Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 915 IV Wijziging van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 3
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 21 april 2026
De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties, belast met het voorbereidend onderzoek
van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst
van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 9 april 2026 voorgelegd aan de Minister van Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties. Bij brief van 17 april 2026 zijn ze door de Minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De voorzitter van de commissie, Biekman
De griffier van de commissie, Hessing-Puts
Vraag 1
Welke middelen zijn er binnen de begroting vrijgemaakt voor het oplossen van de problemen
rondom Selibon? Is dit voldoende om sluiting van de vuilstort te realiseren? Zo nee,
hoeveel extra middelen zijn nodig?
De Staatssecretaris van BZK geeft in afstemming met IenW momenteel uitvoering aan
de motie Ceder (ChristenUnie)/van der Burg (VVD) om voor 1 juli een gedragen (financieel)
plan aan te leveren voor een structurele oplossing van Selibon Lagun [Kamerstukken
II 2025/2026, 36 800 IV, nr. 38]. Het Ministerie van BZK vervult daarbij een coördinerende en regisserende rol, passend
bij de verantwoordelijkheid voor goed bestuur, interbestuurlijke verhoudingen en de
samenhang in het Rijksoptreden richting Caribisch Nederland Het Ministerie van IenW
(de Staatssecretaris van IenW) is stelselverantwoordelijk voor milieu en duurzame
leefomgeving, waaronder kaderstelling afval. Het Ministerie van EZK (de Minister van
KGG) is beleidsverantwoordelijk voor circulariteit en grondstoffenbeleid.
In het tweeminutendebat Selibon van 4 maart heeft de Staatssecretaris van IenW toegezegd
terug te komen op de rolverdeling tussen de Minister van KGG en haarzelf.
Er zijn bij de voorjaarsbesluitvorming binnen de begroting Koninkrijksrelaties geen
middelen vrijgemaakt voor het oplossen van de problematiek rond Selibon. Uw Kamer
wordt over de aanpak uiterlijk in het derde kwartaal van 2026 nader geïnformeerd.
Vraag 2
Wanneer worden de wetsvoorstellen WolBES en FinBES naar de Kamer gestuurd?
Het streven is het Herzieningswetsvoorstel in de zomer voor advies voor te leggen
aan de Raad van State.
Vraag 3
Hoe staat het met de buslijn op Bonaire?
Bonaire is voornemens in september de eerste busverbinding te operationaliseren. De
eilandsraad van Bonaire heeft in december 2025 akkoord gegeven op het oprichten van
een NV die de integrale mobiliteits- en gebiedsontwikkelingsstrategie gaat uitvoeren.
Hierbij wordt de uitvoering van openbaar vervoer, mobiliteit en gebiedsontwikkeling,
aan elkaar verbonden.
Vraag 4 (blz. 4)
Waarom ontbreekt bij de 1e suppletoire begroting Koninkrijksrelaties en BES-fonds
het integraal overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland n.a.v. de motie Bruyning
c.s. (Kamerstuk 36 600 IV, nr. 19)? Bent u bereid dit integraal overzicht, net zoals bij de ontwerpbegroting 2026,
als bijlage aan de 1e suppletoire begroting Koninkrijksrelaties en BES-fonds toe te
voegen, zodat de Kamer een integraal overzicht heeft in de Voorjaarsbesluitvorming
aangaande Caribisch Nederland?
De Rijksbegrotingsvoorschriften 2026 schrijven voor dat de bijlage «Totaaloverzicht
Rijksuitgaven Caribisch Nederland» moet worden opgenomen in de begroting en het jaarverslag
van Koninkrijksrelaties. De suppletoire begrotingen zijn hiervan uitgezonderd. Bij
het jaarverslag 2025 van Koninkrijksrelaties ontvangt uw Kamer een nieuwe tabel met
daarin de realisatiecijfers over 2025 en bij Prinsjesdag in de ontwerpbegroting 2027
een bijgewerkte raming van de jaren 2026 tot en met 2031.
Vraag 5 (blz. 4)
Wordt in augustus ook besloten over inkomsten en koopkracht Caribisch Nederland, evenals
volgens de Voorjaarsnota 2026 (p. 8), het geval is voor Nederland?
Ja, dat is het geval. Het uitgangspunt is dat het kabinet nieuw beleid in Europees
Nederland ook invoert in Caribisch Nederland volgens het «comply or explain» principe.
Bij de koopkrachtbesluitvorming in augustus wordt dus ook het belang van Caribisch
Nederland meegewogen.
Vraag 6 (blz. 4)
Is de Kamer geïnformeerd over de verhoging van de vergoeding die kinderopvangorganisaties
in Caribisch Nederland ontvangen voor de opvang van baby’s (de babytoeslag) (zie het
persbericht van 27 maart 2026 van de Rijksdienst Caribisch Nederland)? Klopt het dat
de eerste suppletoire SZW 2026 deze informatie niet bevat?
In de eerste suppletoire begroting van het Ministerie van SZW over 2026 is € 0,1 mln.
per jaar gereserveerd voor de verhoging van de babytoeslag voor kinderopvangorganisaties
in Caribisch Nederland. Aangezien het een geringe mutatie is (onder de staffelgrens),
is dit niet afzonderlijk toegelicht. Uw Kamer wordt hier binnenkort over geïnformeerd
middels een Kamerbrief van de Minister van SZW.
Vraag 7 (blz. 6)
Waarom heeft de overboeking van RST-gelden in 2025 niet plaatsgevonden?
Deze overboeking heeft in 2025 per abuis niet plaatsgevonden en is 2026 in overleg
met het RST en het Ministerie van Justitie en Veiligheid, budgettair verwerkt in deze
eerste suppletoire begroting.
Vraag 8 (blz. 6)
Op welke lening heeft de aflossing in 2030 van € 186 miljoen betrekking?
De leningen uit 2010 met Curaçao met een rente van 2,875% (uitstaand bedrag in euro's:
147,5 mln.) en met Sint Maarten (uitstaand bedrag in euro's: 31,5 mln.) met een rentepercentage
van 2,75% lopen in 2030 af. Dit zijn aflossingsvrije leningen, waarbij is overeengekomen
dat het uitstaande bedrag aan het einde van de looptijd in één keer moet worden terugbetaald.
Dit leidt in 2030 tot een hoger verwacht aflossingsbedrag dan gebruikelijk, in totaal
wordt in 2030 € 258,6 mln. aan aflossing kapitaalleningen verwacht, waarvan er al
€ 72,8 mln. in de begroting was opgenomen. Dit komt neer op een totale bijstelling
van € 185,8 mln.
Vraag 9 (blz. 7)
Wat is de oorzaak van de verwachte minder-inkomsten uit aflossingen kapitaalleningen
in 2026–2028 en juist meer-inkomsten in de jaren daarna?
De afspraken over aflossingen verschillen per lening, soms wordt jaarlijks afgelost,
soms na een aflossingsvrije periode en soms aan het eind van de looptijd. Dit wordt
afgestemd op het doel van de lening en de financiële draagkracht van de overheid van
het land. Jaarlijks worden de ontvangsten uit aflossingen opnieuw geraamd op basis
van de meest recente gegevens. Per abuis heeft de meerjarige bijstelling vorig jaar
voor begrotingjaar 2029 en verder niet plaatsgevonden.
Vanaf 2029 lopen een aantal aflossingsvrije leningen af, waardoor het te verwachten
aflossingsbedrag naar boven is bijgesteld. Daarnaast zijn de ontvangsten in de begroting
herzien aan de hand van de begrotingskoers van het lopende jaar. Dit leidt tot een
negatieve correctie over alle jaren binnen de begrotingshorizon, omdat de begrotingskoers
van 2025 naar 2026 is gewijzigd van XCG/AWG: EUR 0,51 naar 0,49 eurocent. Vanaf 2029
is dit echter niet zichtbaar vanwege de omvangrijke positieve bijstelling als gevolg
van het aflopen van de aflossingsvrije leningen.
Vraag 10 (blz. 7)
Waarom worden de aflossingen covidleningen nu pas aan de begroting toegevoegd, terwijl
al lange tijd bekend is dat aflossingen te verwachten zijn?
De verwachte ontvangsten worden jaarlijks verwerkt met de Voorjaarsnota, het opnemen
van deze gegevens in de Ontwerpbegroting is te vroeg. De begrotingskoers waartegen
de aflossingen worden geraamd, wordt na het publiceren van de Ontwerpbegroting bekend
gemaakt.
Vraag 11 (blz. 7)
Hoe is het bedrag van € 58,9 miljoen aan ontvangsten aan aflossingen en rente samengesteld?
De € 58,9 mln. heeft alleen betrekking op het bijstellen van de renteontvangsten van
de leningen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De renteontvangsten worden jaarlijks
alleen voor het lopende jaar, in dit geval 2026, bijgesteld.
De samenstelling van de bijstelling is als volgt:
Land
Bedrag (x 1.000)
Aruba
€ 33.892
Curaçao
€ 11.878
Sint Maarten
€ 13.086
Totaal
€ 58.856
Vraag 12 (blz. 7 t/m 18)
Zal de wisselkoers afhankelijk van de omstandigheden gedurende het begrotingsjaar
2026 nog een aantal keren worden aangepast, nu in het wetsvoorstel verhoging aantal
eilandraadsleden en eilandgedeputeerden (Kamerstuk 36 867) een andere wisselkoers werd gehanteerd?
De wisselkoers wordt slechts één keer per jaar aangepast via de zogeheten begrotingskoers.
De financiële onderbouwing van het wetsvoorstel is gebaseerd op de begrotingskoers
over 2025. De daarvoor gereserveerde middelen op de begroting (in euro’s) zullen jaarlijks
aangepast worden naar de begrotingskoers van het jaar in kwestie: voor 2026 de begrotingskoers
over 2026. Uitgangspunt is dat het bedrag in dollars voor de openbare lichamen op
jaarbasis niet verandert. Voor een nadere toelichting op hantering van de wisselkoers
bij het genoemde wetsvoorstel verwijs ik u naar de beantwoording op de door u gestelde
vragen over dit wetsvoorstel [Kamerstukken II 2025/2026, 36867, 2026Z07575, p. 15–20].
Vraag 13 (blz. 8 t/m 9)
Waar in de begrotingstabel van de eerste suppletoire JenV zijn de overboekingen vanuit
de begroting Koninkrijksrelaties terug te vinden?
In de eerste suppletoire begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is
de overboeking voor de ondermijningsmiddelen die beschikbaar zijn voor het Recherche
Samenwerkingsteam (RST) te vinden onder post 5 (pagina 6) van tabel 1 met de belangrijkste
uitgaven- en inkomstenmutaties. De overboekingen voor het Openbaar Ministerie en het
Gemeenschappelijk Hof zijn te vinden in de toelichting op tabel 5 (pagina 14) onder
32.3 «Optimale randvoorwaarden doelmatig en doeltreffend rechtsbestel».
Vraag 14 (blz. 8 t/m 11)
Zijn de actieplannen bewustwording, betrokkenheid en doorwerking Slavernijverleden
van de eilanden bekend gemaakt aan het de Tweede Kamer? Zo ja, bij welke gelegenheid?
Zo nee, wanneer krijgt de Kamer daar inzicht in?
De inhoudelijke plannen van de actieagenda’s zijn niet bekend gemaakt aan de Tweede
Kamer. Dit omdat de plannen worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de lokale
overheden van Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten; het is
dus aan hen om de inhoud al dan niet openbaar te maken of te delen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.N. Biekman, voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties -
Mede ondertekenaar
A.E.A.J. Hessing-Puts, griffier
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.