Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Grinwis over onderhoud en verduurzaming van VvE’s
Vragen van het lid Grinwis (ChristenUnie) aan de Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Klimaat en Groene Groei over onderhoud en verduurzaming van VvE’s (ingezonden 10 februari 2026).
Antwoord van Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening)
(ontvangen 24 maart 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 1287.
Vraag 1
Hoe luidt uw reactie op het onderzoek van Vereniging Eigen Huis (VEH), waaruit blijkt
dat bijna één op de vijf VvE’s over onvoldoende reserves beschikken om de komende
jaren noodzakelijk onderhoud te kunnen betalen?1 Kunt u dit duiden, mede in het licht van het feit dat er al sprake is van achterstallig
onderhoud bij VvE’s, zoals u al in een recente Kamerbrief stelt (Kamerstuk 30 196, nr. 855)?
Antwoord 1
Het is goed dat VEH aandacht vraagt voor de positie van VvE’s. Uw Kamer ontving begin
2025 de evaluatie van de Wet verbetering functioneren VvE’s. Eén van de conclusies
luidde dat een deel van de VvE’s niet genoeg reserveert om het benodigde onderhoud
uit te kunnen voeren en dat een substantieel deel van de onderhoudsplannen niet voldoet
aan de huidige eisen.2 Ik heb hierover geen precieze cijfers. De cijfers van VEH zijn afkomstig van een
niet willekeurige steekproef, waardoor de cijfers niet geplakt kunnen worden op alle
VvE’s in Nederland. Als appartementseigenaren willen beoordelen of de maandelijkse
vve-bijdrage en het reservefonds voldoende zijn voor het benodigde onderhoud en verduurzaming,
dan biedt een meerjarenonderhoudsplan uitkomst mits dat actueel en van goede kwaliteit
is (meer hierover bij vraag 7).
Vraag 2
Bent u het eens dat verduurzaming vaak niet haalbaar is voor VvE’s als het uitvoeren
van groot onderhoud niet mogelijk is, terwijl groot onderhoud en verduurzaming juist
ook vaak goed samen kunnen gaan?
Antwoord 2
Ja, als het uitvoeren van groot onderhoud financieel niet haalbaar is, dan is verduurzaming
doorgaans ook niet haalbaar. VvE’s sparen doorgaans niet voor verduurzaming, maar
slechts voor instandhouding van het gebouw. Tegelijkertijd is voor verduurzaming subsidie
beschikbaar. Als een VvE onderhoud laat uitvoeren zijn er kosten die sowieso gemaakt
worden (begeleidingskosten, steigerwerk, kraan, arbeidskosten). Het is dus slim om
het geplande onderhoud uit het meerjarenonderhoudsplan te combineren met verduurzaming.
Vergeleken met een aantal jaar geleden zijn er in iedere stad nu succesverhalen, zoals
bijvoorbeeld verwoord in het boek «De Lange Hordenloop».3 Desalniettemin erken ik dat het voor veel VvE’s niet eenvoudig is. Steeds minder
mensen zijn actief lid van een vereniging, dat speelt ook bij VvE’s. Terwijl VvE-leden
juist gezamenlijk tot een plan moeten komen en vervolgens van alles moeten regelen.
Daarom zijn verschillende vormen van ondersteuning beschikbaar voor VvE’s. Zo kunnen
VvE’s gebruikmaken van financiering via Nationaal Warmtefonds, via het Toekomstbestendig
Onderhoudsfonds VvE’s en via gemeentelijke regelingen bij Stimuleringsfonds Volkshuisvesting
Nederlandse gemeenten (SVn). Daarnaast zijn er subsidieregelingen, zowel voor de voorbereiding
van de verduurzaming als voor de energiebesparende maatregelen. Stichting Milieu Centraal
heeft een landelijk kenniscentrum waar appartementseigenaren sinds deze maand telefonisch
terecht kunnen.4
Vraag 3
Bent u het eens met 56% van de appartementseigenaren die een oplossing zien in betere
financieringsmogelijkheden? Erkent u dat goede leenmogelijkheden voor VvE’s belangrijk
zijn, zodat ook de appartementen die onderdeel van de VvE’s zijn, goed onderhouden
en verduurzaamd kunnen worden?
Antwoord 3
Bij vraag 1 heb ik mijn reactie gegeven op de cijfers van VEH. Ik erken dat goede
leenmogelijkheden een uitkomst, vaak zelfs noodzaak, zijn voor veel VvE’s die aan
de slag willen met onderhoud en verduurzaming. Via het Toekomstbestendig Onderhoudsfonds
VvE’s, gemeentelijke regelingen bij SVn en Nationaal Warmtefonds hebben VvE’s de mogelijkheid
om te lenen. Hoe aantrekkelijker de voorwaarden, hoe sneller VvE’s aan de slag gaan.
Lenen is in bijna alle gevallen veel aantrekkelijker dan sparen. Een belangrijk voordeel
van lenen is de zekerheid. Hiermee bedoel ik de zekerheid dat de uitvoering op relatief
korte termijn kan starten, waarna de baten volgen zoals energiebesparing en meer wooncomfort.
Bovendien betekent lenen dat de kosten worden gespreid, bijvoorbeeld over een looptijd
van twintig jaar.
Vraag 4
Klopt het dat één van de leenmogelijkheden waar u in de eerder genoemde brief naar
verwijst, namelijk bij het Nationaal Warmtefonds, primair gericht is op energiebesparende
maatregelen en dat onderhoud hooguit beperkt kan worden meegenomen? Zo ja, erkent
u dat dit veel VvE’s met (achterstallig) onderhoud nog onvoldoende helpt? Zo nee,
hoe beoordeelt u dan de reikwijdte van deze regeling voor onderhoudsvraagstukken?
Bent u bereid het Nationaal Warmtefonds aantrekkelijker te maken voor VvE's, zowel
qua leenmogelijkheden als qua rentekorting?
Antwoord 4
Ja, het klopt dat het Warmtefonds primair gericht is op energiebesparende maatregelen,
zoals isolatie, warmtepomp en zonnepanelen. Ik ben het met u eens wat betreft onderhoud.
Mijn departement heeft daarom vorig jaar groen licht gegeven om te verkennen hoe het
financieren van onderhoud past binnen de juridische kaders en budget. Ik verwacht
dat het Nationaal Warmtefonds dit najaar onderhoud kan financieren bij VvE’s. Eind
2024 startte het Toekomstbestendig Onderhoudsfonds VvE’s en er zijn diverse gemeentelijke
regelingen bij SVn voor het financieren van onderhoud. Zie verder bij vraag 5 over
de aantrekkelijkheid van de leenvoorwaarden.
Vraag 5
Klopt het dat u in de brief ook verwijst naar het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting
Nederlandse gemeenten (SVn), maar dat het Toekomstbestendig onderhoudsfonds VvE’s
van SVn alleen toegankelijk is voor VvE’s vanaf acht appartementen, terwijl het grootste
deel van de VvE’s in Nederland kleiner is? Hoe verhoudt dit zich tot de doelstelling
om juist ook kleinere VvE’s in beweging te krijgen? Kunt u daarnaast reflecteren op
de vraag of de rentecondities, die marktconform zijn en indicatief tegen de 6% liggen
(afhankelijk van de looptijd) wel voldoende drempelverlagend zijn voor VvE’s met beperkte
reservefondsen?
Antwoord 5
Het is belangrijk dat het Toekomstbestendig Onderhoudsfonds VvE’s is gestart waarmee
VvE’s onderhoud kunnen financieren. Dit is inderdaad voor VvE’s vanaf acht appartementen.
In 2025 zijn aan 23 VvE’s leningen verstrekt met 639 appartementen voor in totaal
5,6 miljoen euro. Dit fonds is relatief nieuw en gaat naar verwachting groeien. Het
fonds biedt een oplossing voor VvE’s waarin sprake is van gemengd bezit. Daarnaast
zijn er via SVn gemeentelijke regelingen beschikbaar voor grote VvE’s. In bepaalde
gemeenten is voor kleine VvE’s een financiering mogelijk via Svn met borg van Nationale
Hypotheekgarantie; dit betreft een pilot. Nationaal Warmtefonds financiert verduurzaming
bij zowel grote als kleine VvE’s, en zal dat straks ook doen voor onderhoud.
U vraagt mij om te reflecteren op de leenvoorwaarden. Ik denk dat het heel terecht
is dat we afgelopen jaren met overheidsmiddelen een lagere rente mogelijk hebben gemaakt
bij Nationaal Warmtefonds. Met de huidige voorziene rijksbijdrage is dat nog mogelijk
tot ongeveer eind 2027. Voor een vervolg hierop bij Nationaal Warmtefonds en eventuele
uitbreiding naar het Toekomstbestendig Onderhoudsfonds en Svn, moet naar andere voorwaarden
en/of aanvullende middelen worden gekeken.
Vraag 6
Deelt u de conclusie dat de thans beschikbare leningen niet toereikend zijn om het
achterstallige onderhoud bij VvE’s op grote schaal weg te werken en dat daarmee ook
de verduurzaming in gevaar komt? Zo ja, bent u bereid middelen in te zetten om – naast
bestaande verduurzamingsleningen – te komen tot een landelijk dekkend en goed toegankelijk
VvE-onderhoudsfonds (dus ook voor kleine VvE’s) met redelijke rentecondities in de
orde van grootte van de huidige verduurzamingsleningen (rond de 3,5%)? Zo nee, welke
alternatieven ziet u dan om de onderhoudsproblemen weg te werken?
Antwoord 6
Ik snap uw zorgen over de beschikbare leenmogelijkheden en ga hierover graag in gesprek
met uw Kamer. U vraagt mij te komen tot een landelijk dekkend onderhoudsfonds, of
naar alternatieven te kijken om onderhoudsproblemen weg te werken. Of dit nodig is,
hangt onder andere af van de verdere verkenning bij Nationaal Warmtefonds. Naast financiering
is het belangrijk om VvE’s te ondersteunen met advies. Zodra een VvE deskundige en
onafhankelijke procesbegeleiding inschakelt, groeit het draagvlak onder de appartementseigenaren
voor het uitvoeren van onderhoud en verduurzaming. Om deze eerste drempel weg te nemen,
subsidiëren we procesbegeleiding vanuit de «Subsidieregeling Verduurzaming voor VvE’s»
(SVVE) vanuit de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Vanuit de SVVE is nog
89 miljoen euro beschikbaar. We zien een stijging van de aanvragen en verwachten dat
deze regeling ruim voor 2030 is benut. Daarnaast kunnen appartementseigenaren naast
de landelijke helpdesk van het kenniscentrum voor verduurzaming ook terecht bij gemeentelijke
VvE-loketten, zoals in Tilburg, Groningen, Zoetermeer en Rotterdam.
U vraagt mij of de huidige instrumenten toereikend zijn. Voor appartementseigenaren
is het een enorme uitdaging om een onderhouds- en verduurzamingsproject te organiseren,
maar er is dus ondersteuning beschikbaar en er zijn subsidie- en leenmogelijkheden.
Mijn zorg gaat uit naar VvE’s waar niet alleen achterstallig onderhoud een belemmering
is, maar waar bredere problematiek speelt, zoals op gebied van leefbaarheid en veiligheid.
Dit vraagt om ondersteuning vanuit alle betrokken partijen.
Vraag 7
Hoe luidt uw reactie op de bevindingen uit het onderzoek dat 28% van de eigenaren
zich zorgen maakt over de betaalbaarheid van de VvE-bijdrage op de lange termijn en
voor 3% van de bewoners de huidige bijdrage al nauwelijks betaalbaar is? Erkent u
dat het belangrijk is dat een betaalbare VvE-bijdrage van belang is, zeker voor huishoudens
met de laagste inkomens? Hoe zet u zich daarvoor in?
Antwoord 7
Bij vraag 1 heb ik mijn reactie gegeven op de vragenlijst. Ik herken de zorg over
betaalbaarheid, dat is ook de reden dat Nationaal Warmtefonds afgelopen zomer is gestart
met een vangnetregeling voor stijgende VvE-bijdragen; de VvE-Ledenlening. Echter,
ik denk dat het vooral belangrijk is dat de hoogte van de VvE-bijdrage voorspelbaar
is. Daarom is het belangrijk dat VvE’s een actueel en realistisch meerjarenonderhoudsplan
bijhouden en uitvoeren. Bij voorkeur kijken ze daarbij dertig jaar vooruit en houdt
het plan rekening met verduurzaming. Ik ben daarom voornemens om wettelijk meer te
regelen met het onderhoudsplan. Dit zorgt voor meer bewustwording bij VvE’s.
Vraag 8
Erkent u dat de VvE-ledenlening voor appartementseigenaren met een laag inkomen, waar
u in de genoemde brief naar verwijst, alleen toegankelijk is wanneer de VvE een Energiebespaarlening
bij het Warmtefonds heeft afgesloten (dus niet wanneer een andere manier van financieren
tot een bijdrageverhoging leidt) en dat er meer beperkingen gelden, waaronder een
inkomensgrens van € 2.250 voor alleenstaanden en € 39.500 voor meerpersoonshuishoudens?
Meent u dat deze ledenlening desondanks voldoende toegankelijk is voor appartementseigenaren
die moeite hebben om de stijging van de maandelijkse bijdrage te kunnen betalen? Zo
ja, waarom?
Antwoord 8
Nationaal Warmtefonds is vorig jaar de VvE-ledenlening gestart voor appartementseigenaren
met een laag inkomen in een VvE die leent bij Nationaal Warmtefonds. De ledenlening
dempt de stijgende VvE-bijdrage. Dit is mogelijk dankzij subsidie van het Rijk. De
overheidsbijdrage per ledenlening is veel hoger dan de overheidsbijdrage aan renteloze
leningen aan particulieren. Ik vind dat verdedigbaar, omdat we hiermee onzekerheid
wegnemen bij alle leden van een VvE. Door de huidige inkomensgrenzen te hanteren gaat
de overheidsbijdrage naar de doelgroep waar de behoefte het grootst is en daarmee
ook het effect. Daarom is de ledenlening niet een oplossing voor alle appartementseigenaren
die moeite hebben met een stijgende bijdrage.
Vraag 9
Bent u bereid om te zorgen voor een toegankelijkere ledenlening en hier bijbehorende
middelen voor uit te trekken? Zo ja, wanneer kunt u de Kamer informeren over de vormgeving
hiervan? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
De overheidsbijdrage aan de ledenlening dekt het Rijk vanuit het Sociaal Klimaatfonds
van de Europese Commissie. Dit fonds is alleen bedoeld voor de mensen die dat het
hardst nodig hebben, daarom is gekozen voor deze inkomensgrens. Als we de inkomensgrens
verhogen, dan kan de ledenlening niet gedekt worden met Europese middelen.
Vraag 10
Bent u bereid om, in het kader van de verbeteren van (de ondersteunings- en versnellingsmogelijkheden
voor) onderhoud en verduurzaming en de hierboven aan de orde gestelde problematiek
en gelet op uw VvE-Versnellingsagenda verduurzaming, regelmatig te overleggen met
organisaties als VvE Belang en Vereniging Eigen Huis? Wanneer heeft u deze organisaties
voor het laatst gesproken, wat kwam daaruit en welke opvolging heeft u daaraan gegeven?
Antwoord 10
Om goed te begrijpen wat VvE’s nodig hebben, ben ik doorlopend in gesprek met gemeenten,
bouwbedrijven, intermediairs en uiteraard met appartementseigenaren. Dat soort gesprekken
zijn de basis voor de VvE-Versnellingsagenda verduurzaming. Er is dan ook doorlopend contact met vertegenwoordigers van
appartementseigenaren en VvE’s, waaronder VvE Belang en Vereniging Eigen Huis. Ik
ben op bezoek gegaan bij een VvE in Zoetermeer en ben zeer onder de indruk dat appartementseigenaren
een ambitieus onderhouds- en verduurzamingsproject voor elkaar hebben gekregen. Met
begeleiding van de gemeente leren de VvE’s van elkaar en dat is van grote meerwaarde.
Het landelijk kenniscentrum helpt ook met het delen van best practices en bevordert
kennisoverdracht van reeds ervaren VvE’s aan VvE’s die nog moeten beginnen met verduurzaming.
Ondertekenaars
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.