedervennootschap.
§ 5.4. VNO-NCW
VNO-NCW beveelt aan om het toepassingsgebied van het wetsvoorstel niet uit te breiden
naar andere rechtspersonen of vormen van verslaggeving zolang daar geen Europees besluit
aan ten grondslag ligt. Het wetsvoorstel beperkt zich tot zuivere implementatie van
de richtlijn en de voorschriften zijn dan ook niet uitgebreid naar andere rechtspersonen
of vormen van verslaggeving. Daarnaast is de tekst van artikel 2:394a, tweede lid,
BW, uitgebreid door meer duidelijkheid te geven over de digitale formaten die worden
vereist en hier wordt ook bij stilgestaan in de artikelsgewijze toelichting.
Verder zijn onder andere de volgende aspecten aangepast in het algemeen deel van de
memorie van toelichting i) dochtermaatschappijen die gebruikmaken van een groepsvrijstelling
op het gebied van de duurzaamheidsverslaggeving (waarbij de moedermaatschappij de
gegevens van haar dochtermaatschappijen meeneemt in haar bestuursverslag) hoeven geen
afzonderlijke ESAP-deponering te doen; ii) de door VNO-NCW aangedragen «single-submit»-route,
waarbij één aanlevering bij de KvK of de AFM volstaat voor zowel nationale als Europese
openbaarmaking, is reeds uitgangspunt van het wetsvoorstel; en iii) het wetsvoorstel
bevat geen aanvullende assurance- of controle-eisen, anders dan de validaties die
de verzamelende instanties dienen uit te voeren om na te gaan of de informatie is
ingediend in het juiste format en voorzien is van de voorgeschreven metadata.
§ 5.5. Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ)
De RJ heeft enkele vragen gesteld over de toekomstige vrijwillige deponering van stukken
in het ESAP. Naar aanleiding daarvan is de (artikelsgewijze) toelichting aangevuld.
Verder heeft de RJ de suggestie gedaan om te onderzoeken of, wanneer sectorale wetgeving
verplicht tot het opstellen van een duurzaamheidsrapportering, de KvK de desbetreffende
stukken aan het ESAP kan doorzenden. De RJ geeft aan dat in bepaalde sectoren (zoals
de zorgsector) door de verscheidenheid aan rechtsvormen een ongewenst verschil kan
ontstaan tussen instellingen wanneer de rechtsvorm bepalend is voor de verplichting
tot openbaarmaking van een duurzaamheidsrapportering. De stukken van een ziekenhuis
die een grote NV is en van een ziekenhuis die een stichting is, worden dan verschillend
behandeld. In het kader van gelijke behandeling stelt de RJ voor dit via sectorale
wetgeving aan te passen. In reactie op dit voorstel is het de vraag of instellingen
in dergelijke sectoren die niet in de vorm van een NV of BV zijn georganiseerd, de
doelgroep zijn van het ESAP, dat tot doel heeft het versterken van de kapitaalmarktunie
en het verbeteren van de toegang tot financiering voor Europese bedrijven. Bovendien
gaat aan dit voorstel de vraag vooraf of de CSRD-verplichtingen voor dergelijke sectoren
zouden moeten gelden. In het kader van deze implementatie gaat dit de reikwijdte van
de richtlijn te buiten. Daarom wordt dit voorstel hier nu niet opgevolgd.
ARTIKELSGEWIJS
ARTIKEL I (Wet op het financieel toezicht)
A (artikel 1:1)
In dit artikel wordt de Verordening (EU) 2023/2859 van het Europees Parlement en de
Raad van 13 december 2023 tot oprichting van een Europees centraal toegangspunt dat
gecentraliseerde toegang biedt tot voor financiële diensten, kapitaalmarkten en duurzaamheid
relevante publiek beschikbare informatie gedefinieerd als verordening oprichting ESAP.
De definitie wordt opgenomen in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht
(Wft) omdat in meerdere artikelen naar deze verordening wordt verwezen ten behoeve
van de implementatie van de richtlijn ESAP.
Daarnaast wordt in artikel 1:1 het Europees centraal toegangspunt gedefinieerd. Daarbij
wordt verwezen naar artikel 1, eerste lid, van de verordening oprichting ESAP. Daarin
is beschreven dat het Europees centraal toegangspunt wordt opgericht en beheerd door
de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA). Het Europees centraal toegangspunt
biedt toegang tot a) informatie die openbaar wordt gemaakt op grond van wetgevingshandelingen
van de Unie die voorzien in gecentraliseerde elektronische toegang tot informatie
op het Europees centraal toegangspunt; en b) informatie die een entiteit vrijwillig
toegankelijk maakt op het Europees centraal toegangspunt en daarbij verwezen wordt
naar wetgevingshandelingen van de Unie die voorzien in gecentraliseerde elektronische
toegang tot informatie op het Europees centraal toegangspunt.
Ten slotte wordt in artikel 1:1 de term verzamelende instantie gedefinieerd. Daarbij
wordt verwezen naar artikel 2, onderdeel 2, van de verordening oprichting ESAP. Daarin
is beschreven dat het gaat om een orgaan van de Unie dat of een instantie van de Unie
die als dusdanig is aangewezen op grond van een van de wetgevingshandelingen van de
Unie uit hoofde van artikel 1, lid 1, punt a), of een nationaal orgaan of register
dat of een nationale autoriteit die als dusdanig is aangewezen door een lidstaat overeenkomstig
artikel 3, lid 2.
B (artikel 1:76a)
Artikel 1:76a, vijfde lid, verwerkt artikel 11 van de richtlijn ESAP. Het betreft
artikel 128 bis, vierde lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en
beleggingsondernemingen. In artikel 1:76a, vijfde lid, wordt bepaald dat zo spoedig
mogelijk na het openbaar maken van het besluit tot benoeming van een bijzondere bewindvoerder,
dit besluit door de Nederlandsche Bank (DNB) wordt verstrekt aan het ESAP.
DNB vertrekt de informatie overeenkomstig de vereisten uit artikel 128 bis, vierde
lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen.
Dit betekent dat de informatie moet worden verstrekt onder vermelding van de naam,
identificatiecode en grootte van de betrokken entiteit (onderdelen a tot en met c).
Daarnaast moet DNB aangeven om welke type informatie het gaat en of de informatie
verplicht of vrijwillig wordt vertrekt ten behoeve van openbaarmaking op het ESAP
(onderdeel d). Ten slotte moet worden aangegeven of er persoonsgegevens aanwezig zijn
(onderdeel e). «Zo spoedig mogelijk» betekent, uitzonderingen voor uitzonderlijke
gevallen daar gelaten, binnen maximaal 60 minuten nadat de informatie bij de verzamelende
instantie is ingediend. De informatie moet ingediend worden in een voor data-extractie
geschikt formaat zoals gedefinieerd in artikel 2, onder 3, verordening oprichting
ESAP. Hierbij gaat het er vooral om dat de ingediende informatie geschikt is voor
data-extractie en dat het door mensen leesbaar is. Voor data-extractie geschikte formats
is het niet noodzakelijk dat informatie zodanig is gestructureerd dat die machinaal
leesbaar is.
C (artikel 1:77d)
Dit artikel verwerkt artikel 12 van de richtlijn ESAP. Het betreft artikel 87 bis,
vierde lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014. In artikel 1:77d,
vijfde lid, wordt bepaald dat zo spoedig mogelijk na het openbaar maken van een aanwijzing
om de handel in een financieel instrument verplicht op te schorten of te onderbreken,
bedoeld in het eerste of tweede lid, dit besluit door de AFM wordt verstrekt aan het
ESAP.
De AFM vertrekt de informatie overeenkomstig de vereisten uit artikel 87 bis, vierde
lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014. Dit betekent dat
de informatie moet worden verstrekt onder vermelding van de naam en, indien beschikbaar,
de identificatiecode van de betrokken entiteit (onderdelen a en b). Daarnaast moet
de AFM aangeven om welke type informatie het gaat en of de informatie verplicht of
vrijwillig wordt vertrekt ten behoeve van openbaarmaking op het ESAP (onderdeel c).
Ten slotte moet worden aangegeven of er persoonsgegevens aanwezig zijn (onderdeel d).
«Zo spoedig mogelijk» betekent, uitzonderingen voor uitzonderlijke gevallen daar gelaten,
binnen maximaal 60 minuten nadat de informatie bij de verzamelende instantie is ingediend.
De informatie moet ingediend worden in een voor data-extractie geschikt formaat zoals
gedefinieerd in artikel 2, onder 3, verordening oprichting ESAP. Hierbij gaat het
er vooral om dat de ingediende informatie geschikt is voor data-extractie en dat het
door mensen leesbaar is. Voor data-extractie geschikte formats is het niet noodzakelijk
dat informatie zodanig is gestructureerd dat die machinaal leesbaar is.
D (artikel 1:97)
Dit artikel verwerkt artikel 23 bis van de richtlijn transparantie (artikel 3 van
de richtlijn ESAP), artikel 82 bis van de richtlijn instellingen voor collectieve
belegging in effecten (artikel 6 richtlijn ESAP), artikel 69 ter van de richtlijn
beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (artikel 8 richtlijn ESAP), artikel 116
bis van de richtlijn kapitaalvereisten (artikel 10 richtlijn ESAP) artikel 128 bis
van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen (artikel 11
richtlijn ESAP), artikel 87 bis van de richtlijn markten voor financiële instrumenten
2014 (artikel 12 richtlijn ESAP), artikel 40 bis van de richtlijn verzekeringsdistributie
(artikel 13 richtlijn ESAP), artikel 44 bis van de richtlijn prudentieel toezicht
beleggingsondernemingen (artikel 15 richtlijn ESAP) en artikel 26 bis van de richtlijn
gedekte obligaties (artikel 16 richtlijn ESAP).
In artikel 1:97, zesde lid, wordt bepaald dat de AFM en DNB zo spoedig mogelijk na
het openbaar maken van een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie,
in het kader van de overtreding van regels die voortvloeien uit de richtlijn transparantie,
Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende
de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, de richtlijn
instellingen voor collectieve belegging in effecten, de richtlijn beheerders van alternatieve
beleggingsinstellingen, de richtlijn kapitaalvereisten, de richtlijn herstel en afwikkeling
van banken en beleggingsondernemingen, de richtlijn verzekeringsdistributie, de richtlijn
prudentieel toezicht beleggingsondernemingen of de richtlijn gedekte obligaties, dit
besluit dient te verstrekken aan het ESAP. De toezichthouders dienen deze informatie
te verstrekken aan het ESAP onder vermelding van de naam van de natuurlijke persoon
of rechtspersoon waarop de bestuurlijke sanctie betrekking heeft en de identificatiecode,
indien beschikbaar, van de natuurlijke persoon of rechtspersoon (onderdelen a en b).
Daarnaast moeten de toezichthouders aangeven of de informatie verplicht of vrijwillig
openbaar wordt gemaakt op het ESAP (onderdeel c) en of de informatie persoonsgegevens
bevat (onderdeel d). «Zo spoedig mogelijk» betekent, uitzonderingen voor uitzonderlijke
gevallen daar gelaten, binnen maximaal 60 minuten nadat de informatie bij de verzamelende
instantie is ingediend.
In artikel 1:97, zevende lid, worden de voorwaarden gesteld waar de informatievertrekking
aan moet voldoen door middel van een verwijzing naar artikel 2, onderdeel 3, van de
verordening oprichting ESAP. Daarin is bepaald dat de informatie ingediend moet worden
in een voor data-extractie geschikt format. Hierbij gaat het er vooral om dat de ingediende
informatie geschikt is voor (machinale) data-extractie en dat het door mensen leesbaar
is. Voor data-extractie geschikte formats is het niet noodzakelijk dat informatie
zodanig is gestructureerd dat die machinaal leesbaar is.
E (artikel 1:107)
Dit artikel verwerkt artikel 12 van de richtlijn ESAP. Het betreft artikel 87 bis,
zesde lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014. In artikel 1:107,
vijfde lid, wordt bepaald dat zo spoedig mogelijk na de inschrijving van een verbonden
agent als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 13, de registerhouder deze
informatie aan het ESAP verstrekt.
De AFM vertrekt de informatie overeenkomstig de vereisten uit artikel 87 bis, zesde
lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014. Dit betekent dat
de informatie moet worden verstrekt onder vermelding van de naam en, indien beschikbaar,
de identificatiecode van de betrokken entiteit (onderdelen a en b). Daarnaast moet
de AFM aangeven om welke type informatie het gaat en of de informatie verplicht of
vrijwillig wordt vertrekt ten behoeve van openbaarmaking op het ESAP (onderdeel c).
Ten slotte moet worden aangegeven of er persoonsgegevens aanwezig zijn (onderdeel d).
«Zo spoedig mogelijk» betekent, uitzonderingen voor uitzonderlijke gevallen daar gelaten,
binnen maximaal 60 minuten nadat de informatie bij de verzamelende instantie is ingediend.
De informatie moet ingediend worden in een voor data-extractie geschikt formaat zoals
gedefinieerd in artikel 2, onder 3, verordening oprichting ESAP. Hierbij gaat het
er vooral om dat de ingediende informatie geschikt is voor data-extractie en dat het
door mensen leesbaar is. Voor data-extractie geschikte formats is het niet noodzakelijk
dat informatie zodanig is gestructureerd dat die machinaal leesbaar is.
F (artikel 1:109)
Artikel 1:109, tweede lid, verwerkt artikel 16 van de richtlijn ESAP. Het betreft
artikel 26 bis, vierde lid, van de richtlijn gedekte obligaties. In artikel 1:109,
tweede lid, wordt bepaald dat DNB, zo spoedig mogelijk na de publicatie van de informatie
uit het eerste lid, onderdelen b en c, deze informatie verstrekt aan het ESAP. Het
gaat om een actuele lijst van banken waaraan DNB toestemming heeft verleend om gedekte
obligaties uit te geven (eerste lid, onderdeel b), en een actuele lijst van gedekte
obligaties die het label «Europese gedekte obligatie» mogen gebruiken en een actuele
lijst van gedekte obligaties die het label «Europese gedekte obligatie (premium)»
mogen gebruiken als bedoeld in artikel 27 van de richtlijn gedekte obligaties (eerste
lid, onderdeel c). DNB verstrekt de informatie overeenkomstig de vereisten uit artikel 26
bis, vierde lid, van de richtlijn gedekte obligaties. Dit betekent dat de informatie
moet worden verstrekt onder vermelding van de naam en, indien van toepassing, de identificatiecode
van de bank (onderdelen a en b). Daarnaast moet DNB aangeven of de informatie verplicht
of vrijwillig wordt openbaar gemaakt op het ESAP (onderdeel c) en of er persoonsgegevens
aanwezig zijn (onderdeel d). «Zo spoedig mogelijk» betekent, uitzonderingen voor uitzonderlijke
gevallen daar gelaten, binnen maximaal 60 minuten nadat de informatie bij de verzamelende
instantie is ingediend. De informatie moet worden ingediend in een voor data-extractie
geschikt formaat zoals gedefinieerd in artikel 2, onder 3, van verordening oprichting
ESAP. Hierbij gaat het er vooral om dat de ingediende informatie geschikt is voor
(machinale) data-extractie en dat het door mensen leesbaar is. Voor data-extractie
geschikte formats is het niet noodzakelijk dat informatie zodanig is gestructureerd
dat die machinaal leesbaar is.
G (artikel 1:110)
In dit artikel worden de verzamelende instanties voor het Europees centraal toegangspunt
aangewezen. In artikel 1:110, eerste lid, worden de AFM en DNB aangewezen als verzamelende
instantie als bedoeld in de artikelen 2, onderdeel 2, en 3, tweede lid, van de verordening
oprichting ESAP. De AFM en DNB worden aangewezen als verzamelende instantie voor informatie
die op grond van dit wetsvoorstel verplicht naar de AFM respectievelijk DNB moet worden
gestuurd. De AFM en DNB dienen als verzamelende instantie de informatie ter openbaarmaking
aan het ESAP te verstrekken. In de artikelen waar informatie wordt aangewezen die
op het ESAP toegankelijk moet worden gemaakt, worden de AFM en DNB als verzamelende
instantie genoemd. Daarnaast zijn de AFM en DNB de verzamelende instantie voor vrijwillig
ingediende informatie die ondernemingen op het ESAP toegankelijk willen laten maken.
Zie meer over de voorwaarden waaraan vrijwillig ingediende informatie dient te voldoen
paragraaf 3.3 van het algemeen deel van deze toelichting.
Verder zijn de AFM en DNB de verzamelende instantie als het gaat om informatie die
de AFM en DNB zelf genereren of openbaar maken ten behoeve van het ESAP. Het kan dan
gaan om het openbaar maken van een bestuurlijke sanctie door de AFM en DNB op grond
van artikel 1:97, eerste lid. Een voorbeeld van zelf gegenereerde informatie die op
het ESAP toegankelijk moet worden gemaakt, is een aanwijzing om de handel in een financieel
instrument verplicht op te schorten of te onderbreken, zoals opgenomen in artikel 1:77d
van de Wft.
H t/m AE (artikelen 3:33ba, 3:73c, 3:74a, 3:288i, 3:299, 3:303, 3A:63a, 4:49, 4:52,
4:90b, 4:90e, 4:91c, 4:91ea, 5:25ka, 5:25m, 5:32g, 5:32l, 5:74, 5:78, 5:87c, 5:87d,
5:87f, 5:89f), met uitzondering van W (artikel 5:25o)
Voor de artikelen 3:33ba, 3:73c, 3:74a, 3:288i, 3:299, 3:303, 3A:63a, 4:49, 4:52,
4:90b, 4:90e, 4:91c, 4:91ea, 5:25ka, 5:25m, 5:32g, 5:32l, 5:74, 5:78, 5:87c, 5:87d,
5:87f, 5:89f geldt dat de in die artikelen genoemde adressanten bepaalde informatie
gelijktijdig met het openbaar maken daarvan aan een verzamelende instantie moeten
verstrekken, ten behoeve van openbaarmaking op het Europees centraal toegangspunt.
Voor de wijze van verstrekking wordt verwezen naar de relevante gewijzigde richtlijnartikelen
zoals opgenomen in de richtlijn ESAP. De informatie dient te worden verstrekt in een
voor data-extractie geschikt formaat zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 3,
van de verordening oprichting ESAP of, wanneer dat door het Unierecht wordt vereist,
in een machinaal leesbaar formaat zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 4, van
de verordening oprichting ESAP. Hierbij is het belangrijk dat de verstrekte informatie
geschikt is voor data-extractie en dat het door mensen leesbaar is. Voor data-extractie
geschikte formats is het niet noodzakelijk dat informatie zodanig is gestructureerd
dat die machinaal leesbaar is, terwijl machinaal leesbare formats bestandsformaten
zijn die zodanig zijn gestructureerd dat softwaretoepassingen specifieke data gemakkelijk
kunnen identificeren, herkennen en extraheren.
De informatieverstrekking geschiedt onder vermelding van een aantal metadata. Voor
de meeste artikelen gaat het om de naam, (indien van toepassing) identificatiecode
en grootte van een onderneming, het type informatie (verplicht of vrijwillig) en een
vermelding of er persoonsgegevens aanwezig zijn. Voor de artikelen 4:91c, 5:32g en
5:89f geldt de grootte van de onderneming niet als vereiste metadata. Voor de artikelen
5:25ka, 5:25m, 5:74, 5:78, 5:87c, 5:87d, 5:87f geldt een extra vereist metadatapunt,
namelijk de industriesector van de economische activiteiten.
Bij de artikelen 4:52, 4:91c, 5:32g, 5:32l en 5:89f worden twee leden toegevoegd.
Dit zijn artikelen waar de betreffende informatie op basis van de Wft al naar de AFM
moet worden gestuurd. In het eerste extra lid wordt beschreven welke informatie voortaan
aan de AFM als verzamelende instantie moet worden verstrekt en onder welke vereisten.
In het tweede extra lid wordt bepaald dat indien een onderneming de informatie conform
de vereisten van ESAP (het eerste extra lid) aan de AFM verstrekt, zij wordt geacht
te hebben voldaan aan haar verplichting op grond van bestaand recht. Dit voorkomt
een dubbele verplichting voor ondernemingen.
Voor de overzichtelijkheid is hieronder per artikel schematisch weergegeven om welke
adressant, informatie en richtlijnbepaling het gaat:
Artikel
Adressant
Informatie
Bepaling richtlijn
3:33ba(4)
Bank
Informatie over het programma van gedekte obligaties
26 bis, eerste lid, van de richtlijn gedekte obligaties
3:73c(3)
Verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang
Het rapport over zijn solvabiliteit en financiële positie
304 ter, eerste lid, van de richtlijn solvabiliteit
3:74a(4)
Beleggingsonderneming
Informatie, bedoeld in het eerste lid
44 bis, eerste lid van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen
3:74a(4)
Moederonderneming van een groep waartoe een bank of beleggingsonderneming behoort
Beschrijving van de juridische structuur en de governance- en organisatiestructuur
van de groep
44 bis, eerste lid van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen
3:288i(7)
Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar
Rapport over de solvabiliteit en de financiële toestand op het niveau van de verzekeringsrichtlijngroep
304 ter, eerste lid, van de richtlijn solvabiliteit
3:299(3)
Gereglementeerde entiteit als bedoeld in artikel 1:1 Wft
Informatie, bedoeld in het tweede lid
30 ter, eerste lid, van de richtlijn financiële conglomeraten
3:303(3)
EU-moederinstelling met zetel in Nederland
Verslag van de algemene vergadering en de informatie
128 bis, eerste lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen
3A:63a(3)
Entiteit als bedoeld in artikel 3a:63a, eerste lid
Informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b
128 bis, eerste lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen
4:49(7)
Beheerder van een icbe
Prospectus
82 bis, eerste lid, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten
4:52(5)
Beheerder van een icbe
Jaarrekening, bestuursverslag en overige gegevens, en de halfjaarcijfers
82 bis, eerste lid, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten
4:90b(13)
Beleggingsonderneming
Informatie over de kwaliteit van uitvoering van transacties op de relevante plaatsen
van uitvoering en over haar belangrijkste plaatsen van uitvoering
87 bis, eerste lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014
4:90e(3)
Plaats van uitvoering als bedoeld in artikel 4:90b, elfde lid, of, indien het een
handelsplatform betreft, de exploitant daarvan
Gegevens over de kwaliteit van de uitvoering van transacties op de betrokken plaats
van uitvoering
87 bis, eerste lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014
4:91c(5)
Beleggingsonderneming
Beslissing om de handel in een financieel instrument en eventueel hiermee verband
houdende afgeleide financiële instrumenten op te schorten, te onderbreken of van de
handel uit te sluiten
87 bis, vierde lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014
4:91ea
Uitgevende instelling
Informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, periodieke verslaggeving of de
wettelijk voorgeschreven informatie met betrekking tot de uitgevende instellingen
op de mkb-groeimarkt
87 bis, eerste lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014
5:25ka(6)
Uitgevende instelling
Stemmingsresultaten
14 quater, eerste lid, van de richtlijn aandeelhoudersrechten
5:25m(10)
Uitgevende instelling
Gereglementeerde informatie en het persbericht, bedoeld in het derde lid
23 bis, eerste lid, van de richtlijn transparantie
5:32g(5)
Marktexploitant
Beslissing om de handel in een financieel instrument en eventueel hiermee verband
houdende afgeleide financiële instrumenten op te schorten, te onderbreken of van de
handel uit te sluiten
87 bis, vierde lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014
5:32l(5)
Marktexploitant
Informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c
87 bis, eerste lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014
5:74(5)
Bieder of de doelvennootschap
Biedingsbericht of de keuze, bedoeld in het derde lid
16 bis, eerste lid, van de richtlijn openbaar overnamebod
5:78(2)
Bieder
Goedgekeurde biedingsbericht of een openbare mededeling dat hij geen openbaar bod
zal uitbrengen
16 bis, eerste lid, van de richtlijn openbaar overnamebod
5:87c(7)
Institutionele belegger of vermogensbeheerder
Betrokkenheidsbeleid en de informatie, bedoeld in het derde en vierde lid
14 quater, eerste lid, van de richtlijn aandeelhoudersrechten
5:87d(6)
Institutionele belegger
Informatie, bedoeld in het eerste tot en met derde lid
14 quater, eerste lid, van de richtlijn aandeelhoudersrechten
5:87f(7)
Stemadviseur
Informatie, bedoeld in het eerste en tweede lid
87 bis, vijfde lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014
5:89f(6)
Beleggingsonderneming of marktexploitant die een in Nederland gelegen handelsplatform
exploiteert of beheert waarop wordt gehandeld in grondstoffenderivaten, emissierechten
of van emissierechten afgeleide instrumenten
Rapport van de geaggregeerde posities van de personen die in financiële instrumenten
op het handelsplatform handelen
87 bis, vijfde lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014
W (artikel 5:25o)
Door de toevoeging van artikel 2:394a aan het Burgerlijk Wetboek over de jaarverslaggevingsstukken
die in ESAP toegankelijk gemaakt moeten worden, dient deze ESAP-verplichting ook opgenomen
te worden in artikel 5:25o Wft. De AFM blijft net als nu het geval is, de instantie
waaraan beursvennootschappen de jaarrekening en het bestuursverslag zenden en de AFM
blijft die doorzenden naar de KvK. De KvK wordt de verzamelende instantie die vervolgens
de stukken verstrekt aan het ESAP.
Het vijfde lid bepaalt dat de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens
aan de AFM verstrekt moeten worden conform de vereisten uit artikel 23 bis, eerste
lid, van de richtlijn transparantie. Het nieuwe zesde lid (huidige vijfde lid) zorgt
ervoor dat de AFM de stukken volgens het al bestaande systeem moet doorzenden naar
de KvK.
AF en AG (bijlagen bij de artikelen 1:79 en 1:80)
In de bijlagen bij de Wft is opgenomen bij overtreding van welke artikelen de AFM
en DNB handhavend kunnen optreden. Daartoe worden de bijlagen bij de artikelen 1:79
en 1:80 gewijzigd om een aantal in dit wetsvoorstel opgenomen bepalingen te kunnen
handhaven door middel van het opleggen van een last onder dwangsom of een bestuurlijke
boete.
ARTIKEL II (Wet toezicht accountantsorganisaties)
A (artikel 11a)
Het voorgestelde nieuwe artikel 11a Wta implementeert artikel 4 van de richtlijn ESAP.
Het betreft artikel 20 bis, tweede lid, van de Auditrichtlijn. De Auditrichtlijn geeft
voorschriften over de wettelijke controle van de financiële verslaggeving en het assurance-onderzoek
van de duurzaamheidsrapportering door accountants en accountantsorganisaties. Op grond
van artikel 11a dient de informatie die op basis van artikel 11 in het openbare register
van de AFM is opgenomen, ook door de AFM in de hoedanigheid van verzamelende instantie,
te worden verstrekt aan het ESAP. Het gaat om informatie over vergunninghoudende accountantsorganisaties,
auditkantoren, auditorganisaties van een derde land, alsmede over de daarbij werkzame
of daaraan verbonden auditors van een derde land, en externe accountants. Het betreft
ook de informatie die op grond van artikel 4 van het Besluit toezicht accountantsorganisaties
(artikel 11, derde lid, Wta) in het openbare register wordt opgenomen, zoals de datum
van vergunningverlening en de rechtsvorm van de accountantsorganisatie. De AFM verstrekt
de informatie onder vermelding van de naam en, indien beschikbaar, de identificatiecode
van de betrokken entiteit (onderdelen a en b). Daarnaast moet de AFM aangeven of de
informatie verplicht of vrijwillig wordt verstrekt ten behoeve van openbaarmaking
op het Europees centraal toegangspunt (onderdeel c) en of er persoonsgegevens aanwezig
zijn (onderdeel d). Verstrekking geschiedt in een voor data-extractie geschikt formaat
zoals gedefinieerd in artikel 2, onder 3, van Verordening (EU) 2023/2859 (verordening
oprichting ESAP).
B en C (artikelen 53 en 54)
De artikelen 53 en 54 Wta worden aangepast zodat de AFM ook handhavend kan optreden
indien de accountantsorganisatie niet aan de verplichting heeft voldaan om het transparantieverslag
in te dienen bij de AFM. De AFM kan een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete
opleggen. In het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector zal worden geregeld
dat het om een boete van boetecategorie 1 gaat.
D (artikel 63n)
Op grond van artikel 13 van de Auditverordening (EU) 537/2014 maken accountantsorganisaties
die wettelijke controles bij organisaties van openbaar belang verrichten een transparantieverslag
openbaar. Artikel 13 bis van de Auditverordening schrijft voor dat een accountantsorganisatie
op het moment dat deze het transparantieverslag openbaar maakt, de informatie ook
dient in te dienen bij de verzamelende instantie. In artikel 63n Wta wordt opgenomen
dat de verzamelende instantie de AFM betreft.
E (artikel 72)
Het voorgestelde nieuwe artikel 72 Wta verwerkt artikel 20bis, eerste lid, van de
Auditrichtlijn (artikel 4 van de richtlijn ESAP). De AFM dient besluiten tot het opleggen
van een bestuurlijke boete openbaar te maken. Tevens dient de AFM besluiten tot het
opleggen van een last onder dwangsom openbaar te maken wanneer een dwangsom wordt
verbeurd. Dit volgt uit de artikelen 67 tot en met 70 Wta. Op grond van artikel 20bis
Auditrichtlijn dient de AFM deze informatie te verstrekken aan het ESAP. In artikel 67
Wta is reeds geregeld in welke gevallen publicatie anoniem dient te geschieden. De
AFM verstrekt de informatie aan het ESAP onder vermelding van de naam en identificatiecode
van de betrokken entiteit (onderdelen a en b). Daarnaast moet de AFM aangeven dat
de informatie verplicht wordt verstrekt ten behoeve van openbaarmaking op het ESAP
(onderdeel c) en of er persoonsgegevens aanwezig zijn (onderdeel d). Verstrekking
geschiedt in een voor data-extractie geschikt formaat zoals gedefinieerd in artikel 2,
onder 3, van Verordening (EU) 2023/2859 (verordening oprichting ESAP).
ARTIKEL III (Boek 2 Burgerlijk Wetboek)
A en B (artikelen 135a en 135b)
De wijziging van de artikelen 2:135a en 2:135b Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) volgt
uit artikel 5 van richtlijn ESAP, dat artikel 14quater toevoegt aan de aandeelhoudersrichtlijn
2007/36/EG. Artikel 2:135a BW gaat over de verplichting voor beursvennootschappen
(met uitzondering van beleggingsmaatschappijen met veranderlijk kapitaal) om minimaal
iedere vier jaar het bezoldigingsbeleid te laten vaststellen door de algemene vergadering.
Artikel 2:135b BW gaat over het jaarlijks door de beursvennootschap op te stellen
bezoldigingsverslag, waarin een overzicht staat van alle bezoldigingen die in het
voorgaande boekjaar aan individuele bestuurders zijn toegekend of verschuldigd zijn.
Beide documenten moeten onverwijld na de algemene vergadering waarin ze geagendeerd
waren, openbaar worden gemaakt op de website van de vennootschap. Daarbij voegt het
wetsvoorstel nu het voorschrift toe om het bezoldigingsbeleid en het bezoldigingsverslag
ook gelijktijdig met de publicatie op de website, naar de AFM als verzamelende instantie
te sturen, die ze verstrekt aan het ESAP. Het bezoldigingsbeleid en het bezoldigingsverslag
moeten aan de gebruikelijke eisen voldoen wat betreft formaat en metadata. Zie voor
een verdere toelichting waaraan de informatieverstrekking moet voldoen de toelichting
bij artikel 1, onderdeel H t/m AE. Het bezoldigingsverslag zal jaarlijks via ESAP
openbaar gemaakt moeten worden, het bezoldigingsbeleid zo vaak als het wordt vastgesteld
en dus minimaal iedere vier jaar.
Ondernemingen nemen het bezoldigingsverslag veelal op bij de stukken die jaarlijks
naar de AFM of KvK worden gestuurd, dus samen met de jaarrekening, bestuursverslag
e.d. in één document, soms aangeduid als «jaarverslag» of «jaarverantwoording». In
dat geval hoeft het bezoldigingsrapport niet «separaat» te worden toegezonden aan
de AFM of KVK, mits dat verzameldocument is opgesteld overeenkomstig de eisen aan
het format en de metadata. De onderneming heeft daarmee voldaan aan de verplichting
uit hoofde van artikel 135b, zevende lid.
C en D (artikelen 169 en 170)
De wijziging van de artikelen 2:169 en 2:170 BW volgt uit artikel 5 van Richtlijn
ESAP, dat artikel 14quater toevoegt aan de aandeelhoudersrichtlijn 2007/36/EG. Artikel 2:169
BW bevat de verplichting voor beursvennootschappen (met uitzondering van beleggingsmaatschappijen
met veranderlijk kapitaal) om materiële transacties met een verbonden partij die niet
in het kader van de normale bedrijfsvoering of niet onder normale marktvoorwaarden
zijn aangegaan, openbaar te maken op het moment dat de transactie is aangegaan. Die
openbaarmaking kan bijvoorbeeld op de website van de vennootschap, via een persbericht
of op een andere, vlot toegankelijke wijze plaatsvinden. Daaraan voegt het wetsvoorstel
toe dat die transacties gelijktijdig aan de AFM als verzamelende instantie moeten
worden toegezonden, ten behoeve van openbaarmaking van die transacties op het ESAP.
De openbaarmaking moet aan de gebruikelijke eisen voldoen wat betreft formaat en metadata
(zie voor een verdere toelichting waaraan de informatieverstrekking moet voldoen de
toelichting bij artikel I, onderdelen H t/m AE). Door de toevoeging van het nieuwe
vijfde lid aan artikel 169 is het huidige vijfde lid vernummerd tot zesde lid. Het
nieuwe vijfde lid dient ook van toepassing te zijn indien een materiële transactie
wordt aangegaan door een dochtermaatschappij van de vennootschap met een aan de vennootschap
verbonden partij. Die transacties van dochtermaatschappijen zijn geregeld in artikel 170
en de verwijzing in dat artikel naar de relevante bepalingen in artikel 169 dient
daarom aangepast te worden aan het nieuwe en het vernummerde lid.
E (artikel 394a)
Artikel 2:394a BW geeft uitvoering aan artikel 9 van de richtlijn ESAP. Dat artikel
voegt artikel 33bis toe aan de Jaarrekeningrichtlijn 2013/34/EU. Van de vennootschappen
die verplicht zijn een duurzaamheidsrapportering op te stellen en openbaar te maken
of een verslag inzake duurzaamheid openbaar te maken8, dienen de AFM en de Kamer van Koophandel (KvK) als verzamelende instantie vrijwel
al hun jaarverslaggeving te verstrekken aan het ESAP. De volgende vennootschappen
hebben op basis van de CSRD (zoals die is gewijzigd door Richtlijn 2026/470)9 de verplichting om een dergelijke rapportering op te stellen. Ten eerste gaat het
om alle vennootschappen10 (inclusief beursvennootschappen, banken en verzekeringsmaatschappijen, die laatste
twee ongeacht hun rechtsvorm) met een netto-omzet van meer dan € 450 miljoen en met
gemiddeld meer dan duizend werknemers. Ten tweede moeten vennootschappen, banken en
verzekeringsmaatschappijen die aan het hoofd staan van een grote groep, een geconsolideerde
duurzaamheidsrapportering opstellen en openbaar maken als die groep op geconsolideerde
basis aan dezelfde criteria voldoet. Ten derde moeten dochtermaatschappijen en bijkantoren
met een netto-omzet van meer dan € 200 miljoen, waarvan de zogenaamde uiteindelijke
moedermaatschappij (de topholding) buiten de Europese Unie (EU) en de Europese Economische
Ruimte (EER) is gevestigd en in de gehele EU of EER een netto-omzet heeft van meer
dan € 450 miljoen, een separaat verslag inzake duurzaamheid publiceren. Deze drie
categorieën vennootschappen zijn veel beperkter dan in de oorspronkelijke CSRD was
opgenomen. Dit heeft tot gevolg dat ook het aantal ondernemingen waarvan de jaarverslaggeving
in het ESAP wordt opgenomen beperkt is (zie nader § 4.1. van het algemeen deel van
de toelichting).
Artikel 9 van de Richtlijn ESAP verwijst naar de ondernemingen die zijn bedoeld in
de artikelen 19bis, 29bis en 40bis van de CSRD. Dat zijn de ondernemingen die in het
bestuursverslag informatie over duurzaamheidskwesties moeten opnemen en de ondernemingen
die een verslag inzake de duurzaamheid openbaar moeten maken. Indien er een vrijstelling
van die verplichtingen op die ondernemingen van toepassing is, die eveneens in die
artikelen geregeld is, dan is ook de ESAP-verplichting niet van toepassing. De onderneming
hoeft de stukken dan niet in overeenstemming met de vereisten voor de metadata en
het voorgeschreven formaat in te dienen en daarmee is het dan voor de KvK duidelijk
dat het geen stukken zijn die naar het ESAP doorgestuurd moeten worden. Er hoeft dus
geen bijzondere instructie aan de verzamelende instantie gegeven te worden voor het
wel of niet doorsturen van de stukken. Voor een deel van deze vrijgestelde ondernemingen
zal overigens gelden dat zij ook profiteren van een groepsvrijstelling waardoor ze
geen jaarrekening en bestuursverslag hoeven op te stellen. Hun informatie is dan verwerkt
in de geconsolideerde jaarrekening en het bestuursverslag van de moedermaatschappij.
Ten algemene geldt dat als er een vrijstelling van toepassing is voor het openbaar
maken van enig stuk uit de jaarverslaggeving, dat stuk ook niet naar het ESAP gestuurd
hoeft te worden. De beursvennootschappen waarop de groepsvrijstellingen voor de jaarrekening
en het bestuursverslag niet van toepassing zijn (artikel 2:403, vierde lid BW), kunnen
eveneens profiteren van de groepsvrijstelling voor de duurzaamheidsrapportering en
het verslag inzake duurzaamheid, aldus het tiende lid van artikel 19bis CSRD, met
uitzondering van de grote beursvennootschappen. Die laatste uitzondering zal naar
verwachting ten gevolge van de wijzigingen door de Omnibus I-voorstellen komen te
vervallen, zodat alle beursvennootschappen van de groepsvrijstelling kunnen profiteren.
Nu enkele groepen van ondernemingen uitstel hebben gekregen van de verplichtingen
tot duurzaamheidsrapportering ten gevolge van de zogenaamde Stop-de-Klok-richtlijn11, profiteren zij ook voor de ESAP-verplichtingen van dat uitstel.
Wanneer een onderneming of instelling (bijvoorbeeld een ziekenhuis) vrijwillig een
duurzaamheidsrapportering opneemt in haar bestuursverslag, gaat de KvK vanaf 2030,
zodra vrijwillige deponering in het ESAP mogelijk wordt, er niet vanuit dat de stukken
van die onderneming of instelling ook naar het ESAP gestuurd moeten worden. Zodra
vrijwillige deponering van stukken in het ESAP mogelijk wordt, is het wenselijk dat
dit expliciet wordt aangegeven door de onderneming of instelling aan de KvK. Volgens
artikel 3 van de Verordening oprichting ESAP zal de onderneming de vrijwillige deponering
in de metadata kenbaar moeten maken. Omdat die verordening rechtstreeks van toepassing
is in de Nederlandse rechtsorde, vergt deze bepaling geen implementatie.
Omdat er in de richtlijn ESAP afzonderlijke eisen worden gesteld aan het formaat waarin
de informatie in het ESAP openbaar gemaakt moet worden en aan de metadata die aan
de informatie toegevoegd moeten worden, is de openbaarmakingsverplichting voor de
bovengenoemde groep vennootschappen uit artikel 2:394 BW aangevuld met die eisen in
een apart artikel. Zij vallen voor de openbaarmaking van hun jaarverslaggeving nog
steeds onder artikel 2:394 BW, maar dienen enkele nadere regels in acht te nemen.
Er verandert niets aan de instantie waarbij de stukken ingediend moeten worden. Dat
blijven de AFM en de KvK, afhankelijk van de onderneming en van de te deponeren stukken.
De AFM blijft de stukken ook gewoon binnen drie werkdagen doorzetten naar de KvK.
De KvK wordt de verzamelende instantie die alle jaarverslaggevingstukken verstrekt
aan het ESAP, met uitzondering van de verslaggevingsstukken die op grond van 4:52
Wft door ondernemingen zijn ingediend. Voor die stukken is de AFM de verzamelende
instantie.
In het eerste lid is de zinsnede «voor zover van toepassing» opgenomen om tot uitdrukking
te brengen dat de opgesomde stukken alleen op het ESAP openbaar gemaakt moeten worden
als er op basis van een andere bepaling een verplichting bestaat die stukken op te
stellen en openbaar te maken. Ook met de in onderdeel e genoemde accountantsverklaringen
en assuranceverklaring wordt alleen gedoeld op verklaringen die uit anderen hoofde
zijn voorgeschreven.
Aan de door de richtlijn voorgeschreven stukken die moeten worden doorgestuurd, zijn
in onderdeel f van het eerste lid een aantal stukken toegevoegd. Het gaat om een drietal
stukken die op basis van de nationale wetgeving bij het handelsregister moeten worden
gedeponeerd. Ten eerste betreft het de mededeling dat na vaststelling van de jaarrekening
in de algemene vergadering is gebleken dat de jaarrekening in ernstige mate tekortschiet
in het geven van het vereiste inzicht (artikel 2:362, zesde lid, BW). Ten tweede moet
ook het rechterlijke vonnis waarin een jaarrekening is vernietigd worden doorgestuurd
naar het ESAP (artikel 2:394, tweede lid, BW). Ten derde is de ontheffing van de openbaarmakingsverplichting
van de Minister van Economische Zaken toegevoegd (artikel 2:394, vijfde lid, BW).
Het gaat in alle drie de gevallen om informatie die onlosmakelijk is verbonden met
de jaarrekeningverplichting van de onderneming. Het is daarom essentieel dat die ook
in ESAP beschikbaar komt. Een in ernstige mate tekortschietende of zelfs door de rechter
vernietigde jaarrekening kan immers niet zonder die constatering in het ESAP beschikbaar
zijn. Ook wanneer de Minister van Economische Zaken een ontheffing van de jaarrekeningverplichtingen
heeft verstrekt, dient die in het ESAP te worden opgenomen, omdat dan duidelijk is
dat er een legitieme reden is voor het ontbreken van een bepaalde jaarrekening.
De stukken die in het eerste lid zijn genoemd, zijn overigens niet alle jaarverslaggevingstukken.
Zo ontbreekt in het kader van het verslag inzake duurzaamheid de eventuele verklaring
dat de uiteindelijke moedermaatschappij het assurance-oordeel bij het verslag inzake
de duurzaamheid niet beschikbaar heeft gesteld. Die verklaring dient openbaar gemaakt
te worden door de dochtermaatschappij van de buiten de EU gevestigde moedermaatschappij,
die het verslag over het concern van de moedermaatschappij openbaar moet maken. Ook
ontbreekt het verslag inzake de winstbelasting uit Richtlijn (EU) 2021/2101. Dat is
een separaat jaarlijks verslag. En ook hier kan in plaats van dat verslag inzake de
winstbelasting een verklaring worden gedeponeerd dat de uiteindelijke moedermaatschappij
de informatie over de winstbelasting van haar concern niet beschikbaar heeft gesteld.
Deze stukken zijn niet opgenomen in artikel 33bis en worden dus ook in artikel 394a
buiten de verplichting gehouden. De duurzaamheidsrapportering en de geconsolideerde
duurzaamheidsrapportering staan niet in de opsomming van het tweede lid, omdat die
in het bestuursverslag zijn opgenomen en dus geen separate verslagen zijn. Dat laatste
geldt wel voor het verslag inzake duurzaamheid over concerns uit derde landen en dat
is wel opgenomen in de opsomming (onderdeel c van het eerste lid).
De in het eerste lid, onderdeel b genoemde informatie van artikel 8 van de Taxonomieverordening
wordt separaat opgenomen in het bestuursverslag van een onderneming als die onderneming
als dochtermaatschappij is vrijgesteld van het opstellen van duurzaamheidsrapportering,
zonder dat die informatie terugkomt in het geconsolideerde duurzaamheidsverslag van
de moedervennootschap.
In de Nederlandse versie van artikel 33bis van de Jaarrekeningrichtlijn is in de opsomming
van in ESAP te deponeren stukken sprake van «verzekeringsverslagen». Daarmee wordt
gedoeld op het assuranceoordeel van een accountant of IASP bij een duurzaamheidsrapportering
of verslag inzake duurzaamheid.
Met de in het eerste lid genoemde algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 391a
lid 2, wordt gedoeld op het Implementatiebesluit richtlijn duurzaamheidsrapportering.
Het is niet gebruikelijk om te verwijzen naar het opschrift of de citeertitel van
een lagere regeling (Aanwijzing voor de Regelgeving 3.27). Op het moment van schrijven
van deze toelichting, is die algemene maatregel van bestuur nog aanhangig bij het
parlement.12
Het tweede lid, onderdeel a, gaat over het elektronische formaat waarin de stukken
naar het ESAP gestuurd moeten worden. Daarvoor zijn twee formaten mogelijk. Ten eerste
een formaat waarvoor wordt verwezen naar artikel 2, derde punt, verordening oprichting
ESAP. Het daarin genoemde «voor data-extractie geschikt formaat» is een open formaat
zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 14, van Richtlijn (EU) 2019/1024 dat breed wordt
gebruikt of rechtens is vereist, waarmee machinale data-extractie mogelijk is en dat
door mensen leesbaar is. Dit open formaat is op zijn beurt gedefinieerd als een bestandsformaat
dat platformonafhankelijk is en voor het publiek beschikbaar is zonder enige beperking
die het hergebruik van documenten belemmert. Een Pdf-formaat voldoet hieraan. Ten
tweede kan er een formaat wettelijk zijn voorgeschreven, namelijk een machinaal leesbaar
formaat, waarbij wordt verwezen naar artikel 2, vierde punt, van bovengenoemde verordening.
Voor de definitie van dat «machinaal leesbaar formaat» wordt verwezen naar artikel 2,
punt 13, van Richtlijn (EU) 2019/1024. Daarin staat dat het een bestandsformaat is
dat zodanig is gestructureerd dat softwaretoepassingen specifieke gegevens, met inbegrip
van individuele feitenbeschrijvingen, en hun interne structuur gemakkelijk kunnen
identificeren, herkennen en extraheren. Hieraan voldoet het XHTML/iXBRL-formaat dat
verplicht is gesteld voor de duurzaamheidsrapportering en het bestuursverslag en in
de Transparantierichtlijn 2004/109/EU voor de jaarrekeningen van beursvennootschappen.
Als dit XHTML/iXBRL-formaat niet wettelijk is voorgeschreven voor een bepaald stuk,
zoals het geval is voor het verslag inzake duurzaamheid, dan kan dat in PDF worden
aangeleverd.
De jaarverslaggevingstukken moeten verder voldoen aan de gebruikelijk eisen wat betreft
de metadata (Zie voor een verdere toelichting waaraan de informatieverstrekking moet
voldoen de toelichting bij artikel I, onderdeel H t/m AE).
Het derde lid zorgt ervoor dat een onderneming die de stukken zoals bedoeld in het
eerste lid naar de AFM heeft gestuurd op grond van artikel 5:25o, zesde lid, van de
Wft, voldoet aan het eerste lid, mits de informatie voldoet aan de vereisten van verstrekking
uit het tweede lid. Dit voorkomt dat uitgevende instellingen die onder artikel 5:25o
van de Wft en artikel 2:394a, eerste lid, van het BW vallen de informatie zowel naar
de AFM als naar het handelsregister moeten sturen. Dit lid sluit aan bij de systematiek
uit het achtste lid van artikel 2:394 BW om de rolverdeling tussen de KvK en de AFM
duidelijk te maken.
ARTIKEL IV (Handelsregisterwet)
A (artikel 1)
Met dit onderdeel wordt Verordening (EU) 2023/285913 toegevoegd aan de begripsbepalingen die in de Handelsregisterwet 2007 zijn opgenomen
in artikel 1, eerste lid.
B (artikel 52a)
Dit onderdeel introduceert een nieuw artikel 52a in de Handelregisterwet 2007. Met
dit artikel wordt uitvoering gegeven aan artikel 33 bis, eerste en vierde lid, van
Richtlijn 2013/34/EU.14 Op grond van het eerste lid van artikel 33 bis moeten bepaalde rechtspersonen die
verplicht zijn tot openbaarmaking van een duurzaamheidsrapportering of een verslag
inzake de duurzaamheid de in dat lid bedoelde informatie openbaar maken en wel op
de wijze zoals beschreven in artikel 33 bis, tweede lid. Daarnaast moet deze informatie
ingediend worden bij een verzamelende instantie. Deze verplichtingen zijn geïmplementeerd
in artikel 394a, eerste en tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. In de
praktijk leveren beursgenoteerde bedrijven de informatie aan bij de AFM en niet bij
de Kamer. De AFM stuurt de door haar ontvangen informatie door naar de Kamer. De Kamer
fungeert als de verzamelende instantie voor al deze informatie (inclusief de informatie,
bedoeld in artikel 5:25o, zesde lid, van de Wft) en wordt hiervoor als zodanig ook
aangewezen op grond van het nieuwe artikel 52a, eerste lid. Dit geldt alleen niet
voor de verslaggevingsstukken die op grond van artikel 4:52 van de Wft zijn verstuurd
aan de AFM.
De Kamer draagt er zorg voor dat de betreffende informatie zo spoedig mogelijk wordt
verstrekt aan het Europees centraal toegangspunt (ESAP). Hierbij geldt dat de informatie
die toegankelijk gemaakt wordt voor ESAP aan dezelfde eisen moet voldoen als bedoeld
in artikel 394a, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (artikel 52a, tweede
lid). «Zo spoedig mogelijk» betekent, uitzonderingen voor uitzonderlijke gevallen
daar gelaten, binnen maximaal 60 minuten nadat de informatie bij de verzamelende instantie
is ingediend.
ARTIKEL V (Pensioenwet)
A (artikel 176)
Aan artikel 176 van de Pensioenwet over de beboetbare bepalingen wordt artikel 205d,
tweede lid toegevoegd.
B (artikel 205d)
Artikel 205d van de Pensioenwet verwerkt enige artikelen van de verordening ESAP.
In het eerste lid worden de toezichthouders aangewezen als verzamelende instanties
bedoeld in artikel 2, tweede lid, van voornoemde verordening.
Ter implementatie van artikel 14 van de richtlijn ESAP wordt in het tweede lid de
verplichting voor pensioenuitvoerders opgenomen om de navolgende informatie aan DNB
te verstrekken. Het gaat om het bestuursverslag, de jaarrekening, de verklaring inzake
beleggingsbeginselen en het beleid inzake beloningen dat op hetzelfde tijdstip als
publicatie moet worden aangeleverd. Voor het bestuursverslag, de jaarrekening, de
verklaring inzake beleggingsbeginselen geldt dat dit tijdstip gelijk is aan het moment
waarop het op de website van de pensioenuitvoerder wordt geplaatst. Voor het beleid
inzake beloningen geldt dat het verstrekken aan fondsorganen (verantwoordingsorgaan,
belanghebbendenorgaan, raad van toezicht en/ of visitatiecommissie) het moment is
dat dit moet worden verstrekt aan DNB. Verder is bepaald dat de verstrekking van voornoemde
gegevens geschiedt overeenkomstig de vereisten zoals opgenomen in artikel 63bis, eerste
lid, onderdelen a en b, van de Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement
en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op
instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IORP II-richtlijn). Vergelijkbare vereisten
zijn opgenomen in artikel 2:394a, tweede lid, van het BW. Voor een verdere toelichting
op deze vereisten wordt verwezen naar artikel III, onderdeel E.
In het derde lid is opgenomen dat DNB als verzamelende instantie de voornoemde informatie
verzamelt en zo spoedig mogelijk verstrekt aan het Europees centraal toegangspunt.
In artikel 5 van de verordening ESAP is een procedure opgenomen, waarin wordt omschreven
op welke wijze en met welke metadata de informatie moet worden aangeleverd. «Zo spoedig
mogelijk» betekent, uitzonderingen voor uitzonderlijke gevallen daar gelaten, binnen
maximaal 60 minuten nadat de informatie bij de verzamelende instantie is ingediend.
In het vierde lid wordt artikel 13 van de richtlijn ESAP geïmplementeerd. Op het moment
dat een toezichthouder een bestuurlijke sanctie of andere maatregel, als bedoeld in
artikelen 185, eerste lid en 188, eerste lid, van de Pensioenwet openbaar maakt, dan
moet dit ook worden verstrekt aan het Europees centraal toegangspunt op de wijze zoals
opgenomen in artikel 63bis van de IORP-richtlijn.
Tot slot wordt in het vijfde lid mogelijk gemaakt om bij ministeriële regeling nadere
informatie toegankelijk te maken op het Europees centraal toegangspunt. Hiervan kan
bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden indien in het kader van de evaluatie van de richtlijn
en verordeningen in de toekomst nadere informatie op het Europees centraal toegangspunt
geplaatst moet worden.
ARTIKEL VI (Wet op de verplichte beroepspensioenregeling)
A (artikel 171)
Aan artikel 171 van de Wet op de verplichte beroepspensioenregeling over de beboetbare
bepalingen wordt artikel 199d, tweede lid toegevoegd.
B (artikel 199d)
In artikel 199d van de Wet op de verplichte beroepspensioenregeling wordt eenzelfde
artikel als artikel 205d van de Pensioenwet opgenomen. Voor de toelichting op dit
onderdeel wordt verwezen naar artikel V, onderdeel B.
ARTIKEL VII (Toepassing boekjaren jaarrekeningrecht)
In dit artikel wordt geregeld vanaf welk boekjaar een onderneming bepaalde verslaggevingsstukken
naar de verzamelende instantie moet sturen ten behoeve van openbaarmaking op het ESAP.
Voor de artikelen 4:52, vijfde lid, en 5:25o, zesde lid, Wft, artikel 2:394a BW, artikel 205d
PW, en artikel 199d Wvb, geldt dat deze artikelen van toepassing zijn op informatie
die betrekking heeft op boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2027.
ARTIKEL VIII (Inwerkingtreding)
Dit artikel regelt de inwerkingtreding. De richtlijn ESAP dient op uiterlijk 10 januari
2026 te zijn geïmplementeerd in nationale wetgeving. De artikelen met betrekking tot
het aanleveren van informatie ten behoeve van openbaarmaking op ESAP zullen op verschillende
tijdstippen in werking treden. Vanaf 10 juli 2026 dienen uitgevende instellingen informatie
aan te leveren bij de AFM op grond van artikel 5:25m, tiende lid, Wft. Beheerders
van icbe’s dienen bijvoorbeeld het prospectus, jaarrekening en bestuursverslag op
grond van de artikelen 4:49, zevende lid en 4:52, vijfde lid, Wft aan te leveren bij
de AFM met ingang van 10 januari 2028. Op 10 januari 2030 zullen de overige artikelen
in werking treden. Gelet hierop zal de inwerkingtreding van de artikelen van deze
wet bij koninklijk besluit worden geregeld.
De Minister van Financiën, E. Heinen
Bijlage. Transponeringstabellen
AIFM-richtlijn
Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van
8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging
van de richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009
en (EU) nr. 1095/2010
Audit richtlijn
Richtlijn 2006/43/EG betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde
jaarrekeningen
Awb
Algemene wet bestuursrecht
BGfo
Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft
BW
Burgerlijk Wetboek
Hrw
Handelsregisterwet
Icbe-richtlijn
Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van
13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende
bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s)
richtlijn ESAP
Richtlijn (EU) 2023/2864 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023
tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren
van het Europees centraal toegangspunt
verordening ESAP
Verordening (EU) 2023/2869 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023
tot wijziging van bepaalde verordeningen wat betreft de oprichting en het functioneren
van het Europees centraal toegangspunt
richtlijn aandeelhoudersrechten
Richtlijn 2007/36/EG betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders
in beursgenoteerde vennootschappen
richtlijn financiële conglomeraten
Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende
het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen
in een financieel conglomeraat
richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen
Richtlijn 2014/59/EU betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel
en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen
richtlijn instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening
Richtlijn (EU) 2016/2341 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen
voor bedrijfspensioenvoorziening
richtlijn jaarrekening
Richtlijn 2013/34/EU betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde
financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen
richtlijn kapitaalvereisten
Richtlijn 2013/36/EU betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en
het prudentieel toezicht op kredietinstellingen
richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014
Richtlijn 2014/65/EU betreffende markten voor financiële instrumenten
richtlijn openbaar overnamebod
Richtlijn 2004/25/EG betreffende het openbaar overnamebod
richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen
Richtlijn 2019/2034 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen
richtlijn solvabiliteit II
Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings-
en het herverzekeringsbedrijf
richtlijn transparantie
Richtlijn nr. 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie
van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie
over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde
markt zijn toegelaten
richtlijn verzekeringsdistributie
Richtlijn (EU) 2016/97 betreffende verzekeringsdistributie
Rtt
Regeling taakuitoefening toezichthouders Wft
PW
Pensioenwet
verordening oprichting ESAP
Verordening (EU) 2023/2859 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023
tot oprichting van een Europees centraal toegangspunt dat gecentraliseerde toegang
biedt tot voor financiële diensten, kapitaalmarkten en duurzaamheid relevante publiek
beschikbare informatie
Wft
Wet op het financieel toezicht
Wvb
Wet verplichte beroepspensioenregeling
Transponeringstabel verordening oprichting ESAP
Verordening oprichting ESAP
Bepaling in implementatieregeling of bestaande regeling
Omschrijving beleidsruimte
Toelichting op de keuze(n) bij de invulling van de beleidsruimte
1, eerste lid
Behoeft geen implementatie. Bepaling is gericht tot ESMA.
1, tweede lid
Behoeft naar haar aard geen implementatie, heeft rechtstreekse werking.
1, derde lid
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot verzamelende instanties die organen
of instanties van de Unie zijn.
2
Behoeft naar haar aard geen implementatie, heeft rechtstreekse werking (definities).
3, eerste lid
Behoeft naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
3, tweede lid
1:110, eerste lid, Wft
205d, derde lid, PW
199d, derde lid, Wvb
52a, eerste lid, Hrw
In lijn met de aanwijzing van verzamelende instanties conform richtlijn ESAP
3, derde en vierde lid
Behoeven geen implementatie. Bepalingen zijn gericht tot de Europese toezichthoudende
autoriteiten.
3, vijfde lid
Behoeft naar haar aard geen implementatie, heeft rechtstreekse werking.
4
Behoeft geen implementatie. Bepaling is gericht tot ESMA.
5, eerste t/m vierde lid
Behoeven geen implementatie. Bepalingen zijn gericht tot verzamelende instanties.
5, vijfde en zesde lid
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
5, zevende t/m negende lid, eerste zin
Behoeven geen implementatie. Bepalingen zijn gericht tot verzamelende instanties.
5, negende lid, tweede zin
Geen implementatie omdat niet gebruik wordt gemaakt van de lidstaatoptie.
Dit is een lidstaatoptie om toe te staan dat de verzamelende instanties mogen eisen
dat de door ondernemingen ingediende informatie die toegankelijk moet worden gemaakt
op het ESAP vergezeld gaat van een gekwalificeerd elektronisch zegel.
Er zal geen
gebruik worden gemaakt van deze lidstaatoptie aangezien het voorschrijven
van een gekwalificeerd elektronisch zegel extra regeldruk voor het bedrijfsleven zal
betekenen en ook weinig toegevoegde waarde lijkt te hebben. Ondernemingen kunnen wel
vrijwillig de informatie met een gekwalificeerd elektronisch zegel aanleveren bij
de verzamelende instanties.
5, tiende lid
Behoeft geen implementatie. Bepaling is gericht tot de Europese toezichthoudende autoriteiten.
5, elfde lid
Behoeft geen implementatie. Bepaling is gericht tot de Europese toezichthoudende autoriteiten
en de Europese Commissie.
5, twaalfde lid
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot verzamelende instanties die organen
of instanties van de Unie zijn.
6 t/m 7, tweede lid
Behoeven geen implementatie. Bepalingen zijn gericht tot ESMA.
7, derde lid
Behoeft naar haar aard geen implementatie, heeft rechtstreekse werking.
7, vierde lid
Behoeft geen implementatie. Bepaling is gericht tot de Europese toezichthoudende autoriteiten
en de Europese Commissie.
8, eerste t/m vierde lid
Behoeven geen implementatie. Bepalingen zijn gericht tot ESMA.
8, vijfde lid
Behoeft geen implementatie. Bepaling is gericht tot ESMA en de Europese Commissie.
8, zesde lid
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
9, eerste en tweede lid
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
9, derde lid
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
9, vierde lid
Behoeft naar haar aard geen implementatie, heeft rechtstreekse werking.
10 t/m 12, eerste lid
Behoeven geen implementatie. Bepalingen gericht tot ESMA.
12, tweede lid
Behoeft naar haar aard geen implementatie, heeft rechtstreekse werking.
12, derde lid
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
13, eerste lid
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot de Europese Commissie.
13, tweede en derde lid
Behoeft naar haar aard geen implementatie, heeft rechtstreekse werking.
13, vierde lid
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot de Europese Commissie.
14, eerste en tweede lid
Behoeven geen implementatie. Bepalingen gericht tot de Europese Commissie.
14, derde lid
Behoeft naar haar aard geen implementatie, heeft rechtstreekse werking.
14, vierde en vijfde lid
Behoeven geen implementatie. Bepalingen gericht tot de Europese Commissie.
14, zesde lid
Behoeft naar haar aard geen implementatie, heeft rechtstreekse werking.
Transponeringstabel richtlijn ESAP
Richtlijn ESAP
Bepaling in implementatieregeling of bestaande regeling
Omschrijving beleidsruimte
Toelichting op de keuze(n) bij de invulling van de beleidsruimte
Wijzigingen van de richtlijn financiële conglomeraten
1, (art. 30 ter, eerste en tweede lid, richtlijn financiële conglomeraten)
3:299, derde lid, Wft
1, (art. 30 ter, derde lid, richtlijn financiële conglomeraten)
1:110, eerste lid, Wft
DNB is de bevoegde autoriteit en verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2,
onderdeel 2, van verordening oprichting ESAP.
1, (art. 30 ter, vierde lid, richtlijn financiële conglomeraten)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA en de Europese
Commissie.
1, (art. 30 ter, vijfde lid, richtlijn financiële conglomeraten)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
Wijzigingen van de richtlijn openbaar overnamebod
2, (art. 16 bis, eerste en tweede lid, richtlijn openbaar overnamebod)
5:74, vijfde lid, Wft
5:78, tweede lid Wft
Besluit openbare biedingen Wft
2, (16 bis, derde lid, richtlijn openbaar overnamebod)
1:110, eerste lid, Wft
AFM is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
2, (16 bis, vierde lid, eerste paragraaf en onderdeel b, richtlijn openbaar overnamebod)
Wordt geïmplementeerd in het besluit openbare biedingen Wft
2, (16 bis, vierde lid, onderdeel a, richtlijn openbaar overnamebod)
Wordt geïmplementeerd in het besluit openbare biedingen Wft
2, (16 bis, vijfde lid, richtlijn openbaar overnamebod)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA en de Europese
Commissie.
2, (16 bis, zesde lid, richtlijn openbaar overnamebod)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
Wijzigingen van de richtlijn transparantie
3, (21 bis, richtlijn transparantie)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Artikel wordt geschrapt en was gericht
tot ESMA.
3, (23 bis, eerste en tweede lid, richtlijn transparantie)
5:25m, zevende lid, Wft
3, (23 bis, derde lid, richtlijn transparantie)
1:110, eerste lid, Wft
AFM is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
3, (23 bis, vierde lid, eerste paragraaf en onderdeel b, richtlijn transparantie)
1:97, zesde lid, Wft
3, (23 bis, vierde lid, onderdeel a, richtlijn transparantie)
1:97, zevende lid, Wft
3, (23 bis, vijfde lid, richtlijn transparantie)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA en de Europese
Commissie.
3, (23 bis, zesde lid, richtlijn transparantie)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
Wijzigingen van de audit richtlijn
4, (20 bis, eerste lid, audit richtlijn)
72, Wta
AFM is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
4, (20 bis, tweede lid, audit richtlijn)
11a, Wta
AFM is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
Wijzigingen van de richtlijn aandeelhoudersrechten
5, (14 quater, eerste en tweede lid, richtlijn aandeelhoudersrechten)
5:25ka, zesde lid, Wft
5:87c, zevende lid, Wft
5:87d, zesde lid, Wft
5:87f, zevende lid, Wft
2:135a, achtste lid, BW
2:135b, zevende lid, BW
2:169, vijfde lid, BW
2:170, BW
5, (14 quater, derde lid, richtlijn aandeelhoudersrechten)
1:110, eerste lid, Wft
AFM is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
5, (14 quater, vierde lid, richtlijn aandeelhoudersrechten)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA en de Europese
Commissie.
5, (14 quater, vijfde lid, richtlijn aandeelhoudersrechten)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
Wijzigingen van de icbe-richtlijn
6, (82 bis, eerste en tweede lid, icbe-richtlijn)
4:49, zevende lid, Wft
4:52, vijfde lid, Wft
Wordt geïmplementeerd in artikel 65a, van het BGfo
6, (82 bis, derde lid, icbe-richtlijn)
1:110, eerste lid, Wft
AFM is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
6, (82 bis, vierde lid, eerste paragraaf en onderdeel b, icbe-richtlijn)
Wordt geïmplementeerd in de Rtt
6, (82 bis, vierde lid, onderdeel a, icbe-richtlijn)
Wordt geïmplementeerd in de Rtt
6, (82 bis, vijfde lid, eerste paragraaf en onderdeel b, icbe-richtlijn)
1:97, zesde lid, Wft
6, (82 bis, vijfde lid, onderdeel a, icbe-richtlijn)
1:97, zevende lid, Wft
6, (82 bis, zesde lid, icbe-richtlijn)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA en de Europese
Commissie.
6, (82 bis, zevende lid, icbe-richtlijn)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
Wijzigingen van richtlijn solvabiliteit II
7, (304 ter, eerste en tweede lid, richtlijn solvabiliteit II)
3:73c, derde lid, Wft
3:288i, zevende lid, Wft
7, (304 ter, derde lid, richtlijn solvabiliteit II)
1:110, eerste lid, Wft
DNB is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
7, (304 ter, vierde lid, eerste paragraaf en onderdeel b, richtlijn solvabiliteit II)
Wordt geïmplementeerd in de Rtt
7, (304 ter, vierde lid, onderdeel a, richtlijn solvabiliteit II)
Wordt geïmplementeerd in de Rtt
7, (304 ter, vijfde lid, eerste paragraaf en onderdeel b, richtlijn solvabiliteit II)
Wordt geïmplementeerd in de Rtt
7, (304 ter, vijfde lid, onderdeel a, richtlijn solvabiliteit II)
Wordt geïmplementeerd in de Rtt
7, (304 ter, zesde lid, richtlijn solvabiliteit II)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot EIOPA en de Europese
Commissie.
7, (304 ter, zevende lid, richtlijn solvabiliteit II)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot EIOPA.
Wijzigingen van de AIFM-richtlijn
8, (69 ter, eerste paragraaf en onderdeel b, AIFM-richtlijn)
Wordt geïmplementeerd in de Rtt
ESMA is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
8, (69 ter, onderdeel a, AIFM-richtlijn)
Wordt geïmplementeerd in de Rtt
Wijzigingen van de richtlijn jaarrekening
9, (33 bis, eerste lid, eerste paragraaf, richtlijn jaarrekening)
2:394a, eerste lid, BW
Besluit elektronische deponering handelsregister
Implementatiebesluit richtlijn duurzaamheidsrapportering
Besluit rapportage betalingen aan overheden
9, (33 bis, eerste lid, onderdelen a en b, richtlijn jaarrekening)
2:394a, tweede lid, BW
52a, tweede lid, Handelsregisterwet
Besluit elektronische deponering handelsregister
Besluit rapportage betalingen aan overheden
9, (33 bis, tweede lid, richtlijn jaarrekening)
2:394a, tweede lid, BW
Besluit elektronische deponering handelsregister
Implementatiebesluit richtlijn duurzaamheidsrapportering
Besluit rapportage betalingen aan overheden
9, (33 bis, derde lid, richtlijn jaarrekening)
2:394a, tweede lid, BW
9, (33 bis, vierde lid, richtlijn jaarrekening)
52a, eerste lid, Hrw
De KvK is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2,
van verordening oprichting ESAP.
9, (33 bis, vijfde lid, richtlijn jaarrekening)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot de Europese Commissie.
9, (33 bis, zesde lid, richtlijn jaarrekening)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot de Europese Commissie.
Wijzigingen van de richtlijn kapitaalvereisten
10, (116 bis, eerste paragraaf en onderdeel b, richtlijn kapitaalvereisten)
1:97, zesde lid, Wft
105c, zevende lid, Besluit prudentiële regels Wft
DNB is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
10, (116 bis, onderdeel a, richtlijn kapitaalvereisten)
1:97, zevende lid, Wft
105c, achtste lid, Besluit prudentiële regels Wft
Wijzigingen van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen
11, (128 bis, eerste en tweede lid, richtlijn herstel en afwikkeling van banken en
beleggingsondernemingen)
3:303, derde lid, Wft
3A:63a, derde lid, Wft
11, (128 bis, derde lid, richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen)
1:110, eerste lid, Wft
DNB is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
11, (128 bis, vierde lid, eerste paragraaf en onderdeel b, richtlijn herstel en afwikkeling
van banken en beleggingsondernemingen)
1:76a, vijfde lid, Wft
1:97, zesde lid, Wft
11, (128 bis, vierde lid, onderdeel a, richtlijn herstel en afwikkeling van banken
en beleggingsondernemingen)
1:76a, vijfde lid, Wft
1:97, zevende lid, Wft
11, (128 bis, vijfde lid, eerste paragraaf, richtlijn kapitaalvereisten)
Wordt geïmplementeerd in de Rtt
DNB is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
11, (128 bis, vijfde lid, onderdelen a en b, richtlijn herstel en afwikkeling van
banken en beleggingsondernemingen)
Wordt geïmplementeerd in de Rtt
11, (128 bis, zesde lid, richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot EBA en de Europese
Commissie.
11, (128 bis, zevende lid, richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot EBA.
Wijzigingen van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014
12, (87 bis, eerste en tweede lid, richtlijn markten voor financiële instrumenten
2014)
4:90b, dertiende lid, Wft
4:90e, derde lid, Wft
4:91ea, zevende lid, Wft
5:32l, vijfde lid, Wft
12, (87 bis, derde lid, eerste paragraaf, richtlijn markten voor financiële instrumenten
2014)
1:110, eerste lid, Wft
AFM is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
12, (87 bis, derde lid, tweede paragraaf, richtlijn markten voor financiële instrumenten
2014)
1:110, eerste lid, Wft
AFM is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
12, (87 bis, vierde lid, richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014)
1:97, zesde lid, Wft
4:91c, vijfde lid, Wft
5:32g, vijfde lid, Wft
Wordt ook geïmplementeerd in de Rtt
12, (87 bis, vijfde lid, richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014)
1:107, vijfde lid, Wft
5:89f, zesde lid, Wft
ESMA is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
12, (87 bis, zesde lid, richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014)
1:107, vijfde lid, Wft
12, (87 bis, zevende lid, richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA en de Europese
Commissie.
12, (87 bis, achtste lid, richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
Wijzigingen van de richtlijn verzekeringsdistributie
13, (40 bis, richtlijn verzekeringsdistributie)
1:97, zesde lid, Wft
205d, tweede lid, PW
199d, tweede lid, Wvb
Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
Rtt
AFM is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
Wijzigingen van de richtlijn instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV’s)
14, (63 bis, eerste lid, richtlijn instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening)
205d, tweede lid, PW
199d, tweede lid, Wvb
14, (63 bis, tweede lid, richtlijn instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening)
205d, tweede lid, PW
199d, tweede lid, Wvb
14, (63 bis, derde lid, richtlijn instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening)
205d, eerste lid, PW
199d, eerste lid, Wvb
DNB is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
14, (63 bis, vierde lid, richtlijn instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening)
205d, vierde lid, PW
199d, vierde lid, Wvb
DNB is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
14, (63 bis, vijfde lid, richtlijn instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot Eiopa en de Europese
Commissie.
14, (63 bis, zesde lid, richtlijn instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot Eiopa.
Wijzigingen van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen
15, (44 bis, eerste en tweede lid, richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen)
3:74a, vierde en vijfde lid, Wft
15, (44 bis, derde lid, richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen)
1:110, eerste lid, Wft
DNB is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
15, (44 bis, vierde lid, eerste paragraaf, richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen)
1:97, zesde lid, Wft
15, (44 bis, vierde lid, onderdelen a en b, richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen)
1:97, zevende lid, Wft
15, (44 bis, vijfde lid, richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot EBA en de Europese
Commissie.
15, (44 bis, zesde lid, richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot EBA.
Wijzigingen van de richtlijn gedekte obligaties
16, (26 bis, eerste en tweede lid, richtlijn gedekte obligaties)
3:33ba, vierde lid, Wft
16, (26 bis, derde lid, richtlijn gedekte obligaties)
1:110, eerste lid, Wft
DNB is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
16, (26 bis, vierde lid, eerste paragraaf en onderdeel b, richtlijn gedekte obligaties)
1:97, zesde lid, Wft
1:109, tweede lid, Wft
DNB is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
16, (26 bis, vierde lid, onderdeel a, richtlijn gedekte obligaties)
1:97, zevende lid, Wft
1:109, tweede lid, Wft
16, (26 bis, vijfde lid, richtlijn gedekte obligaties)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot EBA en de Europese
Commissie.
16, (26 bis, zesde lid, richtlijn gedekte obligaties)
Behoeft naar zijn aard geen implementatie. Bepaling gericht tot EBA.
Transponeringstabel verordening ESAP
Bepaling EU-regeling
Bepaling in implementatieregeling of bestaande regeling
(Toelichting indien niet geïmplementeerd of naar zijn aard geen implementatie behoeft)
Omschrijving beleidsruimte
Toelichting op de keuze(n) bij de invulling van de beleidsruimte
Wijziging van Verordening (EG) nr. 1060/2009
1, eerste punt (11 bis, tweede lid, Verordening (EG) nr. 1060/2009)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA en heeft rechtstreekse werking.
1, tweede punt (13 bis, eerste t/m vierde lid, Verordening (EG) nr. 1060/2009)
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
1, tweede punt (13 bis, vijfde lid, Verordening (EG) nr. 1060/2009)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA en de Europese Commissie.
1, tweede punt (13 bis, zesde lid, Verordening (EG) nr. 1060/2009)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
Wijziging van Verordening (EU) nr. 236/2012
2, (11 bis, eerste t/m derde lid, Verordening (EU) nr. 236/2012)
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
2, (11 bis, vierde lid, Verordening (EU) nr. 236/2012)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA en de Europese Commissie.
2, (11 bis, vijfde lid, Verordening (EU) nr. 236/2012)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
Wijziging van Verordening (EU) nr. 345/2013
3, (17 bis, Verordening (EU) nr. 345/2013)
Behoeft naar haar aard geen implementatie, heeft rechtstreekse werking.
Wijziging van Verordening (EU) nr. 346/2013
4, (18 bis, Verordening (EU) nr. 346/2013
Behoeft naar haar aard geen implementatie, heeft rechtstreekse werking.
Wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013
5, (434 ter, eerste t/m derde lid, Verordening (EU) nr. 575/2013)
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
5, (434 ter, vierde lid, Verordening (EU) nr. 575/2013)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot EBA en de Europese Commissie.
5, (434 ter, vijfde lid, Verordening (EU) nr. 575/2013)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot EBA.
Wijziging van Verordening (EU) nr. 537/2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke
controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang
6, (13 bis, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr. 537/2014)
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
6, (13 bis, derde lid, Verordening (EU) nr. 537/2014)
63n Wta
AFM is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
6, (13 bis, vierde lid, Verordening (EU) nr. 537/2014)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot de Europese Commissie.
Wijziging van Verordening (EU) nr. 596/2014 betreffende marktmisbruik
7, (21 bis eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr. 596/2014)
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
7, (21 bis derde lid, Verordening (EU) nr. 596/2014)
1:110, eerste lid, Wft
Artikel 1, bijlage 9, Besluit EU-verordeningen Wft
AFM is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
7, (21 bis vierde en vijfde lid, Verordening (EU) nr. 596/2014)
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
7, (21 bis zesde lid, Verordening (EU) nr. 596/2014)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA en de Europese Commissie.
7, (21 bis zevende lid, Verordening (EU) nr. 596/2014)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
Wijziging van Verordening (EU) nr. 600/2014
8, (23 bis, Verordening (EU) nr. 600/2014)
Behoeft naar haar aard geen implementatie, heeft rechtstreekse werking.
Wijziging van Verordening (EU) nr. 1286/2014 over essentiële-informatiedocumenten
voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten
(PRIIP's)
9, (29 bis, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr. 1286/2014)
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
9, (29 bis, derde lid, Verordening (EU) nr. 1286/2014)
1:110, eerste lid, Wft
Artikel 1, bijlage 13, Besluit EU-verordeningen Wft
AFM is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
9, (29 bis, vierde lid, Verordening (EU) nr. 1286/2014)
Behoeft naar haar aard geen implementatie, heeft rechtstreekse werking.
9, (29 bis, vijfde lid, Verordening (EU) nr. 1286/2014)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot de Europese toezichthoudende autoriteiten
en de Europese Commissie.
9, (29 bis, zesde lid, Verordening (EU) nr. 1286/2014)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot de Europese toezichthoudende autoriteiten.
Wijziging van Verordening (EU) 2015/760
10, (25 bis, Verordening (EU) 2015/760)
Behoeft naar haar aard geen implementatie, heeft rechtstreekse werking.
Wijziging van Verordening (EU) 2015/2365
11, (32 bis, eerste t/m vijfde lid, Verordening (EU) 2015/2365)
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
11, (32 bis, zesde lid, Verordening (EU) 2015/2365)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA en de Europese Commissie.
11, (32 bis, zevende lid, Verordening (EU) 2015/2365)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
Wijziging van Verordening (EU) 2016/1011
12, (28 bis, eerste t/m vijfde lid, Verordening (EU) 2015/2365)
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
12, (28 bis, zesde lid, Verordening (EU) 2015/2365)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA en de Europese Commissie.
12, (28 bis, zevende lid, Verordening (EU) 2015/2365)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
Wijziging van Verordening (EU) 2017/1129
13, (21 bis, eerste en tweede lid, Verordening (EU) 2017/1129)
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
13, (21 bis, derde lid, Verordening (EU) 2017/1129)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot de bevoegde autoriteit.
13, (21 bis, vierde lid, Verordening (EU) 2017/1129)
Behoeft naar haar aard geen implementatie, heeft rechtstreekse werking.
13, (21 bis, vijfde lid, Verordening (EU) 2017/1129)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA en de Europese Commissie.
13, (21 bis, zesde lid, Verordening (EU) 2017/1129)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
Wijziging van Verordening (EU) 2017/1131
14, (37 bis, Verordening (EU) 2017/1131)
Behoeft naar haar aard geen implementatie, heeft rechtstreekse werking.
Wijziging van Verordening (EU) 2019/1238 inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct
(PEPP)
15, (70 bis, eerste en tweede lid, Verordening (EU) 2019/1238)
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
15, (70 bis, derde lid, Verordening (EU) 2019/1238)
1:110, eerste lid Wft
205d PW
199d Wvb
Artikel 1, bijlage 27, Besluit EU-verordeningen Wft
AFM is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
15, (70 bis, vierde en vijfde lid, Verordening (EU) 2019/1238)
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
15, (70 bis, zesde lid, Verordening (EU) 2019/1238)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot Eiopa en de Europese Commissie.
15, (70 bis, zevende lid, Verordening (EU) 2019/1238)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot Eiopa.
Wijziging van Verordening (EU) 2019/2033
16, (46 bis, eerste t/m derde lid, Verordening (EU) 2019/2033)
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
16, (46 bis, vierde lid, Verordening (EU) 2019/2033)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot EBA en de Europese Commissie.
16, (46 bis, vijfde lid, Verordening (EU) 2019/2033)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot EBA.
Wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid
in de financiële dienstensector
17, (18 bis, eerste en tweede lid, Verordening (EU) 2019/2088)
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
17, (18 bis, derde lid, Verordening (EU) 2019/2088)
1:110, eerste lid, Wft
Artikel 1, bijlage 29, Besluit EU-verordeningen Wft
AFM is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
17, (18 bis, vierde lid, Verordening (EU) 2019/2088)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot de Europese toezichthoudende autoriteiten
en de Europese Commissie.
17, (18 bis, vijfde lid, Verordening (EU) 2019/2088)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
Wijziging van Verordening (EU) 2023/1114 betreffende crypto activamarkten
18, (110 bis, eerste en tweede lid, Verordening (EU) 2023/1114)
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
18, (110 bis, derde lid, Verordening (EU) 2023/1114)
1:110, eerste lid, Wft
Artikel 1, bijlage 36, Besluit EU-verordeningen Wft
AFM is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
18, (110 bis, vierde lid, Verordening (EU) 2023/1114)
Behoeft naar haar aard geen implementatie, heeft rechtstreekse werking.
18, (110 bis, vijfde lid, Verordening (EU) 2023/1114)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA en de Europese Commissie.
18, (110 bis, zesde lid, Verordening (EU) 2023/1114)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
Wijziging van Verordening (EU) 2023/2631 betreffende Europese groene obligaties en
optionele openbaarmakingen voor obligaties die als ecologisch duurzame obligaties
op de markt worden gebracht en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties
19, (15 bis, eerste t/m derde lid, Verordening (EU) 2023/2631)
Behoeven naar hun aard geen implementatie, hebben rechtstreekse werking.
19, (15 bis, vierde lid, Verordening (EU) 2023/2631)
1:110, eerste lid, Wft
Artikel 1, bijlage 37, Besluit EU-verordeningen Wft
AFM is de verzamelende instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 2, van
verordening oprichting ESAP.
19, (15 bis, vijfde lid, Verordening (EU) 2023/2631)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA en de Europese Commissie.
19, (15 bis, zesde lid, Verordening (EU) 2023/2631)
Behoeft geen implementatie. Bepaling gericht tot ESMA.
Ondertekenaars
E. Heinen, minister van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.