Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 926 Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met het wijzigen van de re-integratieverplichtingen in het tweede ziektejaar van werknemers bij kleine en middelgrote werkgevers
ARTIKEL I. BURGERLIJK WETBOEK BOEK 7
ARTIKEL II. ALGEMENE WET BESTUURSRECHT
ARTIKEL III. WERKLOOSHEIDSWET
ARTIKEL IV. WET ARBEIDSMARKT IN BALANS
ARTIKEL V. WET WERK EN INKOMEN NAAR ARBEIDSVERMOGEN
ARTIKEL VI. ZIEKTEWET
ARTIKEL VII. OVERGANGSRECHT
ARTIKEL VIII. INWERKINGTREDING
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het vanwege de wendbaarheid van ondernemingen
wenselijk is voor kleine en middelgrote werkgevers en hun werknemers om eerder duidelijkheid
te verkrijgen over het vanaf het tweede ziektejaar kunnen richten van de re-integratie
op werkhervatting bij een andere werkgever en daarmee ook over de mogelijkheid tot
vervanging van zieke werknemers in het tweede ziektejaar;
Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I. BURGERLIJK WETBOEK BOEK 7
Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A
Na artikel 658a wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 658aa
1. De kleine of middelgrote werkgever bevordert, in afwijking van artikel 658a, lid 1,
ten aanzien van de werknemer die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte
gedurende ten minste 52 weken verhinderd is geweest de bedongen arbeid te verrichten,
uitsluitend inschakeling in passende arbeid in het bedrijf van een andere werkgever,
indien:
a. de werknemer hier uiterlijk op de dag waarop de ongeschiktheid van de werknemer tot
het verrichten van de bedongen arbeid ten gevolge van ziekte 52 weken heeft geduurd
schriftelijk mee heeft ingestemd; of
b. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, op de schriftelijke aanvraag van
de werkgever hiervoor toestemming heeft verleend.
2. De werkgever, bedoeld in lid 1, is niet verplicht de werknemer, die niet langer ten
gevolge van ziekte ongeschikt is tot het verrichten van de bedongen arbeid, in de
gelegenheid te stellen om de bedongen arbeid te verrichten:
a. zolang een andere persoon op basis van een arbeidsovereenkomst met de werkgever werkzaam
is op de arbeidsplaats van de werknemer, of;
b. indien alle arbeidsplaatsen, behorend bij functies die uitwisselbaar zijn met de functie
van de werknemer, zijn vervallen.
3. Indien de werknemer niet langer ongeschikt is om de bedongen arbeid te verrichten
en daartoe op grond van lid 2 niet in de gelegenheid wordt gesteld:
a. blijft de verplichting van de werkgever, bedoeld in lid 1, van toepassing;
b. is de werknemer verplicht zich in te spannen om passende arbeid te verkrijgen en te
behouden en gevolg te geven aan redelijke aanwijzingen dienaangaande van de werkgever
of een door de werkgever aangewezen deskundige;
c. wordt, indien en voor zolang de werknemer de overeengekomen arbeid niet verricht omdat
de werknemer daar op grond van lid 2 niet toe in de gelegenheid wordt gesteld, voor
de toepassing van artikel 628, lid 1, geacht het niet verrichten van de overeengekomen
arbeid niet voor rekening van de werknemer te komen; en
d. is artikel 629, lid 5, tweede zin, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande
dat onder verhindering in de zin van dat lid alleen wordt verstaan verhindering doordat
de werknemer door de werkgever op grond van lid 2 niet in de gelegenheid wordt gesteld
om de bedongen arbeid te verrichten.
4. De kleine of middelgrote werkgever is de werkgever die, op de eerste dag waarop de
werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, bij of krachtens
artikel 38, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen als kleine of
middelgrote werkgever wordt aangemerkt.
5. De werknemer heeft het recht om de instemming, bedoeld in lid 1, onderdeel a, binnen
veertien dagen na de dagtekening ervan zonder opgaaf van redenen door een schriftelijke,
aan de werkgever gerichte, verklaring te herroepen. Indien de werkgever de werknemer
niet uiterlijk twee werkdagen na de instemming schriftelijk wijst op het recht om
de instemming te herroepen, bedraagt de termijn om de instemming te herroepen drie
weken.
6. De werkgever doet de schriftelijke aanvraag, bedoeld in lid 1, onderdeel b, uiterlijk
op de dag waarop de verhindering van de werknemer tot het verrichten van zijn bedongen
arbeid 42 weken heeft geduurd.
7. Detoestemming, bedoeld in lid 1, onderdeel b, wordt verleend, indien:
a. de werknemer in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is de
bedongen arbeid te verrichten;
b. aannemelijk is dat binnen 13 weken na afloop van het tijdvak van 52 weken, bedoeld
in lid 1, geen herstel zal optreden en dat binnen die periode de bedongen arbeid niet,
ook niet in aangepaste vorm, kan worden verricht; en
c. de werkgever en de werknemer gedurende het tijdvak van 52 weken, bedoeld in lid 1,
in redelijkheid hebben kunnen komen tot de inspanningen die zijn verricht om de inschakeling
in de arbeid in het bedrijf van de werkgever te bevorderen.
8. Lid 7, onderdeel b, is niet van toepassing, indien de werknemer, in verband met ongeschiktheid
ten gevolge van ziekte, in het geheel geen arbeid verricht op het moment van het aflopen
van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in lid 1.
9. De toestemming, bedoeld in lid 1, onderdeel b, wordt niet verleend:
a. gedurende een periode van verhindering van de werknemer tot het verrichten van de
bedongen arbeid die haar oorzaak vindt in ziekte als gevolg van zwangerschap of de
bevalling;
b. gedurende de zwangerschap van een werknemer en gedurende de periode waarin een werknemer
bevallingsverlof als bedoeld in artikel 3:1, derde lid, van de Wet arbeid en zorg
geniet en na werkhervatting, gedurende het tijdvak van zes weken aansluitend op dat
bevallingsverlof, dan wel aansluitend op een periode van verhindering tot het verrichten
van arbeid die haar oorzaak vindt in de bevalling of de daaraan voorafgaande zwangerschap
en die aansluit op dat bevallingsverlof; of
c. gedurende de periode dat de werknemer verlof geniet, als bedoeld in artikel 3:1a,
eerste of vierde lid, van de Wet arbeid en zorg.
10. Artikel 629, lid 10, is van overeenkomstige toepassing op de perioden, bedoeld in
dit artikel, waarin de werknemer in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte,
zwangerschap of bevalling verhinderd is geweest arbeid te verrichten.
11. Op de beslissing van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen op de schriftelijke
aanvraag, bedoeld in lid 1, onderdeel b, zijn de artikelen 105, met uitzondering van
het tweede lid, onderdelen b en c, en 106 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «medebelanghebbende» wordt
gelezen «werkgever».
12. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen brengt de beslissing op de schriftelijke
aanvraag, bedoeld in lid 1, onderdeel b, gelijktijdig en schriftelijk uit aan de werknemer
en de werkgever. Hierbij wijst het op lid 11.
13. De kantonrechter kan op verzoek van een werknemer van wie de werkgever met de toestemming,
bedoeld in lid 1, onderdeel b, uitsluitend inschakeling in passende arbeid in het
bedrijf van een andere werkgever bevordert, indien dat in strijd is met het in dit
artikel bepaalde, de werkgever veroordelen de bevordering van de inschakeling in passende
arbeid in het bedrijf van de werkgever te hervatten.
14. Indien de toestemming, bedoeld in lid 1, onderdeel b, is geweigerd, kan de kantonrechter
op verzoek van de werkgever aan hem toestemming verlenen om de inschakeling in arbeid
in het bedrijf van de werkgever te beëindigen.
15. De bevoegdheid om een verzoekschrift als bedoeld in lid 13 en 14 bij de kantonrechter
in te dienen vervalt twee maanden na de dag waarop het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
over de toestemming, bedoeld in lid 1, onderdeel b, heeft beslist.
16. Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden met betrekking
tot het verlenen van toestemming als bedoeld in de leden 1 en 7 nadere regels gesteld
over de procedure en de gegevens, die de werkgever bij de aanvraag verstrekt.
B
Artikel 669 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na «lid 3, onderdeel e» ingevoegd «, of indien artikel 658aa
is toegepast door een kleine werkgever als bedoeld in artikel 658aa, lid 4».
2. In het derde lid, onderdeel b, wordt «artikel 670, leden 1 en 11» vervangen door
«artikel 670, leden 1 en 12».
3. In het derde lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i
door een puntkomma, na onderdeel i een onderdeel toegevoegd, luidende:
j. het beëindigen van de bevordering van de inschakeling in passende arbeid in de onderneming
van de werkgever, van een werknemer die in verband met ongeschiktheid ten gevolge
van ziekte gedurende ten minste 52 weken verhinderd was de bedongen arbeid te verrichten,
op grond van artikel 658aa, mits de periode, bedoeld in artikel 670, leden 1 en 12
is verstreken en, als de werknemer weer in staat is de bedongen arbeid, al dan niet
in aangepaste vorm, te verrichten, de bedongen arbeid, al dan niet in aangepaste vorm,
in de onderneming van de werkgever niet binnen een termijn van 13 weken beschikbaar
is.
C
Artikel 670 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van de leden 11 tot en met 14 tot 12 tot en met 15, wordt een
lid ingevoegd, luidende:
11. De werkgever die toepassing heeft gegeven aan artikel 658aa kan ten minste twee jaren
na de eerste dag waarop de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid
wegens ziekte, de arbeidsovereenkomst niet opzeggen, tenzij de werknemer de bedongen
arbeid heeft hervat. Voor de berekening van de termijn, bedoeld in de eerste zin,
worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid ten gevolge van zwangerschap
voorafgaand aan het zwangerschapsverlof en perioden van ongeschiktheid tijdens het
zwangerschaps- of bevallingsverlof, bedoeld in artikel 3:1, tweede en derde lid, van
de Wet arbeid en zorg, niet in aanmerking genomen. Voorts worden perioden van ongeschiktheid
tot het verrichten van arbeid, anders dan bedoeld in de vorige zin, samengeteld, indien
zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij
direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof
wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en
zorg, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien
uit dezelfde oorzaak.
2. In het twaalfde lid (nieuw), aanhef, wordt na «bedoeld in lid 1, onderdeel a,» toegevoegd
«of lid 11».
D
In artikel 670a, tweede lid, aanhef, wordt «en lid 10» vervangen door «, 10 en 11».
E
Artikel 671a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «op grond van artikel 669, lid 3, onderdeel a of b» vervangen
door «op grond van artikel 669, lid 3, onderdeel a, b, of j,».
2. In het elfde lid wordt «en 10» vervangen door «, 10 en 11».
F
Artikel 671b wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «a en b» vervangen door «a, b en j».
2. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «a en b» vervangen door «a, b en j».
3. In het zesde lid wordt «onderdelen b tot en met i» vervangen door «onderdelen b tot
en met j» en wordt «leden 1 tot en met 4 en 10» vervangen door «leden 1 tot en met
4, 10 en 11».
G
Artikel 673e, eerste lid, onderdeel a, wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt «en lid 11» vervangen door «lid 11 en 12».
2. Aan het slot van onderdeel 1 vervalt «of».
3. Onder toevoeging van «of» aan het slot van onderdeel 2, wordt een onderdeel toegevoegd,
luidende:
3°. is beëindigd op grond van artikel 669, lid 3, onderdeel j.
H
Artikel 682 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «a of b» vervangen door «a, b of j».
2. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «b» vervangen door «b of j».
ARTIKEL II. ALGEMENE WET BESTUURSRECHT
In artikel 1 van bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht wordt «Boek 7: artikel 671a»
vervangen door «Boek 7: de artikelen 658aa en 671a».
ARTIKEL III. WERKLOOSHEIDSWET
In artikel 24, zesde lid, van de Werkloosheidswet wordt na «van de werkgever»» ingevoegd:
of het instemmen van de werknemer met de schriftelijke overeenkomst, bedoeld in artikel 658aa
lid 1, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek,
ARTIKEL IV. WET ARBEIDSMARKT IN BALANS
In artikel XIII van de Wet Arbeidsmarkt in balans wordt «artikel 670, eerste lid,
onderdeel a, en lid 11» vervangen door «artikel 670, eerste lid, onderdeel a, en lid 12».
ARTIKEL V. WET WERK EN INKOMEN NAAR ARBEIDSVERMOGEN
De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt als volgt gewijzigd:
A
Aan artikel 65 wordt een zin toegevoegd, luidende:
Indien toepassing is gegeven aan artikel 658aa van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek
beperkt de beoordeling door het UWV zich tot het tweede ziektejaar.
B
In artikel 123b, eerste lid, wordt «en 670, lid 11» vervangen door «en 670, lid 12».
ARTIKEL VI. ZIEKTEWET
De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:
A
Aan artikel 38, tweede lid, van de Ziektewet wordt een zin toegevoegd, luidende:
Indien toepassing is gegeven aan artikel 658aa van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek
beperkt de beoordeling door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen zich
tot het tweede ziektejaar.
B
Aan artikel 45, eerste lid, onderdeel j wordt «benadelen. Onder benadeling in de zin
van dit onderdeel is niet» vervangen door «benadelen, waarbij onder benadeling in
die zin van dit onderdeel niet is» en wordt na «en 49» ingevoegd «en instemming met
de schriftelijke overeenkomst als bedoeld in artikel 658aa, lid 1, onderdeel a, van
Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;»
ARTIKEL VII. OVERGANGSRECHT
Artikel 658aa van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing ten aanzien
van een werknemer wiens eerste dag van ongeschiktheid tot verrichten van de bedongen
arbeid wegens ziekte is gelegen voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I,
onderdeel A.
ARTIKEL VIII. INWERKINGTREDING
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Werk en Participatie,
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.