Memorie van toelichting : Memorie van toelichting
36 915 IV Wijziging van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 2
MEMORIE VAN TOELICHTING
INHOUDSOPGAVE
A.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
2
B.
BEGROTINGSTOELICHTING
3
1
Leeswijzer
3
2
Beleid Koninkrijksrelaties
3
2.1
Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties
3
3
Beleidsartikelen Koninkrijksrelaties
6
3.1
Artikel 1. Versterken rechtsstaat
6
3.2
Artikel 2. Slavernijverleden
8
3.3
Artikel 4. Bevorderen sociaaleconomische structuur
10
3.4
Artikel 5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen
13
3.5
Artikel 8. Wederopbouw Bovenwindse Eilanden
15
4
Niet-beleidsartikelen Koninkrijksrelaties
17
4.1
Artikel 6. Apparaat
17
4.2
Artikel 7. Nog onverdeeld
19
5
Beleid BES-fonds
21
5.1
Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties
21
6
Beleidsartikel BES-fonds
22
6.1
Artikel 1. BES-fonds
22
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van
artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve
ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen
aan te brengen in:
1. de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV);
2. de begrotingsstaat voor het BES-fonds (H).
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van
deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenaamde begrotingstoelichting).
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
B. BEGROTINGSTOELICHTING
1 Leeswijzer
De eerste suppletoire begroting geeft een beeld van de uitvoering van de begroting
2026. De stand van de eerste suppletoire begroting wordt vanaf de stand van de ontwerpbegroting
2026 opgebouwd (Kamerstukken II 2025/26, 36800 IV, nr. 1).
In deze eerste suppletoire begroting wordt in de tabel budgettaire gevolgen van beleid
de cijfers van zes begrotingsjaren weergegeven. In de kolom van begrotingsjaar 2031
zijn de middelen in verband met de extrapolatie gepresenteerd.
Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige
en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens
zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde
staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties
beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.
Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV 2026
Begrotingsartikel
Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)
Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)
1. Versterken rechtsstaat
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.
2. Slavernijverleden
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.
4. Bevorderen
sociaaleconomische structuur
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.
5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 5 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 10 mln.
8. Wederopbouw
Bovenwindse Eilanden
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.
6. Apparaat
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.
7. Nog onverdeeld
Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.
1. BES-fonds
Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 4 mln.
2 Beleid Koninkrijksrelaties
2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties
Tabel 2 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting)
(bedragen x € 1.000)
Artikel
Uitgaven 2026
Uitgaven 2027
Uitgaven 2028
Uitgaven 2029
Uitgaven 2030
Uitgaven 2031
Vastgestelde begroting 2026
222.151
236.940
180.191
149.710
139.329
0
Mutaties eerste suppletoire begroting 2026
– 41.984
1.618
– 23.284
– 21.603
5.176
143.265
– waarvan mutaties coalitieakkoord
0
– 26
– 27
– 681
– 1.567
– 1.567
1 Efficiencytaakstelling
1, 6
0
0
– 1
– 142
– 276
– 276
2 Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid
4
0
0
0
– 513
– 1.265
– 1.265
3 Subsidietaakstelling
6
0
– 26
– 26
– 26
– 26
– 26
– waarvan overige suppletoire mutaties
– 41.984
1.644
– 23.257
– 20.922
6.743
144.832
4 Grensbewaking
1
– 20.371
0
0
0
0
0
5 Recherchecapaciteit
1
– 16.260
0
– 22.700
– 22.700
0
0
6 Rechterlijke macht
1
– 6.440
0
0
0
0
0
7 Kasschuif slavernijverleden subsidies
2
– 3.934
– 2.154
1.627
– 1.067
4.323
1.205
8 Kasschuif slavernijverleden actieagenda's
2
– 3.724
134
3.110
480
0
0
9 Kasschuif voedselzekerheid
4
6.273
1453
– 7726
0
0
0
10 Eindejaarsmarge
2, 4, 7
4.471
0
0
0
0
0
11 Loonbijstelling tranche 2026
7
2.789
3.362
3.087
3.105
3.062
3.067
12 Prijsbijstelling tranche 2026
7
2.527
2.558
1.002
742
657
628
13 Correctie koerseffecten
Alle
– 3.179
– 3.664
– 1.657
– 1.482
– 1.299
– 1.397
14 Extrapolaties 2031
Alle
0
0
0
0
0
139.329
15 Overige mutaties
Alle
– 4.136
– 45
0
0
0
2.000
Stand eerste suppletoire begroting 2026
180.167
238.558
156.907
128.107
144.505
143.265
Toelichting
1. Efficiencytaakstelling
Naar aanleiding van het coalitieakkoord wordt een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid
doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement inclusief de uitvoeringsorganisaties,
met als doel de apparaatsuitgaven te verminderen. Deze taakstelling is vanaf 2027
ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel geboekt op het apparaat en zal op een later
moment verder worden doorverdeeld. Voor KR gaat het om een bedrag oplopend tot structureel
€ 0,3 mln. per jaar vanaf 2030.
2. Vernieuwing rijksdienst/slagvaardige overheid
Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een additionele
taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een
slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling
en wordt vanaf 2029 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel geboekt op het apparaat
en zal op een later moment verder worden doorverdeeld. Voor KR gaat het om een bedrag
oplopend tot structureel € 1,3 mln. per jaar vanaf 2030.
3. Subsidietaakstelling
In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen
structureel worden verlaagd vanaf 2027. Deze taakstelling is verdeeld naar rato van
de subsidieuitgaven per departement. Voor KR gaat het om een bedrag van structureel
circa € 0,03 mln. per jaar vanaf 2027.
4. Grensbewaking
Dit betreft een bijdrage van € 20,4 mln. aan de Koninklijke Marechaussee (KMar). De
KMar gebruikt deze bijdrage om het grenstoezicht te versterken.
Voor deze bijdrage is een protocol opgesteld en ondertekend tussen Nederland en de
Caribische landen. Het bedrag wordt overgeboekt van de begroting van Koninkrijksrelaties
(IV) naar de begroting van het Ministerie van Defensie (X), onderdeel KMar.
5. Recherchecapaciteit
De jaarlijkse ondermijningsmiddelen (circa € 16,2 mln.) ten behoeve van het Recherchesamenwerkingsteam
(RST) worden beschikbaar gesteld aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV).
Daarnaast wordt het reguliere budget voor het RST jaarlijks vooruitbetaald, zodat
JenV doorlopend verzekerd is van een vierjarige begrotingsreeks. In 2025 heeft deze
overboeking niet plaatsgevonden, waardoor er nu twee overboekingen zijn gedaan (2028
en 2029) van circa € 22,7 mln. per jaar.
6. Rechterlijke macht
De beschikbaar gestelde middelen voor de ondermijningaanpak Cariben 2026 worden overgeheveld
van de begroting van Koninkrijksrelaties naar de begroting van Justitie en Veiligheid
(VI). Dit betreft onder andere middelen voor 2026 voor het Gemeenschappelijk Hof (€ 2,7
mln.), Openbaar Ministerie Aruba (€ 0,7 mln.), het Openbaar Ministerie van Curaçao,
Sint Maarten en de BES (€ 2,6 mln.).
7. Slavernijverleden, subsidies
Dit betreft het in werking treden van de subsidieregeling maatschappelijke initiatieven
(Stcrt. 2025, nr. 22437). Na publicatie van de subsidieregeling op 1 juli 2024 in de Staatscourant is tot
en met de eerste helft van 2025 de regeling met de potentieel uitvoerder geoperationaliseerd
en per 11 augustus 2025 in werking getreden. Nu er meer inzicht is in het meerjarig
kasritme kan een betere aansluiting gemaakt worden tussen het kasritme en de verwachte
timing van de uitvoering. Dit gaat om een bedrag van circa € 7,2 mln. cumulatief dat
wordt geschoven van de jaren 2026, 2027 en 2029 naar de jaren 2028, 2030 en 2031.
8. Kasschuif slavernijverleden actieagenda's
De specifieke maatregelen van de actieagenda's slavernijverleden (c.q. toezeggingen)
zijn door ieder (ei)land verwerkt in concrete projectplannen en opgenomen in de zogeheten
actieagenda's. De actieagenda's zijn door de lokale overheden van Aruba, Curaçao,
Bonaire, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten in de zomer van 2025 aangeboden aan
het Ministerie van BZK en vervolgens (meerjarig) beschikt in september 2025. Hiermee
is het budget meerjarig juridisch verplicht en met deze kasschuif worden de budgetten
(€ 3,7 mln. cumulatief) in het juiste kasritme gezet.
9. Kasschuif voedselzekerheid
Het Ministerie van BZK versterkt met een revolverend fonds de voedselzekerheid in
het Caribische deel van het Koninkrijk, door middel van leningen met een lage rente
aan ondernemers in de agri-sector. CariFoodFund is de stichting die het revolverend
fonds gaat beheren. Deze stichting wordt in 2026 opgericht. Met deze kasschuif wordt
het budget in het juiste kasritme gezet om de oprichting en kapitaalstortingen in
de stichting mogelijk te maken.
10. Eindejaarsmarge
Dit betreft de toevoeging van de reguliere eindejaarsmarge van 2025.
11. Loonbijstelling tranche 2026
Dit betreft de loonbijstelling tranche 2026 voor KR.
12. Prijsbijstelling tranche 2026
Dit betreft de prijsbijstelling tranche 2026 voor KR.
13. Correctie koerseffecten
Omdat de begrotingskoers is gewijzigd van EUR/USD 1,1 in 2025 naar EUR/USD 1,15 in
2026 zijn er minder euro's benodigd om aan de verplichting in vreemde valuta te kunnen
voldoen. Om deze reden wordt jaarlijks een correctie voor de koerseffecten gedaan.
14. Extrapolaties 2031
In miljoenennotajaar 2026 is het jaar 2031 toegevoegd aan de begroting. De middelen
voor 2031 zijn via de extrapolatie in de eerste suppletoire begroting toegevoegd.
Tabel 3 Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting)
(bedragen x € 1.000)
Artikel
Ontvangsten 2026
Ontvangsten 2027
Ontvangsten 2028
Ontvangsten 2029
Ontvangsten 2030
Ontvangsten 2031
Vastgestelde begroting 2026
153.073
146.520
152.945
144.780
317.706
0
Mutaties eerste suppletoire begroting 2026
73.683
14.827
2.536
39.430
207.022
353.547
– waarvan mutaties coalitieakkoord
0
0
0
0
0
0
– waarvan overige suppletoire mutaties
73.683
14.827
2.536
39.430
207.022
353.547
1 Extrapolaties 2031
5
0
0
0
0
0
317.706
2 Raming renteontvangsten 2026
5
58.856
0
0
0
0
0
3 Raming aflossing Covidleningen
5
21.252
21.252
21.252
21.252
21.252
21.252
4 Raming aflossing kapitaalleningen
5
– 6.425
– 6.425
– 18.716
18.178
185.770
14.589
Stand eerste suppletoire begroting 2026
226.756
161.347
155.481
184.210
524.728
353.547
Toelichting
1. Extrapolatie 2031
In miljoenennotajaar 2026 is het jaar 2031 toegevoegd aan de begroting. De middelen
voor 2031 zijn via de extrapolatie in de eerste suppletoire begroting toegevoegd.
2. Raming renteontvangsten 2026
Jaarlijks worden de aflossingen op de uitstaande leningen aan Aruba, Curaçao en Sint
Maarten hergewaardeerd tegen de actuele begrotingskoers en wordt het laatste jaar
toegevoegd. Voor 2026 wordt er € 58,9 mln. aan renteontvangsten toegevoegd.
3. Raming aflossing Covidleningen
Dit betreft de raming van aflossingen van covidleningen van Aruba, Curaçao en Sint
Maarten. Ook is de aflossing voor 2031 in de eerste suppletoire begroting toegevoegd.
4. Raming aflossing kapitaalleningen
Dit betreft de raming van aflossingen van kapitaalleningen van Aruba, Curaçao en Sint
Maarten. Ook is de aflossing voor 2031 in de eerste suppletoire begroting toegevoegd.
3 Beleidsartikelen Koninkrijksrelaties
3.1 Artikel 1. Versterken rechtsstaat
Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 Versterken rechtsstaat (bedragen
x € 1.000)
Ontwerp-Begroting t (1)
Mutaties via NvW, moties, amendementen En ISB (2)
Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting (4)
Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Art.
Verplichtingen
68.716
0
68.716
– 45.238
23.478
– 123
– 22.791
– 22.770
– 48
95.712
Uitgaven
68.716
0
68.716
– 45.238
23.478
– 123
– 22.791
– 22.770
– 48
95.712
1.0
Versterken rechtsstaat
68.716
0
68.716
– 45.238
23.478
– 123
– 22.791
– 22.770
– 48
95.712
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
394
0
394
– 17
377
– 33
– 6
– 1
0
0
Detentie – Algemeen
394
0
394
– 17
377
– 33
– 6
– 1
0
0
Bijdrage aan medeoverheden
1.187
0
1.187
– 50
1.137
– 51
– 51
– 48
– 48
1.064
Overige bijstand aan de landen
75
0
75
– 2
73
– 3
– 3
0
0
0
Bestuurlijke aanpak
1.112
0
1.112
– 48
1.064
– 48
– 48
– 48
– 48
1.064
Bijdrage aan
(inter-)nationale organisaties
384
0
384
– 9
375
– 39
– 34
– 21
0
0
Detentie – Vastgoed
384
0
384
– 9
375
– 39
– 34
– 21
0
0
Bijdrage aan
(andere) begrotingshoofdstukken
66.751
0
66.751
– 45.162
21.589
0
– 22.700
– 22.700
0
94.648
Grensbewaking (Defensie)
31.238
0
31.238
– 21.846
9.392
0
0
0
0
33.046
Recherchecapaciteit (JenV)
17.528
0
17.528
– 16.260
1.268
0
– 22.700
– 22.700
0
44.479
Rechterlijke macht (JenV)
12.858
0
12.858
– 6.480
6.378
0
0
0
0
11.996
Douane (Financiën)
5.127
0
5.127
– 576
4.551
0
0
0
0
5.127
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Geschatte budgetflexibiliteit
Tabel 5 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 1
Artikel 1
2026
juridisch verplicht
3%
bestuurlijk gebonden
92%
beleidsmatig gereserveerd
5%
nog niet ingevuld / vrij te besteden
0%
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 3% juridisch verplicht en 92% bestuurlijk
gebonden.
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
Grensbewaking (Defensie)
Dit betreft voornamelijk een bijdrage van circa € 20,4 mln. aan de Koninklijke Marechaussee
(KMar). De KMar gebruikt deze bijdrage om het grenstoezicht te versterken. Voor deze
bijdrage is een protocol opgesteld en ondertekend tussen Nederland en de Caribische
landen. Het bedrag wordt overgeboekt van de begroting van Koninkrijksrelaties (IV)
naar de begroting van het Ministerie van Defensie (X), onderdeel KMar.
Daarnaast betreft dit enkele reallocaties naar artikel 6 (in totaal circa € 1,5 mln.).
Dit gaat om een aantal detacheringen en een verplichting ten behoeve van projecten
in het kader van de Wederopbouw (Wederopbouw Bovenwindse Eilanden, artikel 8) die
niet op tijd is betaald in 2025. Daardoor zijn de kosten doorgeschoven naar 2026.
Middels een reallocatie wordt dit tekort gedekt binnen de middelen voor grensbewaking.
Ook betreft dit een reallocatie vanwege een detachering waarvan de middelen vanuit
het juiste instrument moeten worden verstrekt en verantwoord.
Recherchecapaciteit (JenV)
De jaarlijkse ondermijningsmiddelen ten behoeve van het Recherchesamenwerkingsteam
(RST) worden beschikbaar gesteld aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV).
Dit betreft een overboeking van circa € 16,2 mln. van de begroting van Koninkrijksrelaties
naar de begroting van JenV (VI).
Daarnaast wordt het reguliere budget voor het RST jaarlijks vooruitbetaald, zodat
JenV doorlopend verzekerd is van een vierjarige begrotingsreeks. In 2025 heeft deze
overboeking niet plaatsgevonden, waardoor er nu twee overboekingen zijn gedaan (2028
en 2029) van circa € 22,7 mln. per jaar.
Rechterlijke macht (JenV)
De beschikbaar gestelde middelen voor de ondermijningaanpak Cariben 2026 worden overgeheveld
van de begroting van Koninkrijksrelaties naar de begroting van JenV. Dit betreft onder
andere middelen voor 2026 voor het Gemeenschappelijk Hof (€ 2,7 mln.), Openbaar Ministerie
Aruba (€ 0,7 mln.), het Openbaar Ministerie van Curaçao, Sint Maarten en de BES (€ 2,6
mln.).
3.2 Artikel 2. Slavernijverleden
Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 Slavernijverleden (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1)
Mutaties via NvW, moties,
amendementen en ISB (2)
Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting (4)
Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) +
(4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Art.
Verplichtingen
8.933
0
8.933
– 4.727
4.206
– 2.407
1.319
– 1.401
4.323
1.205
Uitgaven
22.866
0
22.866
– 8.897
13.969
– 2.604
4.316
– 991
4.323
1.205
2.0
Slavernijverleden
22.866
0
22.866
– 8.897
13.969
– 2.604
4.316
– 991
4.323
1.205
Subsidies (regelingen)
8.766
0
8.766
– 4.910
3.856
– 2.371
1.337
– 1.383
4.323
1.205
Maatschappelijke initiatieven
8.766
0
8.766
– 4.910
3.856
– 2.371
1.337
– 1.383
4.323
1.205
Opdrachten
0
0
0
350
350
0
0
0
0
0
Maatschappelijke initiatieven
0
0
0
350
350
0
0
0
0
0
Bijdrage aan medeoverheden
14.100
0
14.100
– 4.337
9.763
– 233
2.979
392
0
0
Maatregelen bewustwording, betrokkenheid en doorwerking slavernijverleden
14.100
0
14.100
– 4.337
9.763
– 233
2.979
392
0
0
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Geschatte budgetflexibiliteit
Tabel 7 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 2
Artikel 2
2026
juridisch verplicht
70%
Bestuurlijk gebonden
28%
Beleidsmatig gereserveerd
3%
Nog niet ingevuld / vrij te besteden
0%
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 2 is 70% juridisch verplicht.
Uitgaven
Subsidies (regelingen)
Maatschappelijke initiatieven
Dit betreft voornamelijk het in werking treden van de subsidieregeling maatschappelijke
initiatieven (Stcrt. 2025, nr. 22437). Na publicatie van de subsidieregeling op 1 juli 2024 in de Staatscourant is tot
en met de eerste helft van 2025 de regeling met de potentieel uitvoerder geoperationaliseerd
en per 11 augustus 2025 in werking getreden. Nu er meer inzicht is in het meerjarig
kasritme kan een betere aansluiting gemaakt worden tussen het kasritme en de verwachte
timing van de uitvoering. Dit gaat om een bedrag van circa € 7,2 mln. van de jaren
2026, 2027 en 2029 naar de jaren 2028, 2030 en 2031.
Ook is een formele meerjarige opdracht verstrekt voor de uitvoering van de subsidieregeling
aan de unit Uitvoering van Beleid (UvB) van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De uitvoeringskosten (circa € 1 mln.) worden overgeboekt naar SZW.
Bijdrage aan medeoverheden
Maatregelen voor bewustwording, betrokkenheid en doorwerking slavernijverleden
De specifieke maatregelen (c.q. toezeggingen) zijn door ieder (ei)land verwerkt in
concrete projectplannen en opgenomen in de zogeheten actieagenda's. De actieagenda's
zijn door de lokale overheden van Aruba, Curaçao, Bonaire, Saba, Sint Eustatius en
Sint Maarten in de zomer van 2025 aangeboden aan het Ministerie van BZK en vervolgens
(meerjarig) beschikt in september 2025. Hiermee is het budget meerjarig juridisch
verplicht en met deze kasschuif worden de budgetten (€ 3,7 mln.) in het juiste kasritme
gezet.
3.3 Artikel 4. Bevorderen sociaaleconomische structuur
Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 Bevorderen sociaaleconomische structuur
(bedragen x € 1.000)
Ontwerp-begroting t (1)
Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)
Vastgestelde begroting t(3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting (4)
Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Art.
Verplichtingen
72.196
0
72.196
6.404
78.600
– 400
– 7.878
– 106
– 104
8.338
Uitgaven
66.457
0
66.457
6.404
72.861
– 400
– 7.878
– 106
– 104
8.338
4.1
Curaçao, Sint Maarten en Aruba
35.452
0
35.452
– 956
34.496
– 1.502
– 16
– 16
– 16
1.623
Subsidies (regelingen)
24.312
0
24.312
– 775
23.537
– 1.427
0
0
0
0
Diverse subsidies
760
0
760
30
790
0
0
0
0
0
Tijdelijke
Werkorganisatie (TWO)
19.052
0
19.052
– 805
18.247
– 1.427
0
0
0
0
Onderwijshuisvesting Curaçao
4.500
0
4.500
0
4.500
0
0
0
0
0
Opdrachten
7.605
0
7.605
– 106
7.499
0
0
0
0
115
Opdrachten landen
1.105
0
1.105
– 106
999
0
0
0
0
115
Tijdelijke
Werkorganisatie (TWO)
6.500
0
6.500
0
6.500
0
0
0
0
0
Inkomensoverdrachten
1.268
0
1.268
0
1.268
0
0
0
0
1.268
Toeslagen op pensioenen NA
1.268
0
1.268
0
1.268
0
0
0
0
1.268
Bijdrage aan medeoverheden
2.012
0
2.012
– 59
1.953
– 59
0
0
0
0
Tijdelijke
Werkorganisatie (TWO)
2.012
0
2.012
– 59
1.953
– 59
0
0
0
0
Bijdrage aan
(inter-)nationale organisaties
255
0
255
– 16
239
– 16
– 16
– 16
– 16
240
Diverse bijdragen
255
0
255
– 16
239
– 16
– 16
– 16
– 16
240
4.2
Caribisch Nederland
22.917
0
22.917
235
23.152
– 335
– 136
– 90
– 88
6.715
Subsidies (regelingen)
2.535
0
2.535
85
2.620
– 26
– 26
– 26
– 26
1.831
Subsidies Caribisch Nederland
2.535
0
2.535
85
2.620
– 26
– 26
– 26
– 26
1.831
Opdrachten
2.155
0
2.155
0
2.155
0
0
0
0
2.155
Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht
1.546
0
1.546
0
1.546
0
0
0
0
1.546
Opdrachten
Caribisch Nederland
609
0
609
0
609
0
0
0
0
609
Inkomensoverdrachten
1.349
0
1.349
0
1.349
0
0
0
0
1.349
Pensioenen en uitkeringen politieke ambtsdragers
1.349
0
1.349
0
1.349
0
0
0
0
1.349
Bijdrage aan medeoverheden
16.878
0
16.878
150
17.028
– 309
– 110
– 64
– 62
1.380
Sociaaleconomische initiatieven
14.000
0
14.000
– 174
13.826
– 50
– 50
0
0
0
Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht
2.878
0
2.878
324
3.202
– 259
– 60
– 64
– 62
1.380
4.3
Stimuleringsregelingen
8.088
0
8.088
7.125
15.213
1.437
– 7.726
0
0
0
Subsidies (regelingen)
7.727
0
7.727
5.823
13.550
1.453
– 7.726
0
0
0
Voedselzekerheid
7.727
0
7.727
5.823
13.550
1.453
– 7.726
0
0
0
Garanties
361
0
361
1.302
1.663
– 16
0
0
0
0
Borgstelling MKB
361
0
361
1.302
1.663
– 16
0
0
0
0
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Geschatte budgetflexibiliteit
Tabel 9 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 4
Artikel 4
2026
juridisch verplicht
54%
bestuurlijk gebonden
19%
beleidsmatig gereserveerd
27%
nog niet ingevuld / vrij te besteden
0%
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 4 is 54% juridisch verplicht.
Artikel 4.1 Curaçao, Sint Maarten en Aruba
Bij artikel 4.1 worden er geen mutaties toegelicht, omdat de mutaties in de eerste
suppletoire begroting niet groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze
in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) is opgenomen in de staffel.
Artikel 4.2 Caribisch Nederland
Bijdrage aan medeoverheden
Bij artikel 4.2 worden er geen mutaties toegelicht, omdat de mutaties in de eerste
suppletoire begroting niet groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze
in de RBV is opgenomen in de staffel.
Artikel 4.3 Stimuleringsregelingen
Subsidies (regelingen)
Voedselzekerheid
Deze mutatie betreft voornamelijk de oprichting van CariFoodFund en kapitaalstortingen
in CariFoodFund.
Het Ministerie van BZK versterkt met een revolverend fonds de voedselzekerheid in
het Caribische deel van het Koninkrijk, door middel van leningen met een lage rente
aan ondernemers in de agri-sector. CariFoodFund is de stichting die het revolverend
fonds gaat beheren. Deze stichting wordt in 2026 opgericht. Met deze kasschuif wordt
het budget in het juiste kasritme gezet om de oprichting en kapitaalstortingen in
de stichting mogelijk te maken.
Daarnaast wordt € 0,5 mln. gerealloceerd ten behoeve van een bijzondere uitkering
aan Sint Eustatius. Zoals beschreven in de ontwerpbegroting 2026 is de versterking
van de voedselzekerheid onderverdeeld in twee pijlers, waarvan de tweede pijler bestaat
uit directe subsidies en bijdragen aan lokale overheden. Deze mutatie is hier onderdeel
van.
3.4 Artikel 5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen
Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 Schuldsanering/ lopende inschrijving/
leningen (bedragen x € 1.000)
Ontwerp-begroting (1)
Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)
Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting (4)
Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Art.
Verplichtingen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Uitgaven
28.517
0
28.517
0
28.517
0
0
0
0
9.811
5.1
Schuldsanering Curaçao en Sint Maarten
28.517
0
28.517
0
28.517
0
0
0
0
9.811
Leningen
28.517
0
28.517
0
28.517
0
0
0
0
9.811
Schuldsanering
28.517
0
28.517
0
28.517
0
0
0
0
9.811
Ontvangsten
153.073
0
153.073
73.683
226.756
14.827
2.536
39.430
207.022
353.547
Geschatte budgetflexibiliteit
Tabel 11 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 5
Artikel 5
2026
juridisch verplicht
100%
bestuurlijk gebonden
0%
beleidsmatig gereserveerd
0%
nog niet ingevuld / vrij te besteden
0%
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 5 is 100% juridisch verplicht en dit betreft
volledig het instrument leningen.
Ontvangsten
Jaarlijks worden de aflossingen op de uitstaande leningen aan Aruba, Curaçao en Sint
Maarten hergewaardeerd tegen de actuele begrotingskoers en wordt het laatste begrotingsjaar
toegevoegd.
3.5 Artikel 8. Wederopbouw Bovenwindse Eilanden
Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8 Wederopbouw Bovenwindse Eilanden
(bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1)
Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)
Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting (4)
Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Art.
Verplichtingen
460
0
460
400
860
0
0
0
0
0
0
Uitgaven
460
0
460
400
860
0
0
0
0
0
0
8.1
Wederopbouw
460
0
460
400
860
0
0
0
0
0
0
Subsidies (regelingen)
460
0
460
400
860
0
0
0
0
0
0
Diverse subsidies
460
0
460
400
860
0
0
0
0
0
0
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Geschatte budgetflexibiliteit
Tabel 13 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 8
Artikel 8
2026
juridisch verplicht
54%
bestuurlijk gebonden
0%
beleidsmatig gereserveerd
46%
nog niet ingevuld / vrij te besteden
0%
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 8 is 54% juridisch verplicht.
Subsidies (regelingen)
Diverse subsidies
Een verplichting van € 0,4 mln. ten behoeve van projecten in het kader van de Wederopbouw
is eind 2025 niet tot uitbetaling gekomen. De uitgaven vallen nu in 2026, waardoor
er in 2026 een tekort ontstaat. Middels deze reallocatie wordt dit tekort gecorrigeerd.
4 Niet-beleidsartikelen Koninkrijksrelaties
4.1 Artikel 6. Apparaat
Budgettaire gevolgen
Tabel 14 Budgettaire gevolgen artikel 6 Apparaat (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1)
Mutaties via NvW, moties, amende menten en ISB (2)
Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting (4)
Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Art.
Verplichtingen
35.135
0
35.135
– 2.356
32.779
– 1.175
– 1.020
– 1.583
– 2.714
23.625
Uitgaven
35.135
0
35.135
– 2.356
32.779
– 1.175
– 1.020
– 1.583
– 2.714
23.625
6.0
Apparaat
35.135
0
35.135
– 2.356
32.779
– 1.175
– 1.020
– 1.583
– 2.714
23.625
Personele uitgaven
24.549
0
24.549
– 1.859
22.690
– 734
– 641
– 1.134
– 1.894
16.075
Eigen personeel
23.408
0
23.408
– 1.830
21.578
– 710
– 610
– 1.099
– 1.833
15.593
Inhuur externen
1.141
0
1.141
– 29
1.112
– 24
– 31
– 35
– 61
482
Materiële uitgaven
10.586
0
10.586
– 497
10.089
– 441
– 379
– 449
– 820
7.550
Overige materiële uitgaven
10.586
0
10.586
– 497
10.089
– 441
– 379
– 449
– 820
7.550
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Toelichting
Personele uitgaven
Eigen personeel
Dit betreft voornamelijk een overboeking van circa € 1,8 mln. naar het centraal apparaatsartikel
van de BZK-begroting voor de personele uitgaven van de Tijdelijke Werkorganisatie.
4.2 Artikel 7. Nog onverdeeld
Budgettaire gevolgen
Tabel 15 Budgettaire gevolgen artikel 7 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t (1)
Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)
Vastgestelde begroting t (3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting (4)
Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Art.
Verplichtingen
0
0
0
7.703
7.703
5.920
4.089
3.847
3.719
4.574
Uitgaven
0
0
0
7.703
7.703
5.920
4.089
3.847
3.719
4.574
7.0
Nog onverdeeld
0
0
0
7.703
7.703
5.920
4.089
3.847
3.719
4.574
Nog te verdelen
0
0
0
7.703
7.703
5.920
4.089
3.847
3.719
4.574
Loonbijstelling
0
0
0
2.789
2.789
3.362
3.087
3.105
3.062
3.067
Prijsbijstelling
0
0
0
2.527
2.527
2.558
1.002
742
657
628
Onvoorzien
0
0
0
2.387
2.387
0
0
0
0
879
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Toelichting
Nog te verdelen
Loonbijstelling
Dit betreft de loonbijstelling tranche 2026 voor begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties.
Prijsbijstelling
Dit betreft de prijsbijstelling tranche 2026 voor begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties.
Onvoorzien
Er wordt eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting van Koninkrijksrelaties. Dit
betreft diverse overlopende verplichtingen die niet op tijd ontvangen zijn en ten
laste komen van het kasbudget 2026. Het gaat hierbij onder andere om facturen op het
apparaatsbudget en om opdrachten die een langere doorlooptijd kennen dan van tevoren
werd verwacht.
5 Beleid BES-fonds
5.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties
Tabel 16 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting)
(bedragen x € 1.000)
Artikelnummer
Uitgaven 2026
Uitgaven 2027
Uitgaven 2028
Uitgaven 2029
Uitgaven 2030
Uitgaven 2031
Vastgestelde begroting 2026
95.808
96.920
98.922
100.926
103.691
0
Mutaties coalitieakkoord
0
0
0
0
0
0
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) Correctie koerseffecten BES-fonds
1
– 4.166
– 4.214
– 4.301
– 4.388
4.508
– 4.508
2) Extrapolaties
1
0
0
0
0
0
103.691
3) BBP-indexatie
1
2.826
2.859
2.918
2.977
3.058
3.058
4) Overige mutaties
1
177
182
188
0
0
0
Stand 1e suppletoire begroting 2026
94.645
95.747
97.727
99.515
102.241
102.241
Toelichting
1. Correctie koerseffecten BES-Fonds
Omdat de begrotingskoers is gewijzigd van EUR/USD 1,1 in 2025 naar EUR/USD 1,15 in
2026 zijn er minder euro's benodigd om aan de verplichting in vreemde valuta te kunnen
voldoen. Om deze reden wordt jaarlijks een correctie voor de koerseffecten gedaan,
te weten € 4,1 mln. in 2026 oplopend tot € 4,5 mln. in 2031.
2. Extrapolatie 2031
In miljoenennotajaar 2026 is het jaar 2031 toegevoegd aan de begroting. De middelen
voor 2031 zijn in deze eerste suppletoire begroting toegevoegd.
3. BBP-indexatie
De BBP-indexatie wordt aan het BES-fonds toegevoegd. Dit betreft € 2,8 mln. in 2026
oplopend naar € 3 mln. in 2031
Tabel 16 Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting)
(bedragen x € 1.000)
Artikelnummer
Ontvangsten 2026
Ontvangsten 2027
Ontvangsten 2028
Ontvangsten 2029
Uitgaven 2030
Uitgaven 2031
Vastgestelde begroting 2026
95.808
96.920
98.922
100.926
103.691
0
Belangrijkste suppletoire mutaties
1) Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
1
– 1.163
– 1.173
– 1.195
– 1.411
– 1.450
102.241
Stand 1e suppletoire begroting 2026
94.645
95.747
97.727
99.515
102.241
102.241
Toelichting
1. Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (FinBES) dienen de uitgaven en ontvangsten over ieder uitkeringsjaar voor het BES-fonds gelijk
te zijn. Ten behoeve van de dekking van de dekking van deze uitgaven is een post ontvangsten
geraamd.
6 Beleidsartikel BES-fonds
6.1 Artikel 1. BES-fonds
Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 17 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 BES-fonds (bedragen x € 1.000)
Art.
Omschrijving
Ontwerp-begroting 2026 (1)
Mutaties via NvW, ISB, moties en Amendementen (2)
Vastgestelde begroting 2026 (3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting (4)
Stand 1esuppletoire begroting (5)= (3)+(4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Verplichtingen
95.808
0
95.808
– 1.163
94.645
– 1.173
– 1.195
– 1.411
– 1.450
102.241
Uitgaven
95.808
0
95.808
– 1.163
94.645
– 1.173
– 1.195
– 1.411
– 1.450
102.241
Bijdrage aan
medeoverheden
Vrije uitkering
95.808
0
95.808
– 1.163
94.645
– 1.173
– 1.195
– 1.411
– 1.450
102.241
Ontvangsten
95.808
0
95.808
– 1.163
94.645
– 1.173
– 1.195
– 1.411
– 1.450
102.241
Toelichting
Het BES-fonds kent geen budgetflexibiliteit. De openbare lichamen ontvangen middelen
voor de aan hen wettelijk en toebedeelde taken.
Bijdrage aan medeoverheden
Vrije uitkering
Omdat de begrotingskoers is gewijzigd van EUR/USD 1,1 in 2025 naar EUR/USD 1,15 in
2026 zijn er minder euro's benodigd om aan de verplichting in vreemde valuta te kunnen
voldoen. Om deze reden wordt jaarlijks een correctie voor de koerseffecten gedaan,
te weten € 4,1 mln. in 2026 oplopend tot € 4,5 mln. in 2031.
Tevens wordt de indexatie volgens de BBP-systematiek aan het BES-fonds toegevoegd.
Dit betreft € 2,8 mln. in 2026 oplopend naar € 3 mln. in 2031.
Ontvangsten
Artikel 88, derde lid van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint
Eustatius en Saba
(FinBES) regelt dat bij (begrotings-)wet voor ieder uitkeringsjaar middelen van het
Rijk worden afgezonderd ten behoeve van het BES-fonds. De uitgaven en de afgezonderde
ontvangsten over ieder uitkeringsjaar zijn aan elkaar gelijk. Gelet hierop is ten
behoeve van de dekking van de uitgaven ten laste van het BES-fonds een post ontvangsten
geraamd.
Ondertekenaars
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.