Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader) : Verslag
36 892 Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de risicoanalyse bestuurlijke integriteit voor kandidaat-bestuurders (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche)
Nr. 5
VERSLAG
Vastgesteld 6 maart 2026
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, belast met het voorbereidend onderzoek
van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen
afdoende zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit
wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De fungerend voorzitter van de commissie, Van Eijk
De adjunct-griffier van de commissie, Van der Haas
Inhoudsopgave
blz.
ALGEMEEN DEEL
2
1.
Inleiding
3
1.1.
Hoofdlijnen wettelijke regeling
3
2.
Achtergrond wettelijke regeling risicoanalyse
4
2.1.
Doel en strekking van het instrument
4
2.2.
De uitvoering van een risicoanalyse in de praktijk
5
2.3.
Belang wetsvoorstel
5
3.
Inhoud en uitvoering wettelijke regeling risicoanalyse
6
3.1.
Reikwijdte risicoanalyse
6
3.1.1 Integriteitsnormen met een grondslag in de wet, verordening of gedragscode integriteit
6
3.1.2 Formele benoembaarheidseisen
7
3.1.3 Bronnen
7
3.2.
De uitvoering van een risicoanalyse
7
3.2.1 Verantwoordelijkheid en ondersteuning van de burgemeester
7
3.2.2 De uitkomsten van de uitvoering van een risicoanalyse
9
3.2.3 Procedure rond de bekendmaking
9
3.3.
Risicoanalyse bij waterschappen
9
3.4.
Risicoanalyse bij de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
10
4.
Doel en inhoud wettelijke regeling omgang financiële belangen
10
4.1.
Achtergrond en doel wettelijke regeling
10
4.2.
Inhoud wettelijke regeling
10
4.3.
Financieel belang in relatie tot de uitvoering van een risicoanalyse
11
5.
Overige wijzigingen
11
5.1.
Harmonisatie integriteitsnormen openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba
11
6.
Verhouding hoger recht en nationale regelgeving
11
6.1.
Grondwet en mensenrechten
11
6.2.
Gegevensbescherming
11
6.2.1 Persoonsgegevens van derden
11
7.
Overig
12
ARTIKELSGEWIJS DEEL
12
Artikel I
12
ALGEMEEN DEEL
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel.
Deze leden delen de mening van de regering dat integriteit van cruciaal belang is
voor vertrouwen in de politiek. Daarom steunen zij het streven de integriteit van
het decentraal bestuur te bevorderen. Zij wensen de regering wel enkele vragen te
stellen over het wetsvoorstel.
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel
Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare
lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de risicoanalyse bestuurlijke
integriteit voor kandidaat-bestuurders. Graag willen deze leden de regering over het
wetsvoorstel een aantal vragen stellen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
het wetsvoorstel om de integriteit en het functioneren van het decentrale bestuur
verder te bevorderen. Deze leden hebben op dit moment nog enkele vragen.
De leden van de PVV-fractie hebben het wetsvoorstel met interesse gelezen en hebben
nog enkele vragen aan de regering.
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel.
Deze leden vinden het goed dat er aandacht is voor de integriteit van bestuurders
en begrijpen de keuze voor een uniforme risicoanalyse. Zij zien een dergelijke risicoanalyse
als een startschot voor aandacht voor integriteit van bestuurders tijdens hun ambtsperiode.
Zij leden hebben hierbij nog enkele vragen.
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden
hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze
leden onderschrijven het belang van bestuurlijke integriteit en het versterken van
het vertrouwen in het decentraal bestuur. Tegelijkertijd achten zij het van groot
belang dat een wettelijke verplichting zorgvuldig wordt gemotiveerd en dat helder
is welk concreet probleem met dit voorstel wordt opgelost.
Deze leden constateren dat in veel gemeenten reeds een risicoanalyse wordt uitgevoerd
voorafgaand aan de benoeming van kandidaat-bestuurders. Zij vragen de regering daarom
nadrukkelijk te motiveren waarom een wettelijke verankering noodzakelijk is, indien
het instrument in de praktijk al breed wordt toegepast.
1. Inleiding
De leden van de D66-fractie zijn van mening dat het door een risicoanalyse vooraf
inzichtelijk maken van integriteitsrisico’s een bijdrage kan leveren aan het voorkomen
van integriteitsschendingen en in het algemeen het integriteitsbewustzijn kan verhogen.
Dit betekent wel een beperking van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Vanwege een openbare bespreking kan het nodig zijn dat bepaalde delen van de uitkomsten
van de risicoanalyse openbaar gemaakt moeten worden. Deze leden vragen de regering
om een reflectie op het spanningsveld tussen privacy en integriteit, waarin zij ingaat
op de intimidatie en bedreigingen die lokale bestuurders steeds vaker ondervinden.
De leden van de PVV-fractie vragen de regering waarom ervoor gekozen wordt de risicoanalyse
centraal per wet te verplichten, als reeds 96 procent van de responderende gemeenten
al gebruik maakt van het instrument van de uitvoering van een risicoanalyse. Vindt
de regering deze wet gezien dit gegeven niet overbodig?
Deze leden vragen aan de regering of het wettelijk verplichten van het uitvoeren van
een risicoanalyse bestuurlijke integriteit geen nadelig effect heeft op het aantal
mensen dat zich kandidaat wil stellen voor een functie in het openbaar bestuur.
Deze leden vragen aan de regering hoe zij in de wet heeft geborgd dat de verplichte
risicoanalyse objectief zal worden uitgevoerd en niet als een politiek instrument
kan worden gebruikt door bijvoorbeeld de burgemeester om kandidaat-bestuurders van
een andere politieke kleur uit te sluiten van het beoogde ambt.
1.1 Hoofdlijnen wettelijke regeling
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie delen de wens om de integriteit van het decentrale
bestuur verder te bevorderen en versterken. Deze leden vinden het daarom verstandig
dat de regering hiertoe nadere wettelijke regels voorstelt.
Deze leden begrijpen dat het voorliggende wetsvoorstel ziet op de dagelijks bestuurders
bij de verschillende decentrale overheden. Zij wijzen echter ook op het belang van
transparantie en integriteit bij gekozen volksvertegenwoordigers. Zo constateren deze
leden dat bij decentrale volksvertegenwoordigingen niet altijd een actuele lijst van
nevenfuncties op de website te vinden is. Onderkent de regering het belang van een
actuele lijst van nevenfuncties en is de regering het met deze leden eens dat provincies,
waterschappen, gemeenten en openbare lichamenen hier zorg voor dienen te dragen? Is
de regering bereid het belang hiervan opnieuw bij de decentrale volksvertegenwoordigingen
onder de aandacht te brengen?
De leden van de Groep Markuszower merken op dat met dit wetsvoorstel de uitvoering
van een risicoanalyse verplicht wordt gesteld en dat daarnaast regels worden vastgelegd
met betrekking tot financiële belangen van bestuurders. Deze leden vragen de regering
nader te concretiseren welk concreet tekort in de huidige praktijk met deze wettelijke
regeling wordt ondervangen.
2. Achtergrond wettelijke regeling risicoanalyse
De leden van de VVD-fractie onderschrijven dat voor het vertrouwen van burgers in
de overheid integriteit van bestuurders en politici van groot belang is. Het doel
van de risicoanalyse is dan ook het inzicht bieden in eventuele kwetsbaarheden met
betrekking tot de integriteit van kandidaat-bestuurders. De wettelijk verplichte risicoanalyse
integriteit moet daar een bijdrage aan leveren. Anderzijds, zo menen deze leden, is
ook de persoonlijke levenssfeer van kandidaat-bestuurders en van eventuele derden
van groot belang. Het wetsvoorstel legt extra verplichtingen op aan kandidaat-bestuurders.
Hoe kan worden bereikt dat het ambt voor een ieder aantrekkelijk blijft? Deze leden
vragen de regering daarop in te gaan.
2.1. Doel en strekking van het instrument
De leden van de D66-fractie delen het uitgangspunt van de regering dat de uitvoering
van een risicoanalyse primair het doel van preventie met zich meedraagt en niet vanuit
wantrouwen redeneert. Deze leden vragen de regering te reflecteren op hoe zij kan
voorkomen dat potentiële kandidaat-wethouders toch het tegendeel kunnen ervaren, waarmee
het wetsvoorstel op hen een afschrikwekkende werking kan hebben.
De leden van de JA21-fractie lezen dat de risicoanalyse tijdens het benoemingsproces
van kandidaat-wethouders wordt uitgevoerd met als doel preventief in kaart te brengen
welke integriteitsrisico’s zich mogelijk kunnen voordoen gedurende de uitoefening
van het ambt. Deze leden vragen de regering nader toe te lichten welk probleem met
het verplicht stellen van deze risicoanalyse wordt opgelost dat niet reeds via bestaande
instrumenten kan worden ondervangen.
Deze leden merken op dat diverse regio’s reeds initiatieven hebben ontwikkeld om de
weerbaarheid van het openbaar bestuur te versterken, zoals de Zeeuwse norm voor een
weerbare overheid (gepubliceerd door de provincie Zeeland op 4 maart 2026). Deze leden
vragen de regering hoe dergelijke bestaande initiatieven zich verhouden tot het in
dit wetsvoorstel voorgestelde instrument van de risicoanalyse.
De leden van de Groep Markuszower lezen dat de uitvoering van een risicoanalyse reeds
in veel gemeenten plaatsvindt als onderdeel van het benoemingsproces. Deze leden vragen
de regering uiteen te zetten welke problemen zich in de huidige praktijk voordoen
wanneer gemeenten op eigen initiatief een risicoanalyse uitvoeren. Welke knelpunten
of tekortkomingen zijn uit onderzoek of praktijkervaring naar voren gekomen?
Voorts vragen deze leden of er concrete probleemgevallen of incidenten bekend zijn
waarbij het ontbreken van een wettelijke grondslag of uniforme werkwijze heeft geleid
tot onduidelijkheid, geschillen of integriteitskwesties. Indien dergelijke gevallen
zich hebben voorgedaan, verzoeken deze leden aan de regering om deze nader toe te
lichten. Indien dergelijke gevallen niet of nauwelijks bekend zijn, vragen deze leden
de regering nader te motiveren waarom wettelijke verankering desalniettemin noodzakelijk
wordt geacht.
Daarnaast vragen zij of de verschillen in uitvoering tussen gemeenten daadwerkelijk
hebben geleid tot aantoonbare risico’s voor de bestuurlijke integriteit, dan wel vooral
tot variatie in procedurele aanpak.
2.2. De uitvoering van een risicoanalyse in de praktijk
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat de regering de zorgen die
de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: Afdeling advisering) uit over
de positie en rol van de burgemeester niet in de memorie van toelichting heeft overgenomen.
Kan de regering nogmaals nader ingaan op het feit dat zij de adviezen van de Afdeling
advisering op dit punt niet overneemt?
De leden van de CDA-fractie vragen om een nadere toelichting over wie bepaalt door
wie de risicoanalyse uitgevoerd gaat worden en hoe dit is vastgelegd.
Deze leden lezen dat de regering het onwenselijk acht dat een burgermeester zelf de
risicoanalyse uitvoert, terwijl deze ook is aangewezen om toe te zien op de kwaliteit
van de uitvoering daarvan. Zij vragen waarom er niet voor gekozen is om op wetsniveau
te expliciteren dat de burgermeester niet de analyse zelf mag uitvoeren.
Deze leden merken op dat een van de mogelijkheden voor het uitvoeren van de risicoanalyse
het uitbesteden aan een extern bureau is. Zij vragen hoe geborgd wordt dat een bureau
afdoende kwaliteit kan leveren.
De leden van de Groep Markuszower lezen dat de Handleiding basisscan integriteit voor kandidaat-bestuurders reeds breed bekend is en door een ruime meerderheid van gemeenten wordt gebruikt.
Deze leden vragen de regering toe te lichten in hoeverre de huidige situatie, waarin
gemeenten vrijwillig gebruikmaken van deze handleiding, tekortschiet. Is gebleken
dat gemeenten die de handleiding toepassen desalniettemin wezenlijk verschillend omgaan
met de reikwijdte van de risicoanalyse, de gebruikte bronnen of de wijze van rapporteren
aan de gemeenteraad? Indien dat het geval is, in hoeverre zijn deze verschillen problematisch
gebleken in de praktijk?
Voorts vragen deze leden waarom niet is gekozen voor versterking van de bestaande
handleiding, bijvoorbeeld door middel van nadere richtsnoeren of bestuurlijke afspraken,
alvorens over te gaan tot een wettelijke verplichting.
2.3. Belang wetsvoorstel
De leden van de CDA-fractie lezen dat de regering stelt dat dit wetsvoorstel «een
belangrijke eerste stap is» in het vaststellen van kwaliteitseisen bij de risicoanalyse
lezen dat er ook gesteld wordt dat de vraag hoe het beste gekomen kan worden tot kwaliteitseisen
nog onderwerp van gesprek is. Deze leden vragen om een nadere toelichting wat de regering
hiermee bedoelt en vragen waarom er niet gewacht wordt met dit wetsvoorstel totdat
er duidelijk is welke kwaliteitseisen er aan een integriteitsonderzoek, dan wel risicoanalyse,
gesteld zullen worden.
De leden van de Groep Markuszower onderschrijven het belang van het bevorderen van
integriteit en het versterken van het vertrouwen in het openbaar bestuur. Deze leden
vragen de regering evenwel nader te motiveren waarom de stap van vrijwillige toepassing
naar een dwingende wettelijke verplichting proportioneel en noodzakelijk wordt geacht
in het licht van de reeds bestaande praktijk.
3. Inhoud en uitvoering wettelijke regeling risicoanalyse
3.1. Reikwijdte risicoanalyse
De leden van de CDA-fractie merken op dat in de bestaande praktijk onderzoek vaak
al verder gaat dan zoals nu in het wetsvoorstel is voorzien. Deze leden vragen hoe
tegemoet gekomen zal worden aan de zorg van onder andere de Vereniging van Griffiers
dat de beperkte reikwijdte van de wet ervoor kan zorgen dat relevante integriteitsaandachtspunten
niet meer worden getoetst.
De leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de voorgestelde afbakening
van de risicoanalyse tot wettelijk verankerde integriteitsnormen en normen uit gedragscodes
of verordeningen. Deze leden vragen de regering hoe in de praktijk wordt geborgd dat
de risicoanalyse niet alsnog wordt verbreed naar algemene morele of geschiktheidsafwegingen
die buiten het wettelijk kader vallen.
3.1.1 Integriteitsnormen met een grondslag in de wet, verordening of gedragscode integriteit
In de memorie van toelichting valt te lezen dat het gaat om het inventariseren van
risico’s ten aanzien van wettelijke integriteitsnormen dan wel van integriteitsnormen
die zijn vastgelegd in de lokale gedragscode integriteit of verordening. De leden
van de VVD-fractie kunnen zich voorstellen dat de lokale gedragscodes of verordeningen
per gemeente verschillen. Leidt dat niet tot verschillende aandachtspunten voor kandidaat-bestuurders
en dus tot het verschillend omgaan met integriteit in gemeenten? Deze leden vragen
de regering daarop in te gaan.
De leden van de CDA-fractie vragen of het klopt dat ten opzichte van de versie uit
de internetconsulatie in dit onderdeel van het wetsvoorstel een verbreding heeft plaatsgevonden,
waardoor in de risicoanalyse ook integriteitsnormen uit een lokale gedragscode of
verordening meegenomen kunnen worden. Indien dat het geval is, vragen deze leden waarom
dit gewijzigd is. Voorts vragen zij om een toelichting of hiermee dan geen grote verschillen
tussen gemeenten zullen ontstaan.
De leden van de JA21-fractie lezen dat integriteitsnormen vaak nader zijn uitgewerkt
in lokale gedragscodes. Deze leden vragen de regering hoe moet worden omgegaan met
situaties waarin een kandidaat-bestuurder formeel voldoet aan de wettelijke normen
maar niet aan een lokale gedragscode.
3.1.2 Formele benoembaarheidseisen
De leden van de CDA-fractie begrijpen dat de keuze open gelaten wordt om ook de formele
benoembaarheidseisen onderdeel te laten zijn van de risicoanalyse. Indien dit het
geval is, vragen deze leden hoe dat zich verhoudt tot de positie van de commissie
die de geloofsbrieven onderzoekt.
3.1.3 Bronnen
Eén van de bronnen bij de uitvoering van de risicoanalyse is het «goede gesprek» met
de kandidaat. De leden van de VVD-fractie vragen zich af wie dat goede gesprek met
de kandidaat voert. Doet de burgemeester dat als er geen extern bureau wordt ingeschakeld?
Kan dat overigens ook de mandaatambtenaar zijn dan wel het externe bureau dat kan
worden ingeschakeld voor de uitvoering van de risicoanalyse?
Ook mensen in het netwerk van een kandidaat-bestuurder kunnen worden bevraagd. De
kandidaat wordt hiervan op de hoogte gesteld. Medewerking van personen uit het netwerk
van de kandidaat geschiedt op basis van vrijwilligheid, zo blijkt uit de memorie van
toelichting. Wat zijn de gevolgen als een derde geen vragen wil beantwoorden? Wordt
daar in het dossier melding van gemaakt? Deze leden vragen de regering daarop in te
gaan.
3.2. De uitvoering van een risicoanalyse
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in het Nader rapport dat de regering
van mening is dat het wetsvoorstel reeds voldoende waarborgen biedt voor de kwaliteitseisen
die gesteld zouden moeten worden aan het integriteitsonderzoek. Deze leden lezen voorts
dat er nog gesprekken gevoerd worden met de diverse beroeps- en belangenverenigingen
en met de uitvoerders van het integriteitsonderzoek. Tevens loopt er nog een onderzoek
bij de Radboud Universiteit en de Universiteit van Tilburg. Deze leden ontvangen hier
graag een update over. Hoe lopen deze gesprekken en wanneer wordt het onderzoek verwacht?
Geven deze gesprekken de regering aanleiding om alsnog nadere kwaliteitseisen in de
wet op te nemen?
De Afdeling advisering merkt op dat gemeentelijke gedragscodes en verordeningen geen
onderdeel mogen uitmaken van de risicoanalyse. Deze leden vinden het van groot belang
dat voor eenieder helder is aan welke criteria precies getoetst wordt bij een risicoanalyse.
Zij vragen de regering daarom om nader in te gaan op het feit dat de situatie zich
kan voordoen dat bij een decentrale overheid regels en verordeningen zijn waaraan
niet getoetst kan worden. Hoe wordt voorkomen dat hier onduidelijkheid over zal ontstaan
en dat een kandidaat door de risicoanalyse komt, terwijl niet voldaan is aan de regels
die het decentrale orgaan zelf opgesteld heeft?
3.2.1 Verantwoordelijkheid en ondersteuning van de burgemeester
De leden van de D66-fractie merken op dat de burgemeester met het voorstel de verantwoordelijkheid
krijgt voor het toezicht op en potentieel ook de uitvoering van de risicoanalyse,
ook nog na advies van de Afdeling advisering om de twee te scheiden. De regering geeft
aan daarmee aansluiting te zoeken bij de huidige uitvoeringspraktijk. Deze leden vragen
de regering te verduidelijken waarom zij een dergelijke aansluiting verkiest boven
het opvolgen van het advies van de Afdeling advisering. Ook vragen deze leden hoe
de regering reflecteert op de wenselijkheid van een situatie waarin de burgemeester
zorgdraagt voor de uitvoering van de analyse, met het oog op de samenwerkingsrelatie
tussen de burgemeester en kandidaat-wethouder en het uitgangspunt om de analyse juist
op afstand van politieke overwegingen te zetten.
Deze leden hebben daarnaast begrip voor de redenering dat een burgemeester mogelijkerwijs
wenst geen extern bureau in te huren voor de uitvoering van een risicoanalyse. Zij
vragen de regering of overwogen is een ondersteunende taak voor de risicoanalyses
te leggen bij de rijksoverheid. Als het antwoord instemmend is, vragen zij de regering
toe te lichten waarom daarvan is afgezien. Als het antwoord ontkennend is, vragen
zij de regering of deze beschikt over instrumenten om externe inhuur te voorkomen,
anders dan het leggen van de uitvoering bij de burgemeester.
Ingevolge het voorgestelde artikel 36c, tweede lid, «ziet de burgemeester toe» op
de uitvoering van de risicoanalyse, zo lezen de leden van de VVD-fractie. De burgemeester
kan vervolgens zelf zorg dragen voor de feitelijke uitvoering van een risicoanalyse,
de uitvoering beleggen bij een extern bureau dan wel bij een onafhankelijke commissie,
of een combinatie hiervan. Als de burgemeester zelf zorg draagt voor de uitvoering
van de risicoanalyse, dan zal de feitelijke uitvoering meestal door een daartoe gemandateerde
ambtenaar worden gedaan, dus in opdracht van de burgemeester. Is het denkbaar dat
de burgemeester de analyse ook daadwerkelijk zelf uitvoert, ook al is het niet aan
te bevelen dat de burgemeester de gehele feitelijke uitvoering van de risicoanalyse
voor zijn rekening neemt? Als dat niet is aan te bevelen, zou dat dan niet in de wet
moeten worden verankerd, in die zin dat de burgemeester de feitelijke uitvoering niet
voor zijn rekening neemt? Waarom is niet bepaald dat de feitelijke risicoanalyse op
afstand van de burgemeester wordt geplaatst en dat de burgemeester toeziet op een
goede uitvoering van één en ander? Deze leden vragen de regering de in het wetsvoorstel
gemaakte keuze nader te motiveren.
De leden van de CDA-fractie lezen «dat [het] logisch [is] dat bij ambtsopvolging of
waarneming van het burgemeestersambt het dossier overgaat op de ambtsopvolger of degene
die in de waarneming van het ambt voorziet». Deze leden vragen of dit in de huidige
vorm van het wetsvoorstel dan ook mogelijk is.
De leden van de JA21-fractie lezen dat de burgemeester toeziet op de uitvoering van
de risicoanalyse en in dat kader tevens kan optreden als verwerkingsverantwoordelijke
voor persoonsgegevens. Deze leden vragen de regering hoe wordt gewaarborgd dat de
burgemeester deze rol kan vervullen zonder dat diens positie in het lokale politieke
krachtenveld onder druk komt te staan.
De leden van de Groep Markuszower constateren dat de burgemeester toeziet op de uitvoering
van de risicoanalyse. In de memorie van toelichting wordt tevens aangegeven dat het
niet aan te bevelen is dat de burgemeester de gehele feitelijke uitvoering zelf voor
zijn rekening neemt. Deze leden vragen waarom er in dat geval niet voor is gekozen
om wettelijk vast te leggen dat de feitelijke uitvoering plaatsvindt door een onafhankelijke
commissie of een extern bureau, onder verantwoordelijkheid van de burgemeester. Welke
overwegingen hebben eraan ten grondslag gelegen om een dergelijke onafhankelijkheidswaarborg
niet expliciet in de wet op te nemen? Bestaat het risico dat in de praktijk aanzienlijke
verschillen blijven bestaan tussen gemeenten, waarbij in sommige gevallen de burgemeester
feitelijk zelf de risicoanalyse uitvoert en in andere gevallen een externe partij
wordt ingeschakeld? Acht de regering het, mede gelet op de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer van kandidaten en het belang van objectiviteit, niet wenselijk om een
minimale mate van onafhankelijkheid wettelijk vast te leggen?
Voorts vragen deze leden hoe wordt omgegaan met situaties waarin de relatie tussen
burgemeester en beoogd wethouder politiek of persoonlijk gevoelig ligt. Welke waarborgen
bestaan er in dat geval om de schijn van partijdigheid te voorkomen en het vertrouwen
in de procedure te waarborgen?
3.2.2 De uitkomsten van de uitvoering van een risicoanalyse
De leden van de JA21-fractie lezen dat de burgemeester een belangenafweging dient
te maken tussen het informeren van de raad en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
van de kandidaat of eventuele derden. Deze leden vragen de regering op welke wijze
deze afweging in de praktijk wordt vormgegeven en of hiervoor nadere richtlijnen worden
ontwikkeld.
De leden van de Groep Markuszower vragen de regering toe te lichten hoe wordt gewaarborgd
dat de uitkomsten van de risicoanalyse helder, evenwichtig en proportioneel worden
geformuleerd, zodat de gemeenteraad op basis daarvan een zorgvuldige politieke afweging
kan maken zonder dat onnodig reputatieschade ontstaat.
3.2.3 Procedure rond de bekendmaking
De leden van de D66-fractie merken op dat de Afdeling advisering en de regering anders
kijken naar de aard van de opgenomen geheimhoudingsregeling. De Afdeling advisering
achtte het mogelijk dat de informatie uit de risicoanalyse, naast de conclusie, aanbevelingen
en beheersmaatregelen, onder geheimhouding gedeeld kan worden met de gemeenteraad.
De regering stelt dat het verstrekken van geheime stukken aan de gemeenteraad niet
mogelijk is, aangezien de burgemeester enkel verantwoordelijk is voor het proces en
niet voor de inhoud van de risicoanalyse. Deze leden vragen de regering te verduidelijken
hoe voorkomen kan worden dat er zich desalniettemin misverstanden kunnen voordoen
op lokaal niveau met betrekking tot de reikwijdte van de geheimhouding. Ook vragen
zij de regering of haar redenering over de verantwoordingsplicht ook van toepassing
is op een situatie waarin de burgemeester zelf zorgdraagt voor de uitvoering van de
risicoanalyse.
In bepaalde situaties kunnen derden in de gelegenheid worden gesteld om vooraf een
reactie te geven op de opgestelde rapportage. Als er in het niet-openbare deel van
de rapportage persoonsgegevens van derden worden vermeld, geldt deze verplichting
niet. Waarom krijgt een derde niet altijd de gelegenheid om een reactie te geven?
Een derde verdient toch ook bescherming? Graag krijgen de leden van de VVD-fractie
een reactie van de regering.
De leden van de Groep Markuszower verzoeken de regering nader toe te lichten hoe de
privacy van de kandidaat wordt gewaarborgd bij de openbaarmaking van beheersmaatregelen
en hoe wordt voorkomen dat gevoelige informatie indirect herleidbaar is tot persoonlijke
omstandigheden.
3.3. Risicoanalyse bij waterschappen
In de memorie van toelichting wijst de regering terecht op de bijzondere situatie
dat bij waterschappen geborgde zetels zijn en dat hierbij een lid dat benoemd is via
een geborgde zetel ook kan worden benoemd in het dagelijks bestuur. De leden van de
GroenLinks-PvdA-fractie vinden het van groot belang dat hier zorgvuldig naar gekeken
wordt. Kan de regering hier nader op ingaan en aangeven of er in dit kader bijzondere
aandachtspunten zijn voor de risicoanalyse en of hier in de wet voldoende waarborgen
voor zijn?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de directe dan wel indirecte relatie tussen
onroerend goed en de uitvoering van de waterbeheertaak van het waterschap volgens
de regering bijzondere aandacht bij de uitvoering van de risicoanalyse verdient. Deze
leden vragen om een nadere toelichting hoe dit in de praktijk vormgegeven zal moeten
worden.
3.4. Risicoanalyse bij de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het belangrijk dat ook op de eilanden
Bonaire, Sin Eustatius en Saba (BES-eilanden) de risicoanalyse goed kan worden uitgevoerd.
Deze leden vragen aandacht voor het feit dat, gelet op de kleine schaal van deze eilanden
en hun bijzondere ligging, het wellicht lastiger zal zijn om een extern bureau te
vinden dat een goede risicoanalyse kan uitvoeren. Ook wijzen zij op de mogelijke extra
kosten die de BES-eilanden in dit kader moeten maken. Kan de regering hier nader op
reflecteren?
4. Doel en inhoud wettelijke regeling omgang financiële belangen
4.1. Achtergrond en doel wettelijke regeling
De leden van de Groep Markuszower onderschrijven het belang van duidelijke normen
omtrent financiële belangen. Deze leden vragen de regering nader te concretiseren
wat onder «ongewenste» financiële belangen wordt verstaan en op welke wijze bestuurders
vooraf duidelijkheid kunnen verkrijgen over de toelaatbaarheid van bepaalde belangen.
4.2. Inhoud wettelijke regeling
In het voorgestelde artikel 41ba wordt geregeld dat een wethouder geen financiële
belangen heeft, geen effecten bezit en geen effectentransacties verricht, voorzover
dit ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn wethouderschap. De leden
van de VVD-fractie vragen de regering aan te geven in welk opzicht de regeling voor
wethouders verschilt van de regeling voor bewindslieden en daarbij ook in te gaan
op de mate van het in de openbaarheid komen van financiële belangen van wethouders
en bewindslieden en de te nemen beheersmaatregelen. De financiële belangen van een
kandidaat-wethouder kunnen immers via de uitvoering van de risicoanalyse in bepaalde
mate openbaar worden.
Ook vragen deze leden hoe met de financiële belangen van minderjarige kinderen en
partners (als zij in gemeenschap van goederen zijn getrouwd) moet worden omgegaan
als blijkt dat deze belangen onverenigbaar zijn met de vervulling van het ambt van
wethouder. Graag krijgen zij een reactie van de regering.
De leden van de Groep Markuszower vragen de regering in hoeverre de voorgestelde regeling
leidt tot aanvullende administratieve lasten voor kandidaat-bestuurders en decentrale
overheden.
4.3. Financieel belang in relatie tot de uitvoering van een risicoanalyse
De leden van de Groep Markuszower verzoeken de regering toe te lichten hoe wordt voorkomen
dat de beoordeling van financiële belangen in de praktijk uiteenloopt tussen verschillende
gemeenten.
5. Overige wijzigingen
5.1. Harmonisatie integriteitsnormen openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en
Saba
Het wetsvoorstel regelt dat de integriteitsnormen voor de openbare lichamen Bonaire,
Sint-Eustatius en Saba geharmoniseerd worden met het gemeentelijk stelsel. In hoeverre
heeft de regering overwogen om dit onderdeel van het onderhavige wetsvoorstel te betrekken
bij de algehele herziening van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en
Saba, die aanstaande is? Graag krijgen de leden van de VVD-fractie een reactie van
de regering.
6. Verhouding hoger recht en nationale regelgeving
6.1. Grondwet en mensenrechten
De leden van de JA21-fractie lezen dat de risicoanalyse een inbreuk kan vormen op
het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, maar dat deze volgens de
regering gerechtvaardigd is in het belang van de bestuurlijke integriteit. Deze leden
vragen de regering nader toe te lichten hoe de proportionaliteit van deze inbreuk
wordt gewaarborgd.
6.2. Gegevensbescherming
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hechten veel waarde aan de goede omgang met
persoonsgegevens en de bescherming hiervan. Zeker als persoonsgegevens door een decentrale
overheid aan een extern bureau worden overgedragen voor het doen van een risicoanalyse
is het van groot belang dat ook dit externe bureau zich nauwkeurig aan de geldende
wet- en regelgeving houdt. Kan de regering nader ingaan op de vraag of hier met het
huidige wetsvoorstel voldoende rekening mee gehouden is? Kan hierbij ook ingegaan
worden op de vraag hoe een kandidaat-bestuurder zelf goed kan beoordelen of het bureau
waar de persoonsgegevens aan zijn verstrekt zorgvuldig met deze gegevens omgaat en
vernietigt wanneer deze gegevens niet meer noodzakelijk zijn om te bewaren?
6.2.1 Persoonsgegevens van derden
De leden van de D66-fractie merken op dat naast persoonsgegevens over de kandidaat
ook persoonsgegevens van derden kunnen worden verwerkt en openbaargemaakt. Het gaat
dan om personen in het sociale of zakelijke netwerk van de kandidaat. Wat betreft
rechtsbescherming voor deze derden wijst de Afdeling advisering erop dat deze zich
niet goed verhoudt tot het recht van bezwaar als bedoeld in de Algemene Verordening
Gegevensbescherming (AVG). Gezien de recente ontwikkelingen rondom het lekken van
persoonsgegevens zorgt dit voor een kwetsbare situatie. Daarom vragen deze leden de
regering nader te reflecteren op de potentiële risico’s, wenselijkheid en noodzaak
van dit onderdeel van het wetsvoorstel.
Voor de uitvoering van een risicoanalyse worden persoonsgegevens verwerkt. Dat kunnen
ook gegevens van derden zijn. In hoeverre geeft het wetsvoorstel de grondslag en de
noodzaak voor de verwerking van deze gegevens van derden? Graag krijgen de leden van
de VVD-fractie een reactie van de regering.
De leden van de CDA-fractie lezen dat zowel de persoonsgegevens van de kandidaat-wethouder
als die van derden vallen onder de grondslag van de wettelijke verplichting en dat
de belangenafweging dus al in de wet gemaakt is gemaakt, waardoor de persoonsgegevens
niet onder de AVG vallen. Deze leden vragen om een nadere toelichting wat voor risico’s
dit met zich meebrengt voor derden? Voorts vragen zij om een nadere toelichting op
wat de grondslag en de noodzaak zijn voor de verwerking van persoonsgegevens van derden,
zoals op grond van de AVG is vereist.
De leden van de JA21-fractie lezen dat bij de uitvoering van een risicoanalyse mogelijk
ook persoonsgegevens van derden worden verwerkt, bijvoorbeeld uit het zakelijke of
sociale netwerk van de kandidaat-bestuurder. Deze leden vragen de regering hoe wordt
gewaarborgd dat de rechtsbescherming van deze derden voldoende is geregeld.
7. Overig
De leden van de Groep Markuszower hechten eraan dat de noodzaak, proportionaliteit
en uitvoerbaarheid overtuigend worden gemotiveerd. Deze leden zien de beantwoording
van hun vragen met belangstelling tegemoet.
De leden van de CDA-fractie vragen om een reactie op de alternatieve formulering in
lid 1 van artikel 36c, zoals voorgesteld door de Kring van commissarissen van de Koning.
ARTIKELSGEWIJS DEEL
Artikel I
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
J.P. van der Haas, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.