Lijst van vragen : Lijst van vragen inzake initiatiefnota van het lid Van der Werf over een digitaal kinderwetje (Kamerstuk 36768)
2026D05850 LIJST VAN VRAGEN
De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan het
lid Van der Werf (D66) over haar initiatiefnota inzake het «Digitaal kinderwetje»
(Kamerstuk 36 768, nr. 2).
De fungerend voorzitter van de commissie,
Kathmann
Adjunct-griffier van de commissie,
Muller
Nr
Vraag
1
Welke bestaande Europese regelgeving (zoals de Digital Services Act) is volgens de
initiatiefnemer relevant voor de bescherming van kinderen online, en op welke onderdelen
wijkt het voorgestelde nationale «digitale kinderwetje» daarvan af?
2
Welke instrumenten beschikken toezichthouders zoals de Autoriteit Persoonsgegevens
momenteel om kinderen online te beschermen, en welke aanvullende instrumenten voorziet
de initiatiefnemer met de voorgestelde nationale wetgeving?
3
In hoeverre tasten uw voorstellen de eigen verantwoordelijkheid van ouders aan?
4
Kan het verspreiden van richtlijnen via de via de verloskundige, het consultatiebureau
en de huisarts leidt tot een ongewenste overheidscursus «opvoeden», terwijl dit primair
een taak van de ouders aan de keukentafel zou moeten zijn.
5
Hoe voorkomt u dat de zorg en het onderwijs belast worden met extra bureaucratie en
handhaving door mobieltjes op school te verbieden?
6
Hoe realistisch is het verbod op mobieltjes de gehele schooldag voor leraren die al
een hoge werkdruk ervaren, en waarom kiest u niet voor de huidige flexibele «nee,
tenzij»-afspraak die volgens het kabinet al goede resultaten laat zien?
7
Is de inzet op «dumbphones» naar het oordeel van de initiatiefnemer een praktisch
haalbaar handelingsperspectief in een digitaliserende samenleving?
8
Welke experts zijn geraadpleegd in het maken van deze initiatiefnota?
9
Vindt de initiatiefnemer, gezien de voordelen die sociale media ook kunnen hebben
voor jongeren, dat de analogie met de tabaksindustrie helemaal klopt?
10
Welke gebreken ziet de initiatiefnemer in de huidige EU-wetgeving ter bescherming
van consumenten online? Welke verantwoordelijkheid ziet zij voor Nederland enerzijds,
en de EU anderzijds?
11
Waarop baseert de initiatiefnemer de aanname dat kinderen in kwetsbare wijken nog
makkelijker beïnvloedbaar zijn voor criminele activiteiten door sociale media?
12
Hoe kan volgens de initiatiefnemer leeftijdsverificatie worden ingericht zodat het
niet makkelijk kan worden omzeild zoals bij parental controls?
13
Wanneer is volgens de initiatiefnemers voldaan aan privacyvriendelijke leeftijdsverificatie?
14
Is volgens de initiatiefnemer naast een Europese minimumleeftijd voor sociale media
ook een nationale minimumleeftijd nodig?
15
Hoe ziet de initiatiefnemer de rolverdeling voor zich tussen overheid, ouders, scholen
en (sport)verenigingen in het beschermen van jongeren online?
16
Onder welke voorwaarden is leeftijdsverificatie volgens de initiatiefnemer privacyvriendelijk?
17
Welke gevolgen ziet de initiatiefnemer van het feit dat alle Europese gebruikers straks
hun leeftijd moeten verifiëren om sociale media te gebruiken? Hoe kijkt zij naar het
risico dat verificatie wordt omzeild?
18
Welke nadelen ziet de initiatiefnemer bij verplichte leeftijdsverificatie? Hoe kijkt
zij naar de zorgen, zoals ook gedeeld door het kabinet over proportionaliteit en noodzaak?
19
Hoe wordt het kinderrecht op vrije toegang tot informatie en het recht om lotgenoten
te ontmoeten, inclusief het belang van anonimiteit, geborgd als er verplichte leeftijdsverificatie
komt?
20
Hoe reageert de initiatiefnemer op experts die betwisten dat een hogere leeftijdsgrens
voor sociale media ten goede komt aan kinderen?
21
Hoe kijkt de initiatiefnemer naar de grote diversiteit van platforms en de concurrentiekracht
van digitale platforms ten opzichte van de door de initiatiefnemer voorgestelde interoperabiliteitsverplichting?
22
In hoeverre komt de rapportageverplichting voor sociale mediabedrijven die initiatiefnemer
voorstelt overeen met de rapportageverplichting uit de Digital Services Act?
23
Hoe ziet de initiatiefnemer de wet voor zich die verslavend ontwerp moet verbieden?
Is dit een nationale of Europese wet, of een aanpassing/strengere handhaving van bestaande
wet- en regelgeving?
24
Bestaat bij de initiatiefnemer de zorg dat dataportabiliteit in de praktijk door digitale
platformen niet als keuze wordt aangeboden, maar als verplichting voor nieuwe gebruikers
zodat het voor platformen nog makkelijk wordt om data (van elkaar) te verzamelen?
25
Hoe ziet initiatiefnemer «wetgeving tegen anonieme accounts» voor zich?
26
Welke voordelen ziet initiatiefnemer in online anonimiteit? Is het opheffen hiervan
proportioneel en technisch mogelijk?
27
Hoe kijkt de initiatiefnemer naar het risico dat Big Tech straks nog meer gevoelige
data van gebruikers heeft als anonimiteit wordt opgeheven?
28
Wat is volgens de initiatiefnemer de meerwaarde van het weren van anonieme accounts
op sociale media nu online diensten nooit helemaal volledig anoniem zijn en op strafbare
feiten al kan worden gehandhaafd door via de strafrechtketen IP-adressen te achterhalen?
29
Hoe kijkt de initiatiefnemer aan tegen de stelling dat het invoeren van een identificatieplicht
waardoor het niet langer mogelijk is om schijnbaar anonieme accounts aan te maken
mogelijk allerlei mensenrechtelijke vragen met zich mee kan brengen?
30
Hoe kan volgens de initiatiefnemer anonieme accounts op sociale media worden geweerd
zonder klokkenluiders en andere kwetsbare groepen in verdrukking te brengen?
31
Hoe proportioneel is het weren van anonieme accounts op sociale media volgens de initiatiefnemer
als middel voor online uitingen en daden waar het inzetten van vergaande opsporingsbevoegdheden
om de persoon te achterhaal disproportioneel wordt geacht?
32
Hoe verwacht de initiatiefnemer zowel anonimiteit online op te kunnen heffen, als
de voordelen voor klokkenluiders en kwetsbare groepen te behouden?
33
Hoe reageert de initiatiefnemer op de kabinetsreactie? Op welke punten vindt de initiatiefnemer
deze reactie (on)voldoende?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
B.C. Kathmann, voorzitter van de vaste commissie voor Digitale Zaken -
Mede ondertekenaar
S.R. Muller, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.