Brief Presidium : Brief van het Presidium inzake het jaarverslag 2025 van het College van onderzoek integriteit van de Tweede Kamer
35 351 Gedragscode Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Nr. 32
BRIEF VAN HET PRESIDIUM
Aan de Leden
Den Haag, 26 maart 2026
Het Presidium legt, op grond van artikel 4 van de Regeling toezicht en handhaving
Gedragscode Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (hierna: Regeling), ter
kennisgeving aan u voor het jaarverslag 2025 van het College van onderzoek integriteit
van de Tweede Kamer. Het College heeft tot taak om klachten aangaande schending van
de Gedragscode door Kamerleden te behandelen.
Het Presidium heeft in zijn vergadering van 25 maart 2026 gesproken over het jaarverslag
2025. In het jaarverslag doet het College drie aanbevelingen:
1. Het College beveelt aan om te (laten) onderzoeken of het wenselijk is dat het College
een rol krijgt in het tegengaan van vormen van ongewenst c.q. grensoverschrijdend
gedrag (begaan door Kamerleden jegens andere Kamerleden, medewerkers of derden) die
nu niet onder de Gedragscode vallen.
2. Het College doet voorts de aanbeveling om aan de Gedragscode een duidelijk geformuleerde
gedragsregel toe te voegen die zegt dat Kamerleden zich dienen te onthouden van gedragingen
die het gezag of de waardigheid van de Tweede Kamer in ernstige mate schaden of woorden
van vergelijkbare strekking, en om de zinsnede hierover in de toelichting bij de gedragsregels
1 en 2 te schrappen.
3. Het College beveelt ten slotte aan om bij het opleggen van een sanctiebesluit aan
een Kamerlid rekening te houden met de recesperiodes van de Kamer.
Het Presidium stelt de Kamer voor om de aanbeveling om te (laten) onderzoeken of het
wenselijk is dat het College een rol krijgt in het tegengaan van vormen van ongewenst
c.q. grensoverschrijdend gedrag (begaan door Kamerleden jegens andere Kamerleden,
medewerkers of derden) die nu niet onder de Gedragscode vallen, tot nader order ter
kennisgeving aan te nemen. Het Presidium beraadt zich namelijk nog op de uitwerking
van de motie-Grinwis c.s. (Kamerstuk 36 714, nr. 15) om te komen tot een Kamerbrede Gedragscode over ongewenste omgangsvormen.
Het Presidium stelt de Kamer voor om de aanbeveling om een gedragsregel toe te voegen
niet over te nemen. Bij de herziening van de Regeling is dit onderdeel geschrapt omdat
dit beter zou aansluiten op waar de Regeling voor bedoeld is, namelijk integriteit
in enge zin. De zinsnede hierover in de toelichting bij de Regeling is destijds welbewust
blijven staan.
Het Presidium stelt de Kamer voor om de aanbeveling om bij het opleggen van een sanctiebesluit
rekening te houden met recessen niet over te nemen, omdat dit een wijziging van de
Regeling Gedragscode Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal vergt. Het Presidium
geeft het College in overweging om bij het uitbrengen van de rapportages rekening
te houden met de termijnen die de Regeling aan de Kamer stelt.
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Thom van Campen
Ondertekenaars
A.A.H. van Campen, voorzitter van het Presidium