Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over Voorhang brief bij Ontwerp AMvB tot wijziging van het Besluit Tijdelijke wet Groningen en het Mijnbouwbesluit (Kamerstuk 35603-90)
2026D11960 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft onderstaande fractie de behoefte
vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
over de brief inzake voorhang brief bij Ontwerp AMvB tot wijziging van het Besluit
Tijdelijke wet Groningen en het Mijnbouwbesluit (Kamerstuk 35 603, nr. 90).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Van Eijk
Adjunct-griffier van de commissie,
Van der Haas
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
II
Antwoord / reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de voorhangbrief en het ontwerpbesluit
tot wijziging van het Besluit Tijdelijke wet Groningen en het Mijnbouwbesluit. Deze
leden vinden het van groot belang dat maatregelen rondom schadeherstel, versterking
en ondersteuning van bewoners in Groningen zorgvuldig worden vormgegeven en bijdragen
aan het herstel van vertrouwen bij inwoners van het aardbevingsgebied. Zij hebben
naar aanleiding van de stukken nog enkele vragen.
Grensbedrag voor daadwerkelijk herstel
De leden van de D66-fractie lezen dat voor daadwerkelijk herstel een grensbedrag van
60.000 euro wordt gehanteerd. Deze leden begrijpen dat hiermee sneller schadeherstel
mogelijk moet worden gemaakt zonder uitgebreid onderzoek naar de oorzaak van de schade.
Tegelijkertijd lezen zij dat de regio en het Erfgoedberaad erop wijzen dat in het
zwaarst getroffen kerngebied schadebedragen vaker boven dit grensbedrag kunnen uitkomen,
waardoor daar alsnog vaker onderzoek naar de schadeoorzaak zal plaatsvinden en bewoners
mogelijk langer moeten wachten op herstel.
De leden van de D66-fractie vragen de Minister daarom hoe vaak naar verwachting de
herstelkosten boven het grensbedrag van 60.000 euro zullen uitkomen. Kan de Minister
dit, indien mogelijk, uitsplitsen naar het kerngebied en de rand van het effectgebied?
Voorts vragen deze leden welk concreet vervolgtraject geldt voor bewoners van wie
de herstelkosten boven het grensbedrag uitkomen. Wat betekent dit in de praktijk voor
de doorlooptijd, de kans op vergoeding en de rechtspositie van deze bewoners?
Vergoeding voor overlast
De leden van de D66-fractie lezen dat met dit besluit de maximale hoogte van vergoedingen
voor overlast bij ministeriële regeling kan worden vastgesteld. Deze leden begrijpen
dat de Minister hiermee meer flexibiliteit wil creëren om te differentiëren naar soort
overlast en om bedragen zo nodig aan te passen, bijvoorbeeld vanwege inflatie. Zij
vragen welke uitgangspunten zullen gelden bij toekomstige aanpassingen van deze bedragen?
De leden van de D66-fractie vragen daarnaast hoe de rechtszekerheid en voorspelbaarheid
voor bewoners worden geborgd, nu de maximale vergoedingen voor overlast niet langer
in het besluit zelf worden vastgelegd. Hoe worden bewoners tijdig en duidelijk geïnformeerd
over de voor hen geldende vergoedingen? Is de Minister bereid de Kamer actief te informeren
wanneer deze bedragen worden gewijzigd?
Positie van huurders en andere rechtmatige gebruikers
De leden van de D66-fractie lezen dat met dit besluit meerdere groepen alsnog aanspraak
krijgen op vergoedingen of rechtsbijstand. Deze leden vinden het van groot belang
dat bewoners een gelijkwaardige positie tegenover de overheid hebben in procedures
over schade en versterking. In hoeverre acht de Minister de uitbreiding van de mogelijkheid
tot rechtsbijstand voor niet-eigenaren voldoende om deze gelijkwaardige positie daadwerkelijk
te waarborgen, mede gelet op het feit dat deze rechtsbijstand niet ziet op geschillen
tussen huurders en verhuurders?
Voorkomen van nieuwe omissies en afbakening van het effectgebied
De leden van de D66-fractie constateren dat met dit besluit meerdere omissies en onbedoelde
uitsluitingen worden hersteld. Deze leden vragen welke waarborgen zijn getroffen om
te voorkomen dat ook na inwerkingtreding van dit besluit nog bewoners, huurders of
andere rechtmatige gebruikers buiten beeld blijven of tussen wal en schip vallen.
Is de Minister voornemens om de werking van deze wijzigingen in de praktijk te monitoren
en zo ja, op welke wijze en op welk moment wordt de Kamer hierover geïnformeerd?
De leden van de D66-fractie vragen daarnaast hoe in de praktijk wordt voorkomen dat
bewoners aan de randen van het effectgebied tussen wal en schip vallen. Op basis van
welke signalen, criteria of nieuwe inzichten kan het Instituut Mijnbouwschade Groningen
(IMG) besluiten het effectgebied uit te breiden? Op welke wijze worden bewoners hierover
geïnformeerd?
Herstel van vertrouwen
De leden van de D66-fractie constateren dat dit besluit op verschillende momenten
in werking kan treden en dat onderdelen afhankelijk zijn van onderliggende regelgeving.
Deze leden benadrukken dat bewoners al lang wachten op de maatregelen uit Nij Begun
en dat verdere vertraging onwenselijk is. Wanneer verwacht de Minister dat alle onderdelen
van dit besluit in werking zijn getreden? Is de Minister bereid hiervoor een concrete
streeftermijn te noemen en de Kamer te informeren indien deze niet wordt gehaald?
De leden van de D66-fractie vragen tot slot hoe de Minister deze wijzigingen beziet
in het licht van het bredere doel om het vertrouwen van inwoners van Groningen en
Noord-Drenthe in de overheid te herstellen. Op welke manier dragen deze wijzigingen
volgens de Minister concreet bij aan een eenvoudiger, rechtvaardiger en beter uitlegbaar
stelsel voor bewoners?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de stukken
ter voorbereiding op de wijziging van het Besluit Tijdelijke wet Groningen en het
Mijnbouwbesluit. Deze leden wensen in dit kader enkele specifieke aandachtspunten
te benadrukken en vragen hierover nadere toelichting van de Minister.
De leden van de VVD-fractie vragen ten aanzien van onderdeel H, over de beoordeling
van kwetsbare gebouwen, of de aanvullende bouwkundige criteria helder en eenduidig
zijn geformuleerd. Hoe wordt voorkomen dat hierdoor nieuwe, moeilijk verklaarbare
verschillen in beoordeling ontstaan? Ten aanzien van onderdeel I, deel 3, constateren
deze leden dat de naam «tijdelijk» wordt verwijderd. Is het in dat licht niet logisch
om de naamgeving in de Wet Groningen en Noord-Drenthe aan te passen? Ten slotte merken
zij bij het onderdeel internetconsultatie op dat ruimte blijft bestaan voor het IMG
om het effectgebied uit te breiden wanneer nieuwe inzichten daar aanleiding toe geven.
Hoe wordt in dat geval voorkomen dat dit leidt tot willekeur in de toepassing?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de ontwerp AMvB tot wijziging
van het Besluit Tijdelijke wet Groningen en het Mijnbouwbesluit. Deze leden vinden
het goed dat de doelgroep die gebruik kan maken van de subsidieregeling rechtsbijstand
wordt verruimd en hebben ook met tevredenheid gelezen dat naar aanleiding van de motie-Vedder/Boulakjar
het schadebedrag tot aan waar er geen onderzoek meer wordt gedaan naar causaliteit
wordt verhoogd naar 60.000 euro. Zij hebben hierbij nog een enkele vraag.
2. Wijzigingen Besluit Tijdelijke wet Groningen, Onderdeel C
De leden van de CDA-fractie vragen een nadere toelichting wat er bedoeld wordt met
«het genoemde periodiek bekijken grensbedrag 60.000 euro passend is».
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de voorhangbrief van Minister
inzake het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit Tijdelijke wet Groningen en
het Mijnbouwbesluit. Dit wijzigingsbesluit vloeit voort uit de kabinetsreactie op
het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen en bevat
daarnaast enkele technische correcties en verduidelijkingen. Deze leden onderschrijven
het belang van een voortvarende en rechtvaardige afhandeling van schade voor bewoners
van het aardbevingsgebied. Tegelijkertijd hebben zij nog enkele vragen over de uitvoering
van het besluit en de mogelijke gevolgen voor bewoners.
Algemeen
De leden van de JA21-fractie constateren dat het wijzigingsbesluit verschillende aanpassingen
bevat die bedoeld zijn om de schadeafhandeling en de versterkingsoperatie te verbeteren
en te versnellen. Tegelijkertijd hebben bewoners van het aardbevingsgebied de afgelopen
jaren regelmatig te maken gehad met langdurige procedures en vertragingen. Deze leden
vragen hoe wordt geborgd dat de uitvoering van de voorgestelde wijzigingen niet leidt
tot verdere vertraging in de schadeafhandeling of de versterkingsoperatie. Op welke
wijze monitort de Minister of de wijzigingen daadwerkelijk bijdragen aan een snellere
en eenvoudiger afhandeling voor bewoners? Daarnaast vragen zij hoe wordt voorkomen
dat nieuwe uitvoeringsregels of aanpassingen in regelgeving leiden tot extra administratieve
lasten voor bewoners, gemeenten en uitvoeringsorganisaties.
Overlastvergoedingen
De leden van de JA21-fractie lezen dat het ontwerpbesluit de mogelijkheid introduceert
om vergoedingen voor overlast flexibeler vast te stellen via een ministeriële regeling.
Hiermee kan beter worden ingespeeld op verschillende soorten overlast die bewoners
ervaren, bijvoorbeeld bij herhaalschade of langdurige werkzaamheden. Deze leden vragen
op basis van welke criteria de Minister de hoogte van verschillende overlastvergoedingen
zal bepalen. Op welke wijze wordt daarbij rekening gehouden met verschillen in ernst,
duur en frequentie van de overlast die bewoners ervaren? Daarnaast vragen zij hoe
wordt geborgd dat bewoners die herhaaldelijk schade of langdurige werkzaamheden ervaren
daadwerkelijk ruimhartig worden gecompenseerd. Wordt hierbij bijvoorbeeld rekening
gehouden met cumulatieve overlast wanneer bewoners meerdere keren schade of herstelwerkzaamheden
ondervinden? Voorts vragen zij op welke wijze wordt voorkomen dat bewoners moeten
wachten op aanpassing van vergoedingen wanneer bijvoorbeeld inflatie of veranderende
omstandigheden daartoe aanleiding geven. Wordt overwogen om de hoogte van vergoedingen
periodiek te indexeren of op andere wijze automatisch aan te passen aan prijsontwikkelingen?
Maximumbedrag voor schadeherstel
De leden van de JA21-fractie lezen dat het wijzigingsbesluit een maximumbedrag van
60.000 euro introduceert voor het daadwerkelijk herstellen van schade zonder uitgebreid
onderzoek naar de oorzaak. Hiermee moet schade sneller kunnen worden hersteld doordat
in deze gevallen geen uitgebreid onderzoek nodig is naar de precieze oorzaak van de
schade. Deze leden vragen de Minister toe te lichten waarom is gekozen voor een grensbedrag
van 60.000 euro en niet voor een hoger bedrag. Welke overwegingen hebben een rol gespeeld
bij het vaststellen van deze grens? Daarnaast vragen zij hoeveel schadegevallen naar
verwachting boven de 60.000 euro uitkomen en hoe lang de afhandeling van dergelijke
schadegevallen gemiddeld duurt. In hoeverre verwacht de Minister dat deze gevallen
alsnog leiden tot langdurige onderzoeken naar de oorzaak van schade? Voorts vragen
zij hoe wordt voorkomen dat het grensbedrag een prikkel creëert om schade zoveel mogelijk
onder deze grens te laten vallen, bijvoorbeeld door schade anders te begroten of op
te splitsen. Heeft de Minister onderzocht of bewoners hun schade mogelijk in meerdere
aanvragen moeten opsplitsen om onder deze grens te blijven?
De leden van de JA21-fractie vragen daarnaast hoe wordt voorkomen dat bewoners in
het zwaarst getroffen kerngebied juist vaker met langdurige onderzoeken worden geconfronteerd
doordat hun schadebedrag vaker boven deze grens uitkomt. Tot slot vragen deze leden
of de Minister bereid is periodiek te evalueren of het grensbedrag van 60.000 euro
voldoende is om snel en volledig schadeherstel mogelijk te maken, en indien nodig
dit bedrag aan te passen.
Kostenverhaal op de NAM
De leden van de JA21-fractie merken op dat het uitgangspunt van het Groningendossier
steeds is geweest dat bewoners niet zelf tegenover de Nederlandse Aardolie Maatschappij
(NAM) hoeven te procederen, maar dat de overheid schade vergoedt en de kosten vervolgens
verhaalt op de NAM. Deze leden vragen in hoeverre de kosten die voortvloeien uit de
voorgestelde maatregelen – waaronder overlastvergoedingen, juridische bijstand en
deskundigenadvies – volledig kunnen worden verhaald op de NAM. Kan de Minister bevestigen
dat bewoners niet alsnog indirect worden geconfronteerd met financiële beperkingen
wanneer kosten niet volledig op de NAM kunnen worden verhaald? Daarnaast vragen zij
of er nog een onderzoek van bijvoorbeeld de Algemene Rekenkamer wordt voorzien naar
de doelmatigheid en doeltreffendheid van de schadeafhandeling en de versterkingsoperatie
na afloop van al deze maatregelen.
Juridische bijstand en deskundige ondersteuning
De leden van de JA21-fractie lezen dat het wijzigingsbesluit de mogelijkheid verruimt
voor bewoners om juridische bijstand en deskundige ondersteuning te krijgen in hun
traject met het IMG of de Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Niet alleen eigenaren,
maar ook huurders en andere rechtmatige gebruikers kunnen in bepaalde gevallen aanspraak
maken op juridische bijstand. Deze leden vragen hoe wordt gewaarborgd dat bewoners
eenvoudig toegang krijgen tot juridische en bouwkundige ondersteuning wanneer zij
een besluit willen aanvechten of laten toetsen. Daarnaast vragen zij in hoeverre de
Minister verwacht dat bewoners daadwerkelijk gebruik zullen maken van deze regelingen.
Zijn er inschattingen gemaakt van het aantal bewoners dat naar verwachting aanspraak
zal maken op juridische bijstand of deskundige ondersteuning? Voorts vragen zij hoe
wordt voorkomen dat bewoners alsnog tegenover een overheid staan met aanzienlijk meer
expertise en middelen wanneer zij hun rechten willen laten gelden. Daarnaast vragen
zij hoe wordt voorkomen dat de kring van gerechtigden voor dergelijke vergoedingen
steeds verder wordt uitgebreid naar groepen die geen directe schade door gaswinning
hebben geleden. Tot slot vragen zij in hoeverre de Minister het logisch acht dat de
overheid vergoedingen uitkeert aan huurders, terwijl in beginsel de verhuurder verantwoordelijk
is voor onderhoud en herstel van de woning.
Effectgebied en bewijsvermoeden
De leden van de JA21-fractie lezen dat in het besluit een gedetailleerde kaart van
het effectgebied wordt vastgelegd waar het wettelijke bewijsvermoeden geldt. Deze
kaart moet voor bewoners duidelijkheid bieden op de vraag of schade vermoed wordt
te zijn veroorzaakt door gaswinning. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat het effectgebied
in de toekomst kan worden uitgebreid wanneer nieuwe inzichten over schade door bodemdaling
of aardbevingen daartoe aanleiding geven. Deze leden vragen of de Minister bereid
is het effectgebied periodiek te herzien op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten,
bijvoorbeeld wanneer nieuwe kennis ontstaat over effecten van bodemdaling of andere
geologische ontwikkelingen.
Toekomstige energievoorziening
Hoewel dit wijzigingsbesluit zich primair richt op schadeherstel en versterking, constateren
de leden van de JA21-fractie dat het Groningendossier ook raakt aan de bredere discussie
over de toekomstige energievoorziening van Nederland. Nederland heeft jarenlang geprofiteerd
van het Groningse gas, terwijl bewoners van het gebied de negatieve gevolgen hebben
ervaren.
Tegen deze achtergrond vragen deze leden onder welke omstandigheden de Minister het
in de toekomst eventueel verantwoord zou achten om opnieuw gaswinning in Groningen
te overwegen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
Algemeen
De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbesluit tot wijziging
van het Besluit Tijdelijke wet Groningen en het Mijnbouwbesluit. Deze leden hebben
hierover nog diverse vragen en opmerkingen.
Allereerst willen de leden van de SP-fractie benadrukken dat de parlementaire enquêtecommissie
aardgaswinning Groningen heeft vastgesteld dat Groningers decennialang onvoldoende
zijn beschermd door de overheid. Juist daarom moet bij elke wijziging van regelgeving
het uitgangspunt zijn dat recht wordt gedaan aan de inwoners van Groningen en dat
ruimhartigheid voorop staat.
De leden van de SP-fractie vragen waarom is gekozen voor een wijziging via een algemene
maatregel van bestuur en een novelle, terwijl de Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen
en de Mijnbouwwet op dit moment nog door de Tweede Kamer wordt behandeld. Waarom is
er niet voor gekozen om deze wijzigingen via een nota van wijziging op de wet aan
de Kamer voor te leggen, zodat de Kamer deze wijzigingen direct kan meewegen in de
behandeling van het wetsvoorstel? Kan de Minister toelichten waarom voor deze route
is gekozen en welke gevolgen dit heeft voor de parlementaire controle?
Maximumbedrag
De leden van de SP-fractie lezen dat in het ontwerpbesluit een maximumbedrag van 60.000 euro
wordt vastgesteld voor een bepaalde tegemoetkoming. Deze leden vragen de Minister
waarop dit bedrag precies is gebaseerd. Welke berekeningen, onderzoeken of beleidsafwegingen
liggen ten grondslag aan deze grens? Daarnaast vragen zij waarom ervoor is gekozen
om een harde bovengrens te stellen. Deelt de Minister de mening dat een dergelijk
plafond het risico met zich meebrengt dat inwoners met aantoonbaar hogere schade of
kosten niet volledig worden gecompenseerd? Op welke manier wordt voorkomen dat Groningers
opnieuw geconfronteerd worden met een systeem dat eerder uitgaat van budgettaire grenzen
dan van daadwerkelijk herstel van recht?
De leden van de SP-fractie vragen de Minister daarom nadrukkelijk of het mogelijk
is deze bovengrens los te laten. Zou het niet passender zijn, mede in het licht van
de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie, om uit te gaan van volledige
compensatie van aantoonbare schade en kosten, zonder vooraf vastgestelde maxima? Kan
de Minister hier uitgebreid op reflecteren? Verder lezen deze leden dat gedupeerden
binnen deze regeling twee opties hebben: uitvoering via een aannemer van het IMG of
via een zelf gekozen aannemer. Zij vragen hoe wordt voorkomen dat bewoners die kiezen
voor een eigen aannemer alsnog geld tekortkomen. Welke garanties zijn er dat de vergoeding
daadwerkelijk voldoende is om het werk uit te voeren? Ook vragen zij naar de catalogus
die hiervoor is opgesteld. Is deze catalogus niet te knellend in de praktijk? Op welke
wijze is vastgesteld dat de bedragen in deze catalogus realistisch zijn in relatie
tot de huidige bouwkosten? Worden de bedragen in de catalogus onafhankelijk getoetst?
Zo ja, door wie en hoe vaak? Worden deze bedragen periodiek aangepast aan prijsontwikkelingen
in de bouwsector?
De leden van de SP-fractie vragen daarnaast of er indexatie plaatsvindt op zowel de
bedragen in de catalogus als op het maximale bedrag van 60.000 euro. Zo ja, op welke
wijze gebeurt deze indexatie en hoe vaak wordt deze herzien? Daarnaast vragen deze
leden waar bewoners terecht kunnen wanneer in de praktijk blijkt dat het bedrag niet
toereikend is. Is er een mogelijkheid tot aanvullende vergoeding of maatwerk? Zo ja,
hoe wordt dit georganiseerd?
Zandplatenbuurt-Zuid
De leden van de SP-fractie hebben tevens vragen over de aanpak in de Zandplatenbuurt-Zuid.
Deze leden vragen hoe de lessen uit batch 1588, waarbij de gemeente een belangrijke
rol had in de uitvoering, zijn meegenomen in de opzet van deze regeling. Kan de Minister
toelichten welke concrete lessen zijn geleerd en hoe deze zijn verwerkt? Verder vragen
zij of er sprake is van één vast bedrag voor de gemeente voor de uitvoering van de
werkzaamheden, of dat dit bedrag wordt geïndexeerd en tussentijds wordt geëvalueerd
op basis van de daadwerkelijke kosten. Hoe wordt voorkomen dat gemeenten met tekorten
worden geconfronteerd die uiteindelijk gevolgen hebben voor de bewoners? Ook vragen
zij waar bewoners terecht kunnen wanneer zij problemen ervaren met de uitvoering van
de werkzaamheden of wanneer er conflicten ontstaan tussen bewoners, aannemers en uitvoerende
partijen. Is er een onafhankelijke instantie waar bewoners zich kunnen melden? Daarnaast
vragen zij waarom alleen is gekozen voor de Zandplatenbuurt-Zuid. Waarom zijn andere
buurten niet in deze aanpak meegenomen? Kan de Minister toelichten of deze aanpak
in de toekomst ook voor andere buurten kan worden toegepast? Indien dat het geval
is, vragen deze leden of daarvoor opnieuw een wetswijziging nodig is of dat dit via
lagere regelgeving kan worden geregeld.
Batch 1588
De leden van de SP-fractie vragen verder of alle regelingen die voor andere gedupeerden
gelden, ook van toepassing zullen zijn op bewoners uit batch 1588. Geldt dit zowel
voor eigenaren als voor huurders? Kan de Minister bevestigen dat deze groepen volledig
gelijk worden behandeld binnen het stelsel van schadeherstel en versterking?
Juridische bijstand
De leden van de SP-fractie hebben ook vragen over de regeling voor kosteloze juridische
bijstand. Deze leden lezen dat deze bijstand alleen wordt vergoed voor procedures
rondom vergoedingsbesluiten van het IMG of de NCG. Waarom is ervoor gekozen om deze
regeling zo beperkt vorm te geven? Deelt de Minister de mening dat bewoners en ondernemers
ook in andere situaties juridische ondersteuning nodig kunnen hebben, bijvoorbeeld
bij conflicten met aannemers, verhuurders, uitvoeringsorganisaties of andere betrokken
partijen? Waarom is er niet gekozen voor een bredere regeling voor juridische ondersteuning
voor gedupeerden?
Tot slot vragen deze leden of bouwkundig en financieel advies in het kader van deze
regeling ook voor huurders wordt vergoed. Indien dit niet het geval is, vragen deze
leden waarom huurders op dit punt anders worden behandeld dan woningeigenaren.
II Antwoord / reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
J.P. van der Haas, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.