Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader) : Verslag
36 904 Wijziging van de Huisvestingswet 2014 en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1028 over het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten voor kortetermijnverhuur
Nr. 5
VERSLAG
Vastgesteld 23 maart 2026
De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, belast met het voorbereidend
onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van
haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen
afdoende zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit
wetsvoorstel voldoende voorbereid.
Inhoudsopgave
Blz.
I.
Algemeen
2
1.
Inleiding
2
2.
Aanleiding
3
2.1.
Context en achtergrond van nationale wet- en regelgeving op het gebied van toeristische
verhuur
3
2.2.
De Europese verordening kortetermijnverhuur
3
3.
Inhoud van het wetsvoorstel
4
3.1.
Algemeen
4
3.2.
Verplichtingen voor aanbieders, onlineplatforms en overheidsinstanties
4
3.2.1.
Verplichtingen voor aanbieders van toeristische verhuur (verhuurders)
4
3.2.2.
Verplichtingen voor online platforms
4
3.2.3.
Verplichtingen voor de Rijksoverheid
4
4.
Gevolgen
5
4.1.
Algemeen
5
4.2.
Gevolgen voor onlineplatforms
5
4.3.
Gevolgen voor burgers
5
4.4.
Gevolgen voor Rijk en decentrale overheden
5
5.
Uitvoering, toezicht en handhaving
5
5.1.
Toezicht en handhaving door gemeenten
5
5.2.
Toezicht en handhaving door de ACM en ILT
6
5.3.
Uitvoerbaarheid- en handhaafbaarheidstoets (UHT) ACM
7
6.
Consultatie
7
Adviescollege Toetsing Regeldruk
7
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten
7
HomeExchange
7
I. Algemeen
1. Inleiding
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel tot wijziging van
de Huisvestingswet 2014 en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening (EU)
2024/1028 over het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten voor
kortetermijnverhuur en hebben geen verdere vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse het wetsvoorstel gelezen.
Deze leden zijn in beginsel positief over de verordening en over de Nederlandse uitvoeringswet.
Door de opkomst van de platformeconomie en toeristisch verhuur van woningen, nemen
in vooral grote steden de opties voor langdurige verhuur af, en stijgen de huur- en
huizenprijzen. Het is goed dat er nu regelgeving is die platformen dwingt om data
te delen met gemeenten, zodat er effectieve handhaving kan plaatsvinden en steden
grip kunnen krijgen op het sterk gegroeide toeristisch gebruik van woningen.
Wel hebben zij hierbij nog enkele vragen en opmerkingen over de handhavingscapaciteit
van gemeenten en toezichthouders.
De leden van de PVV-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het voorstel tot
wijziging van de Huisvestingswet 2014 en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening
(EU) 2024/1028 over het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten
voor kortetermijnverhuur en hebben nog een aantal vragen voor de regering.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel tot wijziging van
de Huisvestingswet 2014 en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening (EU)
2024/1028 over het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten voor
kortetermijnverhuur. Deze leden merken op dat kortetermijnverhuur in Nederland in
toenemende mate onderdeel is geworden van het bredere debat over de woningmarkt, de
leefbaarheid van wijken en de rol van toerisme en economische ontwikkeling in steden
en dorpen. Voor de leden van de CDA-fractie staat voorop dat kortetermijnverhuur zowel
kansen als risico’s met zich meebrengt. Aan de ene kant kan het bijdragen aan toerisme,
lokale economische ontwikkeling en het benutten van bestaande woonruimte. Aan de andere
kant kan intensieve kortetermijnverhuur leiden tot druk op de woningvoorraad en tot
leefbaarheidsproblemen in wijken wanneer woningen structureel worden gebruikt voor
toeristische verhuur.
Deze leden benadrukken dat gemeenten in Nederland een centrale rol hebben bij het
reguleren van kortetermijnverhuur en het beschermen van woonwijken en woonruimte.
Gemeenten moeten kunnen sturen op de balans tussen wonen, toerisme en leefbaarheid,
passend bij de lokale situatie. Zij begrijpen dat het wetsvoorstel vooral beoogt gemeenten
beter inzicht te geven in kortetermijnverhuur via platforms door middel van een nationale
datastructuur. Tegelijkertijd vinden de leden van de CDA-fractie het van belang dat
gemeenten niet alleen inzicht krijgen, maar ook daadwerkelijk de mogelijkheid behouden
om lokaal beleid te voeren en daarop te handhaven. Inzicht alleen is niet voldoende.
Data is pas waardevol als gemeenten daar in de praktijk ook daadwerkelijk mee kunnen
sturen. Dat roept bij deze leden de vraag op in hoeverre het systeem gemeenten daadwerkelijk
voldoende handelingsperspectief biedt om ontwikkelingen rond kortetermijnverhuur te
beïnvloeden. Zij hebben hierover diverse vragen.
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van dit wetsvoorstel en hebben nog
enkele aanvullende vragen.
De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel.
Deze leden hebben op dit moment geen vragen.
2. Aanleiding
De leden van de PVV-fractie willen aan de regering vragen hoeveel procent van alle
Nederlandse gemeenten momenteel een registratieplicht, vergunningplicht en nachtencriterium
hebben ingesteld.
2.1. Context en achtergrond van nationale wet- en regelgeving op het gebied van toeristische
verhuur
De leden van de BBB-fractie lezen dat online platforms gegevens zoals het aantal verblijvende
gasten en de verblijfsplaats van huurders moeten delen met het centraal digitaal toegangspunt.
Kan de regering nader onderbouwen waarom het noodzakelijk is dat online platforms
deze gegevens moeten verzamelen? Hoe weegt de regering dit fundamentele recht op privacy
van burgers af tegen het doel van handhaving, aangezien er zelfs erkent wordt dat
dit inzicht geeft in het privéleven van bewoners en gasten?
Deze leden lezen dat de aanleiding voor deze verordening de bezorgdheid over de afnemende
beschikbaarheid van woningen en stijgende huurprijzen door platformverhuur is. Kan
de regering toelichten in hoeverre dit probleem daadwerkelijk speelt in krimpregio’s
en agrarische gebieden, waar toeristische verhuur (zoals kleinschalige B&B’s op boerderijen)
juist een essentiële nevenactiviteit is voor het economisch voortbestaan van het platteland.
Kan de regering concreet toelichten op welke wijze deze regelgeving daadwerkelijk
bijdraagt aan het verminderen van het woningtekort? Welke meetbare effecten verwacht
de regering op de beschikbaarheid van woningen voor langdurige bewoning, en op welke
termijn zouden deze effecten zichtbaar moeten zijn?
Zij lezen dat de verzamelde verhuurdata door gemeenten mag worden gebruikt voor toezicht
op de Omgevingswet, specifiek op het gebied van veiligheid en gezondheid. Kan de regering
uitsluiten dat deze data-uitwisseling als een «achterdeur» wordt gebruikt om de permanente
bewoning van recreatiewoningen op te sporen en te handhaven, in plaats van het bestrijden
van overlast door toeristen?
2.2. De Europese verordening kortetermijnverhuur
De leden van de CDA-fractie begrijpen dat de Europese verordening voorschrijft dat
lidstaten een nationaal digitaal toegangspunt inrichten voor gegevensuitwisseling
met platforms. Deze leden vragen hoe bij de nationale inrichting van dit systeem wordt
geborgd dat gemeenten – die verantwoordelijk zijn voor het lokale beleid en de handhaving
rond kortetermijnverhuur – daadwerkelijk beschikken over de gegevens die zij nodig
hebben om te sturen op hun lokale situatie.
De leden van de BBB-fractie lezen dat de Nederlandse Huisvestingswet 2014 spreekt
over «woonruimte», terwijl de Europese verordening het bredere begrip «eenheden» hanteert.
Kan de regering garanderen dat kleinschalige recreatieve objecten op het platteland,
zoals omgebouwde stallen, pipowagens of B&B-kamers op boerderijen, niet onbedoeld
onder het regime van de Huisvestingswet 2014 vallen als zij strikt genomen geen zelfstandige
«woonruimte» zijn? Hoe wordt voorkomen dat gemeenten deze wet gebruiken om de toeristische
sector in het buitengebied te frustreren?
3. Inhoud van het wetsvoorstel
3.1. Algemeen
De leden van de VVD-fractie vragen hoe wordt gewaarborgd dat de voorgestelde verplichtingen
niet leiden tot een onevenredige toename van administratieve lasten.
De leden van de CDA-fractie vragen hoe de regering voorkomt dat gemeenten straks wel
beschikken over meer gegevens over kortetermijnverhuur, maar in de praktijk slechts
beperkt handelingsperspectief hebben om op basis van deze gegevens daadwerkelijk te
sturen. Kan de regering toelichten hoe bij de inrichting en werking van het systeem
wordt geborgd dat de beschikbaarheid van gegevens ook daadwerkelijk leidt tot effectievere
mogelijkheden voor gemeenten om in te grijpen wanneer woningen structureel worden
onttrokken aan de woonfunctie of wanneer leefbaarheidsproblemen ontstaan in wijken?
Deze leden vragen op welke wijze de regering wil volgen of het systeem daadwerkelijk
bijdraagt aan het beschermen van woonwijken en de woningvoorraad. Hoe wordt gemonitord
of gemeenten de ontvangen gegevens daadwerkelijk kunnen benutten voor toezicht, handhaving
en beleidssturing?
De leden van de BBB-fractie lezen dat het wetsvoorstel verhuurders verplicht om bij
de aanvraag van een registratienummer extra gegevens aan te leveren, zoals het telefoonnummer
en het aantal bedden. Hoe verhoudt deze extra administratieve last zich tot de belofte
van deze regering om de regeldruk voor ondernemers te verminderen?
3.2. Verplichtingen voor aanbieders, onlineplatforms en overheidsinstanties
3.2.1. Verplichtingen voor aanbieders van toeristische verhuur (verhuurders)
De leden van de VVD-fractie vragen waarom aanvullende gegevens zoals een telefoonnummer
en het aantal bedden noodzakelijk is. Ook vragen deze leden hoe kan worden voorkomen
dat kleine verhuurders disproportioneel worden geraakt, o.a. ook door extra lasten
en administratie. Daarbij vragen zij of er onderscheid wordt gemaakt tussen commerciële
en incidentele verhuurders, en of schaalgrootte wordt meegenomen.
3.2.2. Verplichtingen voor online platforms
De leden van de BBB-fractie lezen dat verhuurders worden verplicht hun gegevens te
actualiseren bij elke «wezenlijke verandering». Kan de regering garanderen dat dit
niet leidt tot onnodige bureaucratie en handhavingsverzoeken voor ondernemers die
bijvoorbeeld incidenteel een extra bed bijplaatsen voor gasten?
3.2.3. Verplichtingen voor de Rijksoverheid
De leden van de VVD-fractie lezen dat er een centraal digitaal toegangspunt zal worden
ingericht. Daartoe hebben deze leden nog enkele vragen. Zo vragen zij wat de risico’s
zijn van vertraging of kostenoverschrijding bij de ontwikkeling van dit toegangspunt
en welke fallback-optie er bestaat indien het systeem niet tijdig operationeel is.
Daarbij vragen de leden van de VVD-fractie ook hoe cybersecurity en databeveiliging
worden geborgd.
De leden van de VVD-fractie vragen welke privacyrisico’s samenhangen met het genereren
van openbare lijsten.
De leden van de BBB-fractie lezen dat kleine- en micro-onlineplatforms verhuurdata
handmatig moeten delen, wat wordt geschat op € 600 per kwartaal. Erkent de regering
dat deze kosten vaak worden doorberekend aan de verhuurders, waardoor de concurrentiepositie
van kleinschalige, regionale boekingssites die specifiek gericht zijn op plattelandstoerisme
onder druk komt te staan?
4. Gevolgen
4.1. Algemeen
De leden van de BBB-fractie lezen dat hoewel de verordening spreekt over «vrijstellingen»
voor kleine platforms, de verplichtingen voor de individuele verhuurder (zoals de
boer met een kleine camping) onverminderd groot blijven. Waarom heeft de regering
niet gezocht naar een drempelwaarde voor kleinschalige ondernemers (bijvoorbeeld een
maximaal aantal nachten per jaar), zodat zij niet worden opgezadeld met dezelfde registratie-
en actualiseringsplichten als grote commerciële beleggers in steden?
4.2. Gevolgen voor onlineplatforms
De leden van de CDA-fractie vragen hoe bij de inrichting van het systeem wordt voorkomen
dat de administratieve lasten voor platforms onnodig toenemen.
4.3. Gevolgen voor burgers
De leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre dit wetsvoorstel bijdraagt aan de betaalbaarheid
van woningen, en of het risico bestaat dat aanvullende regulering juist leidt tot
een afname van het beschikbare aanbod. Voorts vragen deze leden in hoeverre de voorgestelde
maatregelen gevolgen hebben voor arbeidsmigranten, die veelal afhankelijk zijn van
tijdelijke en flexibele huisvesting, en of het risico bestaat dat deze groep hierdoor
moeilijker woonruimte kan vinden.
4.4. Gevolgen voor het Rijk en decentrale overheden
De leden van de CDA-fractie vragen hoe het proces er in de praktijk uit zal zien wanneer
een gemeente signalen uit de data ontvangt die mogelijk duiden op overtreding van
lokale regels rond kortetermijnverhuur. Welke stappen kan een gemeente vervolgens
zetten en welke bevoegdheden kan zij daarbij inzetten?
5. Uitvoering, toezicht en handhaving
5.1. Toezicht en handhaving door gemeenten
Hoewel de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie positief zijn dat gemeenten extra handvatten
krijgen om te handhaven op illegaal gebruik van woningen, vragen deze leden zich wel
af of gemeenten genoeg capaciteit hebben om de extra taken uit te voeren die zij krijgen.
Is geïnventariseerd of gemeenten genoeg capaciteit hebben om toezicht te houden op
de naleving van deze verordening? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat kwam er uit deze
inventarisatie?
Voorts merken zij op dat de kosten voor gemeenten die nog geen registratiesysteem
hebben en willen aansluiten bij het centraal digitaal toegangspunt, worden geschat
op € 30.000, en de jaarlijkse onderhoudskosten op € 36.000. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
hebben gelezen dat het Rijk deze verbindingskosten op het datadeelsysteem niet voor
de gemeenten vergoedt. Deze leden vragen de regering waarom het Rijk niet bereid is
hiertoe, gezien de enorme bezuinigingen op gemeenten en oplopende tekorten bij gemeenten.
De leden van de CDA-fractie vragen hoe de verhouding wordt ingericht tussen het nationale
digitale toegangspunt en de registratiesystemen die gemeenten zelf hanteren. Hoe verhouden
deze systemen zich technisch en organisatorisch tot elkaar?
Deze leden vragen voor welke concrete doeleinden gemeenten de gegevens uit het nationale
datapunt mogen gebruiken. In hoeverre mogen gemeenten deze gegevens inzetten voor
toezicht en handhaving op lokale regels rond kortetermijnverhuur, zoals vergunningplicht
of maximumaantallen verhuurdagen?
Zij vragen of gemeenten de ontvangen gegevens mogen koppelen aan andere gemeentelijke
gegevensbestanden, bijvoorbeeld registratiesystemen of vergunningadministraties, voor
zover dit nodig is voor toezicht en handhaving.
De leden van de CDA-fractie vragen op welke wijze gemeenten de gegevens uit het systeem
kunnen gebruiken om te sturen op druk op de woningvoorraad. In hoeverre biedt het
systeem gemeenten inzicht in de mate waarin woningen structureel aan de woningvoorraad
worden onttrokken door toeristische verhuur?
Deze leden vragen hoe gemeenten de gegevens uit het systeem kunnen gebruiken bij het
aanpakken van leefbaarheidsproblemen in wijken waar veel kortetermijnverhuur plaatsvindt.
Hoe ziet de regering voor zich dat gemeenten met behulp van deze gegevens daadwerkelijk
kunnen sturen op ontwikkelingen in wijken waar de druk op de leefbaarheid toeneemt?
Zij vragen welke beperkingen gelden voor gemeenten bij het gebruik van deze gegevens
voor toezicht en handhaving.
De leden van de CDA-fractie vragen hoe bij de verdere inrichting van het systeem wordt
geborgd dat gemeenten voldoende betrokken blijven bij de ontwikkeling van de dataverzameling
en gegevensuitwisseling.
5.2. Toezicht en handhaving door de ACM en ILT
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat het toezicht op de verplichtingen
voor online platforms wordt belegd bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en de
Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Deze leden vragen zich af wat dit betekent
voor de uitvoeringspraktijk. Zij lezen dat bij de ACM nu 1 fte wordt vrijgemaakt,
bij de ILT 2 fte en bij het Ministerie van Volkshuisvesting en ruimtelijke Ordening
(VRO) 1 fte voor de nieuwe toezichthoudende werkzaamheden. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
vragen de regering om uit te leggen waarom wordt verwacht dat enkele personen deze
toezichthoudende taken kunnen vervullen. Deze leden merken op dat gemeenten die ervaring
hebben met het handhaven op deze platforms, aangeven dat er een groot risico is dat
platforms weigeren mee te werken of dat platforms proberen onder hun datadeelplicht
uit te komen. Zij vragen de regering of met dit feit rekening is gehouden bij het
in kaart brengen van de uitvoeringspraktijk, en of er voldoende capaciteit wordt vrijgemaakt
om niet meewerkende platforms tot meewerken te bewegen. Is de aanvullende uitvoeringstoets
al uitgevoerd en afgerond? Zo nee, wanneer wordt deze verwacht? Zo ja, wat waren de
resultaten?
De leden van de BBB-fractie leden lezen dat de Afdeling kritiek uit op de versnippering
van het toezicht tussen de ACM, de ILT en gemeenten. Kan de regering garanderen dat
deze opdeling niet leidt tot een ondoorzichtige bureaucratische warboel voor verhuurders
en platforms? Hoe wordt voorkomen dat verschillende toezichthouders overlappende sancties
opleggen voor hetzelfde feit?
5.3. Uitvoerbaarheid- en handhaafbaarheidstoets (UHT) ACM
De leden van de PVV-fractie willen aan de regering vragen hoe de gesprekken op Europees
niveau verlopen over een uniforme ontwikkeling van het centraal digitaal toegangspunt
en de invulling van de open norm van «redelijke inspanningen om regelmatig de verklaringen
van de verhuurders steekproefsgewijs te controleren». Daarnaast willen deze leden
aan de regering een toelichting vragen inzake welke belangrijke functionaliteiten
Nederland een koploperspositie heeft ingenomen.
6. Consultatie
Adviescollege toetsing regeldruk
De leden van de BBB-fractie lezen dat het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) opmerkte
dat de verplichting in het wetsvoorstel om informatie bij te werken strenger geformuleerd
is dan de Europese verordening, die spreekt over bijwerken bij een «wezenlijke verandering».
Kan de regering garanderen dat er geen sprake is van nationale koppen die de regeldruk
onnodig verhogen?
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten
De leden van de PVV-fractie willen aan de regering vragen in hoeverre al duidelijk
is wat de invulling wordt om het toezicht op de betreffende bepaling zo efficiënt
en effectief mogelijk in te richten, zodat gemeenten de data van platforms ontvangen.
HomeExchange
De leden van de BBB-fractie lezen dat tijdelijke huizenruil voor vakantie via puntensystemen
onder de definitie van «tegen betaling» gaat vallen en daarmee valt onder de registratieplicht
Waarom is de regering van mening dat dit nodig is? Is de regering niet bang dat dit
type gastvrijheid zonder winstoogmerk onnodig wordt ontmoedigd door administratieve
lasten die eigenlijk bedoeld zijn voor commerciële vakantieverhuur? Deelt de regering
de mening dat dit een ongepaste inbreuk is op het recht van burgers om hun eigen eigendom
op basis van wederkerigheid en gastvrijheid te delen, zonder dat de overheid hier
direct met een digitale registratieplicht bovenop zit?
De fungerend voorzitter van de commissie, Beckerman
De adjunct-griffier van de commissie, Beekmans
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.M. Beckerman, voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Mede ondertekenaar
J. Beekmans, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.