Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader) : Verslag
36 893 Voorstel van het Presidium tot wijziging van het Reglement van Orde om vast te leggen dat de termijn voor de toekenning van een debat eenmaal kan worden verlengd
Nr. 3 VERSLAG
Vastgesteld 3 maart 2026
De commissie voor de Werkwijze, belast met het voorbereidend onderzoek van voorliggend
voorstel van het Presidium tot wijziging van het Reglement van Orde om vast te leggen
dat de termijn voor de toekenning van een debat eenmaal kan worden verlengd (Kamerstuk
36 893, nr. 2) heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat het Presidium op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen
afdoende zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit
voorstel voldoende voorbereid.
Inhoudsopgave
blz.
Inbreng van de leden van de D66-fractie
1
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
2
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
2
Inbreng van de leden van de PvdD-fractie
3
Inbreng van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie onderschrijven het voorstel tot wijziging van het Reglement
van Orde om vast te leggen dat de termijn voor de toekenning van een debat eenmaal
kan worden verlengd. Zij hopen dat hiermee de agenda van de Kamer beter beheersbaar
zal blijken. Er bestaat een risico dat debatten over bepaalde, niet acute onderwerpen,
nu eerder van de agenda afvallen omdat zij slechts éénmaal verlengd kunnen worden.
Deze leden vragen daarom of het mogelijk is om voor het eerste jaar te monitoren welke
onderwerpen nu van de lijst verdwijnen, voordat zij ingepland worden. Zo kan voorkomen
worden dat bepaalde onderwerpen stelselmatig onderbelicht worden.
Genoemde leden merken op dat veel debatten of dertigledendebatten die bij een Regeling
van werkzaamheden worden toegevoegd aan de agenda, uiteindelijk niet of pas na (zeer)
lange tijd worden ingepland. Zij vragen of het Presidium nog andere mogelijkheden
ziet om de plenaire agenda beter beheersbaar te maken. Deze leden hebben hiervoor
een aantal suggesties. Zij verzoeken het Presidium om de voor- en nadelen van deze
suggesties te schetsen.
1. Het stellen van een maximum aan het aantal in te plannen debatten, zodat een debat
alleen aan de agenda kan worden toegevoegd als dit maximum nog niet is bereikt, of
er tegelijkertijd een debat wordt geschrapt.
2. Het vaker gebruikmaken van notaoverleggen, bijvoorbeeld ter voorbereiding op Europese
raden van Ministers, zoals de JBZ-raad en Ecofin, zodat minder tweeminutendebatten
ingepland hoeven te worden.
3. Het stellen van een maximum aantal debatten dat per fractie op de lijst in te plannen
debatten kan staan. Als een fractie een nieuw debat wil aanvragen terwijl het maximum
bereikt is, zal het een eerder aangevraagd debat van de lijst moeten halen als de
aanvraag een meerderheid haalt. Het maximum aantal debatten kan worden afgestemd op
de fractiegrootte.
4. Het opnieuw in gang zetten van wetgeving-woensdag. Dit gebruik is een aantal jaar
geleden ingezet, maar enigszins in verval geraakt.
5. Het vaker gebruikmaken van commissies voor dertigleden- en spoeddebatten. Hiermee
komt plenair meer ruimte vrij voor wetgeving.
6. Het brengen van meer voorspelbaarheid in de plenaire agenda door vaker «Staat van
de ...» debatten te organiseren. Of door periodiek voortgangsdebatten te organiseren
op een aantal van de centrale opgaven die de Kamer heeft geïdentificeerd en in het
verslag van verkenner Koolmees zijn opgenomen. Dit vermindert de noodzaak van incident
gedreven agendabepaling.
7. Het vaker gebruikmaken van voorbereiding van wetgeving in commissies, waarbij afronding
plenair plaatsvindt.
8. Het terugbrengen van een vereiste gewone meerderheid voor interpellatiedebatten.
De leden van de D66-fractie kijken uit naar de reactie van het Presidium op deze suggesties.
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorstel
van het Presidium tot wijziging van het Reglement van Orde om vast te leggen dat de
termijn voor de toekenning van een debat eenmaal kan worden verlengd. Dit voorstel
geeft de leden van de VVD-fractie geen aanleiding tot het stellen van vragen dan wel
het maken van opmerkingen.
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel van
het Presidium om de verlenging van een toegekend debat in de toekomst nog slechts
een keer mogelijk te maken. Deze leden hebben hierover één specifieke vraag: kan inzichtelijk
gemaakt worden hoeveel debatten in de afgelopen zittingsperiode zouden zijn vervallen
als de voorgestelde regeling destijds al van kracht was geweest?
Inbreng van de leden van de PvdD-fractie
De leden van de PvdD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorstel
van het Presidium om artikel 12.8, tweede lid, van het Reglement van Orde te wijzigen,
zodat de termijn voor de toekenning van een debat nog slechts eenmaal kan worden verlengd.
Deze leden onderschrijven het belang van een efficiënte planning van debatten, maar
plaatsen enkele kanttekeningen bij de voorgestelde beperking.
Genoemde leden verzoeken het Presidium om inzicht te geven in de feitelijke onderbouwing
van deze aanpassing. Hoe vaak wordt in de huidige praktijk de toekenningstermijn van
een debat verlengd, en in hoeveel gevallen gebeurt dat meer dan eenmaal? Hoeveel procent
van de aangevraagde debatten wordt binnen de eerste termijn daadwerkelijk ingepland?
In welke mate draagt een tweede verlenging nu bij aan het alsnog kunnen voeren van
een debat dat anders zou vervallen?
Deze leden vragen of het Presidium kan toelichten wat het praktische probleem precies
is dat met deze wijziging wordt opgelost, en hoe groot dit probleem is.
De leden van de PvdD-fractie vragen hoe wordt geborgd dat de voorgestelde beperking
van de verlengingsmogelijkheid niet leidt tot een versmalling van de diversiteit van
initiatiefnemers van plenaire debatten. Kan het Presidium aangeven op welke wijze
wordt gewaarborgd dat ook kleinere fracties, nieuwkomers en Kamerleden uit oppositiepartijen
hun onderwerpen nog daadwerkelijk plenair geagendeerd krijgen?
Deze leden vragen het Presidium om te reflecteren op mogelijke alternatieve oplossingen
om de werkdruk op de plenaire agenda te verlichten zonder de rechten van Kamerleden
te beperken. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een periodieke evaluatie
van oude debatverzoeken, waarbij fracties actief kunnen aangeven welke verzoeken zij
nog actueel achten.
Tot slot vragen de leden van de PvdD-fractie hoe de wijziging in de praktijk zal worden
geëvalueerd.
De voorzitter van de commissie, Van Campen
De griffier van de commissie, Bakker
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.A.H. van Campen, voorzitter van de commissie voor de Werkwijze -
Mede ondertekenaar
J. Bakker, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.