Lijst van vragen : Verslag houdende een lijst van vragen over de Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)(Kamerstuk 36915-XVI)
2026D16862 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft een aantal vragen
voorgelegd aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport (XVI) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (Kamerstuk
36 915 XVI).
De voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Heller
Nr.
Vraag
1
Hoe is in de Voorjaarsnota invulling gegeven aan de aangenomen motie-Van Dijk c.s.
(Kamerstuk 36 800 XVI, nr. 134) over aanvullende financiering voor de vernieuwing van Herinneringscentrum Kamp Westerbork?
2
Kan worden toegelicht hoeveel ambtenaren er gemiddeld ontslagen moeten worden om de
efficiency taakstelling te behalen?
3
Waarin zit het verschil tussen de € 177 miljoen investeringen in pandemische paraatheid
die wordt genoemd in de Kamerbrief Pakket Pandemische Paraatheid en de € 162 miljoen
in de Voorjaarsnota?
4
Wilt u een volledig budgettair overzicht geven van de investeringen in pandemische
paraatheid per onderdeel en de verschillende subcategorieën zoals die worden genoemd
op pagina 32–34 van de Kamerbrief Voortgang beleidsprogramma pandemische paraatheid
2023 van 26 oktober 2023?
5
Is er inzicht in hoe de ombuiging van € 990 miljoen binnen de Wet langdurige zorg
(Wlz) wordt verdeeld over de verschillende zorgsectoren, mede in relatie tot de aangenomen
motie om bezuinigingen in de gehandicaptenzorg te schrappen?
6
Kunt u toelichten welke stappen en deadlines voor de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa),
VWS en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) momenteel zijn voorzien richting
de definitieve invoering van budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp (SEH) per
2028?
7
Gelet op behandeling in een Kamerdebat voor het reces, wanneer is de nieuwe deadline
voor de brief over het groeipad budgetbekostiging SEH?
8
Welke formele deadlines zijn er de komende maanden bij NZA, NVZ, Zorgverzekeraars
Nederland (ZN) en VWS om te komen tot invoering in 2028?
9
Hoeveel ziekenhuizen doen inmiddels mee aan de Netherlands Emergency department Evaluation Database (NEED)?
10
Gelet op het debat bestuur en toezicht in de zorg, wanneer worden de uitkomsten van
de proeftoets rondom de NEED kwaliteitsregistratie met de Kamer gedeeld?
11
In hoeverre draagt de data uit de NEED bij aan de gewenste transparantie en kwaliteitsverbetering
zoals genoemd in het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord
(AZWA)?
12
Welke acties worden ondernomen om artsen en verpleegkundigen te helpen de uitstroom
op de SEH's te vergroten?
13
In hoeverre wordt ervoor gezorgd dat de wisselkoersmeevaller van € 28 miljoen in 2026
en de structurele meevaller van € 9 miljoen in 2031 de BES-eilanden ten goede komen,
gezien de grote uitdagingen die bestaan voor de eilanden op het gebied van onder andere
armoede en klimaat? Wordt dit bedrag in een klimaatadaptatiefonds voor de eilanden
gestort waarmee kan worden voorzien in de noden van de eilanden, en voldaan aan het
vonnis in de Bonaire klimaatzaak?
14
Kunt u een tabel maken waarin alle onderbestedingen worden weergegeven?
15
Kunt u in een overzichtelijke tabel weergeven welke middelen uit de financiële bijlage
bij het AZWA (daar waar het middelen betreft die via de VWS-begroting lopen) op welke
plek in de begroting verwerkt zijn en welke niet zijn verwerkt?
16
Wat is de stand van zaken met betrekking tot het investeringsmodel preventie?
17
Kunt u per grote mutatie in deze suppletoire begroting aangeven welke uitgaven volgens
u direct bijdragen aan zorg voor mensen in Nederland en welke uitgaven vooral bestaan
uit stelselwijzigingen, beleidsontwikkeling, uitvoering, subsidies of overige systeemkosten?
18
Kunt u per begrotingsartikel aangeven welke mutaties in deze eerste suppletoire begroting
volgens u het meest bijdragen aan minder bureaucratie, meer geld voor de zorgverlener
en betere toegankelijkheid van zorg, en waar volgens u juist nog risico bestaat op
extra systeemkosten?
19
Wat zijn de instrumenten die de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft om
beheer van een zorginstelling over te nemen indien de zorg in gevaar komt en een instelling
onvoldoende verbetering laat zien?
20
Op welke manier kan de Wet beschikbaarheid goederen worden ingezet om invloed uit
te oefenen op een zorginstelling indien deze de zorg niet levert die geleverd moet
worden en er voor clienten geen alternatief bestaat?
21
In hoeverre kunt u zeggenschap over het bestuur van een zorginstelling overnemen op
het moment dat de zorg urgent in gevaar komt, er geen alternatief bestaat voor de
zorg voor cliënten en cliënten niet zonder deze zorg kunnen, en andere instrumenten
niet tijdig kunnen worden ingezet om de zorg te verbeteren? En in hoeverre kan de
Wet overgang onderneming worden ingezet voor behoud van zorgpersoneel in een dergelijke
situatie?
22
Wat is de taak van de NZa in de aanpak van zorgfraude en zorgcriminaliteit?
23
Hoeveel zorgfraudeonderzoeken heeft de NZa de afgelopen vijf jaar gedaan? Wat waren
de uitkomsten hiervan?
24
Hoeveel en welke maatregelen heeft de NZa de afgelopen vijf jaar genomen tegen zorgbedrijven
wegens zorgwinsten of zorgfraude?
25
Wat is de werkwijze van de NZa bij een fraudeonderzoek naar zorgaanbieders?
26
Welke zorgfraudeonderzoeken doet de NZa niet?
27
Wat kan de NZa betekenen voor gedupeerde cliënten?
28
Welke actie wordt er ondernomen naar aanleiding van de uitkomsten van de analyse in
het dashboard van de zorgjaarrekeningen van de NZa? Wat heeft dit tot nu toe opgeleverd?
29
Welke instantie zou een zorgbedrijf kunnen sluiten? Hoe vaak is dit gebeurd in de
afgelopen vijf jaar? Als geen enkele instantie dit nu kan, welke instantie zou hiervoor
de aangewezen partij zijn? Wat zou geregeld moeten worden om een zorgbedrijf te kunnen
sluiten?
30
Welke toezichthouder is verantwoordelijk voor het toezicht op bemiddelingsbureaus/detacheringsbureaus/uitzendbureaus
in de zorg? Wie kan hierbij op welke manier ingrijpen? Als geen enkele toezichthouder
dit nu kan doen, wat moet er gebeuren om een toezichthouder hiervoor de bevoegdheid
te geven? Waarom is dit tot nu toe niet gebeurd?
31
Welke instantie houdt toezicht op turboliquidaties in de zorg? Hoe vaak zijn deze
gecontroleerd en door wie? Wat was de uitkomst hiervan?
32
Wat zijn op dit moment de bevoegdheden van het Informatieknooppunt Zorgfraude in de aanpak van zorgfraude? In hoeverre worden deze bevoegdheden
uitgebreid en waarmee?
33
Hoeveel signalen heeft het Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ) afgelopen jaar verrijkt?
Hoe werkt het proces van verrijking? Wat wordt er onderzocht? Wat is er met deze signalen
gebeurd? Wie heeft welk signaal verder onderzocht en wat was de uitkomst hiervan?
Wat heeft de inzet van het IKZ sinds de oprichting opgeleverd?
34
Is er een standaardtarief dat zorgbedrijven betalen voor de huur? Wat is een redelijk
tarief per m2? Wie controleert hierop?
35
In hoeverre zijn er gedifferentieerd zorgtarieven voor grote en kleine zorgaanbieders?
36
Hoeveel cliënten krijgen een persoonsgebonden budget (pgb) in de Wlz?
37
Hoeveel cliënten krijgen een pgb in de Zorgverzekeringswet Zvw)?
38
Hoeveel cliënten krijgen een pgb in de Jeugdwet?
39
Hoeveel cliënten krijgen een pgb in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015?
Hoe vaak gaat het om een informeel tarief?
40
Hoeveel geld is kabinetsbreed beschikbaar voor het uitvoeren van het VN-verdrag Handicap,
uitgesplitst per ministerie?
41
Hoeveel ambtenaren vallen bij het Ministerie van VWS onder de nullijn? Hoe zit dit
bij organisaties die niet tot het kerndepartement behoren maar wel onder het ministerie
vallen, zoals de IGJ?
42
Hoeveel medewerkers van het Ministerie van VWS bevinden zich in de lagere loonschalen
(schaal 1 tot en met 6)? Wat is het aandeel van deze groep binnen de uitvoering (uitvoeringsorganisaties
versus beleid)?
43
Welke functies/beroepen bij het Ministerie van VWS en de bijbehorende uitvoeringsorganisaties
vallen voornamelijk binnen de lagere loonschalen (schaal 1 tot en met 6)? Wat is de
huidige en verwachte personeelskrapte binnen deze functies?
44
Zijn er interne analyses of risico-inschattingen gemaakt over de effecten van de nullijn
binnen het VWS-domein, bijvoorbeeld op de instroom of uitstroom? Zo ja, kan deze worden
gedeeld?
45
Welke bezuinigingen staan er nog gepland op de gehandicaptenzorg? Hoe verhouden die
zich tot de uitvoering van de motie-Bikker c.s. (Kamerstuk 36 848, nr. 107)?
46
Kunt u toelichten wat er met de meevaller bij de premiegefinancierde uitgaven in deze
begroting ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026 van € 1,2 miljard gebeurt?
47
Is de € 12 miljoen voor excuus- en hersteltraject gesloten jeugdzorg opgenomen in
de Voorjaarsnota?
48
Wat is dan het doel van het feit dat de premie gefinancierde uitgaven de komende jaren
dalen ten opzichte van de ontwerpbegroting, maar in 2031 ongeveer gelijk zijn als
zonder de hervormingen het geval zou zijn?
49
Op welke wijze worden gemeenten gecompenseerd vanwege loon- en prijsbijstellingen
inzake de uitgaven aan beschermd wonen Wmo 2027–2030?
50
Kunt u aangeven welke middelen in de VWS-begroting 2026 specifiek worden ingezet voor
de preventie van femicide?
51
Hoe zijn deze middelen verdeeld over preventie, signalering, opvang en nazorg?
52
Welke rol spelen zorgprofessionals (huisartsen, ggz, wijkverpleging) in de aanpak
van femicide en hoe worden zij hierin gefaciliteerd vanuit deze begroting?
53
Kunt u aangeven hoeveel meldingen van ernstig huiselijk geweld en (pogingen tot) femicide
jaarlijks worden geregistreerd en hoe deze cijfers zich ontwikkelen?
54
In hoeverre zijn de middelen voor Veilig Thuis en vrouwenopvang toereikend om risicovolle
situaties tijdig te signaleren en escalatie te voorkomen?
55
Welke concrete maatregelen worden in 2026 gefinancierd om risicotaxatie-instrumenten
(zoals vroegsignalering bij partnergeweld) te verbeteren?
56
Hoe wordt de samenwerking tussen zorg, gemeenten en justitie gefinancierd en georganiseerd
binnen deze begroting?
57
Kunt u aangeven welke specifieke middelen beschikbaar zijn voor de aanpak van eergerelateerd
geweld binnen de VWS-begroting 2026?
58
Hoeveel casussen van eergerelateerd geweld worden jaarlijks geregistreerd en welke
trend is zichtbaar?
59
In hoeverre worden zorg- en hulpverleners specifiek getraind in het herkennen van
signalen van eergerelateerd geweld?
60
Welke rol spelen gespecialiseerde opvangvoorzieningen en hoe worden deze gefinancierd?
61
Hoe wordt de samenwerking tussen VWS, gemeenten en organisaties zoals Veilig Thuis
ingericht bij eergerelateerd geweld?
62
Zijn er specifieke preventieprogramma’s gericht op risicogroepen, en zo ja, wat is
het budget en bereik daarvan?
63
Kunt u aangeven hoe de bijstellingen in 2026 doorwerken op de uitgaven aan jeugdzorg,
uitgesplitst naar gemeentefonds en specifieke uitkeringen?
64
Welke effecten hebben de lagere premiegefinancierde zorguitgaven op de toegang tot
jeugdhulp in 2026 en verder?
65
Kunt u inzicht geven in de ontwikkeling van wachtlijsten in de jeugdzorg in relatie
tot de geactualiseerde ramingen van ZN en NZa?
66
In hoeverre zijn de hervormingen binnen de Wlz en Zvw van invloed op jongeren die
doorstromen vanuit de jeugdzorg?
67
Welke middelen zijn in 2026 en meerjarig beschikbaar voor de aanpak van complexe jeugdproblematiek
(zoals gesloten jeugdzorg)?
68
Kunt u specificeren hoe de intensivering van € 84 miljoen op artikel 1 (Volksgezondheid)
is verdeeld over preventieprogramma’s?
69
Welk deel van de middelen voor pandemische paraatheid wordt in 2026 en daarna ingezet
voor preventieve maatregelen in plaats van crisisrespons?
70
Hoe verhouden de structurele investeringen in preventie zich tot de bezuinigingen
die voortvloeien uit de taakstellingen vanaf 2027?
71
Kunt u aangeven welke concrete preventiedoelen (bijv. roken, overgewicht, mentale
gezondheid) worden beïnvloed door deze begrotingswijzigingen?
72
In hoeverre worden middelen voor preventie via gemeenten (bijv. GGD’en) structureel
geborgd na 2026?
73
Kunt u toelichten waar de intensivering van € 25,6 miljoen op artikel 6 (Sport en
bewegen) in 2026 concreet voor wordt ingezet?
74
Hoe is dit bedrag verdeeld tussen breedtesport, topsport en sportinfrastructuur?
75
In hoeverre zijn deze middelen structureel beschikbaar na 2026?
76
Welke effecten verwacht u van deze investering op sportdeelname en gezondheid?
77
Hoe verhouden deze investeringen zich tot eventuele taakstellingen op subsidies vanaf
2027?
78
Kunt u specificeren hoeveel personen nog in aanmerking komen voor de paybackregeling
voor weduwen van voormalig KNIL-militairen?
79
Wat is de reden voor het overhevelen van € 11,5 miljoen naar 2027 en het herbestemmen
van € 38,5 miljoen?
80
Welke alternatieve bestedingen binnen de VWS-begroting worden gefinancierd met deze
vrijgevallen middelen?
81
Zijn er andere herdenkings- of erkenningsregelingen binnen VWS waarvoor budgettaire
wijzigingen zijn doorgevoerd in deze suppletoire begroting?
82
Kunt u bevestigen of alle rechthebbenden volledig worden gecompenseerd onder de huidige
budgettaire aanpassingen?
83
Kunt u aangeven welke middelen in 2026 beschikbaar zijn voor de aanpak van dakloosheid
binnen de VWS-begroting?
84
Hoe verhouden deze middelen zich tot de bijstellingen op artikel 3 (langdurige zorg
en ondersteuning)?
85
Wat is er volgens de laatste wetenschappelijke inzichten bekend over de totale gezondheidskosten
per jaar voor Nederland door het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw?
86
Wat is er volgens de laatste wetenschappelijke inzichten bekend over de totale gezondheidskosten
per jaar voor Nederland die door de industrie veroorzaakt worden?
87
Wat is er volgens de laatste wetenschappelijke inzichten bekend over de totale gezondheidskosten
per jaar voor Nederland die door de veehouderij veroorzaakt worden?
88
Wat is er volgens de laatste wetenschappelijke inzichten bekend over de totale gezondheidskosten
die per jaar bespaard zouden kunnen worden als meer Nederlanders zich houden aan de
aanbevolen hoeveelheden uit de vernieuwde Schijf van Vijf van het Voedingscentrum?
89
Wat is er volgens de laatste wetenschappelijke inzichten bekend over de totale gezondheidskosten
die per jaar bespaard zouden kunnen worden als meer Nederlanders in de buurt van openbaar
groen zouden wonen?
90
Hoeveel Nederlanders wonen anno 2026 niet binnen 300 meter van openbaar groen? In
welke gebieden of steden in Nederland ligt dit percentage hoger? Wat is er bekend
over de geschatte gezondheidskosten hiervan?
91
Op welke manier komen gezondheidskosten die veroorzaakt worden door bestrijdingsmiddelen,
de industrie, de veehouderij en een tekort aan openbaar groen nu tot uitdrukking in
de Rijksbegroting?
92
Op welke manier worden maatregelen die (op lange termijn) een gezondheidskostenbesparing
in Nederland opleveren (zoals preventiemaatregelen) meegenomen in de begrotingssystematiek?
93
Welke mogelijkheden zijn er om deze kostenbesparingen meer tot uitdrukking te laten
komen in de meerjarige begroting?
94
Hoeveel Nederlanders houden zich volgens de meest recente cijfers aan de aanbevolen
hoeveelheden uit de in april 2026 vernieuwde Schijf van Vijf van het Voedingscentrum?
95
Hoeveel subsidie ontvangt het Voedingscentrum van zowel VWS als LVVN in de jaren 2026
tot en met 2031?
96
Hoe verhoudt zich dat tot het totale subsidiebedrag per jaar dat het Voedingscentrum
tijdens de afgelopen tien jaar ontving?
97
Klopt het dat het kabinet de voorgenomen vermindering vanaf 2026 op de subsidies van
het Voedingscentrum van zowel het Ministerie van VWS als het Ministerie van LVVN van
het kabinet-Schoof doorzet?
98
Welke signalen vanuit het Voedingscentrum zelf over de effecten van deze subsidievermindering
zijn bij u bekend?
99
Kunt u aangeven of in deze Voorjaarsnota voldoende middelen beschikbaar zijn gesteld
om het onafhankelijk advies van Capaciteitsorgaan over het aantal opleidingsplaatsen
geneeskunde en voor medisch specialisten op te volgen? Zo nee, waarom niet?
100
Kunt u aangeven hoe u omgaat met de verschillende moties die in het debat van 29 januari
jl. zijn aangenomen als het gaat om het realiseren van passende zorg en ondersteuning
van patiënten met Post Covid?
101
Kunt u per begrotingsartikel exact toelichten hoe de totale mutatie van € 360,5 miljoen
minder uitgaven, € 44,7 miljoen meer verplichtingen en € 110,0 miljoen meer ontvangsten
is opgebouwd, en daarbij per mutatie aangeven welk deel daadwerkelijk ten goede komt
aan directe zorg voor patiënten en welk deel opgaat aan systeemkosten, uitvoering
of administratie?
102
Kunt u toelichten waarom de grootste mutaties juist neerslaan op artikel 3 Langdurige
zorg en ondersteuning, artikel 4 Zorgbreed beleid, artikel 8 Tegemoetkomingen en Rijksbijdragen,
artikel 10 Apparaat en artikel 11 Nog onverdeeld, en per artikel aangeven welk deel
van deze middelen rechtstreeks merkbaar is voor patiënten, ouderen, gehandicapten
en zorgverleners?
103
Kunt u toelichten waar het budget voor pandemische paraatheid vandaan komt?
104
Op welke posten op de VWS-begroting wordt er gekort om het budget vrij te maken voor
pandemische paraatheid?
105
Kunt u nader toelichten hoe de subsidietaakstelling van 2027 wordt ingevuld?
106
Wanneer wordt duidelijk waar de subsidietaakstelling bij VWS precies neerslaat en
hoe wordt de Kamer daarover geïnformeerd?
107
Kunt u inzichtelijk maken welke middelen in deze eerste suppletoire begroting nog
niet concreet zijn toegedeeld aan zorgdoelen en op welke wijze de Kamer daarover later
nader wordt geïnformeerd (pagina 4 en 43)?
108
Kunt u per beleidsartikel aangeven welk deel van het budget juridisch verplicht, bestuurlijk
gebonden of nog vrij inzetbaar is, zodat duidelijk wordt in hoeverre de Kamer nog
daadwerkelijk kan sturen op prioriteiten zoals ouderenzorg, langdurige zorg en zorgpersoneel?
109
Welke onderdelen van het originele programma pandemische paraatheid van € 300 miljoen
worden doorgezet?
110
Welke onderdelen van het originele programma pandemische paraatheid van € 300 miljoen
worden niet doorgezet? Kan elk individueel punt van de ombuiging van € 162 miljoen
uitgesplitst worden?
111
Klopt het dat er wel middelen voor Q-support voor 2027, maar niet voor C-support op
de suppletoire begroting staan?
112
Kunt u uitsplitsen welk deel van de middelen voor pandemische paraatheid terechtkomt
bij uitvoerende zorg, publieke gezondheid, apparaat en overige posten, zodat duidelijk
wordt hoeveel geld daadwerkelijk terechtkomt bij concrete paraatheid en niet bij extra
beleidslagen?
113
Wanneer ontvangt de Kamer de aangekondigde onderbouwing conform Beleidskeuzes uitgelegd
(CW 3.1) voor de middelen voor pandemische paraatheid, en kunt u garanderen dat de
Kamer daarover beschikt vóór besluitvorming, zodat controle op nut en noodzaak mogelijk
is?
114
Kunt u toelichten waarom voor COVID-19-vaccinaties alleen in 2027 € 143 miljoen wordt
geraamd en hoe is onderbouwd dat dit bedrag noodzakelijk en doelmatig is? Kan tevens
worden aangegeven welk deel hiervan naar uitvoering gaat en welk deel naar organisatie,
communicatie en overige overhead?
115
Kunt u toelichten waarom voor PAIS/Q-support slechts incidenteel € 2,5 miljoen beschikbaar
wordt gesteld, terwijl patiënten met langdurige klachten juist behoefte hebben aan
continuïteit van ondersteuning?
116
Kunt u toelichten waarom voor de bestrijding van exotische muggen alleen in 2027 en
2028 extra middelen zijn gereserveerd en op basis van welke risicoanalyse is vastgesteld
dat deze middelen voldoende zijn om de volksgezondheid te beschermen?
117
Kunt u exact toelichten waaruit het incidentele besparingsverlies van € 35 miljoen
bij de SOV in 2027 bestaat, en waarom de taakstelling daar kennelijk niet volledig
kan worden gerealiseerd? Kan tevens worden aangegeven welke gevolgen dit heeft voor
de betaalbaarheid van de zorg voor Nederlanders?
118
Kunt u specificeren welke verplichtingen voortvloeien uit de EU-richtlijn geweld tegen
vrouwen en huiselijk geweld, welke onderdelen Nederland al uitvoert en welke nieuwe
kosten specifiek door deze richtlijn ontstaan?
119
Kunt u toelichten op welke wijze de middelen voor realisatie van gezinshuis Bonaire
(Rosa di Sharon) worden ingezet en hoe toezicht op het gezinshuis wordt gewaarborgd?
120
Kunt u nader toelichten welke concrete maatregelen worden gefinancierd uit de middelen
voor erkenningsmaatregelen gesloten jeugdzorg? Hoe wordt voorkomen dat geld vooral
terechtkomt in onderzoeken, trajecten en overlegstructuren, en welk deel direct ten
goede komt aan slachtoffers?
121
Kunt u per taakstelling uit het Coalitieakkoord, te weten efficiency, vernieuwing
Rijksdienst en subsidietaakstelling, aangeven welke subsidies, regelingen, organisaties
of uitvoeringsonderdelen binnen VWS hierdoor geraakt worden?
122
Kunt u toelichten wat de budgettaire en beleidsmatige gevolgen zijn van de meerjarige
taakstellingen voor de uitvoering van VWS-beleid vanaf 2027 en hoe wordt voorkomen
dat deze uiteindelijk neerslaan bij patiënten en zorgverleners?
123
Waar komt het bedrag voor ophoging van de middelen voor pandemische paraatheid exact
vandaan?
124
Is het budget dat beschikbaar wordt gesteld voor «het uitvoeren van de Erkenningsmaatregelen
Gesloten Jeugdzorg naar aanleiding van de misstanden die plaatsvonden in de Gesloten
Jeugdzorg» (ook) bedoeld voor het uitvoeren van de motie-Dobbe (Kamerstuk 31 839, nr. 1014)?
125
Kunt u toelichten waarom op artikel 1 Volksgezondheid de verplichtingen met € 84,1 miljoen
stijgen, terwijl de uitgaven met slechts € 19,2 miljoen stijgen, en om welke verplichtingen
het precies gaat? Kan worden uitgesplitst welk deel hiervan direct zorginhoudelijk
relevant is en welk deel later of indirect effect heeft?
126
Kunt u toelichten waarom binnen artikel 1 bij RIVM: Vaccinaties sprake is van een
verlaging van € 32,9 miljoen in 2026 en bij RIVM: Pandemische paraatheid van € 8,0 miljoen,
en welke activiteiten hierdoor worden uitgesteld, afgebouwd of anders gefinancierd?
127
Is de € 7 miljoen intensivering op vaccinaties geoormerkt voor de wijkgerichte aanpak?
128
Wordt de € 7 miljoen intensivering op vaccinaties gefinancierd uit een ombuiging op
pandemische paraatheid?
129
Waarom wordt het budget voor het RIVM met € 32,9 miljoen verlaagd in 2026?
130
Wat is de stand van zaken van de opbouw van de Nationale Zorgreserve?
131
Waaraan wordt het extra geld dat beschikbaar komt voor weerbaarheidsvoorraden besteed
en op basis van welke adviezen worden deze keuzes gemaakt?
132
Kunt u specificeren welke concrete verplichtingen en contracten in 2025 zijn aangegaan
met de € 20 miljoen verschoven verplichtingenruimte voor VEZO en de subsidie voor
kritieke geneesmiddelen, en welk effect deze naar verwachting hebben op de beschikbaarheid
van kritieke geneesmiddelen in 2025 en 2026 (bijvoorbeeld in termen van productiecapaciteit,
voorraden of verminderde tekorten)?
133
Hoe verhoudt de verlaging van het verplichtingenbudget met € 28,0 miljoen in 2026
zich tot de huidige en verwachte risico’s rond leveringszekerheid van kritieke geneesmiddelen,
en welke risicoanalyse ligt ten grondslag aan deze tijdelijke daling, mede in het
licht van toenemende geopolitieke druk op medicijnketens?
134
Kunt u toelichten welke structurele uitgaven, beleidswijzigingen of instrumenten ten
grondslag liggen aan de oplopende verhoging van het verplichtingenbudget tot € 199,1 miljoen
in 2030, en in hoeverre deze middelen zijn bedoeld voor a) versterking van Europese
of nationale productiecapaciteit, b) strategische voorraden, en c) aanpassing van
inkoop- of prijsmechanismen om Nederland aantrekkelijk te houden voor introductie
en beschikbaarheid van geneesmiddelen?
135
Kunt u een volledig overzicht geven van alle aanvullende middelen en beleidsmaatregelen
(naast de subsidie voor kritieke geneesmiddelen) die gericht zijn op het borgen van
de beschikbaarheid en leveringszekerheid van geneesmiddelen in de periode 2025–2030,
en per instrument specificeren: a) het bijbehorende budget, b) het beoogde doel (bijvoorbeeld
productie, voorraden, spreiding van leveranciers of Europese samenwerking), en c)
de concreet verwachte effecten op de beschikbaarheid van geneesmiddelen (zoals reductie
van tekorten of verkorting van levertijden)?
136
Kunt u uitleggen waar de verlaging van het uitgavenbudget met € 102 miljoen voor Pallas
in 2030 op gebaseerd is? Geldt dit bedrag voor de uitgaven aan het gehele project?
137
Welke maatregelen zitten precies achter de besparing van € 5 miljoen op fraude in
de SOV per 2027 en hoe is het bedrag van € 5 miljoen bepaald?
138
Waarom wordt er wel verwacht dat de bezuiniging van € 40 miljoen op de SOV in 2028
wel zal kunnen worden gehaald?
139
Wat wordt precies gedaan met de € 5,5 miljoen voor de pilot «verbeteren toegankelijkheid
mondzorg voor minima» gedaan? Wordt hiermee bijvoorbeeld een noodfonds mondzorg mee
opgericht?
140
Wat is de reden voor de verhoging van de uitgaven voor de Regeling Onverzekerbare
Vreemdelingen (OVV) met € 11,7 miljoen in 2026 en het oplopen tot 24,4 miljoen in
2031?
141
Gaat het bij «vreemdelingen die vanwege hun verblijfsstatus zijn uitgesloten van toegang
tot de sociale zorgverzekeringen» voornamelijk over al dan niet uitgeprocedeerde illegaal
verblijvende vreemdelingen?
142
Waarom wordt een besparing van € 5,0 miljoen op de Subsidieregeling medisch noodzakelijke
zorg aan onverzekerde personen opgenomen vanwege maatregelen gericht op fraude, aangezien
bij andere zorgfraude maatregelen niet vooraf besparingen worden ingeboekt?
143
Hoeveel blijft er per saldo over aan budget voor de Subsidieregeling medisch noodzakelijke
zorg aan onverzekerde personen? Hoe verhoudt dit zich tot het budget voor de besparingen
van kabinet-Schoof en na de besparingen van kabinet-Schoof? En hoe verhoudt dit zich
tot de geschatte behoefte aan medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerde personen?
144
Kunt u bij artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning exact toelichten waarom de verplichtingen
met € 494,8 miljoen stijgen, terwijl de uitgaven met € 84,1 miljoen stijgen, en per
onderliggende post aangeven of deze middelen daadwerkelijk bijdragen aan betere zorg
voor ouderen en mensen met een beperking?
145
Wat houdt de ombuiging van € 6 miljoen op subsidies in het kader van transparantie
van zorg in?
146
Kunt u nader toelichten waarom op artikel 4 Zorgbreed beleid sprake is van een forse
verlaging van verplichtingen en uitgaven, en aangeven hoeveel hiervan betrekking heeft
op minder beleid en minder overhead en hoeveel op uitstel of verschuiving van noodzakelijke
zorguitgaven?
147
Kunt u toelichten waarom op artikel 8 Tegemoetkomingen en Rijksbijdragen de uitgaven
met € 654,4 miljoen dalen, terwijl de ontvangsten met € 76,7 miljoen stijgen, en wat
dit concreet betekent voor burgers die afhankelijk zijn van tegemoetkomingen en rijksbijdragen?
148
Wat zijn de inkomenseffecten van de afschaffing van de fiscale regeling aftrek specifieke
kosten voor mensen? Kunt u dit uitsplitsen per inkomensgroep en naar mate van het
gebruik van deze regeling? En wat zijn de effecten voor zaken die hier indirect door
worden beïnvloed, zoals toeslagen?
149
Wat is de reden voor de stijgende uitgaven aan externe inhuur?
150
Kunt u toelichten waarom op artikel 10 Apparaat Kerndepartement in 2026 een stijging
van € 21,2 miljoen zichtbaar is, terwijl het kabinet tegelijkertijd spreekt over efficiëntie
en taakstellingen? Waar wordt deze extra apparaatsuitgave precies aan besteed?
151
Kunt u exact specificeren welke middelen in 2026 op artikel 11 Nog onverdeeld zijn
geplaatst, waarom die middelen nog niet zijn toegewezen aan concrete zorgdoelen en
wanneer de Kamer per post duidelijkheid krijgt over de uiteindelijke bestemming van
deze € 118,1 miljoen?
152
Kunt u verduidelijken welk bedrag aan kortingen op loon- en prijsbijstellingen wordt
toegepast op de loonbijstellingen?
153
Waarom kan de uitvoering van de backpay voor weduwen niet al in 2026 beginnen, gezien
de grote tijdsdruk?
154
Kunt u toelichten ter dekking van welke intensiveringen en knelpunten op de begroting
de korting op loon- en prijsbijstellingen wordt gebruikt?
155
Kunt u uitleggen hoe het oorspronkelijke bedrag van € 50 miljoen dat gereserveerd
stond voor de weduwen van voormalig KNIL militairen en ambtenaren in Nederlands-Indië
zich verhoudt tot het overgebleven bedrag van € 11,5 miljoen in deze begroting? Wat
is de reden hiervan? Betekent dit dat het resterende bedrag van € 38,5 miljoen niet
meer wordt uitbetaald?
156
Kunt u toelichten wat er gebeurt met de ontwikkeling van de premiegefinancierde zorguitgaven
en welke beleidsmatige keuzes ten grondslag liggen aan de bijstellingen die in de
eerste suppletoire begroting zijn verwerkt?
157
Kunt u toelichten wat er met de meevaller bij de premiegefinancierde uitgaven in deze
begroting ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026 van € 1,2 miljard gebeurt? Kunt
u aangeven of de meevaller van € 1,2 miljard terugvloeit naar de algemene middelen,
of dat deze eerst wordt ingezet ter dekking van tegenvallers op de VWS begroting,
zoals in 2025 door het kabinet-Schoof aangekondigd?
158
Kunt u toelichten waarom de maatregelen van het kabinet-Jetten tot en met 2030 een
besparing van € 8,74 miljard opleveren op ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026,
maar dat deze besparing in 2031 nog maar € 0,62 miljard is?
159
Kunt u toelichten hoe het bedrag van circa € 1 miljard bij de beleidsmaatregel zorg
in natura voorliggend maken op het persoonsgebonden budget zich verhoudt tot de oplopende
besparing van € 0,43 miljard in 2031?
160
Kunt u nader toelichten hoe de bijstellingen binnen de premiegefinancierde zorguitgaven
uitwerken voor cliënten, zorgaanbieders en de toegankelijkheid van de langdurige zorg,
en hoe wordt voorkomen dat begrotingsmaatregelen in de praktijk leiden tot minder
zorg of strengere indicatiestelling?
161
Kunt u toelichten waarom de meerjarige besparingen richting 2030 oplopen, maar in
2031 een ander beeld laten zien, en kan per maatregel worden aangegeven welke effecten
incidenteel en welke structureel zijn?
162
Hoe sterk stijgt de zorgpremie met inachtneming van de voorgenomen ombuigingen en
hoe verhoudt zich dit tot het basispad?
163
Hoe sterk stijgt het eigen risico – bij indexatie hiervan – met inachtneming van de
voorgenomen ombuigingen en hoe verhoudt zich dit tot het basispad?
164
Kan de structurele bijstelling op de apotheekzorg van € 47 miljoen nader worden toegelicht?
Hoe is dit bedrag opgebouwd?
165
Waarom kan de loon- en prijsbijstelling in de apotheekzorg onvoldoende worden benut?
166
Zijn de besparingen door patentverloop (rivaroxaban en apixaban) meegenomen in de
structurele bijstelling op de apotheekzorg van € 47 miljoen? Kunnen de opbrengsten
daarvan ook worden ingezet om maatregelen als pakketuitstroom van geneesmiddelen te
voorkomen?
167
Wat is de verwachte stijging van de tranchering van het eigen risico voor de komende
jaren?
168
Wat valt er precies onder de bezuiniging op passende zorg die oploopt tot € 548 miljoen?
Hoe is dit bedrag onderbouwd? Wat zullen mensen hiervan merken?
169
Worden de bezuinigingen op Zorgverzekeringswet ingezet voor verlaging van de lasten
van burgers (via een lager premie, zonder daaraan gekoppelde verhogingen van belastingen
of andere premies), of wordt dit (deels) ingezet als dekking voor andere maatregelen
op de Rijksbegroting? Indien het wordt ingezet voor andere maatregelen, op welke manier
wordt dit daarnaar doorgesluisd? Gaat dat via belastingverhogingen?
170
Waar is het ingeboekte bedrag aan bezuiniging via de invoering van een eigen bijdrage
in de wijkverpleging op gebaseerd? Is er al een idee hoe dit zal worden ingericht?
171
Wat is uw reactie op de brandbrief van UMCNL, Antoni van Leeuwenhoek, Prinses Máxima
Centrum en diverse patiëntenorganisaties over de bezuiniging op de beschikbaarheidsbijdrage
academische zorg?
172
Wat zullen de gevolgen zijn van deze bezuinigingen op de beschikbaarheidsbijdrage
academische zorg op noodzakelijke zorg voor patiënten?
173
Hoe heeft u zich over deze gevolgen van de bezuiniging op de beschikbaarheidsbijdrage
academische zorg geïnformeerd? Op welke manier heeft u informatie hierover ingewonnen?
Bij wie en wanneer?
174
Hoe verhoudt de bezuiniging om huishoudelijke zorg bijna volledig uit de Wmo te halen
zich tot het wetsvoorstel voor de Wet vervanging abonnementstarief Wmo 2015?
175
Kunnen de bijstellingen op de eerstelijnszorg nader worden toegelicht?
176
Waarom wordt de € 23,2 miljoen die nu uit het budget voor Meer Tijd voor de Huisartsen
wordt gehaald niet geïnvesteerd in de huisartsenzorg?
177
Wat is de onderbouwing van de bezuiniging van € 30 miljoen op allergiemiddelen?
178
Kunt u nader toelichten en uitsplitsen voor welke beleidsmatige intensiveringen het
resterende budget uit Meer Tijd voor de Huisartsen wordt benut?
179
Hoe verhoudt de structurele besparing van € 30 miljoen op allergiemiddelen zich tot
het advies van het Zorginstituut om de huidige vergoedingsvoorwaarden voor medicijnen
bij allergie juist te behouden?
180
Kan het uit het pakket halen van allergiemiddelen leiden tot duurdere zorg elders?
181
Wat is de aanleiding voor de besparing van € 30 miljoen op allergiemiddelen vanaf
2027?
182
Wordt er nu € 602 miljoen weggehaald bij het budget van de Wlz voor 2026, zoals het
lijkt op basis van pagina 17 van de Voorjaarsnota?
183
Waarop is het gebaseerd dat er geld «over» zou zijn in de Wlz? Vindt u dat er veel
zaken vastlopen in de Wlz? Waarom wordt dit geld niet ingezet voor het aanpakken van
de problemen, zoals het personeelstekort? En waarom wordt dit niet ingezet om bezuinigingen
zonder onderbouwing te schrappen?
184
Welk tijdspad wordt verwacht voor de onderhandelingen met de veldpartijen over het
voorgenomen bestuurlijk akkoord voor de Wlz?
185
Voor welke specifieke doeleinden worden de AP-middelen POK ingezet?
186
Kunt u toelichten waarom de bezuinigingen op pandemische paraatheid slechts deels
worden teruggedraaid in de Voorjaarsnota? Welke eerdere bezuinigingen worden niet
teruggedraaid?
187
Kunt u toelichten hoe het terugdraaien van de bezuinigingen op pandemische paraatheid
wordt teruggedraaid, samenhangt met de bezuinigingen op de aanpak antibioticaresistentie
– terwijl dit juist een toenemend risico vormt voor de weerbaarheid van de zorg en
de beheersbaarheid van toekomstige gezondheidscrises?
188
Kunt u aangeven welke middelen beschikbaar komen voor weerbare zorg om ook in de curatieve
zorg de crisisparaatheid op orde te houden en voorbereid te zijn op pandemieën, militaire
situaties en hybride dreigingen?
189
Voor welke specifieke doeleinden zullen de AP-middelen huishoudelijke hulp gebruikt
worden?
190
Wat zijn de inhoudelijke en budgettaire afwegingen die gemaakt zijn voor de ingeboekte
ombuiging van 39 miljoen voor de backpay-regeling van voormalig KNIL-militairen en
ambtenaren?
191
Kunt u nader toelichten hoe maatregel 61 (Efficiency) concreet ingevuld zal worden?
192
Op welke budgetten wordt specifiek gekort voor de structurele budgetkorting van € 41 miljoen
en hoeveel wordt er per budget gekort?
193
Wanneer wordt het ontwerp voor de backpayregeling voor weduwen van KNIL-militairen
en ambtenaren voorgelegd aan de Kamer?
194
Waardoor vindt de opschaling van het domeinoverstijgend indiceren later plaats dan
verwacht?
195
Kunt u concreet toelichten welke onderdelen van de standaardisatie van gegevensuitwisseling
vertraging oplopen en wat de belangrijkste oorzaken hiervan zijn?
196
Welke doeleinden heeft de SPUK niet-beoogde jeugdzorgkosten?
197
Welke gedragseffecten worden verwacht naar aanleiding van het afschaffen van de tegemoetkoming
specifieke zorgkosten, uitgesplitst per inkomensgroep?
198
Op basis van welke factoren is bepaald dat de raming voor de Rijksbijdrage Wlz structureel
bijgesteld dient te worden met € 3.8 miljard?
199
Kan uitgesplitst worden per sector (gehandicaptenzorg, ggz en ouderenzorg) hoe de
bezuinigingen op de Wlz verdeeld zullen worden, mede gelet op de aangenomen motie
om de bezuinigingen in de gehandicaptenzorg te schrappen?
200
Kan aangegeven worden wanneer er excuses gemaakt zullen worden in het kader van de
gesloten jeugdzorg en de ZIKOS-afdelingen, gelet op de eerder gedane toezegging dat
de Kamer voor de zomer ingelicht zal worden over het excuses- en hersteltraject?
201
Hoeveel geld is er inmiddels besteed aan het hersteltraject voor de gesloten jeugdzorg,
waarbij uitgesplitst wordt voor welke doeleinden het geld is ingezet?
202
Wat zijn de inhoudelijke en budgettaire overwegingen om een eigen bijdrage in de wijkverpleging
in te voeren? Welke afweging is hierin gemaakt?
203
Hoe verhoudt de eigen bijdrage in de wijkverpleging zich tot de toenemende onderuitputting
van het macrokader wijkverpleging?
204
Welk budget is er beschikbaar voor het opleiden van medewerkers in de wijkverpleging?
205
Hoe zijn de kosten voor het opleiden in de wijkverpleging opgebouwd (begeleiding,
stage, onderwijs, e.d.)?
206
In hoeverre is het rechtmatig om de opleiding in wijkverpleging te bekostigen vanuit
incidentele middelen?
207
Welk deel van het Wlz-budget wordt vanaf 2026 beschikbaar gesteld voor de uitvoering
van de Wet Domeinoverstijgende Samenwerking (DOS)?
208
Kan de voorgenomen maatregel om de huishoudelijke hulp uit de Wmo te schrappen met
een vangnet inhoudelijk en financieel onderbouwd worden?
209
Welke kostenbesparing wordt op termijn verwacht van een combinatie van het schrappen
van de huishoudelijke hulp uit de Wmo en het invoeren van de inkomensafhankelijke
eigen bijdrage?
210
Welke gedragseffecten worden er verwacht naar aanleiding van het invoeren van de inkomensafhankelijke
eigen bijdrage in de Wmo? Kan in het bijzonder toegelicht worden welke effecten verwacht
kunnen worden op het gebied van zorgmijdend gedrag?
211
Wat is de omvang en reikwijdte van het beoogde vangnet voor het schrappen van de huishoudelijke
hulp uit de Wmo?
212
Klopt het dat de geraamde bedragen voor de bezuinigingen binnen de Wmo inmiddels afwijken
van zowel de doorrekening van het Centraal Planbureau (CPB) als van de berekeningen
in het Houdbaarheidsonderzoek Wmo? Zo ja, hoe kunnen deze verschillen worden verklaard?
213
Kunt u door middel van een tabel vormgeven waar in de Wlz eventuele onderuitputtingen
zitten?
214
Welke verschuivingen richting de Wlz zijn er eventueel te verwachten naar aanleiding
van het beoogde implementeren van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage binnen de
Wmo en welke gevolgen heeft dit voor de zorgkosten als geheel?
215
Welke (gemiddelde) stijging in kosten per maand kan verwacht worden per inkomensgroep
en doelgroep naar aanleiding van de implementatie van een inkomensafhankelijke eigen
bijdrage in de Wmo?
216
Welke (gemiddelde) stijging in kosten per maand kan verwacht worden per inkomensgroep
en doelgroep naar aanleiding van het schrappen van de huishoudelijke hulp uit de Wmo?
217
Kan nader geschetst worden waardoor de Wlz uitgaven in 2026 € 626 miljoen lager uitvallen
dan begroot in de ontwerpbegroting?
218
Kan nader geschetst worden waardoor de groei van de Wlz-uitgaven in 2026 lager is
uitgevallen dan verwacht?
219
Welke middelen worden aangewend voor het Nationaal Actieplan Dakloosheid?
220
Welke middelen vanuit de begroting van VWS worden aangewend voor het opvolgen van
de aanbevelingen uit de parlementaire verkenning verward/ onbegrepen gedrag?
221
Welke bezuinigingen worden er in 2026, 2027 en 2028 doorgevoerd binnen de ggz?
222
Welke bezuinigingen worden er in 2026, 2027 en 2028 doorgevoerd binnen de ouderenzorg?
223
Waarop is de bijstelling van –602 miljoen bij de «Actualisatie Wlz-uitgaven» voor
2026 gebaseerd? Hoe verhoudt dit bedrag zich tot de februaribrief van de NZa, waarin
veel lagere bedragen genoemd worden: van € –301 miljoen (scenario declaraties) tot
€ –133 miljoen (scenario indicaties)? Kunt u dit verschil nader onderbouwen?
224
Is de verwachting van zorgkantoren dat zij in 2026 een tekort van € 63 miljoen op
de Wlz voorzien meegenomen in de bijstelling in de Voorjaarsnota? Zo ja, op welke
wijze? Zo nee, waarom deed de NZa een uitvraag bij de zorgkantoren als de uitkomst
niet gebruikt wordt in deze bijstelling?
225
Waarom wordt de maatregel versterken informatieplicht zorgverzekeraars met een jaar
vervroegd?
226
Hoe verhoudt de maatregel versterken informatieplicht zorgverzekeraars zich tot de
afspraken uit de zorgakkoorden IZA en AZWA om de administratieve lasten te verminderen?
227
Hoe verhoudt de kasschuif van € 304 miljoen naar 2029 zich tot de ambitie om tijdig
te voldoen aan de Europese verplichtingen uit de European Health Data Space (EHDS)? Acht u het realistisch dat deze doelstellingen alsnog worden gehaald?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M. Mohandis, voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
M. Heller, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.