Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda informele bijeenkomst van EU- transportministers d.d. 28-29 april 2026 in Nicosia, Cyprus
2026D18238 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat hebben verschillende fracties
de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister en de Staatssecretaris
van Infrastructuur en Waterstaat over de geannoteerde agenda van de informele bijeenkomst
van EU-transportministers d.d. 28-29 april 2026 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1191), het verslag van de EU-Transportraad d.d. 4 december 2025 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1186), het Fiche: Europa verbinden via hogesnelheidslijnen (Kamerstuk 22 112, nr. 4228), het Fiche: Verduurzamen zakelijke voertuigen (Kamerstuk 22 112, nr. 4271) en het Fiche: Automobiel Omnibus (Kamerstuk 22 112, nr. 4272).
De voorzitter van de commissie,
Huizenga
Adjunct-griffier van de commissie,
Van der Graaf
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inhoudsopgave
Inleiding
D66-fractie
VVD-fractie
GroenLinks-PvdA-fractie
CDA-fractie
JA21-fractie
BBB-fractie
Inleiding
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de verslagen van
de Transportraad en de kabinetsappreciatie van het Automobielpakket, waaronder de
Automobiel Omnibus. Zij hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de informele bijeenkomst van EU-transportministers op 28 en 29 april 2026.
Deze leden hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
de agenda van de EU-Transportraad. Zij hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
aankomende EU-Transportraad. Deze leden hebben daarover enkele vragen.
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor
de informele Transportraad, de bijbehorende stukken, en hebben hier nog enige vragen
over.
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
informele Transportraad van 28 en 29 april 2026 en de onderliggende fiches en stukken.
Deze leden hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.
D66-fractie
De leden van de D66-fractie benadrukken dat transportnetwerken de ruggengraat vormen
van onze samenleving en economie. Voor deze leden staat voorop dat de transitie naar
duurzame mobiliteit hand in hand moet gaan met toegankelijkheid, betaalbaarheid en
de bescherming van vitale verbindingen.
De leden van de D66-fractie constateren dat het kabinet de voorgestelde doelstellingen
voor Nederland (bijv. 58% aandeel van zero-emissions-voertuigen (ZEV’s) in 2030 voor
personenauto's) als te laag beoordeelt, aangezien Nederland deze doelen op eigen kracht
al zal overstijgen. Is de Staatssecretaris bereid om in Europees verband te pleiten
voor een hoger ambitieniveau voor de koploper-lidstaten, zodat het EU-beleid daadwerkelijk
als vliegwiel fungeert en niet slechts als een ondergrens die Nederland al gepasseerd
is? Kan de Staatssecretaris toelichten waarom zij, in lijn met het kabinetsstandpunt,
pleit voor het schrappen van de gecombineerde ZEV/LEV-doelstellingen? Deelt zij de
zorg dat de nadruk op low emission vehicles (zoals plug-in hybrides) de werkelijke
CO2-reductie vertraagt vanwege de discrepantie tussen de «Worldwide Harmonised Light
Vehicle Test Procedure»-norm (WLTP-norm) en het werkelijke verbruik?
De leden van de D66-fractie lezen dat in de Automobiel Omnibus wordt voorgesteld om
elektrische bestelwagens (categorie N2) tot 4.250 kg vrij te stellen van de snelheidsbegrenzer
en de tachograafplicht. Hoe weegt de Minister het voordeel van lastenverlichting voor
het mkb af tegen de risico's voor de verkeersveiligheid, gezien het feit dat deze
zware elektrische voertuigen een grotere impact hebben bij ongevallen? Is de Minister
voornemens om vast te houden aan de 100 km-straal voor de tachograafvrijstelling om
te voorkomen dat chauffeurs op lange trajecten te maken krijgen met oververmoeidheid
door het ontbreken van handhaafbare rusttijden?
De leden van de D66-fractie geven aan dat de introductie van de subcategorie M1E voor
kleine elektrische voertuigen door hen wordt verwelkomd, mits dit leidt tot efficiënter
ruimtegebruik in stedelijke gebieden. Is de Minister van mening dat de voorgestelde
lengte van 4,2 meter voor deze categorie te ruim is, aangezien de gemiddelde auto
in de EU slechts iets langer is (4,41 m)? Zal de Minister zich inzetten voor strengere
afmetingen (bijv. op basis van voertuigoppervlakte of hoogte) om de categorie écht
te beperken tot compacte voertuigen? Hoe beoordeelt de Minister de voorgestelde «bevriezing»
van technische eisen voor 10 jaar? Hoe borgt de Minister dat nieuwe veiligheidstechnologieën
in deze periode wel kunnen worden verplicht als daar dringende noodzaak toe is?
VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie onderstrepen het belang van een sterke, veilige en toekomstbestendige
transportsector voor de Europese economie en veiligheid. Zij vragen het kabinet welke
concrete Nederlandse prioriteiten tijdens deze informele Transportraad centraal zullen
staan en op welke wijze het kabinet de Kamer zal informeren over de uitkomsten en
eventuele vervolgacties.
Weerbaarheid van transportinfrastructuur en Europese havenstrategie
De leden van de VVD-fractie lezen dat wordt ingezet op het versterken van de weerbaarheid
van transportinfrastructuur en de verdere uitwerking van de Europese havenstrategie.
Deze leden onderschrijven het belang van robuuste infrastructuur en vragen het kabinet
hoe het de weerbaarheid van Nederlandse havens en achterlandverbindingen beoordeelt
en welke concrete Europese maatregelen nodig zijn om de veiligheid en continuïteit
van kritieke infrastructuur te versterken, zonder onnodige extra regeldruk voor bedrijven.
Europa verbinden met hogesnelheidslijnen; (Fiche: Europa verbinden via hogesnelheidslijnen)
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het fiche «Europa verbinden via
hogesnelheidslijnen». Deze leden ondersteunen betere internationale treinverbindingen,
maar benadrukken dat investeringen doelmatig moeten zijn. Zij vragen het kabinet hoe
het de haalbaarheid beoordeelt van de Europese ambitie om in 2040 een goed functionerend
hogesnelheidsnetwerk te realiseren en welke prioriteit wordt gegeven aan het verbeteren
van bestaande verbindingen en knelpunten.
Verduurzamen zware voertuigen en laadinfrastructuur
De leden van de VVD-fractie benadrukken dat de transitie naar emissievrij zwaar wegvervoer
alleen kan slagen wanneer randvoorwaarden, zoals voldoende laadinfrastructuur en netcapaciteit,
tijdig beschikbaar zijn. Deze leden vragen het kabinet welke concrete stappen worden
gezet om de uitrol van laadinfrastructuur langs logistieke corridors te versnellen
en hoe wordt voorkomen dat achterblijvende infrastructuur de verduurzaming van het
goederenvervoer en de concurrentiepositie van bedrijven belemmert.
Verduurzamen zakelijke voertuigen; (Fiche: Verduurzamen zakelijke voertuigen)
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het fiche «Verduurzamen zakelijke
voertuigen». Deze leden ondersteunen de verduurzaming van mobiliteit, maar vinden
het belangrijk dat maatregelen uitvoerbaar en betaalbaar blijven. Zij vragen het kabinet
hoe wordt geborgd dat randvoorwaarden, zoals laadinfrastructuur en betaalbare energie,
tijdig beschikbaar zijn en welke aanvullende maatregelen nodig zijn om de vraag naar
emissievrije voertuigen daadwerkelijk te stimuleren.
Daarnaast vragen deze leden hoe het kabinet aankijkt tegen een technologieneutrale
benadering in de mobiliteitstransitie en welke rol verschillende aandrijftechnologieën
in de overgangsfase kunnen spelen.
Automobiel Omnibus; (Fiche: Automobiel Omnibus)
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het fiche «Automobiel Omnibus».
Deze leden ondersteunen het verminderen van administratieve lasten, maar vinden het
van belang dat veiligheid en uitvoerbaarheid gewaarborgd blijven. Zij vragen het kabinet
in hoeverre de voorgestelde vereenvoudigingen daadwerkelijk leiden tot minder regeldruk
voor ondernemers en hoe wordt voorkomen dat nieuwe verplichtingen, zoals centrale
dataverzameling, onnodige kosten of complexiteit veroorzaken.
GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie geven aan dat het nog steeds op veel plekken
in de Europese Unie een enorme uitdaging is om snel een landsgrens over te reizen
per trein. Het is vaak ingewikkeld om aan betaalbare tickets te komen, dienstregelingen
zijn vaak nog beperkt, op bepaalde routes – zoals bijvoorbeeld op de huidige hogesnelheidslijnen
naar Parijs en Londen – is er te weinig capaciteit om aan de vraag te voldoen en nationale
vervoerders en infrabeheerders werken nog lang niet altijd goed samen.
Zoals bekend zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie groot voorstander van het
verbeteren van het EU-spoornetwerk. Daarom zijn zij blij dat er door de Europese Commissie
een ambitieus plan is opgesteld om Europa beter te verbinden via hogesnelheidslijnen
(Fiche: Europa verbinden via hogesnelheidslijnen). Het vorige kabinet heeft bij brief
van 19 december 2025 in beginsel positief gereageerd op de plannen van de Commissie.
Toch zag het kabinet ook allerlei praktische en juridische belemmeringen. Deze leden
begrijpen dat het kabinet op een aantal vlakken nuanceringen heeft ten aanzien van
het voorstel van de Europese Commissie, zoals bijvoorbeeld meer aandacht voor de instandhoudingsopgaven
en meer aandacht voor goede regionale verbindingen naar stations met hogesnelheidslijnen.
Toch roepen deze leden het nieuwe kabinet op om een proactieve rol op te pakken op
dit dossier en – conform de gewijzigde motie-De Hoop/Vedder (Kamerstuk 23 645, nr. 826) – eraan bij te dragen dat het internationaal spoorvervoer als prioriteit wordt gezien
op het gebied van mobiliteit bij de Europese Commissie. Het is van belang dat lidstaten
voortvarend bijdragen aan het verbeteren van de voorgestelde plannen en niet te veel
op de spreekwoordelijke rem gaan staan. Deze leden vragen daarom wat de prioriteiten
zijn van het kabinet op dit vlak. Is het kabinet van plan om een voortrekkersrol te
gaan spelen om het Europees spoorvervoer verder te stimuleren? Zo nee, waarom niet?
Zo ja, hoe gaat het kabinet dit concreet vormgeven? Kan het kabinet hierbij ook aangeven
welke andere lidstaten een voortrekkersrol willen spelen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat naast de hogesnelheidslijnen
ook regionaal grensoverschrijdend openbaar vervoer van essentieel belang is. Nog te
vaak worden relatief kleine projecten onnodig vertraagd, omdat er onvoldoende middelen
beschikbaar zijn. Zo zijn er binnen de Europese Unie tal van spoortrajecten die aan
beide kanten van de landsgrens eindigen. Deze leden wijzen hierbij bijvoorbeeld op
de verbinding Weert-Hamont-Antwerpen. Slechts een aantal kilometers spoor hoeft te
worden gereactiveerd en er is een goede verbinding. Toch lukt het lidstaten maar niet
om hier adequaat in te opereren. Ook het feit dat het inmiddels al meer dan tien jaar
duurt alvorens de lijn Groningen-Leer is hersteld, is wat deze leden betreft een schrijnend
voorbeeld van hoe weinig prioriteit goede internationale spoorverbindingen hebben
bij diverse lidstaten. Deelt het kabinet deze zorgen? En wat gaat het kabinet in Europees
verband doen om dit soort problematiek aan de orde te stellen? En welke rol kan de
EU volgens het kabinet spelen om dit soort zaken in de toekomst te bespoedigen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn blij te lezen dat het kabinet zich ook
wil inzetten voor een EU-breed ticketingsysteem. De Kamer heeft zich hier al meermaals
over uitgesproken dat dit een belangrijke prioriteit zou moeten zijn, omdat het hiermee
voor reizigers eenvoudiger en aantrekkelijker wordt om met de trein door Europa te
reizen. Wat ziet het kabinet als concreet tijdpad voor zich om dit ticketsysteem eindelijk
in de praktijk uit te rollen? En welke praktische, juridische en politieke belemmeringen
ziet het kabinet op dit moment nog op dit vlak? Voorts vragen deze leden wat het kabinet
de afgelopen periode heeft gedaan om schot in de zaak te krijgen en het ticketsysteem
te bespoedigen. Welke Nederlandse belemmeringen zijn er nu bijvoorbeeld nog en hoe
worden deze zo spoedig mogelijk geslecht? Deelt het kabinet de mening dat het voorstel
van de Europese Commissie op dit vlak dat dit jaar wordt verwacht zo spoedig mogelijk
zou moeten worden ingevoerd en het hierbij belangrijk is dat er ook een heldere deadline
komt? Zo nee, waarom niet?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de Kamer eerder de motie De
Hoop c.s. (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1178) heeft aangenomen om in te blijven zetten op internationaal overleg over de Lelylijn.
Deze leden achten dit essentieel om Europees geld voor de aanleg van de Lelylijn te
kunnen aanvragen. Het kabinet schreef in de schriftelijke beantwoording op vragen
uit het commissiedebat Ov en Taxi dat Duitsland vooral prioriteit wil geven aan de
instandhoudingsopgaven. Toch zouden de aan het woord zijnde leden het kabinet willen
aanmoedigen om samen met Denemarken en Zweden opnieuw het gesprek aan te gaan met
de Duitse partners om het belang van een goede verbinding tussen Nederland, Duitsland
en Scandinavië – ook voor de wat langere termijn – nadrukkelijk onder de aandacht
te brengen. Deze leden realiseren zich dat dit een traject van lange adem is, maar
vinden het van groot belang dat het kabinet zich hiervoor blijft inzetten. Graag ontvangen
deze leden een reactie hierop van het kabinet.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de huidige geopolitieke situatie
ervoor heeft gezorgd dat het belang van elektrisch vervoer alleen maar toegenomen
is. Het is voor deze leden daarom van belang dat er ook op Europees niveau wordt gewerkt
aan het aantrekkelijker maken van het gebruik van het openbaar vervoer. Recent heeft
de Europese Commissie de EU-lidstaten gevraagd om na te denken over energiebesparende
maatregelen. Welke mogelijkheden ziet het kabinet om in dit kader Europese middelen
aan te laten wenden om het gebruik van het openbaar vervoer op korte termijn concreet
te stimuleren? En is het kabinet van plan om tijdens de Transportraad te pleiten voor
meer Europese stimulering van het gebruik van het openbaar vervoer? Zo nee, waarom
niet? Zo ja, welke mogelijkheden ziet het kabinet hierbij?
CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben over de maritieme industriestrategie enkele vragen.
Deze leden lezen dat Nederland inzet op versterking van de maritieme maakindustrie
en het behoud van strategische waardeketens. Deze leden vragen hoe het kabinet deze
inzet in de Transportraad verder concreet maakt. Op welke wijze wordt ingezet op het
behoud van kritische technologieën en knowhow? Hoe wordt dit verbonden aan de Europese
strategische autonomie?
De leden van de CDA-fractie lezen dat lidstaten aandacht vragen voor het financieringslandschap
en voor het uitstellen van regelgeving voor autonome schepen. Deze leden vragen hoe
de Minister deze punten weegt. Wil het kabinet in de Transportraad benadrukken dat
eerst moet worden gewerkt aan versterking van innovatie en financierbaarheid van de
sector, voordat aanvullende regelgeving wordt ontwikkeld?
De leden van de CDA-fractie hebben over de Europese havenstrategie enkele vragen.
Deze leden lezen dat het kabinet zich, in lijn met de motie-Van der Molen/Koerhuis
(Kamerstuk 36 200 XII, nr. 62), heeft ingezet voor deze strategie. Deze leden vragen hoe het kabinet deze inzet
verder vormgeeft in de Transportraad. Op welke wijze wordt ingezet op bescherming
tegen ongewenste buitenlandse invloeden en het behoud van strategische infrastructuur?
De leden van de CDA-fractie vragen hoe het kabinet in de Transportraad aandacht vraagt
voor afspraken over buitenlandse participatie in havens. Wordt daarbij ook ingezet
op het verkennen van grenzen aan buitenlandse (staats)invloed en op het borgen van
publieke of Europese zeggenschap over kritieke onderdelen van haveninfrastructuur?
De leden van de CDA-fractie lezen dat lidstaten vooral inzetten op een strategie zonder
nieuwe wet- en regelgeving. De leden vragen hoe het kabinet voorkomt dat de strategie
daarmee te vrijblijvend blijft. Op welke wijze wordt geborgd dat ook op het terrein
van economische veiligheid concrete stappen worden gezet?
Deze leden vragen hoe het kabinet de lijn uit de motie-Boelsma-Hoekstra c.s. (Kamerstuk
31 409, nr. 500) betrekt bij zijn inzet. Wordt in de Transportraad ook aandacht gevraagd voor het
aanwijzen van kritieke entiteiten, het onderzoeken van buitenlandse eigendomsposities
en de mogelijkheid om bij risico’s in te grijpen?
De leden van de CDA-fractie lezen dat vanuit het Europees Parlement wordt gevraagd
om meer concrete actie om kritieke infrastructuur te beschermen. Deze leden vragen
hoe het kabinet deze oproep weegt. Is het kabinet bereid in de Transportraad te benadrukken
dat verdere concretisering nodig is, juist op het punt van veiligheid en weerbaarheid
van havens?
De leden van de CDA-fractie hebben over het Europese plan voor hogesnelheidsspoor
enkele vragen. Deze leden lezen dat lidstaten bevoegd blijven over aanleg en financiering.
Zij vragen hoe het kabinet dit uitgangspunt in de Transportraad blijft benadrukken.
Hoe wordt voorkomen dat Europese ambities vooruitlopen op nationale keuzes?
De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet aandacht vraagt voor verbindingen
tussen niet-hoofdstedelijke regio’s. Deze leden vragen hoe het kabinet dit punt concreet
inbrengt. Wordt daarbij ook gewezen op specifieke verbindingen die voor Nederland
van belang zijn, zoals de verbinding Eindhoven-Düsseldorf?
De leden van de CDA-fractie vragen hoe het kabinet wil voorkomen dat dit soort verbindingen
buiten beeld blijven, nu de nadruk in de Europese plannen sterk ligt op verbindingen
tussen hoofdsteden. Op welke wijze wordt in de Transportraad aandacht gevraagd voor
grensoverschrijdende verbindingen tussen economische regio’s?
De leden van de CDA-fractie hebben over de verdere uitwerking van het plan voor hogesnelheidslijnen
enkele vragen. Deze leden lezen dat de Commissie inzet op een combinatie van Europese,
nationale en private financiering. Zij vragen hoe het kabinet in dit kader ook inzet
op verbetering van bestaande infrastructuur. Op welke wijze worden knelpunten op bestaande
verbindingen geadresseerd?
De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet het criterium van netwerkwaarde
belangrijk vindt. Deze leden vragen hoe het kabinet dit uitgangspunt in de Transportraad
wil borgen. Wordt daarbij ook benadrukt dat investeringen moeten bijdragen aan een
samenhangend netwerk en niet alleen aan afzonderlijke projecten?
De leden van de CDA-fractie hebben tot slot enkele vragen over een EU-breed ticketingsysteem.
Deze leden lezen dat Nederland inzet op een Europees raamwerk voor rail ticketing.
Zij vragen hoe het kabinet in de Transportraad voortgang wil stimuleren. Welke concrete
stappen acht de Staatssecretaris op korte termijn haalbaar om internationale treinreizen
beter toegankelijk en eenvoudiger te maken?
JA21-fractie
De leden van JA21-fractie constateren dat het voorstel voor Clean Corporate Vehicles
volgens het kabinet het mkb voor verdere lasten en regelgeving ontziet. Voor deze
leden is het niet duidelijk dat ook leasemaatschappijen ontzien worden. Worden leasemaatschappijen
ook ontzien met dit voorstel? Zo nee, is de Staatssecretaris zich ervan bewust dat
een groot deel van het MKB werkt met leasemaatschappijen, en dat zij op deze wijze
toch veel impact kunnen ondervinden van het voorstel? Acht de Minister een dergelijk
effect wenselijk, gezien de intentie om het mkb te ontzien van deze verordening?
De leden van JA21-fractie constateren dat het kabinet de «Clean Corporate Vehicles»-verordening
niet ambitieus genoeg acht. Is het niet in beginsel positief dat Nederland de ambities
ruimschoots haalbaar acht? Hoe rijmt de Staatssecretaris de kritiek op het ambitieniveau
met de inzet om de kosten en regeldruk voor met name het mkb laag te houden? Hoe verhoudt
zich de kritiek op het ambitieniveau met de grote problematiek rondom netcongestie,
die verdere elektrificatie in de weg staat? Welke gevolgen is de Staatssecretaris
van plan te verbinden aan de kritiek op het ambitieniveau? Is zij het met deze leden
eens dat een gelijk speelveld voor bedrijven binnen de Europese Unie van overstijgend
belang is en dat afwijkende ambities eerlijke concurrentie niet dienen te verstoren?
De leden van de JA21-fractie constateren dat er in de Automobiel Omnibus wordt gesproken
over uitzonderingposities van elektrische bedrijfsvoertuigen met maximum massa’s tussen
de 3.500 kg en de 4.250 kg omtrent de tachograaf, en de rij- en rusttijden. Erkent
de Minister dat het doel van de regels rondom de rij- en rusttijden het bevorderen
van de verkeersveiligheid en de arbeidsomstandigheden van chauffeurs is? Zo ja, kan
de Minister uitleggen wat de logica achter een uitzonderingspositie op basis van aandrijvingstechniek
is? Is de Minister het ermee eens dat regels ter bevordering van verkeersveiligheid
en arbeidsomstandigheden techniekneutraal zouden moeten zijn, waar de techniek zelf
niet inherent raakt aan deze thema’s?
BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie zien het belang van Europese samenwerking op het gebied
van transport, maar constateren tegelijkertijd dat veel voorstellen sterk leunen op
ambities rond verduurzaming, harmonisatie en strategische autonomie, terwijl de praktische
uitvoerbaarheid, betaalbaarheid en gevolgen voor nationale infrastructuur en bedrijven
niet altijd voldoende scherp in beeld zijn.
De leden van de BBB-fractie constateren dat binnen de Europese maritieme strategie
sterk wordt ingezet op strategische autonomie, het beschermen van maritieme waardeketens
en het versterken van de concurrentiepositie van Europese bedrijven, mede in reactie
op oneerlijke concurrentie uit derde landen.
Deze leden vragen hoe deze inzet zich concreet verhoudt tot de open handelspositie
van Nederland en de afhankelijkheid van internationale maritieme ketens. In hoeverre
wordt voorkomen dat Europese strategische autonomie leidt tot nieuwe afhankelijkheden
of handelsbelemmeringen voor Nederlandse bedrijven, met name in de scheepsbouw en
havenlogistiek? Deze leden constateren dat de Europese havenstrategie nadrukkelijk
inzet op het versterken van havens als strategische knooppunten, zonder nieuwe regelgeving,
maar met een sterke koppeling aan bestaande en toekomstige EU-initiatieven.
De leden van de BBB-fractie vragen hoe wordt geborgd dat deze stapeling van Europese
initiatieven niet alsnog leidt tot indirecte regeldruk of verplichtingen voor havens
en achterlandverbindingen. Kan het kabinet concreet aangeven welke bestaande en toekomstige
EU-instrumenten hierop van toepassing zijn en wat de cumulatieve impact is voor Nederlandse
havens?
Deze leden constateren dat het Europese plan voor hogesnelheidslijnen uitgaat van
zeer omvangrijke investeringen, oplopend tot honderden miljarden euro’s, terwijl tegelijkertijd
wordt erkend dat bestaande infrastructuur al zwaar belast is en instandhouding onder
druk staat.
De leden van de BBB-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat nieuwe Europese ambities
leiden tot verdringing van middelen voor onderhoud en verbetering van bestaande infrastructuur
in Nederland. Kan het kabinet inzicht geven in hoe deze afweging op Europees niveau
wordt gemaakt en welke inzet Nederland kiest om onderhoudsopgaven te beschermen?
Deze leden constateren dat binnen het voorstel voor verduurzaming van zakelijke voertuigen
grote verschillen bestaan in kosten en baten tussen grote bedrijven, mkb en burgers,
waarbij met name het mkb indirect nadelen kan ondervinden ondanks formele uitzonderingen.
De leden van de BBB-fractie vragen hoe het kabinet voorkomt dat Europese regelgeving
die formeel het mkb ontziet, in de praktijk toch leidt tot hogere kosten, beperkte
beschikbaarheid van voertuigen en concurrentienadelen. Kan het kabinet concreet maken
welke flankerende maatregelen op nationaal of Europees niveau nodig zijn om deze effecten
te voorkomen?
De leden van de BBB-fractie constateren dat de transitie naar emissievrije mobiliteit
in belangrijke mate afhankelijk is van randvoorwaarden zoals laadinfrastructuur, netcapaciteit
en betaalbare energie, en dat bij het uitblijven daarvan het risico bestaat dat doelstellingen
wel juridisch worden opgelegd, maar feitelijk niet haalbaar zijn in de praktijk.
De leden van de BBB-fractie vragen hoe het kabinet binnen de Europese onderhandelingen
borgt dat nieuwe verplichtingen voor de verduurzaming van mobiliteit expliciet gekoppeld
worden aan aantoonbare voortgang op deze randvoorwaarden, zodat lidstaten en sectoren
niet worden geconfronteerd met doelen zonder de benodigde uitvoeringscapaciteit.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.A. Huizenga, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
L. van der Graaf, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.