Lijst van vragen : Verslag houdende een lijst van vragen over de Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)(Kamerstuk 36915-XIII)
2026D16953 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de
Minister van Economische Zaken en Klimaat over het wetsvoorstel van 2 april 2026 inzake
de Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII)
voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (Kamerstuk 36 915 XIII, nr. 2).
De voorzitter van de commissie,
Van Eijk
Adjunct-griffier van de commissie,
Krijger
Nr
Vraag
1
Hoeveel ondernemers maken jaarlijks gebruik van de kleineondernemersregeling (KOR)
en kunt u dit uitsplitsen naar beroepsgroep en/of -branche en ondernemingsvorm?
2
Wat is de totale hoogte van het vrijgestelde btw-bedrag als gevolg van de KOR per
beroepsgroep?
3
Hoeveel ambtenaren vallen bij het Ministerie van Economische Zaken (EZK) onder de
nullijn?
4
Hoeveel medewerkers bevinden zich in de lagere loonschalen (schaal 1 t/m 6)? Wat is
het aandeel van deze groep binnen de uitvoering (uitvoeringsorganisaties versus beleid)?
5
Welke functies en/of beroepen vallen voornamelijk binnen de lagere loonschalen (schaal
1 t/m 6)? Wat is de huidige en verwachte personeelskrapte binnen deze functies?
6
Zijn er interne analyses of risico-inschattingen gemaakt over de effecten van de nullijn,
bijvoorbeeld op de instroom of uitstroom? Zo ja, kan deze worden gedeeld met de Kamer?
7
Kunt u toelichten waarom wordt besloten tot een ombuiging op het Toekomstfonds in
2026?
8
Kunt u aangeven welk effect deze ombuiging heeft op het beoogde resultaat van de onderliggende
regelingen, waaronder het Innovatiekrediet, SEED-Capital en de Vroegefasefinanciering?
9
Kunt u toelichten hoe de ombuiging op het Toekomstfonds zich verhoudt tot de ambitie
om 3% van het bruto binnenlands product (bbp) te investeren in onderzoek en ontwikkeling
(R&D)?
10
Kunt u een nadere specificatie geven van de € 217 miljoen aan «overige mutaties» zoals
opgenomen in tabel 2 («Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026»), uitgesplitst
naar artikel, instrument en aard van de mutatie (beleidsmatig dan wel technisch)?
11
Kunt u toelichten waarom stijgende uitvoeringskosten niet afzonderlijk zijn gespecificeerd
in tabel 2 («Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026»)?
12
Kunt u toelichten hoe de geconstateerde stijging van uitgaven aan externe inhuur en
ambtelijk personeel zich verhoudt tot de taakstelling op personele uitgaven?
13
Kunt u aangeven welk deel (in procenten) van de EZK-begroting in de afgelopen vijf
jaar is besteed aan subsidies en leningen aan bedrijven en organisaties, en welk deel
aan apparaatskosten van het departement, agentschappen en zelfstandige bestuursorganen?
14
Kunt u tevens aangeven hoe deze verhouding zich naar verwachting ontwikkelt richting
2030?
15
Kunt u toelichten op welke wijze de bekostiging van het Nationaal Agentschap voor
Disruptieve Innovatie (NADI) in de suppletoire begroting 2026 of in de Voorjaarsnota
is verwerkt, inclusief het bijbehorende begrotingsartikel en instrument?
16
Kunt u een nadere toelichting geven op de mutatie van € 51,8 miljoen die anders in
2029 zou terugvloeien naar de EZK-begroting?
17
Kunt u aangeven of het klopt dat deze middelen een alternatieve bestemming hebben
gekregen, en zo ja, kunt u toelichten welke bestemming dit betreft en op basis van
welke beleidskeuze dit is besloten?
18
Kunt u aangeven welk subsidiebedrag in 2026 wordt verstrekt aan het Platform voor
de InformatieSamenleving (ECP) en op basis van welke regeling of opdracht deze middelen
worden toegekend?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken -
Mede ondertekenaar
H.W. Krijger, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.