Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026 (Kamerstuk 21501-02-3346)
2026D07687 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande fracties
de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Buitenlandse
Zaken over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari
2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3346), het Verslag Raad Buitenlandse Zaken d.d. 29 januari 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3345) en de Kabinetsreactie op het advies van de Commissie van Advies inzake volkenrechtelijke
vraagstukken: Bijzondere rechtsgevolgen van een regel van dwingend internationaal
recht (nr. 51) (Kamerstuk 36 800 V, nr. 36).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Klaver
Adjunct-griffier van de commissie,
Coco Martin
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
II
Antwoord/Reactie van de Minister
III
Volledige agenda
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Inleiding
De leden van de D66-fractie maken zich ernstige zorgen over de situatie in de Palestijnse
gebieden. Deze leden wijzen in het bijzonder op de dramatische humanitaire gevolgen
van het weren van essentiële hulporganisaties uit Gaza door Israël, evenals op recente
aankondigingen en beleidsontwikkelingen die wijzen op verdere stappen richting annexatie
van de Westelijke Jordaanoever. Deze leden hebben daarnaast nadere vragen over de
situatie in Iran en de mogelijke vervolgstappen, mede in het licht van de recente
Europese besluitvorming waarbij de Islamic Revolutionary Guard Corps (IRGC) als terroristische
organisatie is aangemerkt. Tevens constateren deze leden dat ontwikkelingen in Noord-Syrië
een actievere opstelling van de Europese Unie (EU) vereisen, met name waar het de
bescherming van minderheden, regionale stabiliteit en naleving van mensenrechten betreft.
Verder benadrukken deze leden dat de omvangrijke Europese betrokkenheid bij Oekraïne
zich dient te vertalen in een zwaardere en structurele Europese rol bij eventuele
vredesonderhandelingen en toekomstige veiligheidsafspraken. Tot slot benadrukken deze
leden de urgentie van versterkte Europese en nationale weerbaarheid tegen de groeiende
dreiging van Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI). Tegen deze
achtergrond leggen deze leden het kabinet de volgende vragen voor.
Gaza: Toegang voor hulporganisaties
De leden van de D66-fractie maken zich ernstige zorgen over de humanitaire situatie
in Gaza. Deze leden wijzen op de bijna volledige verwoesting van de medische infrastructuur,
het structureel beperken van de toegang van medische hulpgoederen, en recente besluiten
waarbij essentiële hulporganisaties de toegang tot Gaza zal worden ontzegd. Deze ontwikkelingen
achten deze leden volstrekt onacceptabel.
De leden van de D66-fractie constateren tevens dat Israël in recente weken opnieuw
luchtaanvallen heeft uitgevoerd in dichtbevolkte gebieden, ondanks afspraken rond
een staakt-het-vuren. Dit onderstreept naar het oordeel van deze leden de urgentie
van onbelemmerde humanitaire toegang.
De leden van de D66-fractie verwijzen naar de beantwoording van schriftelijke vragen
van 12 februari 2026 (Handelingen 11, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1106, blz. 2), waarin
het kabinet stelt dat het weigeren van humanitaire hulp op willekeurige gronden evident
indruist tegen het humanitair oorlogsrecht. Tegelijkertijd constateren deze leden
dat het kabinet in dezelfde brief mildere bewoordingen gebruikt ten aanzien van het
besluit om hulporganisaties te weren vanwege een herregistratieplicht. Het kabinet
spreekt van «niet de juiste weg voorwaarts» en stelt zich «naar vermogen» te hebben
ingezet om dit besluit te voorkomen, waarbij voornamelijk het uiten van zorgen als
concrete actie wordt genoemd.
De leden van de D66-fractie constateren dat deze inzet vooralsnog weinig effect heeft
gehad. Zij zijn van mening dat een actievere opstelling mogelijk en noodzakelijk was
geweest, onder meer door deelname aan stevigere gezamenlijke (Europese) verklaringen.
Tegen deze achtergrond vragen deze leden of het kabinet bereid is het weren van cruciale
hulporganisaties tijdens de eerstvolgende Raad Buitenlandse Zaken expliciet aan de
orde te stellen. Tevens vragen zij of het kabinet bereid is zich in EU-verband in
te zetten voor een gezamenlijke krachtsinspanning gericht op het terugdraaien van
dit besluit. Deze leden vernemen graag of het kabinet bereid is zich in Europees verband
actief in te zetten voor een krachtig gezamenlijk statement waarin het weren van cruciale
hulporganisaties expliciet wordt afgekeurd. Daarnaast vragen deze leden of het kabinet
concrete aanvullende maatregelen passend acht zolang het besluit voortduurt, en zo
ja, welke instrumenten daarbij worden overwogen. Tot slot vragen de leden of het kabinet,
indien unanimiteit binnen de EU uitblijft, bereid is in kleiner verband met gelijkgestemde
lidstaten op te trekken om zowel een dergelijke politieke boodschap als bijbehorende
maatregelen alsnog vorm te geven.
Gaza: Grensovergang Rafah en Palestijnse representatie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de aankondiging van fase 2 van
het Gaza-plan. Zij constateren echter dat de grensovergang bij Rafah nog steeds onvoldoende
is geopend voor humanitaire hulp per vrachtwagen. Deze leden vragen of het kabinet
bereid is, zowel bilateraal als in EU-verband, te blijven pleiten voor volledige opening
van deze cruciale grensovergang.
Daarnaast maken de leden van de D66-fractie zich zorgen over Palestijnse representatie
in het vredesproces en het toekomstige bestuur van Gaza. Zij verwijzen naar berichten
over blokkades op de aanstelling van Palestijnse ambtenaren en reisbeperkingen voor
leden van het Palestijnse nationale comité. Deze leden vragen welke concrete stappen
Nederland en de EU zetten om Palestijnse bestuurlijke en politieke representatie te
waarborgen en te versterken.
Voorts vragen de leden van de D66-fractie het kabinet om een nadere update ten aanzien
van de inzet van de EU met betrekking tot de noodzakelijke ontwapening van Hamas.
Welke concrete discussies worden hierover momenteel in Europees verband gevoerd, en
welke rol ziet het kabinet voor de EU bij het bevorderen van dit proces? Tevens vragen
deze leden in hoeverre de EU bereid is om diplomatieke druk uit te oefenen op landen
die invloed of communicatielijnen met Hamas onderhouden, zoals Qatar, teneinde voortgang
richting ontwapening en stabilisatie te bevorderen.
Westelijke Jordaanoever: Nederzettingenbeleid
De leden van de D66-fractie hebben met grote zorg kennisgenomen van recent aangenomen
wetgeving in Israël die het voor Israëlische burgers verder zou vergemakkelijken om
land te verwerven op de Westelijke Jordaanoever, het beheer van religieuze locaties
onder Israëlische controle brengt en bouwprocessen voor kolonisten vereenvoudigt.
Deze leden vrezen dat deze wetgeving niet op zichzelf staat, maar past binnen een
bredere ontwikkeling waarbij de uitbreiding en institutionalisering van nederzettingen
verder wordt gefaciliteerd. Deze zorgen worden naar het oordeel van deze leden versterkt
door publieke uitspraken van Israëlische Ministers, waarin expliciet is gesproken
over het «vernietigen van het idee van een Palestijnse staat» en het uitbreiden van
Israëlische soevereiniteit over de Westelijke Jordaanoever.
De leden van de D66-fractie vragen of het kabinet de vrees deelt dat deze wetgeving,
bezien in samenhang met genoemde politieke uitspraken, de facto bijdraagt aan verdere
annexatie. Tevens vragen zij welk concreet gevolg het kabinet verbindt aan het uitblijven
van Israëlische beleidswijzigingen met betrekking tot het nederzettingenbeleid, mede
gezien eerdere oproepen van Nederland en de EU. In dat verband vernemen deze leden
graag of het kabinet bereid is het EU-associatieverdrag opnieuw ter sprake te brengen.
Daarnaast vragen zij of het kabinet bereid is te pleiten voor aanvullende maatregelen,
waaronder gerichte sancties tegen politici en burgers die illegale nederzettingen
faciliteren of mogelijk maken.
Iran
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de recente Europese besluitvorming
inzake de IRGC. Zij vragen het kabinet nader te concretiseren welke gevolgen deze
besluitvorming op korte termijn naar verwachting zal hebben. In hoeverre leidt dit
besluit tot aanvullende sanctiemaatregelen, verscherpte handhaving van bestaande restricties,
of uitbreiding van financiële en economische beperkingen? Tevens vernemen zij graag
of het kabinet voorstander is van uitbreiding van sancties naar lagere rangen en ondersteunende
netwerken. Tot slot vragen zij hoe de Raad heeft gereageerd op het Nederlandse voorstel
voor een EU-sanctietaskforce tegen Iran.
Syrië
De leden van de D66-fractie spreken hun steun uit voor de territoriale integriteit
van Syrië en benadrukken het belang van een Nederlandse en Europese buitenlandpolitiek
die gericht is op stabilisatie van Syrië, onder een bestuur dat rekening houdt met
lokale belangen en de rechten van minderheden. Deze leden achten het in dat licht
begrijpelijk dat de EU toenadering zoekt tot de huidige Syrische machthebbers en steun
biedt ten behoeve van economisch herstel en (lokaal) bestuur.
Tegelijkertijd maken de leden van de D66-fractie zich zorgen over signalen van aanhoudend
geweld, met name gericht tegen minderheden, in de context van pogingen tot verdere
centralisatie van bestuur. Zij verwijzen daarbij onder meer naar berichten over geweld
tegen Druzen, Alawieten en meer recentelijk Koerdische gemeenschappen.
Tegen deze achtergrond vragen de leden van de D66-fractie op welke wijze binnen het
voorgestelde Europese raamwerk en in de hernieuwde bilaterale relaties met Syrië voorwaarden
worden verbonden aan (financiële) steun. Hoe wordt geborgd dat Europese steun bijdraagt
aan stabilisatie en niet onbedoeld ruimte laat voor hardhandig optreden tegen minderheden?
Wordt de naleving van mensenrechten, waaronder expliciet de bescherming en institutionele
verankering van minderheidsrechten, structureel meegenomen in de conditionaliteit
van steun? De leden vragen tevens of vergelijkbare voorwaarden worden betrokken bij
eventuele stappen richting heropstarten of herziening van bestaande samenwerkingsovereenkomsten
met Syrië.
Tot slot hebben de leden van de D66-fractie vragen over de situatie rond de bewaking
van IS-gevangenenkampen in Koerdisch gecontroleerde gebieden. Kan de Minister een
stand van zaken geven met betrekking tot het overbrengen van gevangenen naar Irak?
Tevens vragen deze leden of een inschatting kan worden gegeven van het aantal IS-gevangenen
dat in recente perioden is vrijgelaten of ontsnapt. Welke rol speelt de Syrische regering
in deze ontwikkelingen? Deze leden vernemen graag welke mogelijke gevolgen het kabinet
ziet voor de regionale veiligheid en, in het verlengde daarvan, voor de Nederlandse
veiligheid.
Oekraïne: Europese positie in vredesproces
De leden van de D66-fractie constateren dat Europa inmiddels een substantieel deel
van de financiële en militaire steun aan Oekraïne draagt. Zij zijn van mening dat
deze betrokkenheid zich dient te vertalen in een duidelijke Europese rol bij de vredesonderhandelingen
en bij de totstandkoming van toekomstige veiligheidsafspraken op het Europese continent.
Tegen deze achtergrond vragen de leden van de D66-fractie hoe het kabinet het voorstel
van de Hoge Vertegenwoordiger, Kaja Kallas, beoordeelt om Europese randvoorwaarden
voor een mogelijk vredesakkoord vast te leggen. Welke functie kan een dergelijke lijst
met Europese uitgangspunten volgens het kabinet vervullen, zowel ter ondersteuning
van Oekraïne als bij het formuleren van bredere afspraken over stabiliteit en veiligheid
in Europa?
Tevens vragen de leden van de D66-fractie hoe het kabinet het voorstel tot aanstelling
van een Europese gezant waardeert, die namens de EU zou kunnen aanschuiven bij diplomatieke
trajecten en onderhandelingen. Hoe beoordeelt het kabinet de mogelijke meerwaarde
van een dergelijke vertegenwoordiger in het licht van de Europese belangen? In dit
verband verwijzen deze leden tevens naar recente diplomatieke inspanningen, waaronder
het bezoek van de Franse diplomaat Emmanuel Bonne aan Rusland, waaruit opnieuw zou
zijn gebleken dat Rusland vooralsnog weinig bereidheid toont tot serieuze vredesonderhandelingen.
Oekraïne: EU-lidmaatschap
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van discussies over versnelde of
alternatieve toetredingsprocedures. Zij vragen of het kabinet reeds overleg heeft
gevoerd met toekomstige EU-voorzitterschappen, waaronder Ierland, over mogelijke scenario’s.
Tevens vragen zij welke voorbereidingen het kabinet noodzakelijk acht om dergelijke
trajecten mogelijk te maken.
Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI)
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de voorgenomen bespreking over
Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI) tijdens de informele ontbijtbijeenkomst
van de Raad. Zij onderschrijven het belang van versterkte Europese samenwerking op
het terrein van Strategische Communicatie en het tegengaan van FIMI. Deze leden delen
de opvatting dat de EU een belangrijke rol kan spelen bij het signaleren van dreigingen
en het faciliteren van samenwerking tussen lidstaten, mede in het licht van de grensoverschrijdende
aard van FIMI-campagnes.
De leden van de D66-fractie vragen of het kabinet toegevoegde waarde ziet in de oprichting
van een European Centre for Democratic Resilience (ECDR), in aanvulling op de bestaande
capaciteiten binnen de European External Action Service (EEAS). Hoe beoordeelt het
kabinet de verhouding tussen dergelijke nieuwe structuren en reeds bestaande Europese
instrumenten?
Tot slot vragen de leden van de D66-fractie welke specifieke rol het kabinet voor
Nederland ziet bij het versterken van de Europese weerbaarheid tegen FIMI en op welke
terreinen Nederland volgens het kabinet een voortrekkers- of aanvullende rol kan vervullen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda
en stellen de Minister daarover nog enkele vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vernomen dat de Verenigde Staten (VS)
hebben geëist dat Oekraïne vóór 15 mei 2026 presidentsverkiezingen en een referendum
over een vredesovereenkomst organiseert. Wat is het standpunt van het kabinet hierover?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ook vernomen dat de Raad Buitenlandse
Zaken naar alle waarschijnlijkheid een twintigste sanctiepakket tegen Rusland zal
aannemen. Deze leden zijn tevreden dat Europa stappen blijft nemen om bijvoorbeeld
de Russische fossiele exporten aan te pakken, schepen van de schaduwvloot te sanctioneren,
alsmede de import van Russische goederen naar Europa verder te beperken. Deze leden
vragen aan de Minister op welke punten hij meer ambitie zou willen zien van de Raad
– op welke punten zou Europa nog scherper kunnen optreden tegen de Russische oorlogseconomie.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met grote zorgen kennisgenomen van
de besluiten van het Israëlische kabinet om de annexatie van Palestijns land op de
Westelijke Jordaanoever verder te faciliteren. Is de Minister bereid om zijn veroordeling
van de kabinetsbesluiten op te volgen met concrete consequenties? Zo nee, waarom niet?
Op welke manier heeft de Minister de aangenomen motie Piri (Kamerstuk 23 432, nr. 620) om het EU–Israël Associatieakkoord opnieuw te agenderen uitgevoerd? Als het voor
de EU nu niet voldoende is om serieuze stappen voor de tweestatenoplossing te zetten,
wanneer dan wel?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben tot slot vernomen dat premier Netanyahu
bereid zou zijn om het aangekondigde wetsvoorstel om de doodstraf in te voeren aan
te passen. Bent u het met deze leden eens dat de doodstraf, voor wie dan ook, moreel
en internationaalrechtelijk volledig onacceptabel is? Zo ja, bent u met de Israëlische
autoriteiten in gesprek om het plan volledig van tafel te vegen? Zo nee, waarom niet?
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor
de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026. Deze leden hebben een aantal vragen
en opmerkingen.
Oekraïne
De leden van de JA21-fractie staan stil bij het feit dat de Russische agressieoorlog
tegen Oekraïne op het punt staat het vierde jaar in te gaan. Deze leden onderschrijven
het belang van het blijven steunen van Oekraïne in haar strijd voor onafhankelijkheid
en het opvoeren van de druk op Rusland, onder meer door inwerkingtreding van een twintigste
sanctiepakket. In het verlengde hiervan heeft de Europese Commissie voorgesteld het
anti-omzeilingsinstrument voor het eerst in te zetten. Kan de Minister de mogelijke
gevolgen hiervan voor Nederland uiteenzetten?
De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van Franse en Italiaanse initiatieven
om in het kader van de vredesbesprekingen direct Europees contact met Rusland te leggen.
Steunt de Minister deze initiatieven, waaronder het aanstellen van een Europees gezant?
De leden van de JA21-fractie hebben berichtgeving uit de Financial Times gadeslagen
die stelt dat de VS Oekraïne zouden hebben opgedragen voor 15 mei van dit jaar presidentsverkiezingen
en een referendum te organiseren. Bij weigering zouden de VS geen veiligheidsgaranties
aan Oekraïne willen bieden. Kan de Minister een toelichting geven over deze vermeende
Amerikaanse eis aan Oekraïens adres? Klopt de berichtgeving en wat betekent dit in
het verlengde voor het verloop van de gesprekken? Heeft de Minister inmiddels enige
indicatie dat Rusland aan de onderhandelingstafel beweegt?
De leden van de JA21-fractie zijn, ongeacht hun steun voor het land in oorlogstijd,
uiterst kritisch op Oekraïense toetreding tot de EU. In dit licht vragen deze leden
graag om toelichting over hoe de Minister invulling geeft aan de motie Hoogeveen/Ceulemans
(Kamerstuk 21 501-02, nr. 3327) en hoe dit samenvalt met de invulling van de motie Klos c.s. (Kamerstuk 36 800 V, nr. 49)? Hoe kijkt de Minister naar het idee van «omgekeerde EU-toetreding» voor Oekraïne?
En steunt de Minister het eventueel omzeilen van een Hongaars veto door middel van
een artikel 7 procedure?
Iran
De leden van de JA21-fractie maken zich grote zorgen om de situatie in het Midden-Oosten.
Met name de schrijnende situatie in Iran gaat deze leden zeer aan het hart. Zou de
Minister een laatste stand van zaken willen meedelen met betrekking tot de protesten
in het land? Vinden deze nog altijd doorgang? Is er een wijziging merkbaar in hoe
het ayatollahregime zich opstelt tegenover demonstranten?
De leden van de JA21-fractie danken de Minister en het Ministerie van Buitenlandse
Zaken voor het in het verslag van de vorige Raad Buitenlandse Zaken opgenomen overzicht
van Iraanse oppositiegroepen. De Minister was aanwezig op de Münchner Sicherheitskonferenz,
evenals de Iraanse kroonprins in ballingschap Reza Pahlavi. Heeft de Minister de mogelijkheid
gehad met hem in gesprek te gaan?
De leden van de JA21-fractie maken zich zorgen om sanctie-ontwijking door het Iraanse
regime. Nu verzoekt de motie Van der Werf c.s. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3337) het kabinet om zich in EU-verband in te zetten voor een sanctietaskforce Iran. Hoe
zou deze eruit kunnen komen te zien en hoe worden best practices in de omgang met
Rusland geïncorporeerd in de benadering naar Iran toe? Kan een anti-omzeilingsinstrument,
zoals nu op tafel ligt voor Rusland, ook in beeld kunnen komen voor Iran?
Syrië
De leden van de JA21-fractie maken zich grote zorgen over de situatie in Noordoost-Syrië,
met name voor de Koerdische bevolking en de risico’s op massale ontsnapping van voormalig
IS-strijders. In het licht van laatstgenoemde willen deze leden vragen naar een toelichting
van de Minister over hoe het kabinet invulling geeft aan de motie Van der Plas (Kamerstuk
36 800 XX, nr. 18).
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari aanstaande. Dit heeft bij deze
leden tot enkele vragen en opmerkingen geleid.
De leden van de SP-fractie willen beginnen met het vestigen van de aandacht op Palestina.
De misdaden van Israël tegen het Palestijnse volk blijven voortduren. Op de Westoever
blijven gewelddadige kolonisten de Palestijnse bevolking terroriseren en de E1-nederzettingen
worden gelegaliseerd, met de specifieke bedoeling om een Palestijnse staat onmogelijk
te maken. Vorige week nog gaf de extreemrechtse Minister van Financiën aan het idee
van een Palestijnse staat te willen «vermoorden.» Deelt de Minister de mening dat
deze uitspraken ondubbelzinnig moeten worden veroordeeld? Zo ja, doet de Minister
dat? Deelt de Minister dat het beleid van de Israëlische regering aanleiding geeft
tot meer maatregelen tegen de Israëlische regering? Zo nee, waarom niet?
De leden van de SP-fractie stellen dat Israëlische oorlogsmisdaden in Gaza door blijven
gaan, ondanks het zogenaamde «staakt het vuren». Israël blijft, in strijd met humanitair
oorlogsrecht, noodhulp voor Gaza blokkeren. Deelt de Minister het inzicht dat Israël
het oorlogsrecht schendt en dat Nederland de verplichting heeft dit te veroordelen?
Deelt de Minister het inzicht dat het staakt-het-vuren door Israël wordt geschonden?
Deelt de Minister de mening dat dit moet worden veroordeeld en dat er sancties vanuit
Nederland en Europa op moeten volgen? En deelt de Minister de mening dat het volledig
vertrouwen op Trump en zijn «vredesplan», zoals ons kabinet doet, niet voldoet aan
de verplichtingen die de internationale gemeenschap aan het Palestijnse volk heeft?
Kan de Minister een reactie geven?
De leden van de SP-fractie zijn extreem teleurgesteld en verontwaardigd over de onmenselijke
manier waarop dit kabinet omgaat met de medische evacuaties van Palestijnse kinderen
uit Gaza. Deze kinderen kunnen niet in de regio worden behandeld. Het kabinet gaat
in een brief van 30 januari 2026 (Kamerstuk 23 432, nr. 629) in op de maatregelen die ze neemt om de capaciteit van de gezondheidszorg in de
regio te vergroten. Dit is iets waar niemand in de Kamer om gevraagd heeft en gaat
volledig voorbij aan het feit dat deze capaciteit onvoldoende blijft. Het kabinet
weigert aangenomen Kamermoties uit te voeren om meer Palestijnse kinderen naar Nederland
te evacueren voor levensreddende gezondheidszorg. De Minister kan helpen, maar wil
dit niet. Voor de leden van de SP-fractie is dit onbegrijpelijk en niet uitlegbaar.
Kan de Minister uitleggen waarom hij deze kinderen geen hulp wil bieden? Welke (geo)politieke
overwegingen liggen hieronder?
Daarnaast maken de leden van de SP-fractie zich grote zorgen over de steeds verder
oplopende spanningen tussen de VS en Iran. Recente berichtgeving wijst op serieuze
voorbereidingen voor mogelijke Amerikaanse militaire acties tegen Iraanse doelen.
Deelt de Minister de analyse dat een dergelijke aanval desastreuze gevolgen zou hebben
voor de stabiliteit in het Midden-Oosten? Deelt de Minister de mening dat regime change
geen legitiem oorlogsdoel is en nog nooit geleid heeft tot wenselijke uitkomsten voor
de lokale bevolking? Deelt de Minister de mening dat een nieuwe oorlog in de regio
alleen maar meer burgerdoden, meer vluchtelingen en verdere escalatie zal veroorzaken?
Is de Minister bereid binnen de EU actief te pleiten voor de-escalatie, diplomatie
en een hernieuwde inzet op nucleaire onderhandelingen in plaats van militaire confrontatie?
Kan de Minister ondubbelzinnig uitspreken dat Nederland geen steun zal verlenen, politiek
noch militair, aan een militaire aanval die in strijd is met het internationaal recht?
Ook de positie van de Koerden in Syrië baart de leden van de SP-fractie ernstige zorgen.
Sinds de machtsverschuivingen in Damascus bereiken ons zorgwekkende berichten over
repressie, eerst tegen Druzen en Alawieten, nu tegen de Koerden. Deelt de Minister
de zorg dat de nieuwe Syrische machthebbers zich schuldig maken aan ernstige mensenrechtenschendingen
tegen Koerdische gemeenschappen? Welke maatregelen neemt de Minister, in Europees
verband, tegen de Syrische regering om een einde te maken aan de wandaden tegen minderheden?
De leden van de SP-fractie willen het kabinet daarnaast vragen naar de stand van zaken
rondom de zogenaamde Coalition of the Willing. Zijn er nog toezeggingen gedaan vanuit
Nederland en wordt er gesproken over een Nederlandse militaire deelname aan een missie
in Oekraïne? Welke gesprekken vinden hier plaats, welke vraag is daarbij aan Nederland
gesteld en hoe heeft de Nederlandse regering daar op gereageerd? Welk aanbod is eventueel
gedaan? Blijft het uitgangspunt dat Nederlandse steun aan een militaire missie of
een vredesmissie, als onderdeel van een vredesakkoord, alleen met voorafgaande expliciete
toestemming van het parlement kan plaatsvinden? Dat zou betekenen dat er op dit moment,
zonder toestemming van het parlement, geen toestemming door het kabinet kan worden
gegeven. Kan de Minister hierop reageren?
Tot slot vragen de leden van de SP-fractie opnieuw aandacht voor Soedan. De oorlog
daar duurt maar voort, inmiddels bijna drie jaar, met nauwelijks aandacht in de media
en weinig diplomatieke of humanitaire initiatieven. Kan de Minister aangeven wat de
huidige inzet van de Nederlandse regering en de Europese Unie is? Is de Minister eindelijk
bereid tot het nemen van maatregelen tegen de Verenigde Arabische Emiraten? Zo nee,
hoe verhoudt zich dat tot onze verplichtingen onder het internationaal recht en tot
de aangenomen moties van de Kamer? En is de Minister bereid om een oplossing te vinden
voor de financiering van Radio Dabanga, om bij te dragen aan onafhankelijke journalistiek
in Soedan?
Vragen en opmerkingen van de Partij voor de Dieren-fractie
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben met interesse kennisgenomen van
de geannoteerde agenda van de Raad van Buitenlandse Zaken op 23 februari 2026. Hiervoor
hebben zij nog enkele vragen en opmerkingen.
Syrië
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie maken zich grote zorgen over de situatie
van de Koerden in Noord-Syrië en hebben daarom de volgende vragen aan de Minister.
Hoe beoordeelt het kabinet de huidige veiligheidssituatie in Rojava en de meldingen
van mensenrechtenschendingen en gedwongen verdrijving van Koerdische burgers? Is de
Minister bereid deze mensenrechtenschendingen en vormen van etnische zuivering expliciet
en publiekelijk te veroordelen? Zo nee, waarom niet? Welke concrete stappen zet Nederland
binnen de EU, de Verenigde Naties en andere multilaterale fora om de Koerdische bevolking
in Noordoost-Syrië te beschermen? Is het kabinet bereid zich in internationaal verband
actief in te zetten voor onafhankelijk onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden en
misdaden tegen de menselijkheid in Rojava? Hoeveel humanitaire hulp ontvangt Noordoost-Syrië
momenteel via Nederlandse bijdragen, en is het kabinet bereid deze hulp, met name
gericht op vrouwen en kinderen, op te schalen? Welke specifieke beschermingsmaatregelen
worden ondersteund om vrouwen, kinderen en andere kwetsbare groepen in Rojava beter
te beschermen tegen geweld en gedwongen verdrijving? Klopt het dat de EU circa 600 miljoen
euro aan steun verstrekt aan het Al Sharaa-regime en aanverwante netwerken? Zo ja,
kan de Minister uiteenzetten onder welke voorwaarden deze steun wordt verleend? Is
de Minister bereid zich in EU-verband in te zetten voor opschorting of beëindiging
van Europese financiering aan het Al Sharaa-regime en aanverwante netwerken, zolang
sprake is van betrokkenheid bij repressie en etnische zuivering van Koerden in Rojava?
Zo nee, waarom niet? Deze leden vragen welke stappen de Minister wil zetten tegen
de inzet van grote hoeveelheden landbouwgif glyfosaat door Israël in Syrië en Libanon.1
Westelijke Jordaanoever
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie maken zich grote zorgen over de Israëlische
annexaties, het toenemende kolonistengeweld en uitbreiding van de nederzettingen.
Deze leden constateren met diepe zorg dat de situatie op de Westelijke Jordaanoever
verder is verslechterd. Wanneer komt het kabinet met het nationale verbod op handel
in producten met illegale nederzettingen? Hoe denkt het kabinet dit verbod te handhaven
als een handelsboycot niet geldt voor heel Israël? Is de Minister bereid om een handelsverbod
met heel Israël per direct in te voeren, aangezien de druk om te stoppen met de illegale
annexatie per direct moet worden opgevoerd? Zo nee, waarom niet? Nederlandse banken,
verzekeraars en pensioenfondsen investeren in totaal miljarden euro’s in bedrijven
die actief zijn in of profiteren van illegale Israëlische nederzettingen in bezet
Palestijns gebied. Is de Minister bereid het handelsverbod uit te breiden met een
verbod om te investeren in illegale nederzettingen richting banken, verzekeraars en
pensioenfondsen? Zo nee, waarom niet? Welke andere mogelijkheden ziet de Minister
om de druk op de Israëlische regering om te stoppen met het annexeren van Palestijns
gebied, en de Palestijnse bevolking voortdurend te intimideren, discrimineren en angst
aan te jagen per direct te stoppen?
Daarnaast wijzen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie erop dat er een aangenomen
motie is van de Partij voor de Dieren die de regering verzoekt te onderzoeken welke
juridische stappen Nederland, al dan niet samen met andere landen, kan zetten zodat
Israël het Verdrag tegen foltering van de Verenigde Naties naleeft (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2315). Deze leden vragen de Minister welke stappen er gezet zijn in dit onderzoek en welke
stappen het kabinet bereid is te zetten om het martelen van Palestijnse gevangenen
door Israël te stoppen.
Gaza
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie maken zich grote zorgen over de situatie
in Gaza. Israël heeft het staakt-het-vuren meerdere malen verbroken met bombardementen
op dichtbevolkte woonwijken. Deze leden wijzen erop dat er afgelopen weekend weer
doden gevallen zijn in Gaza door Israëlische bombardementen en dat er sinds het «staakt-het-vuren»
al meer dan 600 Palestijnen door Israëlische bombardementen zijn gedood in Gaza.2 Hoe kijkt de Minister naar de schendingen van het staakt-het-vuren door Israël? Welke
nationale maatregelen gaat de Minister treffen tegen deze oorlogsmisdaden?
Daarnaast willen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie graag weten hoe de
Minister naar de berichtgeving kijkt dat er 645 Nederlanders in het IDF (Israëlisch
Defensieleger) hebben gediend ten tijde van de genocide in Gaza.3 Heeft het kabinet zicht op hoeveel Nederlanders er in het IDF hebben gediend sinds
7 oktober 2023? Is het kabinet op de hoogte of deze Nederlanders betrokken waren bij
oorlogsmisdaden of andere schendingen van het internationaal recht? Welke instrumenten
is de Minister bereid in te zetten om Nederlanders die zich in het IDF schuldig hebben
gemaakt aan schendingen van het internationaal oorlogsrecht te berechten? Is de Minister
bereid om een onderzoek te starten naar de Nederlanders die na 7 oktober in het IDF
hebben gediend? Is de Minister bereid om in Europees verband zich met andere lidstaten
in te zetten om een gezamenlijk aanpak te formuleren voor EU-burgers die na 7 oktober
in het IDF zich schuldig hebben gemaakt aan schendingen van het internationaal recht?
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren met diepe zorg dat het Israëlische
leger thermische en thermobarische munitie heeft ingezet op dichtbevolkte woonwijken.
Kloppen deze berichten, zo vragen deze leden?4 Hulpdiensten hebben sinds oktober 2023 maar liefst 2.842 Palestijnen geregistreerd
van wie vrijwel geen stoffelijke resten zijn teruggevonden. Deze leden willen graag
weten of de Minister op de hoogte is van deze inzet van thermische en thermobarische
munitie op burgerdoelen? Zo ja, welke concrete maatregelen wil de Minister nemen tegen
Israël voor de inzet van deze verschrikkelijke wapens op burgerdoelen?
Iran
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie maken zich grote zorgen over de positie
van mensenrechtenverdedigers en -organisaties in Iran. Deze leden wijzen erop dat
er een motie is aangenomen om meer geld vrij te maken voor het maatschappelijke middenveld
in Iran en Iraanse mensenrechtenorganisaties in de diaspora gemeenschappen (Kamerstuk
36 800 V, nr. 73). Deze leden willen graag van de Minister vernemen welke stappen het kabinet gaat
zetten om dit te verwezenlijken?
II Antwoord/Reactie van de Minister
III Volledige agenda
− de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 9 februari 2026 over de Geannoteerde
agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3346).
− de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 29 januari 2026 over het Verslag
Raad Buitenlandse Zaken d.d. 29 januari 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3345)
− de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 16 januari 2026 over de Kabinetsreactie
op het advies van de Commissie van Advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken: Bijzondere
rechtsgevolgen van een regel van dwingend internationaal recht (Nr. 51) (Kamerstuk
21 501-02, nr. 3345).
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A.B. Coco Martin, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.