Lijst van vragen : Verslag houdende een lijst van vragen inzake Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Asiel en Migratie (XX) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)(Kamerstuk 36915-XX)
2026D16856 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de
Minister van Asiel en Migratie over de Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Asiel en Migratie (XX) voor
het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36 915 XX).
De voorzitter van de commissie,
Peter de Groot
De griffier van de commissie,
Nouse
Nr
Vraag
1
Kan worden toegelicht welke uitvoeringskosten van het EU Asiel- en Migratiepact inmiddels
budgettair zijn verwerkt in de eerste suppletoire begroting 2026, uitgesplitst naar
de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers
(COA), de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), de Dienst Identificatie en Screening
Asielzoekers (DISA), de Koninklijke Marechaussee (KMar), de Dienst Justitiële Inrichtingen
(DJI) en de rechtspraak?
2
Kunt u aangeven welke bestaande nationale maatregelen momenteel beschikbaar zijn om
de bewegingsvrijheid van asielzoekers die structureel overlast veroorzaken te beperken,
en welke belemmeringen zich bij de toepassing daarvan in de praktijk voordoen?
3
Hoe vaak is in 2024, 2025 en tot op heden in 2026 gebruikgemaakt van plaatsing in
de handhaving- en toezichtlocatie, vrijheidsbeperkende maatregelen en andere toezichtsinstrumenten
ten aanzien van asielzoekers, uitgesplitst per instrument?
4
Kunt u aangeven welke personele, financiële en juridische randvoorwaarden nog ontbreken
om bestaande en aanvullende maatregelen ter beperking van de bewegingsvrijheid van
overlastgevende asielzoekers intensiever toe te passen?
5
Kunt u aangeven welke onderdelen van de nieuwe EU-Terugkeerverordening naar verwachting
het grootste effect zullen hebben op het versnellen van terugkeer vanuit Nederland?
6
Kunt u aangeven welke capaciteit beschikbaar is of wordt voorbereid voor grensprocedures,
gesloten opvang en grensdetentie voor niet-kansrijke aanvragen, en welke uitbreiding
daarvan nog noodzakelijk is?
7
Kunt u aangeven welke nationale koppen op het asiel- en migratierecht inmiddels zijn
geschrapt, welke nog in stand zijn, en welke verdere stappen op dit punt in voorbereiding
zijn?
8
Kunt u per lidstaat die binnen het solidariteitsmechanisme een bijdrage verschuldigd
is, aangeven in hoeverre die bijdrage tijdig en volledig wordt voldaan, en op welke
wijze Nederland zich inzet voor effectieve naleving van deze verplichtingen?
9
Kunt u toelichten welke objectieve criteria in de praktijk worden gehanteerd bij de
beoordeling of sprake is van onderduikrisico in het kader van vrijheidsbeperking,
gesloten opvang of bewaring van vreemdelingen?
10
Kunt u aangeven welke personele, financiële en juridische randvoorwaarden nog ontbreken
om signalen van onderduikrisico eerder en consistenter te vertalen naar toezicht,
vrijheidsbeperking of bewaring?
11
In hoeverre zijn in de eerste suppletoire begroting 2026 middelen gereserveerd om
de informatiepositie, dossiervorming en ketensamenwerking te versterken die nodig
zijn om onderduikrisico tijdig vast te stellen en daarop te handelen?
12
Hoeveel procent van de asielzoekers ging in 2025 na een afwijzing van diens asielaanvraag
in beroep? Hoe verhoudt dit percentage zich tot 2024?
13
Wat is de totale omvang aan rechterlijke dwangsommen die asielzoekers in 2025 hebben
ontvangen in het kader van asielprocedures? Hoe verhoudt dit bedrag zich tot 2024
en 2023?
14
Hoeveel plekken waren er op 1 januari 2026 in de procesbeschikbaarheidslocatie (pbl)
beschikbaar? Hoeveel van deze plekken waren daadwerkelijk bezet?
15
Op welke manier bent u van plan om de 12 miljoen euro die beschikbaar is voor migratiepartnerschappen
in te zetten? Vallen terugkeerhubs ook onder dit begrotingsonderdeel?
16
Hoeveel Chavez-verblijfsvergunningen zijn er in 2025 verleend op basis van erkenningen?
17
Hoeveel euro is vanaf 2005 jaarlijks besteed aan asielgerelateerde kosten? Kunt u
dit uitsplitsen naar kosten van de verschillende vormen van opvang (zoals bijvoorbeeld
hotels, noodopvang, etc.), uitbetalingen van dwangsommen, vreemdelingendetentie, kosten
van de detentie van asielzoekers die een strafbaar feit hebben begaan en overige kosten,
zoals bijvoorbeeld uitvoeringskosten? Kunt u deze kosten zowel als totalen per jaar
als uitgedrukt in kosten per persoon per jaar presenteren? Hoeveel euro bedragen deze
kosten als ook kosten van sociale zekerheid, zorg en alle andere voorzieningen waar
vreemdelingen worden meegenomen? Kunt u een raming geven voor de komende jaren tot
en met 2030?
18
Wat is de gemiddelde duur van een laissez-passer-aanvraag bij een diplomatieke vertegenwoordiging
van derde landen tussen 2022 en 2026? Welk aandeel van de aanvragen wordt afgewezen
en welk aandeel van de aanvragen wordt niet beantwoord door diplomatieke vertegenwoordigingen
tussen 2022 en 2026? Is dit tevens te specificeren per land?
19
Op welke wijze wordt er rekening gehouden met juridische, en daardoor financiële,
verantwoordelijkheden van het Rijk ten opzichte van de opvang van mensen zonder geldige
verblijfspapieren zoals de Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV)?
20
Via welke regeling(en) worden gemeenten in staat gesteld om te werken aan opvang en
huisvesting van asielzoekers, statushouders en vluchtelingen uit Oekraïne en hoeveel
geld wordt daarvoor gereserveerd?
21
Welk bedrag is er nodig om aan alle kansrijke asielzoekers taalonderwijs en/of beroepsonderwijs
aan te bieden direct na aankomst in Nederland?
22
Kan per jaar vanaf 2026 tot en met 2031 worden weergegeven wat de geraamde capaciteit
(aantal plaatsen) voor vreemdelingenbewaring is, uitgesplitst naar de verschillende
locaties?
23
Welke middelen zijn in 2026, 2027 en 2028 specifiek gereserveerd voor uitbreiding
van vtl-capaciteit (verscherpte toezichtlocatie) en uitbreiding van pbl-voorzieningen?
Op welke begrotingsartikelen en -onderdelen zijn deze bedragen geboekt?
24
Hoeveel inbewaringstellingen van vreemdelingen hebben in 2021 tot en met 2025 plaatsgevonden,
en wat is op basis van de huidige raming het verwachte aantal inbewaringstellingen
in 2026 en 2027 met het oog op de verruimingen voor inbewaringstelling in het EU Asiel-
en Migratiepact?
25
Kan per jaar van 2026 t/m 2031 worden aangegeven hoeveel fte aan personeel (bewaking,
toezicht en handhaving) in de vreemdelingenbewaring wordt ingezet, inclusief eventuele
uitbreidingen die voortvloeien uit de eerste suppletoire begroting?
26
Kan per jaar 2026 en 2027 worden aangegeven wat het oorspronkelijk op de begroting
van het Ministerie van Asiel en Migratie geraamde bedrag was onder de post «aanpak
overlastgevende en criminele asielzoekers» en onder welke specifieke uitkeringsregeling
dit in het gemeentefonds is verwerkt, gezien voor deze post in 2026 een bedrag wordt
overgeboekt naar het gemeentefonds?
27
Welke voorwaarden, bestedingsdoelen en verantwoordingsvereisten gelden voor de decentralisatieuitkering
aan gemeenten voor de aanpak van overlastgevende asielzoekers en hoe wordt de besteding
door gemeenten geregistreerd en gerapporteerd?
28
Hoeveel gemeenten hebben in 2023, 2024 en 2025 gebruikgemaakt van de specifieke of
decentrale uitkering voor de aanpak van overlastgevende asielzoekers, wat was het
totaal uitgekeerde bedrag per jaar en wat was de gemiddelde bijdrage per gemeente?
29
Kan een overzicht worden gegeven van de typen maatregelen die gemeenten in de praktijk
hebben gefinancierd uit deze middelen (bijvoorbeeld inzet boa’s, cameratoezicht, extra
toezicht, begeleidingstrajecten), op basis van de beschikbare verantwoording?
30
Uit welke begrotingshoofdstukken en -artikelen worden de middelen voor migratiepartnerschappen
precies gedekt (bijvoorbeeld overhevelingen uit de begroting voor Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingssamenwerking), met vermelding van de bijbehorende bedragen per jaar?
31
Waarom zijn voor migratiepartnerschappen geen middelen in 2026 en vanaf 2029 geraamd,
terwijl in 2027 en 2028 wel 12 miljoen euro per jaar beschikbaar komt en welke overwegingen
liggen aan deze timing ten grondslag?
32
Op welke wijze wordt de samenhang geborgd tussen de nationale middelen voor migratiepartnerschappen
op de begroting van het Ministerie van Asiel en Migratie en de Nederlandse inzet binnen
EU-migratiepartnerschappen en relevante EU-fondsen en hoe wordt overlap in financiering
voorkomen?
33
Kan worden aangegeven welk deel van de middelen voor opvang en asielprocedure voortvloeit
uit ramingen op basis van de Meerjaren Productie Prognose (MPP) en welke bandbreedtes
in instroomscenario’s daarbij zijn gehanteerd?
34
Kan worden aangegeven welk deel van de middelen voor opvang en asielprocedure voortvloeit
uit ramingen op basis van de MPP en welke bandbreedtes voor externalisering van de
opvang en asielprocedure daarbij zijn gehanteerd?
35
Welke mechanismen zijn in de begrotingssystematiek opgenomen om bij een lagere feitelijke
instroom dan geraamd de extra middelen voor de asielketen (bijvoorbeeld uit MPP-middelen)
af te bouwen en hoe wordt dit proces in de tijd vormgegeven?
36
Welke risico’s voor de begroting van het Ministerie van Asiel en Migratie zijn in
kaart gebracht indien de instroom hoger uitvalt dan in de huidige raming is verondersteld
en welke aanvullende maatregelen (beleidsmatig of budgettair) zijn daarbij voorzien?
37
Kan een overzicht worden verstrekt van alle maatregelen in deze begroting die specifiek
zijn gericht op beperking van instroom, intensivering van terugkeer en versterking
van grenstoezicht, met vermelding van de bijbehorende budgetten per jaar?
38
Op basis van welke omstandigheden en/of criteria zal de uitgave voor maatregel 68
(overige stabiele asielketen incl. crisisnoodopvang) substantieel kunnen afnemen van
328 miljoen euro in 2029 naar 320 miljoen euro in 2030?
39
Worden er specifieke gelden gereserveerd voor het onderbrengen van kinderen op voor
hen geschikte reguliere opvanglocaties in plaats van (crisis)noodopvang?
40
Hoe wordt de effectiviteit van de middelen voor (migratie)partnerschappen (gericht
op terugkeer) gemonitord en welke indicatoren worden hierbij gehanteerd?
41
Waarom is er alleen sprake van een reservering voor de uitvoering decentralisatie
uitkering faciliteitenbesluit in 2026 (11,689 miljoen euro) en niet voor de jaren
daarna?
42
Hoe zal de effectiviteit van gemeentelijk beleid voor het inzetten van de vrijgemaakte
middelen voor de aanpak van overlastgevende en criminele asielzoekers ten behoeve
van het gemeentefonds (12,9 miljoen euro) worden geëvalueerd?
43
Op basis van welke criteria worden de incidentele middelen (10 miljoen euro in 2026
en 40 miljoen euro in 2027) voor bonussen aan gemeenten en provincies onder de spreidingswet
verdeeld? Waarom zijn er in dit verband geen uitgaven gereserveerd na 2027?
44
Wat verklaart de mutaties in het budget voor het programma «Return and Emigration
Assistance from the Netherlands» (REAN) en hoe verhouden deze zich tot inspanningen
om vrijwillige terugkeer te bevorderen ten opzichte van gedwongen terugkeer?
45
Hoeveel opvangplekken voor ontheemden uit Oekraïne worden er binnen afzienbare tijd
gerealiseerd? Voor hoeveel opvangplekken wordt er budget gereserveerd? Hoeveel ontheemden
uit Oekraïne die zich nu voor opvang en bescherming in Nederland melden krijgen geen
opvang en bescherming, omdat er geen opvang beschikbaar is?
46
Hoeveel procent van het totaal aantal Oekraïners die zich in Europa bevinden vangt
Nederland op? Hoe verhoudt zich dat tot andere landen?
47
Zijn er signalen dat Oekraïners die naar Nederland komen het komende jaar zullen toenemen
of afnemen?
48
Hoeveel O-documenten zijn er in 2025 verstrekt aan Oekraïners?
49
Op hoeveel asielverzoeken van Oekraïners is er in 2025 beslist? Wat is het inwilligingspercentage?
Hoeveel asielverzoeken van Oekraïners staan er nog open? Hoeveel van deze verzoeken
zijn van Oekraïners die niet onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vallen?
50
Hoeveel asielverzoeken van Oekraïners staan al langer dan 21 maanden open?
51
Wat is het inwilligingspercentage voor Oekraïense asielzoekers met aanvragen van voor
2022?
52
Hoeveel tijd heeft Nederland nodig voor invoering van de zogeheten nationale terugvaloptie
op het gebied van verblijfsrecht wanneer er geen besluit tot gezamenlijke Europese
verlenging van het verblijf van Oekraïners wordt genomen? Hoe wordt hier in de capaciteit
van de IND-rekening mee gehouden?
53
Hoeveel Oekraïners volgen Nederlandse taalonderwijs vanuit de gelden vanuit de Wet
educatie en beroepsonderwijs (WEB)? Is dit aandeel gestegen, verminderd of gelijk
gebleven ten opzichte van eerdere jaren? Kunnen Oekraïners vanuit iedere gemeente
taalonderwijs volgen vanuit de WEB-gelden? In hoeverre wordt een toename van het aandeel
van Oekraïners dat taalonderwijs volgt vanuit de WEB-gelden?
54
Wordt bij het naar beneden bijstellen van de budgetten voor de opvang van Oekraïense
ontheemden van 2026 t/m 2028 rekening gehouden met verwachte sluitingen van bestaande
opvanglocaties? Hoe worden vervangende opvanglocaties gerealiseerd?
55
Op welke manier wordt er rekening gehouden in 2027 en 2028 met de doorstroom van Oekraïners
waarbij de opvang bij werkgevers en particulieren zal worden beëindigd (mede in verband
met ingang transitiedocument)?
56
Wordt er in 2028 ook rekening gehouden met mogelijke toestroom van Oekraïners naar
de asielketen, die niet voor transitiedocument kiezen, maar besluiten om de asielprocedure
te continueren?
57
Vanuit welke post worden de te verwachte kosten rondom het bijstellen van het collegegeld
ten behoeve van Oekraïense ontheemden gefinancierd (conform de motie van het lid Podt
(Kamerstuk 19 637, nr. 3472))?
58
Kunt u aangeven welk deel van het budget voor crisisnoodopvang in
2026 nodig is door het tekort aan reguliere opvangplekken? Hoe verwacht u dat deze
kosten de komende jaren afnemen?
59
Kunt u toelichten waarom de incidentele investering van 25 miljoen euro in het Entry
Exit System (EES) voor Schiphol nodig is? Is een lager bedrag niet haalbaar? Waarom
is een hoger bedrag niet nodig? Wanneer zijn de eerste uitgaven voor dit project gedaan,
gezien de inwerkingtreden van het EES per 10 april 2026 officieel van start gaat?
60
Kunt u aangeven bij hoeveel opvanglocaties een meedoenbalie wordt gerealiseerd met
de middelen die worden vrijgesteld in 2026? Kunt u bevestigen dat bij elke grote opvanglocatie
een meedoenbalie wordt gerealiseerd?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
P.C. (Peter) de Groot, voorzitter van de vaste commissie voor Asiel en Migratie -
Mede ondertekenaar
L.L. Nouse, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.