Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag : Nota naar aanleiding van het verslag
36 865 Herindeling van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren
Nr. 10
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG
Ontvangen 13 april 2026
Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het verslag van de vaste commissie voor
Binnenlandse Zaken waartoe de fracties van D66, VVD, GroenLinks-PvdA, CDA, JA21, FVD,
BBB, SGP, ChristenUnie en de Groep Markuszower inbreng hebben geleverd. In deze nota
zijn de vragen en opmerkingen uit het verslag integraal opgenomen in cursieve tekst
en de beantwoording van de vragen in gewone typografie. Daarbij is de volgorde van
het verslag aangehouden.
1. Inleiding
De leden van de D66-fractie willen aangeven dat het waardevol is om in gesprek met inwoners te gaan wanneer
er een herindeling aan de orde is. Deze leden hechten veel waarde aan lokale democratie
en participatie, maar hechten ook waarde aan het huis van Thorbecke. De gemeente Wijdemeren
heeft de fusie in werking gezet. Zij benadrukken dat het Rijk vervolgens dient te
toetsen of het proces goed is verlopen en of de fusie uiteindelijk bij zal dragen
aan het doel: een goed functionerende gemeente die ook toekomstbestendig is. Daarom
voelen zij in deze eindfase een verantwoordelijkheid om waar mogelijk zorgen van inwoners
weg te nemen. Zij hebben na het lezen van de stukken en het bijwonen van een werkbezoek
een aantal vragen.
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel inzake de herindeling
van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren. Graag willen deze leden de regering daarover
een aantal vragen stellen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel tot lichte herindeling
van de huidige gemeenten Hilversum en Wijdemeren. Deze leden vinden het van belang
te constateren dat deze herindeling van onderop tot stand gekomen is en door de besturen
en de inwoners van beide gemeenten breed gedragen worden. Zij vinden het verstandig
en moedig dat de gemeente Wijdemeren zelf op zoek is gegaan naar een bestendige toekomst
voor de dienstverlening aan haar inwoners toen uit verschillende situaties en onderzoeken
bleek dat door een gebrek aan bestuurskracht de gemeente onvoldoende in staat bleek
om een duurzaam gezonde toekomst voor de gemeente te borgen. In het licht van deze
situatie en in het licht van het feit dat Wijdemeren en Hilversum gezamenlijk tot
een herindelingsontwerp zijn gekomen staan zij positief tegenover de voorgenomen gemeentelijke
herindeling. Zij hebben voor dit moment nog enkele vragen aan de regering.
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel en het achterliggende
herindelingsadvies. Mede naar aanleiding van het werkbezoek aan de genoemde gemeenten
hebben deze leden nog een aantal vragen.
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Deze leden hebben
hierover diverse vragen.
De leden van de BBB-fractie willen nogmaals benadrukken dat dit wetsvoorstel voor hen symbool staat voor
een bredere ontwikkeling in Nederland waarin gemeenten steeds groter worden.
De leden van de Groep Markuszower krijgen de indruk dat in het voorstel vooral vanuit bestuurlijk gemak is gedacht
en veel minder vanuit de vraag wat dit betekent voor inwoners. Bij een besluit dat
zo ingrijpend is, zouden deze leden verwachten dat duidelijk is dat inwoners hierachter
staan. Dat beeld ontbreekt, of wordt in ieder geval niet overtuigend onderbouwd. Juist
daarom hebben zij nog de nodige vragen en zien zij de reactie van de regering met
belangstelling tegemoet.
1 – FVD
De leden van de FVD-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel tot herindeling van de gemeenten
Hilversum en Wijdemeren. Deze leden staan in het algemeen zeer kritisch tegenover
herindelingen. Er is inmiddels namelijk heel, heel veel onderzoek dat uitwijst dat
de effecten van herindelingen op de kosten en kwaliteit van voorzieningen en vooral
op de politieke participatie en betrokkenheid van inwoners overwegend negatief zijn.
Te denken valt bijvoorbeeld aan de studies van professor Maarten Allers van het COELO-instituut
of het artikel van professor Denters met de veelzeggende titel «Het succes van falend
beleid», dat inmiddels alweer drie decennia geleden gepubliceerd is. Is de regering
hiermee bekend? Waarom blijft de regering gemeenten samenvoegen als wetenschappelijk
onderzoek uitwijst dat het heel waarschijnlijk beter is, voor de kosten en kwaliteit
van publieke voorzieningen en voor de politieke participatie en betrokkenheid van
inwoners, om gemeenten te splitsen in plaats van samen te voegen? Zou de regering
niet beter met een voorstel kunnen komen om de vorige herindeling waaruit de gemeente
Wijdemeren is ontstaan – en waar veel inwoners, begrepen deze leden tijdens een werkbezoek
aan de gemeente Wijdemeren, niet blij mee zijn – ongedaan te maken? Behoort het opheffen
van een gemeente, in dit geval de gemeente Wijdemeren die zal verdwijnen in de gemeente
Hilversum, vanuit democratisch oogpunt niet eerst aan de inwoners van een gemeente
te worden voorgelegd? Waarom is dat hier niet gebeurd? Is de regering bereid hier
alsnog zorg voor te dragen?
Ter behandeling ligt voor het wetsvoorstel inzake de herindeling van de gemeenten
Hilversum en Wijdemeren. De regering heeft beoordeeld of het proces om tot deze herindeling
te komen goed is verlopen en of door de gemeenten aannemelijk is gemaakt dat deze
herindeling bijdraagt aan een goed functionerende gemeente die ook toekomstbestendig
is. In het Beleidskader gemeentelijke herindeling is de beleidsmatige voorkeur uitgesproken
voor herindelingsvoorstellen die «van onderop» tot stand zijn gebracht, dus op initiatief
van de betrokken gemeenten zelf. Daarvan is bij deze herindeling sprake. Een gevolg
van dit uitgangspunt is dat de regering niet zelf varianten, die mogelijk op een andere
wijze een bijdrage zouden kunnen leveren aan het versterken van de bestuurskracht,
heeft uitgewerkt en op haalbaarheid heeft getoetst. Gelet op de complexiteit van de
huidige maatschappelijke opgaven en de schaal waarop die zich manifesteren, acht ik
het echter niet aannemelijk dat «afschaling» in dit geval een toets aan de criteria
uit het beleidskader zou doorstaan.
Meerdere fracties hebben in dit verslag vragen gesteld over het beoordelen van het
maatschappelijke draagvlak voor deze herindeling. Die vragen zal ik beantwoorden in
paragraaf 3.1 (draagvlak).
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel tot herindeling van de gemeenten
Hilversum en Wijdemeren. Deze leden hebben hierover nog een groot aantal vragen. Voor
hen staat dit wetsvoorstel namelijk niet op zichzelf, maar past het in een bredere
ontwikkeling waarin gemeenten steeds groter worden, de overheid steeds verder van
burgers komt te staan en inwoners zich steeds minder gehoord voelen.
Tijdens een werkbezoek van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken aan de gemeenten
Hilversum en Wijdemeren is uitgebreid gesproken met bestuurders, raadsleden en inwoners.
Deze gesprekken hebben bij deze leden grote vragen opgeroepen over het maatschappelijk
draagvlak, het democratische proces en de onderbouwing van de herindeling.
De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden zijn niet tevreden over
de wijze waarop de herindeling wordt toegelicht. Zij zijn van mening dat de weergave
op belangrijke onderdelen onvoldoende recht doet aan de feiten en omstandigheden met
betrekking tot de gemeente Wijdemeren. Dat kan volgens deze leden negatieve gevolgen
hebben voor het draagvlak.
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel herindeling van de gemeenten Hilversum
en Wijdemeren. Deze leden maken van de gelegenheid gebruik enkele vragen te stellen
over het wetsvoorstel.
De leden van Groep Markuszower hebben kennisgenomen van het voorstel tot herindeling van de gemeenten Hilversum
en Wijdemeren. Wat deze leden betreft roept dit voorstel echter meer vragen en zorgen
op dan dat het overtuigt. De indruk dringt zich op dat hier een bestuurlijke oplossing
wordt doorgedrukt, terwijl de democratische legitimatie wankel is en wezenlijke bezwaren
onvoldoende serieus zijn genomen.
2. Voorgeschiedenis en totstandkoming herindelingsadvies
2 – VVD
In juli 2023 besloot de gemeente Wijdemeren een bestuurlijke fusiepartner voor een
herindeling te zoeken. Er is uiteindelijk gekozen voor een herindeling met de gemeente
Hilversum. De leden van de VVD-fractie vragen de regering of er naast Hilversum ook andere gemeenten in beeld zijn
geweest als mogelijke fusiepartner voor de gemeente Wijdemeren. Zo ja, om welke gemeenten
gaat het? Wat was doorslaggevend om het traject met de gemeente Hilversum aan te gaan?
Zij vragen de regering hier nader op in te gaan.
Er zijn, in aanloop naar het uiteindelijke principebesluit, door de gemeente Wijdemeren
verkennende gesprekken gevoerd met verschillende gemeenten in de regio. Specifiek
is er, naast Hilversum, ook gesproken met Blaricum, Laren, Gooise Meren en Huizen.
Buiten de regio is er verkennend gesproken met de gemeente Stichtse Vecht. Wijdemeren
heeft op basis van de verkennende gespreken drie gerede kandidaten geselecteerd waarmee
het verder in gesprek wilde gaan. Stichtse Vecht heeft aangegeven niet tot herindelen
bereid te zijn. Gooise Meren en Hilversum waren wel bereid op basis van de verkennende
gesprekken concreter te onderzoeken of zij zich als fusiepartner wilden aanbieden.
Uiteindelijk besloot Gooise Meren zich niet als herindelingspartner beschikbaar te
stellen. Daarnaast bleek op basis van gesprekken over bestuurskracht en financiën,
alsmede over de mate van kunnen voldoen aan de uitgangspunten van Wijdemeren, alleen
Hilversum een kansrijke optie. Doorslaggevend hierin was het feit dat Hilversum bereid
was tot een herindeling waarbij Wijdemeren (in haar geheel) aan de gemeente Hilversum
zou worden toegevoegd. Gooise Meren verkende een variant waarbij Wijdemeren zou worden
opgesplitst en slechts voor een deel aan Gooise Meren zou worden toegevoegd. Dit had
nadrukkelijk niet de voorkeur van Wijdemeren.
3 – CDA
De leden van de CDA-fractie vragen of nader toegelicht kan worden of er overwogen is om alleen een ambtelijke
fusie door te voeren. Voorts vragen deze leden om een overzicht van de bijbehorende
voor- en nadelen.
In 2023 zijn in een verkenning naar de toekomst van Wijdemeren door het gemeentebestuur
vier scenario’s overwogen: Zelfstandig blijven, vergaande regionale samenwerking,
een ambtelijke fusie en een bestuurlijke fusie. In de toekomstvisie 2026 ««Niets doen»
is geen optie meer!»1 werd op basis van een aantal doelen voor elk van de vier scenario’s uiteengezet in
hoeverre deze bijdragen aan (de haalbaarheid van) de gestelde doelen.
Met betrekking tot een ambtelijke fusie werd opgemerkt dat dit wel een positief effect
zou kunnen hebben op de dienstverlening, professionalisering van de organisatie en
de mogelijkheden maatschappelijke opgaven het hoofd te bieden. Tegelijkertijd zullen
de doelen van de raad en het college van Wijdemeren zelfstandig gerealiseerd moeten
worden, wat gelet op het gebrek aan stuurkracht, handelingskracht en gebrekkig samenspel
niet realistisch werd geacht. Een ander belangrijk negatief gevolg is dat de financiële
problemen van Wijdemeren alsnog zelf moet worden opgelost, terwijl de invloed van
het gemeentebestuur beperkter zal worden. Er werd dan ook geconcludeerd dat een ambtelijke
fusie niet verenigbaar was met de door de raad van Wijdemeren gestelde doelen.
In de praktijk blijkt overigens dat ambtelijke fusies slechts in een beperkt aantal
gevallen leiden tot een duurzame versterking van de bestuurskracht. Meerdere samenwerkingsverbanden
worden na enkele jaren weer ontvlochten.
4 – FVD
De regering schrijft dat de gemeente Wijdemeren in 2023 onder financieel toezicht
is gesteld. De leden van de FVD-fractie vragen wat de oorzaak van deze financiële problemen was. Is het correct dat
deze problemen inmiddels zijn opgelost? Kan de regering in het algemeen aangeven hoe
financieel gezond, op dit moment, de gemeenten Hilversum en Wijdemeren zijn en wat,
op dit moment, specifiek de solvabiliteit is van de gemeente Wijdemeren en van de
gemeente Hilversum?
Gedeputeerde staten van Noord-Holland besloten in 2023 tot preventief toezicht op
de gemeente Wijdemeren, omdat de begroting voor 2023 niet structureel en reëel sluitend
was en de meerjarenraming geen herstel liet zien. Daarnaast slaagde de gemeente Wijdemeren
er niet in de begroting tijdig in te dienen. Zoals Noord-Holland in haar financiële
analyse schrijft, heeft Wijdemeren veel werk verricht om de finnaciele huishouding
op orde te krijgen en met succes. In 2024 kwam de gemeente daarom weer onder repressief
toezicht, de lichtste vorm. Maar door achterstallig onderhoud aan onder meer (water)wegen
en riolering zijn vanaf 2029 aanzienlijke investeringen nodig. Deze investeringen
brengen kapitaallasten mee die de gemeente niet zelfstandig kan dragen.
Wijdemeren had bij de jaarrekening over 2024 een solvabiliteit van 20 procent en raamt
in de begroting van 2026 een daling naar 11 procent in 2029. In de meerjarenraming
loopt de netto schuldquote op van 42 procent van de baten in 2024 naar 152 procent
in 2029 (een schuld van meer dan 130 procent van de baten wordt als risicovol gezien).
De belastingcapaciteit is met 167 procent, oftewel 67 procent hoger dan het landelijk
gemiddelde, beperkt. Er is weinig ruimte om de onroerendezaakbelasting (hierna: OZB)
verder te verhogen in het kader van de artikel 12-norm. Deze cijfers leiden, in combinatie
met het gegeven van achterstallig onderhoud en noodzaak om te investeren, tot een
kwetsbare financiële positie.
Hilversum had bij de jaarrekening over 2024 een solvabiliteit van 25 procent. In de
begroting over 2026 is een daling geraamd naar 22 procent in 2029. In combinatie met
de netto schuldquote van 59 procent in 2024 en belastingcapaciteit van 98 procent,
iets onder het landelijk gemiddelde, levert dit een adequate financiële positie op.
5 – FVD
Deze leden zijn benieuwd naar wat «bestuurskracht» is. Is het gerelateerd aan de omvang
van een gemeente? Of kunnen kleine gemeenten met bijvoorbeeld een paar duizend inwoners
in theorie net zo «bestuurskrachtig» zijn als een grote gemeente met meer dan honderdduizend
inwoners? Hoe is de regering in staat om een gebrek aan «bestuurskracht» te onderscheiden
van «incompetent bestuur»? Zouden de vermeende «bestuurskrachtproblemen» van de gemeente
Wijdemeren wellicht ook niet het resultaat kunnen zijn van jarenlang incompetent bestuur?
Bijna alle inwoners die de commissie voor Binnenlandse Zaken sprak tijdens het werkbezoek
dat de commissie heeft afgelegd lieten blijken (zeer) ontevreden te zijn over hun
gemeentebestuur. Is de regering daarvan op de hoogte? Kortom, zou «incompetent bestuur»
wellicht niet ook de oorzaak kunnen zijn van de (vermeende) problemen waar de gemeente
Wijdemeren mee te maken heeft? Waaruit blijkt, op dit moment, concreet een «gebrek
aan bestuurskracht» van de gemeente Wijdemeren? Welke taken kan, op dit moment, de
gemeente Wijdemeren, vanwege een gebrek aan «bestuurskracht», concreet, niet goed
uitvoeren?
Een veel gehanteerde definitie van bestuurskracht, die tevens ook staat opgenomen
in het Beleidskader gemeentelijke herindeling, is «het vermogen van gemeenten om hun
wettelijke en niet-wettelijke taken uit te voeren en daarvoor de benodigde maatschappelijke
en bestuurlijke relaties aan te gaan». Wat ervoor nodig is om bestuurskrachtig te
zijn, verschilt uiteindelijk per gemeente en is onder meer afhankelijk van (de complexiteit
van) het lokale en regionale opgavenprofiel, de ambities op korte en lange termijn
en de gemeentelijke visie op samenwerking en democratische legitimiteit. Een kleine
gemeente, met relatief weinig inwoners, hoeft dus niet per definitie minder bestuurskrachtig
te zijn dan een grote gemeente met relatief veel inwoners. De complexe opgaven en
het uitgebreide takenpakket van gemeenten vragen wel om financieel gezonde gemeenten
met een robuuste ambtelijke organisatie en een invloedrijke positie in de regio. Een
grotere gemeente met meer ambtelijke capaciteit en slagkracht is hier doorgaans beter
toe in staat.
Bij evidente bestuurskrachtproblematiek kan worden gedacht aan het niet meer in staat
zijn tot het organiseren van adequate dienstverlening richting inwoners of het niet
in staat zijn tot het leveren van de nodige bijdrage aan het realiseren van maatschappelijke
opgaven, ook op de langere termijn. Dit kan aanleiding zijn tot het overwegen van
een herindeling.
Wijdemeren is een relatief kleine gemeente qua inwoners en organisatie, maar verhoudingsgewijs
groot in oppervlakte. De dienstverlening aan inwoners, bedrijven en instellingen staat
al geruime tijd onder druk. Dit komt onder andere door krapte op de arbeidsmarkt en
gebrek aan budget, terwijl gemeenten tegelijkertijd steeds meer (wettelijke) taken
hebben uit te voeren. Het aanwijzen van concrete taken die de gemeente niet meer zou
kunnen uitvoeren, is niet eenvoudig. Doorgaans is de constatering namelijk dat voor
het geheel aan taken de gemeente onvoldoende bestuurskrachtig is. Wanneer er slechts
op een enkele taak versterking noodzakelijk is, kan dit veelal ook met samenwerking
worden opgevangen. Daarnaast wordt een herindeling veelal ook ingezet, wanneer de
bestuurskrachtproblematiek nog niet evident is, maar wel zal worden en andere oplossingen
niet haalbaar of duurzaam blijken. Er wordt dan voorkomen dat inwoners, bedrijven
en ondernemers gevolgen van de problematiek ervaren.
6 – BBB
De leden van de BBB-fractie lezen dat de regering stelt dat Hilversum de «beste herindelingspartner» voor
Wijdemeren zou zijn, mede gelet op de financiële positie van Hilversum en de gedeelde
geschiedenis tussen beide gemeenten. Deze leden vragen de regering om te concretiseren
wat precies met deze gedeelde geschiedenis wordt bedoeld. Kan de regering dit nader
toelichten?
Hilversum en Wijdemeren zijn historisch, economisch, ruimtelijk en bestuurlijk al
decennialang met elkaar verbonden. Beide gemeenten vallen binnen de regio Gooi- en
Vechtstreek en werken binnen dat verband constructief en intensief met elkaar samen.
Hilversum vervult een centrumfunctie binnen de regio, waardoor Wijdemeren voor verschillende
voorzieningen op Hilversum is aangewezen. Inwoners van Wijdemeren maken doorgaans
veel gebruik van voorzieningen in Hilversum, bijvoorbeeld als het gaat om zorg, voortgezet
onderwijs en werkgelegenheid. Inwoners van Hilversum maken andersom weer veelvuldig
gebruik van de recreatievoorzieningen in Wijdemeren. Daarnaast werken de gemeenten
Hilversum en Wijdemeren op verschillende terreinen onderling samen, zoals binnen het
sociaal domein en op het heffen van lokale belastingen. Doordat beide gemeenten binnen
dezelfde regio vallen, hebben zij op ruimtelijk gebied ook te maken met gedeelde opgaven
op het gebied van recreatie en natuur(beheer).
7 – BBB
Deze leden merken op dat uit de stukken blijkt dat andere gemeenten in de regio niet
bereid waren om Wijdemeren over te nemen. Uiteindelijk bleef Hilversum als enige serieuze
fusiepartner over. Kan de regering bevestigen dat Hilversum feitelijk de enige gemeente
was die bereid was om Wijdemeren te laten fuseren? In hoeverre kan dan nog worden
gesproken van een open en serieuze verkenning van alternatieven? Is het dan überhaupt
wel eerlijk om te spreken van een keuze voor de beste partner, als er feitelijke geen
alternatief was?
Zij vragen daarom of serieus is gekeken naar andere varianten, zoals een voortzetting
van zelfstandigheid met versterking van de ambtelijke organisatie; een ambtelijke
fusie zonder bestuurlijke fusie, zoals een splitsing van Wijdemeren of aansluiting
bij andere regio’s, bijvoorbeeld richting Stichtse Vecht. Waarom zijn deze varianten
uiteindelijk afgevallen? Kan de regering per bovengenoemde variant daarvoor een verklaring
geven?
Het aantal potentiële herindelingspartners voor de gemeente Wijdemeren was gelet op
het aantal buurgemeenten en de geografische ligging beperkt. Een gevolg van het uitgangspunt
dat herindelingen «van onderop» tot stand moeten komen is dat buurgemeenten zelf ook
bereidwillig en in staat moeten zijn om te fuseren. Van de gemeenten in de regio waarmee
gezamenlijk is verkend, bleek Hilversum de beste partner. Dat betekent niet dat er
geen alternatief was, maar dat de alternatieven minder duurzaam of niet haalbaar worden
geacht. Ik verwijs hierbij ook naar mijn reactie op vraag 2.
Voor wat betreft het serieus verkennen van andere varianten, verwijs ik graag opnieuw
naar de in 2023 opgestelde toekomstvisie 2026 ««Niets doen» is geen optie meer!».
In de notitie worden de door de leden van de BBB genoemde opties verkend. De afwegingen
rondom een ambtelijke fusie staan reeds toegelicht in het antwoord op vraag 3.
In de onderzoeksfase voorafgaand aan het principebesluit is het scenario waarin Wijdemeren
zou worden opgesplitst voorbijgekomen en afgevallen als wenselijk scenario omdat splitsing
een negatief effect zou hebben op de gezamenlijkheid van de dorpen. Daarnaast zou
een splitsing buiten de regio kunnen leiden tot een kleinere regio Gooi en Vechtstreek,
wat niet kon rekenen op bestuurlijk en regionaal draagvlak. Naast onwenselijk bleek
een splitsing ook niet haalbaar, daar onder andere Stichtse Vecht zichzelf als fusiepartner
terugtrok.
Met betrekking tot zelfstandig blijven wordt in de bovensgenoemde toekomstvisie geconcludeerd
dat hoewel de raad zeggenschap zal blijven houden over het karakter van de dorpen
en plassen, de grote financiële, organisatorische en culturele opgaven het lastig
maken om de interne doelen zelfstandig te realiseren. Daarnaast zal de lastendruk
stijgen.
Verregaande regionale samenwerking bleek ook niet realistisch gelet op het gebrek
aan bestuurkracht en uitvoeringskracht van de gemeente Wijdemeren, omdat dit scenario
veel van de raad, het college en de organisatie zou vragen. Lastendruk zal ook in
dit scenario toenemen, doordat regionale samenwerking aanvullende kosten met zich
meebrengt om kwaliteit van de dienstverlening te bekostigen. Dat maakt intensievere
samenwerking geen realistische en duurzame optie.
Bij de gesprekken die Wijdemeren in aanloop naar het principebesluit heeft gevoerd
met gemeenten in de regio bleek dat alle regiogemeenten Wijdemeren graag in de regio
Gooi- en Vechtstreek wilden houden. Deze voorkeur hebben de regiogemeenten ook later
exliciet uitgesproken. Verkenning van gemeenten buiten de regio zou bovendien met
zich meebrengen dat een potentiële herindeling over de provinciegrens heen zou gaan,
wat ook de nodige uitdagingen met zich meebrengt. Gemeente Stichtse Vecht zag bovendien
af van verdere verkenning.
8 – SGP
De leden van de SGP-fractie krijgen uit de toelichting de indruk alsof na het stopzetten van het eerdere
herindelingstraject in 2018 al snel een consistente lijn zou zijn ontstaan dat de
zelfstandige toekomst van Wijdemeren onhoudbaar was, waarbij de rol van het financieel
toezicht vanaf 2023 een belangrijke rol speelde. Deze leden vragen de regering tegen
deze achtergrond allereerst in te gaan op het gegeven dat bij de laatstgehouden raadsverkiezingen
in Wijdemeren, in 2022, een grote meerderheid van de volksvertegenwoordigers duidelijk
tegen een herindeling was. Ook vragen zij de regering om in te gaan op de ontwikkeling
van de financiële situatie na 2023. In hoeverre is die situatie nog steeds zo nijpend?
Het klopt dat een herindeling lange tijd op weinig steun kon rekenen binnen de gemeenteraad
van Wijdemeren. Zelfstandig voortbestaan werd gezien als voorkeursoptie. Deze houding
heeft – in combinatie met een aanpassing van het Beleidskader gemeentelijk herindeling
– ertoe geleid dat de poging tot herindeling in 2018 door de Provincie Noord-Holland
geen vervolg kreeg. Partijen die in aanloop naar de verkiezingen in 2022 voorstander
waren van een zelfstandig Wijdemeren, kwamen op basis van de (later) beschikbare gegevens
en onderzoek alsnog tot te conclusie dat zelfstandigheid niet langer een optie was.
De ommekeer werd ingegeven door inzicht in de financiële realiteit, krapte op de arbeidsmarkt
in relatie tot de al kwetsbare organisatie, het onvermijdelijk belang tot verbetering
van de dienstverlening in relatie tot de reeds hoge woonlasten en de noodzaak tot
het aanpakken van uitdagingen op het gebied van wonen, natuur en bereikbaarheid. De
gemeente heeft vervolgens zelf initiatief genomen om fusiemogelijkheden te verkennen
en onderzoeken.
De leden van de SGP vragen vervolgens naar de ontwikkeling van de financiële situatie
van de gemeente Wijdemeren. In het antwoord op vraag 4 wordt ingegaan op de financiële
positie van Wijdemeren. Wijdemeren heeft veel werk verricht om het de financiële huishouding
op orde te krijgen. Echter zijn vanaf 2029 aanzienlijke investeringen nodig. Deze
investeringen brengen kapitaallasten mee die de gemeente niet zelfstandig kan dragen,
lokale lasten dreigen hoog te worden en er is zeer beperkt ruimte om de OZB verder
te verhogen.
9 – SGP
Zij hebben vragen over de transparantie van het doorlopen proces. In de toekomstvisie
2026 van de gemeente Wijdemeren ««Niets doen» is geen optie meer!» is het volgende
te lezen: «Gekozen is voor een aanpak waarbij de fracties in de beslotenheid intensief
met elkaar hebben gesproken. Dat heeft te maken met de grote gevoeligheid van het
vraagstuk en de overtuiging dat een veilige omgeving nodig is om hier als fracties
samen op een goede manier uit te komen. Het was daarmee ook een traject van de fracties,
niet van de raad, in formele zin». Zij vragen een reflectie van de regering op het
gegeven dat een belangrijk deel van het politieke proces onder verantwoordelijkheid
van de gemeenten in een intensief traject buiten de formele vergaderorde van de gemeenteraad
is vormgegeven.
De verantwoordelijkheid voor een lokaal zorgvuldig en open besluitvormingsproces ligt
primair bij de betrokken gemeenten zelf. Daarbij geldt dat besluitvorming uiteindelijk
gefaseerd plaatsvindt door de gemeenteraden zoveel als mogelijk in openbare vergaderingen,
zodat democratische controle en verantwoording zijn geborgd.
De rol van de regering is om zorgvuldig te controleren of het Arhi-proces goed is
doorlopen. Bij die controle hoort niet om een oordeel uit te spreken over de wijze
waarop de raad zelf informatie heeft verzameld en op welke wijze overleg tussen fracties
heeft plaatsgevonden. Over de vergaderingen waarin over de herindeling is besloten
is actief gecommuniceerd, deze waren openbaar toegankelijk en zijn uitgezonden. Voor
inwoners is hier gelegenheid geweest om in te spreken. De gemeenteraden van Hilversum
en Wijdemeren hebben in deze vergaderingen voldoende in openbaarheid gedaan.
10 – SGP
Zij lezen dat de terinzagelegging van het herindelingsadvies heeft geleid tot 48 zienswijzen
die het herindelingsontwerp op hoofdlijnen zouden bevestigen en suggesties bevatten
om het herindelingsontwerp te verbeteren. Zij vragen of het klopt dat onder de zienswijzen
ook een behoorlijk aantal uitgesproken kritische en afwijzende inbrengen waren. Zo
ja, waarom is dat kritische karakter niet in de toelichting tot uitdrukking gebracht
en waarom wordt een louter positief beeld geschetst? Bovendien vragen zij in hoeverre
en op welke onderdelen het herindelingsadvies is bijgesteld.
In het bijlagenboek behorende bij het herindelingsadvies Wijdemeren en Hilversum is
in bijlage A5 (reactienota zienswijzen) toegelicht welke zienswijzen zijn ingediend.
Het aantal uitgesproken kritische en afwijzende reacties is zeer beperkt. De 48 zienswijzen
zijn ingediend door zowel inwoners van Wijdemeren en Hilversum, als door enkele (lokale)
organisaties en gemeenten uit de regio. In de zienswijzen komt een rijkgeschakeerd
beeld naar voren, waarbij veel onderwerpen worden aangestipt (o.a. participatie, zeggenschap,
financiële stabiliteit, democratische legitimeit en dorpenbeleid). Naar het oordeel
van de regering zijn de zienswijzen in grote mate een onderstreping van de ingezette
koers en hebben de gemeenten adequaat toegelicht hoe de inbreng is verwerkt in het
herindelingsadvies.
11 – ChristenUnie
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat door de beperkte bestuurskracht en ambtelijke capaciteit dienstverlening
aan inwoners onder druk kwam te staan in de gemeente Wijdemeren. Deze leden vragen
de regering om hier voorbeelden bij te geven. Op welke manier hebben inwoners, maatschappelijke
organisaties of bedrijven de gevolgen van deze beperkte bestuurskracht kunnen ondervinden?
Wijdemeren kampte met een groot personeelstekort en financiële problemen. De kwaliteit
van de gemeentelijke dienstverlening kwam steeds verder onder druk te staan, waardoor
inwoners te maken kregen met bijvoorbeeld langere wachttijden bij gemeentelijke loketten,
vertragingen bij vergunningen en zorgaanvragen en minder bereikbare dienstverlening.
Het is niet altijd eenvoudig of veelzeggend om specifieke taken aan te wijzen die
gemeenten zonder herindeling niet meer zouden kunnen uitvoeren. Het is noodzakelijk
om te kijken naar het geheel aan taken dat bij een gemeente ligt, en de capaciteit
die een gemeente heeft deze taken uit te voeren en daarnaast ook toekomstige opgaven
het hoofd te bieden.
12 – Groep Markuszower
Het uitgangspunt van het voorstel is dat de bestuurskracht van Wijdemeren tekortschiet
en dat opschaling de oplossing vormt. Deze redenering wordt gepresenteerd als bijna
vanzelfsprekend, maar dat is zij volgens de leden van de Groep Markuszower allerminst. Dat een gemeente problemen kent, betekent nog niet dat opheffing en absorptie
door een grotere buurgemeente de enige of beste oplossing is. De onderbouwing waarom
andere opties, zoals intensieve samenwerking, versterking van de ambtelijke organisatie
of alternatieve herindelingsvarianten niet zouden volstaan, blijft opvallend mager.
Zij krijgen sterk de indruk dat de uitkomst dus al vroeg vaststond en dat alternatieven
niet of amper zijn afgewogen. Kan de regering hierop reageren?
Er zijn verschillende vormen en scenario’s verkend en overwogen door de gemeente Wijdemeren.
Enkele scenario’s zijn vervolgens nader onderzocht in verschillende stadia van het
herindelingsproces. Voor een nadere beschrijving van deze scenario’s wordt verwezen
naar het antwoord op vragen 2, 3 en 7.
3. Toets aan het Beleidskader gemeentelijke herindeling 2018
3.1. Draagvlak
13 – VVD
Bij een herindeling is maatschappelijk draagvlak belangrijk. De leden van de VVD-fractie hebben tijdens een werkbezoek van een aantal inwoners van de gemeente Wijdemeren
begrepen dat zij onvoldoende betrokken zijn bij de besluitvorming van de gemeenteraad
om tot deze herindeling te komen. Deze leden vragen de regering aan te geven hoe de
betrokkenheid van de inwoners van de gemeente Wijdemeren bij deze herindeling is verlopen.
Zij vragen de regering nader in te gaan op de wijze waarop de participatie van de
inwoners heeft plaatsgevonden. Is de regering van mening dat de participatie van de
inwoners van Wijdemeren voldoende is geweest? Graag krijgen deze leden een reactie
van de regering.
In het bijlagenboek behorende bij het herindelingsadvies Wijdemeren en Hilversum is
in bijlage A2 (logboek draagvlakactiviteiten) toegelicht op welke wijze inwoners en
maatschappelijke organisaties betrokken zijn bij het herindelingsproces en op welke
wijze het maatschappelijk draagvlak is vastgesteld. De gemeenten hebben in dit logboek
activiteiten vanaf het juli 2023 opgenomen, het moment waarop in de gemeente Wijdemeren
het principebesluit werd genomen over de wens om tot een bestuurlijke fusie te komen.
Het logboek ziet daarmee niet op de (jarenlange) discussie die aan dit moment vooraf
is gegaan, en waarin de «of-vraag» centraal heeft gestaan. Echter, ook voor juli 2023
is er publiekelijk gesproken over de bestuurlijke toekomst van Wijdemeren. De gemeenteraad
van Wijdemeren is gelet op de duur van de aanloop tot het principebesluit niet over
één nacht ijs gegaan. Ook het aantal activiteiten dat vanaf juli 2023 is ondernomen
om de inwoners bij de uitwerking van dit principebesluit te betrekken is groot en
zeer divers. De regering deelt het oordeel van de provincie Noord-Holland dat «de
twee gemeenten een transparant, intensief en zorgvuldig proces hebben doorlopen (...)
om te komen tot het opstellen van het Herindelingsontwerp».
14 – GroenLinks-PvdA
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hechten veel waarde aan het belang van lokale voorzieningen. Deze leden vinden
het daarom van belang dat in alle dorpen en wijken er voldoende voorzieningen zijn.
Zij begrijpen de zorgen van inwoners uit Wijdemeren dat hun dorpse karakter mogelijk
wordt aangetast en dat voorzieningen op termijn zouden kunnen verdwijnen. Deelt de
regering deze zorgen? Kan de regering aangeven op welke wijze – ook na de gemeentelijke
herindeling – het dorpse karakter kan worden gewaarborgd en het voorzieningenniveau
zoveel mogelijk op peil kan worden gehouden? Deelt de regering de mening van deze
leden dat het behoud van het dorpse karakter van de huidige gemeente Wijdemeren en
een goed voorzieningenniveau in de beide huidige gemeenten van belang zijn voor het
draagvlak voor de herindeling in beide gemeenten?
Ik ben het eens met de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA dat het behoud van
het dorpse karakter van Wijdemeren en een stabiel voorzieningenniveau essentieel is
voor draagvlak van deze herindeling. Een van de voordelen van de herindeling voor
inwoners is dat de toegang tot de gemeentelijke dienstverlening en voorzieningen kan
worden verbeterd, doordat er een grotere begroting en organisatie zal zijn. «Voorzieningen
in de buurt» wordt in het herindelingsadvies meermaals als belangrijke kernwaarde
genoemd, waarbij de dorpse sfeer (met buurtvoorzieningen) en de stedelijke voorzieningen
als complementair aan elkaar worden gezien. Het behouden en versterken van identiteit,
erfgoed, sociale cohesie en voorzieningen is daarmee een belangrijke opgave voor de
nieuwe gemeenteraad.
De leden vragen mij ook specifiek naar de borging van het dorpse karakter. Daarover
worden door verschillende partijen onder het hoofdstuk over «interne samenhang en
nabijheid van bestuur» vragen gesteld. Daarom wordt voor de beantwoording van deze
vraag verwezen naar de antwoorden op de vragen onder paragraaf 3.3.
15 – JA21
De leden van de JA21-fractie constateren dat er geen lokaal referendum heeft plaatsgevonden over de voorgenomen
herindeling. Deze leden vragen de regering waarom ervoor is gekozen om inwoners niet
rechtstreeks via een referendum te raadplegen over deze bestuurlijke wijziging.
Conform het huidige beleid is het aan gemeenten zelf om invulling te geven aan de
manier waarop zij maatschappelijk draagvlak voor een herindeling vaststellen. Dat
kan via een referendum, maar dat is geen verplichting. Of het wenselijk is om een
referendum te houden hangt af van de lokale context. Ik ben van mening dat gemeenten
daarom zelf het beste kunnen inschatten of er een referendum gehouden moet worden.
16 – JA21
Deze leden hebben kennisgenomen van het uitgevoerde draagvlakonderzoek en constateren
dat de vraagstelling voornamelijk gericht lijkt te zijn geweest op de wijze waarop
de fusie vormgegeven dient te worden, in plaats van op de vraag of inwoners überhaupt
voorstander zijn van de fusie. Zij vragen de regering hoe zij deze vorm van participatie
beoordeelt in het licht van het vereiste van aantoonbaar draagvlak. Zij vragen de
regering of zij erkent dat hiermee het risico bestaat op zogenoemde schijninspraak,
waarbij de uitkomst van het proces feitelijk al vastligt en inwoners slechts mogen
meedenken over de invulling daarvan.
Zoals eerder is toegelicht in het antwoord op vraag 13, kent een herindelingsproces
meerdere fases, waarbij eerst de vraag wordt beantwoord «of» een herindeling wenselijk
en/of noodzakelijk is, en daarna pas de vraag wordt beantwoord «hoe» dat vorm te geven.
Het besluit om tot een herindeling over te gaan betekent de start van de formele Arhi-procedure.
In deze procedure wordt een herindelingsontwerp en herindelingsadvies opgesteld waarin,
in samenspraak met inwoners, wordt opgeschreven hoe de nieuwe gemeente eruit moet
komen te zien. Ik erken verder dat het van belang is om goed voor te ogen te hebben
wanneer inspraak opportuun is en duidelijk te maken waarover inspraak gaat, om het
risico van schijninspraak te ondervangen. Zoals eerder is toegelicht bij het antwoord
op vraag 14 is er ook voorafgaand aan het principebesluit sprake veelvuldig gesproken
over de bestuurlijke toekomst van de gemeente Wijdemeren. De «of-vraag» is daarbij
niet expliciet gesteld, maar de regering is van mening dat de gemeenteraad voldoende
heeft gedaan om op andere manieren tot een oordeel over het maatschappelijk draagvlak
te komen.
17 – JA21
Deze leden constateren dat de regering stelt dat sprake is van voldoende maatschappelijk
draagvlak, maar merken op dat uit het recente werkbezoek van de commissie voor Binnenlandse
Zaken aan de betrokken gemeenten een ander beeld naar voren kwam, waarbij door inwoners
en lokale vertegenwoordigers expliciet is aangegeven dat onder een deel van de bevolking
geen sprake is van breed gedragen steun voor de voorgenomen herindeling en dat het
doorlopen participatieproces niet als voldoende en niet als representatief wordt ervaren.
Zij vragen de regering hoe deze signalen uit de praktijk zich verhouden tot de conclusie
in de memorie van toelichting dat er sprake zou zijn van voldoende maatschappelijk
draagvlak. Erkent de regering dat deze signalen twijfel oproepen over de mate waarin
daadwerkelijk sprake is van een breed gedragen herindelingsvoorstel? Is de regering
bereid deze signalen zwaarder te laten meewegen in de beoordeling van het draagvlakcriterium,
en zo nee, waarom niet?
Ik erken dat er signalen zijn dat bij een deel van de inwoners geen draagvlak is voor
de voorgenomen herindeling. Deze signalen zijn niet nieuw en zijn er bij iedere herindeling.
Het uitgangspunt is dat er voldoende maatschappelijke draagvlak is. Unanieme steun
is een utopie. Naast het draagvlakcriterium zijn er meerdere criteria die een rol
spelen bij het maken van de afweging of een herindeling wenselijk is. Naar het oordeel
van de regering is het aan de betrokken gemeentebesturen om die belangenafweging te
maken en is dat in het voorliggende geval op een zorgvuldige wijze gedaan. De regering
heeft zich bij de beoordeling van het draagvlakcriterium gebaseerd op het proces dat
de gemeenten hebben doorlopen en het geringe aantal negatieve reacties dat dit heeft
opgeleverd. Het draagvlakcriterium kent in het huidige herindelingsbeleid al een groot
gewicht; naast maatschappelijk draagvlak spelen ook lokaal bestuurlijk- en regionaal
draagvlak een rol. Het zwaarder laten meewegen van het criterium van maatschappelijk
draagvlak zou leiden tot een onevenwichtige weging van het «brede» draagvlakcriterium.
18 – FVD
De leden van de FVD-fractie vragen op basis waarvan de regering van mening is dat er sprake is van draagvlak
voor deze herindeling onder de inwoners van de gemeente Wijdemeren. Is de regering
ermee bekend dat de lokale partijen in de gemeente in 2022 expliciet campagne hebben
gevoerd tegen een herindeling, om vervolgens een jaar later, in 2023, in te stemmen
met het opstarten van een herindelingstraject? Kan de regering uitleggen hoe het instemmen
van de gemeenteraad van Wijdemeren met de herindeling door de regering gepresenteerd
kan worden als het «bewijs van draagvlak» als partijen in de gemeenteraad die expliciet
en vocaal in 2022 nog campagne hebben gevoerd tegen een herindeling en daarop zijn
gekozen door de bevolking als een blad aan de boom omdraaien na de verkiezing en dan
ineens voor een herindeling blijken te zijn? Is er, bij gebrek aan een referendum
en lokale politieke partijen die zich houden aan hun verkiezingsbeloften, iets, democratisch
gesproken, wat de inwoners van de gemeente Wijdemeren nog hadden kunnen doen om deze
herindeling tegen te gaan? Is aan de inwoners van de gemeente Wijdemeren, bijvoorbeeld
in een opiniepeiling, überhaupt ooit de keuze «geen herindeling» voorgelegd? Is de
regering ermee bekend dat de consultatieronde die de commissie voor Binnenlandse Zaken
zélf heeft georganiseerd over de herindeling heeft geresulteerd in ongeveer 400 reacties
uit Wijdemeren waarvan driekwart zich negatief uitspreekt over de voorgenomen herindeling?
Zouden, bij een dergelijk evident gebrek aan maatschappelijk draagvlak in Wijdemeren
en een lokaal bestuurlijk draagvlak waarbij vanwege het verbreken van verkiezingsbeloften
door lokale partijen het democratisch draagvlak ontbreekt, de inwoners van de gemeente
Wijdemeren niet in staat moeten worden gesteld zich alsnog uit te spreken over de
wenselijkheid van deze herindeling in een referendum? Zo nee, waarom niet?
Ik ben ermee bekend dat in 2022 er zeer beperkt lokaal-bestuurlijk draagvlak was voor
een gemeentelijke herindeling. Uit het herindelingsadvies en de zienswijze van provincie
Noord-Holland komt duidelijk naar voren dat er sprake is geweest van een langjarig
proces waarbij het accent geleidelijk is verschoven van «zelfstandig, maar met zorgen»,
via «twijfel, maar er moet iets gebeuren», naar een meerderheid in de gemeenteraad
voor een bestuurlijke fusie. Het feit dat partijen die in beginsel geen voorstander
van een herindeling waren hun standpunt hebben bijgesteld, zie ik juist als een onderstreping
van de noodzaak te fuseren. Ik acht het niet passend mij uit te spreken over het al
dan niet breken van een verkiezingsbelofte.
Verder ben ik ermee bekend dat de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken in de speciaal
opgezette consultatieronde reacties heeft ontvangen. Ik ga ervan uit dat de belangrijkste
aandachtspunten uit die reacties een plek hebben gekregen in dit verslag.
19 – BBB
De leden van de BBB-fractie hebben grote vragen bij de conclusie van de regering dat er voldoende maatschappelijk
draagvlak bestaat voor deze herindeling. De regering verwijst naar participatiebijeenkomsten,
enquêtes, straatinterviews en een participatietraject. Deze activiteiten zijn onder
meer beschreven in het logboek bij het herindelingsadvies. Tijdens het werkbezoek
van de commissie voor Binnenlandse Zaken werd echter door veel inwoners aangegeven
dat zij het gevoel hebben dat het besluit feitelijk al genomen was voordat de participatie
begon. Kan de regering hierop reflecteren?
Deze leden vragen in het bijzonder of de regering de mening deelt dat dit de verkeerde
volgorde van participatie is.
Bij de beantwoording van voorgaande vragen ben ik reeds ingegaan op de verschillende
fases die bij een herindelingsproces doorlopen worden en de verschillende stadia van
participatie. Het gevoel van inwoners kan ik deels plaatsen, omdat in de eindfase
van het herindelingsproces de nadruk inderdaad vaak ligt op de «hoe-vraag». Gemeentebesturen
hebben met het starten van de Arhi-procedure immers al aangegeven dat naar hun oordeel
een herindeling wenselijk is. Echter, ook in de jaren voorafgaand aan het besluit
om een Arhi-procedure te starten is er veel gesproken over de bestuurlijke toekomst
van Wijdemeren. Dit proces maakt echter geen deel uit van het logboek. De regering
deelt de mening dat er sprake is van een verkeerde volgorde van participatie dan ook
niet.
20 – BBB
Kan de regering de in het activiteitenlogboek genoemde enquêtes met de Kamer delen,
inclusief de vragen, de uitkomsten en de hoeveelheid deelnemers? Zij zouden daar veel
waarde aan hechten en de regering daar erkentelijk voor zijn. Verder zijn zij benieuwd
op welke manier is gemeten of inwoners daadwerkelijk voor of tegen een fusie zijn.
Kan de regering überhaupt één concrete peiling/enquête noemen waarin inwoners van
Wijdemeren en Hilversum expliciet is gevraagd: «wilt u fuseren met Hilversum/Wijdemeren?»?
Conform het huidige beleid is het aan gemeenten zelf om invulling te geven aan de
manier waarop zij maatschappelijk draagvlak voor een herindeling vaststellen. Dat
kan via een referendum, maar dat is geen verplichting. Of het wenselijk is om een
referendum te houden hangt af van de lokale context. Gemeentebesturen kunnen zelf
het beste inschatten of er een referendum gehouden moet worden of dat zij anderszins
de expliciete vraag of men wilt fuseren wil stellen. Conform dit beleid beschik ik
niet over de door u gevraagde informatie. Ik stel vast dat de wijze waarop de enquêtes
zijn uitgevoerd en de uitkomsten hiervan, voor beide raden voldoende waren om voor
een herindeling te kiezen. De gedeputeerde staten van Noord-Holland hebben in hun
zienswijze het doorlopen proces eveneens positief beoordeeld.
Hoewel ik vanuit mijn rol wel controleer of het proces dat heeft geleid tot een herindelingsadvies
goed is verlopen, acht ik het niet mijn rol om dat te doen op een detailniveau dat
feitelijk neerkomt op het toetsen van iedere afzonderlijke handeling die heeft plaatsgevonden
voorafgaand aan het herindelingsadvies. Een dergelijke verhouding past niet in de
verhouding tussen het Rijk en de besturen van gemeenten, ook niet waar het een herindeling
betreft. In het verlengde daarvan wil ik benadrukken dat hoewel het kabinet graag
herindelingsvoorstellen ziet die op de steun van de betrokken gemeenten en hun inwoners
kunnen rekenen, unanimiteit bij gemeentebesturen of steun onder een meerderheid van
de inwoners niet altijd een vereiste is. Ik beoordeel het criterium draagvlak (maatschappelijk,
bestuurlijk en in de regio) voor deze herindeling als voldoende, maar wanneer ik dit
criterium buiten beschouwing laat zie ik nog steeds voldoende reden om deze herindelingswet
te effectueren.
Bij een gemeentelijke herindeling vindt de voorbereiding van het wetsproces interbestuurlijk
plaats. Gemeenten en provincie bereiden het proces conform de Wet arhi voor, waarbij
iedere overheidslaag een eigen verantwoordelijkheid heeft. Hoewel uiteindelijk de
wetgever over een herindeling beslist, steunt ze daarbij nadrukkelijk op het voorwerk
dat is gedaan. De beoordeling van de wenselijkheid van de herindeling heeft daarmee
een getrapt karakter. Ik kan niet van alle activiteiten die afgelopen jaren door beide
gemeenten zijn verricht de primaire data aanleveren, en acht dat zoals hiervoor ook
aangegeven ook niet mijn rol.
21 – BBB
Deze leden lezen dat er in totaal 48 zienswijzen zijn ingediend tijdens de terinzagelegging.
Kan de regering toelichten hoe deze zienswijzen zich verhouden tot het totale aantal
inwoners? Kan dit lage aantal zienswijzen komen doordat de gemeente Wijdemeren reeds
een fusiegemeente is en de inwoners nu al weinig met de gemeente hebben? Zou in dat
geval een splitsing van de gemeente niet beter zijn?
In lijn met de Wet arhi heeft het herindelingsontwerp van 13 december 2024 tot 9 februari
2025 ter inzage gelegen, en konden inwoners en organisaties hun zienswijzen indienen.
De gemeenten hebben hun inwoners actief op deze mogelijkheid gewezen. Er kunnen verschillende
redenen zijn waarom inwoners of andere betrokkenen al dan niet hun zienswijze indienen.
Zorgen en verbeterpunten vinden doorgaans wel hun plek in ingediende zienswijzen,
of via andere inspraakmomenten.
Ik zie geen signalen die wijzen op een beperkte binding van inwoners met de gemeente
Wijdemeren. Sterker nog, ik zie juist dat inwoners van Wijdemeren trots zijn op hun
landelijke en dorpse identiteit. En terecht. Ook na de herindeling wordt nadrukkelijk
ingezet op behoud van karakter van zowel het stadse Hilversum als het landelijke Wijdemeren.
De zeven dorpen blijven immers gewoon bestaan.
22 – BBB
Deze leden hebben tijdens het genoemde werkbezoek veel inwoners gesproken die aangaven
dat zij het gevoel hebben dat hun stem onvoldoende is gehoord. Hoe beoordeelt de regering
dit signaal? Is de regering bekend met het initiatief WijdemerenStemt.nl, waarop inwoners
de vraag is voorgelegd of Wijdemeren zelfstandig moet blijven of moet fuseren met
Hilversum, waarbij ongeveer 70 procent van de deelnemers zich tegen een fusie met
Hilversum heeft uitgesproken en waarbij slechts 23 procent zegt voorstander te zijn?
Kan de regering toelichten hoe deze uitkomst zich verhoudt tot de conclusie in de
memorie van toelichting dat er sprake zou zijn van maatschappelijk draagvlak voor
de herindeling? Is de regering eveneens bekend met eenzelfde soort initiatief voor
de gemeente Hilversum, te weten HilversumStemt.nl, waarbij er meer tegenstanders dan
voorstanders van een fusie?
Ik ben bekend met de aangehaalde initiatieven, maar hecht eraan een onderscheid te
maken tussen «niet gehoord worden» en «wel gehoord worden, maar niet tevreden zijn
over de uitkomst». De regering meent uit het herindelingsadvies te kunnen afleiden
dat de verschillende standpunten wel degelijk zijn gehoord, maar uiteindelijk anders
dan door tegenstanders gewenst zijn gewogen.
23 – BBB
Deze leden constateren dat het bestuurlijke draagvlak vooral wordt afgeleid uit de
stemverhoudingen in de gemeenteraden. Zij vragen de regering of zij de mening deelt
dat bestuurlijk draagvlak niet automatisch betekent dat er ook maatschappelijk draagvlak
bestaat. Kan de regering reflecteren op de situatie waarin een gemeenteraad unaniem
besluit tot opheffing van de eigen gemeente, terwijl een deel van de inwoners aangeeft
zich onvoldoende gehoord te voelen? Deze leden vragen hoe de regering de omslag van
de grootste lokale partij in Wijdemeren beoordeelt, die bij de verkiezingen van 2022
campagne voerde met behoud van zelfstandigheid maar later instemde met een herindeling.
Welke betekenis moet volgens de regering aan deze ontwikkeling worden gehecht bij
de beoordeling van het maatschappelijk draagvlak voor deze herindeling?
Ik deel de mening van de leden van de fractie van de BBB dat bestuurlijk draagvlak
niet automatisch betekent dat er ook maatschappelijk draagvlak bestaat. In het beleidskader
gemeentelijke herindeling is het draagvlakcriterium gesplitst in drie componenten:
lokaal bestuurlijk, regionaal en maatschappelijk. Een gemeenteraad neemt die besluiten
waarvoor die raad de verantwoordelijkheid wil nemen. Hoe de uitkomsten van een draagvlakonderzoek
worden gewogen, is aan ieder raadslid persoonlijk en ook de wijze waarop dit draagvlak
wordt afgewogen tegenover andere belangen. Een raad kan en moet soms impopulaire beslissingen
nemen. Dit kan dus betekenen dat een deel van de inwoners niet tevreden is over de
uitkomsten van het besluitvormingsproces, of over het doorlopen proces. Naar het oordeel
van de regering hebben de gemeenten voldoende activiteiten ondernomen om dit aantal
zoveel als mogelijk te beperken.
De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast naar de omslag van de grootste lokale
partijen in Wijdemeren na de verkiezingen 2022, in relatie tot het maatschappelijk
draagvlak. Hiervoor verwijs ik graag naar de antwoorden op vraag 18 en vraag 54.
Deze leden merken op dat er geen referendum onder de inwoners van Wijdemeren of Hilversum
heeft plaatsgevonden. Uit gesprekken tijdens het genoemde werkbezoek bleek dat binnen
de gemeenteraad van Wijdemeren wel is geopperd om een referendum te houden, maar dat
de raad hier uiteindelijk van heeft afgezien. Zij vragen de regering hoe zij het instrument
van een referendum beoordeelt bij een ingrijpend besluit zoals het opheffen van een
gemeente. Wat is hierin het standpunt van de regering? Is de regering het met deze
leden eens dat een gemeentelijke herindeling één van de meest ingrijpende bestuurlijke
besluiten is die een gemeenschap kan treffen? Waarom is er in dit geval geen referendum
georganiseerd? Zou de regering het wenselijk vinden dat inwoners zich bij toekomstige
gemeentelijke herindelingen via een referendum kunnen uitspreken? Is zij bereid om
de algemene regels voor herindelingen hierop aan te passen? Voorts vragen deze leden
naar de appreciatie van de regering op het amendement dat door het lid Vermeer is
ingediend om alsnog een raadplegend referendum te organiseren in beide gemeenten.
Vooropgesteld dient te worden dat voor het herindelingsproces en wetsgevingsproces
de vaste procedure wordt doorlopen zoals de wetgever deze in de Wet arhi heeft vastgesteld.
Juist omdat een herindeling voor de inwoners een ingrijpend besluit is, hecht ik aan
de procedure zoals die in de Wet arhi is beschreven. Het organiseren van een raadplegend
referendum in zowel Hilversum als Wijdemeren maakt op dit moment geen deel uit van
de wettelijk voorgeschreven procedure.
Indien u dit wenst kan ik met uw Kamer het gesprek voeren over de vraag of enige vorm
van volksraadpleging, waaronder een referendum, in de Wet arhi moeten worden geregeld.
De vraag of een dergelijke inpassing in de Wet arhi wenselijk is, overstijgt echter
dit specifieke wetsvoorstel. Mede met het oog op de uiterste termijnen die uit de
Wet arhi volgen, zal het door het lid Vermeer ingediende amendement dan ook worden
ontraden.
Ik ben er zelf op dit moment nog niet van overtuigd dat een referendum in iedere situatie
wettelijk verplicht zou moeten zijn. Ik vind het van belang dat ook op andere wijzen
kan worden nagegaan of er maatschappelijk draagvlak bestaat voor een voorgenomen herindeling.
24 – SGP
De leden van de SGP-fractie kunnen niet goed begrijpen hoe de regering in de toelichting kan stellen dat
de herindeling ook op brede steun van de inwoners van beide gemeenten kan rekenen.
Deze leden wijzen erop dat tijdens de eerste herindelingsprocedure een substantieel
deel van de inwoners van Wijdemeren zich tegen de herindeling keerde en dat ook de
uitslag van de gemeenteraadsverkiezing van 2022 uitdrukking gaf aan dat gevoelen.
Uit het logboek van activiteiten is deze leden niet gebleken dat aan inwoners uitdrukkelijk
de specifieke vraag gesteld is wat zij vinden van de voorgenomen herindeling. Integendeel,
vrijwel alle activiteiten lijken erop gericht te zijn geweest in beeld te brengen
wat de wensen van de inwoners zijn in de veronderstelde nieuwe gemeente, in een zogenoemd
«participatief traject». Deze leden vragen of de regering kan toelichten op basis
van welke bronnen en gegevens de brede steun van de bevolking wordt verondersteld,
anders dan het feit dat een participatief traject heeft plaatsgevonden.
Voor de regering is het doorlopen participatietraject een belangrijke bron. Conform
het Beleidskader gemeentelijke herindeling is het Logboek het middel waarmee gemeenten
inzichtelijk maken welke activiteiten zijn ondernomen. Aanvullend baseert de regering
zich bijvoorbeeld ook op de inhoud van de ingebrachte zienswijzen en het relatieve
geringe aantal insprekers dat zich tijdens de lokale commissie- en raadsvergaderingen
van Hilversum en Wijdemeren heeft gemeld.
25 – SGP
Deze leden constateren dat de gemeente Hilversum volgens de regering in 2024 een verkennende
peiling heeft verricht naar de mogelijkheid van herindelen. In het logboek wordt gesproken
over een online enquête. Is dit de peiling waar de regering naar verwijst? Welke resultaten
zijn uit deze instrumenten gekomen als het gaat om de wenselijkheid van een herindeling?
In het voorjaar van 2024 heeft Hilversum een eerste peiling onder inwoners en ondernemers
gedaan. Dit betrof een brede verkennende peiling naar de mogelijkheid van herindelen.
De online enquête is inderdaad waar de regering naar verwijst.
De leden van de het inwonerspanel Hilversum zijn middels een steekproef bevraagd en
daarnaast konden inwoners via een open link de vragenlijst beantwoorden. De vragenlijst
is ingevuld door bijna 2000 mensen. Uit de resultaten blijkt dat 79% van de respondenten
het een goed idee vindt om verder te onderzoeken wat een fusie zou betekenen. De inwoners
zien kansen, bijvoorbeeld met betrekking tot het versterken van de vertegenwoordiging
van de regio richting rijk, provincie en de regio’s Amsterdam en Utrecht. Er werden
ook risico’s benoemd, zoals de financiële situatie van de gemeente Wijdemeren. 26%
van de respondenten gaf aan in het vervolg betrokken te willen blijven en mee te willen
denken, 40% wil alleen geïnformeerd worden en 34% hoeft in zijn geheel niet meer betrokken
te zijn.
26 – SGP
Deze leden lezen in de toelichting dat de Minister verlangt dat er wordt geïnvesteerd
in het peilen en vergroten van het maatschappelijk draagvlak, door inwoners voldoende
gelegenheid te geven om hun ideeën te delen en eventuele zorgen te uiten. Deze leden
menen dat deze verwachting onvoldoende uitdrukking geeft aan hetgeen het Beleidskader
herindeling verwacht. Zij wijzen erop dat het Beleidskader herindeling aangeeft dat
het primair de verantwoordelijkheid van de betrokken gemeentebesturen is om het maatschappelijk
draagvlak voor een herindeling te beoordelen. Die formulering ziet ook op het draagvlak
voor de herindeling als zodanig, niet enkel op de wensen ten aanzien van de inrichting
en het bestuur van de nieuwe gemeente en de mogelijkheid om gevoelens te uiten. Zij
vragen een nadere toelichting op de onverkorte toepassing van het Beleidskader in
deze situatie.
Ik onderken dat de verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur meerledig is waar
het maatschappelijk draagvlak betreft. Bij mijn eerdere beantwoording heb ik uiteengezet
dat er een fase is die voorafgaat aan de formele start van een Arhi-procedure. Daar
ligt de nadruk op het beoordelen van maatschappelijk draakvlak, in combinatie met
andere criteria, tegen de achtergrond van de eventuele noodzaak tot herindelen. Na
de start van Arhi-procedure verschuift het accent naar «zorgen over» en «ideëen voor»
de nieuwe gemeente, om daar bij de vormgeving van de nieuwe gemeente rekening mee
te houden.
27 – SGP
Deze leden constateren dat bij eerdere herindelingen in veel gevallen wel op enig
moment sprake is geweest van een raadpleging van de bevolking of in ieder geval van
het expliciet bieden van de mogelijkheid voor burgers om zich uit te spreken over
de specifieke vraag of een herindeling al dan niet de voorkeur heeft. Het is vervolgens
aan de betreffende colleges en gemeenteraden om mede op basis van die gegevens een
besluit te nemen. Vindt de regering het wenselijk dat bij een zo zwaarwegend besluit
als een herindeling niet uitdrukkelijk aan de inwoners van de gemeente om hun mening
over een besluit terzake gevraagd wordt? Zou een minimale vorm van raadpleging van
de bevolking gericht op een herindelingsbesluit niet wettelijk verplicht moeten zijn,
juist ten dienste van de bestuurlijke besluitvorming?
Voor de reactie op deze vraag wordt verwezen naar de antwoorden op de vragen 19 tot
en met 23.
28 – ChristenUnie
De leden van de ChristenUnie-fractie achten het bij gemeentelijke fusies en herindelingen van belang dat er voldoende
bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak is. Dat geldt te meer nu hier een lange geschiedenis
van pogingen tot herindeling aan vooraf gaat. Deze leden zien dat de gemeenten op
verschillende manieren hun burgers betrokken hebben bij het besluit. De regering concludeert
dat inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties actief betrokken zijn
bij het herindelingsproces. Uit de memorie van toelichting wordt echter niet duidelijk
wat de geaggregeerde inhoudelijke resultaten van dit participatieproces waren. Kan
de regering dit nader expliciteren en uitleggen hoe de resultaten van de inspraakgelegenheden
en de gedeelde zorgen bij de internetconsultatie zijn meegewogen in het herindelingsadvies
en voorliggend wetsvoorstel? Aanvullend vragen zij hoe de regering (de noodzaak voor)
het voorgestelde referendum over de herindeling beoordeeld.
Zoals de leden van de fractie van de ChristenUnie terecht constateren, hebben de gemeentebesturen
de inwoners op verschillende manieren betrokken. In detail is niet aan te geven welk
gewicht individuele reacties in de schaal hebben gelegd bij vaststelling van het uiteindelijke
herindelingsadvies. Op geaggregeerd niveau is dat uiteraard wel aan te geven en zijn
de wijzigingen tussen het herindelingsontwerp en herindelingsadvies daarbij het meest
concreet. De belangrijkste resultaten zijn enerzijds de zorgen over participatie en
zeggenschap in de nieuwe gemeenten, wat is vertaald naar extra aandacht voor de positie
en eigenheid van dorpen en het uitwerken van Dorps-CV’s. En anderzijds zorgen over
de financiële houdbaarheid van de fusie en de mogelijke lastenstijging voor inwoners,
waarbij inzichtelijk is gemaakt dat het – bij gelijkblijvende omstandigheden – mogelijk
is de woonlasten stabiel te houden. Daarnaast hebben reacties over onder meer mobiliteit
en infrastructuur geleid tot kleinere aanpassingen. De reacties die uw Kamer naar
aanleiding van de internetconsultatie heeft ontvangen zijn mij niet bekend en zijn
daarom ook niet meegewogen in het onderhavige wetsvoorstel, dat toen al bij de Tweede
Kamer aanhangig was gemaakt
Voor mijn antwoord op de vraag naar de noodzaak voor een referendum wordt verwezen
naar de antwoorden op vraag 23.
29 – Groep Markuszower
Problematisch is volgens de leden van de Groep Markuszower het punt van het draagvlak. In de memorie van toelichting wordt een beeld geschetst
van zorgvuldig doorlopen participatie en voldoende steun. Tegelijkertijd laten signalen
uit de samenleving een heel ander beeld zien: inwoners die zich niet gehoord voelen,
die aangeven nooit expliciet te zijn geraadpleegd over de vraag of zij überhaupt willen
fuseren en die zich overvallen voelen door een besluit dat feitelijk al genomen lijkt.
Dat inwoners wel mochten meepraten over de invulling, maar niet over de principiële
keuze, ondergraaft de geloofwaardigheid van het participatieproces fundamenteel. Dat
de communicatie gebrekkig is blijkt eveneens uit het feit dat veel inwoners van de
gemeenten tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 niet eens op de hoogte waren
van het feit dat er geen verkiezingen waren in hun gemeenten vanwege deze samenvoeging.
Deze leden vinden het dan ook moeilijk te rijmen dat de regering spreekt van maatschappelijk
draagvlak. Waar is dat draagvlak concreet op gebaseerd? Hoe kan worden volgehouden
dat er sprake is van voldoende steun, terwijl er geen directe raadpleging van inwoners
heeft plaatsgevonden over deze ingrijpende stap? Waarom is er niet gekozen voor een
referendum of een andere vorm van expliciete consultatie, juist gezien de omvang en
impact van deze herindeling? Het lijkt er sterk op dat bestuurlijk draagvlak, in de
vorm van meerderheden in gemeenteraden, wordt verward met maatschappelijk draagvlak
onder inwoners, terwijl dat twee wezenlijk verschillende zaken zijn.
Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar het antwoord op vraag 23.
3.2 Bestuurskracht
30 – JA21
De leden van de JA21-fractie vragen de regering waarom de reeds gerealiseerde ambtelijke fusie, waarbij
circa 200 medewerkers zijn geïntegreerd in de organisatie van Hilversum, niet eerst
over meerdere jaren wordt geëvalueerd alvorens over te gaan tot een bestuurlijke fusie.
Deze leden vragen de regering of zij kan uitsluiten dat de belangrijkste bestuurskrachtproblemen
reeds (grotendeels) worden opgelost via deze ambtelijke integratie, waardoor een bestuurlijke
fusie disproportioneel zou kunnen zijn.
Het is mogelijk om – ten behoeve van zorgvuldige harmonisatie van beleid en uniformering
van werkwijze – de ambtelijke organisaties van de samenvoegende gemeenten te integreren,
vooruitlopend op de bestuurlijke fusie. Het is een lokale afweging om te bezien in
hoeverre dit van meerwaarde kan zijn.
In de in 2023 opgestelde toekomstvisie ««Niets doen» is geen optie meer!» worden verschillende
scenario’s ten opzichte van de (lange) termijn doelen van de gemeente Wijdemeren onderzocht.
Een ambtelijke fusie, zonder dat deze leidt tot een bestuurlijke fusie, is daarin
ook onderzocht. In de antwoorden op de vragen 3, 7 en 12 ben ik hier reeds nader op
ingegaan.
31 – BBB
De leden van de BBB-fractie lezen dat de regering stelt dat Wijdemeren kampt met bestuurskrachtproblemen
en dat zelfstandig voortbestaan op termijn niet houdbaar zou zijn. Kan de regering
exact uiteenzetten welke concrete indicatoren zijn gehanteerd om tot deze conclusie
te komen? Was het opheffen van de gemeente Wijdemeren echt de enige oplossing die
voor handen lag?
Deze leden lezen dat Wijdemeren in 2023 onder preventief financieel toezicht stond
en dat het niet lukte om tijdig een herstelplan in te dienen. Hoe kan het dat een
gemeente met een gemeenteraad waarin één partij bijna een absolute meerderheid behaalde
bij de verkiezingen van 2022 er niet in slaagde tijdig een herstelplan op te stellen?
Deelt de regering de mening dat dit op zichzelf vragen oproept over de kwaliteit van
het lokale bestuur? Deelt de regering tevens de mening dat met het opheffen van de
gemeente Wijdemeren een paardenmiddel wordt ingezet voor een probleem dat ook kan
worden verholpen door te investeren in het verbeteren van de kwaliteit van het lokale
bestuur?
Zoals ook reeds aangegeven in mijn antwoorden op de vragen 3, 7 en 12 zijn er meerdere
mogelijke oplossingen voor de bestuurskrachtproblematiek van de gemeente Wijdemeren
verkend. Een herindeling bleek de meest duurzame.
Herindelen is geen exacte wetenschap. Doorgaans zijn er in theorie verschillende mogelijkheden
om te werken aan een bestuurskrachtprobleem. Naar het oordeel van de regering hebben
de gemeenten zorgvuldig uiteengezet waarom in het voorliggende geval de betrokken
gemeenteraden herindelen als de beste oplossing zien. De regering hecht eraan om te
benadrukken dat de gemeente Wijdemeren niet over één nacht ijs is gegaan en het thema
van bestuurskracht al meerdere jaren onderwerp van gesprek is in de betreffende gemeente.
32 – BBB
Deze leden lezen dat de ambtelijke organisatie van Hilversum wordt uitgebreid met
circa 200 medewerkers vanuit Wijdemeren tot een omvang van ongeveer 1.000 medewerkers.
De regering stelt dat de nieuwe gemeente hierdoor beter in staat zou zijn maatschappelijke
opgaven het hoofd te bieden. Op welke wetenschappelijke literatuur of empirische studies
is deze stelling gebaseerd? Kan de regering voorbeelden geven van onderzoek waaruit
blijkt dat grotere gemeenten aantoonbaar beter functioneren dan kleinere gemeenten?
Is de regering bereid om ook onderzoek te betrekken waaruit blijkt dat schaalvergroting
juist kan leiden tot grotere afstand tot inwoners, minder betrokkenheid en verminderde
democratische legitimiteit?
Er is veel onderzoek gedaan naar (de gevolgen van) gemeentelijke herindeling. Zoals
de leden van de BBB-fractie terecht opmerken wijst onderzoek uit dat een herindeling
kan leiden tot een groter (gevoel van) afstand tussen inwoner en bestuur. Dat is ook
de reden dat de regering in het beleidskader hier expliciet aandacht voor vraagt van
de fuserende gemeenten. De meeste herindelingsgemeenten nemen dan ook maatregelen
om de (ervaren) afstand tussen inwoner en bestuur te verkleinen. Helaas zie ik bij
fusiegemeenten ook een lagere opkomst bij herindelingsverkiezingen.
Uit onderzoek is gebleken dat de ideale schaalgrootte van een gemeente verschilt per
taak. Er kan dus niet worden gesteld dat grotere gemeenten per definitie beter functioneren
dan kleinere gemeenten. Dat is dan ook de reden dat het herindelingsbeleid niet is
gericht op het bereiken van een ideale schaalgrootte van gemeenten. Hierbij moeten
twee kanttekeningen worden gemaakt: grote gemeenten kunnen bepaalde taken ook «kleinschalig»
organiseren terwijl kleine gemeenten niet de mogelijkheid hebben om bepaalde taken
(zelfstandig) grootschalig te organiseren. Daarnaast is het aantal, de complexiteit
en de stapeling van taken in de afgelopen decennia enorm toegenomen, evenals het belang
van regionale samenwerking. Het is evident dat dit grote uitdagingen met zich meebrengt
voor kleine gemeenten. De ideale schaalgrootte van gemeenten is in algemene zin dus
moeilijk vast te stellen, dit is een politieke afweging die primair op lokaal niveau
gemaakt moet worden. Een grotere ambtelijke organisatie betekent doorgaans dat er
meer ruimte is voor specialisme op complexe taken, en meer ruimte om naast uitvoerend
werk meer te doen aan strategische beleidsontwikkeling en regionale samenwerking.
Hierdoor kan het strategisch vermogen van de gemeente als geheel worden versterkt.
Ten slotte heeft een grotere gemeente ook een betere positie op de arbeidsmarkt, waardoor
het aantrekken van (gekwalificeerd) personeel makkelijker wordt.
33 – Groep Markuszower
De veronderstelling dat schaalvergroting automatisch leidt tot betere bestuurskracht
wordt door de leden van de Groep Markuszower betwist. Het samenvoegen van organisaties lost geen structurele problemen op het
gebied van cultuur, samenwerking of bestuurlijke verhoudingen op. Het risico is reëel
dat problemen niet verdwijnen, maar worden opgeschaald en minder zichtbaar worden.
Kan de regering concreet onderbouwen waarom deze herindeling wél zal leiden tot verbetering
en hoe wordt voorkomen dat dezelfde problemen zich in een groter geheel gaan herhalen?
Bestuurskrachtproblematiek kan verschillende oorzaken hebben en op verschillende manieren
worden aangepakt. Een herindeling is één van de mogelijke oplossingen. De leden van
de Groep Markuszower noemen structurele problemen op het gebied van cultuur, samenwerking
en bestuurlijke verhoudingen als problemen die niet door een herindeling zouden kunnen
worden opgelost. Geen van deze drie thema’s was voor de gemeente Wijdemeren aanleiding
om mogelijkheden tot herindelen te gaan verkennen. Druk op de dienstverlening, onder
andere door personeels- en financiële tekorten, was de meest concrete aanleiding voor
verkenning van herindeling. De gemeente Hilversum is een financieel gezonde gemeente,
met een sterke ambtelijke organisatie die de dienstverlening aan inwoners, ondernemers
en bedrijven op orde heeft. Er is voor mij dan ook geen aanleiding om te denken dat
de problemen die in de gemeente Wijdemeren speelden, zich zullen herhalen in een groter
geheel.
3.3 Interne samenhang en nabijheid van bestuur
34 – D66
De leden van de D66-fractie merken op dat er onder inwoners van Wijdemeren de zorg leeft dat de lokale
identiteit van hun dorpen niet voldoende aandacht krijgt bij een fusie met Hilversum
en dat hun zeggenschap verdwijnt. Draagvlak en een herkenbare lokale democratie zijn
cruciaal voor het functioneren van een nieuwe gemeente. Welke mogelijkheden ziet de
regering om erop aan te sturen dat dorpskernen binnen de nieuwe gemeente structureel
worden betrokken via gebiedsgericht bestuur, bijvoorbeeld met dorpsraden en wijkcommissies?
En hoe kan daarnaast de herkenbaarheid van de gemeente behouden worden in beleid en
communicatie?
Eén van de hoofduitgangspunten voor de nieuwe gemeente is dat de identiteit en het
karakter van de dorpen bewaard blijft. Daarnaast worden voorzieningen en beleid op
dorpsniveau georganiseerd. De gemeente Wijdemeren heeft ervaring met dorpenbeleid
en Hilversum heeft ervaring met wijkbeleid en het gebruik van buurtbudgetten. Deze
ervaringen worden in de nieuwe gemeente samengevoegd en dorpscoördinatoren en wijkregisseurs
krijgen de ruimte om initiatieven uit de samenleving goed naar de gemeente te begeleiden.
Ik zie het niet als mijn rol om hier nog actief op gebiedsgericht bestuur aan te sturen.
35 – VVD
De leden van de VVD-fractie vernamen zorgen over het verlies van de eigenheid en gemeenschapszin in alle
wijken en dorpen van Wijdemeren. Hoe wordt gewaarborgd dat de identiteit en het karakter
van de verschillende dorpen van Wijdemeren langjarig behouden blijven na de herindeling?
De gemeente Wijdemeren telt zeven dorpen: Ankeveen, Breukeleveen, Kortenhoef, Nederhorst
den Berg, Nieuw-Loosdrecht, Oud-Loosdrecht en ’s-Graveland. Deze dorpen blijven bestaan,
zoals ze dat ook deden als onderdeel van de gemeente Wijdemeren. Van elk dorp wordt
een zogenaamd Dorps-CV gemaakt om de eigenheid van elk dorp vast te leggen en te behouden.
Een Dorps-CV is een portret van het dorp, waarbij identiteit, waarden en de (geambieerde)
toekomstbeelden samen met inwoners wordt vastgelegd.
De Dorps-CV’s worden dus samen met inwoners, via straatgesprekken en verdiepingsgesprekken
in buurthuizen en verenigingen, gemaakt. In februari 2026 zijn de eerste gesprekken
gevoerd. Een eerste versie van de CV’s wordt vervolgens in de dorpen aan inwoners
getoond, zodat zij kunnen kijken of de beelden kloppen met hun eigen ervaringen. Inwoners
kunnen reageren op de CV’s alvorens deze worden opgenomen in de Warme Overdracht aan
de nieuwe gemeenteraad van Hilversum in 2027. De CV’s worden niet als beleids- of
besluitstuk ingestoken, maar juist vanuit het idee dat de verhalen leiden tot beelden
die de identiteit en het karakter vastleggen.
36 – JA21
De leden van de JA21-fractie constateren dat de regering stelt dat de nabijheid van bestuur gewaarborgd
blijft via wijk- en dorpsgericht beleid. Deze leden vragen hoe deze waarborg zich
concreet vertaalt in bestuurlijke invloed voor inwoners van de kleinere kernen binnen
het huidige Wijdemeren.
Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar het antwoord op vragen 34 en 35.
37 – JA21
Deze leden vragen de regering of zij erkent dat schaalvergroting per definitie spanning
kan opleveren met bestuurlijke nabijheid, en hoe dit risico concreet wordt gemitigeerd.
Zij vragen de regering of kan worden toegelicht waarom een bestuurlijke fusie noodzakelijk
wordt geacht, gegeven het feit dat de ambtelijke fusie reeds tot stand is gebracht
en mogelijk al voorziet in de beoogde efficiëntie- en kwaliteitsverbeteringen. Zij
constateren dat de ambtelijke fusie reeds per 1 januari 2026 heeft plaatsgevonden.
Zij vragen de regering waarom deze reeds gerealiseerde ambtelijke integratie niet
eerst over een langere periode wordt geëvalueerd alvorens over te gaan tot een bestuurlijke
fusie.
Inderdaad kan een schaalvergroting leiden tot spanningen op het gebied van bestuurlijke
nabijheid. Echter, ook grotere gemeenten worden geacht nabijheid te organiseren. Borging
van bestuurlijke nabijheid is daarom als criterium opgenomen in het Beleidskader gemeentelijke
herindeling. Door beleid op dorp- en wijkniveau, dorps- en wijkcoördinatoren en de
Dorps-CV’s wordt nabijheid van bestuur bij deze herindeling georganiseerd.
Voor reactie op de vraag over ambtelijke integratie wordt verwezen naar de antwoorden
op de vragen 3, 7 en 12.
38 – BBB
De leden van de BBB-fractie merken op dat tijdens het werkbezoek door veel inwoners grote zorgen werden
geuit over het verlies van lokale identiteit en zeggenschap. Deze leden lezen dat
de regering stelt dat de diversiteit van lokale gemeenschappen zal worden gewaarborgd
via kernen-, buurt- en wijkbeleid. Kan de regering concreet toelichten hoe dit in
de praktijk vorm krijgt? Welke bevoegdheden of budgetten krijgen dorpskernen daadwerkelijk
om hun eigen identiteit te behouden? Hoe wordt voorkomen dat de dorpen van de voormalige
gemeente Wijdemeren in de praktijk slechts «wijken» van Hilversum worden?
Zoals ook reeds in de antwoorden op de vragen 34 en 35 aangegeven, is dorpsgericht
beleid een van de kernpunten voor de nieuwe gemeente en er worden daartoe voor alle
dorpen in Wijdemeren, samen met inwoners, Dorps-CV’s opgesteld. Wijken- en dorpenbeleid
zal één van de eerste opdrachten aan de nieuwe gemeenteraad worden, waarbij vraagstukken
over budgetverdeling ook aan de orde komen. Verbinding tussen inwoners en gemeente
zal daarnaast worden gelegd door dorpscoördinatoren en wijkregisseurs.
Dit jaar nog wordt nieuw participatiebeleid en een participatieverordening (voor de
gehele nieuwe gemeente Hilversum) door de gemeenteraden van Hilversum en Wijdemeren
vastgesteld, om het bestaan van verschillende organisatievormen in wijken en dorpen
mogelijk te maken.
39 – SGP
De leden van de SGP-fractie vragen hoe de regering vanuit het perspectief van interne samenhang kijkt
naar situaties waarin een stedelijke gemeente wordt samengevoegd met een gemeente
met een aantal kernen en een groot buitengebied. In hoeverre is dat duidelijke verschil
niet juist een extra risico vanuit het belang van interne samenhang en de nabijheid
van bestuur? Zijn de samenhang en nabijheid niet eenvoudiger te waarborgen bij gemeenten
die meer op elkaar lijken, zoals in dit geval de gemeente Wijdmeren en Gooise Meren?
In aanloop naar de besluitvorming over de herindeling heeft Wijdemeren meerdere opties
verkend, zowel alternatieven voor een herindeling, als verschillende herindelingspartners.
Uiteindelijk bleek Hilversum de meest duurzame en enige kansrijke fusiepartner, onder
meer omdat er op verschillende beleidsterreinen reeds samen werd gewerkt. Deze afweging
is door de gemeenteraden zelf gemaakt.
Het organiseren van samenhang en nabijheid is een belangrijk aandachtspunt bij herindelingen,
en is daarom expliciet vastgelegd als criterium in het Beleidskader gemeentelijke
herindeling. Hilversum en Wijdemeren zijn buurgemeenten, hebben een gedeelde geschiedenis
en werken op verschillende vlakken al langere tijd samen. De verschillende karakters
van de gemeenten worden als complementair aan elkaar gezien en dus als kans om van
de nieuwe gemeente een veelzijdige gemeente te maken. Dit uitgangspunt wordt ondersteund
door de voorgenomen integratie en doorontwikkeling van het wijkgericht werken zoals
dat in Hilversum wordt gedaan en het dorps- en kernengericht werken zoals dat in Wijdemeren
werd gedaan. Ruimte voor maatwerk is daarbij essentieel. Nabijheid wordt verder georganiseerd
door onder andere dorpscoördinatoren en wijkregisseurs als brug tussen inwoner en
lokaal bestuur. Ook wordt voorzien in participatie- en inspraakstructuren op kernniveau.
De nieuwe gemeente heeft een grotere organisatie en begroting, wat bijdraagt aan de
beleids- en organisatiekracht die nodig is voor het organiseren van nabijheid en samenhang.
40 – ChristenUnie
De leden van de ChristenUnie-fractie achten het van belang dat er maatregelen worden genomen om de afstand tussen
het gemeentebestuur en inwoners zo klein mogelijk te houden na de herindeling. Deze
maatregelen gaan over het ophalen van kernwaarden uit de beide gemeenten, het inrichten
van een participatieproces, het ontwikkelen van een gerichte aanpak en het zoveel
mogelijk harmoniseren van het beleid tot de herindeling.
Deze leden merken op dat deze werkwijze vooral invloed heeft gehad tijdens het proces
van de herindeling. Zij vragen op welke wijze de bestuurlijke nabijheid zal blijven
worden gewaarborgd na de herindeling.
De Dorps-CV’s zoals in de antwoorden hierboven toegelicht, vormen onderdeel van de
Warme Overdracht aan de nieuwe gemeenteraad per 1 januari 2027. Daarnaast zal de nieuwe
gemeente het dorpen- en buurtenbeleid integreren en werken met een participatieverordening
die ziet op de participatie bij gemeentelijke projecten en beleidsvoorbereiding. Middels
de dorpscoördinatoren en wijkregisseurs wordt de verbinding tussen inwoners en gemeente,
juist ook na de herindeling, geborgd.
41 – ChristenUnie
Zij zien dat er tussen de twee gemeenten momenteel al sprake is van samenwerking op
het gebied van onder meer recreatie, voorzieningen en onderwijs. Zij hebben vernomen
dat er lokale zorgen zijn over het behoud van voorzieningen in de dorpskernen van
de huidige gemeente Wijdemeren. De gemeente Wijdemeren wordt opgeheven, maar de gemeenschappen
niet. Zij vragen hoe verzekerd wordt dat, zeker nu er gekozen is voor een lichte samenvoeging,
de belangen van inwoners van de dorpskernen niet verdwijnen, nu deze kernen worden
opgenomen in het meer stedelijke Hilversum.
Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar mijn antwoorden op de bovenstaande
vragen in deze paragraaf.
3.4 Regionale samenhang
42 – BBB
De leden van de BBB-fractie lezen dat de herindeling volgens de regering nauwelijks effect heeft op de
regionale verhoudingen. Tegelijkertijd wordt in de memorie van toelichting erkend
dat de herindeling gevolgen heeft voor de governance van de veiligheidsregio, waarbij
het dagelijks bestuur automatisch een meerderheid heeft in het algemeen bestuur. Hoe
wenselijk acht de regering deze constructie? Kan de regering toelichten hoe hiermee
wordt voorkomen dat de checks and balances binnen de veiligheidsregio worden verzwakt?
Welke andere oplossingen zijn onderzocht, maar hebben het uiteindelijk niet gehaald?
De regering is van mening dat de gekozen aanpassing van de Wet veiligheidsregio’s
(hierna: Wvr) de beste oplossing is voor de door de Wet tot herindeling van de gemeenten
Hilversum en Wijdemeren ontstane situatie. Er is voor deze oplossing gekozen omdat
de uitwerking van de Wvr in de praktijk nauw bij burgemeestersregelingen aansluit:
het zijn immers uitsluitend burgemeesters die lid van het algemeen bestuur zijn. Met
deze wijziging wordt dan ook aangesloten bij een vergelijkbare regeling in de Wet
gemeenschappelijke regelingen voor burgemeestersregelingen met minder dan zes deelnemers
(artikel 14, derde lid, Wgr). Bij deze oplossing is het van belang dat bij de besluitvorming
in de veiligheidsregio de belangen van de gemeenten die geen onderdeel van het dagelijks
bestuur uitmaken, uitdrukkelijk worden meegewogen.
Er is in de voorbereiding ook gekeken naar alternatieven, zoals de mogelijkheid om
extra leden in het algemeen bestuur te benoemen. Daarvoor zou artikel 11, eerste lid,
Wvr voor de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek buiten toepassing moeten worden verklaard.
Dat artikel stelt dat het algemeen bestuur uitsluitend uit burgemeesters van de deelnemende
gemeenten bestaat. Voor deze optie is niet gekozen, omdat de regering het bezwaarlijk
achtte om af te wijken van het uitgangspunt dat alleen burgemeesters zitting konden
nemen juist vanwege de rol van de burgemeesters in de rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Ondanks de numerieke verandering, wijzigt er niets in de uitvoeringspraktijk of de
bevoegdheidsverdeling binnen de Veiligheidsregio. Het dagelijks bestuur heeft in de
veiligheidsregio Gooi & Vechtstreek niet meer bevoegdheden dan het wettelijk vereiste
en vergadert in aanwezigheid van alle algemeen bestuursleden. Het algemeen bestuur
blijft het kaderstellende orgaan en de leden van het algemeen bestuur blijven verantwoordingsplichtig
aan de colleges en gemeenteraden.
3.5 Voorwaarden lichte samenvoeging
43 – ChristenUnie
De leden van de ChristenUnie-fractie zien dat de ambtelijke fusie van Hilversum en Wijdemeren reeds heeft plaatsgevonden.
Het harmoniseren van het beleid van de twee gemeenten is daarmee in gang gezet. Op
bepaalde onderwerpen zullen verschillen moeten worden overbrugd. Enkele voorbeelden
zijn het verschil in beleid inzake de ruimtelijke ordening, het omgaan met kernen/wijken,
de gemeentelijke lasten, en het economisch profiel. Deze leden vragen de regering
inzichtelijk te maken op welke terreinen het (merkbare) beleid voor burgers, maatschappelijke
organisaties en bedrijven het meest zal veranderen na de herindeling. Hoe wordt er
geborgd dat deze harmonisatie zo soepel mogelijk verloopt en er bijvoorbeeld geen
abrupte lastenstijgingen (of andere grote merkbare effecten) zijn voor burgers en
bedrijven?
Het Handboek gemeentelijke herindeling besteedt veel aandacht aan het zogenaamde «fusiespoor»,
de fase waarin de samenvoeging feitelijk wordt vormgegeven. Harmoniseren van beleid-
en regelgeving is een belangrijk onderdeel van een gemeentelijke herindeling, dat
deels voorafgaand aan de herindeling plaatsvindt, maar grotendeels pas na het ontstaan
van de nieuwe gemeente vorm kan krijgen. Het is immers de bevoegdheid van de nieuwe
gemeenteraad om verordeningen vast te stellen en invulling te geven aan het budgetrecht.
Om dit proces wel zo zorgvuldig mogelijk voor te bereiden zijn de ambtelijke organisaties
per 1 januari 2.026 jaar reeds gefuseerd en is er langs de lijn «inventariseren»,
«prioriteren», «programmeren» en «harmoniseren» inzichtelijk gemaakt wat op welk moment
wordt opgepakt.
De inventarisatie van te harmoniseren beleid en voorschriften is door Hilversum en
Wijdemeren uitgewerkt in een haalbare planning in de tijd. Voor een aantal harmonisaties
is het verplicht om daar direct over te besluiten (waaronder de OZB), voor andere
besluiten is meer tijd. Uitgangspunt is dat binnen 2 jaar al het beleid is geharmoniseerd.
Daarmee zijn de meest beleidsrijke harmonisatiedossiers naar de jaren 2027 en 2028
verschoven. Na 1 januari 2029 vervalt het Wijdemeerse beleid automatisch. Enkele belangrijke
beleidsdossiers waar inwoners en ondernemers mogelijke wijzigingen gaan ondervinden
zijn:
• Samenbrengen van de Algemene plaatselijke verordeningen (verschillen tussen stedelijk
en landelijk/waterrijk gebied);
• Beheerplannen openbare ruimte (onderhoudsniveau vaststellen, achterstanden wegwerken);
• Subsidies (integreren twee verschillende subsidielandschappen);
• Werk en inkomen (verschillen in hoogte en voorwaarden gemeentelijke uitkeringen);
• Energietransitie (verschil in rolinvulling).
Harmonisatie van de gemeentelijke belastingen is in dit traject een belangrijk aandachtspunt
geweest, juist om grote/abrupte stijgingen te voorkomen. Met het oog op het maatschappelijk
draagvlak in de gemeente Hilversum zijn hier vroegtijdig verschillende varianten voor
uitgewerkt en zijn de door beide gemeenten vooruitlopend op de herindeling al keuzes
gemaakt om naar elkaar te groeien. In de voorjaarsnota 2026 (Hilversum) en de kadernota
2027 (Wijdemeren) worden de uitgangspunten voor de begroting en belastingverordening
2027 vastgesteld.
44 – Groep Markuszower
De leden van de Groep Markuszower vinden dat hier sprake is van een zogenoemde «lichte samenvoeging», die in de praktijk
neerkomt op het opheffen van Wijdemeren en het uitbreiden van Hilversum. Dit is geen
gelijkwaardige fusie. De garanties die in de toelichting worden genoemd, zoals wijkgericht
werken en participatie, zijn boterzacht en niet afdwingbaar. Zij bieden weinig tot
geen houvast voor inwoners die vrezen dat hun stem in een grotere gemeente simpelweg
minder gewicht krijgt. In hoeverre is het realistisch om te veronderstellen dat de
belangen en identiteit van de dorpskernen van Wijdemeren in zo’n constructie daadwerkelijk
gelijkwaardig worden meegewogen?
Het kabinet vraagt, met het Beleidskader gemeentelijke herindeling, de fuserende gemeenten
in hun herindelingsadvies concreet aan te geven hoe zij de interne samenhang en nabijheid
van bestuur organiseren. Hilversum en Wijdemeren noemen het behoud van de unieke karakters
van beide gemeenten als belangrijk uitgangspunt voor de fusie. In het plan van aanpak
voor de uitwerking van het herindelingsadvies wordt hier ook aandacht aan besteed.
De manieren waarop de gemeenten zorg dragen voor interne samenhang en bestuurlijke
nabijheid zijn in de antwoorden onder paragraaf 3.3 reeds toegelicht. Ik heb er overigens
alle vertrouwen in dat de gemeenten deze verantwoordelijkheid op passende wijze invullen.
4. Gevolgen van de herindeling
4.1 Financiële aspecten
45 – VVD
De leden van de VVD-fractie vragen de regering aan te geven wat de herindeling betekent voor de kwaliteit
van de dienstverlening en het voorzieningenniveau voor de inwoners en ondernemers
van Hilversum en Wijdemeren. Voorts vragen deze leden wat de gevolgen van de fusie
zijn als het gaat om de lokale lasten voor de inwoners en ondernemers van de nieuwe
gemeente Hilversum, waaronder de onroerendezaakbelasting.
Het verbeteren van de dienstverlening en betere toegang tot voorzieningen zijn voor
de gemeenten een belangrijke reden om te kiezen voor een herindeling. Een grotere
begroting en organisatie maken meer mogelijk. Zowel voor inwoners (maatwerk in behoud
en versterking van dorpen, wijken en natuur, goed bereikbare zorg, welzijn, sport,
cultuur en onderwijsvoorzieningen) als voor ondernemers (hele jaar aantrekkelijk voor
toerisme, meer samenwerking tussen economische sectoren, meer mogelijkheden op de
arbeidsmarkt).
Uit een uitgebreide variantenanalyse in de herindelingscan blijkt dat de impact van
de harmonisatie van de woonlasten voor inwoners en ondernemers beperkt kan worden.
Bij gelijkblijvende opbrengsten zou het harmoniseren van de OZB leiden tot lagere
woonlasten voor inwoners van de gemeente Wijdemeren. Dit voordeel voor de inwoners
van Wijdemeren zou deels gedempt kunnen worden door de eerste twee jaar een hogere
rioolheffing toe te passen, waardoor de inwoners van Hilversum niet, of veel minder,
met een stijging van woonlasten te maken zouden krijgen. Het voorafgaand aan de herindeling
al nemen van enkele besluiten waardoor de uitgangsituatie wijzigt, kan ervoor zorgen
dat de woonlasten in Hilversum niet stijgen en in Wijdemeren dalen. De gemeenten zijn
momenteel nog in gesprek over dit onderwerp. Definitieve afweging vindt later dit
jaar plaats als financiële gevolgen van de voorjaarsnota’s (o.a. autonome ontwikkelingen)
en gezamenlijke Kadernota 2027 bekend zijn.
46 – JA21
De leden van de JA21-fractie constateren dat de financiële positie van Wijdemeren als kwetsbaar wordt gekwalificeerd.
Deze leden vragen de regering in hoeverre de financiële problematiek een doorslaggevende
factor is geweest voor de herindeling en of hiermee feitelijk sprake is van financiële
dwang tot schaalvergroting.
De financiële positie van de gemeente Wijdemeren is één van de redenen waarom de gemeente
wil herindelen, maar het is niet de enige reden. In het herindelingsadvies worden
ook bestuurlijke en organisatorische redenen opgevoerd. De combinatie van factoren
hangt met elkaar samen en is als geheel van doorslaggevend belang, het is niet specifiek
aan één factor toe te schrijven.
47 – BBB
De leden van de BBB-fractie lezen dat de nieuwe gemeente financieel sterker zou worden en dat de algemene
uitkering na herindeling ongeveer 5,56 miljoen euro hoger zou zijn dan de som van
de afzonderlijke gemeenten. Kan de regering toelichten of hiermee niet een perverse
financiële prikkel bestaat voor gemeenten om te fuseren? Deelt de regering de mening
dat dergelijke prikkels het risico met zich meebrengen dat schaalvergroting wordt
gestimuleerd, ook wanneer daar maatschappelijk geen draagvlak voor bestaat? Kan de
regering toelichten of hiermee de omvang van het gemeentefonds met 5,56 miljoen euro
toeneemt? Of blijft de omvang hetzelfde en wordt die 5,56 miljoen euro bij andere
gemeenten weggehaald?
De omvang van het gemeentefonds blijft gelijk. Het betreft hier dus een herverdeling
van middelen binnen het gemeentefonds.
Er is geen directe prikkel voor een gemeente om al dan niet te fuseren. Tegenover
de hogere bijdrage uit het gemeentefonds staan ook hogere uitgaven. Op het moment
dat een gemeente fuseert, zal deze gefuseerde gemeente net zoveel middelen ontvangen
als een andere gemeente met dezelfde objectieve kenmerken (mensen in de bijstand,
aantal ouderen, bodemgesteldheid enzovoort).
Het budget van de algemene uitkering van het gemeentefonds wordt over de gemeenten
verdeeld via een systeem van verdeelmaatstaven. Dit verdeelsysteem heeft als doel
gemeenten in staat te stellen hun voorzieningen op een onderling gelijkwaardig niveau
te brengen tegen globaal gelijke lastendruk en rekening houdend met de structuurkenmerken
van de gemeenten.
De middelen die een gemeente ontvangt, zijn gebaseerd op uitgaven (kostenoriëntatie).
Als gevolg daarvan is het dan ook niet zo, dat als een maatstaf in omvang toeneemt,
en de gemeente dus meer middelen ontvangt, de gemeente hier ook meer aan overhoudt.
Zo ontvangen gemeenten waar bijvoorbeeld relatief veel mensen in de bijstand zitten
of relatief veel ouderen wonen, of gemeenten die relatief veel last hebben van verzakking
van de infrastructuur door een slappere bodem (via de verschillende verdeelmaatstaven),
hogere bijdragen uit het gemeentefonds.
Op het moment dat gemeenten gaan fuseren wordt voor die gemeenten doorberekend wat
dit betekent voor de uitkering uit het gemeentefonds. Deze verandert dan, doordat
de objectieve kenmerken van de gemeenten veranderen. De voornaamste reden dat de gefuseerde
gemeente Hilversum erop vooruit gaat, is dat deze gemeente dan meer middelen ontvangt
op grond van de maatstaf centrumfunctie. Zoals aan het begin van deze vraag aangegeven,
staan tegenover de hogere bijdrage ook hogere uitgaven. Er is dus geen directe prikkel
voor een gemeente om al dan niet te fuseren.
48 – BBB
Deze leden constateren dat deze schaalvergroting vaak wordt gemotiveerd vanuit efficiëntie
en bestuurskracht, maar dat tegelijkertijd veel inwoners ervaren dat de overheid steeds
verder van hen af komt te staan. Is de regering bereid om te reflecteren op deze ontwikkeling?
Deelt de regering de mening dat nabijheid van bestuur en herkenbare lokale democratie
belangrijke waarden zijn die niet vanzelfsprekend overeind blijven bij verdere schaalvergroting?
De regering hecht veel waarde waarde aan nabijheid van de (lokale) overheid en is
van mening dat dit van grote waarde is binnen onze democratie. Bij schaalvergroting
is het borgen van bestuurlijke nabijheid dan ook een belangrijk uitgangspunt. In het
Beleidskader gemeentelijke herindelingen staat het waarborgen van nabijheid van bestuur
genoemd als een van de criteria op basis waarvan een herindelingsadvies door de regering
wordt beoordeeld. Middels wijk- en buurtenbeleid, en dorpenbeleid wordt bestuurlijke
nabijheid in de nieuwe gemeente georganiseerd. Dorpscoördinatoren en wijkregisseurs
vervullen daar een belangrijke verbindende rol in. In de antwoorden op de vragen onder
paragraaf 3.3 (interne samenhang en nabijheid van bestuur) ga ik nader in op de organisatie
van bestuurlijke nabijheid in Hilversum en Wijdemeren.
49 – BBB
Is de regering bereid om breder onderzoek te doen naar de effecten van gemeentelijke
schaalvergroting op democratische betrokkenheid, vertrouwen in de overheid en lokale
identiteit?
In beginsel sta ik positief tegenover het voeren van het gesprek over het vergroten
van democratische betrokkenheid, vertrouwen in de overheid en het versterken van lokale
identiteit. En zeker ook in relatie tot het lokaal bestuur en gemeentelijke herindelingen
specifiek. Tegelijkertijd geldt dat het voorliggende wetsvoorstel zich beperkt tot
de specifieke herindeling van Hilversum en Wijdemeren, waarbij onder andere is gekeken
naar de gevolgen voor bestuurskracht, nabijheid van bestuur en betrokkenheid van inwoners
van Hilversum en Wijdemeren. Meer overkoepelende en fundamentele vragen over de effecten
van gemeentelijke schaalvergroting in algemene zin lenen zich voor bespreking in een
breder kader dan dit wetsvoorstel.
50 – Groep Markuszower
Op financieel gebied zijn de aannames volgens de leden van de Groep Markuszower weinig overtuigend. Er wordt gewezen op een hogere algemene uitkering en mogelijke
schaalvoordelen, maar de ervaring leert dat herindelingen gepaard gaan met aanzienlijke
en vaak onderschatte kosten. Harmonisatie van beleid, integratie van systemen en organisatorische
herinrichting brengen langdurige lasten met zich mee. Deze leden vragen zich af in
hoeverre deze kosten realistisch zijn ingeschat en wat de consequenties zijn als de
verwachte voordelen uitblijven.
In het jaar voorafgaand aan een herindeling krijgt elke gemeente een vergoeding om
tegemoet te komen aan de kosten die de gemeente maakt om te kunnen fuseren. Daarnaast
ontvangt de geherindeelde gemeente vier jaar een extra bedrag uit het gemeentefonds,
de zogenaamde «frictiekostenvergoeding». De extra middelen worden in totaal over een
periode van 5 jaar uitgekeerd, zodat eventuele dubbele lasten en andere meerkosten
meerjarig kunnen worden bekostigd. Mochten de frictiekosten hoger uitvallen dan verwacht,
zal de nieuwe gemeente dat uit eigen middelen moeten dekken.
5. Overige aspecten
51 – D66
De leden van de D66-fractie merken op dat herindelingen soms ingrijpende gevolgen hebben die ook, zowel
positief als negatief, van invloed kunnen zijn op het plaatselijke vertrouwen in de
overheid. Kan de regering richting de gemeente aansturen op het monitoren van de effecten
op leefbaarheid, zeggenschap en tevredenheid van inwoners gedurende de komende vijf
jaar?
Uit het herindelingsadvies blijkt dat de gemeente zelf veel aandacht hebben voor de
aspecten leefbaarheid, zeggenschap en tevredenheid van inwoners. Ook de gemeenteraden
hebben hier in het herindelingsproces aandacht gevraagd. Uiteraard kan ik het belang
van deze onderdelen nogmaals bij de nieuwe gemeente onder de aandacht brengen en het
belang van monitoren benadrukken. Wel is terughoudendheid gepast omdat het hier primair
gaat om leefbaarheid, zeggenschap en tevredenheid van inwoners, bij uitstek zaken
die aan de autonomie van het (nieuwe) gemeentebestuur zijn overgelaten. De regering
is van oordeel is dat de gemeente op 1 januari 2027 zonder «hypotheek» van start moeten
kunnen. Daarnaast zullen sommige effecten naar verwachting pas na een periode van
5 jaar merkbaar en meetbaar zijn.
52 – D66
Daarnaast merken deze leden op dat er onder inwoners soms onvrede heerst over de communicatie
omtrent het fusieproces. Inwoners hebben aangegeven terugkoppeling te missen over
het al dan niet opvolging geven aan hun wensen en klachten. Herkent de regering dit
signaal? Hoe ziet de regering haar eigen rol in de communicatie rond de herindeling?
Bij een gemeentelijke herindeling vindt de voorbereiding van het wetsproces interbestuurlijk
plaats. Gemeenten en provincie bereiden het proces conform de Wet arhi voor, waarbij
iedere overheidslaag een eigen verantwoordelijkheid heeft. Communicatie over het fusieproces
en de afweging die lokaal worden gemaakt, betreffen een verantwoordelijkheid voor
het lokaal bestuur zelf. Nadat het herindelingsadvies met een positieve zienswijze
van de provincie Noord-Holland aan mij is aangeboden, hebben enkele kritische en bezorgde
inwoners/lokale groeperingen zich bij mij gemeld. Van die brieven en mijn reactie
daarop heb ik u een afschrift gestuurd.
Ik zie voor mijzelf een communicatieve rol weggelegd in het informeren van de betrokken
besturen over de consequenties van de voorgenomen herindeling en in het adequaat informeren
van het parlement. Gelet op het huidige beleid zie ik het echter niet als mijn rol
om direct proactief met de inwoners van beide gemeenten te communiceren over dit traject.
53 – JA21
De leden van de JA21-fractie vragen de regering of zij kan reflecteren op de volgorde waarin dit proces
is doorlopen, waarbij eerst een ambtelijke fusie is gerealiseerd en vervolgens pas
de bestuurlijke fusie wordt voorgesteld, en of dit volgens de regering past binnen
de uitgangspunten van zorgvuldige besluitvorming en draagvlak.
Het is onjuist dat de bestuurlijke fusie pas is voorgesteld nadat de ambtelijke fusie
is gerealiseerd. Na zorgvuldige afweging van de gemeenteraad in Wijdemeren over mogelijke
toekomstscenario’s is in 2023 besloten om een bestuurlijke fusie verder te verkennen.
Enkel het doorvoeren van een ambtelijke fusie is na dit besluit geen onderzocht scenario
meer geweest. Richting inwoners is deze verwachting mijns inziens ook niet gewekt.
Het realiseren van een ambtelijke fusie in aanloop naar een bestuurlijke fusie is
mogelijk, om zo tijdig beleid te harmoniseren en werkwijzen te uniformeren. Per 1 januari
2026 zijn de ambtelijke organisaties van Hilversum en Wijdemeren gefuseerd.
5.1 Herindelingsverkiezingen en zittingsduur gemeenteraad
54 – CDA
De leden van de CDA-fractie merken op dat de gemeentelijke herindeling ook onderdeel uitgemaakt heeft
van de verkiezingscampagne rondom de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. Partijen
die zich tegen de herindeling hadden uitgesproken wonnen de verkiezingen en desalniettemin
ligt nu het herindelingsvoorstel voor. Deze leden vragen of er naar inzicht van de
regering hier sprake is van een democratisch tekort.
Het Beleidskader gemeentelijke herindeling schrijft een zorgvuldig en democratisch
gelegitimeerd proces voor, waarbij gemeenteraden een centrale rol vervullen als vertegenwoordiger
van de inwoners.
Ik kan mij voorstellen dat het voor inwoners, die bewust op een partij hebben gestemd
die geen voorstander is van een herindeling, als teleurstellend of verwarrend kan
worden ervaren dat er uiteindelijk toch unaniem is ingestemd met de voorliggende herindeling.
Van raadsleden wordt echter verwacht dat zij in de raad een eigen afweging maken en
dat de raad een besluit neemt waarbij verschillende scenario’s en belangen worden
afgewogen. Voortschrijdend inzicht in de situatie waarin de gemeente Wijdemeren zich
bevond kan hebben geleid tot een heroverweging van eerdere standpunten. Ik begrijp
dat dit voor inwoners die zich eerder tegen de herindeling hebben uitgesproken onbevredigend
kan zijn, maar zie geen aanleiding om te concluderen dat er sprake is van een democratisch
tekort.
55 – SGP
De leden van de SGP-fractie vragen op welke datum de wet van kracht moet zijn om uitsluitsel te kunnen
geven dat de geplande kandidaatstelling daadwerkelijk op 5 oktober 2026 kan gebeuren.
Wanneer dient het wetsvoorstel aanvaard te zijn door het parlement?
Deze leden vragen of de regering wil aangeven wat de gevolgen zijn voor de gemeenten
Hilversum en Wijdemeren indien het wetsvoorstel niet tijdig of zelfs helemaal niet
zou worden aanvaard, in ieder geval voor wat betreft het houden van de gemeenteraadsverkiezingen.
Uit artikel 56d van de Wet arhi volgt dat de herindelingswet uiterlijk op 17 september
2026 in werking moet zijn getreden. Mocht deze uiterste datum niet worden gehaald,
dan regelt de Wet arhi dat er op 18 november 2026 uitgestelde reguliere gemeenteraadsverkiezingen
in zowel Hilversum als Wijdemeren zullen plaatsvinden. Tussen het moment dat de wet
wordt vastgesteld en het moment waarop de wet in werking treedt, moeten gedeputeerde
staten van de provincie in de gelegenheid worden gesteld de nieuwe grensbeschrijving
vast te stellen. Hiervoor stelt artikel 2 van de Wet arhi een maximumtermijn van twee
maanden. Het reguliere proces gaat er daarmee van uit dat de Eerste Kamer de wetsbehandeling
vóór de zomer afrondt.
De Wet arhi is geënt op een gebruikelijk verloop van de wetgevingsprocedure bij herindelingen,
waarbij het parlement rekening houdt met de benodigde tijdige inwerkingtreding. Mocht
het wetsvoorstel niet tijdig zijn aanvaard en na 17 september 2026 inwerkingtreden,
zal de datum van herindeling daardoor op zijn vroegst 1 januari 2028 zijn. Dit volgt
ook uit de Wet arhi. In dat geval zullen er in de november voorafgaand aan de datum
van herindeling alsnog herindelingsverkiezingen plaatsvinden. De nieuwe raad van de
geherindeelde gemeente heeft ingevolge artikel 56e Wet arhi dan zitting tot de eerstvolgende
reguliere gemeenteraadsverkiezingen: maart 2030.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
Ondertekenaars
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Voor |
| VVD | 22 | Voor |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Voor |
| PVV | 19 | Tegen |
| CDA | 18 | Voor |
| JA21 | 9 | Tegen |
| FVD | 7 | Tegen |
| Groep Markuszower | 7 | Tegen |
| BBB | 3 | Tegen |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Voor |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Voor |
| SP | 3 | Voor |
| 50PLUS | 2 | Voor |
| Keijzer | 1 | Tegen |
| Volt | 1 | Voor |
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.