Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de Overeenkomst Duitse staat deelverkoop TenneT Duitsland (Kamerstuk 28165-470)
2026D11586 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Financiën heeft op 12 maart 2026 een aantal vragen en opmerkingen
voorgelegd aan de Minister van Financiën over de door de Minister op 3 februari 2026
toegezonden brief over de overeenkomst met de Duitse staat over de deelverkoop van
TenneT Duitsland (Kamerstuk 28 165, nr. 470).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Van der Lee
Adjunct-griffier van de commissie,
Van der Steur
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de overeenkomst
met de Duitse staat over een deelname in TenneT Duitsland. Deze leden constateren
dat de Minister aangeeft dat de bijdrage aan de Nederlandse publieke belangen «grotendeels
in stand kan blijven» door contracten met beperkte beëindigingsmogelijkheden. Kan
de Minister nader toelichten wat «grotendeels» en «beperkt» in dit verband precies
betekenen? Welke concrete synergiën zijn juridisch geborgd, voor welke termijn, en
wat zijn de beëindigingsgronden?
Deze leden merken op dat TenneT op basis van de huidige kapitaalbehoefte een belang
van circa 28,9 procent behoudt en dat vetorechten behouden blijven zolang dit belang
boven 25 procent ligt. Wat gebeurt er met de governance-positie van TenneT indien
de kapitaalbehoefte hoger uitvalt dan voorzien en TenneT verwatert tot onder de 25 procent?
Welke afspraken zijn gemaakt om te voorkomen dat de Nederlandse staat haar vetorechten
en daarmee haar sturingsmogelijkheden verliest?
De leden van de D66-fractie waarderen dat het risico dat de Nederlandse staat als
lender of last resort wordt aangesproken verder wordt verkleind. Tegelijk stellen
deze leden vast dat geen van de aandeelhouders verplicht is bij te storten wanneer
de kapitaalbehoefte boven het beschikbare kapitaal uitkomt. Kan de Minister schetsen
welk scenario zich voordoet als alle aandeelhouders weigeren bij te storten?
Deze leden constateren dat tegenover de aflossing van de aandeelhouderslening een
structureel negatief saldo-effect staat van circa 20 miljoen euro per jaar. Kan de
Minister bevestigen dat dit netto-effect en de verwerking in de Voorjaarsnota 2026
tijdig met de Kamer worden gedeeld?
De leden van de D66-fractie constateren ten slotte dat TenneT een centrale rol speelt
in de uitbreiding van het elektriciteitsnet, de aansluiting van offshore windparken
en de integratie van het Nederlandse en Duitse elektriciteitssysteem. Deze leden vragen
in hoeverre de gewijzigde aandeelhoudersstructuur van TenneT Duitsland gevolgen kan
hebben voor de prioritering en snelheid van netinvesteringen en hoe wordt geborgd
dat de samenwerking tussen TenneT en TenneT Duitsland blijft bijdragen aan efficiënte
netontwikkeling, systeemintegratie en leveringszekerheid in Noordwest-Europa.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de overeenkomst Duitse staat
deelverkoop TenneT Duitsland. Deze leden hebben hierbij de volgende vragen.
Deze leden lezen dat de transactiedocumentatie op 3 februari 2026 is ondertekend,
maar dat nog aan enkele opschortende voorwaarden moet worden voldaan voordat de transactie
kan worden geïmplementeerd. Welke andere opschortende voorwaarden zijn er naast de
genoemde bevestiging door de Duitse energietoezichthouder en is ook bij deze voorwaarden
de stellige verwachting dat hieraan zal worden voldaan?
De verwachting is dat het proces in de eerste helft van 2026 zal worden afgerond,
zo lezen de leden van de VVD-fractie. Wat zijn de consequenties voor de transactie
indien de implementatie onverhoopt toch vertraging oploopt?
De leden van de VVD-fractie lezen in paragraaf 2 dat, indien de kapitaalbehoefte van
TenneT Duitsland hoger is dan verwacht, de inbreng van de Duitse staat van 1,5 miljard
euro tot maximaal 2,34 miljard euro toe zal nemen. Deze leden vragen welke effecten
de toename van de inbreng of het uitblijven daarvan heeft op de aandelenbelangen of
financiële verhoudingen.
Volgens paragraaf 2.3 blijft TenneT de grootste aandeelhouder van TenneT Duitsland,
zo lezen de leden van de VVD-fractie. In paragraaf 2.4 zien deze leden echter dat
dit, uiteindelijk, de private investeerders zullen zijn. Deze leden vragen hoe in
de governance wordt geborgd dat er, naast de borging in wet- en regelgeving van grensoverschrijdende
samenwerking, via TenneT alsnog gestuurd kan worden op het Nederlandse publieke belang.
Op welke belangrijke beslissingen behoudt TenneT vetorechten?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de
brief betreffende de overeenkomst Duitse staat deelverkoop TenneT Duitsland. Deze
leden hebben hierover enkele vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat de gedeeltelijke verkoop van
de aandelen in TenneT Duitsland aan de Duitse staat kan bijdragen aan het verminderen
van de financiële risico’s voor de Nederlandse staat en aan de mogelijkheden voor
de belangrijke investeringsopgave in het elektriciteitsnet. Deze leden hebben echter
nog vragen over de budgettaire verwerking van de transactie en de gevolgen voor de
publieke belangen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de Minister stelt dat door
de deelname van de Duitse staat het risico kleiner wordt dat de Nederlandse staat
opnieuw moet bijstorten in TenneT Duitsland. In hoeverre blijft de Nederlandse staat,
via TenneT, nog blootgesteld aan risico’s voortvloeiend uit de investeringsopgave
van TenneT Duitsland? Deze leden merken op dat het kabinet eerder aanstuurde op een
volledige verkoop van de aandelen. Is die optie nog aan de orde? Hoe ziet de Minister
de toekomstige rol van de Nederlandse staat in TenneT Duitsland? Welke operationele
en strategische voordelen zijn er in deze nieuwe constructie uit dit aandeelhouderschap
te halen?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Minister schrijft dat de verkoop
van aandelen aan de Duitse staat leidt tot een niet-saldorelevante opbrengst van circa 3,3 miljard euro in 2026 en mogelijk nog circa 1,5 miljard
euro uiterlijk in 2029. Deze leden vragen de Minister nader toe te lichten waarom
deze opbrengsten als niet-saldorelevant worden beschouwd. Deze leden vragen de Minister
of de Minister kan uiteen zetten welke begrotingsregels ertoe leiden dat deze opbrengsten
als niet-saldorelevant worden aangemerkt? In hoeverre verschilt deze behandeling van
de situatie waarin de staat saldorelevant dividend of verkoopopbrengsten uit een staatsdeelneming
ontvangt? Begrijpen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie het goed dat de aflossing
van de lening leidt tot een vermindering van de financiële activa van de staat, maar
niet tot een verbetering van het EMU-saldo? Kan de Minister dit toelichten?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen verder dat de aflossing leidt tot een
daling van de rentebaten van circa 110 miljoen euro per jaar, terwijl daar een besparing
van circa 90 miljoen euro op de rentelasten van de staatsschuld tegenover staat. Deze
leden vragen zich af of het klopt dat we er hierdoor jaarlijks 20 miljoen euro op
achteruitgaan. Kan de Minister uiteenzetten wat het structurele saldo-effect hiervan
is? Hoe worden deze effecten precies verwerkt in de Voorjaarsnota 2026 en in het EMU-saldo
en de EMU-schuld? Weegt dit negatieve verschil in inkomsten op tegen de waarde van
de verwachte risicomijding als gevolg van de verkoop van de aandelen?
Kan de Minister bevestigen dat de niet-saldorelevante opbrengst geen extra begrotingsruimte
creëert voor andere uitgaven, en zo ja, kan hij toelichten hoe dit zich verhoudt tot
de grote voorgenomen bezuinigingen? Hoe kijkt de Minister naar het beeld wat nu ontstaat
van een opbrengst van miljarden euro’s voor de schatkist terwijl er ook flink bezuinigd
wordt op de sociale zekerheid en zorg?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van
de Minister van Financiën over de overeenkomst met de Duitse staat inzake de deelverkoop
van TenneT Duitsland. Deze leden hebben daarbij de volgende vragen
Allereerst willen deze leden helderheid over de richting die het kabinet hiermee inslaat.
Kan de Minister aangeven of deze verkoop het eindstation is of een tussenstation naar
volledige verkoop van het Nederlandse belang in TenneT Duitsland?
De leden van de PVV-fractie vragen daarnaast om een precies overzicht van de resterende
risico’s. Hoe groot is, na deze deelverkoop aan de Duitse staat, het nog steeds aanwezige
financiële risico (kapitaalbehoefte, garanties, leningen) voor Nederland met betrekking
tot TenneT Duitsland? Deze leden ontvangen graag een uitsplitsing per jaar en per
scenario en daarnaast een concreet tijdpad waaruit blijkt hoe en wanneer dit risico
tot nul wordt teruggebracht.
Voorts wensen de leden van de PVV-fractie expliciete zekerheid voor Nederlandse huishoudens
en het MKB. Kan de Minister garanderen dat geen enkel deel van de kosten of risico’s
rond TenneT Duitsland – nu of in de toekomst – via hogere nettarieven, heffingen of
belastingen bij Nederlandse afnemers terechtkomt? Hoe wordt dit juridisch en regulatoir
geborgd richting toezichthouder ACM en richting TenneT zelf?
De leden van de PVV-fractie hechten eraan dat het uitgangspunt «Duits net, Duitse
verantwoordelijkheid» wordt gerespecteerd. Deelt de Minister de opvatting dat investeringen
in het Duitse elektriciteitsnet primair een verantwoordelijkheid zijn van de Duitse
staat en de Duitse afnemers en dus niet van Nederlandse belastingbetalers? Zo ja,
op welke manier is dit beginsel concreet verankerd in de bepalingen van de nu voorliggende
overeenkomst?
Verder vragen deze leden aandacht voor de operationele verwevenheid tussen de Nederlandse
en Duitse activiteiten van TenneT. In hoeverre blijft, na deze deelverkoop, de operationele
samenhang tussen TenneT Nederland en TenneT Duitsland bestaan? Welke waarborgen zijn
er dat storingen, investeringsachterstanden of politieke keuzes in Duitsland niet
alsnog gevolgen hebben voor de leveringszekerheid in Nederland en voor de hoogte van
de Nederlandse energierekening?
Ook de gekozen vorm roept vragen op bij de leden van de PVV-fractie. Waarom heeft
het kabinet er niet voor gekozen om de Duitse tak van TenneT volledig aan de Duitse
staat te verkopen? Dit des te meer daar voorheen juist is gesproken over het afbouwen
van buitenlandse activiteiten van staatsdeelnemingen.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister verder om de relatie met eerdere financiële
steunmaatregelen uiteen te zetten. Hoe verhoudt deze deelverkoop zich tot de in het
verleden aan TenneT verstrekte leningen en kapitaalversterkingen door de Nederlandse
staat? Welk deel van deze publieke middelen vloeit met deze overeenkomst daadwerkelijk
terug naar de schatkist? Wat heeft TenneT Duitsland de Nederlandse belastingbetaler
uiteindelijk gekost?
In een recent bericht in Het Financieele Dagblad staat vermeld dat TenneT een recordbedrag
van 14,8 miljard euro heeft geïnvesteerd in de uitbreiding van het hoogspanningsnet
in Nederland en Duitsland1. De leden van de PVV-fractie vragen zich af waarom er twee keer zoveel wordt geïnvesteerd
in het Duitse net dan in het Nederlandse? Waarom wordt er überhaupt nog geïnvesteerd
in Duitsland gezien de huidige problemen? Kan de Minister garanderen dat er in de
toekomst geen dubbeltje meer wordt geïnvesteerd in het Duitse hoogspanningsnet van
TenneT?
Tevens vragen de leden van de PVV-fractie of de Minister inzichtelijk kan maken welke
andere opties (bijvoorbeeld volledige verkoop aan de Duitse staat, een andere structuur
met investeerders, of eerdere en snellere afsplitsing) zijn onderzocht? Welke voor-
en nadelen zijn daarbij gewogen en waarom is uiteindelijk gekozen voor deze constructie,
mede in het licht van de mislukte verkooppoging in 2024?
Daarbij ontvangen deze leden graag een duidelijke toelichting wat deze overeenkomst
concreet betekent voor de ontwikkeling van de Nederlandse nettarieven en de energierekening
in de komende jaren. Is de Minister bereid vast te leggen dat deze deelverkoop niet
mag worden aangegrepen om Nederlandse tarieven verder te verhogen in de toekomst?
De Minister spreekt over synergiën en contracten die zijn aangegaan voor het voortzetten
van de samenwerking met beperkte beëindigingsmogelijkheden. Kunt u dit nader toelichten,
zo vragen de leden van de PVV-fractie. Welke Nederlandse belangen zijn met deze samenwerking
gemoeid? Welke samenwerkingscontracten zijn aangegaan en waarom zijn de mogelijkheden
om deze te beëindigen beperkt?
Tenslotte constateren deze leden dat private investeerders een aandelenbelang opbouwen
van 46 procent. Hoe is dit verdeeld tussen de verschillende investeerders (Norges
Bank, APG en GIC)?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de recente ontwikkelingen
aangaande TenneT Duitsland en hebben hierbij enkele vragen.
Deze leden zijn blij met de structurele oplossing voor de investeringsbehoefte van
TenneT Duitsland. Investeringen in het stroomnet zijn hard nodig voor verdere elektrificatie,
zowel in Duitsland als in Nederland. Het is passend dat beide landen zelf primair
verantwoordelijk zijn voor het benodigde investeringskapitaal. De leden van de CDA-fractie
vinden het van belang dat de voorgestelde route hieraan voldoet.
De leden van de CDA-fractie zien veel waarde in de continuering van de samenwerking
tussen TenneT en TenneT Duitsland. Deze leden vernemen dat deze samenwerking is vastgelegd
in contracten met beperkte beëindigingsmogelijkheden. Deze leden vragen echter wat
de onderliggende criteria zijn van deze beëindigingsmogelijkheden. In hoeverre acht
de Minister het aannemelijk dat er een situatie ontstaat waarbij deze beëindigingsclausule
geactiveerd kan worden? Wat zou de impact zijn voor Nederland wanneer deze contracten
opgezegd worden? In hoeverre kan het vetorecht van TenneT dit voorkomen?
De leden van de CDA-fractie vragen welke activiteiten, naast het offshore 2GW-programma,
onder de reikwijdte vallen van deze contracten. Kan de Minister hiervan een overzicht
geven?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de verkoop van aandelen in TenneT Duitsland
aan de Duitse staat 3,3 miljard euro oplevert. Dit bedrag wordt gebruikt ter aflossing
van een lening aan TenneT van de Nederlandse Staat. Begrijpen deze leden het goed
dat de 3,3 miljard euro dus niet bij TenneT op de balans blijft staan? Klopt het dat
deze 3,3 miljard euro beschikbaar blijft voor staatsdeelnemingen en onder andere wordt
gebruikt voor het kernkapitaal van de Nationale Investeringsinstelling conform het
Coalitieakkoord? Wanneer verwacht de Minister hierover uitsluitsel te geven?
De leden van de CDA-fractie vragen tenslotte waarom de toetsing van de Duitse energietoezichthouder
nog moet plaatsvinden. Zijn er mogelijkheden om dit te versnellen? Is er reeds contact
met de toezichthouder bijv. door een a priori toetsmoment?
II Reactie van de Minister van Financiën
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.M.T. van der Lee, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
R.A. van der Steur, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.