Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag : Nota naar aanleiding van verslag
36 867 Wijziging van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de verhoging van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden (Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden)
Nr. 9
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG
Ontvangen 13 april 2026
Inleidende opmerking
Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het verslag van de vaste commissie voor
Koninkrijksrelaties over het wetsvoorstel Wijziging van de Wet openbare lichamen Bonaire,
Sint Eustatius en Saba in verband met de verhoging van het aantal eilandsraadsleden
en eilandgedeputeerden (Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden).
Ik dank de leden voor hun inbreng en ga graag in op de in het verslag gestelde vragen.
Het is goed te zien dat de Kamer veel aandacht schenkt aan dit onderwerp. Ik herken
de dilemma’s die in de vragen aan de orde worden gesteld en wil daar graag in de beantwoording
op ingaan. Uw verslag is cursief afgedrukt en ik heb voor de leesbaarheid een nummering
aangebracht.
Voordat ik overga op de beantwoording van uw vragen, wil ik graag beginnen met een
toelichting op mijn recente gesprekken met de eilandsbesturen en de conclusie die
ik hieraan verbind over de voortgang van dit wetstraject. Op 24 maart heb ik het bestuurscollege
en de eilandsraad van Bonaire gesproken, op 30 maart die van Sint Eustatius en op
2 april die van Saba. Ik kijk terug op constructieve gesprekken. Ik merk dat er in
het algemeen brede steun is voor de verhogingen. Er zijn wel aandachtspunten bij de
eilandbesturen over de verhoging van het aantal leden van de eilandsraden en bestuurscolleges.
Een algemeen punt is dat goed bestuur niet alleen te maken heeft met kwantiteit, maar
ook met kwaliteit van gezagdragers. Hier ben ik het uiteraard mee eens. Ik zie de
door de eilandsbesturen concreet ingebrachte aandachtspunten als goede voorstellen
om ook te werken aan de kwaliteit. Dan gaat het vooral om de ondersteuning van de
inwerkingtreding, mede gelet op de korte tijd tussen behandeling en inwerkingtreding,
de huisvesting, de omvang van de griffie, democratisch bewustzijn en bezoldiging van
gezagdragers. Ik heb in mijn gesprekken met de eilandsbesturen bevestigd dat deze
punten mijn aandacht hebben en dat er stappen worden gezet. Tegelijkertijd constateer
ik dat de afspraken die in De Bilt zijn gemaakt over de implementatieondersteuning
bij deze verhoging uitgevoerd zijn of in uitvoering zijn.1 Hier ga ik in de beantwoording nader op in. Er is hier ook niet mee gestopt nadat
duidelijk werd dat de Herzieningswet WolBES en FinBES vertraging zou oplopen.2 Bonaire heeft in dit gesprek aangegeven hun standpunt uiterlijk 3 april nog formeel
aan mij te laten weten via een brief, maar deze heb ik tot op heden niet ontvangen.
Aangezien ik constateer dat er in principe brede steun is voor de voorstellen uit
dit wetsvoorstel en de uitvoering van de implementatieafspraken op schema ligt, wil
ik blijven inzetten op invoering van de beoogde effecten van deze wet per de volgende
eilandsraadsverkiezingen in maart 2027. Vanwege het vaste verandermoment voor wetgeving
op 1 januari en het uitgangspunt om wetgeving voor decentrale overheden drie maanden
vooraf te publiceren,3 zou ik willen streven naar vaststelling en publicatie van de wet in het Staatsblad
uiterlijk 1 oktober. Gelet op de positieve ondertoon in de meeste vragen die uw Kamer
heeft gesteld, vraag ik om uw medewerking hierbij. Gelet op het nog te volgen parlementaire
proces is echter niet met zekerheid te zeggen dat het haalbaar zal blijken. Daarom
regel ik met een nota van wijziging dat de inwerkingtredingsdatum van het eerste deel
van de wet bij koninklijk besluit wordt bepaald, waarbij dit voor de verschillende
onderdelen verschillend kan worden vastgesteld. Hiermee ontstaat de mogelijkheid om
de afweging of inwerkingtreding per 2027 haalbaar is op een later moment te kunnen
maken. Dit verandert niets aan de systematiek van stapsgewijze inwerkingtreding, die
ook is beschreven in de memorie van toelichting.
Algemeen deel
1. Inleiding
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel
Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden. Deze leden hebben hierover
nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel
tot Wijziging van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband
met de verhoging van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden. Graag willen
deze leden de regering daarover een aantal vragen stellen.
De leden van de VVD-fractie constateren dat dit wetsvoorstel onder andere de uitbreiding
van het aantal eilandsraadsleden en het aantal eilandgedeputeerden van Bonaire, Sint
Eustatius en Saba regelt. Deze uitbreiding was eerder een onderdeel van de voorbereiding
van de algehele herziening van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en
Saba (WolBES), waarover afspraken met deze openbare lichamen zijn gemaakt. Inmiddels
is besloten de uitbreiding te regelen in een apart wetsvoorstel, te weten het onderhavige
wetsvoorstel. Zo kan de uitbreiding bij de verkiezingen in maart 2027 zijn beslag
krijgen, anders zou dit pas in het jaar 2031 het geval zijn. Over het onderhavige
wetsvoorstel is, zo begrijpen deze leden, geen formele consultatieronde met de openbare
lichamen geweest, omdat dit onderdeel al aan de orde was geweest bij de consultatie
inzake het algehele herzieningswetsvoorstel. Er heeft wel bestuurlijk overleg met
de eilandsbesturen plaatsgevonden.
1–VVD
De leden van de VVD-fractie constateren dat Bonaire en Saba onlangs hebben laten weten
moeite te hebben met het onderhavige wetsvoorstel. Niet zozeer omdat zij tegen de
voorgestelde uitbreiding zijn, maar omdat de eilanden hechten aan het geheel van de
gemaakte afspraken over de hiervoor genoemde herzieningswet, waar de uitbreiding onderdeel
van was. Deze leden vragen de regering in te gaan op de nu door de eilanden geuite
bezwaren tegen het wetsvoorstel. Hoe kijken Bonaire, Sint Eustatius en Saba aan tegen
het onderhavige wetsvoorstel? In de brief van 13 januari jl. (Kamerstuk 36 867, nr. 5) stelde de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) dat
hij overleg met de eilanden heeft gehad en dat de bestuurscolleges geen bezwaar hebben
geuit tegen het onderhavige wetsvoorstel. Hij heeft geen signalen ontvangen dat de
bestuurscolleges of eilandsraden zich verzetten tegen de verhoging per maart 2027.
Sint Eustatius heeft zelfs steun uitgesproken, zo valt in de brief te lezen. Hoe verhoudt
de brief van 13 januari jl. van de Staatssecretaris zich tot de brieven van Saba en
Bonaire van 14 januari jl., gericht aan de Kamer?
De leden van de VVD-fractie vragen de regering in te gaan op de standpunten van Bonaire,
Sint Eustatius en Saba ten aanzien van dit wetsvoorstel, mede in relatie tot de gemaakte
afspraken in De Bilt in 2024 die hebben geleid tot de herzieningswetsvoorstellen WolBES
en FinBES. Deze leden vragen de regering daarbij de passage op bladzijde 17 van de
memorie van toelichting te betrekken, waarin staat dat Bonaire versterking van de
positie van de eilandsraad belangrijker vindt dan verhoging van het aantal leden van
de eilandsraad, dat er tijdens de werkconferentie overeenstemming is bereikt over
in elk geval de eerste stap van de verhoging, maar dat dit niet betekent dat Bonaire
ook met de volgende stappen gaat instemmen.
De inhoud van onderhavig wetsvoorstel is in lijn met de afspraken die tijdens de werkconferentie
in De Bilt zijn gemaakt over het verhogen van het aantal leden van de eilandsraden
en bestuurscolleges en met de daar gemaakte afspraken over de ondersteuning van de
verhoging. Dit geldt ook voor de ingangsdatum van de verhoging, namelijk de verkiezingen
voor de eilandsraad in maart 2027. Ook wordt uitvoering gegeven aan de afspraken over
de stapsgewijze verhoging om uiteindelijk aan te sluiten bij de verhouding tussen
het aantal inwoners aan het aantal eilandsraadsleden zoals dat voor gemeenten is opgenomen
in de Gemeentewet. Tegelijkertijd zijn de afspraken die in De Bilt zijn gemaakt gericht
op een breder aantal wijzigingen in de WolBES en de FinBES. Ik begrijp dat de keuze
om deze wijzigingen in een apart wetsvoorstel en versneld door te voeren, ervaren
wordt als afwijking van de gemaakte afspraken bij de werkconferentie tussen de eilandsbesturen
en de toenmalig Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna:
afsprakenlijst).4 Ik licht graag toe waarom ik meen dat hiermee niet fundamenteel wordt afgeweken van
de gemaakte afspraken.
Om invulling te geven aan de tijdens de werkconferentie gemaakte afspraken voorziet
het wetsvoorstel er ook in dat de volgende stappen in de verhoging niet van rechtswege
gebeuren. Er is een koninklijk besluit nodig voor elke volgende stap en voor Bonaire
en Saba wordt dit besluit alleen genomen als dit blijkens een evaluatie mogelijk is.
Alleen als het kan wordt een volgende verhoging doorgevoerd.
De brieven van Bonaire en Saba van 14 januari jl. waar de fractie van de VVD naar
verwijst, ondersteunen volgens mij dit standpunt. Het bestuurscollege van Bonaire
benoemt deze steun op de inhoud van het voorstel ook. Het bestuurscollege van Saba
is hier terughoudender in en plaatst de steun in de bredere context van de afsprakenlijst.
De reden voor dit aparte wetsvoorstel is gelegen in het enkele feit dat de uitbreiding
van de eilandsraden en bestuurscolleges alleen effect kan krijgen als er verkiezingen
voor de eilandsraad zijn en deze zijn nu eenmaal maar eens per vier jaar. Dat geldt
niet voor de wijzigingen die met de Herzieningswet WolBES en FinBES worden beoogd.
Gelet op dit verschil zou het altijd al waarschijnlijk zijn geweest dat de uitbreiding
van de eilandsraden en bestuurscolleges in een ander jaar zou plaatsvinden dan de
overige in voorbereiding zijnde wijzigingen. Daar komt nog bij dat de implementatie
van de verhoging sowieso een zeer langjarig traject is vanwege de stapsgewijze verhogingen.
De gevolgen van de opgelopen vertraging bij dat wetsvoorstel, zouden voor de onderhavige
wijzigingen fors groter zijn dan voor de andere delen van dat wetsvoorstel, terwijl
het wel gaat om belangrijke waarden als democratische vertegenwoordiging en bestuurskracht.
Daarom heeft de regering besloten om dit voorstel in procedure te brengen terwijl
de rest van het voorstel voor de Herzieningswet WolBES en FinBES verder wordt vervolmaakt.
Vooral in de brief van Saba staan aandachtspunten over de implementatie van de verhoging
van het aantal leden van de eilandsraden. Zoals ik in de inleiding heb opgemerkt,
zijn deze aandachtspunten ook ingebracht in de gesprekken die ik met de eilandsbesturen
heb gevoerd over deze wet. Deze punten begrijp ik. Daarom wordt er een stevige inspanning
geleverd, in lijn met de afspraken die in De Bilt zijn gemaakt, om de implementatie
goed te laten verlopen. Dit ligt op schema. Een goede implementatie vind ik belangrijk.
Daarom licht ik graag toe welke inspanningen ik hierop verricht.
Mijn voorgangers en ik hebben in nauwe samenwerking met de eilanden en de beroeps-
en belangenverenigingen5 in het najaar van 2024 een ondersteuningsprogramma opgezet voor de gezaghebbers,
eilandgedeputeerden, eilandsraadsleden, eilandsecretarissen en eilandgriffiers van
Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Hiervoor zijn in het najaar van 2024 memoranda van
overeenstemming getekend met de gezaghebbers van de eilanden en de directeuren van
de beroeps- en belangenverenigingen.6 Middels dit programma wordt een professionaliseringsaanbod, toegesneden op de Caribische
context en rekening houdend met de behoeftes van de doelgroep, beschikbaar gesteld
voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De uitvoering is in het eerste kwartaal van
2025 van start gegaan en wordt in 2026 geëvalueerd, met het oog op een mogelijke meerjarige
voortzetting van het programma. Ik ben hier in ieder geval zelf voorstander van: voor
het bevorderen van goed bestuur is het van belang om te blijven investeren in de professionalisering
van de positie en effectiviteit van de politieke gezagdragers, de eilandsecretarissen
en de eilandgriffiers.
Ik heb in het bijzonder oog voor de voorbereidingen van de eilandsraadsverkiezingen
in maart 2027 en initiatieven om, gelet op de verhoging van het aantal eilandsraadsleden
en eilandgedeputeerden, de kandidaatstelling c.q. de politieke aanwas te vergroten
en de opkomst te bevorderen. Ik vind het belangrijk dat de inwoners van Bonaire, Sint
Eustatius en Saba goed geïnformeerd zijn en desgewenst ondersteund kunnen worden bij
de invulling van hun passief kiesrecht. Samen met de eilandsbesturen werk ik aan een
programma waarmee zowel politiek geïnteresseerden als bestaande politieke partijen
geholpen kunnen worden met de oriëntatie op deelname bij de verkiezingen en wat daarvoor
nodig is. In samenwerking met de eilandsbesturen, ProDemos en het Netherlands Institute
for Multiparty Democracy heb ik een programma voor oriëntatie en ondersteuning opgesteld.
De uitvoering begint in mei 2026. Hiernaast is er via ProDemos en op basis van het
train-de-trainer-model gewerkt aan het bevorderen van burgerschapsonderwijs op Bonaire,
Sint Eustatius en Saba.7
Daarnaast wordt € 350.000 aan extra middelen voor de ondersteuning van de eilandsraad
verstrekt. Ook is reeds een verhoging van de bezoldiging van de politieke gezagsdragers8 doorgevoerd met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2024. Ter opvolging van
de afspraak omtrent de bezoldiging en rechtspositie van politieke gezagdragers die
gemaakt is tijdens de conferentie in De Bilt heeft mijn voorganger het Adviescollege
Rechtspositie Politieke Ambtsdragers gevraagd om een advies uit te brengen over hoe
een gelijkwaardig bezoldigingsniveau, in vergelijking met raadsleden, wethouders en
burgemeesters van gemeenten van een vergelijkbare omvang en rekening houdend met relevante
factoren, voor de politieke gezagdragers van Bonaire, Sint Eustatius en Saba bewerkstelligd
kan worden. Na het ontvangen van het advies zal ik dit zorgvuldig wegen.
Een ander punt is dat dit wetsvoorstel ook gevolgen kan hebben voor de huisvesting
van de eilandsbesturen. Dit punt ligt genuanceerd. De vraag is hier waar de grens
ligt van de verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid. Huisvesting behoort tot de
autonomie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het is niet gebruikelijk dat het
Rijk autonome keuzes van andere overheden financiert. Zij mogen hier zelf keuzes in
maken en doen dat ook. Tegelijkertijd heb ik er oog voor dat dit wetsvoorstel de aanleiding
is voor kosten bij Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Ik maak daarom ook middelen vrij
om Bonaire, Sint Eustatius en Saba hierbij te ondersteunen. In het najaar van 2024
is een technische verkenning naar de financiële gevolgen voor de huisvesting gedaan,
zoals ook in De Bilt was afgesproken. Op basis daarvan is vastgesteld hoeveel middelen
van Rijkswege beschikbaar worden gesteld. Vanuit de openbare lichamen komt het signaal
dat dit onvoldoende zou zijn. Ik blijf hierover in gesprek met de eilandsbesturen
en zal de gevolgen van de uitbreiding voor de huisvesting monitoren.
Ik beschouw deze inzet als ondersteunend voor het geheel aan flankerend beleid en
maatregelen om de verhoging van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden
tot een succes te maken.
2–VVD
Is het overigens denkbaar dat de volgende beoogde stappen, dus de stappen na 2027,
niet worden genomen en de artikelen II, III en IV niet in werking zullen treden? Graag
krijgen deze leden een reactie van de regering.
In theorie is het mogelijk dat de stappen in de artikelen II, III en IV niet gezet
gaan worden, net zoals bij andere wetten die in werking treden op een bij koninklijk
besluit vast te stellen moment, maar dit is niet de intentie van de regering en het
zou ook niet passend of voor de hand liggend zijn dat een vastgestelde wetswijziging
niet in werking zou treden. De inzet van de regering, gebaseerd op de afsprakenlijst,
is dat wordt toegewerkt naar de koppeling van het aantal eilandsraadsleden aan het
aantal inwoners zoals voor gemeenten ook geldt. De evaluatie kan er natuurlijk toe
leiden dat een volgende stap wordt uitgesteld voor Bonaire of Saba, maar het uitgangspunt
is dat dit een eenmalig uitstel is. De uitkomsten van de evaluatie kunnen gebruikt
worden om dat wat in de weg staat aan een verdere verhoging te ondervangen voor de
verkiezingen daarna. De inzet is dat als uit de evaluatie blijkt dat een verdere verhoging
bij de eerstvolgende verkiezingen niet kan, deze een verkiezing later wel kan plaatsvinden.
Het gaat dus om mogelijke uitstel, niet om afstel. Daarbij wordt er ook op gewezen
dat bij de werkconferentie met alle eilandbesturen, inclusief Bonaire, overeenstemming
is bereikt over het gehele stapsgewijze groeipad, met een evaluatie, en het uiteindelijke
toepassen van de gemeentelijke staffel op basis van het aantal inwoners.
3–VVD
Tot slot van dit onderdeel vragen zij in het algemeen hoe de regering het vervolg
van dit wetsvoorstel ziet.
Zoals in de inleidende opmerking reeds is toegelicht, leiden de vaste verandermomenten
en de implementatietijd voor decentrale overheden bij wetswijzigingen ertoe dat ik
er naar streef dit wetsvoorstel op 1 oktober te hebben gepubliceerd.
4–GroenLinks-PvdA
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het
voorliggende wetsvoorstel. Deze leden hebben op dit moment een aantal vragen en opmerkingen
die zij graag met de regering delen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hechten veel waarde aan een sterke democratie
op de eilanden van Caribisch Nederland. Deze leden vinden het daarom goed dat de regering
afspraken heeft gemaakt met de openbare lichamen in Caribisch Nederland over het versterken
van de democratie en het decentrale bestuur. De regering, zo constaterende de leden,
heeft ervoor gekozen de in De Bilt gemaakte afspraken te wijzigen omdat de regering
de functie van Rijksvertegenwoordiger alsnog wil behouden. Hierdoor is het wetgevingstraject
van de WolBES vertraagd en heeft de regering ervoor gekozen om het voorliggende wetsvoorstel
in te dienen om geen vertraging op te lopen bij het uitbreiden van de eilandsraden.
Dit heeft op de eilanden tot irritatie geleid. Deze leden ontvangen hier graag een
reflectie op van de regering. Erkent de regering dat dit proces niet goed verlopen
is?
De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA merken op dat de keuze om het ambt van
Rijksvertegenwoordiger te behouden tot vertraging heeft geleid en dat hierdoor de
verhoging van het aantal leden van de eilandsraden en bestuurscollege met ingang van
de eilandsraadsverkiezingen van maart 2027 niet langer haalbaar was via de Herzieningswet
WolBES en FinBES die de regering in voorbereiding heeft. Hoewel dit klopt, zijn er
ook nog enkele andere punten die tot vertraging bij de Herzieningswet WolBES en FinBES
hebben geleid. Ook zonder het besluit om het ambt van Rijksvertegenwoordiger te behouden,
was het de vraag geweest of de Herzieningswet WolBES en FinBES tijdig in werking kon
treden om de verkiezingen van maart 2027 te halen.
De leden van de aan het woord zijnde fractie vragen verder naar afspraken die niet
gerelateerd zijn aan het onderhavige wetsvoorstel. Voor de wijze waarop hier invulling
aan wordt gegeven, verwijs ik naar het nog in voorbereiding zijnde voorstel voor de
Herzieningswet WolBES en FinBES. Ik streef ernaar dit wetsvoorstel rond de zomer voor
advies voor te leggen aan de Raad van State. In de toelichting bij dit wetsvoorstel
zal ik ingaan op de andere afspraken uit de werkconferentie over wijzigingen in de
WolBES en FinBES.
5–GroenLinks-PvdA
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de regering het van belang
vindt dat het wetsvoorstel tijdig in werking kan treden zodat de uitbreiding tijdens
de verkiezingen in 2027 geëffectueerd kan worden. Deze leden vragen hoe het tijdpad
er precies uitziet om het wetsvoorstel tijdig in werking te kunnen laten treden.
De leden vragen verder naar het tijdspad voor tijdige inwerkingtreding van de onderhavige
wet.
Zoals in de inleidende opmerking reeds is toegelicht, leiden de vaste verandermomenten
en de implementatietijd voor decentrale overheden bij wetswijzigingen ertoe dat ik
er naar streef dit wetsvoorstel op 1 oktober te hebben gepubliceerd. Of dit haalbaar
is, is sterk afhankelijk van de snelheid die de Tweede en Eerste Kamer wenselijk achten
voor het behandelen voor dit wetsvoorstel.
Ik wil de bevolking en het bestuur van de eilanden ook niet te lang in onzekerheid
laten over de vraag of de verhogingen zullen plaatsvinden bij de eerstvolgende verkiezingen.
Rond het zomerreces zal ik dan ook een keuze maken of deze planning gericht op de
verkiezingen van 2027 wordt doorgezet. Deze planning kan haalbaar zijn als het Verslag
van de Eerste Kamer voor het zomerreces is uitgebracht. Om deze afweging te kunnen
maken regel ik met een nota van wijziging dat de inwerkingtredingsdatum van het eerste
deel van de wet bij koninklijk besluit wordt bepaald, waarbij dit voor de verschillende
onderdelen verschillend kan worden vastgesteld. Hiermee ontstaat de mogelijkheid om
de afweging of inwerkingtreding per 2027 haalbaar is op een later moment te kunnen
maken. Dit verandert niets aan de systematiek van stapsgewijze inwerkingtreding.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Wet verhoging aantal eilandsraadsleden
en eilandgedeputeerden (36 867). Deze leden waarderen de inspanning van de regering om de uitbreiding van de eilandsraden
en bestuurscolleges toch in te voeren bij de eerstvolgende verkiezing van de eilandsraad
in maart 2027, in plaats van de verkiezing daaropvolgend in maart 2031. Deze leden
van de CDA-fractie maken graag van de gelegenheid gebruik om enkele vragen te stellen
aan de regering over onderhavig wetsvoorstel.
6–CDA
De leden van de CDA-fractie vragen allereerst wat de reden is dat de integrale herziening
van de WolBES en FinBES langer op zich laat wachten dan onderhavig wetsvoorstel. Heeft
dit te maken met de complexiteit van de wetgeving? Welk tijdspad ziet de regering
voor zich als het gaat om de integrale herziening?
Met betrekking tot de redenen voor de vertraging van de Herzieningswet WolBES en FinBES
die de regering in voorbereiding heeft, wordt verwezen naar het antwoord op vraag
4. Ik streef ernaar het wetsvoorstel rond de zomer voor advies voor te leggen aan
de Afdeling Advisering van de Raad van State.
7–CDA
De leden van de CDA-fractie lezen dat de verhoging van het aantal eilandsraadsleden
en eilandgedeputeerden oorspronkelijk onderdeel was van een integrale herziening van
de WolBES en FinBES, maar nu via een afzonderlijk wetsvoorstel wordt versneld. Deze
leden vragen de regering uiteen te zetten hoe deze gedeeltelijke wetswijziging zich
verhoudt tot het systeemkarakter van de WolBES als organieke wet. Kan de regering
toelichten op welke wijze de wetssystematische samenhang met het nog in voorbereiding
zijnde herzieningsvoorstel wordt gewaarborgd, mede in het licht van het uitgangspunt
van consistente en integrale wetgeving?
Het onderhavige wetsvoorstel is in lijn met het systeemkarakter van de WolBES als
organieke wet. Het is gebruikelijk dat de organieke wetten voor het decentraal bestuur
worden gewijzigd met kleinere wetsvoorstellen die op een specifiek onderdeel van deze
organieke wetten zijn gericht. Recente voorbeelden daarvan zijn de Wet versterking decentrale rekenkamer, de Wet versterking participatie op decentraal niveau en de Wet uitbreiding sluitingsbevoegdheid burgemeester en gezaghebber ter handhaving van
de openbare orde. Actuele voorbeelden zijn het Wetsvoorstel bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche
en het Wetsvoorstel digitaal vergaderen decentrale overheden. Hoewel met het onderhavige wetsvoorstel (deels) dezelfde doelen worden nagestreefd
als met het voorstel voor de Herzieningswet WolBES en FinBES dat in voorbereiding
is, zijn de wijzigingen in dit wetsvoorstel goed af te bakenen. Er is een zorgvuldige
afweging geweest van welke wijzigingen een dusdanige samenhang hebben met het vergroten
van de eilandsraden en bestuurscolleges dat deze bij het onderhavige wetsvoorstel
betrokken moeten worden, zoals het mogelijk maken van deeltijdgedeputeerden en de
aanpassingen van de verlofregeling. Deze wijzigingen kunnen ook zonder het bredere
wetsvoorstel ingevoerd worden. Uiteraard wordt daarbij, zoals gebruikelijk, voorzien
in samenloopbepalingen als verschillende wetsvoorstellen hetzelfde onderdeel van de
WolBES wijzigen.
De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel.
Deze leden steunen het voornemen om met prioriteit het aantal leden van eilandsraden
en eilandsbesturen te verhogen, onverminderd de noodzakelijke bredere inzet op versterking
van het bestuur van de eilanden.
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Wet
verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden. Deze leden achten verhoging
van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden én overeenstemming met de
huidige werkwijze rond gemeenten noodzakelijk voor effectief en democratisch bestuur
in Caribisch Nederland. Deze leden zien, gezien de aanstaande verkiezingen in 2027,
ook de noodzaak om het wetsvoorstel snel te behandelen, maar verwachten wel dat de
regering alle (fundamentele) gemaakte afspraken in De Bilt nakomt.
8–BBB
De leden van de BBB-fractie hebben de volgende vragen. Kan de regering reflecteren
op de consultatiereactie van Bonaire, waarin wordt gesteld dat zij de versterking
van de positie van de raad belangrijker vinden dan de loutere verhoging van het aantal
zetels? In hoeverre is dit wetsvoorstel een antwoord op een werkelijke behoefte van
de burger op de eilanden en in hoeverre is dit een proces dat vooral door politieke
delegaties en het ministerie is gedreven? In hoeverre is er onderzoek gedaan naar
de opvattingen van burgers over deze wetswijziging? Kan de regering toelichten hoe
deze wet bijdraagt aan het vertrouwen van burgers in lokale politiek en niet alleen
aan de interne politieke structuur?
Het doel van deze wet is om zowel het bestuur als de controle daarop te versterken.
Deels gebeurt dit door verhoging van het aantal leden van de eilandsraden en bestuurscolleges,
deels door in te zetten op ondersteuning en burgerschapsonderwijs om meer mensen bereid
te vinden een actieve rol in het eilandsbestuur te vervullen. Zie hiervoor ook de
beantwoording op vraag 1. Deze verschillende inzetten gaan samen. Uiteindelijk is
het wel aan de lokale bestuurders en politici om de extra mogelijkheden die met dit
wetsvoorstel geboden worden, op zo’n manier te gebruiken dat de samenleving daar van
profiteert. Ik vertrouw erop dat als dit lukt, dit ook zal leiden tot meer vertrouwen
in de lokale politiek.
De voorgestelde wijzigingen zijn onderdeel geweest van de eerste internetconsultatie
van het Herzieningswet WolBES en FinBES. Daarin hebben ook de inwoners van Bonaire,
Sint Eustatius en Saba kunnen reageren. Om de respons van inwoners van de eilanden
te stimuleren, is de website van de consultatie, alsook de documenten behorende bij
het wetsvoorstel en een (visuele) samenvatting hiervan, vertaald naar het Papiaments
en het Engels. De communicatieafdelingen van de openbare lichamen en de Rijksdienst
Caribisch Nederland (RCN) hebben middels publieksvoorlichting ook aandacht geschonken
aan de consultatie. Tijdens deze consultatie is maar een beperkt aantal reacties binnengekomen.
Deze zagen ook niet allen op de uitbreiding van de eilandsraden en bestuurscolleges.
Voor zover er reacties zijn binnengekomen, was de strekking dat de voorgenomen uitbreiding
an sich onvoldoende is om de lokale democratie te versterken. Dit was ook een aandachtspunt
van de eilandsbesturen zelf: deze zorg is ook de aanleiding geweest voor diverse afspraken
op het gebied van implementatieondersteuning. Voor een toelichting hierop verwijs
ik u naar het antwoord op vraag 1. Recent heeft uw Kamer ook twee brieven ontvangen
van inwoners met een achtergrond in de politiek op hun eiland, waarin ook duidelijk
steun wordt uitgesproken voor deze Verhogingswet. Deze zijn op eigen initiatief verstuurd
en behoren niet tot de formele consultatie.
De leden van de Groep Markuszower hebben met terughoudendheid kennisgenomen van het
wetsvoorstel. Deze leden hebben vooral vragen bij de noodzaak, de proportionaliteit
en de financiële gevolgen.
2. Aanleiding en noodzaak
De leden van de VVD-fractie zijn met de regering van mening dat een goede omvang van
zowel het bestuurscollege als de eilandsraad nodig is om de besturen te versterken.
Er liggen immers voor de eilanden grote opgaven op bestuurlijk, sociaal en fysiek
vlak.
9–VVD
De leden van de VVD-fractie constateren dat dit wetsvoorstel niet alleen de eerste
verhoging in 2027 regelt, maar ook de daarop volgende stappen totdat de zogenoemde
gemeentelijke staffel zal gelden. Het meenemen van alle stappen in dit wetsvoorstel
wordt gedaan om zo samenloopproblemen te voorkomen. Heeft de regering overwogen om
de volgende beoogde stappen tot verdere verhoging van het aantal eilandsraadsleden
in een apart wetsvoorstel dan wel in aparte wetsvoorstellen neer te leggen dan wel
de verdere verhogingen mee te nemen in het algehele herzieningsvoorstel, nu het element
van de uitbreiding uit het algehele herzieningsvoorstel is gehaald? Graag krijgen
deze leden een reactie van de regering.
Ja, de regering heeft dit overwogen, maar hier uiteindelijk niet voor gekozen. Het
voordeel van één wetsvoorstel met de verschillende stappen is dat er duidelijkheid
over het eindpunt wordt gecreëerd en hiermee in één keer het integrale voorstel besproken
kan worden. Samen met het voorkomen van wetstechnische problemen in de samenloop van
deze wetten, is dit ook waarom de regering heeft gekozen om ook de verdere verhogingsstappen
niet in de Herzieningswet WolBES en FinBES te laten. Aparte wetsvoorstellen hebben
ook geen direct (proces)voordeel, omdat niet van rechtswege wordt overgegaan tot volgende
stappen. Er is een koninklijk besluit nodig voor verdere uitbreiding. Daarvoor is
bij Bonaire en Saba een positieve uitkomst van de evaluatie nodig. De regering ziet
ook geen inhoudelijke aanleiding voor aparte wetsvoorstellen, omdat het eindpunt voor
de bepaling van de omvang van de eilandsraden tijdens de werkconferentie in De Bilt
overeen is gekomen. Daar komt bij dat aparte wetsvoorstellen een grote druk op het
wetgevingsproces leggen, omdat er dan in korte tijd (namelijk na de evaluatie) en
tijdig voor de volgende verkiezingen een wetstraject doorlopen moet worden.
10–GroenLinks-PvdA
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het goed dat de democratie en de bestuurskracht
op de BES-eilanden gelijkwaardig is aan die van gemeenten in Europees Nederland. In
dat licht vinden deze leden een uitbreiding van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden
positief. Zij vinden het van belang dat ook benadrukt wordt dat louter het uitbreiden
van het aantal eilandraadsleden en eilandgedeputeerden niet voldoende is, maar dat
ook goed gekeken dient te worden naar de ondersteuning van de eilandraden en de bestuurscolleges.
Daarnaast dient ook de huisvesting op orde te zijn en goed aan te sluiten bij de omvang
van het bestuur. Kan de regering, hierop reflecteren? Worden deze aspecten voldoende
meegenomen bij dit wetsvoorstel? En is de 300.000 euro die nu gereserveerd is voor
de drie eilanden ook in dit licht bezien voldoende? Kan nader worden onderbouwd hoe
tot dit bedrag gekomen is?
De regering is het met deze leden eens dat ondersteuning van de eilandraden en bestuurscolleges
van belang is. In het antwoord op vraag 1 ga ik in op de implementatieondersteuning
voor dit wetsvoorstel alsook de huisvestingsgevolgen.
11–ChristenUnie
De leden van de ChristenUnie-fractie achten het in het kader van het comply or explain
onacceptabel dat eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden op minder ondersteuning
en financiële bezoldiging kunnen rekenen dan gemeenteraadsleden en wethouders in Europees
Nederland. In maart 2024 zijn bij de werkconferentie WolBES/FinBES afspraken gemaakt
over de herziening van deze wetten. De invoering van de (randvoorwaardelijk) gemaakte
afspraken bij de werkconferentie achten deze leden dan ook cruciaal. Ook de Raad van
State ziet de noodzaak hiertoe: «er onvoldoende is gemotiveerd waarom het wenselijk
is te starten met het verhogen van het aantal eilandsraadsleden en- gedeputeerden,
alvorens andere maatregelen worden ingevoerd die beogen het bestuur op de eilanden
te versterken». Deze leden erkennen de noodzaak van het separate wetsvoorstel, gezien
de aanstaande verkiezingen in 2027. Maar voorliggend wetsvoorstel kan niet zonder
implementatie van de gemaakte afspraken. Hoe beoordeelt de regering deze relatie?
Deze leden vragen de regering wat formeel de status is van de gemaakte afspraken in
De Bilt. Is de regering nog steeds bereid de essentie van al deze afspraken tijdig
en met voldoende middelen na te komen? Wat is het voornemen van de regering om invulling
te geven aan de gemaakte afspraken en hoe past dit in het tijdpad?
Voor zover de afspraken betrekking hebben op de verhoging van het aantal leden van
de eilandsraden en bestuurscollege, zijn deze verwerkt in onderhavig wetsvoorstel.
In het antwoord op vraag 1 is ingegaan op hoe invulling is gegeven aan de tijdens
de werkconferentie gemaakte afspraken over (implementatie)ondersteuning.
12–ChristenUnie
De leden van de ChristenUnie-fractie zien tenminste de verhoging van de bezoldiging
als randvoorwaardelijk voor inwerkingtreding van het wetvoorstel. Ziet de regering
dit ook zo? Zo nee, waarom niet? Zo ja, is de regering voornemens dit te regelen voor
inwerkingtreding? Daarnaast vragen deze leden of het budget dat hiervoor gereserveerd
is, afdoende is om de bezoldiging op een vergelijkbaar niveau te trekken als de bezoldiging
voor gemeenten. Zo nee, waarom niet?
De regering is reeds overgegaan tot een verhoging van de bezoldiging via een wijziging
van het Rechtspositiebesluit politieke gezagdragers BES van 4 november 2025 (Verhoging
bezoldiging en vergoedingen politieke gezagdragers BES 2024–2026). Deze verhoging
heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2024. Met deze wijziging zijn de bezoldigingsbedragen
en bedragen van vergoedingen voor politieke gezagdragers op Bonaire, Sint Eustatius
en Saba verhoogd. Het kabinet beschouwt dit als een significante verhoging van het
bezoldigingsniveau. Daarnaast zijn de nieuwe bedragen – op gelijke voet met Rijksambtenaren
in Caribisch Nederland – zowel per 1 januari 2025 als per 1 januari 2026 structureel
verhoogd met 1,5%.9
Voorts is er ter opvolging van de afspraak omtrent de bezoldiging en rechtspositie
van politieke gezagdragers die gemaakt is tijdens de conferentie in De Bilt het Adviescollege
Rechtspositie Politieke Ambtsdragers (hierna: ARPA) gevraagd om een advies uit te
brengen over hoe een gelijkwaardig bezoldigingsniveau, in vergelijking met raadsleden,
wethouders en burgemeesters van gemeenten van een vergelijkbare omvang en rekening
houdend met relevante factoren, voor de politieke gezagdragers van Bonaire, Sint Eustatius
en Saba bewerkstelligd kan worden. Na het ontvangen van het advies zal ik dit zorgvuldig
gaan wegen.
De regering ziet de eventuele opvolging van het advies van het ARPA niet als randvoorwaardelijk
voor onderhavig wetsvoorstel. Tijdens de werkconferentie is over zowel de verhoging
van het aantal leden als de bezoldiging een aantal afspraken gemaakt, maar deze zijn
niet aan elkaar gekoppeld. Met de wijziging van 4 november jl. is er reeds een significante
verbetering opgetreden in de rechtspositie en bezoldigingsniveau van de politieke
gezagdragers van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Ook zonder een eventuele verdere
aanpassing van de bezoldiging, kan het aantal leden van de eilandsraden en bestuurscolleges
verhoogd worden. De bezoldiging raakt aan de aantrekkelijkheid van de functie, maar
is niet de enige variabele in de aantrekkelijkheid van het ambt.
13–ChristenUnie
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben vernomen dat de regering fundamenteel
afwijkt van hetgeen is afgesproken op de werkconferentie aangaande de Rijksvertegenwoordiger.
Waarom is de regering teruggekomen op de gemaakte afspraak door de functie van de
Rijksvertegenwoordiger niet te schrappen? Wat was hier de aanleiding toe? Is deze
regering nog steeds voornemens dit te doen? Zo ja, waarom? In hoeverre acht de regering
het hebben van een Rijksvertegenwoordiger te verenigen met het principe van comply
or explain?
Zoals in antwoord op vraag 4 al is toegelicht, verwijs ik hiervoor naar het nog in
voorbereiding zijnde voorstel voor de Herzieningswet WolBES en FinBES.
14–Groep Markuszower
De leden van de Groep Markuszower constateren dat de regering in de memorie van toelichting
stelt dat uitbreiding van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden nodig
is om de bestuurskracht te versterken. Deze leden vragen de regering concreet te maken
welk probleem hiermee precies wordt opgelost. Waar blijkt uit dat het huidige aantal
bestuurders onvoldoende is? Kan per eiland worden aangegeven welke taken niet of onvoldoende
worden uitgevoerd doordat er te weinig politieke capaciteit zou zijn? Zijn daar cijfers,
rapporten of evaluaties van beschikbaar? Waarom is uitbreiding van het aantal politieke
functies de eerste oplossing?
De leden van de Groep Markuszower constateren dat de regering er ook op wijst dat
de eilandsraden kleiner zijn dan gemeenteraden met een vergelijkbaar inwonertal. Deze
leden vragen of dat op zichzelf voldoende reden is om het bestuur uit te breiden.
Is het doel om de eilanden gelijk te trekken met gemeenten in Europees Nederland,
of om concrete bestuurlijke problemen op te lossen? Als het om dat laatste gaat, kan
dan worden aangetoond dat uitbreiding van het aantal politici daadwerkelijk leidt
tot betere besluitvorming en uitvoering?
Een van de doelen van dit wetsvoorstel is om de inrichting van de eilandsbesturen
meer gelijk te trekken met de inrichting van gemeentebesturen. De regering wijst er
op dat er nu een verschil zit tussen de omvang van de eilandbesturen en die van gemeentebesturen.
Aan het begin van dit wetstraject heeft mijn voorganger de vraag gesteld of dit verschil
gerechtvaardigd kan worden? De conclusie is dat dit niet kan. Voor gemeenten geldt
een koppeling tussen het aantal raadsleden en het aantal inwoners en het aantal wethouders
en het aantal raadsleden. Voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldt een vast aantal
raadsleden en gedeputeerden dat al zeer lange tijd niet is aangepast, terwijl het
inwonertal wel is veranderd. Tegelijkertijd hebben deze eilanden minder, althans minder
eenvoudig, manieren om de eigen bestuurskracht te versterken en vormen zij geen onderdeel
van een provincie of waterschap. Een kleiner aantal bestuurders en raadsleden is daarom
een directe beperking voor de bestuurskracht van de eilanden, terwijl de opgaven groter
zijn. De eilandbesturen vragen ook om uitbreiding van hun bestuurscollege. Dit signaal
is tijdens de voorbereiding meermaals gegeven door de drie eilandsbesturen. De regering
ziet geen aanleiding om hier nader onderzoek naar te doen.
3. Hoofdlijnen van het voorstel
De leden van de VVD-fractie vinden dat het voorstel om de verhoging van het aantal
eilandsraadsleden stapsgewijs in te voeren als redelijk voorkomt. Het is immers belangrijk
dat dit proces geleidelijk verloopt. Deze leden hebben daarover geen vragen.
15–GroenLinks-PvdA
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat in het wetsvoorstel ook wordt
geregeld dat er deeltijdgedeputeerden kunnen worden aangesteld en dat de verlofregeling
wordt ingevoerd. Deze leden vinden het van belang dat naast de omvang en de geldelijke
vergoedingen, ook deze aspecten goed geregeld zijn en juichen daarom toe dat ook op
dit vlak de wetgeving zoveel mogelijk gelijk wordt getrokken met die voor gemeenten
in Europees Nederland. Kan de regering aangeven of er nog meer aspecten zijn die kunnen
bijdragen aan het verbeteren van de positie van eilandraden en bestuurscolleges? Zo
ja, welke aspecten zijn dit? Kan de regering in dit licht ook aangeven of er vanuit
de BES-eilanden zelf nog aandachtspunten zijn meegegeven waar dit wetsvoorstel nu
nog niet in voorziet?
Het voornemen van de regering is om in de in voorbereiding zijnde Herzieningswet WolBES
en FinBES met meer voorstellen tot wetswijziging te komen die de positie van het eilandsbestuur
versterken. Hierover heeft meerdere malen bestuurlijk overleg plaatsgevonden, voornamelijk
ook tijdens de werkconferentie. Omdat dit wetsvoorstel nog in voorbereiding is, wil
ik niet op de inhoud vooruitlopen. Daarnaast wordt met het Wetsvoorstel digitaal vergaderen decentrale overheden een bijdrage geleverd aan de mogelijkheden van de eilandsraden te kunnen vergaderen
door in bepaalde uitzonderlijke situaties digitaal vergaderen toe te staan. Met het Wetsvoorstel bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche
beoogt de regering de bepalingen rondom bestuurlijke integriteit te moderniseren.
De regering heeft in het kader van het onderhavige wetsvoorstel niet alle suggesties
vanuit de eilandsbesturen overgenomen. Er is ook gesproken over het veranderen van
de functie van eilandsraadslid in een voltijdsfunctie. De regering vindt voltijds
eilandsraadsleden ongewenst. Tijdens de werkconferentie is ook afgesproken dat de
functie eilandsraadslid een parttime functie blijft. Eilandsraadsleden en gemeenteraadsleden
vervullen hun functie in deeltijd. Dit betekent dat een raadslid er vaak nog een andere
baan naast heeft. Bovendien wonen raadsleden altijd in het openbaar lichaam of in
de gemeente waar zij raadslid zijn. Een raadslid is dus geworteld in de lokale samenleving
en de inzichten en ervaringen die een raadslid hiermee opdoet zijn cruciaal om het
ambt goed te kunnen uitoefenen. Het kabinet ziet geen aanleiding om het ambt van eilandsraadslid
te wijzigen van een deeltijdfunctie naar een voltijdsfunctie.
16–CDA
De leden van de CDA-fractie lezen dat de delegaties van Bonaire, Sint-Eustatius en
Saba hebben aangegeven dat het niet wenselijk wordt geacht om te snel over te gaan
naar het hogere aantal eilandsraadsleden conform de staffel, enerzijds vanwege praktische
uitvoerbaarheid en anderzijds met zorgen over voldoende politieke aanwas. Is de regering
bereid om met de eilanden samen te bezien op welke manier politieke aanwas juist weer
kan toenemen de komende jaren? Zo nee, waarom niet?
Ja, hier ben ik toe bereid. Zoals ook nader is toegelicht in de beantwoording op vraag
1 heb ik aandacht voor de voorbereidingen van de eilandsraadsverkiezingen in maart
2027 en ben ik bezig met initiatieven om kandidaatstelling aan te moedigen c.q. de
politieke aanwas te vergroten en de opkomst te bevorderen. Ik vind het belangrijk
dat de inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba goed geïnformeerd zijn en desgewenst
ondersteund kunnen worden bij de invulling van hun passief kiesrecht. Samen met de
eilandsbesturen werk ik aan een programma waarmee zowel politiek geïnteresseerden
als bestaande politieke partijen geholpen kunnen worden met de oriëntatie op deelname
bij de verkiezingen en wat daarvoor nodig is. In samenwerking met de eilandsbesturen,
ProDemos en het Netherlands Institute for Multiparty Democracy is een programma voor
oriëntatie en ondersteuning op dit gebied ontwikkeld. De uitvoering begint in mei
2026.
Tijdens de werkconferentie zijn ook afspraken gemaakt over een aanpassing van het
groeipad naar de invoering van de gemeentelijke staffel en de noodzaak van een evaluatie
op Bonaire en Saba voordat besloten wordt tot de volgende verhoging. De evaluatie
van de verhoging op Bonaire en Saba zal ook met de eilandsbesturen worden opgepakt.
Deze evaluatie kan tot nieuwe inzichten leiden over het stimuleren van politieke aanwas.
17–CDA
De leden van de CDA-fractie lezen dat voor Bonaire en Saba een evaluatie plaatsvindt
voorafgaand aan verdere verhogingsstappen terwijl voor Sint-Eustatius geen dergelijke
evaluatie is voorzien, omdat dit onderdeel was van de werkafspraken die tijdens de
werkconferentie in De Bilt zijn gemaakt met de eilandsbesturen in 2024. Kan de regering
toelichten wat de aanleiding is geweest om Sint-Eustatius niet te betrekken bij de
gezamenlijke evaluatie?
De reden hiervoor is dat de eilandsbesturen van Bonaire en Saba zorgen hadden over
de uitbreiding die het eilandsbestuur van Sint Eustatius niet heeft. De regering heeft
hier vertrouwd op de inschattingen van de eilandsbesturen. Zo geeft de regering ook
invulling aan de afspraak die hierover tijdens de werkconferentie is gemaakt. Zeker
waar het gaat om de implementatie van nieuwe maatregelen wordt gehecht aan de inzichten
van de betrokken partijen en is het wenselijk dat er ruimte is voor maatwerk. Overigens
geldt ook voor Sint Eustatius dat elke verhoging pas plaatsvindt als de inwerkingtreding
van die bepalingen bij koninklijk besluit wordt vastgesteld.
18–CDA
De leden van de CDA-fractie lezen dat de evaluatie geen wettelijk verplichte voorwaarde
is, maar voortvloeit uit bestuurlijke afspraken. Kan de regering bevestigen dat de
beslissing tot verdere verhoging van het aantal eilandsraadsleden volledig bij koninklijk
besluit plaatsvindt en zo ja, welke toetsingsmaatstaf daarbij wordt gehanteerd?
Ja, dit kan ik bevestigen. Voor elke stap in de verhoging van het aantal raadsleden
wordt de inwerkingtreding van de betreffende bepalingen vastgesteld door middel van
een koninklijk besluit. Met uitzondering van de laatste stap kan hier bij het moment
van inwerkingtreding onderscheid gemaakt worden tussen Bonaire, Saba en Sint Eustatius.
Voor Bonaire en Saba zal de evaluatie de maatstaf zijn, voor Sint Eustatius is het
uitgangspunt dat de volgende stap(pen) gezet worden bij de volgende eilandsraadsverkiezingen.
19–CDA
De leden van de CDA-fractie lezen dat deze wijziging voor Saba naar alle waarschijnlijkheid
betekent dat het aantal eilandgedeputeerden op drie blijft, zoals nu ook het geval
is. Wanneer wordt hier meer duidelijkheid over verschaft? Daarnaast vragen deze leden
of de regering kan onderbouwen op welke manier de voorgestelde verhouding tussen raad
en bestuurscollege voldoende waarborgen biedt voor effectieve controle en tegenmacht.
Anders dan deze leden veronderstellen heeft Saba momenteel twee eilandgedeputeerden,
net als Sint Eustatius. Dit wetsvoorstel realiseert derhalve dat er een derde eilandgedeputeerde
komt voor Saba. De verwachting is wel dat, gelet op het inwonertal van Saba, het aantal
eilandgedeputeerden op Saba drie zal blijven. Pas als er elf eilandsraadsleden zijn,
zal er een vierde eilandgedeputeerde kunnen zijn. Dat betekent dat Saba ten minste
3.001 inwoners zou moeten hebben. De verwachting is dat Saba ongeveer 2.300 inwoners
zal hebben in 2050.10
20–CDA
De leden van de CDA-fractie lezen dat tegen een besluit tot het verlenen van verlof
aan een eilandgedeputeerde geen bezwaar of beroep openstaat. Deze leden vragen de
regering hoe deze uitsluiting zich verhoudt tot het beginsel van rechtsbescherming
zoals neergelegd in de Wet administratieve rechtspraak BES. Kan de regering nader
motiveren waarom hier is gekozen voor volledige uitsluiting van rechtsmiddelen?
De keuze tot uitsluiting van rechtsbescherming is ingegeven door meerdere overwegingen.
In praktische zin speelt een rol dat de duur van een bezwaarprocedure langer zal zijn
dan de duur van het mogelijke verlof. Daar komt bij dat voorkomen moet worden dat
in een procedure de ziekte ter discussie kan worden gesteld. Daarom is in de wet opgenomen
dat de beslissing gebaseerd wordt op medisch advies. Er is hier sprake van een gebonden
besluit; er is dus geen afwegingsruimte. Dat betekent dat rechtsbescherming niet nodig
is.
22–BBB
De leden van de BBB-fractie lezen in de memorie van toelichting (paragraaf 3.1.1)
dat voor Bonaire en Saba elke volgende verhogingsstap afhankelijk is van een evaluatie
op basis van onder andere «lijstuitputting» en de bereidheid van bewoners om zich
verkiesbaar te stellen. Deze leden hebben hierover de volgende vragen. Waarom is er
voor Sint Eustatius expliciet gekozen om géén evaluatie uit te voeren bij de tussenstappen?
Kan de regering garanderen dat er op Sint Eustatius wél voldoende politieke aanwas
is en op welke objectieve gegevens is dit vertrouwen gebaseerd aangezien de regering
zelf toegeeft hier louter te varen op de «inschatting» van het lokale bestuur? Kan
de regering toelichten hoe de evaluatiecriteria zoals «lijstuitputting» en politieke
participatie concreet worden gemeten?
Zoals hiervoor is toegelicht in antwoord op vraag nummer 17, vertrouwt de regering
ten aanzien van het al dan niet nodig zijn van een tussentijdse evaluatie op de inschatting
van de eilandsbesturen. De wet maakt het daarbij mogelijk om de uitbreiding op Sint
Eustatius alsnog uit te stellen als daar een noodzaak toe is, bijvoorbeeld als op
een later moment wel een evaluatie wordt afgesproken met het eilandsbestuur en de
uitkomsten hier aanleiding toe geven. Dit kan, omdat ook voor Sint Eustatius een koninklijk
besluit nodig is voor inwerkingtreding van de bepalingen die de volgende verhoging
regelen. Daarbij wordt wel benadrukt dat het uitgangspunt is dat dat uitstel niet
plaats zal vinden.
De regering heeft ervoor gekozen niet al te gedetailleerd in te willen gaan op de
uit te voeren evaluatie. De reden hiervoor is dat de evaluatie samen met Bonaire en
Saba opgezet wordt en ook de onafhankelijke onderzoeker(s) de professionele ruimte
moet hebben voor de operationalisering van de leidende criteria en hoe dit het beste
gemeten kan worden.
23–BBB
De leden van de BBB-fractie lezen in paragraaf 3.1 van de memorie van toelichting
dat het lage aantal raadsleden momenteel leidt tot een hoge werklast. Deze leden hebben
de volgende vragen. Hoe rijmt de regering de wens om de bestuurskracht te vergroten
met de introductie van deeltijdeilandgedeputeerden? Bestaat het risico niet dat door
deeltijdfuncties de effectiviteit van het bestuur juist verwatert, terwijl de eilanden
juist voor «grote opgaven» staan?
Deeltijdgedeputeerden worden als mogelijkheid toegevoegd aan de WolBES; het wordt
geen verplichting hier gebruik van te maken. Ik heb er vertrouwen in dat de eilandsbesturen
hier zelf een goede afweging over kunnen maken. Net als bij gemeenten en provincies,
is er in bepaalde gevallen ook een mogelijkheid opgenomen om in dat geval meer eilandgedeputeerden
te benoemen. Dit is verwerkt in het derde lid van het voorgestelde artikel 38. Deze
hogere aantallen zijn gebaseerd op criterium dat het maximum aantal eilandgedeputeerden
met deeltijdfunctie neerkomt op 30% van het aantal eilandsraadsleden. Deze mogelijkheid
ontstaat als de eilandsraad tenminste 19 leden heeft.
Dit is in aanvulling op het feit dat Bonaire, Sint Eustatius en Saba met de voorgestelde
uitbreiding iets meer eilandgedeputeerden zullen hebben dan dat gemeenten wethouders
hebben.
24–BBB
Zijn er scenario’s doorgerekend waarin het aantal raadsleden en gedeputeerden wordt
verhoogd, maar de verwachte bestuurskracht niet toeneemt? Wat is dan het plan van
de regering? Is er een risico dat de uitbreiding van het bestuur en de introductie
van deeltijdfuncties leidt tot meer bureaucratie en minder slagkracht, terwijl juist
bestuurskracht het doel is?
Ik acht het aannemelijk dat met name het uitbreiden van het bestuurscollege zal bijdragen
aan meer bestuurskracht. Door alle betrokken partijen, op alle drie de eilanden is
in de voorbereiding van dit wetsvoorstel herhaaldelijk het signaal gegeven dat hier
behoefte aan is om het bestuur te versterken. Bij zowel het bestuurscollege als de
eilandsraad ontstaan meer mogelijkheden voor portefeuilleverdeling door een groter
aantal eilandgedeputeerden en eilandsraadsleden. Het verhogen van alleen het aantal
eilandgedeputeerden zou daarnaast ook zorgen voor een disbalans tussen het aantal
eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden. Dan zouden er bijvoorbeeld op Saba en Sint
Eustatius vier leden in het bestuurscollege zitten en vijf in de eilandsraad. Dat
staat niet in verhouding tot elkaar.
Tegelijkertijd garandeert de WolBES geen bestuurskracht of maatschappelijke resultaten.
De wet bepaalt wel wat de bestuurlijke kaders en randvoorwaarden voor het eilandsbestuur
zijn. Met dit voorstel krijgen de eilandsbesturen meer eigen afwegingsruimte om zelf
invulling aan het eigen bestuur te geven gelet op de lokale (politieke) situatie en
opgaven.
Daarnaast wijs ik erop dat bestuurskracht niet het enige doel is van het wetsvoorstel.
Het gaat ook om het versterken van de lokale democratie, het vergroten van de representatie
van de inwoners in de eilandsraad en het verder harmoniseren – met inachtneming van
de toepassing van het principe van «comply or explain» – van de WolBES met de Gemeentewet.
25–SGP
De leden van de SGP-fractie vragen een nadere toelichting op de rol die het voorgestelde
proces kan hebben op de beoogde doelstelling. Enerzijds beoogt de regering hoe dan
ook te komen tot een gelijkwaardige verdeling van het aantal leden ten opzichte van
gemeenten in Europees Nederland. Anderzijds wordt bewust gekozen voor evaluaties met
het oog op het risico van lijstuitputting en te beperkte aanwas om tijdig aan de nieuwe
aantallen te voldoen. In hoeverre kan volgens de regering ook resultaat van het proces
zijn dat de beoogde aantallen voor de eilanden niet realistisch blijken en dat maatwerk
nodig blijkt? Houdt de regering onverkort vast aan het principe of is afwijking mogelijk?
Als uit een evaluatie blijkt dat een openbaar lichaam niet toe is aan een verdere
verhoging van het aantal eilandsraadsleden, zal deze niet doorgaan bij de eerstvolgende
eilandsraadsverkiezing. Het doel van deze wet is om toe te werken naar het model dat
voor gemeenten ook geldt voor de omvang van de gemeenteraad c.q. de gemeentelijke
staffel. Dit betekent dat als er een negatieve uitkomst is van de evaluatie ik deze
vooral zie als basis voor een extra inspanning om bij de volgende verkiezingen voor
de eilandsraad die verhoging wel verantwoord te maken. Het uitgangspunt is dat uitstel
na een negatieve uitkomst van een evaluatie eenmalig is. Ik acht het ook niet aannemelijk
dat op Bonaire, Sint Eustatius en Saba fundamenteel geen volksvertegenwoordiging van
eenzelfde omvang als van een gemeente van vergelijkbare omvang mogelijk zou zijn.
Ik heb er vertrouwen in dat dit met de juiste implementatiemaatregelen passend zal
zijn.
Uiteindelijk gaat het hier over een wet die ten minste 12 jaar nodig heeft om zijn
uiteindelijke effect te bereiken. Dat betekent dat gedurende de looptijd van deze
wet veel kan veranderen. Indien de werkelijkheid zich anders ontwikkelt dan verwacht,
kan aanpassing nodig zijn. Maar dat vraagt dan wel om nieuwe wetgeving.
26–ChristenUnie
De leden van de ChristenUnie-fractie zien dat de stappen voor het verhogen van het
aantal eilandsraadsleden afhankelijk is van een gezamenlijke evaluatie. Deze evaluatie
is een essentieel onderdeel van het proces. Daarom vragen deze leden waarom de regering
ervoor gekozen heeft deze evaluatie niet wettelijk te borgen. Aansluitend vragen zij
waarom er voor Sint-Eustatius geen evaluatie zal plaatsvinden. Waarom is hiervoor
gekozen? Wat was de argumentatie van de verschillende eilanden? Waarom heeft de regering
niet één lijn gekozen?
Tijdens de werkconferentie is afgesproken dat er na elke stap in de verhoging op Bonaire
en Saba een evaluatie gaat plaatsvinden voordat een volgende stap kan ingaan. Voor
de uitvoering hiervan acht de regering het systeem dat voor elke volgende stap in
de verhoging een koninklijk besluit nodig is, een voldoende waarborg. Het wettelijk
vastleggen van de evaluatie is niet nodig, nu hier duidelijke afspraken over bestaan
en de beoogde uitwerking wel in de memorie van toelichting is opgenomen. Het voordeel
van het niet exact wettelijk vastleggen is dat er ruimte bestaat om – in overleg met
de eilandsbesturen – en de uitvoerders van de evaluatie tot nieuwe inzichten te komen
over de exacte uitvoering.
De reden dat voor Sint Eustatius geen evaluatie zal plaatsvinden is dat het eilandsbestuur
dit niet nodig acht en de regering op deze inschatting, en de met Sint Eustatius in
De Bilt gemaakte afspraak hierover, vertrouwt. Een overweging bij Bonaire en Saba
om wel evaluaties wenselijk te vinden, zit onder meer in zorgen over de effecten van
een te snelle groei op de kwaliteit van het functioneren van de eilandsraad en de
vraag of er voldoende interesse is in het ambt van eilandsraadslid.
27–ChristenUnie
De leden van de ChristenUnie-fractie zien dat tijdens de werkconferentie de wens is
geuit om het aantal eilandgedeputeerden te verhogen, waarbij de verhouding tussen
eilandraadsleden en eilandgedeputeerden afwijkt van de verhouding zoals die bij gemeenten
nu geldt. Deze leden vragen naar de argumentatie bij deze afwijking en vragen de regering
te motiveren waarom zij deze afwijking passend acht.
Het takenpakket van Bonaire, Sint Eustatius en Saba is anders dan dat van een gemeente.
De eilanden zijn niet provinciaal ingedeeld. Door de afwezigheid van waterschappen
op Bonaire, Sint Eustatius en Saba is ook de waterstaatkundige verzorging van de eilanden
grotendeels een verantwoordelijkheid van het lokaal bestuur. Hoewel de mogelijkheid
bestaat voor de bestuursorganen om onderling of met gemeenten in Europees Nederland
samen te werken, is de realiteit ook dat de ligging, het insulaire karakter en deels
ook het andere rechtsstelsel dat op de eilanden geldt, deze samenwerking minder voor
de hand liggend maakt dan voor gemeenten het geval is. Daar staat weliswaar tegenover
dat een deel van de taken die gemeenten uitvoeren voor deze eilanden worden uitgevoerd
door diensten bij de RCN, maar alles bij elkaar genomen is er een bijzondere opgave
voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Meer eilandgedeputeerden zorgt dat er een betere
verdeling van de grote hoeveelheid taken mogelijk is.
28–Groep Markuszower
De leden van de Groep Markuszower begrijpen dat het aantal zetels stapsgewijs wordt
verhoogd en uiteindelijk gekoppeld wordt aan een staffel op basis van inwonertal.
Deze leden vragen of dit model wel past bij kleine gemeenschappen. Hoe verhoudt het
toekomstige aantal raadsleden per inwoner zich tot dat van vergelijkbare gemeenten
in Nederland? De leden van de Groep Markuszower maken zich zorgen over de praktische
uitvoerbaarheid. In kleine gemeenschappen is het aantal politiek actieve en geschikte
kandidaten beperkt. Hoe realistisch is het dat er voldoende gekwalificeerde kandidaten
beschikbaar zijn bij uitbreiding van het aantal zetels? Is onderzocht of dit kan leiden
tot versnippering van het politieke landschap of tot situaties waarin mensen meerdere
functies combineren?
Met dit wetsvoorstel wordt via verschillende stappen toegewerkt naar het stelsel dat
voor gemeenten al geldt. Het aantal raadsleden waar naartoe gewerkt wordt, is dus
hetzelfde als het aantal raadsleden dat gemeenten met een vergelijkbaar inwonertal
hebben. Verboden voor het aangaan van andere functies zijn alleen aangewezen wanneer
dat noodzakelijk is voor zuivere institutionele verhoudingen: de WolBES bevat reeds
bepalingen voor deze zogeheten incompatibiliteiten. Dit is geregeld in artikel 14
van de WolBES. Dit wetsvoorstel verandert hier niets aan. Daarbij wijs ik er ook op
dat het zowel bij een gemeenteraad als een eilandsraad gaat om lekenbestuur. Raadsleden
hebben dus geen bepaalde kwalificatie nodig. Ik acht een onderzoek naar de risico’s
van versplintering door een verhoging van het aantal leden van de eilandsraad niet
nodig. Sterker nog, in onze representatieve democratie is het juist een voordeel van
dit wetsvoorstel dat de verschillende opvattingen van de inwoners beter weerspiegeld
kunnen worden in de eilandsraad.
29–Groep Markuszower
De leden van de Groep Markuszower constateren dat het aantal gedeputeerden wordt verruimd
en flexibeler wordt gemaakt. Kan de regering toelichten op basis van welke concrete
gegevens is vastgesteld dat het huidige aantal gedeputeerden onvoldoende is? Hoe wordt
voorkomen dat uitbreiding leidt tot hogere kosten zonder aantoonbare verbetering van
de bestuurskwaliteit?
De leden van de Groep Markuszower hebben vragen bij de mogelijkheid van deeltijdgedeputeerden.
De regering stelt dat de bestuurlijke opgaven zwaar zijn. Hoe verhoudt zich dat tot
het toestaan van deeltijdfuncties? Bestaat niet het risico dat verantwoordelijkheden
minder duidelijk worden en dat de slagkracht van het bestuur afneemt?
Voor het antwoord op de vraag op welke basis is vastgesteld dat het huidige aantal
eilandgedeputeerden onvoldoende is, wordt verwezen naar het antwoord op de vragen
14 en 27.
Verder vragen de leden naar de verbetering van de bestuurskwaliteit. De WolBES kan
op zichzelf niet de bestuurskwaliteit garanderen, maar de regering is van mening dat
deze wet daar wel een belangrijke randvoorwaarde voor is. Verder vragen de leden van
de Groep Markuszower naar de mogelijkheid van deeltijdgedeputeerden. Ik heb er vertrouwen
in dat de eilandsbesturen hier zelf een goede afweging over kunnen maken binnen de
voorgestelde wettelijke kaders. Met dit voorstel krijgen de eilandsbesturen meer eigen
afwegingsruimte om zelf invulling aan het eigen bestuur te geven gelet op de lokale
(politieke) situatie en opgaven. Voor de verdere beantwoording wordt verwezen naar
het antwoord op vraag nummer 23.
4. Verhouding tot hoger en ander recht
30–GroenLinks-PvdA
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat in Europees Nederland gemeenten
vaak aangesloten zijn bij gemeenschappelijke regelingen waardoor de gemeenteraad indirect
ook op deze verbonden partijen controle moeten uitoefenen. Kan de regering aangeven
of dit vraagstuk ook speelt bij de BES-eilanden?
De bestuursorganen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba kunnen gemeenschappelijke regelingen
treffen. Dit is in een apart hoofdstuk in de Wet gemeenschappelijke regelingen geregeld.
Voor zover mij bekend wordt hier op het moment geen gebruik van gemaakt.
31–CDA
De leden van de CDA-fractie lezen dat dit wetsvoorstel strekt tot wijziging van de
bestuurlijke inrichting van de openbare lichamen als bedoeld in artikel 132a van de
Grondwet. Deze leden vragen de regering hoe deze wijziging zich verhoudt tot het uitgangspunt
van passende autonomie en lokale verantwoordelijkheid binnen het Koninkrijk. Kan de
regering toelichten waarom niet is gekozen voor een grotere mate van lokale beslissingsruimte
bij de vaststelling van het aantal eilandgedeputeerden?
Met dit wetsvoorstel worden de mogelijkheden van de eilandsbesturen om zelf keuzes
te maken over de omvang van het bestuurscollege verruimd door met een ondergrens te
komen van drie en een maximum dat gekoppeld is aan het aantal raadsleden, waardoor
de verhouding tussen de grootte van het bestuurscollege en van de eilandsraad ook
in balans blijft. Daarnaast ontstaat de mogelijkheid om met deeltijdgedeputeerden
te gaan werken. Voor een grotere lokale beslissingsruimte zie ik geen gronden: ook
gemeenten, waterschappen en provincies hebben in beperkte zin beslissingsruimte over
het vaststellen van het aantal bestuurders. In andere woorden wordt voor dit wetsvoorstel
aangesloten bij de systematiek zoals dat is ingericht voor de decentrale bestuurslagen
in Europees Nederland. Bovendien is in artikel 132, eerste lid, juncto artikel 132a,
tweede lid, van de Grondwet vastgelegd dat de samenstelling van het bestuur wordt
geregeld bij wet in formele zin.
5. Financiële gevolgen
32–D66
De leden van de D66-fractie hebben de volgende vragen. In tabel 3 staat dat de wisselkoers
is aangegeven van United States Dollar (USD) naar eurobedragen. Weergegeven is echter
de wisselkoers van eurobedragen naar USD. Als deze wisselkoers wordt omgerekend naar
de wisselkoers van USD naar eurobedragen, bedraagt de wisselkoers ongeveer 0,909 euro
wat afgerond 0,91 euro is. In de tabellen 3 en 4 is echter gerekend met een wisselkoers
van USD naar eurobedragen van 0,90. Kan de regering aangeven welke wisselkoers bedoeld
is te hanteren? Graag aangeven in USD naar Euro waarbij aangegeven wordt hoeveel 1
USD in Euro is. Kan de regering aangeven wat dan de financiële gevolgen zijn van de
verhoging van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden in de jaren 2027,
2031 en 2035? Daarbij graag in tabel 4 ook uitgesplitst naar de jaren 2027, 2031 en
2035.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt elk jaar, in samenspraak
met het Ministerie van Financiën, een zogeheten begrotingskoers vast voor de wisselkoers
tussen bedragen in United States Dollar (USD) en euro. De regering betaalt middelen
aan Bonaire, Sint Eustatius en Saba in de meeste gevallen uit in USD. Het risico van
koersschommelingen wordt door het Rijk opgevangen. Uitgangspunt is namelijk dat het
bedrag in USD gelijk blijft voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zodat zij niet benadeeld
worden door koerswijzigingen. Bij dit wetsvoorstel en de manier waarop de eilanden
financieel gecompenseerd worden ga ik dus uit van de bedragen in USD. Voor de openbare
lichamen zullen deze dollarbedragen op jaarbasis niet veranderen. In de memorie van
toelichting heb ik de bedragen ook in euro’s weergegeven om de toelichting bij het
wetsvoorstel transparant te maken. De precieze financiële gevolgen van het wetsvoorstel
voor het Rijk, zijn daarom een indicatie die niet vooraf in alle precisie vast te
stellen is.
De begrotingskoers die is gehanteerd is 1,10 (1 euro is 1,10 US dollar). Deze is consequent
toegepast en vooral ter illustratie van de financiële gevolgen in euro’s voor de Rijksbegroting.
De gehanteerde begrotingskoers van 1,10 is gebaseerd op de Macro-Economische Verkenning
2025 van het Centraal Planbureau. In de memorie van toelichting is de gehanteerde
wisselkoers inderdaad afgerond op 0,90. De aan het woord zijnde leden constateren
terecht dat de niet-afgeronde wisselkoers 0,909 is.
Ik constateer dat er een fout zit in de berekening van de financiële gevolgen voor
de verhoging van het aantal eilandsraadsleden op Sint Eustatius per 2031. In plaats
van een verhoging van zeven naar elf eilandsraadsleden te berekenen, is er foutief
rekening gehouden met een verhoging van zeven naar negen eilandsraadsleden per 2031.
Dit zet ik graag recht. Voorts ga ik onderstaand ook in op de financiële gevolgen
voor de verhoging van het aantal eilandgedeputeerden, uitgesplitst naar de jaren 2027,
2031 en 2035. De financiële gevolgen vanaf het laatstgenoemde jaartal – 2035 – ontbrak
in de memorie van toelichting.
Omdat de bezoldiging en vergoedingen voor politieke gezagdragers met het besluit van
4 november 2025 tot wijziging van het Rechtspositiebesluit politieke gezagdragers
BES (verhoging bezoldiging en vergoedingen politieke gezagdragers BES 2024–2026) zijn
verhoogd zijn de eerder in kaart gebrachte financiële gevolgen van dit wetsvoorstel
inmiddels gedateerd. Voor de nieuwe berekening van de kosten van dit wetsvoorstel
voor de eilandsbesturen, ga ik uit van de bezoldiging en vergoedingen voor politieke
gezagdragers BES die sinds 1 januari 2026 geldig zijn.
Tabel 1. Vergoeding en tegemoetkoming eilandsraadsleden op jaarbasis sinds 1 januari
2026 in USD
Inwonersklasse
Vergoeding op jaarbasis
Tegemoetkoming in de kosten op jaarbasis
1
9.589
1.411
2
10.718
1.501
3
12.033
1.595
4
13.254
1.690
5
14.477
1.780
Tabel 2. Bezoldiging eilandgedeputeerden op jaarbasis sinds 1 januari 2026 in USD
Inwonersklasse
Bezoldiging op jaarbasis
1
67.590
2
77.078
3
86.566
4
96.056
5
105.543
Tabel 3. Kosten n.a.v. stapsgewijze verhoging van het aantal eilandsraadsleden naar
boven afgerond in hele bedragen
Stap 1 (2027)
Stap 2 (2031)
Stap 3 (2035)
Bonaire
27.256
81.768
136.280
Sint Eustatius
22.000
66.000
66.000
Saba
22.000
44.000
44.000
Totaal in USD
71.256
191.768
246.280
Totaal in euro
64.772
174.317
223.869
Tabel 4. Kosten n.a.v. stapsgewijze verhoging van het aantal eilandgedeputeerden uitgaande
van het maximum aantal eilandgedeputeerden naar boven afgerond in hele bedragen
Stap 1 (2027)
Stap 2 (2031)
Stap 3(2035)
Bonaire
86.5661
173.1322
173.132
Sint Eustatius
67.590
135.1801
135.180
Saba
67.590
67.590
67.590
Totaal
221.746
375.902
375.902
Vakantie- en eindejaarsuitkering van 8,33%
18.471
31.313
31.313
Toelage representatiekosten van 6%
13.305
22.554
22.554
Saba/Statiatoelage van 2,5%
3.380
5.069
5.069
Totaal bezoldiging en toelagen in USD
256.902
434.838
434.838
Totaal in euro
233.524
395.268
395.268
X Noot
1
Uitgaande van maximaal vier eilandgedeputeerden.
X Noot
2
Uitgaande van maximaal vijf eilandgedeputeerden.
Tabel 5. Tegemoetkoming Rijk voor kosten n.a.v. stapsgewijze verhoging van het aantal
eilandgedeputeerden naar boven afgerond in hele bedragen
Stap 1 (2027)
Stap 2 (2031)
Stap 3(2035)
Bonaire
86.566
86.566
86.566
Sint Eustatius
67.590
67.590
67.590
Saba
67.590
67.590
67.590
Totaal
221.746
221.746
221.746
Vakantie- en eindejaarsuitkering van 8,33%
18.471
18.471
18.471
Toelage representatiekosten van 6%
13.305
13.305
13.305
Saba/Statiatoelage van 2,5%
3.380
3.379,50
3.379,50
Totaal bezoldiging en toelagen in USD
256.902
256.902
256.902
Totaal in euro
233.524
233.524
233.524
De kosten van de toename van het aantal gedeputeerden is niet precies weer te geven,
omdat Bonaire vanaf de eerste stap en Sint Eustatius vanaf de tweede stap keuzeruimte
heeft ten aanzien van het aantal gedeputeerden. De regering acht het redelijk om Bonaire,
Sint Eustatius en Saba te compenseren voor de verhoging van één eilandgedeputeerde
per eiland (zie tabel 5). In hoeverre de eilandsbesturen over willen gaan tot het
maximum aantal eilandgedeputeerden binnen de wettelijk aangegeven bandbreedte is een
eilandelijke aangelegenheid en behoort tot de autonome sfeer van de eilandsbesturen.
Gelet hierop acht de regering het passender om deze financiële gevolgen over te laten
aan Bonaire en Sint Eustatius. Aangezien de omvang van het BES-fonds jaarlijks geïndexeerd
wordt op basis van een methodiek die gekoppeld is aan de ontwikkeling van het bruto
binnenlands product (BBP) kan redelijkerwijs gesteld worden dat Bonaire en Sint Eustatius
de financiële gevolgen uit het BES-fonds kunnen dekken.
33–D66
De leden van de D66-fractie vragen of de regering kan aangeven wat de financiële gevolgen
voor de verhoging van de eilandsraden voor Sint Eustatius is als de verhoging van
het aantal eilandsraadsleden overeenkomstig tabel 1 gaat in het jaar 2027 van zeven
naar elf leden in plaats van vijf naar zeven zoals weergegeven in tabel 3.
Er wordt voor het antwoord verwezen naar het antwoord op de voorgaande vraag.
34–D66
De leden van de D66-fractie zien dat in paragraaf 5.1.3 verschillende bedragen worden
genoemd die bij elkaar opgeteld worden. De uitkomst is anders dan de regering stelt,
namelijk niet USD 20.580,12, maar USD 22.161,12. In de tekst wordt ook aangegeven
dat 2,5 procent van USD 18.972 gelijk is aan USD 469,80. Kan de regering aangeven
wat de juiste bedragen en juiste optelsom zou moeten zijn in paragraaf 5.1.3? Kan
de regering aangeven in welke inwonersklasse een eilandgedeputeerde van Bonaire is
ingedeeld, aangezien in paragraaf 5.1.2 staat aangegeven dat dit inwonersklasse 4
is en in paragraaf 5.1.3 staat dat die inwonersklasse 3 is van het Rechtspositiebesluit
politieke gezagdragers BES?
De leden van de D66-fractie wijzen op een fout in de berekening van de financiële
gevolgen van de verlofregeling en vervanging van eilandgedeputeerden. Er is inderdaad
een marginale fout in de berekening gekropen, namelijk bij de berekening van 2,5 procent
van USD 18.972: dat is niet USD 469,80, maar USD 474,30 of wel afgerond USD 474.
In totaal bedragen de structurele kosten van de verlof- en vervangingsregeling op
jaarbasis € 100.000. Dit bedrag zeg ik in dollarbedragen toe: USD 110.000 waarvan
USD 33.000 voor zowel Sint Eustatius als Saba en USD 44.000 voor Bonaire. Deze toezegging
is ook ruimer dan de bijgestelde financiële gevolgen aan de hand van de meest recente
wijziging van het Rechtspositiebesluit politieke gezagdragers BES.
Een eilandgedeputeerde van Bonaire is ingedeeld in inwonersklasse 3 van het Rechtspositiebesluit
politieke gezagdragers BES. Gedurende een bestuursperiode, dat wil zeggen de periode
tussen de jongste en de eerstvolgende eilandsraadsverkiezingen, kan de eilandsraad
een verzoek indienen voor een zogeheten opclassificatie. De Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties11 is bevoegd met het honoreren of afwijzen van een dergelijk verzoek. Voor de bestuursperiode
2023–2027 is Bonaire in verband met een opclassificatie ingedeeld in inwonersklasse
4.
Ik licht deze systematiek graag nader toe. Op grond van het Rechtspositiebesluit decentrale
politieke ambtsdragers en het Rechtspositiebesluit politieke gezagdragers BES kan
een gemeente of een openbaar lichaam tijdelijk op grond van bijzondere omstandigheden
in een andere inwonersklasse worden geplaatst dan die waartoe zij ingevolge haar aantal
inwoners behoort. Dit wordt opclassificatie genoemd. Deze opclassificatie is een beleidsinstrument
om tijdelijk de bezoldiging in afzonderlijke gemeenten of openbare lichamen te kunnen
verhogen. Om voor opclassificatie in aanmerking te komen, moet duidelijk worden aangetoond
dat de bestuurslast voor de politieke ambtsdragers respectievelijk politieke gezagdragers
BES in uitzonderlijke mate uitsteekt boven de gebruikelijke bestuurslast in de betreffende
inwonersklasse. Bij opclassificatie gaan automatisch alle politieke ambtsdragers of
alle politieke gezagdragers van de gemeente respectievelijk openbaar lichaam in kwestie
mee in de verhoging van de salariëring.
Bij opclassificatie komen de extra kosten van de bezoldiging voor rekening van de
gemeente of het openbaar lichaam in kwestie. Daarom is voor de berekening van de financiële
gevolgen van dit wetsvoorstel uitgegaan van de inwonersklasse waar Bonaire toe behoort
zonder de opclassificatie, namelijk: inwonersklasse 3.
35–GroenLinks-PvdA
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben enkele financiële vragen. Deze leden
constateren dat er in de financiële onderbouwing enkele feitelijke onjuistheden zitten.
Zo wordt in de financiële tabel geen rekening gehouden met het doorgroeien van het
aantal eilandraadsleden op Sint-Eustatius naar elf leden, maar slechts tot negen leden.
Kan de regering aangeven hoe de financiële tabel eruit komt te zien als er wel tot
elf raadsleden wordt opgeteld? Ook lijkt er sprake van het gebruik van verschillende
wisselkoersen tussen de Euro en de USD. Kan de regering hier een nadere toelichting
op geven? Kloppen deze wisselkoersen of zit dit anders? Ook ontvangen deze leden graag
een toelichting op de vraag in welke inwonersklasse een eilandgedeputeerde van Bonaire
is ingedeeld.
Voor het antwoord op de eerste drie deelvragen wordt verwezen naar het antwoord op
vraag 32. Voor het antwoord op de laatste deelvraag wordt verwezen naar het antwoord
op vraag 34.
36–ChristenUnie
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben vragen bij de financiële gevolgen zoals
nu toegelicht in de memorie van toelichting. Kan de regering opnieuw controleren of
hetgeen zij in de memorie van toelichting heeft berekent, klopt? Bijvoorbeeld aangaande
de wisselkoersen, juiste aantal eilandsraadsleden en juiste optelsommen. Welke financiële
effecten hebben juiste berekening van hetgeen in het wetsvoorstel is beoogd?
Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar het antwoord op vraag 32.
37–ChristenUnie
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of het klopt dat er bij de financiële
gevolgen van het wetsvoorstel geen rekening gehouden is met verhoging van de bezoldiging.
Wat zijn de financiële gevolgen van verhoging van de bezoldiging wanneer voor vergelijkbare
bezoldiging gekozen wordt als geldt voor gemeenteraadsleden en wethouders?
De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren terecht dat er bij de financiële
gevolgen van het wetsvoorstel geen rekening is gehouden met een eventuele toekomstige
verhoging van de bezoldiging. De reden hiervoor is dat de regering in afwachting is
van het advies van het Adviescollege Rechtspositie Politieke Ambtsdragers. Na de ontvangst
van het advies moet de regering nog wegen welke opvolging hieraan gegeven moet worden.
Voor de financiële gevolgen van dit wetsvoorstel kan de regering enkel een berekening
maken aan de hand van de bezoldigingen en vergoedingen conform het vigerend Rechtspositiebesluit
politieke gezagdragers Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
38–Groep Markuszower
De leden van de Groep Markuszower constateren dat de structurele kosten van dit wetsvoorstel
oplopen tot enkele tonnen per jaar, afhankelijk van het groeipad en het aantal gedeputeerden.
Deze leden vragen de regering om helder uiteen te zetten wat de totale structurele
kosten zijn wanneer de maximale uitbreiding is bereikt. Wat betekenen deze kosten
per inwoner? Hoe verhouden deze bedragen zich tot vergelijkbare gemeenten in Europees
Nederland?
Voor het antwoord op de eerste deelvraag verwijs ik u naar het antwoord op vraag 32.
Volledigheidshalve heb ik de kosten per eiland zoals opgenomen in tabel 4 gedeeld
door het aantal inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Ik heb hiervoor het
aantal inwoners zoals bekend per 1 januari 2025 gebruikt.12
Tabel 6. Kosten per inwoner eilandgedeputeerden wanneer maximale uitbreiding van het
aantal eilandgedeputeerden is bereikt in USD
Bonaire
5,14
Sint Eustatius
20,18
Saba
20,39
NB. Het gaat hier om de kosten voor het maximum aantal eilandgedeputeerden op basis
van de bandbreedte, met dien verstande dat deze kosten ook lager kunnen uitpakken
wanneer Bonaire en Sint Eustatius niet voor het maximum aantal kiezen. Er kan daarom
niet van structurele kosten per inwoner gesproken worden.
Een vergelijking met de kosten per inwoner in vergelijkbare gemeenten in Europees
Nederland acht ik niet zinvol, vanwege de vele factoren waardoor Bonaire, Sint Eustatius
en Saba zich wezenlijk onderscheiden van het Europees deel van Nederland. Ten aanzien
van het aantal eilandsraadsleden gaat met dit wetsvoorstel op termijn dezelfde regeling
gelden als al geldt voor het aantal leden van gemeenteraden. Voor het aantal gedeputeerden
gaat grotendeels eenzelfde regeling gelden als voor het aantal wethouders.
7. Evaluatie
39–CDA
De leden van de CDA-fractie lezen dat de regering voornemens is om de evaluatie van
onderhavige wet na zeven jaar plaats te laten vinden. Dit heeft te maken met de uitgesproken
wens van de regering om zowel onderhavige wet als het bredere Herzieningswetsvoorstel
tegelijkertijd te evalueren. Verwacht de regering dat over zeven jaar voldoende informatie
beschikbaar is voor een evaluatie van de Herzieningswet nu nog niet bekend is wanneer
deze wet wordt behandeld in de Kamer en in werking zou treden? Daarnaast schrijft
de regering dat bij deze evaluatie de verhoging van het aantal leden van de eilandsraden
buiten beschouwing worden gelaten, omdat over zeven jaar pas een deel hiervan heeft
plaatsgevonden. Vindt over dit deel van onderhavig wetsvoorstel apart een evaluatie
plaats op een later moment, of is de regering voornemens dit helemaal niet meer te
doen?
De leden van de fractie van het CDA wijzen er terecht op dat een evaluatie na zeven
jaar alleen zin heeft als de Herzieningswet WolBES en FinBES niet al te lang na het
onderhavige wetsvoorstel in werking treedt. Het uitgangspunt is een evaluatie na vijf
jaar. Ik streef ernaar de Herzieningswet WolBES en FinBES rond de zomer voor advies
aan de bieden aan de Afdeling Advisering van de Raad van State. Daarmee is er een
reële kans dat deze wet twee jaar na de onderhavige wet in werking kan treden, namelijk
per 1 januari 2029. Mocht bij de behandeling van het herzieningswetsvoorstel blijken
dat dit toch niet reëel is, kan overwogen worden bij die behandeling om de termijn
voor de evaluatie te verlengen.
Met betrekking tot de stapsgewijze verhoging van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden
zullen er te zijner tijd ook meerdere evaluaties van de stappen in het groeipad zijn
geweest. Vooralsnog schat de regering in dat dit tezamen een voldoende beeld geeft.
Mocht te zijner tijd wel behoefte zijn aan een verdere evaluatie, dan is dit ook mogelijk
zonder expliciete wettelijke grondslag.
8. Advies en consultatie
40–GroenLinks-PvdA
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het belangrijk dat de bestuurskracht
op de BES-eilanden wordt versterkt. Deze leden vragen de regering welke andere voorstellen
de Kamer nog kan verwachten op dit vlak. Kan de regering aangeven of er sinds de afspraken
in De Bilt met de BES-eilanden gesproken is over het implementeren van de overige
afspraken? Welk tijdpad ziet de regering hierbij en is er overeenstemming met de BES-eilanden
over dit tijdpad?
In de Herzieningswet WolBES en FinBES die nog in voorbereiding is zullen meerdere
wijzigingen zitten die beogen bij te dragen aan de bestuurskracht van Bonaire, Sint
Eustatius en Saba. Daarnaast lopen er ook enkele andere wetsvoorstellen. In het antwoord
op vraag 15 wordt reeds ingegaan op andere wetsvoorstellen die raken aan de bestuurskracht
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Zoals eerder gezegd streef ik ernaar het wetsvoorstel voor de Herzieningswet WolBES
en FinBES rond de zomer voor advies aan te bieden aan de Raad van State. Over de planning
zijn geen afspraken gemaakt met de eilandsbesturen: wel is er periodiek contact met
medewerkers van Bonaire, Sint Eustatius en Saba om hen geïnformeerd te houden over
de procedurele voortgang.
41–CDA
De leden van de CDA-fractie lezen in de consultatiereacties dat uitbreiding van het
aantal eilandsraadsleden door de eilanden niet als doel op zich wordt beschouwd en
dat zorgen bestaan over uitvoerbaarheid en politieke aanwas. Kan de regering expliciet
aangeven in hoeverre onder de eilandsbesturen of de eilandsraden zelf inhoudelijke
bezwaren of terughoudendheid bestaan ten aanzien van verdere verhoging van het aantal
zetels?
Tijdens de werkconferentie is overeenstemming bereikt over het te volgen groeipad
en het eindmodel voor de omvang van de eilandsraden. Zoals eerder in deze nota reeds
is opgemerkt, zijn er vooral bij Bonaire en Saba zorgen over de verhoging van het
aantal eilandsraadsleden. Deze zorgen zijn door beide eilandsbesturen afgelopen januari
ook met u gedeeld. De eilandsraad van Sint Eustatius heeft afgelopen najaar via een
motie nog expliciet steun uitgesproken voor deze uitbreiding. In de inleidende opmerking
heb ik reeds de steun en aandachtspunten benoemd die ik voor dit voorstel heb gehoord
in mijn gesprekken met de eilandsbesturen. Bij de beantwoording van de vragen onder
1 ben ik ingegaan op de reeds genomen initiatieven om aan deze zorgen tegemoet te
komen bij de implementatie.
De regering heeft ook verder oog voor deze aandachtspunten. Dat is waarom er voor
Bonaire en Saba evaluaties zijn afgesproken voor elke volgende verhoging in kan gaan.
De regering denkt dat de uitbreiding hiermee zorgvuldig gaat verlopen en acht uiteindelijk
het achterliggende doel van een betere vertegenwoordiging van de verschillende opvattingen
en belangen van inwoners in de eilandsraden en versterking van de bestuurskracht te
belangrijk om nog langer te wachten met de eerste stap van deze uitbreiding.
9. Overig
42–D66
De leden van de D66-fractie vragen of de regering kan aangeven welke verschillen er
nog zijn tussen gemeenten in Europees Nederland en de BES eilanden als het gaat om
wet- en regelgeving.
Uit de keuze ten tijde van de staatkundige veranderingen in 2010 voor het uitgangspunt
om de Europees-Nederlandse wet- en regelgeving niet toe te passen op Bonaire, Sint
Eustatius en Saba vloeit voor dat er heel erg veel verschillen zijn. Dit betekent
dat voor nagenoeg alle wet- en regelgeving die geldig is op Bonaire, Sint Eustatius
en Saba geldt dat er verschillen zijn met de wet- en regelgeving die geldt voor gemeenten.
Ik kan u wel verwijzen naar een overzicht van de wetgeving met gelding in Bonaire,
Sint Eustatius en Saba dat mijn voorganger naar uw kamer heeft verzonden.13
De leden van de Groep Markuszower staan kritisch tegenover een structurele uitbreiding
van het aantal politieke ambtsdragers op de BES-eilanden zonder duidelijke en meetbare
onderbouwing van de noodzaak. Deze leden vinden dat uitbreiding niet per definitie
betekent dat de kwaliteit van het bestuur hiermee wordt verbeterd. Zij zien de beantwoording
van de regering met belangstelling tegemoet.
Afsluitende opmerking
Ik dank alle leden nogmaals voor hun inbreng. Ik hoop dat u met mij het belang onderschrijft
van dit wetsvoorstel om het bestuur en de representativiteit van de volksvertegenwoordiging
in Bonaire, Sint Eustatius en Saba te versterken en dat u uw medewerking wil verlenen
om de eerste verhoging van het aantal leden van de eilandsraden en bestuurscolleges
met ingang de eilandsraadsverkiezingen in 2027 mogelijk te maken.
Ondertekenaars
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Stemmingsuitslagen
Aangenomen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Voor |
| VVD | 22 | Voor |
| GroenLinks-PvdA | 20 | Voor |
| PVV | 19 | Tegen |
| CDA | 18 | Voor |
| JA21 | 9 | Voor |
| FVD | 7 | Tegen |
| Groep Markuszower | 7 | Tegen |
| BBB | 3 | Voor |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Voor |
| PvdD | 3 | Voor |
| SGP | 3 | Voor |
| SP | 3 | Voor |
| 50PLUS | 2 | Voor |
| Keijzer | 1 | Voor |
| Volt | 1 | Voor |
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.