Brief Kamer : Geleidende brief bij de Raming der voor de Tweede Kamer in 2027 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten
36 919 Raming der voor de Tweede Kamer in 2027 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten
Nr. 1 GELEIDENDE BRIEF
Den Haag, 25 maart 2026
Ieder jaar stelt de Tweede Kamer haar eigen begroting op, de Raming. In het voorjaar
behandelt de Tweede Kamer deze Raming, die vervolgens door de Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties wordt toegevoegd aan hoofdstuk IIA van de rijksbegroting.
In deze geleidende brief bij de Raming worden de prioriteiten voor 2027 beschreven.
Hierbij wordt voortgebouwd op de ontwikkelingen die de afgelopen jaren in gang zijn
gezet, zoals het versterken van een integraal veiligheidsbeleid en het moderniseren
en verder digitaliseren van de werkwijze van de Kamer. Daarnaast zal de komende periode
verder invulling gegeven worden aan de sociale veiligheidsagenda binnen de Kamer,
zowel ambtelijk als politiek.
Algemeen begrotingsbeeld
Bijstelling begroting 2026
Het jaar 2025 was een verkiezingsjaar en dat heeft gevolgen voor de begroting. Een
belangrijk deel van de bijstelling van de uitgaven van de Tweede Kamer voor 2026 hangt
samen met de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober 2025 en is daardoor incidenteel
van aard. Het beeld is in grote lijnen vergelijkbaar met eerdere ramingen in verkiezingsjaren.
De bijstelling van de uitgaven voor 2026 is in totaal 20,6 miljoen euro. De bijstelling
bestaat uit 14,6 miljoen euro voor de politieke artikelen en 6,0 miljoen euro voor
de ambtelijke artikelen. Binnen de politieke artikelen is 8,7 miljoen euro bestemd
voor wachtgelduitkeringen als gevolg van een groter beroep op de wachtgeldregeling
door vertrekkende en niet herkozen Kamerleden in verband met de Kamerverkiezingen.
Daarnaast is sprake van een bijstelling van 5,6 miljoen euro op fractiekosten, waaronder
de zogenoemde schokdemping voor fracties die na de verkiezingen in zetelaantal zijn
gedaald en nog gedurende ongeveer één jaar fractiegelden ontvangen op basis van hun
oude zetelaantal. Als laatste betreft het een bijstelling van 0,3 miljoen euro voor
parlementaire enquêtes.
Voor het ambtelijke apparaat is 6 miljoen euro nodig waarvan het grootste deel, 4,7 miljoen euro,
gaat naar (incidentele) investeringen voor veiligheidsdoeleinden. Een kleiner deel,
1,3 miljoen euro, is bestemd voor een goede uitvoering van de bedrijfsvoering, zoals
personele versterking bij Juridische Zaken en de reorganisatie van de Griffie Commissies.
De structurele groei van de begroting is beperkt tot 1,4 miljoen euro en betreft vooral
integrale veiligheid en de bedrijfsvoering van de Tweede Kamer.
Als gevolg van de Tweede Kamerverkiezingen en de daarmee samenhangende huisvestingsplanning
zijn er ook enkele kasverschuivingen. In 2026 zijn incidentele kosten gemaakt voor
een interne verhuizing en voor de ondersteuning van het formatieproces. Het gaat om
een bedrag van 1,55 miljoen euro. Deze uitgaven waren geraamd voor 2028 (het reguliere
verkiezingsjaar) en worden vanwege de vervroegde verkiezingen budgettair neutraal
naar 2026 geschoven. De middelen voor de investeringen in audiovisuele voorzieningen
bij terugverhuizing naar het Binnenhof (€ 10 mln., verdeeld over 2026 en 2027) worden
in de tijd ook herschikt volgens de actuele planning richting medio 2031.
Enveloppe «goed bestuur»
Voor de versterking van de kennis- en onderzoeksfunctie van de Tweede Kamer wordt
in de Raming 2027 een bedrag van 10 miljoen euro geleidelijk overgeheveld van de begroting
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) naar de begroting van de Tweede Kamer.
Deze overboeking is budgettair neutraal op rijksniveau, omdat dit budget al op de
BZK-begroting was opgenomen. De inzet van deze middelen vindt plaats via een meerjarig
ingroeimodel waardoor structureel wordt geïnvesteerd in de Dienst Analyse en Onderzoek
(DAO). Dit versterkt o.a. de kennis- en informatiepositie van de Kamercommissies.
Ook krijgt DAO meer capaciteit om maatwerk te leveren voor vragen vanuit Kamerleden
en fracties. Op deze manier ontwikkelt de Kamer een meer eigenstandige kennispositie.
Een ander deel van enveloppe wordt besteed aan het versterken van de digitale ondersteuning
en informatievoorziening. Kamerleden en commissies krijgen hierdoor toegang tot nieuwe
en beter ontsloten informatiebronnen. Dit alles vertaalt zich naar een efficiëntere
en betere ondersteuning van het parlementaire werk vanuit de Griffies Commissies,
Griffie Plenair en de andere ondersteunende diensten.
Als de Kamer dit budget (deels) wil gebruiken als aanvulling op de fractiegelden dan
dient de Raming op dit punt geamendeerd te worden, waardoor een juridische basis ontstaat
om deze gelden op een andere wijze aan te wenden voor de ondersteuning van fracties
en groepen.
Toekomstbestendige Kamerorganisatie
De ambtelijke organisatie van de Tweede Kamer bestaat uit ongeveer 800 medewerkers.
Zij zet zich in voor de ondersteuning van het parlementaire werk. Voor het goed uitvoeren
van deze taken is het belangrijk om een gezamenlijk doel voor ogen te houden. Daarom
werkt de directie, samen met de medewerkers, aan het opstellen van een organisatievisie.
Hierin wordt duidelijk waar de Kamerorganisatie in 2030 wil staan, welke kernwaarden
daarbij leidend zijn en wat Kamerleden kunnen verwachten van de organisatie. Ook gaat
deze visie in op de omgang van Kamerbewoners met elkaar.
Sociale veiligheid
Het onderwerp sociale veiligheid staat hoog op de agenda van het Presidium. In 2024
is een programmamanager sociale veiligheid aangesteld en is binnen de Kamer het programma
«sociale veiligheid» opgestart. De Tweede Kamer wil een werkomgeving bieden waarin
medewerkers zich gewaardeerd voelden en met plezier hun werk kunnen doen. Dit betekent
ook dat er een goede en rolvaste ambtelijk politieke samenwerking moet zijn.
Voor de ambtelijke organisatie worden trainingen en leiderschapsprogramma’s ontwikkeld.
Daarnaast krijgen vertrouwenspersonen, bedrijfsmaatschappelijk werk, bedrijfsarts
en mediators een sterkere rol, zodat signalen van onveiligheid vroegtijdig kunnen
worden opgevangen. Er is één centraal meldpunt sociale veiligheid gekomen waar medewerkers
met vragen, ideeën, meldingen en klachten terechtkunnen.
Iedereen, van Kamerlid tot stagiair, moet zich veilig voelen binnen het gebouw van
de Tweede Kamer
Het Presidium vraagt daarom bijzondere aandacht voor het traject dat zich richt op
alle Kamerbewoners: Kamerleden, fractiemedewerkers en ambtenaren. Bij de behandeling van
de Raming 2026 is een motie ingediend en aangenomen om te komen tot een Kamerbrede
gedragscode (motie van het lid Grinwis c.s. Kamerstuk 36 714, nr. 15). Voor het goed functioneren van de Tweede Kamer is het belangrijk dat Kamerleden,
fractiemedewerkers en ambtenaren zich onderling respectvol en correct gedragen. Het
Presidium werkt op dit moment aan een voorstel waarin we de «gewenste omgang» met
elkaar beschrijven en waarop we allemaal aangesproken kunnen worden. Deze code kan
bijdragen aan een sterkere verbinding tussen alle Kamerbewoners en daardoor positief
afstralen op de Tweede Kamer. Bij de behandeling van de Raming in juni 2026 hoopt
het Presidium u verder te kunnen informeren over de voortgang van dit initiatief.
Ook de Voorbereidende groep ter uitvoering van de motie van het lid Wijen-Nass c.s,
onder voorzitterschap van mevrouw Van der Plas heeft een aantal aanbevelingen (Kamerstuk
36 221, nr. 22) gedaan om het thema sociale veiligheid binnen de Kamer te borgen. De Kamer heeft
deze aanbevelingen overgenomen en het Presidium zal jaarlijks bij de Raming dit onderwerp
bespreken.
Arbeidsmarkt in transitie
Het is de ambitie van het Presidium om een verbindende, vernieuwende en veerkrachtige
organisatie te zijn die kwalitatief hoogwaardige ondersteuning biedt aan Kamerleden.
Hiervoor heeft de Tweede Kamer de beste mensen nodig. Om zowel kwalitatief als kwantitatief
een optimale bezetting van personeel te realiseren, vindt het Presidium het belangrijk
dat de Kamer een moderne werkgever is. Er wordt geïnvesteerd in het aantrekken van
een nieuwe generatie bevlogen medewerkers, door een werkomgeving te bieden die aansluit
bij hun behoeftes. De nieuwe generatie medewerkers hecht veel waarde aan autonomie,
persoonlijke ontwikkeling en loopbaanontwikkeling, zingeving en sociale veiligheid.
Dat vraagt inspanning van de Kamer als werkgever; daarom wordt een nieuwe arbeidsmarkt-
en communicatiestrategie ontwikkeld. Tegelijkertijd zal de kennis en ervaring van
ervaren medewerkers gekoesterd moeten worden. Alleen dan kan het parlementaire proces
goed ondersteund worden en blijft de dienstverlening op peil. Deze lijn, met aandacht
voor werkplezier, vitaliteit, diversiteit & inclusie is de afgelopen jaren al ingezet
en wordt in 2027 doorgetrokken. Daarnaast blijft strategische personeelsplanning (SPP)
een belangrijk thema. Door in kaart te brengen welke ontwikkelingen zich de komende
jaren binnen het personeelsbestand voordoen, kan er tijdig op geanticipeerd worden.
In 2026 wordt een medewerkersonderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in thema’s
als werkdruk, inclusie, leiderschap en sociale veiligheid. Op basis van de uitkomsten
van dit onderzoek kunnen verbeterpunten worden geformuleerd en uitgevoerd. Verder
wordt, op basis van een leiderschapsvisie, een trainingsaanbod ontwikkeld voor diensthoofden
en andere leidinggevenden. Hierbij staat coachend en motiverend leiderschap centraal.
Ook voor andere medewerkers is er ruimte om hieraan bij te dragen. Deze trainingen
zijn een belangrijk onderdeel in een verdere professionalisering van de Kamerorganisatie.
Digitalisering en kunstmatige intelligentie
De ambtelijke organisatie functioneert in een steeds veranderende context. Naast de
krapte op de arbeidsmarkt hebben ook ontwikkelingen op het gebied van digitalisering
invloed op het werk van de ambtelijke organisatie.
Het Presidium is zich ervan bewust dat ook digitale soevereiniteit in relatie tot
vitale overheidsprocessen een urgent thema is dat binnen de Kamer hoog op de agenda
staat. De i-strategie van de Tweede Kamer is daar ook op gericht. Gelet op de schaalgrootte
van de Tweede Kamer volgt de Kamerorganisatie de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Het hele palet aan criteria met betrekking
tot veiligheid, functionaliteit en juridische mogelijkheden en onmogelijkheden wordt
betrokken bij de digitale transformatie.
De afgelopen jaren is binnen de Kamerorganisatie fors geïnvesteerd in een sterk en
flexibel ICT-fundament. Hierdoor kunnen alle Kamerbewoners op een plaats- en tijdonafhankelijke
wijze werken. Ook nieuwe tools met betrekking tot artificiële intelligentie (AI) kunnen
worden gebruikt ter ondersteuning van het Kamerwerk. Deze ontwikkeling kan bijdragen
aan meer efficiency. In 2025 is op een gecontroleerde manier geëxperimenteerd met
het gebruik van generatieve artificiële intelligentie. De evaluatie van deze experimenten
laat zien welke (parlementaire) processen geschikt zijn om in 2026 verder ondersteund
te worden met generatieve AI. Te denken valt aan het doorzoeken van grote hoeveelheden
parlementaire data. Hiervoor wordt een projectmatige aanpak gehanteerd, waarin ethische
aspecten en beveiligingsmaatregelen een zwaar accent krijgen.
De komende jaren wordt geïnvesteerd in het vergroten van de expertise op het gebied
van data en AI om daarmee de (parlementaire) processen te verbeteren en de kennis-
en onderzoeksfunctie van de Kamer te versterken. Innovatieve, betrouwbare en toekomstbestendige
digitale middelen zorgen ervoor dat op een snelle manier de juiste informatie beschikbaar
komt. Als Kamerleden een goed overzicht hebben van data kan dit bijdragen aan een
beter inzicht en een adequater besluitvormingsproces.
Werkwijze van de Kamer
De Tweede Kamer heeft meerdere functies te vervullen in onze democratische rechtsstaat.
Daarom is het belangrijk dat Kamerleden goed toegerust zijn om vorm en inhoud te geven
aan hun controlerende en medewetgevende taken. Zoals de werkgroep «Voor een Kamer
die werkt» aangeeft is een Kamer meer effectief als de bestaande instrumenten op het
goede moment worden ingezet. Dat geldt zeker voor het instrument van de motie: overdaad
kan schaden. Daarnaast maakt een zorgvuldige behandeling van wetgeving in commissies,
met oog voor de uitvoering, de Kamer krachtiger. Om de werkwijze van de Kamer verder
te versterken heeft het Presidium de aanbevelingen van de werkgroep overgenomen en
de Kamer daarover geïnformeerd (Kamerstuk 36 673, nr. 6).
Tijdelijke commissies
De tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing is in november 2024
ingesteld voor de duur van de parlementaire periode. Een belangrijk doel van de commissie
is het signaleren van en adviseren over de grondrechtelijke en constitutionele aspecten
van regelgevende voorstellen. In ruim een half jaar tijd zijn tien adviezen opgesteld.
Vanwege de val van het kabinet zijn lang niet alle activiteiten die de commissie zich
ten doel had gesteld uitgevoerd. De Kamer heeft ingestemd met het voorstel van het
Presidium om de termijn van de tijdelijke commissie te verlengen zodat meer ervaring
opgedaan kan worden met deze werkwijze.
De afgelopen jaren heeft de Kamer verschillende parlementaire enquêtes uitgevoerd.
Hierbij is geconstateerd dat het onderzoeks- en enquêterecht voortdurend aandacht
en onderhoud vraagt: zowel wat betreft de interne regelingen en praktische werkwijze
bij enquêtes als wat betreft de tekst van Wet Parlementaire enquête 2008 (Wpe). De
Tweede Kamer heeft daarom besloten een tijdelijke commissie Wet op de parlementaire
enquête in te stellen voor de duur van zes maanden. De bedoeling is dat deze commissie
tot een breed gedragen (wets)voorstel komt dat aan de Kamer kan worden voorgelegd
en waarbij ervaringen en aanbevelingen rond de toepassing van het enquêterecht worden
betrokken.
Op dit moment loopt de parlementaire enquête Corona nog. Het ligt voor de hand dat
de tijdelijke commissie haar oor ook te luister legt bij deze enquêtecommissie om
haar ervaringen mee te nemen. Het streven van de parlementaire enquêtecommissie Corona
is om in het eerste kwartaal van 2027 het onderzoeksrapport op te leveren.
Vergaderen in de regio
Tijdens de Raming 2026 heeft de Kamer de wens uitgesproken (motie van de leden Wijen-Nass
en Vijlbrief, Kamerstuk 29 697, nr. 165) om commissievergaderingen waarin regionale onderwerpen worden besproken, minimaal
tweemaal per jaar, in de regio te laten plaatsvinden. Het Presidium heeft besloten
in 2026 twee keer te experimenteren met vergaderen in de regio. Hiervoor zijn duidelijke
kaders geformuleerd. Behalve een regionale relevantie, dient het onderwerp niet politiek
of maatschappelijk omstreden te zijn waardoor veiligheidsrisico’s of ordeverstoringen
te verwachten zijn. De vergaderingen zijn openbaar en vinden plaats volgens de regels
van het Reglement van Orde. De locatie waar de vergadering wordt gehouden moet beschikken
over voldoende basisvoorzieningen, waaronder een geschikte vergaderzaal en stabiele
internetverbindingen. Het Presidium wijst erop dat vergaderen in de regio extra geld
kost. Bij de volgende Raming wordt u geïnformeerd over de opgedane ervaringen.
Het Presidium juicht het vergroten van de zichtbaarheid van de Tweede Kamer toe. Ook
de Voorzitter gaat op pad om uitleg te geven over het Kamerwerk. Hij bezoekt scholen,
van mbo tot universiteit, en geeft aan een jonge generatie uitleg over de verschillende
taken van de Tweede Kamer. Hij gaat met hen in debat over de waarde die de Tweede
Kamer voor hen heeft.
Burgerinitiatieven
Dit jaar is het twintig jaar geleden dat het burgerinitiatief is ingevoerd in de Tweede
Kamer. Een burgerinitiatief maakt het voor burgers mogelijk nieuwe onderwerpen op
de Kameragenda te zetten. De commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven
heeft vorig jaar besloten tot de evaluatie van dit Kamerinstrument. Sinds de start
in 2006 werden er 44 initiatieven aangemeld bij de Kamer. Ongeveer de helft daarvan
werd ontvankelijk verklaard en (plenair) door de Kamer behandeld. Het instrument werd
driemaal eerder geëvalueerd, voor het laatst in 2014. Sinds de vorige evaluatie is
er veel veranderd, bijvoorbeeld door de rol van sociale media.
De doelstelling van de evaluatie is te bezien of het doel van het burgerinitiatief
– het agenderen van nieuwe onderwerpen op de Kameragenda door burgers – wordt bereikt
en waar (proces)verbeteringen mogelijk zijn. Naar verwachting is de evaluatie in juni
2026 gereed.
Integrale veiligheid in de Tweede Kamer
De Tweede Kamer merkt de gevolgen van een veranderd veiligheidsbeeld in Nederland.
Daarom is binnen de Kamer een groot aantal fysieke, digitale en personele beveiligingsmaatregelen
genomen. Deze maatregelen worden continu aangevuld of aangescherpt, bijvoorbeeld naar
aanleiding van kwetsbaarheden of incidenten. Ook alle (inter)nationale ontwikkelingen
op het gebied van veiligheid worden non-stop gemonitord. Waar nodig worden fysieke
en digitale maatregelen genomen. Ook wordt al jaren fors geïnvesteerd in de veiligheid
van Kamerleden. Hierbij richt de Tweede Kamer zich op preventie en repressie, maar
biedt zij ook hulp en ondersteuning bij aangiftes of onveilige situaties. Dit gebeurt
in nauwe samenwerking met andere veiligheidspartners.
Telkens wordt bezien of alle maatregelen nog passen bij de huidige en toekomstige
dreigingen. Het afgelopen jaar is – samen met interne en externe veiligheidspartners
– gekeken tegen welke dreigingen de Tweede Kamer zich specifiek moet beschermen. Vervolgens
zijn risico’s afgewogen en keuzes gemaakt om te komen tot een aantal passende aanvullende
maatregelen. Gebruikersgemak en openheid van het parlement spelen daarbij een belangrijke
rol; waar het kan wordt hier rekening mee gehouden. Op deze manier werkt de Tweede
Kamer aan een toekomstbestendige open en veilige omgeving.
Weerbaarheid Kamer
Eind 2024 heeft het Kabinet een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin wordt gewaarschuwd
voor een toename van hybride en militaire dreiging voor Nederland (Kamerstuk 30 821, nr. 249). In reactie op deze verzwaarde omstandigheden is de Kamerorganisatie, in opdracht
van de Griffier, een «programma weerbaarheid» gestart. Binnen het programma wordt
onderzocht welk aanvullend beleid en welke maatregelen nodig zijn, bijvoorbeeld in
geval zich een artikel 5 NAVO-situatie zou voordoen. Maar ons land kan ook getroffen
worden door andere crises of rampen zoals overstromingen, stroomuitval of een pandemie.
De focus binnen het «programma weerbaarheid» ligt op de vraag hoe het parlementaire
proces in deze situaties door kan gaan.
Het is van belang dat de Tweede Kamer beschikt over goede fysieke en digitale uitwijklocaties
voor het geval B67 niet bereikbaar of beschikbaar is. Prioriteit wordt gegeven aan
het actualiseren van de draaiboeken en het bestendigen van afspraken met de uitwijklocaties
over beschikbaarheid en faciliteiten.
Om digitaal vergaderen (inclusief een digitaal quorum en digitaal stemmen) in crisistijd
mogelijk te maken wordt vergadersoftware zowel technisch als functioneel getest, waarbij
in kaart gebracht wordt wat digitaal wel en niet mogelijk is. Ook heeft het Presidium
een voorstel tot wijziging van het Reglement van Orde voorbereid, waarin een basis
wordt gelegd om in buitengewone omstandigheden digitaal vergaderen en stemmen (incl.
een digitaal quorum) mogelijk te maken. Deze wijziging wordt op dit moment door de
Kamer behandeld.
Huisvesting Tweede Kamer
Renovatie gebouwencomplex Tweede Kamer Binnenhof
Als gebruiker van het Binnenhof is de Tweede Kamer nauw betrokken bij de verschillende
ontwerpfasen van de renovatie en blijft zij ook de uitvoeringsfase monitoren. Inmiddels
zijn alle technische ontwerpen van de gebouwdelen van het hoofdcomplex van de Tweede
Kamer vastgesteld, inclusief de nieuwe publieksentree. De bouw is in volle gang. Tijdens
de rondleiding op 15 december 2025 konden Kamerleden, fractiemedewerkers en Kamerambtenaren
dit zelf waarnemen. Op de Hofplaats, waar de nieuwe publieksentree komt, zullen de
gevonden resten van de fundering van de 14e-eeuwse Spuipoort met zorg opgegraven, opgeslagen en op termijn weer teruggebracht
worden in het ondergrondse entreegebied. Over o.a. de financiering hiervoor voert
het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) overleg met de Tweede Kamer, de gemeente Den Haag,
het Ministerie van OCW en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Dit is urgent omdat
de eerste bouwwerkzaamheden van de publieksentree zijn gepland in juni 2026.
In de 14e Voortgangsrapportage van 17 november 2025 (Kamerstuk 34 293, nr.149) heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening toegelicht dat de
renovatie van het Binnenhof naar verwachting in de zomer van 2031 is afgerond. Ook
is in deze rapportage gemeld dat de totale kosten van de renovatie oplopen.
Nu meer duidelijk is over de planning zullen in 2026 en 2027 scenario’s worden uitgewerkt,
onder meer voor de transitiefase (waaronder het gereedmaken van de verschillende gebouwdelen
na oplevering door het RVB) en de feitelijke verhuizing naar het hoofdcomplex en de
dependances. Daarbij moet rekening worden gehouden met een eventueel gefaseerde verhuizing
naar enerzijds het hoofdcomplex en anderzijds de dependances. De overlap tussen het
in stand houden van zowel de tijdelijke huisvesting als het hoofdcomplex Binnenhof
brengt nieuwe vragen met zich mee, zoals mogelijk extra aanschaf en vervanging van
apparatuur en het tijdig aantrekken en inwerken van extra medewerkers (waaronder beveiliging,
restauratief, beheer en onderhoud op meer locaties).
Een ander groot project dat in 2026 en volgende jaren speelt is de renovatie van de
Grafelijke Zalen waarover ook in de 14e Voortgangsrapportage Renovatie is gerapporteerd. De staat van deze gebouwen is slecht.
Voor het herstel van de Grafelijke Zalen is een adviescommissie ingesteld, waarin
de Tweede Kamer participeert.
Dependances Tweede Kamer
In 2020 heeft de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)
de Tweede Kamer toegezegd een plan te maken voor de huisvestingsbehoefte van de Tweede
Kamer buiten het Binnenhof. Het RVB garandeerde zowel kwalitatief als kwantitatief
goede huisvesting van de Tweede Kamer bij de terugkeer naar het Binnenhof. Mede op
basis daarvan heeft het RVB in oktober 2023 het Staalbankierscomplex aangekocht. Het
pand aan Plein 23 functioneerde al als dependance van de Tweede Kamer. Om de huidige
en de verwachte toekomstige groei van de Kamerorganisatie op te kunnen vangen, ook
na terugverhuizing, heeft de Tweede Kamer in juni 2024 de wens uitgesproken om het
Staalbankierscomplex exclusief aan de Tweede Kamer beschikbaar te stellen. De Tweede
Kamer zou in dit scenario instemmen met het beschikbaar stellen van de gebouwdelen
Bleijenburg en Depot van het Plein 23-complex aan andere gebruikers dan de Tweede
Kamer, waarvoor dan wel het veiligheidsregime van de Tweede Kamer geldt. Het gebouwdeel
Het Logement waar de Enquêtezaal is gehuisvest, blijft in ieder geval behouden voor
de Tweede Kamer.
Het afgelopen jaar heeft de Tweede Kamer in samenwerking met het RVB gewerkt aan een
conceptprogramma van eisen voor alle dependances. Aangevuld met een aantal richtinggevende
uitgangspunten, waaronder het al dan niet exclusief gebruik van het Staalbankierscomplex,
zal het programma van eisen in het tweede kwartaal van 2026 ter advisering en instemming
worden aangeboden aan de Bouwbegeleidingscommissie (BBC) en het Presidium. De verwachting
is dat in 2027 kan worden begonnen met het schetsontwerp voor het Staalbankierscomplex,
waarna de verschillende (ontwerp)fasen van voorbereiden, renoveren en het geschikt
maken voor verhuizing volgen.
Tot slot
Het Presidium is van mening dat de Raming 2027 die hierbij wordt aangeboden een goede
basis biedt om de komende tijd invulling te geven aan de taken van de Tweede Kamer.
Het Presidium ziet uit naar een constructief gesprek over de stukken behorend bij
de Raming 2027 en over andere zaken, zowel constitutioneel als organisatorisch.
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Van Campen
De Griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Oskam
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.A.H. van Campen, Voorzitter van de Tweede Kamer -
Mede ondertekenaar
P. Oskam, Griffier van de Tweede Kamer
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.