Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over Geannoteerde agenda voor de informele Raad Algemene Zaken van 2 en 3 maart 2026 (2026Z03581)
2026D08303 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal fracties de behoefte
vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de Minister van Buitenlandse
Zaken d.d. 20 februari 2026 inzake de geannoteerde agenda voor de informele Raad Algemene
Zaken van 2 en 3 maart 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3348).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Van der Werf
De griffier van de commissie,
Blom
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
II
Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda. Hierover hebben deze leden nog enkele vragen.
De leden van de D66-fractie constateren dat er mogelijk voorstellen worden gedaan
om het Programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) op te nemen in concurrentie-
of veerkrachtfondsen (bijvoorbeeld het Competitiveness Fund) binnen het Meerjarig
Financieel Kader (MFK). Hoe beoordeelt het kabinet het risico dat opname van LIFE
in een breder concurrentie- of veerkrachtfonds (zoals een mogelijk Competitiveness
Fund) leidt tot verdringing van langjarige natuurherstelprojecten door kortetermijnindustriebeleid?
Kan het kabinet bevestigen dat het zich in de Raad actief zal inzetten voor het behoud
van een zelfstandig en ringfenced LIFE-programma in het MFK 2028–2034, gezien het feit dat LIFE het enige Europese
Unie (EU)-instrument is dat volledig gericht is op milieu, biodiversiteit en klimaat?
De leden van de D66-fractie stellen daarnaast dat Hongarije op iedere mogelijke manier
sancties tegen Rusland, steun aan Oekraïne en het toetredingsproces van Oekraïne in
het algemeen blokkeert. Op welke manier zal de druk op Hongarije worden verhoogd om
hun veto op deze onderwerpen op te heffen?
Vragen en opmerkingen van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de
geannoteerde agenda van de Informele Raad Algemene Zaken waarin EU-uitbreiding centraal
staat. Deze leden hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen bij.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vernamen afgelopen week dat premier Orbán
de 90 miljard van de EU, bedoeld voor financiële steun aan Oekraïne, blokkeert. Zijn
er sinds vorige week gesprekken gevoerd met de Hongaarse regering om druk uit te oefenen
op dit besluit? Wordt hier en marge van de informele Raad over gesproken en zo ja,
wat is de inzet van Nederland? Wordt er gezocht naar manieren om de lening via een
route te verstrekken waar geen unanimiteit voor nodig is? Is de Minister in dit licht
bereid om het gesprek over de bevroren Russische tegoeden opnieuw te starten?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening dat Oekraïne en Moldavië klaar
zijn voor de volgende toetredingsstappen als kandidaat-lidstaat en het openen van
meerdere onderhandelingsclusters. Zolang Hongarije deze stappen blokkeert stranden
verdere stappen echter. Op welke manier is de Minister van plan Oekraïne en Moldavië
te ondersteunen bij de nodige hervormingen voor EU-lidmaatschap, zodat zij naar lidmaatschap
kunnen toegroeien zolang het officiële toetredingsproces niet verder komt? Deze leden
ontvangen graag een antwoord dat de Nederlandse inzet weergeeft binnen de EU en op
bilateraal niveau. Wat is de Nederlandse inzet tijdens de informele Raad ten aanzien
van de ambitie om in 2028 of 2029 een nieuwe lidstaat te verwelkomen? Acht het kabinet
dit realistisch? Wat is de positie van het kabinet ten opzichte van toetreding van
Oekraïne en Moldavië zonder vetorecht? Sluit deze vorm aan bij de door het kabinet
bepleitte «Europa van verschillende snelheden?» Is de Minister van mening dat zo’n
traject ook passend is voor kandidaat-lidstaten als Montenegro en Albanië?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen voorts dat er tijdens de informele Raad
wordt gesproken over het nieuwe MFK. Er zijn binnen de Raad verschillende opvattingen
over de omvang van het MFK in het voorstel van de Europese Commissie (EC). Is het
kabinet van mening dat de voorgestelde omvang van het MFK te hoog is? Is de Minister
het ermee eens dat met de groeiende uitdagingen waarbij ook in Europees verband moet
worden opgetreden, zoals de concurrentiepositie van de EU, de energietransitie en
defensiesamenwerking in de EU, de omvang van het MFK de grote ambities op deze terreinen
moet weerspiegelen? Is hij van mening dat dat met het huidige voorstel gebeurt? Is
de Minister het ermee eens dat, gezien de inflatie en het aandeel van de terugbetaling
aan het coronaherstelfonds, wat ook in het nieuwe MFK zit, het nieuwe MFK de facto
helemaal niet echt in omvang groeit? Houdt het kabinet vast aan de extra bezuiniging
van 1,6 miljard euro minder afdrachten aan de EU die in de begrotingsreeks staat voor
2028? Zo ja, waarom? Acht de Minister dit realistisch?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat in het kader van het MFK ook
wordt gesproken over de hervorming van de cohesiefondsen die geïntegreerd worden in
de nationale en regionale partnerschappen (NRPP). Deze leden zijn van mening dat de
rol van regio’s dreigt te verzwakken en achten het van belang dat deze regie blijven
houden gezien het feit dat de EU-fondsen van belang zijn voor de regionale economie.
Is de Minister het ermee eens dat de Europese cohesiemiddelen cruciaal zijn voor structurele
investeringen in regio’s die anders achterblijven en hoe gaat hij ervoor zorgen dat
regie voor de regio’s op de cohesiefondsen wordt behouden? Wat is hier de inzet van
Nederland? Gaat de Minister zich ervoor inzetten dat middelen uit het NRPP langjarig
geoormerkt blijven voor specifieke regio’s, zodat zij deze gebiedsgericht kunnen inzetten?
II. Reactie van de Minister van Buitenlandse Zaken
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.J. van der Werf, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken -
Mede ondertekenaar
L.B. Blom, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.