Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Inge van Dijk en Hamstra over het bericht ‘Koop nu, betaal later: hoe Klarna-klanten vastlopen in dubieuze incassotrajecten’
Vragen van de leden Inge van Dijk en Hamstra (beiden CDA) aan de Ministers van Financiën en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «Koop nu, baal later»: hoe Klarna-klanten vastlopen in dubieuze incassotrajecten (ingezonden 14 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Rutte (Justitie en Veiligheid), mede namens de Ministers
van Financiën en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 3 februari 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 539.
Vraag 1
In hoeverre gaat u de regels voor de «Buy now pay later»-bedrijven aanscherpen in
het kader van consumentenbescherming?1
Antwoord 1
Buy Now, Pay Later (hierna: BNPL) is een krediet in de vorm van uitgestelde betaling.
Deze kredietvorm is onder de Herziene richtlijn consumentenkrediet (de Consumer Credit
Directive II, hierna: de CCDII) niet langer uitgezonderd van het toepassingsbereik
van de richtlijn. Deze richtlijn wordt momenteel in Nederlandse wetgeving geïmplementeerd,
waarna de regels vanaf november van dit jaar van toepassing moeten zijn.
Zodra de nieuwe regels gelden, worden BNPL-aanbieders verplicht om een vergunning
aan te vragen bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voor het aanbieden van krediet.
Naast de vergunningplicht worden de aanbieders onder meer verplicht om in alle gevallen
een kredietwaardigheidstoets uit te voeren en krediet onder voorwaarden te registreren
bij Bureau Krediet Registratie (BKR). Ook gaan er extra regels gelden over reclame
en verplichte precontractuele informatie. BNPL-aanbieders zullen daarnaast consumenten
die financiële problemen ondervinden moeten doorverwijzen naar schuldadviesdiensten
(in de praktijk zal dit de schuldhulpverlening bij de gemeente zijn waar de consument
woont). Tevens moeten kredietaanbieders, en vanaf november 2026 dus ook BNPL-aanbieders,
waar passend zogenoemde respijtmaatregelen nemen voordat zij overgaan tot incasso
of invordering van de schuld, zoals een betaalpauze of gedeeltelijke kwijtschelding.2 Hierbij dient rekening te worden gehouden met de omstandigheden van de consument.
De kosten die een BNPL-aanbieder in rekening mag brengen, waaronder incassokosten,
worden gemaximeerd. Ten slotte mag BNPL niet worden verstrekt aan minderjarigen.
Een concept van de Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet is op dit
moment voor advies aanhangig bij de Raad van State. Het Implementatiebesluit herziene
richtlijn consumentenkrediet wordt van 22 december 2025 tot 2 februari 2026 publiek
geconsulteerd. Het streven is om het wetsvoorstel begin april bij uw Kamer in te dienen.
Vraag 2
Klopt het dat hierbij geen rekening gehouden wordt met de praktijk van het doorverkopen
van openstaande facturen en het nieuwe risico dat vervolgens ontstaat in het kader
van consumentenbescherming?
Antwoord 2
Dat klopt niet. Indien de BNPL-aanbieder bij uitblijvende betaling ervoor kiest om
een vordering op een consument over te dragen aan een andere partij (ook wel «cessie»
genoemd), dan dient de consument daarvan op de hoogte te worden gesteld. Op grond
van artikel 7:69 lid 1 BW kan de consument tegenover de nieuwe schuldeiser alle rechten
en verweren inroepen die hij ook tegenover de oorspronkelijke kredietgever had. Ook
als de overeenkomst wordt overgedragen, blijft er sprake van een kredietovereenkomst,
waarvoor de wettelijke voorschriften gaan gelden zoals beschreven in het antwoord
op vraag 1. Dit betekent bijvoorbeeld dat een nieuwe schuldeiser geen incassokosten
in rekening mag brengen voor zover deze niet zijn toegelaten op grond van het Besluit
kredietvergoeding en waar nodig en passend respijtmaatregelen moet nemen.
Als sluitstuk van de bescherming voor de consument kent de Wet kwaliteit incassodienstverlening
(hierna Wki) een aantal verplichtingen voor de incassodienstverlener en rechten voor
de schuldenaar. Een voorbeeld is het recht op een correcte en professionele behandeling
door een geregistreerde incassodienstverlener. Dat geldt ook voor de incassodienstverleners
die dat doen nadat de vordering aan hen is overgedragen.3
Vraag 3
Waarom is hier niet integraal voor oplossingen gekozen, maar enkel voor het stukje
dat de betaaldiensten direct raakt?
Antwoord 3
Zoals in mijn vorige antwoord aangegeven, kunnen consumenten tegen een nieuwe schuldeiser
(aan wie een vordering is overgedragen) alle verweren inroepen die zij ook hadden
tegen de oorspronkelijke kredietgever.
Daarnaast wordt uitwerking gegeven aan de aanpak van het civiele invorderingsstelsel.4 Er wordt gewerkt aan structurele maatregelen om kostenoploop, onwenselijke verdienprikkels
en escalatie in incassotrajecten tegen te gaan. Deze maatregelen richten zich op de
fase na het ontstaan van schulden, ook wanneer deze zijn doorverkocht.
Ik acht het van belang dat beide trajecten elkaar aanvullen: waar het Europese spoor
ziet op verantwoord kredietgebruik en consumentenbescherming, richt de nationale herziening
van het civiele invorderingsstelsel zich op het beperken van kostenoploop en het wegnemen
van onwenselijke prikkels in het gehele civiele invorderingsproces. Samen moeten deze
trajecten leiden tot een evenwichtiger en meer consumentvriendelijk stelsel.
Vraag 4
Herkent u de strategie van bedrijven als Alektum, namelijk zo veel mogelijk niet-betalende
klanten opzadelen met juridische procedures nadat hun facturen vermeerderd zijn met
rente en incassokosten? Oftewel: hoe meer bulk het bedrijf verstuurt, hoe groter de
kans dat er wel iemand betaalt?
Antwoord 4
Ik heb kennisgenomen van het artikel van Follow the Money van 8 november 2025. Dit
beeld is ook terug te zien in verschillende rechterlijke uitspraken, zoals gepubliceerd
op rechtspraak.nl.
Vraag 5
Bent u bekend met de grote hoeveelheid zaken die Alektum aanhangig heeft gemaakt enerzijds
versus de uitspraken die een aaneenschakeling tonen van fouten, slordigheden en zelfs
misbruik van procesrecht en het feit dat Alektum opvallend vaak juridische procedures
verliest anderzijds?
Antwoord 5
Ja, ik ben daarmee bekend. Voor een nadere toelichting naar de mogelijkheden van de
rechter om in te grijpen als er misbruik wordt gemaakt van het procesrecht verwijs
ik u naar de beantwoording van de Kamervragen van het lid Ceder (ChristenUnie) over
hetzelfde bericht die heden door mij naar uw Kamer zijn gestuurd.
Vraag 6
Alektum is lid van de Nederlandse Vereniging van gecertificeerde incasso-ondernemingen
(NVI) en draagt ook dat kwaliteitskeurmerk. Wat gaat de NVI doen met deze signalen
en wanneer is «de maat vol» en wordt een keurmerk ingetrokken zodat een keurmerk ook
waarde blijft houden?
Antwoord 6
De Nederlandse Vereniging van gecertificeerde Incasso-ondernemingen (hierna: NVI)
is een brancheorganisatie die zelf verantwoordelijk is voor het toezicht op en de
handhaving van de eigen gedragsregels en het bijbehorende keurmerk. Het gaat hier
om een privaat kwaliteitskeurmerk waarbij de overheid niet betrokken is. Het is aan
de NVI zelf om naar aanleiding van signalen over het handelen van een aangesloten
partij in te grijpen conform het eigen kader. Wanneer iemand niet tevreden is met
de afhandeling van de klacht door het incassobureau kan die deze voorleggen aan het
Kifid.
Vraag 7
Wie controleert of de NVI kritisch genoeg is richting haar deelnemers?
Antwoord 7
Het NVI-keurmerk is een vorm van zelfregulering, daarom is het aan de NVI zelf om
de kwaliteit en de handhaving van dat keurmerk te borgen.
Vraag 8
Hoe kijkt u naar het verbieden van het gebruikmaken door betaaldiensten van incassobedrijven
die dit keurmerk niet hebben?
Antwoord 8
Ik zie op dit moment geen aanleiding om een verbod in te stellen dat betaaldiensten
zou beperken in hun keuze van incassodienstverleners op basis van het wel of niet
bezitten van een privaat keurmerk. Sinds 1 april 2024 is de incassosector gereguleerd
met de Wki. Alle partijen die onder de reikwijdte van de Wki vallen, dienen te voldoen
aan dit wettelijke kader. Wanneer partijen zich niet houden aan de registratieplicht
van de Wki is er onder andere sprake van een economisch delict waar tegen opgetreden
kan worden. Voor een verdere uitleg verwijs ik u naar de beantwoording van de vragen
van het lid Ceder over hetzelfde bericht, die heden door mij naar uw Kamer zijn gestuurd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
E. Heinen, minister van Financiën -
Mede namens
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.