Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over Stand van zaken omtrent de medische capaciteit in de Gazastrook en de regio (Kamerstuk 23432-629)
23 432 De situatie in het Midden-Oosten
Nr. 717
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 31 maart 2026
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp heeft een aantal
vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Ministers van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
en van Buitenlandse Zaken over de Stand van zaken omtrent de medische capaciteit in
de Gazastrook en de regio (Kamerstuk 23 432, nr. 629).
De vragen en opmerkingen zijn op 16 februari 2026 aan de Ministers van Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Buitenlandse Zaken voorgelegd. Bij brief
van 31 maart 2026 zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie, Becker
Adjunct-griffier van de commissie, De Keijzer
Inhoudsopgave
I.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersonen
2
•
Inbreng VVD-fractie
2
•
Inbreng GroenLinks-PvdA-fractie
2
•
Inbreng CDA-fractie
7
•
Inbreng SP-fractie
9
II.
Volledige agenda
11
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inbreng leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de Stand van zaken omtrent de
medische capaciteit in de Gazastrook en de regio (Kamerstuk 23 432, nr. 629). Deze leden hebben geen opmerkingen of aandachtspunten te vermelden.
Inbreng leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met grote verontrusting en zorg in
de Kamerbrief van 30 januari 2026 gelezen over de situatie van Palestijnen in de Gazastrook
die dringend levensreddende medische zorg nodig hebben.
De bijna complete verwoesting van de medische infrastructuur in de Gazastrook en de
daardoor ontstane enorme druk op de zorg in omliggende landen in de regio maakt volgens
deze leden evident dat de internationale gemeenschap Palestijnen moet helpen die dringend
levensreddende zorg nodig hebben. Zij vragen of het kabinet deze analyse deelt.
1.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet deelt de zorgen over de ernstige humanitaire situatie in de Gazastrook,
waaronder voor Palestijnen die levensreddende zorg hebben. De medische noden in Gaza
zijn hoog en de medische capaciteit is zeer beperkt. De druk op de capaciteit voor
specialistische zorg in de regio is door de situatie in Gazasterk toegenomen. Om deze
reden heeft Nederland ingezet op het versterken van de medische capaciteit in zowel
Gaza als de regio. De recente bijdrage van 25 miljoen euro om de medische capaciteit
in Gaza en de regio te versterken wordt op dit moment aangewend door hulporganisaties.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benadrukken dat meer dan 18.500 Palestijnen
wachten op medische evacuatie vanuit Gaza. Nederland evacueerde, na langdurige politieke
onwil, in oktober eindelijk een zeer beperkt aantal van vijf Palestijnse kinderen.
Deze leden vragen het kabinet hoe dit in verhouding staat tot wat andere Europese
landen opvangen. Hoe staat dit in verhouding tot de aantallen die Nederlandse ziekenhuizen
hebben aangegeven te kunnen opvangen?
2.
Antwoord van het kabinet
De door Nederland opgestelde criteria voor de selectie van het aantal patiënten waren
breder dan enkel de opvangcapaciteit van Nederlandse ziekenhuizen. Een zorgvuldige
evacuatie vergt maatwerk van verschillende betrokken partijen. Het gaat om een groep
van zeer kwetsbare patiënten en gezinnen, die niet alleen specialistische zorg nodig
hebben, maar ook opvang, begeleiding en scholing.
Tot op heden hebben vijftien EU-lidstaten besloten om medische evacuaties mogelijk
te maken, waaronder Nederland. In vergelijking met deze vijftien landen heeft Nederland
relatief weinig medische evacuees uit Gaza opgevangen, zie tabel hieronder. Twaalf
EU-lidstaten, te weten Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Hongarije,
Kroatië, Letland, Litouwen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Tsjechië en Zweden, hebben
er voor gekozen om géén medische evacuaties naar hun eigen land uit te voeren.
Evacuees op basis van cijfers van de WHO t/m februari 2026. Aantal miljoen inwoners
op basis van cijfers in januari 2026
Land
Evacuees
Inwoners (in mln.)
Ratio (Evacuees/mln. inwoners)
Italië
172
59,1
2,91
Spanje
65
47,9
1,36
Roemenië
55
18,6
2,96
Verenigd Koninkrijk
53
69,7
0,76
Noorwegen
22
5,6
3,93
Zwitserland
20
9,0
2,22
België
18
11,8
1,53
Frankrijk
14
66,7
0,21
Ierland
14
5,3
2,64
Griekenland
10
9,9
1,01
Slovenië
8
2,1
3,81
Nederland
5
18,4
0,27
Malta
4
0,5
8,00
Luxemburg
2
0,7
2,99
Albanië
1
2,8
0,36
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben gelezen hoe het kabinet hardnekkig
bleef vasthouden, ook in de brief van 30 januari 2026, aan het idee dat medische hulp
voor Palestijnen uit Gaza het meest effectief is in de regio. Deze leden wijzen erop
dat medische experts en hulporganisaties verschillende redenen hebben aangedragen
waarom dit idee niet klopt. Allereerst gezien de regio volledig overbelast is en bijvoorbeeld
Egyptische ziekenhuizen niets meer aankunnen, maar ook omdat kindzorg complex is en
verschillende specialismen vereist die in Nederlandse kinderziekenhuizen samenkomen
en dit dus niet opgelost kan worden door artsen of kennis met de regio te delen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen het kabinet of zij nu wél naar medische
experts en professionele hulporganisaties gaan luisteren om te bepalen wat nodig is
en wat Nederland kan doen. Wat vindt het kabinet dat de Nederlandse inzet zou moeten
zijn?
3.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet heeft de additionele bijdrage van 25 miljoen euro gericht ingezet voor
hulp aan mensen uit Gaza, mede ter verlichting van de druk op zorgsystemen in de regio.
Naast financiële steun zet Nederland zich continue diplomatiek in voor veilige, ongehinderde
en onvoorwaardelijke humanitaire toegang voor professionele hulporganisaties, waaronder
de VN, de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en internationale ngo’s. Dit alles doet
het kabinet zowel bilateraal in contacten met de Israëlische autoriteiten, als in
EU verband.1
Het kabinet is in voortdurend contact met hulporganisaties en experts ter plaatse
over wat nodig is en hoe Nederland daaraan kan bijdragen. Het kabinet ziet dat de
situatie in Gaza zeer slecht is, de medische noden in Gaza hoog blijven en dat de
capaciteit in zowel Gaza als de regio om patiënten die specialistische zorg nodig
hebben op te vangen en te behandelen zeer beperkt is.
Een besluit aangaande medische evacuaties van patiënten uit Gaza naar Nederland vraagt
om realisme (langetermijnverplichting), uitlegbaarheid (alle dilemma’s gewogen), uitvoerbaarheid
(één regievoerder met doorzettingsmacht) en om zorgzaamheid (richting patiënten en
families). Vanuit deze principes wil het kabinet welwillend naar de medische evacuaties
en andere inzet voor verbetering van de zorg in de regio blijven kijken.
Voor afwegingen omtrent realisme, uitlegbaarheid, uitvoerbaarheid en zorgzaamheid,
verwijs ik naar de Kamerbrief inzake medische evacuaties uit Gaza naar Nederland van
31 maart 2026.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lazen in de brief over een «zeer complexe
operatie» om de vijf patiënten naar Nederland te evacueren. Deze leden vragen of het
kabinet kan verklaren waarom dit zo complex was. Immers, volgens de Wereldgezondheidsorganisatie
(WHO) kan een medische evacuatie «redelijk snel» vanwege bestaande regelingen met
de Europese Unie (EU) en Nederlandse ziekenhuizen gaven aan «tientallen» zieke of
gewonde kinderen uit de Gazastrook te kunnen opnemen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen verder of gesteld kan worden dat een
volgende ronde medische evacuaties minder complex zou zijn, omdat nu bekend is welke
stappen gezet moeten worden.
4.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet heeft geleerd van de operatie waarbij eind oktober 2025 vijf patiënten
naar Nederland zijn geëvacueerd. Een dergelijke operatie blijft echter zeer complex.
Een zorgvuldige evacuatie vergt maatwerk van verschillende betrokken partijen. Het
gaat om een groep van zeer kwetsbare patiënten en gezinnen, die niet alleen specialistische
zorg nodig hebben, maar ook opvang, begeleiding en scholing.
Voorts vragen deze leden het kabinet of zij een inschatting kunnen maken van het aantal
dodelijke slachtoffers en gewonden sinds het staakt-het-vuren en de effecten daarvan
op de WHO-wachtlijst voor medische evacuaties. Is het juist dat het staakt-het-vuren
niet heeft geleid tot een reductie van het aantal patiënten op de wachtlijst, maar
dat de lijst juist groeit? Hoe verklaart het kabinet dit?
5.
Antwoord van het kabinet
De humanitaire situatie in Gaza blijft catastrofaal. De aanhoudende belemmeringen
voor humanitaire toegang hebben directe impact op de humanitaire situatie ter plaatse:
de voedselzekerheidssituatie blijft fragiel, er bestaan tekorten aan allerhande essentiële
goederen, en er is in het bijzonder gebrek aan adequaat onderdak, medische zorg, water
en sanitaire voorzieningen.
Ook de gezondheidssituatie in Gaza is ten opzichte van eind vorig jaar verder verslechterd.
Het gezondheidssysteem is grotendeels verwoest door gevechten, schade aan medische
infrastructuur, en aanhoudende tekorten aan medicijnen, brandstof en medisch personeel.
Hierdoor kunnen veel ernstig gewonden en chronisch zieken niet tijdig of adequaat
behandeld worden. De WHO geeft aan dat de wachtlijst daardoor niet significant afneemt.
Vanwege de Israëlische restricties bij grensovergangen vinden, zeker sinds 28 februari
jl., vrijwel geen evacuaties plaats.
Sinds het staakt-het vuren op 10 oktober 2025 zijn er volgens de WHO ten minste 4.557
mensen gedood en 1.828 mensen gewond geraakt in Gaza.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben verder grote zorgen over de nieuwe
Israëlische registratie-eisen voor hulporganisaties, omdat deze indruisen tegen internationaal
afgesproken humanitaire principes, tegen Nederlandse en Europese data-wetgeving, en
het werk van hulporganisaties ernstig belemmeren of onmogelijk maken. Deze leden vragen
het kabinet wat volgens hen de consequenties zijn van het de-registreren door Israël
van 37 hulporganisaties en het ontzeggen van toegang tot Gaza voor het aantal patiënten
dat op de wachtlijst komt te staan.
6.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet steunt het werk van onze humanitaire partners onvoorwaardelijk, en hecht
veel waarde aan de continuïteit van hun werk in de Palestijnse gebieden. Het besluit
van Israël om verschillende internationale ngo’s niet opnieuw te registreren is zorgwekkend
en zal negatieve consequenties hebben voor de hulpverlening, ook voor de medische
hulpverlening, in de Palestijnse Gebieden. Daarmee kan het ook gevolgen hebben voor
het aantal patiënten dat op de wachtlijst komt te staan.
Organisaties zoals Artsen zonder Grenzen zijn, naast de VN en de Rode Kruis- en Halve
Maanbeweging, cruciaal voor de humanitaire en medische hulpverlening. Zij moeten vrije,
ongehinderde, en onvoorwaardelijke toegang krijgen om hun werk uit te kunnen voeren.
Wat betekent dit volgens het kabinet voor de noodzaak voor een nieuwe impuls aan levensreddende
medische evacuaties uit Gaza, inclusief Europa en Nederland? Zijn er ook gevolgen
voor het proces van medische evacuaties wanneer deze hulporganisaties geen toegang
meer hebben?
7.
Antwoord van het kabinet
De hoeveelheid mensen die dringend medisch geëvacueerd moeten worden zal, gezien de
huidige toegangsbelemmeringen voor hulporganisaties (waaronder de gehele of gedeeltelijke
sluiting van grensovergangen), naar verwachting niet snel afnemen. Sinds 19 maart
jl. is de grensovergang met Rafah beperkt geopend voor personenverkeer, maar niet
voor humanitaire hulp. Naast dat het aantal medische evacuaties in de eerste dagen
aanzienlijk lager lag dan voor de escalatie in de regio, werden medische evacuaties
vijf dagen na het openen van de grens stopgezet.
De herregistratieplicht is niet van toepassing op de WHO, die ter plaatse verantwoordelijk
is voor het coördineren van medische evacuaties uit Gaza. Hierdoor zullen zij naar
verwachting niet direct worden geraakt door dit besluit.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien dat patiënten maar mondjesmaat Gaza kunnen
verlaten en het van enorm belang is dat Israëlische autoriteiten de grenzen zo snel
mogelijk openen om mensen te kunnen redden. Deze leden vragen het kabinet of zij de
schatting kennen dat, in het huidige tempo, het meer dan viereneenhalf jaar zou duren
voordat de 20.000 mensen die dringend medische evacuatie nodig hebben, kunnen vertrekken.
Deze leden vragen het kabinet wat zij verder kunnen inschatten over de snelheid waarmee
de wachtlijst zal worden opgelost.
8.
Antwoord van het kabinet
Dit is het kabinet bekend. Het is cruciaal dat grensovergangen volledig worden geopend,
voor humanitaire hulp en ook voor medische evacuaties. De vooruitzichten zijn op dit
moment zorgwekkend: door de aanhoudende humanitaire crisis, de recente geweldsescalatie
in de regio en de daaraan verbonden sluiting van grenzen, en beperkte heropeningen,
is het geen gegeven dat de wachtlijst de komende periode significant zal krimpen.
Momenteel kunnen er vrijwel geen medische evacuaties worden uitgevoerd vanwege deze
grenssluitingen, aldus de WHO.
Kan het kabinet haar inzet om de Israëlische autoriteiten te bewegen de grenzen te
openen, intensiveren? Verder vragen deze leden hoe reëel de verwachtingen uit de Kamerbrief
zijn dat de tweede fase van het vredesplan voor Gaza zal leiden tot een grotere bereidheid
aan de Israëlische kant om medische evacuaties op significante schaal toe te staan.
Welke signalen heeft het kabinet hierover?
9.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet dringt er bij Israël op aan dat veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke
humanitaire toegang gefaciliteerd moet worden, zoals ook tijdens de Raad Buitenlandse
Zaken van 16 maart jl. is benadrukt. Dat geldt voor alle professionele hulporganisaties,
van de VN en de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging tot internationale ngo’s. Het kabinet
zet dit voort, en probeert de Israëlische autoriteiten hier op ieder hiervoor geschikt
moment en op alle niveaus toe te bewegen, ook in EU-verband. Zoals bekend in uw Kamer
heeft Nederland tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari jl. benadrukt dat
o.a. de ontwikkelingen in de Gazastrook, waaronder de verslechterende humanitaire
situatie, het nodig kunnen maken om de door de Commissie voorgestelde EU-maatregelen
in het kader van artikel 2 van het Associatieakkoord tussen de EU en Israël opnieuw
te agenderen.
De Israëlische autoriteiten kondigden op 28 februari jl. aan de grensovergangen naar
Gaza, Westelijke Jordaanoever tot nader order te sluiten, naar zeggen vanwege veiligheidsredenen.
De grenzen met Jordanië (Allenby en Jordan River Crossing) en Kerem Shalom gingen
op resp. 9 maart en 3 maart jl. zeer beperkt weer open. Ook is op donderdag 19 maart
jl. de grens met Rafah heropend en hebben de eerste medische evacuaties plaatsgevonden,
zij het een laag aantal. Humanitaire hulp wordt vooralsnog niet toegestaan via Rafah,
terwijl de invoer van hulp via de andere grensovergangen (op moment van schrijven
uitsluitend Kerem Shalom) bij lange na niet volstaat.
Het kabinet ontving nog geen signalen over de mogelijke impact die ontwikkelingen
t.a.v. de tweede fase van het vredesplan voor Gaza zouden hebben op de bereidheid
aan de Israëlische kant om medische evacuaties op significante schaal toe te staan.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie wijzen er tot slot op dat het evacueren van
patiënten nooit gebruikt mag worden als instrument om Palestijnen uit hun rechtmatige
thuisland te verdrijven. Wat kan het kabinet doen om het recht om weer terug te keren
te garanderen voor patiënten die medisch geëvacueerd worden?
10.
Antwoord van het kabinet
Nederland roept Israël in bilateraal en multilateraal verband op om meer grensovergangen
te openen voor veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke toegang voor alle professionele
humanitaire organisatie en om medische evacuaties binnen de regio mogelijk te maken.
Het kabinet is van mening dat Palestijnen die willen terugkeren naar Gaza deze mogelijkheid
moeten krijgen. De terugkeer van patiënten en begeleiders is echter een complex vraagstuk
omdat dit feitelijk mede afhankelijk is van de toestemming van Israël voor terugkeer.
Klopt het dat de Israëlische autoriteiten een bijna volledig verbod hebben ingesteld
op medische evacuaties vanuit de Gazastrook naar nabijgelegen Palestijnse ziekenhuizen
op de Westelijke Jordaanoever (inclusief Oost-Jeruzalem)? Is het kabinet het ermee
eens dat deze beperking de humanitaire crisis verergert, onacceptabel en in strijd
met het internationaal recht is?
11.
Antwoord van het kabinet
Het klopt dat de grootste uitdaging voor medische evacuaties vanuit de Gazastrook
naar nabijgelegen Palestijnse ziekenhuizen op de bezette Westelijke Jordaanoever (inclusief
Oost-Jeruzalem) wordt gevormd door het afkeuren van patiëntenvervoer door de Israëlische
autoriteiten. Opvang en behandeling in deze ziekenhuizen geniet de voorkeur aangezien
er voldoende capaciteit is en patiënten dichter bij huis en familie kunnen verblijven.
Inbreng leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsbrief met betrekking
tot de stand van zaken omtrent de medische capaciteit in de Gazastrook en de regio.
Deze leden hebben hier enkele vragen bij.
De leden van de CDA-fractie constateren dat het kabinet aangeeft zich zorgen te maken
omtrent de herregistratieplicht voor internationale niet-gouvernementele organisaties
(ngo’s). Inmiddels is duidelijk geworden dat Artsen zonder Grenzen uiterlijk 28 februari
2026 uit Gaza moet zijn vertrokken. Deze leden vragen het kabinet zich ervoor in te
spannen dat dit besluit van Israël ingetrokken wordt, of dat op zijn minst deze deadline
verder verschoven wordt. Kan het kabinet daarnaast aangeven welke gevolgen het heeft
voor de humanitaire situatie in Gaza als Artsen zonder Grenzen definitief uit Gaza
weg moet? Deelt het kabinet de mening dat het wegvallen van Artsen zonder Grenzen
een verdere verzwakking zou betekenen van de toch al vrijwel ingestorte gezondheidsinfrastructuur?
En deelt het kabinet de urgentie om dit zo spoedig mogelijk na het aantreden van het
nieuwe kabinet op hoog niveau binnen de EU aan de orde te stellen?
12.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet steunt het werk van onze humanitaire partners onvoorwaardelijk, en hecht
veel waarde aan de continuïteit van hun werk in de Palestijnse gebieden. Het kabinet
maakt zich daarom veel zorgen over het besluit van Israël om 37 verschillende internationale
ngo’s op te roepen de Palestijnse Gebieden te verlaten. Professionele hulporganisaties,
waaronder internationale ngo’s, de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging en de VN-agentschappen,
leveren cruciale humanitaire hulp in de Gazastrook en moeten hun onmisbare werk veilig
en ongehinderd kunnen uitvoeren. Dit geldt ook voor Artsen zonder Grenzen.
Nederland heeft de zorgen over de herregistratieplicht de afgelopen maanden veelvuldig
en op alle niveaus bij de Israëlische autoriteiten aangekaart. Deze inzet zal worden
voortgezet. Tevens blijft Nederland zich in EU- en multilateraal verband inzetten
voor veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke toegang voor alle professionele humanitaire
organisaties tot de Palestijnse Gebieden. Zie ook de beantwoording op de eerdere Kamervragen2 over dit onderwerp.
De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet aangeeft dat begin oktober besloten
is om vijf kinderen uit Gaza met hoog-specialistische zorgbehoeften naar Nederland
te evacueren. Deze leden vragen hoe deze selectie is gedaan en welke lessen geleerd
zijn voor eventuele vervolggevallen. Welke concrete beslispunten en scenario’s legt
het kabinet klaar voor opvolging (bijvoorbeeld extra regionale opvang, meer evacuaties
naar Nederland, extra diplomatieke druk)? Deze leden vragen daarnaast of het kabinet
de mening deelt dat er vanuit Nederland meer medische evacuaties van kinderen uit
Gaza mogelijk zouden moeten worden gemaakt.
13.
Antwoord van het kabinet
De selectie van de vijf patiënten die in oktober 2025 naar Nederland zijn geëvacueerd
kende meerdere stappen waar die zijn toegelicht in de kamerbrief van 30 oktober jl.3
Het kabinet heeft geleerd van de operatie waarbij in oktober 2025 vijf patiënten naar
Nederland zijn geëvacueerd. Een dergelijke operatie blijft echter zeer complex, aangezien
hiervoor maatwerk van verschillende betrokken departementen vereist is, zowel om de
kwetsbare patiënten (evenals hun kwetsbare begeleiders en/of familieleden) naar Nederland
te halen, als om hen hier van passende zorg en ondersteuning te kunnen voorzien.
Een besluit aangaande medische evacuaties van patiënten uit Gaza naar Nederland vraagt
om realisme (langetermijnverplichting), uitlegbaarheid (alle dilemma’s gewogen), uitvoerbaarheid
(één regievoerder met doorzettingsmacht) en om zorgzaamheid (richting patiënten en
families). Vanuit deze principes wil het kabinet welwillend naar de medische evacuaties
en andere inzet voor verbetering van de zorg in de regio blijven kijken.
Voor afwegingen omtrent realisme, uitlegbaarheid, uitvoerbaarheid en zorgzaamheid,
verwijs ik naar de Kamerbrief inzake medische evacuaties uit Gaza naar Nederland van
31 maart 2026.
In de brief benoemt het kabinet dat er grote tekorten aan personeel, goederen en apparatuur
zijn. Deze leden vragen of duidelijk is welke tekorten momenteel het meest levensbedreigend
zijn (bijvoorbeeld traumazorg, IC-capaciteit, dialyse, oncologie, verloskunde). Op
welke wijze zou Nederland en/of de EU kunnen helpen om deze tekorten tegen te gaan?
14.
Antwoord van het kabinet
De WHO houdt informatie bij over de tekorten in de Gazastrook en deelt die informatie
regelmatig met landen die actief zijn in de hulpverlening in de Gazastrook en de regio.
Volgens de meest recente update van WHO is 46% van de essentiële geneesmiddelen en
66% van het medisch verbruiksmateriaal momenteel volledig uitgeput en moeten dringend
en structureel worden aangevuld. De meeste patiënten die tot op heden geëvacueerd
zijn hebben traumazorg of oncologiezorg nodig. Specialistische zorg is nauwelijks
beschikbaar. Oncologische zorg is vrijwel geheel afwezig door een gebrek aan radiotherapie,
chemotherapie en geavanceerde beeldvorming. Er zijn voor de gehele bevolking slechts
twee oncologen voor volwassenen beschikbaar zijn en geen enkele pediatrisch oncoloog.
Nederland zet zich, mede op basis van deze informatie, in middels de uitvoering van
de recente bijdrage van 25 miljoen euro mede ter versterking van de zorgcapaciteit
in Gaza en de regio. Nederland onderhoudt daarnaast contact met partnerorganisaties
en gelijkgezinde landen om zicht te houden op de gezondheidssituatie, en spant zich
– ook in EU-verband – in om aandacht te vragen voor het belang van toegang tot zorg
en het herstel van het gezondheidssysteem in de Gazastrook.
Inbreng leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsbrief over de stand
van zaken omtrent de medische capaciteit in de Gazastrook en de regio. Deze leden
zijn diep teleurgesteld en verontwaardigd over de onmenselijke wijze waarop deze regering
omgaat met de medische evacuatie van Palestijnse kinderen uit Gaza. Deze kinderen
kunnen in de regio niet de noodzakelijke zorg krijgen.
De leden van de SP-fractie lezen in de brief van 30 januari 2026 dat de regering uiteenzet
welke stappen zij onderneemt om de zorgcapaciteit in de regio te versterken. Dat is
echter niet waar de Kamer om heeft gevraagd en het gaat volledig voorbij aan de kern
van het probleem: die capaciteit is en blijft ontoereikend.
De beperking in de capaciteit wordt ook nog eens verergerd door de voortdurende illegale
blokkade van humanitaire hulp door Israël. Is het kabinet bereid dit te veroordelen?
15.
Antwoord van het kabinet
Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 5 heeft Nederland grote zorgen over
de humanitaire situatie in de Gazastrook. Hulporganisaties hebben te maken met ernstige,
aanhoudende belemmeringen. Dat gaat bijvoorbeeld om de Israëlische herregistratieplicht
voor internationale ngo’s, waardoor verscheidene belangrijke hulporganisaties toegang
tot Gaza dreigen te verliezen. Daarnaast is er onvoldoende toegang via de grensovergangen,
en bemoeilijken Israëlische restricties op goederen die als dual use worden beschouwd de invoer van essentiële goederen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om
materialen voor onderdak of om medische hulpmiddelen.
Het kabinet vindt het uiterst zorgwekkend dat grensovergangen grotendeels gesloten
blijven. Israël kondigde op 28 februari jl. aan alle grensovergangen te sluiten. Op
3 maart jl. ging Kerem Shalom weer open, maar de invoer van goederen bleef benedenmaats.
Ook is op donderdag 19 maart jl. de grens met Rafah (beperkt) heropend voor personenverkeer,
maar niet voor humanitaire hulp. De eerste medische evacuaties hebben plaatsgevonden,
zij het een zeer laag aantal. Volgens de Verdragen van Genève heeft Israël, als bezettende
macht, de verplichting om de lokale bevolking te voorzien van essentiële levensbehoeften,
waaronder voedsel, medische benodigdheden en diensten. Wanneer de lokale bevolking
van een bezet gebied onvoldoende bevoorraad is, dan is een bezettende macht tevens
verplicht om in te stemmen met hulpacties van derde staten of onpartijdige humanitaire
organisaties en deze met alle haar ten dienste staande middelen te faciliteren.
De regering weigert bovendien uitvoering te geven aan aangenomen Kamermoties die oproepen
tot het overbrengen van meer Palestijnse kinderen naar Nederland voor levensreddende
medische behandeling. De mogelijkheid om te helpen is er, maar de bereidheid ontbreekt.
Voor deze leden is dit zowel onbegrijpelijk als onaanvaardbaar. Kan het kabinet toelichten
waarom Nederland, naast de eerste vijf kinderen, verder geen medische evacuaties heeft
georganiseerd? Welke (geo)politieke overwegingen liggen aan deze keuze ten grondslag?
16.
Antwoord van het kabinet
Een besluit aangaande medische evacuaties van patiënten uit Gaza naar Nederland vraagt
om realisme (langetermijnverplichting), uitlegbaarheid (alle dilemma’s gewogen), uitvoerbaarheid
(één regievoerder met doorzettingsmacht) en om zorgzaamheid (richting patiënten en
families). Vanuit deze principes wil het kabinet welwillend naar de medische evacuaties
en andere inzet voor verbetering van de zorg in de regio blijven kijken.
Voor afwegingen omtrent realisme, uitlegbaarheid, uitvoerbaarheid en zorgzaamheid,
verwijs ik naar de Kamerbrief inzake medische evacuaties uit Gaza naar Nederland van
31 maart 2026.
De leden van de SP-fractie constateren dat het kabinet-Schoof de afweging over de
medische evacuaties aan de nieuwe regering heeft gelaten. Deze leden gaan ervan uit
dat een nieuwe regering wel bereid is tot het evacueren van deze kinderen, voor wie
geen medische hulp in de regio geboden kan worden. Kan het kabinet aangeven of dit
inderdaad klopt?
17.
Antwoord van het kabinet
Zie antwoord op vraag 16.
II. Volledige agenda
– Kamerstuk 23 432, nr. 629: Stand van zaken omtrent de medische capaciteit in de Gazastrook en de regio.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
B. Becker, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Mede ondertekenaar
D.L. de Keijzer, adjunct-griffier